Verslag CommissieGrondgebied 15 maart 2012
Soort document:Verslag
Soort vergadering:CommissieGrondgebied
Datum:15 maart 2012
Week nummer:11
Tijdstip:19.30 uur
Locatie:raadzaal
Verslag commissie Grondgebied
| datum vergadering: | donderdag 15 maart 2012 |
| tijdstip en plaats: | 19:30 uur in de raadzaal van het gemeentehuis in Rijssen |
| aanwezig: | |
| voorzitter: | M.J. Tijhof-Zwijnenberg |
| SGP CDA CU PvdA GB VVD Lokaal Liberaal |
H.J. Nijkamp, R.J. Cornelissen, B.D. Tijhof, J. Berkhoff, G.D. Roosink R.M.C. de la Haye, R.W. Meijerink, T. ter Keurst A.J. Aanstoot, mw. J. Kuiper-Ruitenberg, W.J.M. Muller A.J. Kevelam, R. Smelt, mw. G. Wibbelink-Roelvink R.A. de Koe |
| griffier: | H.A.J. van de Vliert |
| notuliste: | mw. G.B. (Ria) Aanstoot-Stam |
| namens het college: | J.A. Stegeman en J. Ligtenberg |
| ambtelijke ondersteuning: | mw. A. Brinkhuis-Kelder, J.D.H. Danker, F.A.W.P. Kamphuis |
| pers: | 2 |
| publiek: | 36 |
1. Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom.
2. Inventarisatie spreekrecht
De heer Markvoort spreekt in bij agendapunt 9: Bestemmingsplan Wonen Rijssen.
De heer Veneklaas spreekt in bij agendapunt 10: Ontwerpbestemmingsplan en ontwerpplan-MER buitengebied Rijssen-Holten.
De heer Klein Velderman spreekt in bij agendapunt 17: Raadsvoorstel vaststellen structuurvisie Rijssen-Holten.
3. Vaststellen definitieve agenda
De VOORZITTER wijst op het verzoek van het college om agendapunt 14, Herinrichting busstation Rijssen, van de agenda af te voeren. Zij stelt vast dat de commissie hiermee akkoord gaat.
De heer DE LA HAYE zegt dat hij de inhoudelijke opmerking die hij bij dit agendapunt had willen plaatsen, aan het college doet toekomen, in afschrift aan de overige fracties.
De voorzitter stelt voor agendapunt 17 naar voren te halen en te behandelen in de plaats van punt 14.
De agenda wordt gewijzigd vastgesteld.
4. Verslag van de vergadering van 19 januari 2012
Mevrouw WIBBELINK vraagt naar aanleiding van de rondvraag, genoemd op pagina 15, of er iets bekend is over de verlichting bij het mortuarium bij de begraafplaats in Holten. Voorts vraagt zij of er antwoord kan komen op haar vraag over de pomp en of deze, liefst mét met een bank, geplaatst kan worden op het pleintje naast het oude gemeentehuis aan de Dorpsstraat.
Wethouder LIGTENBERG zegt dat Monuta de verlichting regelt bij het mortuarium, ook tijdens bijeenkomsten, zoals condoleances. Dit krijgt zijn beslag in mei.
De pomp wordt herplaatst zodra de werkzaamheden aan de Dorpsstraat afgerond zijn.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
5. Actiepuntenlijst
1: De provincie heeft locaties aangewezen voor windmolens. Mag het college hiervan afwijken?
De heer KREIJKES vraagt wanneer er duidelijkheid komt. Als dat nog lang duurt, mag het punt van de actiepuntenlijst afgehaald worden wat hem betreft. Het onderwerp komt vanzelf terug in de commissie.
Wethouder STEGEMAN zegt er in het laatste gesprek vragen zijn voorgelegd aan de Raedthuys¬groep, waarna men bedenktijd heeft gevraagd tot 1 april 2012.
2: Informatie geven over inbreng klankbordgroep herinrichting Smidsbelt en wat er mee is gedaan
Wethouder LIGTENBERG zegt dat de herinrichting van de Smidsbelt betrokken wordt bij de herinrichting van de Dorpsstraat.
De heer DE LA HAYE verzoekt het punt op de lijst te laten staan.
3: O.v.v. de PvdA informatief stuk a. verharden Vianenweg Holten agenderen in de commissie.
Het punt is vandaag geagendeerd en kan van de actiepuntenlijst afgevoerd worden.
4. In 2012 de rol van de welstandscommissie agenderen.
De heer AANSTOOT vraagt of er een termijn genoemd kan worden.
De GRIFFIER antwoordt dat agendering mede afhankelijk is van de omvang van de agenda.
5: Afwijking stedenbouwkundige randvoorwaarden m.b.t. rooilijn nieuwbouw Julianaschool motiveren.
Het punt is beantwoord, staat op de agenda en kan van de actiepuntenlijst afgevoerd worden.
6. Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden (Regio e.d.) en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.
7. Principeverzoek bouwplan Julianaschool (afronding opinievorming)
De VOORZITTER leidt het agendapunt in en zegt dat in de vorige commissievergadering al geconcludeerd is dat alle fracties voor de bouw van de school zijn en dat het krediet daarvoor al beschikbaar is gesteld. Het gaat nu om de ruimtelijke voorwaarden, met name over de rooilijn. Het punt is geagendeerd op verzoek van de SGP.
De heer KREIJKES zegt dat de opinie die de SGP in de vorige vergadering heeft gegeven niet is gewijzigd. Er is op de beoogde locatie te weinig ruimte om het voorliggende plan te realiseren, gezien de zeer beperkte uitbreidingsmogelijkheden. De gemeente is verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting, maar niet voor kinderopvang. Ook de raad heeft uitgesproken hierin niet te willen investeren. Kinderopvang is geen taak voor het schoolbestuur en wordt niet door het ministerie opgelegd. De gemeenteraad heeft zich wel uitgesproken voor de bredeschoolgedachte. De SGP is voorstander van goede onderwijsvoorzieningen en heeft geen enkel probleem met een snelle nieuwbouw van de school. Het dilemma betreft de kinderopvang: de benodigde wettelijke ruimte voor de uitbreiding van de school zal worden bestemd voor ruimte voor kinderopvang. De SGP vindt het niet verstandig kinderopvang op deze locatie te realiseren. Het college wil afspraken maken met het schoolbestuur om te voorkomen dat de gevolgen van de gemaakte keuze voor rekening van de gemeente komen, maar een dergelijke afspraak kan nooit de wettelijke verplichting voor onderwijshuisvesting overrulen. De SGP acht het raadzaam dat het college met een voorstel komt, dat raadsbreed gedragen kan worden: een school op deze locatie zonder kinderopvang.
De heer KEVELAM zegt dat is geconstateerd dat zowel aan de Maatgraven- als aan de Stroekeldzijde de in 2009 vastgestelde stedenbouwkundige rooilijn wordt overschreden. De motivatie waarom wel de Maatgravenzijde overschreden kan worden, is dat de daar geplande brede weg niet doorgaat, zodat een kleine overschrijding van die rooilijn mogelijk is. Er is echter geen enkele motivatie om de rooilijn aan de Stroekeldzijde te overschrijden. Er wordt alleen aangegeven dat er een bredeschool zal worden gevestigd en dat dat belangrijker is dan de rooilijn. De VVD vindt dat een te zwak argument. Het gaat hier niet over een kleine overschrijding, maar over zeven meter.
In het toegevoegde stuk staat dat er nog nadere akoestische onderzoeken moeten worden gedaan en onderzoek naar de externe veiligheid. Juist daarom ook moet het bouwwerk naar achteren. Het staat nu veel te dicht op de Stroekeld gepland. Spreker adviseert het college in overleg met het schoolbestuur het bouwplan zo te wijzigen, dat zoveel mogelijk aan de rooilijn van de Stroekeld wordt voldaan. Een kleine overschrijding zou voor de VVD akkoord kunnen zijn, maar niet in deze mate.
De heer DE LA HAYE zegt dat de PvdA begin februari haar opinie heeft gegeven na de toelichting van het college waarom er wordt afgeweken van de randvoorwaarden en uitgangspunten die in 2009 zijn vastgesteld. De PvdA stemt niet in met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging om de volgende redenen:
- De uitwerking van het bouwplan Julianaschool past niet binnen de in 2009 vastgestelde randvoorwaarden en uitgangspunten. Er wordt teruggegrepen op het bestemmingsplan Veeneslagen-West van 2007. Voor onder meer de driehoek zijn juist in 2009 nieuwe randvoorwaarden en uitgangspunten op- en vastgesteld.
- Veel klachten in de wijk Veeneslagen hebben betrekking op de vermeende onveiligheid van diverse fietsoversteken, waaronder de oversteek Maatgraven - De Stroekeld. Om de gevoelens van onveiligheid niet te versterken, zeker niet in een schoolomgeving, is de PvdA van mening dat het zicht tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer zo optimaal mogelijk moet zijn. De randvoorwaarden en uitgangspunten uit 2009 geven meer zicht op elkaar dan het bestemmings¬plan Veeneslagen-West uit 2007 en dragen dus meer bij aan het vergroten van de objectieve en de subjectieve verkeersveiligheid.
- Juist met de randvoorwaarden en uitgangspunten van 2009 wordt de stedenbouwkundige samenhang nog verder versterkt door het gebouw in beide rooilijnen langs het water en de weg te situeren.
De suggesties die de PvdA samen met haar opinie aan het college heeft meegegeven, brengt spreker hier nogmaals onder de aandacht. Als het college daarmee wijs omgaat, gaat de PvdA met het college mee.
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat het CDA, al is zij groot voorstander van de bouw van de Julianaschool aan de Stroekeld, eerder al kanttekeningen heeft geplaatst bij de combinatie met de kinderopvang. De beoogde locatie is voor de school ruim voldoende, maar voor een combinatie met kinderopvang aan de krappe kant. Het gevaar bestaat dat toekomstige ontwikkelingen voor het onderwijs worden geblokkeerd en dat uitbreidingsmogelijkheden voor de school op slot worden gezet. Het college wil middels een verklaring van het schoolbestuur voorkomen dat eventueel toekomstige meerkosten bij de gemeente worden neergelegd. Het CDA heeft hierover nadere informatie ingewonnen, waaruit twijfels blijken over deze constructie. De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor het onderwijs.
Het concept van de bredeschoolgedachte betekent niet dat alle voorzieningen onder één dak of op één locatie moeten worden gehuisvest. Ontkoppeling van school en kinderopvang hoeft niet te betekenen dat het idee van de bredeschool moet worden verlaten.
Het CDA is van mening, gelet op de thans bekende informatie, dat er te grote risico's kleven aan het collegevoorstel. Zij adviseert het college samen met betrokkenen uit te zien naar een andere locatie voor de kinderopvang, zodat met spoed kan worden begonnen met de bouw van de school. Het CDA wil niet meewerken aan aanpassing van de rooilijnen.
De heer ROOSINK zegt dat de ChristenUnie de vorige vergadering heeft gezegd in te stemmen met het plan. Het lijkt er nu op dat het gebouw binnen de rooilijnen dient te worden gebouwd. Als daar een school wordt gebouwd, is de vraag van de ChristenUnie of kinderopvang toegestaan is als daarvoor ruimte of tijdelijke ruimte is.
De heer DE KOE zegt dat de beperkte ruimte in de wijk Veeneslagen leidend is geworden in dit dossier. Er is gekozen om op deze kleine locatie een school te realiseren. De gemeente is verantwoordelijk voor de bouw en de realisatie van een school. Buitenschoolse kinderopvang is niet haar verantwoordelijkheid, maar zij draagt wel de bredeschoolgedachte een warm hart toe. Als het gebouw nu wordt gebouwd binnen de huidige rooilijnen, is het niet mogelijk de buitenschoolse opvang te realiseren op dit perceel. Om die reden en omdat de veiligheid door het college op een eerder tijdstip al is gegarandeerd, kan Lokaal Liberaal akkoord gaan met de overschrijding van de rooilijn, maar zij wil wel dat binnen het bestemmingsplan ruimte gecreëerd wordt om eventueel te kiezen voor een buitenschoolse opvang en eventueel te kiezen voor uitbreiding van de school.
De heer MULLER zegt dat GEMEENTEBELANG haar eerder ingenomen standpunt verwoord vindt in de uitspraken van SGP, VVD, PvdA en CDA. Wat betreft kinderopvang en buitenschoolse opvang zou er succesvol samengewerkt kunnen worden met partners aan de overkant van hetzelfde schoolplein. Daarmee kan de bredeschoolvisie zijn uitvoering vinden.
De heer KREIJKES zegt dat de SGP niets heeft genoemd over het overschrijden van de rooilijnen, en dat men mag daaruit kan opmaken dat dit niet het meest maatgevende is geweest. Spreker geeft het college mee een voorstel moet komen dat raadsbreed gedragen kan worden.
Wethouder STEGEMAN zegt dat het college kennis neemt van de opinies, het is duidelijk dat er negatief wordt geadviseerd over het plan zoals het ligt. Het college zal opnieuw in overleg zal treden met het bestuur van de school.
De heer ROOSINK vraagt nogmaals of de ruimte van de school gebruikt mag worden voor kinderopvang.
Wethouder STEGEMAN zegt dat dat niet mogelijk is. Het moeten twee entiteiten zijn.
De VOORZITTER concludeert dat het college opnieuw met het plan aan de slag moet gaan.
8. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Bedrijventerrein Holten (portefeuille J.A. Stegeman)
De heer KAMPHUIS zegt dat de wethouder heeft toegezegd de wijzigingen ten opzichte van het onderliggende plan in kaart te brengen. Dat is gebeurd voor het bestemmingsplan Wonen, maar niet voor het bestemmingspan Bedrijventerrein Holten. Kan de commissie dat alsnog tegemoet zien?
De heer DANKER zegt dat dit nog niet gebeurd is, omdat de indruk was dat er geen vragen waren over dit bestemmingsplan, maar alleen over bestemmingsplan Wonen Rijssen.
Wethouder STEGEMAN geeft aan dat er een toezegging is gedaan en dat hij deze nakomt.
NB.: De verstrekte informatie wordt als bijlage bij het verslag gevoegd. (Bijlage 1.)Memo bestemmingsplannen
De heer AANSTOOT vraagt of dit procedureel problemen geeft.
De heer DANKER zegt dat de wijzigingen klein van aard zijn. Zaken als bouwhoogtes en dergelijke veranderen niet. Geprobeerd wordt de wijzigingen voor de raad van 29 maart a.s. aan te leveren.
De voorzitter concludeert dat de commissie voorstelt het raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan Bedrijventerrein Holten als bespreekstuk te behandelen in de raad.
9. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wonen Rijssen (portefeuille J.A. Stegeman)
De heer MARKVOORT spreekt in namens enkele bewoners van de Stokmansveldweg in Rijssen. De bewoners willen nog enkele punten onderstrepen. In de eerste plaats de gevolgde procedure voor dit bestemmingsplan. De bewoners hebben op 17 en 24 oktober 2011 een zienswijze ingediend naar aanleiding van het ontwerp-bestemmingsplan Wonen Rijssen. Omdat de termijn voor indiening van zienswijzen was verstreken, is aangedrongen op ambtshalve aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan en is een beroep gedaan op verschoonbaar verzuim van de geldende termijn, omdat in de publicatie van het plan was aangegeven dat het om een conserverend plan gaat, gericht op uniformering van planvoorschriften. Uitdrukkelijk is toegezegd dat bestaande rechten behouden blijven. In werkelijkheid blijken deze toezeggingen niet te worden nagekomen. Op grond van wetsgeschiedenis van de totstandkoming van de Wet op de ruimtelijke ordening, moeten bekendmakingen van ruimtelijke plannen voldoen aan minimale waarborgen voor rechtzoekenden. Deze eisen moeten volgens de jurisprudentie strikt worden nageleefd. Volstaan kan worden met een zakelijke inhoud van het plan en de omvang van het plangebied. Van bewoners mag worden verwacht dat zij zelf initiatief nemen om meer informatie te verkrijgen. In de situatie van het bestemmingsplan Wonen Rijssen zijn belanghebbenden op het verkeerde been gezet door de vermelding van de zakelijke inhoud van het ontwerpplan. Daarom hebben de bewoners gevraagd hun zienswijze alsnog bij de voorbereiding van de plannen te betrekken. Op hun brieven hebben zij tot nu toe geen reactie van het college ontvangen. Ambtelijk werd gezegd dat de brief gericht had moeten zijn aan de gemeenteraad. De bewoners vinden echter dat het tot de taak van het college behoort deze brieven door te zenden aan de gemeenteraad. Zij verzoeken de raad een standpunt te bepalen over dit onderdeel van de procedure.
Voorts willen de bewoners de inhoud van hun verzoek benadrukken. De essentie ervan hebben zij recentelijk samengevat in de brief van 7 maart 2012, die aan alle raadsleden is gezonden. Zij doen opnieuw een dringend beroep op de gemeenteraad het bestemmingsplan Wonen Rijssen te wijzigen voor wat betreft toegestane hoogte van de lichtmasten op gronden met de bestemming sport. Zij zijn van mening dat het college ten onrechte verwijst naar eisen die worden gesteld op grond van het activiteitenbesluit dat de hoogte en het aantal lichtmasten op grond van het bestemmingsplan dan geen rol spelen. Uit rechtspraak blijkt voldoende dat bij een situering van lichtmasten op een intensief in gebruik zijnd tenniscomplex binnen een afstand van 50 meter van omringende woningen conflictsituaties zijn te verwachten. Voor de bewoners dreigt het woongenot onevenredig te worden aangetast.
De heer DE KOE vraagt of er naar aanleiding van de vorige commissievergadering enig contact is geweest met de bewoners om te proberen de problemen op te lossen of de kou uit de lucht te halen.
De heer MARKVOORT zegt dat er geen contact is geweest. Een aantal lampen is tijdelijk uit geweest. Begin deze week is er een geringe bijstelling geweest van de lampen. Dat heeft weinig geholpen.
De heer CORNELISSEN zegt dat er op basis van milieuwetgeving op het gebied van lichthinder is gekeken naar de lampen. Er zijn nu wat acties ondernomen. Komen er nog vervolgacties?
De heer MARKVOORT zegt dat er volgens hem geen vervolgacties komen.
Eerste termijn
De heer ROOSINK zegt dat de wethouder op 1 december 2011 heeft toegezegd te bemiddelen in het gesprek tussen de buurt en de tennisvereniging. Hoe staat de wethouder hier inmiddels in?
Duidelijk is geworden dat de hinder voor de buurt niet wordt bepaald door de hoogte van de mast, maar door het licht. Op grond van vaste jurisprudentie en richtlijnen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV), zijn er juridische waarborgen om onevenredige lichthinder te voorkomen. Het ervaren van lichtoverlast is een subjectief gegeven, waarin in het algemeen niet kan worden voorzien. Wijzigen van het plan levert voor de buurt waarschijnlijk niets op. De tennisclub en de buurt moeten er samen uitkomen. Spreker roept de tennisclub hiertoe op. Hij verzoekt de wethouder te bewerkstelligen dat de oude posities van de lichtmasten met de oude hoogtes terugkomen.
De heer DE KOE sluit zich aan bij de woorden van de heer Roosink over de bemiddelende rol van de wethouder.
De heer AANSTOOT vraagt waarom het verzoek van de buurtbewoners in eerste instantie niet is meegenomen. Welke rol heeft de wethouder gespeeld in het vervolgtraject, welke acties zijn er ondernomen en welke acties worden nog ondernomen?
De heer CORNELISSEN vraagt of het college bereid is te kijken naar de wijze waarop er nu gecommuniceerd wordt bij dit soort ingrijpende bestemmingsplanwijzigingen. Kan er bijvoorbeeld gekeken worden of bewoners op een meer actieve manier bij dit soort plannen betrokken kunnen worden? Inloopavonden zoals die worden georganiseerd voor het buitengebied zijn hiervoor waarschijnlijk geschikt.
De heer KEVELAM zegt dat het enige punt uit het bestemmingsplan dat resteert de lichtmasthoogte bij de tennisbanen is. Spreker komt tot de conclusie dat het college correct heeft gehandeld. In 1989 zijn er lichtmasten vergund van 15 meter hoogte volgens het huidige, conserverende bestemmingsplan. Nu wordt geprobeerd dat gelijk te trekken met andere sportvelden, waar masten van 18 meter zijn bestemd. Het verzoek om de hoogte in het bestemmingsplan terug te brengen naar 8 meter, zoals wordt beoogd met de laatste brief, is om reden van oud recht onmogelijk. De lichthinder die men ondervindt moet serieus genomen worden. Dat is echter een ander traject. Als een beperking van die lichthinder inhoudt dat er masten moeten komen van 8 meter, dan is dat prima als dat lukt middels overleg. Dat is geen zaak die in het bestemmingsplan geregeld kan worden.
Wat betreft de procedure kan spreker meevoelen met de inspreker. Burgers hebben het gevoel dat zij onvoldoende in de gelegenheid zijn gesteld om bezwaar te maken tegen de voorgenomen wijzigingen. Spreker is echter van mening dat het voorontwerp ter inzage heeft gelezen en dat er voldoende publicaties zijn geweest. Een volgende keer zou de gemeente naar de inwoners beter moeten aangeven dat er daadwerkelijk hier en daar wat wijzigingen worden voorgesteld, ook al is er sprake van een conserverend bestemmingsplan.
De heer KAMPHUIS zegt dat het college in een speciale bijeenkomst heeft meegedeeld wat er in grote lijnen wijzigt. De raad hoeft niet op 'stoeptegelniveau' geïnformeerd te worden, maar duidelijk moet zijn wat er wordt gewijzigd en wordt vastgesteld. De vorige vergadering is ook over de procedure gesproken. Die verdient niet de schoonheidsprijs. Het college moet een volgende keer, zeker bij grote bestemmingsplannen, zorgvuldiger communiceren.
De SGP zal in de raad met een amendement komen over het punt van de tennisbaan, waarbij beoogd wordt de lichtmasthoogte bij de bestemming sport terug te brengen naar 8 meter en dat er bij wijze van ontheffing mogelijkheden kunnen komen om naar bijvoorbeeld 15 meter te gaan. De voorwaarde die hieraan wordt verbonden, is dat belendende percelen geen onevenredige overlast mogen hebben.
De tennisclub heeft planologisch gezien recht op een lichtmast, zoals die er nu staat. In het amendement wordt voorgesteld, op het moment dat er wordt gesleuteld aan hoogte of aan verplaatsing, dat die verplaatsing in de bouwvergunning apart moet worden bekeken en dat er moet gekeken worden naar lichthinder. Daarmee wordt recht gedaan aan de tennisvereniging en ook aan de omwonenden, die op een heel korte afstand van dit tennispark zitten. Navraag heeft opgeleverd dat lichtvoorwaarden kunnen worden opgenomen in een bestemmingsplan.
Door de verplaatsing van de lichtmasten kan de tennisvereniging veel meer spelen op de banen. Is dit een punt dat op het gebied van milieu geregeld moet worden of is dit een punt dat op het gebied van ruimtelijke ordening geregeld moet worden?
De heer ROOSINK zegt dat hij het college heeft gevraagd wat er in deze situatie gedaan kon worden. Het college zegt hierover: los van het bestemmingsplan worden aangrenzende percelen beschermd door de regels van het Barim (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) en, voorzover het om lichthinder gaat, de gehanteerde richtlijnen van het NSVV. Naleving van deze regels kan afgedwongen worden door het college, wat inhoudt dat dit niét geregeld hoeft te worden in het bestemmingsplan.
De heer KAMPHUIS wijst erop dat er in het bestemmingsplan Buitengebied ook allerlei afwijkingsmo-gelijkheden zitten. Met een omgevingsvergunning kan men een gebouw op een andere plek zetten. Daaraan worden meerdere voorwaarden verbonden. Alle aspecten moeten door de initiatiefnemer worden afgewogen op het moment dat hij meer wil dan dat hij rechtens krijgt. Dat wil de SGP in dit geval ook: de tennisvereniging mag laten staan wat zij nu heeft, maar wil zij daarin wijzigingen hebben, dan moet er een bescherming worden ingebouwd, omdat direct-omwonenden er aantoonbaar last van hebben. Blijkt bij de bouwvergunning dat wordt voldaan aan de geldende milieunormen, dan kan de bouwvergunning worden verleend.
Wethouder STEGEMAN zegt dat de gemeente tot nu toe niet heeft bemiddeld, omdat bekend was dat de partijen met elkaar in overleg waren. De taak van de gemeente lag op dat moment met name op het vlak van milieu ofwel lichthinder. De tennisvereniging heeft een bureau ingeschakeld om metingen te doen, waaruit naar voren is gekomen dat er te veel licht was. Recent zijn er daarom een paar lampen uitgedraaid en wellicht komen er nog wat kleine aanpassingen. De huidige situatie valt binnen de normen, wat overigens niets zegt over hoe omwonenden het ervaren.
De hoogte van de masten is niet direct van invloed op de lichtverspreiding. Het is zelfs omgekeerd: bij hogere palen, kan men meer gericht schijnen. Vanuit dat oogpunt is het planologisch mogelijk tot 18 meter te gaan. Degene die gebruik maakt van het licht, is ervoor verantwoordelijk.
Het geheel valt binnen de wettelijke kaders. Het valt niet binnen de gevoelssfeer. Spreker kan zich goed voorstellen dat men een mening heeft die afwijkt van het wettelijke kader. Spreker ontraadt het amendement dat de SGP wil indienen.
De heer KAMPHUIS zegt bij interruptie dat de woorden van de wethouder juist versterken om een amendement aan te kondigen, omdat er een link ligt tussen hoogte en licht. De wethouder zegt dat een hoge mast minder lichthinder geeft en dat een lage mast meer lichthinder geeft. Of dat inderdaad het geval is, is niet bekend. De bedoeling van het amendement is dat de lage mast mogelijk wordt gemaakt. De bewoners zouden daarmee akkoord kunnen gaan. Wil de tennisvereniging een hoge mast, dan moet aangetoond worden dat dat binnen de normen valt. Voor beide partijen zijn er dus mogelijkheden. Als het college dit vrijgeeft, ligt er geen enkele toets op lichthinder. Gezien de ligging van de tennisbaan ten opzichte van de woningen zou de SGP daar absoluut niet voor zijn. Wat is erop tegen een tussenstap in te bouwen?
Wethouder STEGEMAN zegt dat hij zijn mening geeft op basis van technische informatie die het college heeft. Spreker blijft erbij dat men bij een hogere mast makkelijker binnen de norm kan blijven. Overigens gaat het niet om de mast, maar om de lichtdiffusie, waarvan de omgeving overlast heeft. De gebruiker moet binnen de normen blijven. Als de buurt overlast heeft, die buiten de norm valt, kan de gemeente handhaven.
De heer KAMPHUIS wijst op uitspraken van de Raad van State in andere gevallen, waar wel die zekerheid was ingebouwd om aan twee kanten de zaak te kunnen afwegen.
De heer AANSTOOT merkt op dat met het amendement van de SGP de raad in de toekomst discussie zal voeren bij iedere aanpassing van sportcomplexen. Spreker vindt dat gekeken moet worden wat de bestemmingsplanmogelijkheden zijn en wat de milieutechnische randvoorwaarden zijn.
De heer KAMPHUIS zegt dat de kern van het amendement is, dat afgeweken mag worden van een bestemmingsplan mits men voldoet aan bepaalde voorwaarden.
De heer AANSTOOT zegt dat voorkomen moet worden dat door reparatie van deze situatie, in de toekomst problemen ontstaan bij andere sportcomplexen.
De heer KAMPHUIS zegt dat het alleen gaat over de manege Oosterhof en dit betreffende tennispark, die te maken hebben met dit bestemmingsplan.
Wethouder STEGEMAN zegt naar aanleiding van de vraag de heer Cornelissen over communicatie, dat dit losstaat van de formele besluitvorming over dit specifieke agendapunt. Het is wel interessant dit soort zaken weer eens op een rijtje te zetten.
Ten aanzien van hinder geeft hij aan dat er maximaal ingezet moet worden om de hinder, op deze plek en ook op andere plekken, zo klein mogelijk te maken. Wat blijft is hoe men hinder ervaart.
Tweede termijn
De heer ROOSINK zegt dat hem niet duidelijk is wat het amendement beoogt. Als de tennisclub binnen de wettelijke regels blijft en de buurt ervaart het anders, dan wordt hiermee niets opgelost.
De heer DE KOE zegt dat volgens de wethouder de gemeente binnen de milieuregels blijft, maar horend de stelling van de heer Kamphuis, ontstaat de vraag wie er gelijk heeft. Het zou goed zijn als voor de raadsvergadering duidelijkheid wordt gegeven: hoe hoger hoe beter of hoe lager hoe beter?
NB: Op 22 maart zijn de richtlijnen van de Nederlandse stichting voor verlichtingskunde verstrekt.
Hierin staat op p. 19: “Door het kiezen van lagere lichtpunthoogten kan een hinderlijke bron soms
beneden een kijkhoek verdwijnen door tussenliggende obstakels. Door het kiezen van een hogere
lichtpunthoogte kunnen hinderlijke armatuurinstellingen worden gewijzigd in minder hinderlijke
invalshoeken van het licht.
De heer AANSTOOT vraagt waarom de reactie van de omwonenden niet is meegenomen in de inspraaknota. Hebben de bewoners inmiddels bericht ontvangen?
De heer DANKER zegt dat er maanden geleden een brief na de termijn van terinzagelegging is binnengekomen. Die brief is als een ambtelijke brief behandeld. Die brief is voorzien van een reactie. Vervolgens zijn er brieven verstuurd naar de raadscommissie en er zijn gesprekken geweest met de omwonende die in de vorige vergadering heeft ingesproken. Er loopt nog een ander traject, dat vooral inhoudelijk naar de zaak kijkt. Het lichtonderzoek, het handhavingsverzoek en dergelijke maken daarvan deel uit.
De heer KEVELAM heeft moeite met het amendement van de SGP, omdat het hier gaat om een conserverend bestemmingsplan. De uitgangspunten daarvan zijn dat de bestaande rechten op z'n minst worden gehandhaafd en waar er verschillen zijn in deelplannen, worden die in de meest ruime zin voor iedereen gelijk getrokken. Een wijziging hierop zou betekenen dat twee verenigingen danig in hun rechten worden aangetast. Nu kan men de hoogte van de lichtmasten zonder ontheffing tot 18 meter brengen, al moet men voldoen aan de normen. Bij verplaatsing of een andere wijziging, zoals met het amendement wordt voorgesteld, zou er boven 8 meter, zoals nu is toegestaan volgens het bestemmingsplan, ontheffing moeten worden verleend. Dat is een wezenlijke aantasting van het recht in het bestemmingsplan. Daarom steunt de VVD dit voorstel niet. Voorts is de VVD het eens met de ChristenUnie dat er in de situatie van de tennisvereniging helemaal niets zal veranderen.
De heer KAMPHUIS reageert dat het huidige bestemmingsplan 8 meter toestaat. Bij ontheffing mag dat hoger worden. Het amendement stelt voor het juist conserverend te maken: 8 meter bij recht en middels een afwijking of ontheffing hoger, gekoppeld aan een milieumaatregel. De tennisver¬eniging heeft op grond van een vergunning recht op een bepaalde hoogte op die bepaalde plek.
De heer KEVELAM vraagt hoe hoog de masten op dit moment zijn bij de Oosterhof en het tennispark.
De heer KAMPHUIS zegt dat het gaat om masten van een bepaalde hoogte, waarvoor een vergunning is verleend op de oude plek. Als men iets wil verplaatsen en er ontstaat een nieuwe situatie, dan moet dat gewoon afgewogen worden via een ontheffing.
De heer KEVELAM zegt dat de huidige hoogte op de betreffende plekken al is vergund.
De heer KAMPHUIS zegt dat er vergunning is verleend voor de oude plek met de oude hoogte. Het punt is dat de masten zijn verplaatst. Daarom is er lichthinder. Voor die verplaatsing heeft men een vergunning nodig. De SGP wil dat zo regelen dat men die vergunning kan krijgen, maar dan moet men voldoen aan de lichtnormen. Als dat niet gebeurt, dan is spreker het eens met de bewoners, dat het geen conserverend plan is, maar dat er veel meer ruimte wordt geboden.
De voorzitter concludeert dat de commissie voorstelt het raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan Wonen Rijssen als bespreekstuk te behandelen in de raad.
10. Raadsvoorstel vaststellen Structuurvisie Rijssen-Holten (portefeuille J.A Stegeman)
De heer KLEIN VELDERMAN spreekt in en gaat in op de vraag wat een visie eigenlijk is. Volgens de Dikke van Dale is het een kijk of een mening, maar in de praktijk wordt in een visie een toekomstbeeld geschetst van het onderwerp waar het over gaat. In de structuurvisie geeft de gemeenteraad aan wat zijn toekomstplannen op velerlei gebieden zijn, zodat men weet waarmee men in de toekomst rekening kan en/of moet houden. Een structuurvisie is nodig om richting te geven aan ontwikkelingen binnen de gemeente en aan plannen, waarvan de gemeenteraad moet beoordelen of deze passen in de structuurvisie. Als dat zo is, dan mag men ervan uitgaan dat er draagvlak voor bestaat. Zo'n visie bevat ook zaken waarvan geleerd is, omdat de gemeente die in het verleden verkeerd heeft aangepakt. Spreker zoomt in op de ontwikkelingen van bedrijventerreinen.
De visie zorgt ervoor dat de industrie zich binnen de gemeente kan ontwikkelen op geschikte locaties, haalt bestaande industrie weg van bewoning en legt industrieterreinen aan langs lawaaiige terreinen. Zo’n visie is voor iedereen begrijpelijk, wordt politiek gesteund en is algemeen bekend. Zonder visie gaan er zaken mis, zoals Lokerbroek, Vletgaarsmaten III en de Enkco. Er is een goede visie ontwikkeld voor Vletgaarsmaten I en II: daar investeert de gemeente in het bouwrijp maken van gronden op een goede locatie en er zijn nu vele hectares beschikbaar voor onmiddellijke bedrijfshuisvesting.
Die visie wordt in 2007 volledig overhoop gegooid voor een ondernemer die voor eigen risico gronden aankoopt in een groene zone met agrarische bestemming en de gemeente verplicht zich geheel tegen de geldende visie en regelgeving in, mee te werken aan een bestemmingswijziging. Hoewel het openbaar gemaakt deel van deze overeenkomst slechts een inspanningsverplichting bevat, handelt de gemeente alsof het een resultaatverplichting is. Deze afwijking van de visie heeft ernstige gevolgen: er wordt wederom zware industrie ontwikkeld in de onmiddellijke nabijheid van een kwetsbare woonwijk, waar helemaal geen nieuw industrieterrein ontwikkeld zou moeten worden. De vraag is of dit de visie is van de gemeente of van een ondernemer? Het antwoord is wettelijk vastgesteld: de gemeenteraad gaat over het ontwikkelen en vaststellen van een visie, ook de structuurvisie van Rijssen-Holten.
Zonder het bedrijf Müller zou de Keizer niet in deze structuurvisie als bedrijventerrein zijn opgenomen en zou de Keizer als waardevol gebied tussen wonen en werken worden opgenomen met de potentie om ontwikkeld te worden als een gebied met woon-werklocaties.
Müller moet als bedrijf in Holten behouden worden op een plek waar zij zich vrij kan ontwikkelen zonder nadelige gevolgen voor de omgeving. Die plek is Vletgaarsmaten. Het is voor de gemeente bovendien onverantwoord mee te werken aan een risicovolle, hinderveroorzakende industrievestiging op een locatie die altijd als overgangsgebied is bestempeld.
Spreker schetst enkele mogelijke toekomstige scenario’s waarin het bedrijf stopt, of de gronden verkoopt, of de locatie wel ontwikkeld en vervolgens vertrekt.
Om genoemde redenen moet de gemeenteraad het gebied de Keizer niet als industriegebied in zijn structuurvisie opnemen. Het was, is en zal altijd een overgangsgebied tussen wonen en werken moeten zijn. Dat was een jarenlange wens van de gemeente. Spreker roept op de visie helder te houden en deze niet te laten beïnvloeden, in de structuurvisie op te nemen dat de Keizer als overgangsgebied tussen wonen en werken moet blijven fungeren en daarnaast te denken aan de mogelijkheid dat de gemeente op de vingers kan worden getikt voor verboden overheidssteun.
De heer KEVELAM zegt dat er al veel voorafgegaan is aan het vaststellen van de structuurvisie en dat er al veel discussies zijn geweest, ook over de Keizer. Volgens spreker verandert er niks aan deze structuurvisie. De VVD stelt voor de structuurvisie nu vast te stellen.
De heer DE LA HAYE zegt dat het overgangsgebied, genoemd door de heer Klein Velderman, door hem nu zo wordt uitgelegd dat het omgezet gaat worden naar woon-werkgebied.
De raad heeft eerder een besluit genomen, dat de fractie van de PvdA respecteert. De PvdA maakt echter een kanttekening bij het vaststellen van de structuurvisie: plan de Keizer had voor de PvdA niet gehoeven en had agrarisch gebied of overgangsgebied kunnen blijven.
De heer AANSTOOT vraagt of de bedrijfsterreinenvisie, die de raad heeft vastgesteld, integraal is opgenomen in het stuk.
Wethouder STEGEMAN zegt de bedrijfsterreinenvisie integraal is opgenomen in de structuurvisie.
De heer AANSTOOT concludeert dat het hier dus bestendiging van beleid betreft. GEMEENTEBELANG stemt in met de structuurvisie.
De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie kan instemmen met het voorstel.
De heer CORNELISSEN zegt dat het CDA kan instemmen met het voorstel.
De voorzitter concludeert dat de raad instemt met het raadsvoorstel vaststellen Structuurvisie Rijssen-Holten en stelt voor het als hamerstuk te behandelen in de raad, waarbij de fractie van de PvdA heeft laten weten een kanttekening te maken met betrekking tot plan de Keizer.
11. Raadsvoorstel financiële middelen t.b.v. energiebesparende maatregelen (portefeuille B. Wolterink)
Mevrouw KUIPER zegt dat GEMEENTEBELANG tegen het creëren van verschillende potjes is en vindt dat het restantbedrag moet worden teruggestort in de algemene middelen.
De heer SCHREUDER zegt dat de SGP van mening is dat overschotten moeten terugvloeien in de algemene reserve. Spreker vraagt om welk bedrag het gaat.
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat CDA zich in het kader van milieudoeleinden inhoudelijk kan vinden in het voorstel, maar dat de afgesproken spelregels gevolgd moeten worden en dat besparingen via de algemene middelen bij de kaderstelling opnieuw aan de orde moeten komen.
De heer DE LA HAYE zegt dat de koninklijke weg bewandeld moet worden, waarbij de bespaarde middelen opnieuw ingezet moeten worden voor energiebesparing.
De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie zich aansluit bij vorige sprekers. Waarom is voor dit voorstel gekozen?
Wethouder LIGTENBERG proeft waardering voor de wijze waarop het college omgaat met CO²-reductie. Het college vindt voorliggend voorstel een uitzonderingssituatie. Het betreft hier een continu proces.
De heer F.W.A.P. KAMPHUIS zegt dat de eerste besparing € 30.000 is voor de jaren 2010/2011, o.a. in het kader van aanpassing van verwarming in het gemeentehuis. De jaren 2012/2013 worden opnieuw in kaart gebracht. Wat dan de besparing is, is op dit moment niet te zeggen.
De heer DE LA HAYE vraagt of dit betekent dat er structureel een besparing zal zijn.
De heer BERKHOFF zegt dat als elk jaar wordt bepaald wat er bespaard is, er een structurele maatregel komt voor de komende jaren. Wel is de vraag of er een soort van rem komt op de maatregel of dat er nog geld in het potje zit, zodat dit voorlopig kan doorgaan, ook zonder deze storting.
Wethouder LIGTENBERG zegt dat het voorstel is geredigeerd in de vorm van een soort aanjaagfunctie. Het onderwerp leeft in de gemeente en is uitermate van belang, vandaar deze insteek van het college, waarbij ook wordt gekeken naar wat er de komende jaren bespaard wordt.
De heer BERKHOFF vraagt of het voorstel van nu alleen 2011 en 2012 betreft.
De heer F.A.W.P KAMPHUIS zegt dat het gaat om een periode van drie jaar, waarbij 2010 en 2011 als één jaar gelden. Vervolgens komen de jaren 2012 en 2013. Het voorstel is te kijken naar wat er vervolgens per jaar wordt bespaard en daaraan een bestemming te geven. Overigens zullen de grootste besparingen zich voordoen in de eerste jaren.
De VOORZITTER zegt dat de vraag is of het geld van drie jaar terug kan vloeien voor genoemd doel.
De heer SCHREUDER zegt dat dit ingaat tegen het principe van de koninklijke weg. Er zijn genoeg goede doelen te bedenken, waaraan geld structureel of incidenteel beschikbaar gesteld kan worden.
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat de afweging moet plaatsvinden bij de bespreking van de kadernota.
De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie groot voorstander is van de energiebesparende maatregelen en zich kan vinden in het voorstel. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie.
De heer DE KOE zegt dat bij de begroting wordt beslist waaraan het geld beschikbaar wordt gesteld.
Mevrouw KUIPER sluit zich aan bij de woorden van de heer De Koe.
De heer DE LA HAYE zegt dat hij zich aansluit bij de woorden van de heer Berkhoff.
De heer SMELT zegt dat de VVD gaat voor de koninklijke weg, dus via kadernota en begroting.
De voorzitter concludeert dat de commissie in meerderheid niet instemt met het raadsvoorstel financiële middelen t.b.v. energiebesparende maatregelen en voorstel het als bespreekstuk te behandelen in de raad.
12. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Rijssen, landgoed De Scheper (portefeuille J.A. Stegeman)
De VOORZITTER wijst op een fout in de inleiding van het voorstel op pagina 1. Het voorstel is niét eerder opiniërend voorgelegd aan de commissie Grondgebied.
De heer KAMPHUIS wijst op fouten en slordigheden die staan in de voorschriften die bij het plan horen, al zal inhoudelijk en juridisch een en ander waarschijnlijk wel kloppen. Verwijzend naar de eerdere discussie over vrijstelling van bouwhoogte onder voorwaarden wijst spreker op punt 5.4.1 van het afwegingskader, waarin het bestemmingsplan mogelijkheden geeft voor incidentele situaties. Daaraan hangt dan een voorwaarde: geen onevenredige aantasting van bijvoorbeeld verkeersveiligheid en dergelijke.
De gemeente anticipeert hier op het bestemmingsplan Buitengebied, dat nog niet is vastgesteld. Het gevaar zit erin dat op het moment dat er wijzigingen komen in het bestemmingsplan Buitengebied, voorliggend bestemmingsplan daarmee niet meer synchroon loopt.
Wethouder STEGEMAN zegt dat het knip- en plakwerk inderdaad niet goed is gedaan. Wat betreft de opmerking over het synchroon lopen met het bestemmingsplan Buitengebied, merkt spreker op dat de bestemmingsplannen volgens de oude regels zeker niet synchroon zouden lopen.
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt met het raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan Buitengebied Rijssen, landgoed De Scheper, en stelt voor het als hamerstuk te behandelen in de raad.
13. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Rijssen, bouw woning Biesterij (portefeuille J.A. Stegeman)
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt met het raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan Buitengebied Rijssen, bouw woning Biesterij, en stelt voor het als hamerstuk te behandelen in de raad.
17. Ontwerpbestemmingsplan en ontwerpplan-MER buitengebied Rijssen-Holten (portefeuille J.A. Stegeman)
De heer VENEKLAAS spreekt in. Op de agenda staat “ontwerp bestemmingsplan buitengebied”, maar de commissie spreekt eigenlijk over voortraject hiervan, zoals het voorontwerp, de zienswijzen en de reactienota. Dit vormt samen het ontwerp-bestemmingsplan, mits de raad dit goedkeurt. Spreker wil het hebben over het voortraject. Hij heeft met verwondering de afhandeling van zijn zienswijzen op het voorontwerp in ogenschouw genomen. Hij heeft, bewust digitaal, 28 zienswijzen ingezonden, aangeleverd op volgorde van het voorontwerp, voorzien van artikelnummers. Deze zijn vervolgens door de behandelend ambtenaar gecomprimeerd tot 11 aandachtspunten, waarin geen enkele volgorde of samenhang meer te vinden is. Op deze 11 punten zijn vervolgens 12 antwoorden gegeven, zonder enige samenhang of logische volgorde. Eén beantwoording spreekt over "vermoedelijk", dat schept geen duidelijkheid. Dat dit gebeurt, vindt spreker jammer, omdat men door middel van knippen en plakken alles in de juiste volgorde had kunnen afwerken. Hij vraagt zich af of dit soort zaken bewust wordt gedaan om de burger met een kluitje in het riet te sturen. Het gevolg is dat spreker opnieuw een bijna even grote zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerp-bestemmingsplan. Dat is jammer, omdat zowel in zijn zienswijzen op het voorontwerp als nu in de ontwerpfase het vooral gaat om bezwaren tegen bestaande, reeds vergunde rechten. Dit zijn rechten die in het vigerend bestemmingsplan zijn toegestaan en die in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied zomaar verdwenen zijn. Het gaat om rechten die veelal tot bij de Raad van State uit het vuur zijn gesleept.
Tijdens een voorlichtingsbijeenkomst in 2008 over de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in het provinciehuis, werd duidelijk gemaakt dat er een deadline was voor het actualiseren van alle bestemmingsplannen. Ook werd duidelijk verteld dat vooroverleg met betrokkenen een van de belangrijkste punten is om in de toekomst tot een bestemmingsplan te komen. Het was dus slimmer geweest indien het college al in 2008 opdracht had gegeven om een aanvang te maken met het omvangrijke bestemmingsplan voor het hele buitengebied van de gemeente Rijssen-Holten. Dan was er tijd geweest voor vooroverleg met betrokkenen, iets wat nu volledig aan spreker is voorbijgegaan, ondanks dat zijn bedrijf over een eigen bestemmingsplan beschikt. Nu moet alles er met stoom en kokend water worden doorgedrukt en wordt er een conserverend plan zonder enige visie opgesteld.
Het is jammer dat in diverse publicaties en bij monde van de portefeuillehouder steeds is beweerd dat altijd de ruimste maten uit de oude bestemmingsplannen zijn overgenomen. Dat mag misschien zo zijn voor de agrarische sector, maar niet voor het bedrijf van spreker.
Verder heeft spreker het idee dat er niet alleen naar het huidige bestemmingsplan is gekeken, maar dat er ook maten, aantallen en rechten uit bijvoorbeeld exploitatievergunningen, milieuvergunningen en dergelijke zijn meegenomen. Dat is niet de bedoeling, het gaat hier om een bestemmingsplan.
Spreker wil niet gedetailleerd ingaan op de bezwaren die hij heeft ingediend. Hij gaat ervan uit dat de commissieleden de stukken goed lezen en controleren aan de hand van de nog steeds vigerende bestemmingsplannen. Ook gaat hij ervan uit dat de commissie en de raad als hoogste orgaan in de gemeente, erop toezien dat procedures juist worden afgehandeld en dat de burgerrechten niet in het geding komen. Alleen dan kan een gang naar de Raad van State voorkomen worden. Het zou mooi zijn als de genoemde deadline voor het bestemmingsplan Buitengebied haalbaar is.
De heer AANSTOOT zegt dat inspreker eerder op 28 punten een zienswijze heeft ingediend op het voorontwerp. Dat heeft hij nu opnieuw gedaan. Is van de eerste zienswijzen niets gehonoreerd?
De heer VENEKLAAS zegt dat het aantal zienswijzen iets teruggebracht is in verband met een veranderde situatie.
De heer KAMPHUIS vraagt hoe de heer Veneklaas het vooroverleg voor zich had gezien.
De heer VENEKLAAS zegt dat er enkele kleine bestemmingsplannen zijn van 10 tot 15 hectare voor bijvoorbeeld de Haspel, Twenhaarsveld en kampeercentrum De Holterberg, die tot bij de Raad van State zijn uitgevochten. Het gaat hier om recreatiebedrijven en men probeert dat in één korte recreatieparagraaf samen te vatten. Dat is niet mogelijk, want de rechten verschillen per bedrijf en kunnen niet gegeneraliseerd worden. Spreker had graag gezien dat er nog voor de voorontwerpfase overleg met hem was geweest als vergunninghouder en eigenaar van de betreffende gronden.
De heer KEVELAM vraagt of de heer Veneklaas de commissie verzoekt negatief te adviseren aan de raad of dat hij de commissie attent wil maken op zijn bezwaren.
De heer VENEKLAAS zegt dat hij de commissie niet kan adviseren. Als de commissie haar huiswerk goed heeft gedaan, moet opgevallen zijn dat er vanuit 28 bezwaren 11 aandachtspunten naar voren zijn gekomen met 12 antwoorden, inclusief de term "vermoedelijk". Het gaat hier om regelgeving; vermoedens zijn dan niet aan de orde.
De heer KEVELAM vraagt of de heer Veneklaas naar aanleiding van zijn ingebrachte zienswijzen wil zeggen dat de commissie niet moet instemmen. Als de procedure blijft doorlopen en de commissie gaat niet op detail in op de zienswijzen, dan heeft de heer Veneklaas nog de mogelijkheid bezwaar te maken tegen het ontwerp-bestemmingsplan.
De heer VENEKLAAS zegt dat de fracties een standpunt innemen. Als dat standpunt afwijkt van wat spreker in gedachten heeft, dan staat hij hier in een volgende fase zeker opnieuw.
Opinies
De heer KAMPHUIS zegt dat de raad straks moet beslissen over een ontwerp-bestemmingsplan, waarbij een reactienota zit op de zienswijzen. Zodra het stuk voor inhoudelijk behandeling wordt voorgelegd, zal de SGP haar opinie geven. Dat is nu veel te vroeg.
Het betreft hier een conserverend plan. Hoe denkt het college ontwikkelingen die in het buitengebied plaatsvinden, mogelijk te maken? Dan gaat het om bedrijfsuitbreidingen en dat soort zaken. Wat betekent dit voor de legeskosten en dergelijke?
De heer AANSTOOT zegt dat GEMEENTEBELANG kennis heeft genomen van de ingediende zienswijzen. Die zienswijzen zijn deels gehonoreerd, bijvoorbeeld ten aanzien van het aan drie zijden uitbreiden van bouwblokken. Wat betreft de archeologische onderzoeken ten aanzien van de bouwblokken is er nog verschil van mening. Het college geeft aan dat kuil- en mestopslagplaatsen buiten het bouwblok niet mogelijk zijn. GEMEENTEBELANG vindt dat dat wel zou moeten kunnen.
GEMEENTEBELANG is verontrust door de reactie van de heer Veneklaas. Als dat de lijn is dan baart hem dat zorgen. De termijn van bezwaar maken is inmiddels verstreken. Spreker is benieuwd naar de indiende bezwaren en of deze veel overlap hebben met de eerder ingediende zienswijzen.
Wethouder STEGEMAN zegt dat de vraag van de SGP over wat er nog aan ontwikkelingsmogelijk¬heden aan komt, niet is meegenomen in dit bestemmingsplan. De keus is dit zo dicht mogelijk tegen conserverend aan te houden. Het vervolgtraject, het autoriseren van mogelijkheden, zal hierna moeten plaatsvinden. Op individuele basis gaat de gemeente daar gewoon mee verder.
Wat betreft de vraag over kuil- en mestopslag is de keuze gemaakt dit binnen het bouwblok te situeren. Het is de insteek bij de volgende verandering de bouwblokgrootte daarop aan te passen.
Mevrouw BRINKHUIS zegt dat er ongeveer 100 zeer diverse zienswijzen zijn ingediend.
Wethouder STEGEMAN merkt op dat de provincie heeft laten weten geen zienswijze in te dienen.
De heer KAMPHUIS zegt dat een bestemmingsplan voor tien jaar geldt. In het verleden konden mensen altijd wensen indienen voor uitbreiding of vergroting om bedrijfsontwikkelingen mogelijk te maken. Uit de stukken blijkt dat dat nu niet meer het geval is. Spreker wil graag weten hoe het college hiermee omgaat. Hij geeft als suggestie mee achter een conserverend plan een extra tweede plan mee te laten draaien, dat ontwikkelingsgericht is en waarbij men geen of beperkte leges betaalt. De SGP ziet graag een voorstel daartoe van het college, ook voor wat betreft het financiële aspect.
Er zijn nu 100 zienswijzen ontvangen. Spreker verzoekt het college daarmee op een goede wijze om te gaan en eventueel een aparte inspraakbijeenkomst te organiseren.
De heer CORNELISSEN zegt dat destijds bij de presentatie van het conserverende bestemmingsplan Buitengebied door het college is toegezegd dat er een veegplan zou komen.
Wethouder STEGEMAN zegt dat een veegplan is bedoeld voor foutjes die in bestemmingsplannen geslopen zijn.
De suggestie van de heer Kamphuis is wezenlijk, maar dat is een onderwerp waarover de raad moet praten. Als de heer Kamphuis dat verwacht, dan wil spreker dat proberen in te brengen in het college. Er zullen echter meerdere facetten aan zitten.
De heer KAMPHUIS zegt dat het bestemmingsplan is vastgesteld in 1984. Dat is een situatie die niet meer kan gelden voor 2012. Bedrijven hebben een visie en willen verder, maar hun ontwikkelingen kunnen nu niet verder komen. Hij geeft het college in overweging met een voorstel te komen hoe die initiatieven, die normaal worden meegenomen in een niet-conserverend bestemmingsplan, gestalte kunnen krijgen. Dat is inderdaad iets anders dan een veegplan.
De heer KEVELAM zegt dat hij het idee had dat er zo snel mogelijk een nieuw bestemmingsplan zou komen, waarin nieuwe ontwikkelingen meegenomen zouden worden. Dan is inderdaad niet een veegplan. In de tussenfase moet er een regeling komen voor bedrijven die al willen ontwikkelen.
De heer CORNELISSEN zegt dat een veegplan de betekenis kan hebben die de wethouder eraan gaf. In de desbetreffende bijeenkomst werd een beeld geschetst over wat de plannen zijn voor het buitengebied: toekomstige nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken op zo kort mogelijke termijn.
Wethouder STEGEMAN zegt dat hij zojuist heeft aangegeven wat een veegplan is. Wat verder speelt en ook naar voren komt uit de woorden van de heer Kamphuis, is de vraag hoe de gemeente verder gaat, materieel en inhoudelijk gezien. De gemeente wil zo snel mogelijk, waarbij een termijn van een jaar is genoemd, tot een herziening komen, waarin de ontwikkelingsmogelijkheden aan de orde komen. De vraag van de heer Kamphuis is hoe omgegaan wordt met diegenen die daarop niet kunnen wachten en die zelf initiatieven nemen.
De heer KAMPHUIS zegt dat de SGP graag zo snel mogelijk, aansluitend aan dit plan, een ontwikke-lingsgericht bestemmingsplan wil hebben. Het is aan het college hoe dat wordt gedaan. Eventueel kan dat via een screening uit de zienswijzen of via inschrijving op een project. Dat geeft efficiencyvoordelen voor de organisatie, de raad en de inwoners.
De VOORZITTER concludeert dat het college toezegt dat er een vervolg komt op dit conserverend bestemmingsplan.
De heer KAMPHUIS zegt dat hij dat graag voorgelegd wil krijgen in een voorstel.
Wethouder STEGEMAN zegt dat het gaat om een nieuw fenomeen en dat er in elk geval eerst overleg met de fracties moet plaatsvinden over de randvoorwaarden die opgenomen moeten worden.
De heer KEVELAM zegt dat het karakter van een conserverend bestemmingsplan is dat de rechten die in oude bestemmingsplannen aanwezig waren voor percelen, op z'n minst gehandhaafd blijven. Als er voor de hele gemeente een eensluidend bestemmingsplan komt, neemt dat niet weg dat er op detailniveau rechten weggenomen kunnen worden. Uit de woorden van de heer Veneklaas proeft spreker dat dat wel is gebeurd op het gebied van recreatie. Spreker gaat ervan uit dat alle kleine details die in de inspraakreacties naar voren zijn gebracht, voorzover het gaat om oude rechten, zijn gehonoreerd.
Wethouder STEGEMAN zegt dat dat het geval is, al moet men wel kijken naar de integraliteit. Het is de bedoeling dat die onderdelen die vergund zijn voor camping de Holterberg erin kunnen blijven. Het college wil een goede houding aannemen richting recreatie en toerisme. Dat blijkt ook uit toestemming van het college voor uitbreiding van camping de Holterberg. Dat neemt niet weg dat de gemeente attent moet blijven op de genoemde kleine onderdelen bij haar grote taak om alle zaken van het buitengebied in elkaar te schuiven. Voor dingen die eventueel over het hoofd gezien worden, is er het veegplan.
14. Verplaatsing schietbaan De Eendracht (portefeuille J.A. Stegeman)
De heer H.J. NIJKAMP zegt dat het CDA blij is dat met voorliggend plan de parkeermogelijkheden op de Kalfstermansweide worden uitgebreid. De verenigingen, De Eendracht en Blauw Wit, stemmen in met het plan. Ook het CDA staat hier volledig achter.
Mevrouw WIBBELINK zegt dat er Holtenaren zullen zijn die zeggen dat er alweer wat verdwijnt, zoals nu de muziekkoepel. De koepel wordt echter weinig gebruikt en er is nu alleen maar sprake van overlast en vernieling. Met de schietvereniging moet goed overlegd worden. Als er van weerskanten tevredenheid is, geeft de VVD haar goedkeuring.
De heer AANSTOOT zegt dat GEMEENTEBELANG contact heeft gehad met de schietvereniging. Deze vereniging zegt zelf baat te hebben bij het plan. Gezien het maatschappelijk belang en de ontwikkelingen op de Kalfstermansweide, stemt GEMEENTEBELANG in met het voorstel.
De heer SCHREUDER zegt dat de SGP het een goede zaak vindt dat de gemeente deze stap zet. Wat de SGP betreft, geldt hier: opschieten.
15. Voorontwerp exploitatieplan Het Opbroek, fase 1 en 2 (portefeuille J.A. Stegeman)
De heer KREIJKES zegt dat de SGP zich goed kan vinden in het plan. Spreker vraagt of er zienswijzen zijn ingediend naar aanleiding van de terinzagelegging. De SGP wil de inhoud van die zienswijzen betrekken bij de verdere ontwikkeling. De SGP stelt zij het op prijs, in de verdere ontwikkeling van dit exploitatieplan, een keer tekst en uitleg te krijgen, ook over de cijfermatige kant.
De heer CORNELISSEN zegt dat het te vroeg is voor een opinie, ook omdat de uitkomst van de inspraakprocedure er nog niet is. Het CDA vindt het belangrijk de inspraak af te wegen.
De heer DE LA HAYE zegt dat het een mooi uitgewerkt plan is. Hij vraagt in het bijzonder aandacht voor het langzaam verkeer en het openbaar vervoer. Het plaatsen van fietsbruggen mag niet een sluitstuk zijn. Routes voor langzaam verkeer moeten als eerste gerealiseerd worden en niet als laatste. Het inrichtingsplan en de langzaam-verkeerroutes zijn niet altijd even logisch.
Wethouder STEGEMAN zegt dat er een voorontwerp-exploitatieplan voorligt, dat eigenlijk alleen maar goedgekeurd kan worden. Er volgen nog vele fases, waarin de gemaakte opmerkingen meegenomen worden.
18. Welstandsnota (portefeuille J.A. Stegeman)
De heer CORNELISSEN zegt dat de welstandsnota op sommige punten wat beperkter is qua tekst en qua specificeringen dan vorige welstandsnota's. Voorts staan er nogal wat termen in dat zaken qua aard en schaal bij de directe omgeving moeten passen. In hoeverre kan dit bestemmingsplantechnisch in strijd zijn met de mogelijkheden die iemand heeft?
Wethouder STEGEMAN zegt dat het bestemmingsplan leidend is, met een uitwerking in welstand. Dat verloopt momenteel via de welstandscommissie, die daarna adviseert aan het college. Spreker gaat ervan uit dat de welstandscommissie bij haar beoordeling met alle facetten rekening houdt.
De heer CORNELISSEN zegt dat volgens de tekst aard en schaal gelijk moeten zijn aan de directe bebouwing. Als het bestemmingsplan een bebouwing toestaat die niet gelijk is aan de directe bebouwing, dan is de vraag in hoeverre deze welstandsnota in strijd is met het bestemmingsplan.
Wethouder STEGEMAN zegt dat hij ervan uitgaat dat welstandsnota en bestemmingsplannen niet met elkaar in strijd komen.
De heer MEIJERINK merkt op dat het bestemmingsplan leidend is.
Wethouder STEGEMAN zegt dat dit inderdaad het geval is.
De heer AANSTOOT zegt dat er in het kader van deregulering meer welstandsvrij gebouwd kan worden. De welstandscommissie lijkt de gemeente echter meer werk te bezorgen dan dat deze effectief is. GEMEENTEBELANG zou de welstandsnota niet willen vaststellen. Zij ziet meer in bestemmingsplannen gecombineerd met beeldkwaliteitsplannen op vitale punten. Niet meer dan dat.
De heer KEVELAM zegt voor een groot deel mee te gaan met de woorden van de heer Aanstoot. Er is echter waarschijnlijk nu al betaald voor het opstellen van deze welstandsnota.
De heer TIJHOF zegt dat een meerderheid van de raad een besluit heeft genomen. Daaraan is nu uitvoering gegeven.
Wethouder STEGEMAN zegt dat het onderwerp welstandscommissie nog geagendeerd wordt.
De heer KEVELAM zegt dat opgevallen is bij de welstandscriteria, dat de woongebieden zijn opgesplitst. Per deelgebied is een aantal welstandscriteria opgesteld. Die criteria verschillen niet erg veel van elkaar. Inhoudelijk betekent het dat de welstandsnota niet een stevige leidraad is voor de beoordeling. Er zit een gigantisch grote interpretatiemogelijkheid in. Om die reden benadrukt spreker dat er in een volgend traject wellicht gebouwd kan worden zonder welstandsnota.
19. Verharden Vianenweg Holten (agendering op verzoek van de PvdA)
De heer DE LA HAYE zegt dat in 2003 is vastgesteld in het kader van harmonisatie zandwegen, geen zandwegen meer te verharden en eventueel toekomstige verzoeken af te wegen naar de aangegeven criteria en hierover afzonderlijk te rapporteren aan het college. De PvdA heeft over het verharden van de Vianenweg vragen gesteld aan het college. Naar aanleiding van de beantwoording, vindt de PvdA dat 35 van de 400 bewoners een mager aantal is om tot verharding over te gaan. Kijkend naar de motivatie van de aanwonenden, lijkt juist de huidige weg minder verkeer op te leveren dan een asfaltweg. Ook het aantal claims dat als motivatie wordt genoemd, valt te overzien.
De PvdA heeft voorts gevraagd de jaarlijkse kosten in beeld te brengen, zodanig dat de realisatie, de afschrijving, de rentelasten en het onderhoud per jaar uitgewerkt worden. Het college zegt daarover: dat zijn wij niet gewend. Spreker zegt dat dat betekent dat nooit de afweging gemaakt kan worden wat verstandig is: teruggaan naar een echte zandweg, de gravelux bijschaven of asfalteren.
De heer CORNELISSEN zegt dat het CDA zich in eerste instantie kon vinden in het voorstel. Zij heeft inmiddels kennis genomen van de vragen van de PvdA en de beantwoording door het college. Het standpunt van het CDA is niet gewijzigd.
De heer DE LA HAYE vraagt of dat niet in tegenspraak is met de afspraak die is gemaakt in het kader van de harmonisatie over zandwegen.
De heer CORNELISSEN zegt dat het CDA een goede reden ziet hiervan af te wijken.
De heer AANSTOOT vindt het percentage bewoners niet relevant. Het gaat om de directaanwonenden die grote overlast ervaren. Het is goed dat het college deze situatie zo snel mogelijk oplost.
Mevrouw WIBBELINK zegt dat de VVD geen tegenstander is van verharding van deze weg. Zij wil echter niet dat er hoge drempels worden aangebracht, zoals dat is gebeurd bij de Espelodijk. Een andere mogelijkheid is het plaatsen van een bord met 30km/uur. Dan hoeft de weg misschien niet verhard te worden. Verder vraagt zij of in dit geval baatbelasting kan worden geheven.
De heer DE LA HAYE zegt dat ooit is gezegd, dat als er behoefte aan bestaat, er inderdaad een aantal zandweg en kan worden verhard. De gemeente is 'een' partij en ook de aanwonenden zijn 'een' partij. In het verleden is gezegd dat elke aanwonende een deel van de kosten voor zijn of haar rekening moet nemen. Als mevrouw Wibbelink dat bedoelt, gaat spreker daarin mee.
Wethouder LIGTENBERG zegt de slagingskans van baatbelasting op nihil in te schatten.
20. Rondvraag
De heer AANSTOOT verzoekt het college te kijken naar de slechte staat van onderhoud van de oude begraafplaats in Holten nabij Kalfstermansweide. Zonodig moeten er maatregelen worden genomen.
De heer MULLER vraagt het college te overwegen voorlichtingsavonden te organiseren, waarin extra uitleg gegeven wordt over de WOZ-waarde.
Wethouder STEGEMAN zegt dat informatieverstrekking voor dit jaar niet meer aan de orde is. Voor veel mensen geldt dat zij wel beschikken over genoeg informatie, maar niet weten of zij wel of geen bezwaar moeten indienen. Als echter blijkt dat er behoefte is aan meer kennis op dit gebied, dan kan overwogen worden een voorlichtingsavond te organiseren.
21. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.03 uur.
aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Grondgebied op 12 april 2012
de griffier de voorzitter