Conceptverslag CommissieGrondgebied 2 april 2009
Soort document:Conceptverslag
Soort vergadering:CommissieGrondgebied
Datum:2 april 2009
Week nummer:14
Tijdstip:19.00 uur
Locatie:raadzaal

Conceptverslag commissie Grondgebied
| datum vergadering: | donderdag 2 april 2009 |
| tijdstip en plaats: | 19:00 uur in de raadzaal van het gemeentehuis in Rijssen |
| aanwezig: | |
| voorzitter: | mevrouw M.J. Tijhof-Zwijnenberg |
| leden: | SGP : de heren G. Kreijkes, G.J. Steunenberg en A. Kamphuis CDA : de heren I. Kahraman, G.H. Kastenberg, R.J. Cornelissen en
CU : de heren B.D. Tijhof en F.J. Nieuwenhuis; mevrouw W.L. Riezebos-Tessemaker GB : de heren W.H. Veneklaas en A.B.J. Klein Twennaar VVD : de heren A.J. Kevelam (vanaf 19.40 uur) en R.A de Koe; mevrouw G. Wibbelink-Roelvink (vanaf 19.25 uur) |
| griffier: | de heer H.A.J. van de Vliert |
| notuliste: | mevrouw E. Linssen-Nijland |
| namens het college: | de heren W.A.J. ter Schure en B. Wolterink; mevrouw W.W.J. van Dalen-Schiphorst |
| ambtelijke ondersteuning: | de heren J. van Eck en J. van Veen (afdeling WOB) |
| pers: | 1 |
| publiek: | 12 |
1. Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen welkom.
2. Inventarisatie spreekrecht
De heer B. PLOMP maak gebruik van het spreekrecht bij agendapunt 7.
3. Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4. Verslag van de vergadering van 12 maart 2009
De heer KREIJKES refereert aan pagina 3 en deelt mee dat de fractie van de SGP het standpunt van het college, dat met het rapport van DHV is voldaan aan het amendement, niet overneemt.
Spreker gaat in op pagina 4 en vraagt naar de stand van zaken betreffende het Zilverzandtracé.
Wethouder WOLTERINK geeft aan dat de gevraagde gegevens binnen 2 weken beschikbaar zijn.
De heer DE LA HAYE vraagt naar de reactie van het college op zijn vragen over het pand Grotestraat 27 en over het Scheperspad.
Wethouder VAN DALEN laat weten dat de gemeente voorlopig geen actie zal ondernemen om het pand Grotestraat 27 opnieuw tot monument te verklaren. De aanvraag voor een sloopvergunning wordt niet gehonoreerd en in overleg met de eigenaar, de provincie en andere betrokkenen wordt bekeken hoe hiermee wordt verdergegaan.
Wethouder TER SCHURE geeft aan dat voorbereidingen worden getroffen voor de reconstructie van de Forthaarsweg / Molenbelterweg, waarbij het paadje langs de Molenbelterweg ook betrokken wordt. Hiermee wordt niet het Scheperspad bedoeld. De informatie over het Scheperspad komt te zijner tijd.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
5. Actiepuntenlijst
Actiepunt 1: evaluatie Welstandsbeleid voorbereiden
De heer CORNELISSEN vraagt of de nieuwe planning april/mei 2009 nog steeds actueel is.
Wethouder VAN DALEN zoekt dit uit.
Actiepunt 2: stand van zaken nieuwe locatie kleiduivenschietvereniging.
Wethouder VAN DALEN laat weten dat de mogelijkheid wordt onderzocht of de kleiduivenschietvereniging en de motorclub gezamenlijk één locatie kunnen gebruiken.
Actiepunt 3: voorstel opstellen om pilot mogelijk te maken van passiefhuisconcept in de wijk Veeneslagen-West
Wethouder WOLTERINK geeft aan dat er op 18 mei 2009 waarschijnlijk een bijeenkomst met een presentatie plaatsvindt. Hierbij zal duurzaamheid vanuit meerdere invalshoeken worden belicht.
Actiepunt 4: situatie oversteekplaatsen nabij de Wellehof, ten behoeve van het inlooppunt voor ouderen, nader bekijken.
Wethouder TER SCHURE laat weten dat er overleg is gevoerd en dat de informatie hierover in week 15 beschikbaar komt.
Actiepunt 5: naar aanleiding van de Memo “Latere oplevering werkzaamheden” d.d. 06-02-2009, de commissie informeren over doel en inhoud van de bestuursopdracht voor Natura 2000
Wethouder WOLTERINK laat weten dat het opstellen van beheerplannen een bevoegdheid van het rijk en de provincie is en stelt daarom voor de bestuursopdracht niet op te stellen, maar de commissie op de hoogte te houden van alle beschikbare informatie.
De heer KAMPHUIS wijst op het grote belang van Natura 2000, ook voor de toekomst, refereert aan 2 uitspraken van de Raad van State die verstrekkende gevolgen hebben voor agrarische bedrijven met betrekking tot uitbreiding en geeft aan dat de gemeente zeker invloed kan uitoefenen. Hij vraagt de wethouder de commissie op korte termijn te informeren, wellicht door middel van een presentatie, zodat helder wordt wat de gevolgen van Natura 2000 precies zijn.
Actiepunt 6: praatstuk opstellen over energiebesparende openbare verlichting
Wethouder TER SCHURE geeft aan dat op 2 april 2009 een eerste gesprek heeft plaatsgevonden tussen de heer De la Haye en enkele ambtenaren.
Actiepunt 10: is beantwoord en wordt afgevoerd.
6. Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden (Regio e.d.) en over strategische projecten
De heer VENEKLAAS geeft aan dat hij de vergaderstukken pas op 28 maart jongstleden heeft ontvangen. Dit is te kort voor de vergadering.
De VOORZITTER biedt haar excuses hiervoor aan.
7. Raadsvoorstel vaststellen nota verblijfsrecreatie in het landelijk gebied en modelverorde-ning op de verblijfsrecreatie (portefeuille B. Wolterink)
De heer PLOMP maakt gebruik van het spreekrecht, refereert aan de 3 verzoeken voor GOP’s (gereguleerde overnachtingsplaatsen) die de gemeente heeft afgewezen en concludeert dat ze zelf geen camperplaats wil realiseren maar wel bereid is medewerking te verlenen aan particulier initiatief. Spreker geeft aan dat de camperclub inmiddels een plan heeft uitgewerkt en houdt een pleidooi voor het realiseren van een GOP, waarmee de gemeente zich op de landelijke en Europese kaart kan zetten.
De heer NIEUWENHUIS vraagt naar de te realiseren voorzieningen.
De heer PLOMP geeft aan dat er een bord moet worden geplaatst waaruit blijkt dat het een GOP betreft, dat er een afvalbak moet komen en eventueel een santitaire- c.q. watervoorziening.
De heer KREIJKES vraagt wat de heer Plomp precies van de gemeente verwacht.
De heer PLOMP vraagt of de gemeente grond ter beschikking wil stellen en geeft aan dat het plaatsen van een bord in eerste instantie voldoende is.
(Mevrouw WIBBELINK neemt vanaf 19.25 uur deel aan de vergadering)
De heer DE KOE refereert aan de GOP in Goor, waarbij het om een geasfalteerde plek langs het spoor gaat.
De heer PLOMP stelt voor een rustige plek, dus niet langs het spoor, dichtbij het centrum aan te wijzen. De eventuele plekken die de camperclub op het oog heeft staan vermeld in het plan.
De heer VENEKLAAS vraagt waarom campers geen gebruik kunnen maken van campings en vraagt hoe de toeristenbelasting wordt geïnd.
De heer PLOMP geeft aan dat de meeste mensen met een camper liever niet op een camping overnachten en daarvoor biedt Rijssen ook weinig gelegenheid.
Op de GOP komt een kistje te staan waar men, afhankelijk van het aantal overnachtingen, een enveloppe met een bedrag erin kan achterlaten.
(De heer H.J. NIJKAMP neemt vanaf 19.30 uur deel aan de vergadering)
De heer DE KOE refereert aan punt 3.1.f., vraagt welke gelijkwaardige verzoeken voor een GOP zijn ingediend, waarom deze zijn afgewezen en waarom de bepalingen over GOP’s uit de verordening worden weggelaten, terwijl het college positief staat tegenover particuliere initiatieven.
De heer KREIJKES vraagt toelichting op punt 3.1.f. waarin staat dat het college aangeeft in beginsel positief te willen meedenken aan particuliere initiatieven, refereert aan punt c. en stelt voor het al dan niet toestaan van kamperen op te nemen in het vast te stellen beleid voor landbouwontwikkelings-gebieden.
De heer MEIJERINK is van mening dat landbouwontwikkelingsgebieden alleen voor landbouw-activiteiten gebruikt moeten worden en extensiveringgebieden voor recreatie.
De heer VENEKLAAS gaat in op de procedure, geeft aan dat de commissie nooit op de hoogte is gebracht van de gevolgen van het vervallen van de Wet op de openluchtrecreatie en vraagt of de nota verblijfsrecreatie eerder opiniërend of informerend op de commissieagenda heeft gestaan. Hij laat weten dat in eerste instantie ook het Platform Recreatie en Toerisme betrokken is geweest bij het opstellen van de nota, maar dit heeft, ondanks toezeggingen van het college, geen vervolg gekregen. Spreker merkt ten slotte op dat er geen zienswijzen zijn ingediend, omdat niet bekend was dat de nota ter inzage heeft gelegen en vraagt de advertentietekst van de terinzagelegging beschikbaar te stellen.
(De heer KEVELAM neemt vanaf 19.40 uur deel aan de vergadering)
De heer CORNELISSEN vraagt hoe het college tegenover het voorstel van de heer Plomp staat en of er overleg met de sector heeft plaatsgevonden.
De heer NIEUWENHUIS is het eens met de heer Meijerink dat voorkomen moet worden dat de landbouwbedrijven worden beperkt door kleinschalige kampeerterreinen en laat weten dat de fractie van de ChristenUnie voor de realisatie van een GOP is, omdat ze dit een goede aanvulling op de voorzieningen van de gemeente vindt, mede omdat dat recreatie en toerisme een speerpunt is.
Wethouder WOLTERINK geeft aan dat hij de vragen van de heer De Koe niet kan beantwoorden en laat weten dat het college geen voorstander van een GOP is, gelet op de veiligheid, de te heffen toeristenbelasting en omdat er binnen de gemeente voldoende gelegenheid is om met campers op een veilige manier te overnachten. Het college is wel bereid particulier initiatief te steunen, in beginsel alleen op eigen terrein.
Hij weet niet of de nota verblijfrecreatie in het landelijk gebied eerder informerend of opiniërend is geagendeerd en laat weten dat de stukken van 19 maart tot en met 29 april 2008 ter inzage hebben gelegen. Ten aanzien van het draagvlak deelt hij mee dat er overleg is gevoerd met de RECRON en de SVR/VeKaBo dat geen eensluidend oordeel heeft opgeleverd en hij verwijst hierbij naar punt 4.2.
De heer DE KOE constateert dat de meeste vragen onbeantwoord blijven en stelt voor dat de wethouder het raadsvoorstel terugneemt en de gestelde vragen alsnog beantwoordt.
De heer KREIJKES vindt dat de regels die gehanteerd worden voor GOP’s eerst helder moeten zijn en is voor verdagen van dit agendapunt.
De heer VENEKLAAS wijst erop dat het zinvol is dit agendapunt nu opiniërend te behandelen, daarna (opnieuw) te publiceren en aansluitend besluitvormend te behandelen.
De heren TIJHOF en CORNELISSEN vinden dat de procedure niet onnodig lang moet zijn en stellen voor dit agendapunt te verdagen naar de vergadering van 14 mei 2009.
De heer MEIJERINK wijst op het belang van de woorden van de heer Veneklaas over het al dan niet publiceren en geeft aan dat daarmee de besluitvorming met 6 weken kan worden vertraagd.
De VOORZITTER concludeert dat de commissie dit agendapunt verdaagt naar 14 mei 2009 en vraagt wethouder Wolterink de gestelde vragen voor deze vergadering via een memo te beantwoorden.
Wethouder WOLTERINK zegt dit toe.
8. Overeenkomst m.b.t. Molenbelterweg 13, Holten over inspanningsverplichting herziening bestemmingsplan t.b.v. woning (opiniërend; portefeuille B. Wolterink)
Hierover worden geen vragen gesteld, de commissie geeft een positieve opinie af.
9. Principeverzoek bouw kantoren hoek Morsweg/Jutestraat Rijssen (opiniërend; portefeuille W.W.J. van Dalen-Schiphorst)
De heer KREIJKES geeft aan dat dit kantorencomplex meer dan 1 gebouw behelst, refereert aan het bestemmingsplan bedrijventerreinen, waarbij langs de Morsweg gebouwen met een hoogte van 18,5 meter worden toegestaan, wijst erop dat er op deze manier ook gebouwen van 18,5 meter langs de Jutestraat worden toestaan, refereert aan de precedentwerking en gaat in op de gevolgen voor bouwbedrijf Ter Harmsel.
De heer DE LA HAYE wijst op de gebruikte parkeernorm (2 plaatsen per 100 m² brutovloeroppervlak), vindt deze te laag en pleit voor efficiënt ruimtegebruik door parkeren onder het gebouw te situeren.
Wethouder VAN DALEN geeft aan dat het college ervan uitgaat dat er sprake is van bebouwing langs de Morsweg en Reggesingel en dat het niet de bedoeling is gebouwen van 18,5 meter hoog langs de Jutestraat toe te staan.
Ze merkt op dat de gemeente ook steeds vaker wordt afgerekend op zuinig ruimtebeleid en wijst erop dat boven de geldende (parkeer)norm niets kan worden afgedwongen en dat slechts in goed overleg verbeteringen kunnen worden bereikt.
De heer DE LA HAYE laat weten dat veel gemeenten de parkeernorm inmiddels hebben verhoogd naar tussen de 3 en 4 per 100 m² en wijst erop dat de gemeente op termijn zal worden geconfronteerd met het feit dat auto’s in de openbare ruimte worden geparkeerd, waardoor er maatregelen getroffen moeten worden en kosten moeten worden gemaakt om de ruimtelijke kwaliteit op peil te houden.
De heer KLEIN TWENNAAR deelt mee dat de fractie van Gemeentebelang achter het voorstel staat en de stijl van bouwen uitnodigend vindt.
De heer VENEKLAAS vraagt of voor kantoren op het industrieterrein dezelfde parkeernormen als voor de overige sectoren worden gehanteerd.
Wethouder VAN DALEN zoekt dit uit.
Opinies:
De fractie van de VVD heeft geen op- of aanmerkingen.
De fractie van de PvdA staat achter het voorstel, met uitzondering van de gehanteerde parkeernorm.
De fractie van de SGP geeft nog geen opinie en wacht eerst de beantwoording van wethouder
Van Dalen af.
De heer TIJHOF refereert aan de woorden van de heer De la Haye, die voor het maximaal realiseren van bouwprojecten is in het kader van de stimulering van werkgelegenheid. Spreker is verbaasd dat de heer De la Haye tegen het voorstel is vanwege de gehanteerde parkeernorm.
De heer DE KOE wijst erop dat met dit plan veel m² kantoorruimte op zo min mogelijk grond wordt gerealiseerd, dat gepaard gaat met extra werkgelegenheid en kwaliteitsverbetering.
De heer H.J. NIJKAMP geeft aan dat dit plan is ingediend op basis van vastgestelde normen en spreker vindt dat als de raad andere normen wil hanteren eerst het beleid moeten worden aangepast. Je kunt de spelregels niet tijdens het spel wijzigen.
De heer KAHRAMAN refereert aan de woorden van de heer Kreijkes, wijst erop dat er sprake is van identieke gebouwen en vraagt waarover een opinie wordt gevraagd.
De heer J. VAN ECK geeft aan dat er langs de Morsweg sprake is van een zone waar kantoorge-bouwen met een hoogte van 18,5 meter mogen worden gerealiseerd. Hierbij is niet vastgesteld waar-op het zicht van deze gebouwen gericht moet zijn. Hij laat weten dat gebouw A op de hoek van de Jutestraat en gebouw B. aan de Morsweg staat.
De heer KREIJKES wil zich nader beraden, maar juicht de wil om te investeren van ondernemers toe. Hij vraagt naar het beleid van de gemeente en wat de gevolgen voor de toekomst zijn als dit plan wordt toegestaan.
.
Wethouder VAN DALEN geeft aan dat zal nagaan of gebouw A langs de Jutestraat binnen de zone valt die geldt voor hoogbouw en is van mening dat zorgvuldig handelen voorop moet staan.
De heer DE LA HAYE stelt voor overleg te voeren over de vastgestelde parkeernormen.
De VOORZITTER concludeert dat de commissie overwegend positief is.
10. Raadsvoorstel Kadernota 2010 – 2013 (portefeuille W.A.J. ter Schure)
De VOORZITTER verzoekt commissieleden zo mogelijk eventueel in te dienen moties en amendement in deze vergadering aan te kondigen.
De heer KREIJKES geeft aan dat de fractie van de SGP nog niet zover is.
Programma’s:
- 4.2 Economie en werk
De heer KEVELAM gaat in op de economische crisis, merkt op dat een groot percentage van de inwoners van de gemeente werkzaam is in de sectoren transport en bouwnijverheid en dat deze sectoren 1/3 van de werkgelegenheid leveren. Spreker geeft aan dat in de Kadernota geen voorstellen zijn opgenomen die ertoe leiden dat de invloed van de economische crisis wordt verkleind. Hij uit zijn teleurstelling hierover en had verwacht dat aangegeven zou zijn dat de plannen die er liggen op het gebied van verbetering van de infrastructuur en de woningbouw voortvarend aangepakt worden (’t Opbroek, De Kol, Meermanskamp, etc.). Het college kan van de VVD hierover voorstellen verwachten.
De heer H.J. NIJKAMP vraagt waarom op pagina 25 bij punt 3 achter de cijfers in de kolom beoogde situatie vraagtekens staan en vraagt zich af hoe de raad kan sturen op dergelijke indicatoren.
De heer VENEKLAAS wijst erop dat hij over dit onderwerp een schriftelijke vraag heeft gesteld, die ook beantwoord is en dat blijkt dat de beoogde situatie lager is dan de huidige. De beoogde situatie geeft een getal weer dat niet meer van deze tijd is en dat het tijd wordt dat dit getal wordt bijgesteld.
De GRIFFIER merkt op dat het werkgroep prestatiesturing indicatoren benoemt, het college kan inschatten wat een reële ambitie is en dat de raad deze ambitie, door amendementen, kan bijstellen.
De heer MEIJERINK refereert aan een bijeenkomst in Het Parkgebouw op 24 maart jongstleden, waarbij de voorzitter van de Kamer van Koophandel aangaf dat de provincie geld beschikbaar heeft om lokale overheden te ondersteunen. Daarbij is een pleidooi gehouden om maatregelen te nemen om de crisis aan te pakken, gericht op het behoud van werkgelegenheid.
Spreker geeft aan dat de PvdA met een voorstel komt voor de oprichting van een Human Facility Center. Dit biedt werkgevers gelegenheid in contact met elkaar te komen en de mogelijkheden van samenwerking, op het gebied van het behoud van de werkgelegenheid, met elkaar te bespreken. Daarbij kan ook worden gedacht aan het uitlenen van arbeidskrachten. Wellicht dat ook de bedrijvencontactfunctionaris hierbij een rol kan spelen.
De heer DE KOE wijst erop dat er een dergelijke faciliteit al bestaat en dat werkgevers al onderling contact hebben.
- 4.6 Verkeer en vervoer
De heer DE LA HAYE gaat in op punt 2a van pagina 40 en wijst erop dat er in het najaar van 2008
€ 1.000.000 beschikbaar is gesteld om 50 tot 75 extra parkeerplaatsen in het centrum van Rijssen te realiseren. Hij constateert dat de parkeerkelder onder het gemeentehuis relatief leeg is en de auto’s voor de deur van het gemeentehuis worden geparkeerd. Hij stelt voor het geld dat beschikbaar is gesteld voor parkeergarage onder Tusveld in te zetten voor andere voorzieningen en vraagt naar de visie van het college.
De heer TIJHOF vindt dit een voorbarig voorstel, omdat de bewegwijzering naar de parkeerkelder nog niet op orde is, waardoor nog niet kan worden bepaald of er te weinig gebruik van wordt gemaakt.
De heer VENEKLAAS refereert aan punt 1c op pagina 40, merkt op dat de opgenomen tekst doet vermoeden dat er geen geld voor de realisatie van de doorgetrokken Waagweg wordt gereserveerd en vraagt naar een reactie van het college.
Wethouder WOLTERINK merkt op dat de € 1.000.000 voor parkeergarage Tusveld grotendeels uit loonkosten bestaat en wijst daarbij op de werkgelegenheid. Hij geeft aan dat de Verlengde Waagweg niet op korte termijn zal worden gerealiseerd (middellange termijn project) en dat er de komende jaren ook geen extra geld voor beschikbaar wordt gesteld, hetgeen ook voor de Noordelijke rondweg geldt.
De heer KEVELAM is van mening dat er nog veel onduidelijk is, vraagt zich af wat er op dit moment in de Kadernota kan worden gewijzigd en refereert daarbij aan de oplegnotitie, waarin staat dat beleidsmatige en politieke vragen kunnen worden gesteld en eventuele voorstellen tot bijstelling kunnen worden gedaan.
De heer DE LA HAYE steunt de woorden van de heer Kevelam en wil de € 17.000 structureel voor onderhoud Tusveld ter discussie stellen.
De VOORZITTER wijst erop dat er besluitvorming over rond- en randwegen in juni en juli plaatsvindt.
De GRIFFIER merkt op dat de inhoudelijke discussie op een later moment wordt gevoerd. De raad is bij de kaderstelling wel in de gelegenheid eventueel andere financiële prioriteiten neer te leggen.
- 4.7 Toerisme en vitaal platteland
De heer VENEKLAAS refereert aan de recreatienota, waarin een uitvoeringsparagraaf is opgenomen en concludeert dat er, ondanks de vele verhogingen van de toeristenbelasting en de voorgestelde verhoging voor het komende jaar, geen budget beschikbaar wordt gesteld voor uitvoering van de recreatienota. Hij kondigt hierover een amendement van de fractie van Gemeentebelang aan.
De heer KEVELAM steunt de woorden van de heer Veneklaas, wijst erop dat hij al eerder opgemerkt heeft dat er voor veel geld een recreatienota en landschapsplan is opgesteld, zonder dat er geld voor de uitvoering beschikbaar is. Het college kan hierover voorstellen van de VVD verwachten.
- 4.8 Wonen
De heer CORNELISSEN vraagt naar de implementatie van de WABO, geeft aan teleurgesteld te zijn dat de voorsprong die onze gemeente als pilotgemeente had, is ingelopen en vraagt hoe dit komt.
De heer KLEIN TWENNAAR refereert aan het monitoren van het woningbouwprogramma, vindt dat jaarlijks bijsturen niet nodig is en dat deze termijn kan worden verruimd.
Wethouder VAN DALEN geeft aan dat de behandeling in de Kamer van de WABO vertraging heeft opgelopen en dat deze per 1 januari 2010 van kracht wordt. Ze refereert aan een rapport van de Commissie Mans over de omgevingsdiensten, waaruit blijkt dat de gemeenten de handhaving niet aankunnen en wijst erop dat circa 15% van de te verlenen vergunningen zo complex is dat het gezamenlijk optrekken met andere gemeenten noodzakelijk blijkt en dat het van belang is dat zaken die wel goed gaan in stand gehouden worden.
De heer VAN VEEN laat weten dat onze gemeente in eerste instantie een voorsprong had betreffende de invoering van de WABO maar de invoering steeds werd uitgesteld. Wel wordt doorgegaan met de invoering van de digitale programma’s van SquitXO. De gemeente is hierin pilotgemeente.
De heer CORNELISSEN waarschuwt voor eventuele problemen bij de personele bezetting, vraagt zich af of het soms verstandiger is geen pilotgemeente te zijn en merkt op dat in de stukken staat dat de voorsprong is ingelopen omdat er aan het registratiesysteem wordt gewerkt.
De heer VAN VEEN geeft aan dat de gemeente geen pilotgemeente voor VROM is maar wel als eerste de digitale programma’s op orde heeft. Dit wordt gefinancierd door de leverancier en heeft geen capaciteitsverlies tot gevolg. De gemeente heeft nu geen voorsprong meer bij de implementatie van de WABO op zich.
Wethouder VAN DALEN gaat in op de opmerking van de heer Klein Twennaar en merkt op dat door het woningbouwprogramma jaarlijks te monitoren er wel tijdig kan worden bijgestuurd.
De heer H.J. NIJKAMP refereert aan de huidige onzekere (woning)markt, merkt op dat met name in het komende jaar grote klappen te verwachten zijn en stelt voor geen wijzigingen aan te brengen, gezien het feit dat de behoefte nog niet vastligt. Hij merkt op dat de indicatoren voor de woningbouw op dit moment niet vaststaan. Hij laat weten dat de gemeente, wat de grondexploitatie betreft, grote risico’s loopt en vraagt het college de commissie te informeren over deze risico’s.
Wethouder VAN DALEN geeft aan dat er sprake is van een spanningsveld: zij is ook van mening dat een jaar te kort is om te bekijken of het woningbouwprogramma nog voldoet, ze steunt de woorden van de heer Nijkamp over de te verwachten onzekere tijden en vindt dat moet worden bekeken wat op welk moment de onderdelen zijn waarop het college kan sturen, rekening houdend met de woonvisie.
Wethouder TER SCHURE refereert aan de brief over de financiële ontwikkelingen die op 31 maart jongstleden aan de raads- en schaduwfractieleden is gestuurd. Daaruit blijkt dat het college denkt een redelijk beeld van de stand van zaken te hebben. In de Voorjaarsnota zal aandacht worden besteed aan de te verwachten risico’s. De woningbouw is hier een onderdeel van.
De heer DE LA HAYE gaat in de ISV-budgetten (p.50, punt 3) en kondigt een voorstel hierover aan.
(De heer CORNELISSEN verlaat de vergadering om 20.50 uur)
De heer KEVELAM memoreert het politieke café in Holten, waarbij naar voren kwam dat er te weinig woningen voor jongeren in Holten zijn, waardoor deze jongeren naar elders verhuizen. Hij vindt dit een slecht teken, wijst erop dat jarenlang het woningbouwprogramma per soort woningen is vastgesteld en wil dat hier meer aandacht voor komt. Hij is van mening dat bekeken moet worden wat er binnen de bebouwde kom kan worden gerealiseerd aan generatie- c.q. mantelzorgwoningen, of het mogelijk is deze bij bestaande woningen te realiseren en refereert daarbij aan de motie van de ChristenUnie.
Wethouder VAN DALEN geeft aan dat het college bouwen naar behoefte nastreeft. Als blijkt dat er behoefte is aan generatiewoningen c.q. jongerenwoningen dan zal dat in het woningbouwprogramma moeten worden opgenomen. Ze wijst erop dat is afgesproken dat binnen de bebouwde kom, gezien de risico’s, verdichting moet worden voorkomen.
De heer KREIJKES vraagt aandacht voor de zogenaamde focuswoning voor gehandicapten. Deze woningen worden bij een bestaande woning gebouwd, waardoor een gehandicapte in staat wordt gesteld, met hulp van anderen, zelfstandig te wonen.
- 4.11 Wijk- en gebiedsbeheer
De heer KAMPHUIS merkt op dat hij, inzake de moties milieucommunicatieplan en lichtbeleid, had verwacht dat hier in de Kadernota aandacht aan was besteed, maar hij vindt hierover niets terug in de stukken. Hij geeft ook aan dat de stukken over het energiebeleidsplan informerend zijn aangeboden en refereert hierbij aan de discussie over de subsidie, waarbij de gemeente investeert in uren en het rijk de gemaakte kosten terugbetaalt.
Spreker gaat in op de niet gehonoreerde wensen, met name in het kader van het klimaatuitvoerings-programma en merkt op dat de commissie hierover besluiten moet nemen, terwijl daar een informatief stuk aan ten grondslag ligt, waarover alleen vragen gesteld kan worden en dat dus niet in de commissie wordt behandeld. Spreker vindt dat er op deze manier geen recht wordt gedaan aan het onderwerp duurzaamheid en vraagt informatief stuk a. in de commissie te behandelen, mede gelet op het feit dat hij moeite heeft met de besluitvorming van het college over dit onderwerp; deze heeft plaatsgevonden zonder een inhoudelijk discussie hierover in de commissie of de raad.
De heer DE LA HAYE steunt de woorden van de heer Kamphuis.
De heer TIJHOF begrijpt dat de financiën het noodzakelijk maken dat de onderwerpen rondom duurzaamheid bij de niet gehonoreerde wensen zijn opgenomen, wijst erop dat er keuzes gemaakt moeten worden en geeft aan dat wat de fractie van de ChristenUnie betreft de keuzes van het college nog niet vaststaan. Hij stelt onderling overleg voor.
De heer KAMPHUIS zal de vragen die hij over informatief stuk a. heeft aan de behandelend ambtenaar stellen, omdat behandeling in de commissie pas kan nadat de Kadernota 2010-2013 is vastgesteld.
De heer STEUNENBERG gaat in op de asbestsanering in gemeentelijk panden, vraagt of dit, uit kostenoverweging, niet ineens (jn plaats van in 3 jaar) kan worden aanbesteed, hoeveel m² asbest de bedrijven op het industrieterrein nog bevatten en of dit saneringsproject bij het rijk of de provincie kan worden aangemeld om ondernemers een stimuleringsbijdrage te kunnen geven.
Wethouder TER SCHURE geeft aan dat de asbest in gemeentelijke panden is geïnventariseerd. Op basis van het risico is de sanering verdeeld over 3 jaar. Hierbij spelen hoeveelheid, plaats, brandge-vaar en locatie van het pand een rol. Als de raad vindt dat het asbest in een keer gesaneerd moet worden dat zal hiervoor een amendement moeten worden ingediend.
Via de Kamer van Koophandel heeft de inventarisatie bij de bedrijven plaatsgevonden en vanuit de stuurgroep revitalisering industrieterreinen wordt hier ook aandacht aan besteed. Op dit moment zijn er geen subsidiemogelijkheden, maar hier wordt nog wel naar gezocht. De provincie stelt geen geld beschikbaar. Provincie en college vinden het de eigen verantwoordelijkheid van het betreffende bedrijf. Hij zal uitzoeken hoeveel m² asbest de bedrijven op het industrieterrein nog bevatten.
De heer KLEIN TWENNAAR wijst erop dat het landelijk beleid is dat asbest pas wordt verwijderd op het moment dat er verbouwd wordt.
De heer KREIJKES refereert aan de woorden van wethouder Ter Schure dat het saneren van asbest de verantwoordelijkheid van de ondernemer zelf is en gaat hierbij in op de asbestbrand en het gebleken financiële risico van de gemeente.
10. Rondvraag
De heer DE LA HAYE vraagt wanneer er gehandhaafd wordt met betrekking tot het parkeren rondom het gemeentehuis.
Wethouder TER SCHURE geeft aan dat er overleg wordt gevoerd met de politie over handhaving rondom het gemeentehuis, omdat dit tot woonerf is verklaard. Bekeken wordt of er gericht acties kunnen worden genomen.
De heer KREIJKES gaat in op het weerstandsvermogen, waarover wordt gesproken in informatief stuk c, in relatie tot het advies van het college om de uitkomst van de jaarrekening 2008 toe te voegen aan de algemene reserve om het weerstandsvermogen deels te herstellen. Spreker vraagt of het college al zover is dat het saldo van de jaarrekening bekend is en of het college bij zijn voorstel blijft dit aan de algemene reserve toe te voegen.
Wethouder TER SCHURE refereert aan de brief van 31 maart 2009, waarin het college concrete bedragen noemt over de uitkomst van de jaarrekening en het advies geeft dit toe te voegen aan de algemene reserve.
11. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.15 uur.
aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de
commissie Grondgebied op donderdag 14 mei 2009
de griffier de voorzitter