Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie ABZM 13 februari 2017 (20:00)

Datum: 13-02-2017Tijd: 20:00 - 21:00Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J.W. ReterinkGriffier: drs. G.H. VeermanNotulist: G.B. Aanstoot-StamGenodigden: AanwezigNaamVoorzitterJ.W....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie ABZM 13 februari 2017 (20:00)

Datum: 13-02-2017
Tijd: 20:00 - 21:00
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J.W. Reterink
Griffier: drs. G.H. Veerman
Notulist: G.B. Aanstoot-Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
VoorzitterJ.W. Reterink
SGPA.J. Scheppink, dr. E.G. Bosma en R. Jansen
CDAF.J. Wessels, G.D. ten Berge en drs. I. Kahraman
ChristenUnieJ. Berkhoff en J. van Veldhuizen
GemeentebelangJ. Kuiper-Ruitenberg en W.J.M. Muller
PvdAR.W. Meijerink
VVD LokaalB.J. van den Berg, R.A. de Koe en E.J.W. Deijk
D66C. Polman en ir. H. Klein Velderman
Griffierdrs. G.H. Veerman
Het collegeB. Beens, B.D. Tijhof, A.J. Aanstoot
Pers1
Publiek10

 

 

1. Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom.

2. Inventarisatie spreekrecht
Er hebben zich geen insprekers gemeld.

3. Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4. Verslag van de commissie ABZM van 6 december 2016
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5. Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Wethouder BEENS zegt een ‘winstwaarschuwing’ te willen afgeven. Op basis van de voorlopige cijfers lijkt de jaarrekening 2016, die momenteel wordt opgesteld, voor het onderdeel Sociaal Domein, met name jeugd en Wmo, behoorlijk negatiever uit te pakken dan bij de najaarsnota is gemeld. In plaats van een toevoeging aan de egalisatiebuffer Jeugd en Wmo van € 600.000, komt er een onttrekking van € 100.000. In structurele zin verwacht het college voor 2017 een nog groter tekort. Als de definitieve cijfers hier inderdaad op uitkomen, dan betekent dat een enorm tekort binnen het Sociaal Domein. De oorzaak heeft vooral betrekking op de jeugdzorg. Bij een toename van een aantal cliënten in de zwaarste vorm van jeugdzorg, jeugdzorg-plus, gaat het al snel om enkele honderdduizenden euro’s. Daarnaast is er een duidelijke verschuiving van pgb (persoonsgebonden budget) naar zorg in natura. Dat betekent € 100.000 structureel. Ook zijn er hogere uitgaven in verband met de verzekering voor chronisch zieken en gehandicapten. De raad heeft destijds opgeroepen dat geld daarvoor inderdaad te bestemmen. Dat houdt structureel een hoger bedrag in dan verwacht was van ongeveer € 150.000.
Opgeteld vreest het college € 1 miljoen hoger uit te komen binnen het Sociaal Domein. Het college gaat na of dit binnen het Sociaal Domein budgettair neutraal geregeld kan worden. Als dat niet het geval is, komt het college daarmee terug bij de raad.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt waarom de wethouder zo lang heeft gewacht met het geven van deze informatie.
Wethouder BEENS zegt dat hij vrijdag met deze cijfers is geconfronteerd, waarop het college heeft besloten de raad te informeren. Zodra de cijfers definitief bekend zijn, komt het college daarmee naar de raad. Dit kan namelijk gevolgen hebben voor de kadernota.

De heer TEN BERGE zegt dat het goed is dat dit in Twents verband opgepakt wordt. Spreker maakt daarbij de link met de VNG-commissie Gezondheid en Welzijn. Landelijk wordt moment gekeken wat er gebeurt in de gemeenten over het jaar 2016 en hoe de lobby gevoerd kan worden.

6. Stand van zaken Agenda van Twente
Wethouder BEENS zegt dat hij benieuwd is of er vanuit het presidium van Twente mededelingen zijn.
De heer MULLER zegt dat er voorafgaand aan het volgende presidium een ABZM-vergadering is. Dat is het moment om de agenda door te spreken.

De heer SCHEPPINK refereert aan de bijeenkomst in Goor over de Agenda van Twente. Het heeft hem verbaasd dat het in het verslag van die bijeenkomst en de bijbehorende brief lijkt alsof daar besluiten zijn genomen. Voor de volgende vergadering van de commissie ABZM wil spreker via een notitie weten hoe het college tegen de Agenda van Twente aankijkt: is het een collegeregeling, gaat de raad erover, hoe kijkt het college aan tegen het tijdpad, hoe gaat Rijssen-Holten hiermee verder? In de brief die de raad heeft gekregen, staat dat er voor juni geld op tafel moet komen, omdat ‘anders Twente stopt’, volgens de reisleider uit Enschede. Twente stopt niet en Rijssen-Holten zeker niet, volgens spreker. Al met al zijn er geluiden uit een bijeenkomst die informerend gehouden zou worden, maar waar met groene en rode kaartjes werd gestemd.

De heer BERKHOFF zegt graag het standpunt van het college te willen weten over het interview met de oud-burgemeester van Hengelo over het feit dat als kleine gemeenten niet konden beslissen, er bij meerderheid beslist moest worden.

Wethouder BEENS zegt dat het college het voorstel afwacht van de bestuurscommissie over de Agenda van Twente. Men is druk bezig zaken op papier te zetten en na te denken over wat er op de Agenda van Twente kan komen. Als dat advies in het college is besproken, komt het vervolgens naar de commissie toe. Spreker kan niet zeggen wanneer dat gebeurt.
De heer Van Veldhuizen, voorzitter bestuurscommissie, gaf aan dat er in juni gestemd moet worden. Dat tijdspad is mogelijk, maar eerst moet het voorstel van de bestuurscommissie afgewacht worden. De opmerkingen van de heer Berkhoff neemt spreker mee naar het college. Hij merkt voorts op dat er waarschijnlijk meer documenten en opmerkingen via de media komen. Het college gaat daar niet direct op in, maar wacht op het voorstel van de bestuurscommissie.

De heer MULLER vraagt of het college na de bespreking met een advies komt naar de raad of dat de raad zijn standpunt moet bepalen aan de hand van het verslag van de bespreking.

De heer DE KOE sluit aan bij de woorden van de heer Scheppink. De raad heeft een brief laten uitgaan, om aan te geven het niet eens te zijn met de snelheid van de trein. De wethouder zegt in feite dat het college afwacht bij het volgende station waar de trein weer stilstaat. Spreker wil voor het volgende station geïnformeerd worden over wat er ondertussen gebeurd is.

De heer SCHEPPINK zegt dat het college niet vreemd moet opkijken, als gewacht wordt op het voorstel van de bestuurscommissie, dat de raad daar faliekant voor gaat liggen. Het gaat om niet meer dan een reflectie op de vorige Agenda van Twente en een verkenning naar een nieuwe Agenda van Twente. Als aanjagers vanuit de regio Twente nu al komen met adviezen en als die adviezen het voorstel wórden, dan moet het college zich zorgen maken. Spreker vraagt daarom welke kant Rijssen-Holten opgaat.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt naar aanleiding van de woorden van de heer De Koe, dat niet onderweg uit de trein gestapt moet worden, maar uit te stappen als de trein stopt bij het station. Spreker vindt het standpunt van het college prima.

De heer KAHRAMAN zegt dat het gaat om een collegeaangelegenheid. Als er financiën beschikbaar gesteld moeten worden, moet het college naar de raad komen met een voorstel. Een van de collegeleden is lid van de bestuurscommissie. Het CDA verwacht dat er een voorstel komt, waar dat collegelid achterstaat. De raad geeft daarover zijn mening en stelt al dan niet middelen beschikbaar.

Wethouder BEENS zegt dat de bestuurscommissie weet hoe Rijssen-Holten hierin staat. Dat wordt mede afgewogen. Spreker stelt voor te wachten op het advies van de bestuurscommissie. Daarna deelt het college zijn eigen advies met de raad.

7. Presentatie Organisatieontwikkeling
De heer A. VAN ECK verzorgt de Presentatie ”Organisatieontwikkeling 2013-2020”.

Vragen vanuit de commissie:

De heer BERKHOFF zegt dat met nadruk de formatie en de financiën werden genoemd in de presentatie. Hij gaat ervan uit dat dat niet de aanleiding was voor de reorganisatie, maar dat het een bijkomend voor en/of –nadeel was.
De heer A. VAN ECK zegt dat die constatering correct is.

De heer SCHEPPINK vraagt wat de burger van de reorganisatie gaat merken.
De organisatie kan veranderen met allerlei nieuwe taken en rollen. Spreker vraagt welke gevolgen dat heeft voor de systemen van de gemeente en of ook daar binnenkort een soort reorganisatie te verwachten valt. Als dat het geval is, gaat het om andere kosten.
De heer VAN ECK zegt dat een van aanleidingen voor deze organisatieontwikkeling is dat de burger meer betrokken moet worden bij de voorbereidingen van allerlei trajecten. Dat vraagt een organisatie en medewerkers die daarop kunnen inspelen. Daarmee is de directie de afgelopen tijd bezig geweest en dat heeft al op een aantal onderdelen tot veranderingen geleid. Het is overigens een proces dat niet altijd even gemakkelijk verloopt. Om die reden legt het college allerlei verbindingen naar maatschappelijke organisaties. Dat doet het college ook richting de raad. Daarnaast is het college bezig netwerken op te bouwen om die informatie steeds opnieuw op tafel te krijgen eb te kijken of men op de goede weg zit.
Het zaaksysteem is aangepast aan de veranderingen. Applicaties hebben zich ontrokken van datgene wat er gebeurd is. Wat het college nog trickert, is dat er uit allerlei applicaties veel data – big data ‑ boven tafel komen. De organisatie is zodanig vormgegeven dat zij beter in staat moet zijn om die big data te ontsluiten voor breed gebruik. Er wordt nog gewerkt aan de personele invulling daarvan. Spreker verwacht niet ten aanzien van de systemen zelf, dat de gemeente op korte termijn moet overstappen op andere systemen.

De heer KAHRAMAN vraagt welke verandering het college voor ogen had, wat het college anders wil binnen de organisatie en of het college wil dat de mensen veranderen. Met andere woorden: welk probleem wordt hiermee opgelost?
De heer VAN ECK zegt dat het college input krijgt van alles en iedereen, dat de organisatie er goed voor staat, maar er wordt ook gevraagd of dat over een paar jaar nog steeds het geval is. Toen het college met dat vraagstuk aan de slag ging, bleken de ontwikkelingen in de maatschappij en alles wat er gebeurt zodanig snel te gaan – een voorbeeld zijn de decentralisaties – dat de oude organisatie niet in staat was daarin mee te bewegen. Dat heeft twee elementen:

  • Hoe ziet de organisatiestructuur eruit / hoe snel kan een probleem van onderin de organisatie naar boven komen of hoe snel komt een probleem van boven in de organisatie onderin daar waar het opgelost kan worden? Dat was aanleiding om te zeggen dat de organisatie platter moet worden.
  • Het college merkt dat medewerkers die nadrukkelijk meer verantwoordelijkheden krijgen, dat voor een groot deel heel goed zelf kunnen handelen, maar dat dat niet geldt voor iedereen en in alle situaties. Aan dat traject wordt nog gewerkt, o.a. met trainingen, opleidingen en coaching.

Gevraagd werd welk probleem hiermee opgelost wordt. Een van de zaken die naar voren kwam, was dat in het verleden in allerlei trajecten de beleidsnota’s bureaustukken werden en niet echt onderdeel waren van een brede maatschappelijke discussie. Het college vindt het belangrijk dat medewerkers veel eerder het maatschappelijk middenveld opzoeken en betrekt bij discussies. Volgens de directie kan de nieuwe organisatie daarvoor goede waarborgen bieden en wordt medewerker gefaciliteerd om dat te doen. 

De heer JANSEN zegt dat bewust niet gekozen is voor aantrekken van een externe organisatieadviseur. Spreker vraagt, nu de organisatie staat, of daarover een bepaalde opinie is gevraagd.
De heer VAN ECK zegt dat de directie niet achterover wilde leunen en iemand wilde vragen voor de opzet van de nieuwe organisatiestructuur. Het college wilde zelf met de medewerkers in gesprek. Wel is bij ieder kruispunt dat klaar was een onafhankelijk extern adviseur gevraagd te kijken naar de input van de medewerkers, de leidinggevenden en het college. De input die daaruit voortkwam is uiteindelijk verwerkt in de definitieve beslissingen.
Wel is er een extern adviseur betrokken bij de topstructuur om te kijken of die paste bij alles wat er al was gedaan. Er moet nog een slag gemaakt worden. Dat is kijken naar de technische kant van de functiewaardering. Daarover wordt nog een totale overview gemaakt. 

De heer MULLER vraagt of de inspiratieonderzoeken een tijdelijk of een structureel project zijn.
De twee bestuursadviseurs adviseren uitsluitend aan het bestuur. Spreker vraagt of dat de afdelingshoofden en het college zijn, of deze bestuursadviseurs gevraagd en ongevraagd advies kunnen geven en waar zij zich in de organisatie bewegen.
De heer VAN ECK zegt dat de inspiratieonderzoeken die spreker kent, zoals andere gemeenten die hebben uitgevoerd, geen structurele projecten zijn. Dat kan echter wellicht de conclusie van dat onderzoek zijn. Het is een interessant thema om over na te denken.
De bestuursadviseurs adviseren aan de hele organisatie, de directie en het college. Zij zijn ook sparringpartners voor het college. Organisatorisch gezien kunnen zij onafhankelijk buiten alles en iedereen om rapporteren aan het college. Die functie wordt momenteel bekleed door de concerncontroller. De bestuursadviseurs zijn andere personen.

De heer TEN BERGE zegt dat er veel mensen in de organisatie werken, van wie nu iets anders gevraagd wordt. Hij vraagt wat er gebeurt met mensen die niet mee kunnen in die beweging.
De heer VAN ECK zegt dat er veranderingen zijn in het werk, waarbij sommigen zeggen daarin niet mee te kunnen. Geprobeerd wordt iedereen toch een goede plek te geven in de organisatie en hen in hun kracht te zetten om en nuttig te zijn voor de samenleving. In de afgelopen jaren is het voorgekomen dat afscheid genomen is van medewerkers, die zelf zeggen dat zij dit niet kunnen en niet willen of dat het niet meer hun ding is. Geprobeerd wordt daaruit te komen op een goede manier. Spreker acht de kans aanwezig dat dat nog vaker voorkomt in deze cultuurverandering. Als het niet langer gaat, is uiteindelijk de conclusie de verbintenis met elkaar te gaan beëindigen.

8. Raadsvoorstel Integraal Veiligheidsprogramma 2017-2020 (Hofland)
De heer BOSMA zegt dat de SGP instemt met het voorliggende stuk, dat duidelijk aangeeft waar de prioriteiten de komende tijd liggen. De vraag is wel, omdat er veel wordt genoemd, of die focus helemaal aanwezig is en of alles tegelijk kan. De SGP ziet de resultaten tegemoet.
Spreker wijst op bladzijde 7 van het stuk, waar het gaat over overlastgevende personen en vandalisme. De getallen in de twee tabellen zijn exact dezelfde. Wellicht is daar iets mis gegaan.

De heer DE KOE zegt dat VVD Lokaal in de basis instemt met de prioriteiten in het rapport. Een aantal zaken is opgevallen, waaronder de cijfers van overlastgevende personen. In de regel daarboven staat: “Het aantal bij de politie geregistreerde meldingen van verwarde personen in 2015 is 56. In 2016 is de prognose ±100 meldingen.” De cijfers van de politie lijken beter te passen in de landelijke tendens. Dat moet een echte prioriteit zijn. Dat geldt ook bij overlastgevende jeugd. Spreker hoort graag hoe het college, met dit rapport in de hand, meer handen en voeten wil geven aan samenwerking met andere organisaties en de politie op het terrein van gezondheidszorg, zorg in het algemeen en overlast.

De heer BERKHOFF zegt dat er een gedegen stuk voorligt, waarbij de stand van zaken goed in beeld is gebracht en vijf prioriteiten zijn benoemd.
In het stuk wordt op bladzijde 13 een bedrag van € 82.700 genoemde, als zijnde vastliggende verplichtingen enz. In het raadsvoorstel staat hiervoor een bedrag van € 84.000. Spreker vraagt of hier hetzelfde wordt bedoeld of dat het gaat om twee verschillende bedragen, want dan zou de implementatie extra € 84.000 kosten.
De ChristenUnie stemt voor het overige in met het stuk.

De heer KAHRAMAN refereert de bijeenkomst met de politie, waarbij o.a. is gediscussieerd over de wijkagenten. Er blijken vijf wijkagenten te zijn en drie specialisten. Volgens de landelijke politiechef moeten agenten weer de wijk in en veel meer contact maken met wijkbewoners. Volgens spreker zijn agenten die over alle wijken heen iets doen, gewoon agenten met een bepaald specialisme. Hij heeft liever gewoon acht wijkagenten, die hun wijk door en door kennen. Wie de wijkagent van spreker zelf is, weet hij niet, ook niet op welke manier hij daarmee in contact kan komen. Hij hoort graag de reactie van het college over de rol die een wijkagent moet innemen.

De heer MULLER zegt dat de gemeente niet de beschikbare capaciteit van de politie bepaalt. Het is mooi dat er een lijst met prioriteiten is, maar de vraag is of de politie daaraan uitvoering kan geven en of het belangrijk is nu de prioriteiten te noemen van bijvoorbeeld een top-10.
In de nota staat geen herkenbare taakverdeling en wie waarvoor verantwoordelijk is. De vraag is of dat voor alle uitvoerders wel duidelijk is en of de verhouding tussen BOA’s en politie nog een rol speelt in dit traject.
Bij de veiligheidsthema’s wordt geen specifieke aandacht gegeven aan het spoor. Er wordt wel over calamiteiten gesproken en ook wordt specifiek de brandveiligheid van de Borkeld genoemd. Het spoortraject in de gemeente daarentegen is altijd een belangrijk aandachtspunt in het hele veiligheidsprogramma, zeker lokaal. Wat Gemeentebelang betreft, had daaraan aandacht gegeven kunnen worden.
Bij de geformuleerde doelstellingen en prioriteiten zijn er in deze situatie geen meetbare resultaten geformuleerd. Als dat vergeleken wordt met dit soort nota’s van andere gemeenten, dan blijkt dat men daarvan regelmatig gebruik maakt. De vraag is waarom er geen meetbare resultaten zijn opgenomen in de nota.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA de vinger legt bij drugs- en drankoverlast, met name onder jongeren, waar een significante stijging is te zien tussen 2012 en 2016, ondanks het feit dat dit onderwerp al langere tijd prioriteit heeft. De PvdA wil weten hoe dit kan, of dat ook het geval is in andere gemeenten en wat de stand van zaken anno 2017 is.
De PvdA is voorts benieuwd naar de brandveiligheid op de Borkeld.

De heer POLMAN zegt dat D66 instemt met het rapport. Hij stelt voor het vraagstuk over de wijkagenten in een andere vergadering te bediscussiëren.

Wethouder BEENS zegt toe op de vraag van de heer Bosma en de heer De Koe, de betreffende cijfers op bladzijde 7 van het stuk na te gaan. In het definitieve voorstel worden dan de juiste cijfers opgenomen.
Er wordt gewerkt aan een uitvoeringsprogramma, samen met de politie. De politie komt met een voorstel om dit plan, een beleidsplan, concreter te maken.
Overlastgevende/verwarde personen is een nieuw thema, dat op de gemeenten afkomt. Met de politie en de zorgorganisaties worden er gesprekken gevoerd over de vraag hoe dit te handelen. Het college komt hiermee te zijner tijd terug bij de commissie.
De bedragen die de heer Berkhoff noemde, zijn in feite twee dezelfde bedragen. Er is € 84.000 begroot. De gemeentelijke afdeling Veiligheid denkt het voor € 82.700 te kunnen organiseren.
Wat vastligt, is dat de gemeente werkt met vijf wijkagenten en drie specialisten. Het blijft een dynamisch proces, ook omdat in de media te lezen was dat hierover opnieuw discussie ontstaat. Het college volgt dit op de voet. Eerder is er een bijeenkomst geweest, waarbij alle wijkagenten zich presenteerden. Wellicht is het goed dat dit opnieuw gebeurt bij een volgende bijeenkomst.
De vragen van de heer Muller beantwoordt spreker via een NB.
Beantwoording vragen Gemeentebelang

Wethouder TIJHOF verwijst naar aanleiding van de vraag over drugs- en alcoholproblematiek, naar de vergadering van de commissie MDV van vanavond, waarin is gesproken over preventie en er een link is gelegd met publieke gezondheid. Rijssen-Holten is in deze problematiek niet uniek; ook omliggende gemeenten hebben hiermee te maken. De aanpak moet dan ook volop doorgaan.

De heer MEIJERINK zegt dat er tot en met 2015 een stijging van de problematiek was. Hij vraagt of er een indicatie is te geven van de cijfers tot dit moment.
Wethouder TIJHOF antwoordt dat hij die cijfers niet kan geven.

Wethouder AANSTOOT zegt op de vraag over de brandveiligheid op de Borkeld, dat de reactienota op basis van de zienswijzen op het voorontwerpbestemmingsplan over de te maken doorsteken, op heel korte termijn aan het college wordt voorgelegd. Inmiddels zijn er vijf tot zes doorsteken op basis van vrijwilligheid gerealiseerd.

Tweede termijn
De heer BERKHOFF merkt op dat de heer Muller in zijn vragen heeft verzocht om het verstrekken van allerlei cijfers. Spreker refereert aan de onlangs gehouden bijeenkomst met de politie, waar werd gevraagd waar de gemeenteraad behoefte aan had. Daarop is gezegd dat de gemeenteraad geen behoefte had aan allerlei cijfers. Er kunnen vaak geen vergelijkingen gemaakt worden met andere jaren, omdat bijvoorbeeld politiesystemen veranderen. Integraal is in die bijeenkomst afgesproken dat er thema-avonden worden georganiseerd om meer inzicht te krijgen in het werk van de politie samen met allerlei partners. Wellicht kan de wethouder in zijn beantwoording daarmee rekening houden.

De heer MULLER vraagt de Berkhoff in de notulen van deze vergadering te lezen wat hij in de eerste termijn heeft gevraagd.

Wethouder BEENS zegt dat hij de tip van de heer Berkhoff ter harte neemt.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Integraal Veiligheidsprogramma 2017-2020 als hamerstuk te behandelen in de raad van 6 maart 2017.

9.Actiepuntenlijst
De VOORZITTER meldt over het actiepunt “ Brief college over schadeclaim” dat de behandeling is uitgesteld tot juli 2017.

Het punt “Evaluatie beleid Uitvoering Drank- en Horecawet” kan van de actiepuntenlijst verwijderd worden. Het stuk is aangeboden aan de commissie.

10. Rondvraag
De heer DE KOE zegt dat de brandweerzorg in de regio Twente duurder is dan de afgelopen jaren en ook duurder dan is begroot. In het verleden is de brandweerzorg opgeschaald in de verwachting dat de kwaliteit zou verbeteren en er efficiënter gewerkt kon worden. Spreker vraagt of er een oorzaak is van de duurdere brandweerzorg en of dat effect heeft op de begroting van de gemeente.
Wethouder BEENS zegt dat hij de vragen via een NB beantwoordt.

De heer BOSMA zegt dat hij donderdagavond in de hal van het gemeentehuis was en merkte dat er veel mensen bij de balies werden afgescheept, omdat zij geen afspraken hadden. Spreker vraagt welk probleem wordt opgelost als mensen op donderdagavond alleen op afspraak worden geholpen en hoe zich dat verhoudt tot klachtgericht werken en de flexibiliteit, zoals is genoemd in de presentatie vanavond.
Wethouder BEENS zegt dat met werken op afspraak op donderdagavond geprobeerd wordt de wachtrijen op te lossen. Het werken op afspraak is een pilot. De eerste pilot hiermee was het maken van een afspraak tussen 12.00 en 14.00 uur. Die pilot is beëindigd. Deze tweede pilot loopt van november tot en met april. Wie op donderdagavond zonder afspraak komt, kan zich melden bij de receptie. Geprobeerd wordt deze mensen alsnog te helpen. De eerste reacties op deze pilot zijn binnen; sommige mensen zijn ontevreden als zij onverrichterzake weer weg moeten, andere mensen zijn heel tevreden, omdat zij precies weten waar zij aan toe zijn. In april vindt de evaluatie over deze pilot plaats. 

11. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.00 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie ABZM van Rijssen-Holten op 13 maart 2017

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous