Verslag CommissieGrondgebied 7 oktober 2010
Soort document:Verslag
Soort vergadering:CommissieGrondgebied
Datum:7 oktober 2010
Week nummer:40
Tijdstip:19.30 uur
Locatie:raadzaal

Verslag commissie Grondgebied
| datum vergadering: | 7 oktober 2010 |
| tijdstip en plaats: | 19:30 uur in de raadzaal van het gemeentehuis in Rijssen |
| Aanwezig: | |
| voorzitter: | mevrouw M.J. Tijhof-Zwijnenberg |
| SGP CDA CU PvdA VVD GB |
H.J. Nijkamp, R.J. Cornelissen
A.J. Kevelam, R. Smelt, mw G. Wibbelink-Roelvink A.J. Aanstoot, J. Beunk |
| griffier: | H.A.J. van de Vliert |
| notuliste: | mw S.C.M. Vollenbroek-Huitink |
| namens het college: | B. Wolterink, J. Ligtenberg en J.A. Stegeman |
| ambtelijke ondersteuning: | K. van Bart en J. van Veen |
| pers: | 0 |
| publiek: | 12 |
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom.
2. Inventarisatie spreekrecht
Er wordt geen gebruikgemaakt van het spreekrecht.
3. Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4. Verslag van de vergadering van 9 september 2010
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
5. Actiepuntenlijst
1. Stand van zaken nieuwe locatie kleiduivenschietvereniging
Reactie van het college is gemaild op 28 september 2010. De voorzitter vraagt de commissieleden de beantwoording op de actiepuntenlijst te beperken tot deze reactie.
De commissieleden gaan hiermee akkoord.
3. Fractiespecialisten uitnodigen in oktober om mee te denken over de uitvoering van het
milieubeleidsplan
Op 7 oktober 2010 heeft de griffier een uitnodiging van de wethouder doorgestuurd aan de fractievoorzitters met het verzoek de fractiespecialisten uit te nodigen op donderdag 11 november 2010 om 19.00 uur. Het is de avond voor de begrotingsraad en op verzoek van de heer De la Haye zoekt de portefeuillehouder naar een andere datum. Het actiepunt kan worden afgevoerd.
8. In hoeverre is de gemeente verantwoordelijk voor het informeren van grafeigenaren over
verzakking/herstel van graven en is de gemeente hiervoor financieel aansprakelijk
Per mail beantwoord op 30 september 2010. Het actiepunt kan worden afgevoerd.
Actiepunten 2, 4, 5, 6 en 7 worden niet besproken.
6. Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden (Regio e.d.) en over strategische projecten
Wethouder WOLTERINK heeft een portefeuillehouderoverleg bij de Regio bijgewoond over de mobiliteit. Er werd gesproken over de problematiek van PHS. Er is sprake van problemen met betrekking tot leefbaarheid, geluid, trillingen, overweg onveiligheid. Het regionaal spoorvervoer wordt waarschijnlijk de dupe van deze plannen. De bedragen voor compensatie zijn bij lange na niet voldoende.
In september heeft de vaste commissie Verkeer en Waterstaat een hoorzitting gehouden waarbij de Regio Twente heeft ingesproken namens alle gemeenten. Vandaag heeft de commissie overleg over de plannen met de minister. Op 13 oktober aanstaande vergadert het AB van de Regioraad en wordt er wellicht een voorstel gedaan waarbij de Regioraad, namens alle Twentse gemeenten,
een éénduidig standpunt overbrengt aan het kabinet: het PHS in de huidige vorm is niet aanvaardbaar, er moet meer financiële compensatie komen en bij de verdere uitwerking van het PHS moeten ook alternatieven worden meegenomen, bijvoorbeeld nieuwe tracés.
Provinciale staten heeft unaniem een motie aangenomen met dezelfde bewoordingen.
De heer DE LA HAYE vraagt of het de bedoeling is dat de commissieleden hierop moeten reageren.
Wethouder WOLTERINK merkt op dat dit standpunt al is ingenomen namens de Twentse gemeenten. Hierover zijn diverse inspraakmogelijkheden geweest.
De heer DE LA HAYE kan zich niet herinneren dat er in de commissie is gesproken over de consequenties voor Rijssen-Holten ten aanzien van het PHS. De PvdA-fractie legt de laatste hand aan een reactie aan het college op het PHS.
7. Raadsvoorstel beslissing op bezwaar Bolte Vastgoed BV, Boerendanssteeg 25 e.o.
(portefeuille J.A. Stegeman)
Eerste termijn
De heer KEVELAM geeft aan dat er sinds 2006 met Bolte BV wordt gesproken over invulling van de locatie. Is het toen al aangehouden om reden dat de geurverordening moest worden opgesteld?
Onder kopje 2 valt spreker een tegenstrijdigheid op. Eerst staat geschreven dat ‘reactie college wel (tijdig) is besloten’ en in de volgende alinea bij conclusie wordt gesproken over dat ‘besluitvorming (te) lang heeft geduurd’ en is het juist dat de gemeente verkeerd heeft geformuleerd waardoor Bolte BV verkeerd heeft geïnterpreteerd (betreft eerste zin onder kopje conclusie)? Hij vraagt om opheldering.
De heer AANSTOOT leest dat er geen formele aanvraag voor een bouwvergunning of bestemmingsplanwijziging is ingediend. Hoe valt dit te rijmen met de brief van 12 maart 2007 waarin Bolte Vastgoed verzoekt om omzetting van het bestemmingsplan tot woningbouw. Heeft de bezwarencommissie deze brief meegewogen in haar besluitvorming?
De heer CORNELISSEN vraagt naar de juiste interpretatie over de formulering van de tekst in het verweerschrift dat het bezwaar gegrond is (onder conclusie) waarbij in de volgende zin staat dat dit niet geheel juist is.
Wethouder STEGEMAN antwoordt dat er twee zaken aan de orde zijn, een lopende kwestie met Bolte als bemiddelaar voor een opdrachtgever en een juridische zaak. De juridische zaak is naar mening van het college afgedaan bij brief van de commissie bezwaarschriften van 16 juli 2010 over de formele aard van de aanvraag. De commissie constateert dat er geen sprake is van een formele aanvraag. Spreker vermoedt dat het college in 2006 heeft aangegeven dat er voor elke ontwikkeling een bestemmingsplanwijziging zou moeten plaatsvinden. Vervolgens is de geurcirkel in beeld gekomen.
In juni 2010 heeft er een gesprek plaatsgevonden met Bolte waarbij de waarneming van Bolte over dit gesprek anders was dan de waarneming van het college. In dit gesprek is door Bolte voorgesteld het quotum waarover hij zou beschikken, van 4 woningen, om te zetten naar een perceel ergens in Rijssen. Dat zit er echter niet in maar dit geeft aan dat er nog steeds geen echt concreet plan is. In 2008 is Bolte geïnformeerd dat, buiten het stukje van de geurcirkel van 100 meter van het bedrijf Meijerman naar de zuidkant toe, daar een woning gebouwd zou mogen worden. Er is dus één woning toegezegd. Over de andere woningen is niet aangegeven dat er nooit gebouwd mag worden maar er is steeds gezegd dat het bestemmingsplan zou moeten worden gewijzigd en dat de gemeente te maken heeft met een quotum voor Dijkerhoek als geheel.
De heer VAN BART antwoordt dat in het verweerschrift dat naar de bezwarencommissie is gegaan is geschreven dat de besluitvormingsprocedure (te) lang heeft geduurd waarbij niet is vermeld of het gaat om het principeverzoek en de besluitvorming daarop of dat het gaat om een formele aanvraag en het uitblijven van een besluit daarop. Bedoeld is dat besluitvorming op het principeverzoek van Bolte (te) lang heeft geduurd. Dat is niet helder geformuleerd in het verweerschrift. Bolte geeft er vervolgens een verkeerde interpretatie aan zoals blijkt uit de brief van 22 juli 2010, gericht aan de raad.
De heer CORNELISSEN interrumpeert en geeft aan dat de heer Van Bart spreekt over het niet helder formuleren terwijl in het stuk staat dat het niet juist is geformuleerd. Een juridisch verschil.
De heer VAN BART antwoordt dat wordt bedoeld dat het niet helder is geformuleerd aan de bezwaarschriftencommissie.
Spreker heeft geprobeerd Bolte duidelijk te maken dat het niet duidelijk formuleren heeft geleid tot verwarring.
Er is een verzoek gedaan, maar om een besluit te kunnen nemen en om bezwaar te kunnen indienen, dient er sprake te zijn van een formele aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Niet elk verzoek dat wordt ingediend is een aanvraag.
Er ligt nog steeds geen aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan en er kan dus geen besluit worden genomen en er is ook geen mogelijkheid bezwaar te maken.
De bezwaarschriftencommissie had alle relevante stukken tot haar beschikking, waaronder de brief van 12 maart 2007, en heeft er een oordeel over kunnen geven.
Ten aanzien van de tegenstrijdigheid in de tekst zoals aangegeven door de heer Kevelam, antwoordt spreker dat er een besluit is genomen dat, gelet op de omvang van het verzoek en de wensen van Bolte voor ontwikkeling, enige tijd in beslag heeft genomen. Daarnaast kan worden geconstateerd dat door Bolte concreet nooit een plan ter discussie heeft gestaan.
De heer KEVELAM interrumpeert en vraagt of er een tijdspad staat voor het afhandelen van principeverzoeken.
De heer VAN BART antwoordt dat er geen harde termijnen zijn voor het nemen van een principebesluit. Spreker is van mening dat bij een normaal principeverzoek anderhalf jaar wel lang is, echter gelet op de correspondentie die er is geweest na 12 maart 2007 en gelet op de aanhoudende discussie wat precies de bedoeling is en wat er mogelijk is, is er uiteindelijk wel tijdig een besluit genomen op het eerste verzoek.
Tweede termijn
De heer CORNELISSEN vraagt of het formeel mogelijk is de tekst in de conclusie te wijzigen in: er is niet helder geformuleerd.
De heer BERKHOF vraagt of aan Bolte in 2007 duidelijk is gemaakt dat er een formele aanvraag moest worden ingediend om tot een bestemmingsplanwijziging te komen.
Wethouder STEGEMAN antwoordt dat is gecommuniceerd dat er op dat moment een mogelijkheid was voor één woning, in verband met de inzichten betreffende de 100 m geurcirkel.
De heer VAN BART antwoordt dat Bolte er herhaaldelijk op is gewezen tot een concrete aanvraag te komen. Dat heeft Bolte toen ook gedaan maar dezelfde dag is de concrete aanvraag weer omgezet in een principeverzoek ter beoordeling aan het college.
De GRIFFIER geeft aan dat het niet gebruikelijk is teksten aan te passen tenzij er grote omissies in staan. Hij heeft de indruk dat de raad wordt geadviseerd het niet ontvankelijk te verklaren en de raad dus niet toekomt aan de beoordeling of het gegrond of ongegrond is. Het is een ondergeschikte passage in voorstel.
De heer KAMPHUIS vraagt de griffier of het stuk, zonder aanpassing, juridisch dichtgetimmerd is als er een gang naar de rechter komt.
De GRIFFIER stelt voor een en ander te bekijken voor de raad van 4 november aanstaande.
De heer VAN BART vult aan dat het appellabele besluit nog op papier gezet moet worden. Gelet op de interpretatie kan in het besluit dat aan Bolte toegestuurd gaat worden, gekozen worden de tekst aan te passen zoals voorgesteld door de heer Cornelissen. En dat is appellabel bij de rechter.
Derde termijn
De heren KREIJKES, AANSTOOT en TER KEURST steunen het voorstel van het college.
De heer CORNELISSEN roept op de formulering aan te passen. Verder steunt hij het voorstel. Hij adviseert het college bij een vervolgafspraak met Bolte zelf zorg te dragen voor de notulen en deze te laten ondertekenen door beide partijen.
De heer BERKHOF steunt het voorstel van het college en roept de portefeuillehouder op er uit te komen met de heer Bolte.
De heer KEVELAM steunt het voorstel van het college. Hij stelt voor, als het wettelijk niet is geregeld, binnen de gemeente een termijn te stellen voor afhandeling van principeverzoeken.
Wethouder STEGEMAN geeft aan dat als de geurverordening is vastgesteld er verder wordt gepraat met Bolte.
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt met het raadsvoorstel beslissing op bezwaar Bolte Vastgoed BV, Boerendanssteeg 25 e.o. en het als hamerstuk te behandelen in de raad.
8. Raadsvoorstel vaststellen geurvisie en geurverordening Dijkerhoek 2010
- (portefeuille J.A. Stegeman)
Wethouder STEGEMAN antwoordt dat de aanpassing geen beperking vormt voor de woningbouwplannen in Dijkerhoek en ook is er geen sprake van precedentwerking.
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt met het raadsvoorstel geurvisie en geurverordening Dijkerhoek 2010 en het als hamerstuk te behandelen in de raad.
9. Raadsvoorstel voorbereidingsbesluit sterlocatie Schuppertsweg 4 te Holten
- (portefeuille J.A. Stegeman)
De heer KAMPHUIS vraagt waarom er nu weer een voorbereidingsbesluit wordt genomen.
Mevrouw WIBBELINK geeft aan dat dit onderwerp vorig jaar in september ook is behandeld.
Wethouder STEGEMAN antwoordt dat de gemeente het wettelijk moet hebben afgedekt met een bestemmingsplanwijziging dan wel de voorbereiding ertoe. De gemeente is bezig met een voorbereiding van een algehele herziening van het bestemmingsplan buitengebied en het is wenselijk dat dit voorbereidingsbesluit hierin meegenomen wordt.
De heer KAMPHUIS vraagt of het een financiële reden is om het besluit mee te nemen in het bestemmingsplan buitengebied.
De heer AANSTOOT vraagt wat de overweging is het besluit mee te nemen in de totale herziening bestemmingsplan buitengebied. Kan dit besluit niet naar voren worden gehaald en afzonderlijk de procedure te volgen voor een sterlocatie?
Wethouder STEGEMAN antwoordt dat het ook een mogelijkheid is als de raad ervoor kiest.
De heer VAN VEEN vult aan dat als het bedrijf een bestemmingsplanwijziging aanvraagt, ze zelf de bestemmingsplanwijziging moeten maken conform de eisen die de gemeente heeft, en dat kost geld.
De heer NIJKAMP vraagt hoe de ondernemer hier tegenover staat.
De heer VAN VEEN is hiervan niet op de hoogte. De ondernemer bepaalt in welke procedure hij meegaat.
Mevrouw WIBBELINK vraagt of er dus eerst een bestemmingsplanwijziging moet komen en daarna een sterlocatie afgegeven kan worden.
Wethouder STEGEMAN antwoordt dat er binnen de reconstructie gebieden zijn die gedefinieerd zijn. Het gebied waar deze locatie ligt, is een verwevingsgebied. In een verwevingsgebied zijn stringentere voorwaarden dan in het LOG-gebied. Binnen de reconstructie zijn er mogelijkheden geschapen om in het verwevingsgebied op locatieniveau een soort LOG-gebied te maken. Dat moet in het bestemmingsplan worden aangetekend.
De heer MEIJERINK geeft aan akkoord te gaan met het voorstel, onder verwijzing naar de gemaakte opmerkingen hierover bij de vorige behandeling van dit onderwerp.
De voorzitter concludeert dat de commissie instemt met het raadsvoorstel voorbereidingsbesluit sterlocatie Schuppertsweg 4 te Holten en het als hamerstuk te behandelen in de raad.
10. Kredietvoorstel voor de realisering van een verkeerstunnel ter vervanging van de overweg Holterstraatweg in Rijssen (portefeuille B. Wolterink)
Eerste termijn
De heer NIJKAMP geeft aan dat er tijdens de informatieavond verwachtingen zijn gewekt naar de wijken. Het dekkingsvoorstel is niet sluitend. Hoe is de inschatting van de portefeuillehouder met betrekking tot de risico’s die de gemeente loopt?
De heer BEUNK merkt op dat in het stuk wordt gesproken over het verschuiven van prioriteiten. Hij vraagt welke prioriteiten hiermee worden bedoeld.
De heer DE LA HAYE geeft een powerpointpresentatie, gelinkt aan het verslag op de website.

Hij vraagt de commissieleden naar hun mening het overschot van de Ltvv van 1 miljoen euro terug te storten in de algemene reserve en van daaruit tijdens de begrotingsraad een afweging te maken of de gelden moeten worden ingezet op de autotunnel west of aan een ander zinvol doel.
Dat geldt ook voor dekking door bijdragen van derden, of herprioritering of temporisering. Hij vraagt de fracties of de raad zichzelf buiten spel zet als ze met dit voorstel akkoord gaat. Als de bijdragen van derden niet doorgaan en de herprioritering binnen het Ltvv plaats moet vinden, dan moet de raad zelf de afweging maken of de fietsbinnenring naar achteren geschoven kan worden of dat de fiestbinnenring meer prioriteit heeft dan de autotunnel west.
De heer ROOSINK vraagt de heer De la Haye hoe lang de spoorbomen in 2030 per uur dichtzitten.
De heer DE LA HAYE antwoordt dat ze nu 10 à 11 minuten per uur dichtzitten, met 4 sprinters en
4 intercity’s per uur Als PHS een feit is, 4 goederentreinen per uur, dan is er een toename van
5 minuten. Daarmee voldoen we als gemeente nog lang niet aan de kritieke grens van 23 minuten.
De heer KEVELAM geeft aan dat de tunnel niet in Ltvv staat en hij er ook de noodzaak niet van inziet. Hij vraagt antwoord op de vraag hoe het gat van 2.3 miljoen euro gefinancierd gaat worden. Hij gaat er van uit dat de 1 miljoen euro overschot van de andere tunnels terugvloeit in de algemene reserve. Hij geeft aan dat de fractie van de VVD verdeeld is, dat heeft te maken met de 2 miljoen euro subsidie van Prorail die we missen als de tunnel niet wordt gebouwd.
Wethouder WOLTERINK antwoordt dat de inloopavond is gehouden na het besluit van het college. Over het project is in 2008 gesproken naar aanleiding van vragen van de PvdA, met name ging het toen over een fietstunnel. In 2008 is geconstateerd dat vanwege de verkeersveiligheid van fietsers een ongelijkvloerse fietsoversteek zeer wenselijk was en toen is er ook al onderzoek naar gedaan. Informeel is de gemeente met Prorail in gesprek gekomen en op 29 juni heeft Prorail in een mail bevestigd dat ze 2 miljoen euro bijdragen. Dit heeft spreker in de raad van 1 juli gecommuniceerd met de raad. Spreker verwijst naar de brief van 31 augustus 2010 waarin wordt geschreven waarom een voortvarende aanpak nodig is.
Ten aanzien van de financiering geeft spreker aan dat geen beroep wordt gedaan op financiering uit de algemene reserve. Het kan gefinancierd worden uit het dekkingsplan Ltvv. Het voorstel is de tunnel in te schuiven in het Ltvv. In 1998 moesten de risico’s en haalbaarheid worden afgewogen. Daar is deze tunnel niet uit voortgekomen. De toename van de intensiteit van treinen was toen niet aan de orde, nu wel. Hij is van mening dat de Ltvv een gesloten geheel is zolang het niet is afgerond.
Op de vraag over de dekking geeft hij aan dat 2 miljoen euro wordt gefinancierd door Prorail, 1 miljoen euro kan uit het dekkingsplan van Ltvv. Het enige risico is dat derden, Regio Twente en de provincie, niet bijdragen en dan is het risico ook beperkt. Dan moeten we herprioriteren of temporiseren.
De heer MEIJERINK interrumpeert en vraagt of er garantie is dat we niet met overschrijdingen te maken krijgen.
Wethouder WOLTERINK antwoordt dat Prorail de berekeningen van onze gemeente heeft laten doorrekenen door de AKI en tot de conclusie is gekomen dat de berekening correct is.
Op de vraag welke prioriteiten worden doorgeschoven antwoordt spreker dat hij hoopt dat dit niet aan de orde komt. Als de gemeente de verwachte subsidies niet krijgt dan moet voor 1.3 miljoen euro herprioritering plaatsvinden, dat kan eventueel op de tweede ring of op de fietsring.
Hij vindt het verstandig van de heer De la Haye vooruit te kijken. De treinen blijven wel lopen, het zullen er eerder meer worden. De deskundigen binnen de Regio Twente hebben onderzoek laten doen naar de PHS en hebben gezegd dat de dichttijden meer dan 30 minuten zijn op termijn.
Het college is overtuigd van de nut en noodzaak, als ook Prorail, Regio Twente informeel en de provincie.
De heer KEVELAM geeft aan dat de heer De la Haye spreekt van een dichtheid van 16 minuten en het college spreekt van een dichtheid van 30 minuten.
Wethouder WOLTERINK antwoordt dat de heer De la Haye rekent vanuit een eigen expertise. Uit officiële rapporten, die opgesteld zijn in opdracht van de Regio en de provincie, wordt gesproken over 30 minuten.
De heer DE LA HAYE geeft nog aan dat het een illussie is om in deze regio spoorboekloos te rijden. De treinen worden niet verdubbeld en eventueel komt er een trein aan te hangen.
Wethouder WOLTERINK beaamt dat het spoorboekloos rijden problematisch wordt door het PHS.
Tweede termijn
De heer KREIJKES twijfelt niet aan de ervaringen van de heer De la Haye. Er zijn er echter meer die expertise hebben.
Spreker is van mening dat het overschot van 1 miljoen euro normaal gesproken terug hoort te gaan naar de algemene reserve. Het voorstel de 1 miljoen euro in Ltvv te laten is echter niet vreemd aan de orde. Het college komt met een voorstel dat financieel gedicht is.
Ten aanzien van herprioritering acht hij de veiligheid en de intensiteit van het spoorverkeer van groter belang dan de herprioritering van de fietsring.
De fractie van de SGP steunt het voorstel van het college en vindt dat het college daadkracht toont.
De heer NIJKAMP kan zich vinden in de opmerking van de portefeuillehouder ten aanzien van de financiering van het Ltvv, als het plan volledig uitgevoerd is, vindt er een eindafwikkeling plaats. Hij vraagt een bevestiging hiervan aan de portefeuillehouder financiën.
Hij is van mening dat de financiering binnen Ltvv moet worden opgelost en er kan eventueel over herprioritering worden gesproken. Vooralsnog gaat zijn fractie voor het binnenhalen van de externe bijdragen. Hij vraagt of de aanleg van de tunnel consequenties heeft voor de overige verkeersstructuur van Rijssen. Hij gaat er van uit dat er voldoende expertise is geweest en geeft aan dat 5 miljoen euro het plafond is voor zijn fractie.
De heer ROOSINK merkt op, naar aanleiding van de ongevalcijfers die de heer De la Haye aangaf, dat niet moet worden gewacht op ongelukken en files maar door moet worden gegaan op de ingeslagen weg. Hij is van mening dat na afsluiting van de Ltvv gekeken moet worden wat terug kan vloeien naar de algemene reserve.
Zijn fractie ziet binnen het Ltvv nog genoeg mogelijkheden voor herprioritering. Zijn fractie staat achter het collegevoorstel.
De heer BEUNK is van mening dat dit plan voorligt omdat zowel het autoverkeer als het railverkeer toeneemt. Hij gaat ervan uit dat de expertise naar de financiering goed is onderzocht. Hoe wordt er door de provincie en Regio Twente tegenaan gekeken als de gemeente voorfinanciert?
De heer KEVELAM vraagt welk belang de provincie heeft om bij te dragen.
Spreker is persoonlijk tegen het voorstel van het college. Dat geldt dus niet voor de hele fractie. Hij kan andere prioriteiten bedenken voor de 2.3 miljoen euro, ook binnen de infrastructuur.
Wethouder WOLTERINK antwoordt dat er een Ltvv fonds is. De vraag is uit dit fonds 5 miljoen euro over te hevelen naar het specifieke proces. Dat raakt de begroting niet.
Hij verwacht dat de Regio Twente en de provincie bijdragen voor 1.3 miljoen euro. Het kan wel één of twee jaar duren voordat het geld binnen is. Als dit geld niet binnenkomt dan moet de gemeente herprioriteren of temporiseren en heeft dit consequenties voor de overige verkeersstructuren.
Het risico voor de gemeente is ook afgewogen door wethouder Ligtenberg en is beperkt.
Het project is opgeknipt in twee delen, de tunnelbak en het gedeelte op de Reggesingel. De heer Klaassen van de provincie ziet in dat er sprake is van provinciaal belang.
De voorfinanciering is geen extra stimulans voor de Regio of provincie.
Wethouder LIGTENBERG vindt dat wethouder Wolterink in hoofdlijnen specifiek is ingegaan op het Ltvv fonds, de maatregelen die moeten worden genomen en de noodzaak tot herprioritering. Aan het eind van de Ltvv vindt de afrekening plaats.
De heer MEIJERINK merkt op dat mocht de heer De la Haye gelijk krijgen, de gemeente een groot probleem op zich af kan zien komen.
De voorzitter concludeert dat de commissie adviseert het kredietvoorstel voor de realisering van een verkeerstunnel ter vervanging van de overweg Holterstraatweg in Rijssen als bespreekstuk te behandelen in de raad.
11. Rondvraag
De heer KREIJKES spreekt zijn waardering uit dat het college tot overeenstemming is gekomen met Roec. De buurtbewoners hebben hierover een brief ontvangen en spreker vraagt of hierop nog reacties zijn binnengekomen.
Spreker heeft altijd gedacht dat de parkeerplaats bij Jumbo een openbare parkeergelegenheid is. Hij heeft geconstateerd dat er sinds kort een ‘verboden toegang’ bord staat. Zijn deze parkeerplaatsen opgenomen in het aantal parkeerplaatsen die in de parkeernota staan en welke afspraken zijn destijds gemaakt over dit terrein?
Wethouder LIGTENBERG antwoordt dat hij nakijkt of er reacties van buurtbewoners zijn binnengekomen. Als dat het geval is wordt de commissie hiervan op de hoogte gesteld.
Het Jumboterrein is een eigen terrein waar in openbare zin gebruik wordt gemaakt van de parkeerplaatsen. Hij zoekt uit of deze afsluiting gevolgen heeft voor de parkeernota.
De heren NIJKAMP EN AANSTOOT verzoeken informatief stuk b, aanpassing aansluiting N350 Holten, te agenderen voor de volgende commissie.
De heer ROOSINK complimenteert de portefeuillehouder met de overeenkomst met Roec.
Hij vraagt verder of er al een vergunning is verleend voor het herplaatsen van het monument van 750 jaar stad Rijssen achter de Schildkerk.
Wethouder LIGTENBERG antwoordt dat er onderzoek wordt gedaan naar de meest acceptabele situering.
De heer ROOSINK vraagt wanneer het onderzoek is afgerond.
Wethouder LIGTENBERG kan geen termijn noemen en informeert de commissie te zijner tijd.
De heer AANSTOOT vraagt de portefeuillehouder naar de stand van zaken ten aanzien van de herzieningen, welke bestemmingsplannen lopen en wat is de termijn dat ze herzien moeten worden.
De GRIFFIER geeft aan dat dit onderwerp in de najaarsnota in november 2010 wordt behandeld.
De heer BEUNK vraagt of alle plakzuilen zijn gerealiseerd.
Wethouder LIGTENBERG antwoordt dat ze zijn geplaatst.
De heer DE LA HAYE vraagt om bij agendering van informatief stuk b het dossier Holten er bij te betrekken want Holten heeft destijds, in de periode 14 april 1998 en 31 december 2000, een aantal varianten laten ontwikkelen.
Als hij het rapport leest krijgt hij de indruk dat er eerder sprake was van een onwil van de provincie om mee te werken aan een oplossing dan een wil. Ook hierover wil spreker graag uitsluitsel.
12. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.25 uur.
aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de
commissie Grondgebied,
op donderdag 25 november 2010
de griffier de voorzitter