Verslag CommissieGrondgebied 31 januari 2013
Soort document:Verslag
Soort vergadering:CommissieGrondgebied
Datum:31 januari 2013
Week nummer:05
Tijdstip:19.30 uur
Locatie:raadzaal
| datum vergadering: | donderdag 31 januari 2013 |
| tijdstip en plaats: | 19:30 uur in de raadzaal van het gemeentehuis in Rijssen |
| aanwezig: | |
| voorzitter: | mw. M. Tijhof-Zwijnenberg |
| SGP | G. Kreijkes, A. Kamphuis, J. Schreuder |
| CDA | I. Kahraman, H.J. Nijkamp, R.J. Cornelissen |
| CU | B.D. Tijhof, J. Berkhoff |
| PvdA | R.M.C. de la Haye, R.W. Meijerink, T. ter Keurst |
| GB | A. Nijkamp, mw. J. Kuiper-Ruitenberg, A. Hofhuis |
| VVD | A.J. Kevelam, R. Smelt, mw. G. Wibbelink-Roelvink |
| Lokaal Liberaal | R.A. de Koe |
| griffier: | H.A.J. van de Vliert |
| notuliste: | mw. G.B. (Ria) Aanstoot-Stam |
| namens het college: | J. Ligtenberg, B. Wolterink, J.A. Stegeman |
| ambtelijke ondersteuning: | H.J. Wessels, J.G. van Eck |
| pers: | 1 |
| publiek: | 27 |
1. Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom.
2. Inventarisatie spreekrecht
Er zijn zes insprekers op vier agendapunten. Een van de punten waarop wordt ingesproken, is informatief stuk a over het principeverzoek bouwen woning Stokmansveldweg in Rijssen. De insprekers hierop krijgen eerst het woord. De overige inspraak is bij de betreffende agendapunten.
De heer KIPPERS spreekt mede in namens de families Dannenberg, Hoff, Flim en Baan. Het principeverzoek betreft een kavel aan de Stokmansveldweg tussen de woningen van de families Kippers en Dannenberg. Volgens de bewoners is er niet of onvoldoende gekeken naar de vorm en de ruimte van het betreffende bouwperceel, en naar het feit dat de gemiddelde kavels in de omgeving nogal ruim zijn. Het is niet passend op de smalle strook grond een woning tussen de overige woningen te bouwen.
De omwonenden vragen zich af of er ook argumenten kunnen zijn, zoals stedenbouwkundige invulling, om niet aan het principeverzoek mee te werken. Als men het principeverzoek omdraait, kunnen er evengoed redenen worden gegeven om niet mee te werken. Welk principeverzoek zou dan uiteindelijk de doorslag geven? De omwonenden doen daarom het verzoek om een bredere beoordeling te laten geven om van de totale situatie een inschatting te maken van de consequenties, alsmede van de ruimte die er planologisch is. Zij verzoeken alles te overwegen en in een breder perspectief te zien. Zij verzoeken tevens het principeverzoek te agenderen voor de volgende commissievergadering om een zorgvuldige, meer gebalanceerde beoordeling mogelijk te maken en daarbij ook rekening te houden met het motief van de aanvrager. Het motief is aanbieden van bouwgrond in plaats van tuingrond. Dit is stedenbouwkundig ongepast. Het is niet verantwoord op deze plek een woning te realiseren. In vergelijking met omliggende kavels is er sprake van geforceerd plaatsen van een woning. De directe omgeving kent ruime kavels en voldoende groen en geen opeenhoping van woningen. Het oude en het huidige bestemmingsplan voorzien niet in het plan en er is geen sprake van een groter maatschappelijk belang.
De planschade is door een beëdigd taxateur vastgesteld op € 100.000. Dat geeft de ernst van de situatie aan, want het betreft maar één kavel. Er zijn voldoende alternatieven voor woningbouw in Het Opbroek en in de directe omgeving. Als alle inbreidingslocaties worden bebouwd zoals in deze situatie, dan is de vraag wat de toekomst is van Het Opbroek. De omwonenden worden zeer zwaar geschaad. De geschatte planschade weegt daar niet tegenop. Het gaat hen ook om de kwaliteit van wonen. De woningen zijn gekocht om vrij te wonen. Dat zou dan afgelopen zijn. Spreker verzoekt het belang van de omwonende families in overweging te nemen.
De heer KAMPHUIS zegt dat het college aangeeft dat het plan past binnen het beleid voor inbreidingslocaties en vraagt wat de mening van de heer Kippers daarover is.
De heer KIPPERS zegt dat er volgens het beleid in Rijssen mogelijkheden zijn voor inbreiding, maar de verschillende inbreidingslocaties in Rijssen hebben heel verschillende karakters qua omgeving. In het centrum van Rijssen staan de huizen over het algemeen wat dichter bij elkaar. In de aangegeven situatie zijn de huizen niet dicht op elkaar gezet. De betreffende kavel heeft een onvoordelige ligging om te kunnen bouwen. Daarover zou een meer genuanceerde beoordeling kunnen plaatsvinden.
De heer DANNENBERG sluit zich aan bij de inspraak van de heer Kippers en heeft daaraan niets toe te voegen.
3. Vaststellen definitieve agenda
De VOORZITTER stelt voor, gelet op de insprekers, agendapunt 7 en 8 met betrekking tot Het Opbroek, direct na elkaar te behandelen en agendapunt 13 te behandelen na agendapunt 8. De inspreker voor agendapunt 14 zal wat later aanwezig zijn, dit agendapunt wijzigt daarom niet.
De heer TIJHOF deelt mee dat hij bij de agendapunten 7 en 8 niet deelneemt aan de discussie.
4. Verslag van de vergadering van 10 januari 2013
De heer KREIJKES spreekt zijn waardering uit voor de verslaglegging.
De heer HOFHUIS verwijst naar pagina 1 van het verslag, waar wethouder Wolterink zegt dat er bij zijn weten geen viaduct gepland is. Op pagina 3 staat dat na de commissievergadering van 3 decem-ber een subsidietoezegging van ProRail is ontvangen van € 950.000 voor de aanleg van een tunnel voor langzaam verkeer bij het station. Dat betekent dat op 10 januari 2013 de wethouder op de hoogte moet zijn geweest van de toezegging. Nadere informatie heeft geleerd dat de toezegging door ProRail al in september 2012 is gedaan. Volgens spreker had dat eerder, in elk geval voor 3 december 2012, aan de raad kenbaar gemaakt moeten worden. De discussie over een tunnel of een brug was dan niet nodig geweest, omdat de toegezegde subsidie bedoeld is voor een tunnel. Spreker verzoekt om een chronologische opsomming van de werkelijke feiten, inclusief eventuele afspraken over de situering van de tunnel en de bereikbarheid voor mindervaliden.
Wethouder WOLTERINK zegt toe een chronologische opsomming te verstrekken. Spreker laat weten dat er een brief lag van ProRail van 27 september 2012, waarin een voorwaardelijke toezegging is gedaan. Na de vergadering van 3 december 2012 heeft ProRail gevraagd om duidelijkheid van de kant van de gemeente. Het college heeft eind december/begin januari een brief geschreven aan ProRail dat op het aanbod ingegaan zou worden.
NB.: Het chronologisch overzicht is als bijlage 1 toegevoegd aan het verslag.
Het verslag wordt hierna ongewijzigd vastgesteld.
Chronologisch overzicht
5. Actiepuntenlijst
De VOORZITTER constateert dat de actiepunten 3 en 5 zijn beantwoord.
De heer STEGEMAN zegt dat er wellicht in de volgende commissievergadering mededelingen kunnen worden gedaan over de actiepunten 1 en 2.
Wethouder WOLTERINK zegt naar aanleiding van actiepunt 4 dat het college op 13 augustus 2012 het verkeersbesluit heeft genomen, dat de Dorpsstraat door het centrum van Holten geen overwegende verkeersfunctie meer heeft voor het doorgaande verkeer. Deze straat wordt binnenkort gereconstrueerd tot verkeersluw verblijfsgebied met een beperkte verblijfsfunctie. Dat is in het belang van de verkeersveiligheid en de rust van het verblijfsgebied in de Dorpsstraat in Holten gewenst en noodzakelijk. Als eerste stap zullen grote en zware voertuigen uit de Dorpsstraat worden geweerd in het gedeelte tussen de kruising Kolweg/Kerkstraat en de kruising Larenseweg/Stationsstraat. De uitvoering van dit besluit is opgeschort totdat de reconstructie van de Dorpsstraat gereed is alsmede de rotonde Larenseweg.
Naar aanleiding van actiepunt 6 komt er binnenkort een nieuw voorstel naar de commissie. Als de subsidie meegenomen wordt en afgetrokken wordt van de kosten, is de afschrijvingstermijn zeven jaar. Wordt de subsidie niet meegenomen, dan is de afschrijvingstermijn veertien jaar.
6. Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.
7. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Het Opbroek (Ab Stegeman)
De heer VAN ZUNDERT spreekt in namens mevrouw Van Riemsdijk, eigenaresse van het perceel Oosterhofweg 250, met daarop een landhuis en een bostuin en een oppervlakte van ruim 2,6 hectare. Het perceel strekt zich in de lengte uit langs de Wethouder Korteboslaan. Als gevolg van het bestemmingsplan zal eigenaresse geconfronteerd worden met 12 tot 14 nieuwbouwwoningen op een afstand van circa 15 meter vanaf haar tuin en op circa 35 meter vanaf de villa. Deze nieuwbouw heeft zeer nadelige gevolgen voor de waarde van dit pand, dat onder het huidige bestemmingsplan grenst aan een open agrarisch gebied. In de ingediende zienswijze is dan ook de nadruk gelegd op het ingrijpende waardedalende effect van het bestemmingsplan en het exploitatieplan. Uit dit exploitatieplan blijkt dat het college zich onvoldoende bewust is van de nadelige gevolgen, omdat niet is voorzien in voldoende financiële reservering voor de planschade. Het bestemmingsplan loopt het risico dat het economisch niet uitvoerbaar is.
Mevrouw Van Riemsdijk heeft door middel van een planschaderisicoanalyse in april 2012 laten taxeren dat de waardedaling van haar woning ongeveer € 200.000 is. Helaas is deze planschade-risicoanalyse niet inhoudelijk bij de voorbereiding van het plan betrokken, omdat deze niet bij de zienswijze zou zijn gevoegd. Gelukkig is dit alsnog hersteld. Nadien heeft de gemeente zelf een planschaderisicoanalyse laten opstellen. Daarbij is geen rekening gehouden met de taxatie die mevrouw Van Riemsdijk heeft laten uitvoeren. In de zienswijzennota is geen verklaring gegeven voor het aanmerkelijke verschil in de beide schadetaxaties. De taxatie die mevrouw Van Riemsdijk heeft laten uitvoeren was concreet gericht op het betreffende perceel en was gedetailleerder en uitvoeriger. Ook de afweging van de schadefactoren was veel concreter. De gemeentelijke taxateur komt tot een waardevermindering van € 40.000.
Mevrouw Van Riemsdijk heeft in de inspraakfase gevraagd met haar in overleg te treden over een anterieure compensatie; een schaderegeling vooraf, zodat zij niet gedwongen wordt achteraf een schadeclaim in te dienen en eventueel beroep in te stellen. Het college heeft haar gezegd dat de gemeenteraad geen opdracht heeft gegeven om planschade vooraf te vergoeden.
De taxatie die mevrouw Van Riemsdijk heeft overgelegd, is toegesneden op deze locatie en is volgens spreker het meest realistisch. De kans bestaat, mocht er een geschil ontstaan, dat de rechter de voorkeur geeft aan de concrete taxatie en niet aan de algemene taxatie. Spreker heeft gevraagd of het college wil overwegen een second opinion te laten uitbrengen dan wel te laten uitzoeken welke taxatie redelijk is en bovendien te proberen tot een vergelijk te komen om vooraf de schade te compenseren. Daarbij is het mogelijk twee percelen die nog niet in deze fase van het Opbroek zijn begrepen, maar die wel nodig zijn voor de realisering van het plan, in de aankoop te betrekken. Zij zou dat graag in een keer willen afhandelen. Spreker verzoekt de commissie aan het college op te dragen met mevrouw Van Riemsdijk in onderhandeling te treden en te proberen de zaak voor die tijd op te lossen en de schade vooraf te compenseren.
De heer KAHRAMAN vraagt waarom mevrouw Van Riemsdijk de schade vooraf vergoed wil hebben.
De heer VAN ZUNDERT zegt dat mevrouw Van Riemsdijk graag rechtszekerheid wil hebben en liever niet naar de Raad van State gaat om beroep in te stellen.
De heer KREIJKES vraagt of de heer Van Zundert van mening is dat het bestemmingsplan economisch niet uitvoerbaar is.
De heer VAN ZUNDERT zegt dat daarover jurisprudentie is. Als blijkt dat bepaalde kosten of lasten die aan het bestemmingsplan verbonden zijn vooraf niet zijn meegenomen of afgewogen, dan kan er een nadelig saldo ontstaan en kan het bestemmingsplan niet uitvoerbaar zijn. Als de schade bijvoorbeeld wordt vastgesteld op € 200.000 en de gemeente heeft € 40.000 gereserveerd, is er een tekort. Spreker zou in dat geval in een beroepschrift aanvoeren dat de exploitatie niet sluitend is.
De heer DE KOE vraagt of het doel van de inspraak is om het plan aan te passen.
De heer VAN ZUNDERT zegt dat niet-bouwen van de woningen niet realistisch is. Het gaat mevrouw Van Riemsdijk erom een schaderegeling te treffen voordat de schade optreedt.
De heer BERKHOFF vraagt of de villa momenteel bewoond wordt.
De heer VAN ZUNDERT zegt dat de villa te koop staat. De villa wordt niet bewoond.
De heer HOFHUIS vraagt of de heer Van Zundert zelf ook aan het college heeft verzocht met mevrouw Van Riemsdijk in onderhandeling te gaan.
De heer VAN ZUNDERT zegt dat hij dat in de inspraakreactie heeft gevraagd. Het college heeft daarop gereageerd dat de raad geen opdracht heeft gegeven om vooraf over een planschaderegeling in onderhandeling te treden.
Eerste termijn
De heer KREIJKES zegt dat de fractie van de SGP zich goed kan vinden in het collegevoorstel. De richting die het college op wil is prima. Het college heeft aangegeven geen kleurvoorschriften op te nemen in het beeldkwaliteitsplan. Ook daarin kan de fractie van de SGP zich vinden. Wel heeft zij vragen over het exploitatieplan. Bij punt 5 van het voorstel staat: “Met de ontwikkelende partijen zal op basis van het exploitatieplan geprobeerd worden tot overeenstemming te komen”. Het is volgens spreker een enorm risico hierin te springen, terwijl de gemeente niet weet waar zij aan toe is. Spreker verzoekt het college de raad nader te informeren, eventueel vertrouwelijk, over het exploitatieplan.
Spreker verzoekt het college in te gaan op de inbreng van de heer Van Zundert.
Mevrouw KUIPER verwijst naar pagina 2 van het voorstel, waar bij punt 3.1 staat dat het tot op heden nog niet is gelukt met alle eigenaren aanvaardbare afspraken te maken over grondexploitatie. Spreekster vraag wat de situatie is op dit moment.
Door geen kleurvoorschriften in het beeldkwaliteitsplan op te nemen, beweegt het college zich in de goede richting om verdere betutteling te ontwijken.
De heer KEVELAM verzoekt het college een toelichting te geven op de inspraak van de heer Van Zundert, uit te leggen waarom niet gepoogd is tot een anterieure overeenkomst te komen en aan te geven of het klopt dat het college hiervoor de opdracht van de raad moet krijgen.
Wat betreft het beeldkwaliteitsplan zegt spreker dat hij gruwelt van de details die worden genoemd, met name over de kleurstellingen. De fractie van de VVD stemt hiermee niet in. Het blijkt dat het college het daarmee eveneens niet eens is, maar het toch wil laten staan. Spreker vraagt of in de raadsvergadering een amendement moet worden ingediend om dit gewijzigd te krijgen.
Wat betreft de exploitatie is voor de opbrengstprijs een inschatting gegeven vanuit het gegeven dat er wordt gewerkt met een residuele verkoopprijs van de grond. Hierover wordt nog een toelichtende bijeenkomst gehouden voor de raad. Als daarin blijkt dat de grondprijzen in het exploitatieplan te hoog zijn ingeschat, komt er dan een negatieve uitkomst en moet dat op voorhand al besproken worden?
De heer KAHRAMAN zegt dat de fractie van het CDA ook met de vraag zit of de raad voldoende is ingelicht over de risico’s. In een extra bijeenkomst zal de systematiek van exploitatie en residuele grondprijzen nog een keer worden toegelicht.
In de commissie is eerder aangegeven een zo beleidsarm mogelijk beeldkwaliteitsplan voor de toekomst te willen. Toch is er nu weer een grote detaillering opgenomen. Spreker verzoekt het college daarop te reageren, juist omdat er deze week een presentatie is geweest over het deltaplan, waarin werd gezegd dat men zoveel mogelijk beleidsvrijheid wil geven.
Wethouder STEGEMAN zegt dat duidelijk is dat de raad in grote lijnen graag wil dat in Het Opbroek aan de slag wordt gegaan. Op het exploitatieplan komt het college terug in de informatiebijeenkomst die nog voor de raadsvergadering wordt gehouden. In het algemeen is het exploitatieplan gebaseerd op aannames van dit moment. Daar zitten inderdaad risico’s aan. Een ondernemende gemeente mag ook risico’s nemen. Om die risico’s zoveel mogelijk te vermijden, moeten er zo realistisch mogelijke cijfers worden opgenomen. Het is bekend dat er in de vastgoedwereld grotere schommelingen zijn dan men twintig jaar geleden kon vermoeden.
De heer Van Zundert sprak over de planschaderisicoanalyse. Ook het college heeft een planschade-analyse gemaakt en is tot een andere conclusie gekomen. Essentieel is dat planschade een punt is waarbij mensen zich op hun rechten kunnen beroepen. Bij de beoordeling van planschade houdt het college zich aan de regels. Als het bedrag hoger wordt, legt de gemeente zich daarbij neer.
Vooraf tot een anterieure overeenstemming komen is toegestaan. Die lijn volgt de gemeente echter nooit en is ook niet van plan dat in deze situatie te doen. Wel polst de gemeente vooraf globaal hoe eventuele planschade eruit zal zien. Volgens spreker is er geen rechter die een algemene inschatting voor een totaalplan vergelijkt met een specifieke situatie. Als het bestemmingsplan tot stand komt, volgt de normale procedure en heeft iedere burger de rechten die daarover zijn vastgelegd.
Als het college met mevrouw Van Riemsdijk tot een overeenstemming zou komen, wordt er geen beroep aangetekend, zo is gezegd. Dat lijkt op ‘afkopen vooraf’. Spreker vindt het niet verstandig als de gemeente dat doet.
Er zijn drie groepen te onderscheiden in het beeldkwaliteitsplan: het publieke deel, de overgang van het publieke deel naar het private deel en de woningen. Het college heeft gemeend dat het opnemen van detailleringen voor de woningen, zoals kleuren, overbodig was. De raad kan dat wel of niet overnemen en eventueel een amendement indienen. De raad stelt zelf het bestemmingsplan vast.
Tweede termijn
De heer KREIJKES vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen het verschil van € 160.000 tussen de planschadeberekeningen van de gemeente en van mevrouw Van Riemsdijk en of dat betekent dat er een tekort is op de exploitatie.
De heer KAHRAMAN zegt dat het beeldkwaliteitsplan wat betreft de kleuren eventueel geamendeerd kan worden en vraagt of er meer punten zijn, die wel opgenomen zijn in dit beeldkwaliteitsplan, maar die eigenlijk niet meer passen bij het ingezette beleid. Spreker zegt dat het college het voorliggende plan waarschijnlijk al een half jaar geleden heeft opgesteld. Het college zegt nu zelf het beleid eigenlijk anders te willen invullen, zodat de vraag is of het college kritisch genoeg heeft gekeken naar dit plan. Het moet duidelijk zijn wat het college aan de raad voorlegt.
De heer KREIJKES ondersteunt de woorden van de heer Kahraman.
Mevrouw KUIPER vraagt nogmaals naar de stand van zaken van afspraken die met eigenaren zijn gemaakt over de grondexploitatie.
De heer DE KOE zegt dat de wethouder laat weten dat er nog ruimte is in de situatieschetsen om marktgericht te kunnen bouwen en eventueel zaken aan te passen om de woningen in de huidige markt goed verkoopbaar te krijgen. Hoeveel ruimte is er feitelijk nog en hoe verhoudt zich dat met het eventueel vooraf regelen van zaken, zoals planschade?
De heer MEIJERINK refereert aan de woorden van de heer Van Zundert over een eventueel derde taxatie in verband met planschade en vraagt of het college daartoe bereid is. Er zit namelijk een groot verschil tussen de huidige twee taxaties.
De heer KEVELAM stelt voor de bijeenkomst die volgende week wordt gehouden en waarin diverse zaken wordt toegelicht, breder te trekken, zodat het college ook een toelichting kan geven op de risico’s van planschade. De commissie moet de raad adviseren wel of niet in te stemmen met voorliggend voorstel. Over het exploitatieplan en het beeldkwaliteitsplan kan de commissie op dit moment geen advies geven.
De VOORZITTER zegt dat de commissie op dit moment niet wordt gevraagd om een advies voor de raadsbehandeling, gezien de informatie die het college nog zal geven.
De heer KEVELAM zegt dat hij uit het beeldkwaliteitsplan begrijpt, dat de kleuren van dakpannen en stenen aan de eigenaar of aan de bouwer zijn. Over de aanleg van openbaar groen zoals hagen zou het college of de raad wel een uitspraak kunnen doen. Wat betreft de kleuren wil de fractie van de VVD waarschijnlijk een amendement indienen.
Wethouder STEGEMAN zegt dat er drie delen zijn waarbinnen het beeldkwaliteitsplan zich afspeelt. Over genoemd derde deel, de woningen, de kleur van de woningen en hoe dat technisch uitgevoerd moet worden, beraadt het college zich nog. Het college heeft de voorkeur dat niet op te nemen.
De planschade is ambtelijk met ondersteuning van een onafhankelijk adviseur tot stand gekomen. Spreker twijfelt niet aan de oprechtheid en de redelijkheid van de cijfers. Het kan gebeuren dat op enig moment een belanghebbende zich meldt met andere cijfers. Dat geeft spreker op dit moment echter geen aanleiding een derde adviseur in te schakelen.
Zoals de heer De Koe zei, gaat het om een heel flexibel bestemmingsplan en de argumenten om tot een bepaald bedrag voor planschade te komen, kunnen wijzigen. Dat wordt pas bekend op dat moment. Als dat echter een absolute voorwaarde wordt van de raad, dan moet met het hele plan gestopt worden. Ook voor het college is de waardedaling van vastgoed, waaronder bouwgrond, een punt van zorg.
Het klopt dat de gemeente met het plan een risico neemt. Als de markt verder in elkaar zakt ontstaat er een negatief risico. Op een bepaald moment moeten er cijfers in het plan opgenomen worden. Het college is daarbij uitgegaan van bestaande, redelijke cijfers.
De heer KAMPHUIS constateert bij interruptie dat de wethouder zegt dat er risico’s zitten in het plan. Mocht er een tekort zijn op de exploitatie, dan is de economische haalbaarheid van het plan niet gegarandeerd en zou de gemeente bij de Raad van State onderuit kunnen gaan.
Wethouder STEGEMAN zegt dat dat niet juist is. Er zijn formats, waaraan de gemeente moet voldoen. Op dit moment voldoet de gemeente aan alle formats en kan op dit moment geen andere cijfers presenteren. Als de wereld echter verandert, dan zal dit mee veranderen.
De heer KAMPHUIS vraagt bij interruptie of het gaat om het principe, dat het exploitatieplan sluitend moet zijn in verband met de economische haalbaarheid van het plan. Wat gebeurt er als er op enig moment een tekort is op de exploitatie? Kan er een inschatting gemaakt worden van de risico’s?
Wethouder STEGEMAN zegt dat het voorstel uitgaat van voorliggende cijfers. Die cijfers zullen, volgens het college en volgens de adviseurs van de gemeente door de Raad van State worden geaccepteerd. Het bestemmingsplan dat nu wordt vastgesteld, is wat betreft de onderliggende cijfers sluitend. Er kunnen in de loop der jaren ontwikkelingen komen waardoor er een tekort ontstaat. Dat kan op dit moment echter geen reden zijn voor de Raad van State om het plan af te wijzen.
Wat betreft planschade, ook in het bijzondere geval van een heel duur object, gaat het college af op het oordeel van een deskundige, ook als dat naar de Raad van State zou gaan.
De heer KAMPHUIS constateert dat de wethouder zegt, ook al is er een tekort, dat er geen probleem is.
Wethouder STEGEMAN zegt dat er op dit moment geen tekort is. Als er door veranderende omstandigheden een tekort ontstaat, dan is dat een probleem voor die tijd.
De VOORZITTER zegt dat de pijnpunten voor de commissie zitten in het exploitatieplan en in het beeldkwaliteitsplan. In de bijeenkomst van volgende week worden diverse zaken nog toegelicht.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan Het Opbroek als bespreekstuk te behandelen in de raad.
8. Krediet aankoop twee percelen grond in toekomstig plangebied Opbroek (Ab Stegeman)
De heer KAHRAMAN zegt dat de fractie van het CDA dit onderwerp volgende week nader wil bespreken met het ambtelijk apparaat om te zien welke mogelijkheden er zijn en welke risico’s de gemeente loopt.
De heer DE KOE vraagt of de grond nodig is om tot uitvoering over te gaan van Het Opbroek. Uit de stukken maakt spreker op dat het college de grond uiteindelijk budgettair neutraal kan exploiteren. Op basis van de tekening lijkt dit nogal een ‘strakke actie’ te zijn van het college. Heeft het college nog meer plannen met restgronden die daar in de omgeving liggen?
Wethouder STEGEMAN kan hierover niet meer zeggen, dan dat het een strategische aankoop is. In een goede strategie is het noodzakelijk dit soort dingen mee te nemen in een plan.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het kredietvoorstel aankoop twee percelen grond in toekomstig plangebied Opbroek als begrotingswijziging te behandelen in de raad.
13. Principeverzoek tijdelijk gebruik samenkomstgebouw Molendijk Noord 53 in Rijssen (opiniërend; Ab Stegeman)
De heer VAN BRUSSEL spreekt in namens zeven gezinnen aan de Molendijk-Noord. Wat betreft het parkeren staat in het principeverzoek dat Ichtus met de buren gesproken heeft en dat deze positief gereageerd hebben en zelfs hun eigen parkeervoorzieningen ter beschikking willen stellen op zondag. Feitelijk klopt dit niet. Het gaat hier om twee bedrijven naast het betreffende pand en zij zijn niet van zins hun parkeermogelijkheden ter beschikking te stellen of kunnen dat niet. Volgens spreker gaat het om ongeveer 150 auto’s die geparkeerd worden op zondagmorgen. In de buurt is hiervoor geen parkeermogelijkheid. Ook parkeren aan de verlengde Galvanistraat gaat niet. Daar zit een turnhal van regionale betekenis met activiteiten op zondagochtend vanaf half 10. Daar zit met elkaar in de weg.
Wat betreft de activiteiten die Ichtus van zins is te doen op de locatie, staat in het principeverzoek: “kerkdienst op de zondagmorgen, op werkdagen gebruik door de voorganger voor vergaderingen, kring- en doelgroepbijeenkomsten”. In een krantenartikel, waarin een interview is opgenomen met de heer Meijer, de ondertekenaar van het principeverzoek, komen echter ook andere activiteiten naar voren. Samen met een van de medeomwonenden heeft spreker deze week een gesprek gehad met wethouder Stegeman en de heer Danker van de gemeente. Ook zij waren hierdoor verrast en niet blij. Spreker stelt nu voor een gesprek te organiseren met de gemeente, de Vrije Baptistengemeente Ichtus en omwonenden en daarbij open kaart te spelen. Mocht de vestiging doorgaan, dan gaan de omwonenden uit van goed nabuurschap. Zij willen echter wel graag helderheid. Spreker vraagt de commissie de meningsvorming op dit punt op te schorten en het gesprek af te wachten.
De heer TIJHOF zegt dat het in een principeverzoek gaat om aftasten van zaken die mogelijk in de weg liggen en om vooraf problemen te voorkomen. Op het moment dat Ichtus werkelijk een verzoek zou indienen, tekenen de omwonenden dan bezwaar aan?
De heer VAN BRUSSEL zegt dat het redelijk is dat eerst openheid wordt gegeven over de geplande activiteiten. Het is moeilijk nu een mening te geven over iets wat nog niet met zekerheid is te zeggen. Het is niet de bedoeling bezwaar aan te tekenen, dat is niet het uitgangspunt.
De heer KAHRAMAN vraagt of het parkeerprobleem en de activiteiten door de week de twee punten zijn waarop de buurtbewoners tot overeenstemming willen komen.
De heer VAN BRUSSEL zegt dat het parkeren een feitelijk punt is dat men kan vaststellen. Met betrekking tot de activiteiten door de week moet eerst duidelijk zijn wat er gaat gebeuren. Er is een groot verschil tussen hetgeen het principeverzoek vermeldt en wat in het krantenartikel staat.
De heer SCHREUDER concludeert dat de omwonenden graag precies willen weten wat er gaat gebeuren, maar dat zij niet per definitie tegen de vestiging van Ichtus zijn.
De heer VAN BRUSSEL zegt dat dat klopt.
De heer VAN RIJN (namens de Baptistengemeente Ichtus) spreekt in. De Baptistengemeente zegt ook geschrokken te zijn van het krantenartikel. Het was een verrassing dat het zo in de krant stond. In het Rijssens Nieuwsblad was het overigens goed verwoord.
Ichtus maakt op dit moment gebruik van het Kulturhus in Notter, waar elke zondag ongeveer 250 volwassenen en 150 kinderen aanwezig zijn. Op die locatie kan Ichtus niet langer een gastvrije gemeente zijn vanwege ruimtegebrek. Aan de gemeente Rijssen-Holten is gevraagd mee te denken over een tijdelijke oplossing. Op den duur zal gezocht worden naar permanente huisvesting.
Met de huidige bezoekersaantallen zal het aantal auto’s uitkomen op 70/80. Er zijn afspraken gemaakt met de heer Schippers om zijn terrein te kunnen gebruiken en ook bij Imabo kunnen 20 auto’s geparkeerd worden. Met de verhuurder van het pand, Akor, is afgesproken dat op zondag gebruik gemaakt kan worden van de parkeergelegenheid, waar 70 tot 90 auto’s geparkeerd kunnen worden in de toekomst. Ichtus wil graag in gesprek gaan om goede afspraken maken. Spreker merkt op dat op de huidige locatie er elke zondagmorgen parkeerwachters zijn die het parkeren begeleiden op de omliggende wegen. Met wethouder Ligtenberg is afgesproken dat de zijtak van de Molendijk uitgesloten wordt van het parkeren. Ichtus hecht veel waarde aan goede contacten met buren en hoopt dat er goede afspraken gemaakt kunnen worden.
De heer BERKHOFF vraagt hoe lang “tijdelijk” zal zijn.
De heer VAN RIJN zegt dat met de gemeente is afgesproken om vijf jaar gebruik te maken van het pand. Daarna hoopt Ichtus door te groeien naar een permanente huisvesting op een andere locatie.
De heer HOFHUIS zegt dat de vorige inspreker erop wijst dat het gebruik door de week anders is dan werd voorgesteld. Spreker vraagt om een verduidelijking.
De heer VAN RIJN zegt dat het krantenartikel niet juist is. De doordeweekse activiteiten hebben betrekking op kantoorruimte voor de voorganger, waar hij bezoeken kan plannen. ’s Avonds kunnen er vergaderingen zijn. Op de zaterdagavond zal er mogelijk een clubactiviteit zijn voor 15 tot 20 jongeren.
De heer SCHREUDER vraagt of de tijdelijkheid van de huisvesting vastgelegd kan worden.
De heer VAN RIJN zegt dat hij er geen moeite mee heeft dat vast te leggen.
Eerste termijn
De heer KAHRAMAN zegt dat het prettig is te horen dat beide partijen van goede wil zijn om eruit te komen. De fractie van het CDA ziet dit principeverzoek als een goede ontwikkeling. Een goede verstandhouding met de buren is daarbij heel belangrijk. Wellicht kan de gemeente een rol spelen om te kijken of datgene wat de insprekers naar voren hebben gebracht, vastgelegd kan worden. Daarna kan er een voorstel voorgelegd worden, dat door beide partijen wordt gedragen.
De heer TIJHOF zegt dat het een positieve ontwikkeling is dat deze gemeente een plek wil zoeken in Rijssen en dat zij toekomstgericht is. Het is goed dat gekeken wordt hoe dat in overleg met de buurt op een zo goed mogelijke manier gedaan kan worden. Spreker gaat ervan uit dat deze toekomstige buren samen tot een goed voorstel komen om het samen met de gemeente uit te werken.
De heer MEIJERINK zegt dat de fractie van de PvdA zich aansluit bij de wijze woorden van de heren Kahraman en Tijhof. Spreker vraagt of het mogelijk is de vijfjaarstermijn op te nemen in de regeling.
De heer SCHREUDER sluit zich aan bij alle wijze woorden die zijn uitgesproken. De fractie van de SGP vindt dit een goede ontwikkeling en staat er van harte achter. Er gebeurt hier echter wel iets wat afwijkt van de reguliere activiteiten. Denkt het college dat hierdoor een precedentwerking ontstaat?
De tijdelijkheid kan bestemmingsplantechnisch niet vastgelegd worden. Mogelijk kan dit privaatrechtelijk. Wat is de mening van het college daarover?
De heer KEVELAM zegt dat de fractie van de VVD geen probleem heeft met het verzoek. Het enige punt betreft het parkeren. De eerste inspreker noemde een aantal van 150 auto’s en de tweede inspreker noemde een aantal van 70/80 auto’s op de dagen dat er een kerkdienst is. Er moeten volgens spreker afspraken komen dat voldaan wordt aan de CROW-richtlijnen. Er moeten redelijke mogelijkheden zijn om een groter aantal auto’s in de omgeving te laten parkeren. Dat moet geregeld zijn voordat de fractie van de VVD een definitief positief advies geeft.
Wethouder STEGEMAN zegt dat er een aanvraag is gekomen met daarin een aantal gegevens. Op basis daarvan wil het college de aanvraag met een positief advies voorleggen aan de raad. Daarna is er een krantenartikel verschenen en zijn er enkele onverkwikkelijkheden ontstaan. Het belangrijkste volgens spreker is nu dat er duidelijkheid komt over wat de wensen zijn en wat op die plek haalbaar is. De buurt is wel geconsulteerd, maar dat blijkt zeer beperkt te zijn. Spreker stelt voor een termijn van vijf jaar af te spreken. Als Ichtus sneller groeit, dan wil zij ook zelf sneller naar een nieuwe locatie.
In eerste instantie lijkt het goed separate gesprekken te voeren en vervolgens gezamenlijke gesprekken. Spreker roept de heer Van Rijn op duidelijkheid te geven over wat Ichtus wil, om niet te overvragen en binnen de aanvraag te blijven.
Wat betreft een precedentwerking zegt spreker dat in het algemeen kerkgenootschappen krimpen in het aantal leden. Dit is een unieke situatie.
De heer SCHREUDER verduidelijkt bij interruptie dat zich qua precedentwerking bijvoorbeeld ook een sportschool zou kunnen melden.
Wethouder STEGEMAN zegt dat dit niet een opvulling is van een leeg gebouw. Er ligt hier een concrete vraag waar het college óók omdat het gebouw leeg staat, maar niet omgekeerd, positief op reageert. Het college is er niet op uit is om leegstaande gebouwen te vullen met wat je maar binnenboord kunt halen, zo heeft het college onlangs een sportschool op het bedrijventerrein in categorie 4 geweigerd en ook moeten weigeren. Wat betreft de voorschriften valt een kerk wettelijk in een andere categorie dan een sportschool.
Tweede termijn
De heer A. NIJKAMP zegt dat de fractie van GEMEENTEBELANG van mening is dat er eerst meer duidelijkheid gegeven moet worden, maar zij dat daarna kan instemmen met het verzoek.
De heer DE KOE zegt dat met betrokken partijen overlegd moet worden om de bezwaren van de buurt weg te nemen. Dan is er geen enkel bezwaar met dit verzoek voort te gaan.
De VOORZITTER concludeert dat de commissie positief oordeelt over het verzoek als alle genoemde hobbels genomen zijn. Het voorstel komt te zijner tijd terug naar de raad.
9. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wonen Holten, Motieweg 25 (Ab Stegeman)
Mevrouw WIBBELINK zegt dat de fractie van de VVD kan instemmen met het voorstel.
De heer HOFHUIS vraagt waarom deze woning nooit eerder positief is bestemd.
Wethouder STEGEMAN zegt dat hij het antwoord niet weet. Het is echter vanzelfsprekend dat het nu eindelijk wel gebeurt.
De heer KREIJKES wijst op punt 1 van het raadsbesluit, waar wordt gesproken over een ontwerpbestemmingsplan Wonen Holten. Het gaat hier over een bestemmingsplan.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wonen Holten, Motieweg 25, als hamerstuk te behandelen in de raad.
10. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wonen Holten, sportcomplex Vletgoor (Ab Stegeman)
De heer HOFHUIS zegt dat volgens het voorstel er een groenstrook langs de Aaltinksweg is aangelegd. Deze is niet opgenomen in de plankaart. Tevens vraagt spreker zich af of het onderkomen van De Eendracht is meegenomen in dit bestemmingsplan.
Wethouder STEGEMAN zegt dat de groenstrook al is aangelegd, maar planologisch nog niet was vastgelegd. Dat wordt nu meegenomen. In het Vletgoor zelf wordt de mogelijkheid voor gebouwen geclusterd. In een van de clusters past de herhuisvesting van de schietvereniging.
De heer HOFHUIS zegt dat de houtwal waarover de wethouder spreekt, niet op de kaart is ingetekend.
De heer WESSELS zegt dat de houtwal past in deze bestemming. Deze staat in de regels van de bestemming.
De heer HOFHUIS zegt dat het gaat om de houtwal aan de Aaltinksweg, achter de vijver.
Wethouder STEGEMAN zegt dat het past in de bestemming. Het zal in elk geval met elkaar in overeenstemming moeten zijn.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wonen Holten, sportcomplex Vletgoor, als hamerstuk te behandelen in de raad.
11. Kredietvoorstel ontwikkelingsgericht bestemmingsplan buitengebied (Ab Stegeman)
De heer KAMPHUIS zegt dat niet duidelijk is waarom het voorstel op deze manier wordt voorgelegd.
De GRIFFIER licht toe dat bij kredietvoorstellen, die niet via een apart raadsvoorstel lopen, een bestuursvoorstel wordt voorgelegd aan de commissie. Bij beslispunt 2 wordt gevraagd € 90.000 te voteren. In de komende raadsvergadering komt het punt terug in een begrotingswijziging. Over punt 1 heeft het college een besluit genomen, over het krediet beslist de raad.
De heer KAMPHUIS zegt dat het geld in feite al is uitgegeven.
Wethouder STEGEMAN zegt dat het geld niet is uitgegeven. De opdracht is wel verstrekt.
De heer KAMPHUIS zegt dat de fractie van de SGP over het ontwikkelingsgericht bestemmingsplan zegt ‘voet op het gas’ en hiermee doorgaan.
De heer A. NIJKAMP vraagt of dit met eigen medewerkers gerealiseerd kan worden en hoeveel capaciteit er in het project wordt gestoken naast de inhuur voor een bedrag van € 90.000.
Wethouder STEGEMAN zegt dat er behoorlijk veel eigen menskracht in gestoken wordt. Voor bepaalde specifieke zaken is inkoop van extra kennis van buitenaf nodig. Hoe een en ander precies in de planning zit, wil spreker wel inzichtelijk maken, maar binnenkort is er een overleg met raads- en commissieleden. Daarin kan het meegenomen worden.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het kredietvoorstel ontwikkelingsgericht bestemmingsplan buitengebied als begrotingswijziging te behandelen in de raad.
12. Raadsvoorstel parapluregeling evenemententerreinen (Ab Stegeman)
De heer CORNELISSEN zegt dat er één zienswijze is ingediend door de Gasunie. Daarop heeft er een aanpassing plaatsgevonden op het plan, zodat overnachten niet meer mogelijk is. Spreker heeft ambtelijk contact gehad over voetbalvereniging Blauw Wit, die binnen dit plan valt en een keer per jaar een tentenkamp organiseert. Dit blijkt kleinschalig te zijn qua aantallen personen en qua tijdsduur en valt niet onder dit parapluplan. Spreker vraagt of de portefeuillehouder zich in die beantwoording kan vinden.
De heer KAMPHUIS zegt dat de regeling bedoeld is de procedurele en administratieve lasten te verminderen en om alles in een keer goed te regelen voor de evenemententerreinen. Daarin kan de fractie van de SGP zich goed vinden.
Bij het voorontwerp heeft de fractie van de SGP opgemerkt dat het vreemd is dat er nu ruimtelijk ruimte wordt geboden voor evenementen, terwijl er nog beleid geformuleerd moet worden door de gemeente. Volgens het stuk zal dat beleid gaan over openbare orde en veiligheid. In discussies hierover in de commissie ABZM is gezegd dat er een evenementenbeleid komt, waarin vastgelegd wordt waar en hoeveel evenementen er kunnen zijn. Daarover is nu niets terug te vinden. Het lijkt erop dat er omgekeerd wordt gewerkt.
Wethouder STEGEMAN zegt dat de kleinschaligheid, waarover de heer Cornelissen sprak, inderdaad niet onder deze regeling valt.
Wat voorligt, is dat er mogelijkheden zijn op plekken waar nu wel eens evenementen worden gehouden. De voorwaarden waaronder evenementen gehouden kunnen worden, blijven van kracht. Als een terrein tot evenemententerrein wordt verklaard, betekent het niet dat er elke week een feest gehouden kan worden. De regeling is geen vrijbrief om alles ongebreideld mogelijk te maken.
De heer KAMPHUIS zegt dat het gaat om het creëren van ruimte, terwijl nog niet is afgesproken hoeveel ruimte de gemeente wil geven. Eerst moet er beleid komen en vervolgens wordt getoetst of iets wel of niet mag. Hier gebeurt het volgens de fractie van de SGP andersom.
Wethouder STEGEMAN geeft het voorbeeld van de rood-voor-rood regeling. Dat wil niet zeggen dat rood-voor-rood overal kan worden toegepast.
De heer KAMPHUIS zegt dat het onderwerp teruggenomen wordt naar de fractie. Bij andere thema’s wil de fractie van de SGP heel graag dat er eerst een bestemmingsplan wordt vastgesteld en dat daarna beleid wordt geformuleerd.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel parapluregeling evenemententerreinen als bespreekstuk te behandelen in de raad.
14. Principeverzoek herontwikkeling locatie Borkeldsweg 22 in Rijssen (opiniërend; Ab Stegeman)
De VOORZITTER wijst de commissie op de brief die door de heer Oolbekkink aan de commissie is gestuurd.
De heer OOLBEKKINK (Geskesdijk) spreekt in namens enkele buurtbewoners. In 2010 is er in principe medewerking verleend aan de herontwikkeling van Borkeldsweg 22. Die termijn is inmiddels verstreken. De argumenten voor niet meer woningen bouwen in het buitengebied zijn:
- er zijn niet genoeg vierkante meters voor drie woningen, wel voor twee woningen;
- woningen in agrarisch gebied leveren belemmeringen op voor uitbreiding van omliggende agrarische bedrijven en belemmeringen bij het uitoefenen van
agrarische werkzaamheden;
- verstening van het platteland;
- het is in strijd met het Landschapsontwikkelingsplan, visiegebied 9, waarin staat dat verstening van het platteland niet verder is toegestaan.
De oplossing zou zijn de gebouwen te slopen en de woningen aan de rand van Holten of van Rijssen te plaatsen.
De bewoners vinden het niet erg duurzaam dat de huidige gebouwen worden gesloopt.
De heer KAMPHUIS vraagt hoe men aankijkt tegen twee compensatiewoningen op de locatie.
De heer OOLBEKKINK zegt dat zij niet voor meer woningen in het gebied zijn. Als dat echter past binnen het beleid, kunnen zij daar niet veel tegen doen. Wat betreft lintbebouwing, merkt spreker op dat er al twee woningen staan. Als er nog twee woningen bij komen, naast de bedrijfswoning, dan ontstaat er al lintbebouwing. In het stuk wordt uitgegaan van knooperfbebouwing.
Eerste termijn
De heer KEVELAM zegt dat de fractie van de VVD geen voorstander was en is om bouweenheden, dan wel nieuwe gehuchtjes, te creëren in het buitengebied. Een voorbeeld is de Marke op de Ligtenberg, dat de fractie van de VVD niet vindt passen in het landschap.
Volgens het ambtelijk advies dat bij de stukken ligt, zijn twee woningen beter inpasbaar dan drie woningen. Spreker verzoekt het college terug te gaan naar twee compensatiewoningen. Hij wil zich ervoor inspannen de kavels toe te wijzen aan de rand van Holten of Rijssen en niet op deze locatie.
De heer KAMPHUIS zegt dat door DLG niet binnen de afgesproken termijn een plan is ingediend. Nu wordt gevraagd om verlenging. Het college geeft zelf aan dat twee woningen beter is dan drie op dit moment. Zijn fractie vraagt zich wat de reden is opnieuw een verlenging te geven van een jaar, terwijl er al drie jaar niets is gebeurd. De SGP neigt ernaar zich aan te sluiten bij het standpunt van de VVD.
De heer H.J. NIJKAMP vraagt of de gemeente juridisch gehouden is aan deze termijn of dat het gaat om een morele verplichting. Spreker zegt veel twijfel te proeven bij de inhoud van het stuk. Er wordt gesproken over het huidige economische klimaat en dat het maar de vraag is of het in de markt zetten van drie woningen haalbaar is. Er staat dat het realiseren van vier woningen in een knooperf niet eenvoudig is. Tevens staat er dat de ruimtelijke kwaliteit meer gebaat is bij toevoeging van maximaal twee compensatiekavels. Het voorstel tendeert eerder in afschaling van het aantal woningen. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan?
De heer HOFHUIS zegt dat het college akkoord is gegaan met drie extra compensatiewoningen. Nu wordt daaraan de voorwaarde verbonden dat wanneer er binnen een jaar niet wordt gebouwd, het college het recht heeft dit tot twee woningen terug te brengen. Dit is een zeer opmerkelijke voorwaarde. Spreker hoort graag de argumentatie van het college.
De argumenten van de actieve landbouwers in de omgeving zijn steekhoudend. Veel burgerwoningen in zo’n situatie werken remmend op de ontwikkeling van landbouwbedrijven. Kan het knooperf worden verkleind door enkele bouwkavels aansluitend aan nieuwbouwwijken te realiseren?
Wethouder STEGEMAN zegt dat het verzoek in 2010 is gedaan in combinatie met de ruilverkaveling, waarbij DLG iets meer dan 55 hectare grond heeft aangekocht, dat was verbonden met het betreffende bedrijf. Daarbij is de vraag gesteld, mocht de locatie niet in ‘boerenhand’ gehouden kunnen worden, of men in aanmerking zou kunnen komen voor rood-voor-rood. Het college heeft gezegd in principe te willen kijken naar twee à drie woningen. Daarbij is aangegeven dat het realiseren van meer woningen op die plek niet eenvoudig zal zijn. Dit is aldus, na ruggespraak met de commissie, verwoord waarbij is aangegeven dat de aanvraag binnen een jaar ingediend moest zijn. Wil men bestuurlijk betrouwbaar zijn, dan moet in dit soort zaken gekeken worden of de omstandig-heden, voor de gemeente of voor de omgeving, zijn gewijzigd. De conclusie is dat zich geen wijzigingen hebben voorgedaan.
Het college heeft vanaf het begin aangegeven, dat als voldaan kon worden aan een ruimtelijke verbetering, er 60 hectare natuur ingericht wordt. Bestuurlijk gezien was dat een stuk uitvoering van de compensatie. Het college heeft geen argumenten gevonden daarvan af te wijken.
Het verzoek ligt nu opnieuw voor. Bestuurlijk is er niets veranderd. Het college vindt het niet behoorlijk nu te zeggen dat er maar twee woningen kunnen komen. De voorwaarde blijft dat er geen lintbebouwing ontstaat. Wat betreft de opmerking over verstening, zegt spreker dat rood-voor-rood in vierkante meters gemiddeld een teruggang geeft tot 12% van de vorige bebouwing. Gevoelsmatig begrijpt spreker de argumenten van de inspreker wel. Bestuurlijk is het echter niet juist.
Formeel hoeft er geen verlenging plaats te vinden, maar bestuurlijk is het juist, als er geen andere argumenten zijn, daarin mee te gaan. Na een jaar is de gemeente juridisch gezien hierin vrij.
De heer HOFHUIS wijst op het collegebesluit van 18 december 2012: “Als aanvullende voorwaarde opnemen dat indien binnen 1 jaar geen concreet plan is ingediend het college zich het recht voorbehoudt om het aantal toe te voegen woningen terug te brengen naar maximaal 2.”
Wethouder STEGEMAN zegt dat men een jaar verlenging heeft gekregen. In dat jaar is er niets gebeurd. In het komende jaar moet er echt een plan worden ingediend.
De heer DE KOE zegt dat dat niet in het voorstel staat. Het college kan na een jaar met dezelfde argumenten komen die de wethouder net heeft genoemd en zeggen dat er opnieuw een verlening van een jaar komt. Als dat gebeurt, zal de wethouder met andere argumenten moeten komen.
De heer KAMPHUIS zegt dat de wethouder sprak over bestuurlijke onbetrouwbaarheid. Betekent dit ook dat de raad bestuurlijk onbetrouwbaar zou zijn als van drie naar twee woningen wordt gegaan?
Wethouder STEGEMAN zegt dat het college een standpunt heeft ingenomen van maximaal drie woningen. DLG heeft een jaar tijd gekregen om met een plan te komen. Dat is niet gebeurd. DLG is teruggekomen met de vraag of het college zijn toezegging, onder dezelfde voorwaarden, gestand blijft doen. Het college heeft gezegd het bestuurlijk juist te vinden, voorzover er geen veranderingen zijn, daaraan tegemoet te komen. Als opnieuw de termijn van een jaar niet wordt gehaald, dan volgt de discussie over de derde woning.
De heer KAMPHUIS zegt dat hij geen verschil ziet. Het college neemt een besluit met een ‘plus’, waarin wordt gezegd dat DLG nog een jaar de tijd krijgt.
De heer TIJHOF vraagt waarom het college niet nu de keuze maakt om terug te gaan naar twee woningen.
Wethouder STEGEMAN zegt dat de verlenging plaatsvindt als DLG voldoet aan de gestelde voorwaarden. Dan mogen er wat het college betreft drie woningen komen. Daar heeft DLG een jaar de tijd voor. Hoe het besluit van het college dan zal zijn, kan spreker niet zeggen. Niemand weet hoe de omstandigheden over een jaar zijn.
Tweede termijn
De heer DE KOE zegt dat in het besluit van het college staat: “het college zich het recht voorbehoudt om … “. In feite verandert dat niks aan de situatie en het besluit van nu. Het college kan volgend jaar exact hetzelfde besluiten als nu en als drie jaar geleden. Het college zou nu echter glashard moeten zeggen: u krijgt nog een jaar de tijd, anders gaan wij terug naar twee woningen.
De heer KAMPHUIS zegt dat er door de raad beleid is afgesproken, waarbij er twee woningen kunnen worden toegevoegd. Wat betreft een betrouwbare overheid voor de burgers, is de vraag waarom dan toch iemand opnieuw deze gelegenheid krijgt. Die gelegenheid is al gedurende drie jaar gegeven. Er moet nu volgens het vastgestelde raadsbeleid gewerkt worden. Dat betekent: twee woningen.
De heer KEVELAM zegt dat voorbijgegaan wordt aan het feit dat destijds, om wat voor reden dan ook, de mogelijkheid voor drie woningen is geschapen, terwijl er volgens de rood-voor-rood regeling maar twee woningen toegewezen konden worden. De VVD was en is daarvan geen voorstander. Spreker sluit zich aan bij het argument van de heer Kamphuis dat er drie jaar geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid. Als de wethouder aan DLG meedeelt dat er slechts twee compensatiewoningen worden toegekend, dan stemt de fractie van de VVD daarmee in. Verder wil zij niet gaan.
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat er destijds een uitzondering is gemaakt onder de voorwaarde van één jaar. Die periode is ruimschoots verstreken, zodat de gemeente juridisch vrij is. De fractie van het CDA ziet geen enkele verplichting in juridisch opzicht dat de gemeente zich houdt aan de drie woningen. Als het beleid erop is gericht dat een compensatie van twee woningen is toegestaan, dan conformeert de fractie van het CDA zich daaraan. Zij zou echter graag op deze locatie een agrarische bestemming willen houden. De locatie is heel moeilijk inpasbaar. De opinie van de fractie van het CDA is dat binnen het beleid gewerkt moet worden. Als dat betekent maximaal twee compensatiewoningen, dan houdt de fractie van het CDA zich daaraan.
De heer MEIJERINK zegt dat destijds in meerderheid is besloten tot drie compensatiewoningen. Men kreeg een jaar de tijd om dat te ontwikkelen. De gemeente heeft echter nooit gezegd, als men dat niet deed, dat men minder compensatiewoningen zou krijgen. Volgens spreker heeft de wethouder een punt dat dat nu niet zomaar erbij ingefietst kan worden. Als er verlenging komt, kan wel gezegd worden dat men nog een keer de kans krijgt conform de voorwaarden van 2010 om drie compensatiewoningen te realiseren. Is dat na een jaar niet gebeurd, dan gaat de gemeente terug naar twee woningen. Dat is bestuurlijk gezien de meest formele vorm. Dat mag wat spreker betreft nu strakker aangezet worden dan in het collegebesluit van 12 december 2012 staat.
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat hij het niet eens is met de heer Meijerink. Destijds is nadrukkelijk de voorwaarde van een jaar gesteld. De vraag is waarom nu die voorwaarde teniet gedaan moet worden.
De heer MEIJERINK zegt dat er destijds niet is gedreigd terug te gaan naar twee compensatiewoningen. Dat is nu het nieuwe element. Dat moet meegenomen worden.
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat hij daar totaal anders tegenaan kijkt.
De heer KAMPHUIS zegt dat de fractie van de SGP er eveneens anders tegenaan kijkt. Als er een jaar, twee jaar of drie jaar niets gebeurt, dan valt de gemeente terug op haar beleid.
De heer MEIJERINK zegt dat het destijds niet zo is uitgewisseld en niet zo is vastgelegd.
De heer H.J. NIJKAMP zegt ook DLG had kunnen vragen de termijn te verlengen, omdat men bezig was met een andere situatie. Dat heeft DLG niet gevraagd.
De heer MEIJERINK zegt dat daarover destijds niets is vastgelegd.
De heer H.J. NIJKAMP is van mening dat de positie van de gemeente een heel andere is dan van de aanvrager.
De heer TIJHOF zegt dat hij zich goed kan voorstellen dat het college op deze manier handelt. De raad heeft ook niet met elkaar gesproken over de vraag of het anders zou moeten. De raad heeft echter wel beleid vastgesteld over een maximum van twee woningen. Het lijkt erop dat de mening van de raad neigt naar maximaal twee woningen. Het college moet deze opinie wegen en meenemen in de afweging en de gesprekken die nu gevoerd worden. De fractie van de ChristenUnie neigt ook naar de mening dat er beleid is vastgesteld, waarin ruimte wordt gegeven voor twee woningen.
De heer HOFHUIS zegt dat de fractie van GEMEENTEBELANG liever helemaal geen woningen op die plek had gezien, omdat dat een te grote concentratie burgerwoningen betekent in een landbouwgebied. Spreker moet de inspreker daarin gelijk geven. Zijn fractie weet ook dat de gemeente hier juridisch niet onderuit kan komen. Twee woningen is absoluut het maximum, mede omdat de argumentatie om het op deze manier in het collegebesluit op te nemen, nog niet is gegeven. De fractie van GEMEENTEBELANG is absoluut tegen drie woningen.
De heer DE KOE zegt dat de fractie van Lokaal Liberaal op die locatie liever ook geen woningen ziet, maar als geldt “afspraak is afspraak”, dan ziet zij daar liever twee dan drie woningen. Er is een fatsoenlijke afspraak gemaakt, maar er komt een keer een einde aan de termijn.
Wethouder STEGEMAN zegt dat de mening van de commissie hem duidelijk is.
15. Parkeeronderzoek Rijssen (opiniërend; Ben Wolterink)
De heer CORNELISSEN zegt dat in het onderzoek parkeergarage De Hagen wordt aangehaald. Daarbij wordt gesproken over een parkeerdruk van maximaal 90% met de verhouding van drievierde werkers en eenvierde bezoekers. Het parkeeronderzoek is op 19 april 2012 uitgevoerd. Daarna heeft de gemeente twaalf lease-auto’s aangeschaft, die ook in de parkeergarage staan. Heeft dat gevolgen voor de parkeerdruk en wordt daarop gemonitord?
De heer SCHREUDER zegt dat de fractie van de SGP zich kan vinden in de aanbevelingen en benadrukt dat de parkeersituatie in het centrum van Rijssen een unique selling point is voor de gemeente. Spreker benadrukt daarbij het belang van een goede bewegwijzering. Het is SGP niet bekend dat het Europaplein een parkeerterrein is. Toch wordt er regelmatig geparkeerd. In het stuk staat dat handhaving belangrijk is, dat wil de SGP wat het Europaplein betreft graag meegeven.
Bij de eerste aanbeveling staat een reconstructie van de centrumring genoemd en het mogelijk afwaarderen van de functie van die centrumring naar een verblijfsfunctie. Kan de wethouder dat toelichten?
De heer SMELT zegt dat in het parkeeronderzoek wordt gesproken over een hoge parkeerdruk bij De Giezen. Door bebouwing zijn daar veel parkeerplaatsen verdwenen. Wat wordt hier bedoeld met dubbelgebruik Watermolen-Zuid? Is het een oplossing parkeerplaats De Giezen dubbeldeks te maken?
Mevrouw KUIPER vraagt of het maximeren van de parkeerduur op 1,5 uur in Rijssen gevolgen heeft voor Holten.
In het verleden heeft de wethouder zijn voorkeur uitgesproken voor een uniform parkeerbeleid. Spreekster vraagt of het vaststellen van de parkeerduur in Rijssen gevolgen heeft voor Holten en voor de huidige gebieden buiten de centrumring met een twee-uurszone. Verder vraagt zij of in de voorbereiding van of tijdens het onderzoek de mogelijke effecten van kortparkeren in garage De Hagen aan de orde geweest zijn om bij het onderzoek te betrekken.
De heer DE LA HAYE zegt dat de fractie van de PvdA aandacht vraagt voor hetgeen staat bij de conclusies, namelijk dat er een onevenwichtige verdeling is van de parkeerdruk, mede vormgegeven door de betere infrastructuur en het toeleiden aan de oostelijke en aan de westelijke kant. Tegelijkertijd moet erkend worden, dat als aan de ring gesleuteld wordt, daar vanzelf die aandacht gaat ontstaan. Hopelijk gebeurt dat ook in de commissie.
Bij conclusie 4 staat dat de capaciteit van fietsparkeervoorzieningen ruim voldoende is. Niettemin vindt spreker dat het wat dat betreft geregeld een janboel is, zeker in de zomer. De fractie van de PvdA heeft vorig jaar hierover een aantal suggesties gegeven, o.a. om het pand Tusveld inwendig dan wel in de kelder geschikt te maken voor fietsparkeren. Dat is toen een beetje badinerend door sommige fracties afgedaan. Een soortgelijke voorziening zou spreker zich ook kunnen voorstellen bij De Hoge Wal. Er hoort gewoon kwaliteit voor fietsers geleverd te worden.
Bij ad.1, onder de aanbevelingen, staat dat de ruimte om extra parkeerplaatsen te realiseren op het maaiveld in het centrum beperkt is. Er moeten daarom andere oplossingsmaatregelen komen, zoals meer en betere voorzieningen voor fietsen. De suggestie van de heer Smelt van de fractie van de VVD, om naar dubbellaags parkeren te gaan, moet zeker onderzocht worden. Op die manier wordt de openbare ruimte geen geweld aangedaan.
De fractie van de PvdA kan zich vinden in wat wordt geschreven over de blauwe zone. Spreker vraagt zich af of dat ook voor de parkeerkelder gewijzigd moet worden naar vier uur. De parkeertijd is daar nu onbeperkt. Met een parkeertijd van vier uur verdwijnen de werkers uit de parkeergarage. Vier uur is voldoende voor bezoekers om een vergadering overdag in dit huis bij te wonen.
In de fractie van de PvdA heeft men zich afgevraagd of er in het kader van WT4-gesprekken niet eens gekeken zou kunnen worden naar een integraal parkeerbeleid.
De heer KREIJKES zegt dat hij liever geen integraal parkeerbeleid in WT4-verband ziet. Situaties zoals die nu aan de hand zijn in Nijverdal, wil men in Rijssen-Holten niet.
Wethouder WOLTERINK wijst erop dat de commissie haar opinie kenbaar kan maken over de vraag of het parkeeronderzoek kan worden gepubliceerd en ter inzage gelegd kan worden.
De parkeerdruk in De Hagen is momenteel groot en ontstaat met name door de ontwikkelingen bij Tusveld. De lease-auto’s van de gemeente maken de parkeerdruk inderdaad nog groter. In grote lijnen is de parkeercapaciteit voor auto’s en fietsen tot 2020 voldoende, al moeten er wat knelpunten opgelost worden. Het Europaplein is geen parkeerterrein. Daarover gaat het vanavond niet.
De heer SCHREUDER zegt bij interruptie dat in het stuk wordt gesproken over handhaving en ook over parkeerterreinen in het centrum. De overheid heeft een voorbeeldfunctie. Er zijn bewoners die zich storen aan parkeren op het plein. Dat punt mag hier wel genoemd worden.
Wethouder WOLTERINK zegt dat hij de woorden van de heer Schreuder ziet als een opinie. Handhaving is een belangrijk punt, waarnaar wordt verwezen onder “kanttekeningen”.
Spreker zegt de opmerkingen van de fractie van de VVD te hebben gehoord over parkeerdruk bij De Giezen, dubbelgebruik Watermolen-Zuid en als oplossing dubbeldeks parkeren.
In het stuk staat dat wordt geopteerd voor een blauwe zone van 1,5 uur, wat in de praktijk 1,5 tot 2 uur betekent. Bij de bespreking hiervan met de Habi heeft spreker niet begrepen dat men zich niet kan vinden in de huidige oplossing. Overigens is de parkeerregulering van 1,5 uur voor de kortparkerende bezoekers volgens deskundigen optimaal. Wordt hiervan 2 uur gemaakt, wat in de praktijk 2 tot 2,5 uur wordt, dan kan dat ertoe leiden dat de doorstroming stagneert.
Het centrumgebied met het gevarieerde winkelbestand is van vitaal belang is voor Rijssen. Momenteel gebeurt er het een en ander in plan Tusveld, Watermolen-Zuid en de stationsomgeving. Dat heeft het college ertoe gebracht de parkeernota van 2000 te actualiseren met een doorkijk naar 2020. De conclusie is dat de parkeercapaciteit voor zowel auto’s als fietsen grosso modo tot 2020 voldoende wordt geacht. Het college moet daarbij aandacht hebben voor enkele knelpunten, zoals beschreven in het bestuursvoorstel.
De afwaardering van de centrumring is een gevolg van de Ltvv, de laatste fase. De centrumring wordt een 30km/gebied en wordt opnieuw ingericht, waarbij ook wordt gekeken naar parkeerplaatsen, voorzover dat nodig is.
De heer HOFHUIS wijst erop dat de vragen die mevrouw Kuiper heeft gesteld nog niet zijn beantwoord. De wethouder heeft in het verleden zijn voorkeur heeft uitgesproken voor een uniform parkeerbeleid. Heeft dit gevolgen voor Holten in de blauwe zone? De gedachte was daarvan 2 uur te maken. Heeft het vaststellen van de parkeerduur op 1,5 uur in Rijssen gevolgen voor de huidige gebieden buiten de centrumring met een zone van 2 uur?
Wethouder WOLTERINK zegt dat hij alleen 1,5 uur blauwe zones kent voor zowel Rijssen als Holten.
Mevrouw KUIPER wijst erop dat er in elk geval twee plekken zijn met 2 uur blauwe zone: delen van de Esstraat en Enterweg.
De heer J. VAN ECK zegt dat er buiten de ring twee uur parkeren geldt op een paar kleine stukken. Dat blijft voorlopig zoals het is. Voor Holten heeft het college kort geleden besloten dat er een blauwe zone komt met een parkeerduur van 1,5 uur bij C1000, AbnAmro en achter Albert Heijn. Dat voorstel wordt nog ter inzage gelegd.
Wat betreft het door de heer Smelt genoemde dubbelgebruik, zegt spreker dat dit betekent dat er een parkeerplaats ligt die voor iedereen toegankelijk is. Bewoners en bezoekers van winkels zijn niet altijd tegelijkertijd aanwezig. Er zit een stukje dubbel gebruik in.
Tweede termijn
De heer SCHREUDER zegt dat parkeren op het Europaplein een lastig punt is voor het college. Spreker hoort graag hoe het parkeren daar aangepakt kan worden en voorkomen kan worden in de toekomst.
De heer CORNELISSEN zegt dat volgens de wethouder de parkeerdruk met name ontstaat door de plannen bij Tusveld. Spreker wijst erop dat de parkeerdruk in de piek op 90% zat. Met de twaalf auto’s van de gemeente geeft dat een topbelasting die losstaat van plan Tusveld. Dit moet goed gemonitord worden, zodat de functie van de parkeergarage blijft werken en met name bedoeld is voor de gasten die naar Rijssen komen. Het is een groot goed dat hier gratis kan worden geparkeerd.
De heer BERKHOFF vraagt wanneer de fietsvisie tegemoet gezien kan worden.
De opinie van de fractie van de ChristenUnie is dat zij het eens is met het voorliggend stuk, met name voor wat betreft de conclusies en de aanbevelingen.
De heer DE KOE sluit zich aan bij de woorden van de heer Berkhoff.
Mevrouw KUIPER zegt dat de fractie van GEMEENTEBELANG instemt met het stuk.
De heer DE LA HAYE zegt dat de PvdA het eens is met de beslispunten. De zojuist door spreker genoemde punten worden aan het college meegegeven als aandachtspunten voor verder te ontwikkelen beleid. Wat spreker daaraan nog wil toevoegen betreft de fietsparkeervoorzieningen. Deze worden volgens het college gekoppeld aan de fietsvisie. Spreker kan zich daarbij voorstellen dat er een deelplan fietsvisie is en een deelplan fietsparkeervoorzieningen. Als dat bespoedigend kan werken, wil spreker deze graag losgekoppeld zien.
De heer SMELT zegt dat hetgeen door de wethouder is gezegd over dubbelgebruik van Watermolen-Zuid in de praktijk niet klopt. Er zijn 14 appartementen bij gekomen en het is daar erg druk voor wat betreft het parkeren. Spreker vindt dat daarnaar gekeken moet worden. De VVD is het voor het overige eens met het stuk.
Wethouder LIGTENBERG zegt naar aanleiding van opmerkingen over handhaven, dat dit in redelijke zin gebeurt, zonder direct over te gaan tot een heksenjacht. De positie van het Europaplein is bekend en spreker realiseert zich dat er klachten kunnen zijn. Intern wordt gekeken om op een eenvoudige manier een passende ingreep te doen, waarbij ook gekeken wordt naar de verkeersafwikkeling rondom het gemeentehuis.
De heer WOLTERINK zegt dat de vraag over de fietsvisie in het stuk beantwoord is.
De heer KEVELAM vraagt of er een overzicht kan komen van het aantal bekeuringen en waar deze uitgeschreven worden. Spreker heeft het idee dat op de onduidelijk aangegeven parkeerplaats naast het gemeentehuis veel bekeuringen worden gegeven.
Wethouder LIGTENBERG zegt dat op die twee plekken goed is aangegeven hoe er geparkeerd moet worden. In het verleden was dat wat betreft de kleurstelling wat minder opvallend. Het is nu opnieuw wat minder duidelijk vanwege het braakliggend terrein. Er was echter altijd een gele aanduiding, waarop stond: “parkeren binnen de vakken”. Als dat niet gebeurt, wordt er opgetreden.
De heer TIJHOF zegt dat hij diezelfde houding graag ziet voor het Europaplein.
De VOORZITTER concludeert dat de commissie met enkele aandachtspunten overwegend positief heeft gereageerd op het parkeeronderzoek, de parkeernota kan ter inzage worden gelegd.
16. Raadsvoorstel wijziging grenzen bebouwde kom Wegenwet (Jan Ligtenberg)
De heer KEVELAM heeft het gevoel dat bij de uitvalswegen met name in Holten te vaak wordt gecontroleerd op snelheidsovertredingen. Het steeds verder weg leggen van de bebouwde-komgrens waarbij de toegangswegen in dezelfde uiterlijke vorm blijven bestaan, vraagt om overtredingen. Spreker vraagt die wegen fysiek aan te passen aan de snelheid die wordt verlangd. Een weg moet herkenbaar zijn als een weg waar 50km/uur gereden mag worden.
Wethouder LIGTENBERG zegt dat als de snelheid op dergelijke wegen goed kenbaar is gemaakt, men zich daaraan moet houden. Het zou vreemd zijn aanvullende aanpassingen te doen.
De heer KEVELAM zegt dat hij geïrriteerd is over de hoeveelheid controles die op dat soort uitvalswegen plaatsvinden. Het is een extra geldpotje voor de hermandad. Spreker wil het punt in de raad nog een keer aan de orde stellen.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel wijziging grenzen bebouwde kom Wegenwet als bespreekstuk te behandelen in de raad.
17. Raadsvoorstel vaststellen gemeentelijk rioleringsplan (Jan Ligtenberg)
De heer BERKHOFF wijst op punt 7 van het voorstel, waar staat dat het ontwerp GRP eerder is voorgelegd aan de commissie op 14 juni 2014. Dit moet zijn: 14 juni 2012.
Mevrouw KUIPER wijst op punt 7 van het voorstel, waar staat dat het waterschap Rijn en IJssel is gevestigd in Arnhem. Dit moet zijn: Doetinchem.
De heer SCHREUDER zegt dat de fractie van de SGP het rioleringsplan een goed stuk vindt. Zij onderstreept eveneens de woorden “professioneel en risicogestuurd beheer”, zeker als dat leidt tot kostenbesparing voor de burgers.
Wethouder LIGTENBERG zegt dat het stuk op de twee genoemde punten wordt aangepast.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen Gemeentelijk Rioleringsplan 2013 tot en met 2017 als hamerstuk te agenderen voor de raad
18. Afsluiten Akkerdijk (agendering op verzoek PvdA)
(De heer De Koe neemt niet deel aan de discussie.)
De heer DE LA HAYE zegt dat GLTO Rijssen-Holten in november diverse fracties heeft benaderd om een halt toe te roepen aan het voorgenomen besluit van het college inzake de afsluiting van de Akkerdijk voor al het verkeer. De fractie van het CDA heeft daarop een brief geschreven op 27 november 2012. De fractie van de PvdA stelde voor eerst met elkaar de informatie te delen om daarna op basis van feiten met elkaar te kunnen discussiëren. Zij heeft middels een notitie diverse vragen gesteld. Spreker verzoekt het college daarop te reageren.
De heer KREIJKES zegt dat de fractie van de SGP vindt dat het college een zeer verstandig besluit heeft genomen, waarin exact wordt verwoord wat zij in een motie wilde vragen, namelijk vooralsnog de Akkerdijk openlaten. Tezijnertijd kan bij de bespreking van de kadernota integraal de afweging worden gemaakt over de aanleg van een fietspad langs de Akkerdijk.
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat de fractie van het CDA met het collegebesluit van 29 januari 2013 op haar wenken is bediend. Een fysieke afsluiting van de Akkerdijk zou onaanvaardbare gevolgen hebben voor met name het landbouwverkeer.
De heer TIJHOF zegt dat de ChristenUnie zou kunnen instemmen met het voorstel van het college. Helaas heeft het college aanvullend gesteld dat de keuze voor een fietspad langs de Akkerdijk wordt afgewogen bij de behandeling van de kadernota. Spreker vraagt zich af waarom daarop gewacht moet worden. Het college had de vrijheid mogen nemen om direct actie te ondernemen.
De heer HOFHUIS zegt dat GEMEENTEBELANG met genoegen het bestuursvoorstel heeft gelezen en verheugd was over een andere oplossing dan een fysieke afsluiting van de Akkerdijk met grote financiële gevolgen voor de betrokken landbouwers. De berekening van de GLTO-medewerker was correct. De fractie betreurt het dat het college het voorstel niet conform heeft overgenomen, al had wethouder Wolterink een andere mening. Spreker verzoekt het college voortvarend aan de slag te gaan en niet te wachten op de behandeling van de kadernota.
De heer KEVELAM zegt dat in feite alleen de memo van de PvdA voorligt ter bespreking. Het college is nu tot de slotsom gekomen dat het landbouwverkeer niet belemmerd mag worden en dat er nagedacht wordt over een fietspad naast de Akkerdijk. Spreker wil dat graag afwegen bij de behandeling van de kadernota.
De heer KREIJKES merkt op dat de SGP heeft gezegd de situatie rondom de Akkerdijk te laten zoals deze nu is en eerst de gevolgen van de openstelling van de tunnel Veeneslagen af te wachten.
Wethouder LIGTENBERG zegt dat er door de fiets-/voetgangersbrug vanuit de wijk Veeneslagen naar de Akkerdijk meer fietsers en voetgangers zullen zijn op de Akkerdijk. De Akkerdijk als zodanig kan die verkeersdruk aan. De verkeersoverleggroep, die hierover in het verleden is gesondeerd, twijfelde over het nemen van maatregelen op de Akkerdijk. Vervolgens is er vanuit het college een voorstel ontstaan tot fysieke afsluiting van de Akkerdijk. Daarop is een behoorlijk aantal bezwaren gekomen en vervolgens heeft het college een besluit genomen, waarvan de commissie kennis heeft genomen.
Een weg in zijn geheel afsluiten maar wel toegankelijk houden voor bewoners en landbouw zou uniek zijn voor de gemeente en betekent dat er 24 uur per dag qua handhaving naar gekeken moet worden. Het college heeft alles nog een keer overwogen en is van mening dat de aanleg van een fiets-/voetgangerspad langs de Akkerdijk een aanwinst zou zijn, ook gezien vanuit toeristisch oogpunt. Staatsbosbeheer heeft daartegen geen bezwaar en bestemmingsplantechnisch is het mogelijk. Het gaat alleen nog om de middelen. Het college wil de situatie eerst laten zoals deze is, kijken naar de verkeersafwikkeling in zijn totaliteit na openstelling van de tunnel Veeneslagen en daarna kijken naar een eventueel fiets-/voetgangerspad langs de Akkerdijk in de ecologische zone.
De heer TIJHOF zegt dat in het stuk de optie is gegeven samen met de stuurgroep Veeneslagen te komen tot een dekkingsvoorstel. Spreker vraagt de wethouder, als hij met de stuurgroep komt tot een dergelijk voorstel, of dan toch gewacht moet worden op de kaderstelling.
Wethouder LIGTENBERG zegt dat in de de stuurgroep ook andere aspecten spelen, maar mocht een bepaald deel uit dat budget bestemd kunnen worden voor een pad naast de Akkerdijk, dan is dat welkom. Spreker vindt echter dat de raad zich primair moet richten op de ruimte in de kadernota.
De heer HOFHUIS zegt dat de wethouder opmerkte dat er wellicht een bepaald bedrag vanuit Veeneslagen kan komen. Als die gelden er snel zijn, dan mag het college aan de slag.
Tweede termijn
De heer DE LA HAYE zegt dat de veteranen in de commissie zich de ‘paaltjes van Jan Tijhof’ zullen herinneren in verband met bouwverkeer door de wijk Veeneslagen. Een meerderheid van de raad heeft toen besloten een tijdelijke bouwweg in het leven te roepen, alleen bedoeld voor kruisend verkeer. Vervolgens bleek er meer afslaand verkeer te zijn dan kruisend verkeer en zijn er ongewenste effecten ontstaan, waaronder sluipverkeer op de Akkerdijk. Het college heeft toen voorgenomen de Akkerdijk af te sluiten voor het verkeer. De fractie van de PvdA stond daar van meet af aan achter, maar vond dat er voor de agrariërs in de omgeving een oplossing moest komen. In het collegevoorstel staat hierover o.a. een oplossing met paaltjes en sleutels voor de agrariërs. Spreker doet de suggestie een trekkersluis aan te leggen. Kosten zijn er nauwelijks, alleen moeten de wildroosters op de Lichtenbergerweg verwijderd worden.
Voor de PvdA geldt dat het agrarisch verkeer er moet kunnen komen, waarbij de Akkerdijk een belangrijke rol speelt, en het moet er veilig zijn voor fietsers en voetgangers. Daartoe moet het sluipverkeer worden geweerd. Met een eenvoudige maatregel kan twee keer € 75.000 bespaard worden.
De heer KREIJKES zegt dat de Akkerdijk op zichzelf de verkeersdruk aankan. Wat echter speelt is het sluipverkeer en het recreatief fietsverkeer. De heer De La Haye zegt dat het noodzakelijk is voor de veiligheid van de fietser dat het sluipverkeer geweerd wordt. De fractie van de SGP heeft daarvoor een andere oplossing aangegeven.
De heer DE LA HAYE merkt op dat de oplossing van de SGP geld kost.
De heer KREIJKES zegt dat in kader van recreatie en toerisme de aanleg van een fietspad een aanwinst zou zijn in dat mooie gebied. Wat betreft het sluipverkeer moet eerst afgewacht worden hoe de verkeersstromen lopen na de opening van de tunnel Veeneslagen. Als er dan alsnog sluipverkeer geweerd moet worden waarvan men hinder ondervindt, dan moet er gehandhaafd worden.
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat de fractie van het CDA wil wachten tot de situatie rondom de opening van de tunnel Veeneslagen is uitgekristalliseerd. Zij wil via de weg van de kadernota een beslissing nemen over eventueel benodigde middelen. De suggestie van een trekkersluis is geen oplossing. Het betreft niet alleen over tractoren, ook aanwonenden moeten daar met een gewone auto kunnen rijden.
De heer TIJHOF zegt dat het fiets-/voetpad alle prioriteit moet hebben. Het geeft veiligheid en is toeristisch aantrekkelijk. Als daarvoor middelen gevonden zijn, moet dat direct aangepakt worden.
Spreker begrijp niet waarom de fracties van het CDA en de SGP op deze manier aankijken tegen de tunnel, die vanaf de Holterstraatweg richting de Braakmanslanden gaat, en wat voor effecten deze zou kunnen hebben op het verkeer op de Akkerdijk. Volgens spreker is die invloed nihil. Het is een gezocht argument om te wachten met het nemen van maatregelen.
De heer KEVELAM zegt dat de afsluiting van de Akkerdijk een bevoegdheid is van het college. Het college is daarop teruggekomen en stelt nu voor de Akkerdijk niet af te sluiten, maar de aanleg van een fietspad te agenderen bij de kaderstelling. Dat vindt spreker een goed voorstel.
De heer DE LA HAYE zegt dat de fractie van de PvdA destijds kritisch was ten aanzien van de bouwweg. Eerder heeft zij echter gezegd dat te zien als een voldongen feit. Spreker hoopt dat de fractie van de SGP tezijnertijd gelijk gaat krijgen.
19. Rondvraag
Mevrouw WIBBELINK zegt dat er een parkeerchaos is tijdens condoleances bij de begraafplaats aan de Oude Deventerweg. Men parkeert auto’s aan weerskanten van de weg en men mag de weg van beide kanten inrijden. Wil het college hiernaar kijken en zoeken naar een oplossing?
Wethouder LIGTENBERG zegt dat hem dit probleem niet bekend is. Spreker neemt contact op met de ambtelijke organisatie of er maatregelen getroffen moeten worden.
De heer DE KOE kondigt aan voor de volgende commissievergadering het principeverzoek voor het bouwen van een woning aan de Stokmansveldweg te Rijssen te agenderen.
De heer TIJHOF verzoekt het college daarbij aan te geven of er juridische mogelijkheden zijn om het principeverzoek te weigeren.
De heer KAMPHUIS verzoekt het college daarbij duidelijk te maken wat het beleid hiervoor is en of er wellicht een stedenbouwkundige afweging moet plaatsvinden.
20. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.42 uur.
aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Grondgebied op 7 maart 2013
de griffier de voorzitter