Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie ABZM 18 januari 2016

Datum: 18-01-2016Tijd: 19:00 - 20:30Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J.W. ReterinkGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: G.B. Aanstoot-StamGenodigden: AanwezigNaamSGPdr....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie ABZM 18 januari 2016

Datum: 18-01-2016
Tijd: 19:00 - 20:30
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J.W. Reterink
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist: G.B. Aanstoot-Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPdr. E.G. Bosma, R. Jansen en A.J. Scheppink
CDAG.D. ten Berge, drs. I. Kahraman en F.J. Wessels
ChristenUnieJ. Berkhoff, mr. W.L. Riezebos-Tessemaker en G. Pas
GemeentebelangW.J.M. Muller, P. Kroeze en W.A.J. ter Schure
PvdAS. Kök en R.W. Meijerink
VVDE.J.W. Deijk, F.W. Noordam en H.A.M. Stegehuis
Lokaal LiberaalR.A. de Koe en E. Heuver-Harbers
D66ir. H. Klein Velderman en C. Polman
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, R.J. Cornelissen, A.C. Hofland, B.D. Tijhof
Pers2
Publiek17

 

1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet de aanwezigen hartelijk welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
De VOORZITTER meldt dat de heer Roelofs zich namens de After Summer Party heeft gemeld om in te spreken op agendapunt 6, het Evenementenbeleid.

3 Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag commissie ABZM van 30 november 2015 
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.

6 Evenementenbeleid 2015 (opiniërend; Hofland)
De heer ROELOFS spreekt in namens de After Summer Party om zijn mening te laten horen over de eindtijden van dit evenement.
Tijdens de bijeenkomst over het evenementenbeleid is gesproken over eindtijden van evenementen die in de gemeente worden georganiseerd. In de bijlage bij de stukken is hierover te lezen dat de After Summer Party graag ziet dat de eindtijden een uur opgeschort worden. De organisatie hiervan probeert al enkele jaren bezoekers eerder naar het feest te laten komen. De ervaring leert echter dat de gemiddelde bezoeker later op de avond naar het evenement komt. Dit is een trend, die de organisatie niet kan doorbreken. Mede hierdoor is het voor de organisatie bijna jaarlijks lastig de gemaakte kosten te dekken. De nu gehanteerde tijden zijn gelijk met de horeca, maar toch is er een groot verschil. De After Summer Party wordt slechts een keer per jaar georganiseerd, tegen steeds hogere kosten, vooral door veranderende regelgeving. Het is wat de organisatie betreft goed dat de regelgeving regelmatig verandert, zodat de veiligheid van de bezoeker nog beter kan worden gegarandeerd. Dit gaat echter altijd gepaard met extra kosten. Spreker geeft het volgende voorbeeld. De tent kostte twee jaar terug € 450. In 2015 was men € 1.793 kwijt en aankomend jaar kost de tent € 2.964. Deze kosten komen voort uit de eisen die de gemeente stelt. De totale kosten zijn met ruim € 10.000 opgelopen tussen 2014 en (verwacht) 2016. Op den duur wordt het steeds lastiger het feest te organiseren en voor een betaalbare prijs de bezoeker een mooie avond aan te bieden. De organisatie probeert daarom een kleine buffer aan te houden om slecht weer op te vangen en een optreden te bekostigen zonder hiervan persoonlijk financieel de dupe te worden. De organisatoren lopen namelijk persoonlijk risico, maar dit heeft hen tot nu toe nooit tegengehouden.
Buiten alle financiële gevolgen om, moet de organisatie tot haar spijt jaarlijks een volle tent met feestende bezoekers in een keer naar huis sturen. Zij raken daardoor sneller gefrustreerd. De organisatie denkt dat wanneer het feest een uur langer doorgaat, de feestgangers geleidelijker hun weg naar huis zullen vinden. Ondanks de uren die de organisatie jaarlijks in dit evenement steekt, geeft het een wrang gevoel al deze feestgangers weer op tijd huiswaarts te sturen. Zeker de laatste jaren is de organisatie steeds drukker met het evenement, mede doordat zij de intentie heeft er een mooi feest van te maken en het jaarlijks beter aan te pakken. De organisatie bestaat uit twaalf vaste vrijwilligers tussen de 20 en de 30 jaar en worden op de dag zelf geholpen door 15 tot 20 vrijwilligers. Dit mag de gemeente wat waard zijn. Gevraagd wordt om slechts 1 uur extra per jaar. Spreker nodigt het gemeentebestuur dan ook van harte uit op 19 augustus 2016 een kijkje te komen nemen. De organisatoren willen het gemeentebestuur de kans bieden om te zien wat zij allemaal te doen hebben tijdens zo’n evenement. Dit kan zowel overdag als in de avond.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat een extra uur blijkbaar nog zoveel inkomsten oplevert, dat het feest betaalbaar blijft. Spreker vraagt dat te onderbouwen. Gesteld wordt dat als de mensen langer op het feest blijven, er een geleidelijker vertrek plaatsvindt. Volgens spreker gaan mensen, die om 01.00 uur gedwongen worden de tent te verlaten, vervolgens naar het dichtstbijzijnde café om daar nog verder door te gaan met het feest. Ook daarop wil hij graag een toelichting.
De heer ROELOFS zegt dat voorzover hem bekend is, de eindtijd van het feest gelijk is aan de eindtijd van de horeca. Als het feest is afgelopen, kan men niet naar het café. 

De heer DE KOE zegt dat de raad niet gaat over de exploitatie van het feest, maar wel mede verantwoordelijk is voor de veiligheid. Gesteld wordt dat mensen geleidelijk vertrekken als de sluitingstijden opgerekt worden. Spreker vraagt of dat een voordeel oplevert met betrekking tot de openbare orde en veiligheid. Voorts vraagt hij aan de heer Roelofs of bezoekers van het feest die als groep vertrekken problemen en ongeregeldheden veroorzaken.
De heer ROELOFS antwoordt dat een grote groep mensen die in een keer wordt weggestuurd, de weg moet oversteken. Het is qua veiligheid beter als men geleidelijk vertrekt van het feest. Daar komt bij dat de jongere generatie in het algemeen vroeger vertrekt dan de oudere generatie. Spreker merkt aanvullend op dat er ook verkeersbegeleiders worden ingezet.

De heer BERKHOFF zegt nieuwsgierig te zijn naar het antwoord op de eerste vraag van de heer Klein Velderman over het extra uur dat nog veel inkomsten oplevert.
De heer ROELOFS zegt dat hij niet weet wat de exacte omzet in dat uur is, maar dat het laatste halfuur er nog heel veel munten gekocht worden door de mensen die tot het laatst willen blijven.

De VOORZITTER dankt de heer Roelofs voor zijn inspraak en geeft het woord aan de burgemeester voor een toelichting.

Burgemeester HOFLAND zegt dat nog niet alle antwoorden zijn gegeven op eerdere vragen die over het beleid zijn gesteld in de raadsvergadering.
In de raad werd het evenementenbeleid van 2009 ten tonele gevoerd. Het college heeft eind augustus 2010 het beleid aangepast op basis van regelgeving die in de regio werd gehanteerd. Aanpassing van het evenementenbeleid is een bevoegdheid van het college: het gaat om uitvoeringsregelingen van wat in de APV beschreven staat. Destijds is abusievelijk de commissie niet geïnformeerd, dat had wel gemoeten.
Toen de vragen in de raadsvergadering werden gesteld, was het college al in discussie over aanpassing van het evenementenbeleid. Dit beleid is meerdere keren in het college besproken.

Eerste termijn

De heer SCHEPPINK zegt dat hij blij is met de toelichting van de burgemeester. De burgemeester merkte op dat aanpassing van het evenementenbeleid een collegebevoegdheid is. De beleidsregels worden echter wel gepubliceerd op de website. Daaraan moeten organisatoren voldoen. Het is te gek voor woorden dat de gemeente tussen 2009 en 2015 een beleid hanteert waarover de raad niet is geïnformeerd. Toch moet de gemeente hiermee verder en is het goed dat nu gesproken wordt over het evenementenbeleid. Het beleid moet worden aangepast aan de huidige praktijk, omdat het blijkbaar niet meer voldoet.
Wat de SGP betreft, wordt met het evenementenbeleid toegewerkt naar een evenwicht tussen de positieve effecten van de evenementen en de leefbaarheid‑ ‘het fijn kunnen wonen’ ‑ in de gemeente. De SGP vindt het goed dat de gemeente stuurt op de vraag wat een evenement toevoegt, of juist afbreekt, aan de reputatie van de gemeente. Dat kan door middel van het toetsen op de mate waarin het evenement past bij de gekozen locatie: qua omvang, maar ook qua aard van het evenement. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de belasting van het woon- en leefklimaat op de locatie of in de omgeving.
Rijssen-Holten staat met name bekend om haar christelijke identiteit en de mooie natuur rondom de kernen. De vraag is of evenementen bijdragen aan dat imago of juist niet. In de strategische visie is de eerste pijler de identiteit; erkennen, versterken en koesteren.
De SGP wil graag:

  • dat de gemeente kiest voor evenementen die passen bij Rijssen-Holten;
  • dat evenementen meerwaarde bieden;
  • dat evenementen evenwichtig verdeeld zijn over het jaar, bijvoorbeeld minimaal twaalf dagen rust rondom een evenement of omgevingslocatie;
  • dat er goed geluisterd en gecommuniceerd wordt met inwoners en ondernemers bij overlast en dat zij betrokken worden bij het vinden van oplossingen;
  • dat er een jaarkalender komt met waar en wanneer en welke maatregelen getroffen worden om overlast te minimaliseren;
  • dat er rekening gehouden wordt met de nachtrust, die volgens jurisprudentie begint om 23.00 uur ‑ na 23.00 uur kan men immers naar de nachthoreca ‑ en dat er rekening wordt gehouden met de zondagsrust;
  • dat de regels duidelijk zijn.

Spreker stelt de volgende vragen aan het college:

  • Wat is de visie en de ambitie met betrekking tot evenementen?
  • Volgens het stuk dragen evenementen bij aan het imago van de gemeente. Kunnen evenementen ook niét bijdragen aan het imago van de gemeente?
  • De SGP wil graag dat er rekening wordt gehouden met de juridische kaders rondom geluidsoverlast. In juridische uitspraken is de nota “evenementen met een luidruchtig karakter” van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg maatgevend. Waarom zijn dat niet de kaders van Rijssen-Holten?
  • Burgers blijken behoefte te hebben aan duidelijke regels. Als die regels niet nageleefd worden, moet gehandhaafd worden. Spreker herinnert aan de nieuwjaarstoespraak van de burgemeester, waarin is gezegd: “Duidelijk Rijssen-Holten”. Met dat in het achterhoofd heeft spreker de nota gelezen over het evenementenbeleid. Hij gaat in op de volgende punten:
  • Pagina 7, Ontheffingen: “De meeste van deze toestemmingen zijn verwerkt in het aanvraagformulier evenementen … “. Eigenlijk is de APV de basis, waarvan deze nota een verdieping en verduidelijking moet zijn. Nu staat er in feite dat er wetten zijn, maar dat men daarvoor ontheffingen moet hebben. Bij punt 3.2 staat dat als men een ontheffing nodig heeft, het formulier al is bijgevoegd. Waarvoor zijn die wetten er dan nog? Er moet duidelijkheid over zijn dat die wetten gerespecteerd moeten worden. Wil men daarvan afwijken, dan moet aangegeven worden onder welke criteria men daarvan kan afwijken. Dat wordt niet genoemd.
  • Pagina 14 gaat over de wijze waarop een evenement tot stand moet komen, bijvoorbeeld een evenementenoverleg. Dat lijkt een goed idee, maar vervolgens staat er: “Voor de categorieën A- en B-evenementen vindt er een lokaal evenementenoverleg plaats. Of er een evenementenoverleg plaatsvindt wordt besloten met alle betrokken partijen.” Als men niet wil, komt dat overleg er dus niet.
  • Verder staat op pagina 14: “Afhankelijk van het te beoordelen evenement kunnen andere partijen bij het overleg worden uitgenodigd”. Wie zijn die andere partijen? Ook staat er: “De vooroverleggen worden naar behoefte gehouden”. Heeft degene die een evenement wil organiseren geen behoefte aan overleg, dan komt er dus geen overleg. Op deze manier is het een zinloze alinea. Hier moeten kaders en duidelijke regels gesteld worden.
     

De heer NOORDAM heeft het stuk als opiniërend stuk gelezen en vraagt hoe de heer Scheppink dit heeft gelezen.
De heer SCHEPPINK zegt dat hij bezig is met het geven van zijn opinie.

  • Op pagina 15 staat bij weigeren van een vergunning: In de meeste gevallen kan door het verbinden van voorschriften aan de vergunning tegemoet worden gekomen aan wat in de APV staat als zijnde een belemmering om een vergunning af te geven. De burgemeester neemt een aantal aspecten mee in de overweging. Welke aspecten zijn dat? De burgemeester kan een evenement weigeren. Een vechtsportevenement wordt hier als voorbeeld genoemd. Wie zal spreker echter tegenhouden als hij wil stierenrennen op de Holterberg?
  • Pagina 16, Evaluatie. Het is niet duidelijk of er wel of niet een evaluatie komt.
  • Pagina 20, Alcoholmatiging. Dit is een heel belangrijk thema. Er staat echter vaak kunnen en kan genoemd: “evenementenbier kan”, “het gebruik van polsbandjes kan”, “deskundigheidsbevordering barpersoneel/vrijwilligers kan”. Een organisator moet weten waar hij aan toe is. Op deze manier is het zinloos.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt bij interruptie waarom de heer Scheppink niet vooraf zijn vragen schriftelijk ingediend heeft om duidelijkheid te krijgen. Zoals hij het nu naar voren brengt, voegt het niets toe aan de opinie over dit stuk. Als hij de heer Scheppink zijn opinie zou geven, geeft hij duidelijke kaders mee aan het college waaraan het stuk moet voldoen. Dit toneelstuk verder opvoeren heeft geen zin.
De heer SCHEPPINK zegt dat hij bezig is met het geven van zijn opinie en op onderdelen duidelijk maken waarmee hij het niet eens is. De punten die hij noemt moeten duidelijker beschreven worden:

  • Pagina 21, Begin- eindtijden. Volgens jurisprudentie begint de nacht om 23.00 uur. Hier staat echter genoemd: “Voor A-evenementen geldt een eindtijd van 24:00 uur. Voor de overige evenementen (B/C)wordt in de vergunning een eindtijd voor het evenement aangegeven, met een maximum tijd tot 02.00 uur.” De burgemeester kan afwijken van de tijden. Waarom worden er dan nog tijden genoemd in het stuk? Spreker vindt dat er duidelijke regels moeten zijn.
  • Pagina 23, Ontheffing geluidhinder door de ambtenaar milieu.
  • Pagina 24, Communicatie moet naar omwonenden binnen veertien dagen. Niet duidelijk is wat er gebeurt, als men dat niet doet. Is er een sanctie? Is er controle? De communicatie wordt verlegd naar de organisator, maar is ook de gemeente onderdeel van die communicatie?
  • Pagina 27/28, Soorten evenementen. Hier staat dat feesten in tenten gekoesterd moeten worden. Past dat bij de strategische visie?
  • Pagina 29, Circussen. Hier gelden wel voorwaarden. Niet helder is wat de gemeente echt wel of echt niet wil.
  • Pagina 32, Wet Markt en overheid. Dit is pure willekeur. Bij evenementen in het verleden, werden soms dranghekken verleend. Bij andere evenementen bracht de gemeente de hekken. Nu wordt dat geformaliseerd door te zeggen: iedereen mag er gebruik van maken. Dat lijkt op een stukje sluiksubsidie. Spreker vindt dat in kaart gebracht moet worden wat het kost als de gemeente iets levert. Daardoor wordt duidelijk wat de visie en de ambitie van de gemeente is. Dat kan vervolgens gesubsidieerd worden.
  • Pagina 35, Geen vergunning. Als men geen vergunning aanvraagt, is dat geen probleem. Het enige risico is dat een evenement wordt stilgelegd. Wat zijn de criteria?
  • Er komen nieuwe regels en een nieuw evenementenbeleid. Die gelden niet voor iedereen, want bestaande feesten worden gedoogd. Dat is niet duidelijk: wanneer is iets een bestaand feest of evenement en wat is het criterium hiervoor? Zijn het niet juist die evenementen die voor de meeste overlast zorgen?
  • In juni 2015 zijn over dit beleid vragen gesteld. Nu wordt het nieuwe beleid voorgelegd. Daarin staat dat alle organisatoren zijn geconsulteerd. De meeste mensen die overlast kunnen ervaren, zijn echter niet geconsulteerd. Wat betreft burgerparticipatie en meedenken met beleid, is het heel eenzijdig wat voorligt.

De heer BERKHOFF zegt dat de heer Scheppink pleit voor duidelijkheid. Spreker vraagt of hij duidelijk wil toelichten welke sluitingstijden hem voor ogen staan.
De heer SCHEPPINK zegt dat evenementen een bepaald karakter moeten hebben. Als een evenement de plaats inneemt van de nachtelijke horeca, moet het daar plaatsvinden. Naar aanleiding van wat er vanavond gevraagd is over verruiming van de tijden in een tentfeest, waarvan men tot diep in de nacht overlast kan hebben, vindt spreker dat evenementen moeten plaatsvinden tussen ’s morgens 11 uur en ’s avonds 23.00 uur. Daarna moet het afgelopen zijn. 

De heer BERKHOFF zegt dat met het nieuwe evenementenbeleid aansluiting is gezocht bij de Veiligheidsregio. Het is echter ook een nota, waarin veel onduidelijkheden staan. Het uitgangspunt is geweest dat in de ogen van het college evenementen belangrijk zijn voor de gemeente. De ChristenUnie onderschrijft dit punt van harte. Er wordt ook gesteld dat evenementen de leefbaarheid en saamhorigheid in een gemeente kunnen vergroten. Bij dit punt zet zij vraagtekens, aangezien evenementen, met name grotere evenementen, ook tot overlast en aantasting van de leefbaarheid kunnen leiden. Daarnaast is het de vraag of bepaalde evenementen bijdragen aan aard en cultuur van de gemeente.
Bij evenementen en het aantal evenementen is er, hoe men het ook wendt of keert, vaak sprake van overlast. Het beleid van de gemeente tot nu toe – vastgelegd in de nota uit 2009, waarvan in 2010 van is afgeweken ‑ is om terughoudend te zijn in het toestaan van grote evenementen. Die terughoudendheid wordt nu losgelaten in de ogen van de ChristenUnie.
Een ander punt van kritiek van de ChristenUnie is het uitgangspunt in de nota, dat er geen begrenzing meer is aan het aantal B-evenementen. Spreker vraagt waarom het college hiervoor kiest, omdat toename van het aantal evenementen alleen maar leidt tot aantasting van de leefbaarheid.
Een groter punt van kritiek betreft de eindtijden die nu voorgesteld worden. Voor de ChristenUnie zijn deze veel te ruim gesteld. Voor B- en C-evenementen wordt deze gesteld op 02.00 uur in het weekeinde. In de ogen van de ChristenUnie en veel burgers en omwonenden is dat veel te laat. De ChristenUnie stelt voor de eindtijd voor deze evenementen te stellen op maximaal 24.00 uur. Om 23.00 uur de muziek uit, om 23.30 uur de tap dicht, om 24.00 is het terrein leeg. Zij kan zich niet voorstellen dat de voorgestelde eindtijden en het uitbreiden van het aantal evenementen de leefbaarheid van de burgers vergroot; uitgangspunt bij het opstellen van de nota.
De voorstellen zijn volgens de ChristenUnie in strijd met het – in naam zo gekoesterde –alcoholmatigingsbeleid. Het is bekend dat er veel alcohol geschonken wordt ‑ men vraagt nu een uur extra om nog meer te kunnen schenken – en als compensatie is er eventueel evenementenbier.
De ChristenUnie mist het drugsbeleid in dit stuk, terwijl bekend is dat er op evenementen met veel muziek veel drugs gebruikt worden; men spreekt niet voor niets over ‘partydrugs’.

De heer DE KOE vraagt bij interruptie of de heer Berkhoff spreekt over Rijssen en Holten en of hij alle evenementen die er in Holten zijn, aan diezelfde openingstijden wil laten voldoen.
De heer BERKHOFF zegt dat Rijssen en Holten al vijftien jaar één gemeente vormen.
De ChristenUnie heeft enkele vragen over het proces. De eerste vraag is op voorhand door de burgemeester beantwoord door het geven van informatie over het afwijken van het evenementenbeleid dat door de raad in 2009 is vastgesteld en dat in 2010 al is losgelaten.
Het blijkt dat er met drie organisatoren overleg is geweest. Spreker vraagt waarom niet is gesproken met de horeca, de Habi enzovoort, en de grootste belanghebbenden, de burgers van de gemeente.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt bij interruptie dat hij het van harte eens is met de heer Berkhoff. Spreker herinnert echter ook aan een andere quote van de heer Berkhoff, dat de raad hier zit als vertegenwoordiger van de burgers.
De heer BERKHOFF beaamt dat. Spreker verzoekt het college nadere informatie te verstrekken over afwijkingen op de zondagsrust. Over de openingstijden is aansluiting gezocht bij omliggende gemeenten. Uit het overzicht blijkt dat er ook gemeenten zijn die tijden hanteren die meer in lijn liggen met wat de ChristenUnie voorstaat. 

De heer SCHEPPINK vraagt bij interruptie op welke gemeenten de heer Berkhoff doelt.
De heer BERKHOFF zegt dat het gaat om omliggende gemeenten. Een van de gemeenten houdt 01.00 uur aan als eindtijd.
De ChristenUnie vraagt een toelichting op de uitleen van bebording. De ene keer wordt dit wel en de andere keer niet in rekening gebracht. Er moet duidelijk beleid over zijn: als men iets nodig heeft, moet daarvoor betaald worden. 

De heer KROEZE zegt dat het goed is dat er een geactualiseerd evenementenbeleid ligt. Daarbij is er goed gekeken naar de werkelijke situatie en ontwikkelingen op het gebied van de veiligheid van bezoekers. Hoewel de organisatoren van evenementen wellicht niet helemaal tevreden zijn met deze definitieve versie, is het wel een goed punt dat de organisatoren erbij betrokken werden.
Uitgaand van genoemde maximale eindtijd van 02.00 uur, is het voorstel van Gemeentebelang als volgt:

  • De muziek stopt om 01.00 uur.
  • De eindtijd voor het schenken van alcohol is 01.30 uur.
  • De tent moet, letterlijk, dicht om 02.30 uur.
  • Hemelvaartsdag, Koningsdag en Bevrijdingsdag worden gelijk gesteld met het weekend, en als deze en/of andere feestdagen op maandag vallen, valt ook de zondag ervoor onder het weekend.
  • In de eerste alinea op bladzijde 23 van de beleidsnota heeft Gemeentebelang voorafgaand aan de vergadering een vraag gesteld over het niet meer dan noodzakelijk vergunnen. Het antwoord vanuit de ambtelijke organisatie heeft niet tot duidelijkheid geleid. Spreker vraagt het college toe te lichten bij welke situaties dit aan de orde kan zijn.
  • In het kader van participatie heeft Gemeentebelang de vraag gesteld in hoeverre er ruimte is om het beleid alsnog ter inzage te leggen. De reactie daarop was dat er geen juridische noodzaak was, dat dit niet de normale werkwijze is, dat het een precedent kan scheppen, dat mensen vanavond de mogelijkheid hebben om in te spreken, dat de betreffende evenementaanvraag gepubliceerd wordt en dat het niet wenselijk is de beleidsnota alsnog ter inzage te leggen. Deze reactie past volgens Gemeentebelang niet bij een overheidsinstantie van deze tijd, die participatie als uitgangspunt hanteert bij al zijn handelen.
  • Gemeentebelang heeft vernomen dat de aanvraagprocedure door aanvragers als bureaucratisch/stroef wordt ervaren. Spreker vraagt of het college daarmee bekend is. 

De heer DE KOE zegt dat leefbaarheid in de gemeente wordt gemaakt door haar inwoners, haar cultuur en de evenementen die er plaatsvinden. Een groot deel van de leefbaarheid staat of valt bij de vrijetijdsbesteding en de mogelijkheden daartoe in de gemeente. Men kan zeggen dat dat niet past binnen de aard en de cultuur van deze gemeente. Als dat het geval zou zijn, dan zouden er veel minder gasten zijn. Volgens spreker past het wel degelijk binnen de aard en de cultuur van deze gemeente, in elk geval bij een deel van deze gemeente. Er is ook al veel gesproken over de openingstijden. Spreker weet niet wanneer de heer Berkhoff voor het laatst uit geweest is …
De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat hij elke zondag een evenement bezoekt.

De heer DE KOE zegt dat hetgeen de heer Berkhoff bedoelt, niet onder een evenement valt.
Wie om tien uur ’s avonds naar de kroeg gaat, zit daar meestal alleen met de tap en de barman. Openingstijden worden steeds verder verlegd. Daaraan is niet te ontkomen, maar er moet wel een grens gesteld worden.

De heer SCHEPPINK interrumpeert de heer De Koe en zegt dat er ook diverse drukbezochte evenementen zijn, die een eindtijd hebben van 21.00 uur.
De heer DE KOE zegt dat dat absoluut het geval is. Er zijn echter ook andere evenementen die druk bezocht worden en waar alcohol wordt gedronken. De heer Scheppink weet welke evenementen dat zijn.
In elke vergunning staat duidelijk hoeveel lawaai er mag zijn voor het betreffende evenement. Daarop wordt structureel en consequent getoetst. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Spreker vraagt of het daarbij wellicht verstandig kan zijn te zorgen voor gespreid vertrek, zodat op straat groepsvorming en overlast door te veel alcoholgebruik wordt voorkomen. Spreker pleit er voor ruimte te zoeken in de eindtijd en met name de eindtijd van het schenken van de laatste alcoholische versnapering. Daarmee ontstaat meer spreiding en meer veiligheid. 

De heer BERKHOF zegt bij interruptie dat de heer De Koe spreekt over evenementen die passen bij de gemeente en die veel bezoekers trekken. Hij sprak ook over de openbare orde en over overlast van bezoekers op straat. Spreker vraagt of de heer De Koe vindt dat dat evenementen zijn die passen bij deze gemeente en die een zodanige uitstraling hebben op andere mensen om hiernaar toe komen. 
De heer DE KOE zegt dat hij constateert dat er in deze gemeente een behoefte is aan dit soort evenementen. Dat moet niet onderkend worden. Het kan gaan om een café, een discotheek of een tentfeest, de triatlon, de Keunefeesten enzovoort. In 99% is het gezellig, maar op enige momenten is bekend dat er raddraaiers zijn. Lokaal Liberaal is voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Om dat op de beste manier te doen, kan het verruimen van openingstijden, zeker als het gaat om ….

De heer BERKHOFF interrumpeert de heer De Koe en concludeert uit zijn woorden dat dergelijke evenementen gehouden moeten worden op die plaats waar men er het best voor geoutilleerd is en over beveiligers beschikt. Wat spreker betreft, is dat Lucky; daar houdt men de zaak goed in de hand. De heer De Koe geeft volgens hem zelf het antwoord op zijn vraag: laten wij het houden bij de horeca, dan is de horeca blij en alles is opgelost.
De heer DE KOE zegt dat, nu Lucky aangehaald wordt, de heer Berkhoff in de notulen moet teruglezen wat daarover door hem is gezegd in het verleden.

De heer MEIJERINK constateert dat het hier gaat over het evenementenbeleid en niet over het ontmoedigingsbeleid. De PvdA is tevreden over de manier waarop het in het verleden is gegaan met allerlei evenementen en feesten. Het is goed dat de commissie niet gaat over de inhoud van feesten en evenementen; mensen mogen dat in principe zelf weten. De PvdA gaat akkoord met de inhoud van het stuk; het mag wat haar betreft op deze manier uitgevoerd worden.

De heer KAHRAMAN zegt dat het CDA zich in grote lijnen kan vinden in het nieuwe evenementenbeleid. Hij geeft nog wel een aantal punten mee aan het college:
De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Door de SGP werd een aantal punten genoemd uit het beleid, dat niet voldoende duidelijk was. Volgens spreker is dat juist de rol van de burgemeester, en straks van de vergunningverlener, om randvoorwaarden en eisen te stellen om een evenement in goede orde te laten verlopen.
Het CDA is blij dat er een stuk uitbreiding is en dat er geen stop meer is op B-evenementen. In de afgelopen vier, vijf jaar is er een aantal evenementen geweest die de gemeente graag mogelijk heeft gemaakt. Die lijn zet het college voort.
Wat betreft de eindtijden ziet het CDA ruimte voor een stukje uitbreiding, wat anderzijds ook weer een stukje verantwoordelijkheid betekent voor de burgemeester om daarmee goed en zorgvuldig om te gaan. Het CDA begrijpt de reden dat dit stuk op deze manier voorligt. Het sluit aan bij de huidige horecasluitingstijden.
Er vindt een uitbreiding plaats van evenementen. Daarbij kan er vaker een beroep gedaan worden op een bepaalde locatie, waarbij omwonden mogelijk onevenredig last ondervinden van geluid of onregelmatigheden. Het CDA hoort graag van het college dat daarmee goed omgegaan wordt, of er een evaluatie plaatsvindt en, als iets uit de hand is gelopen, of er extra maatregelen getroffen worden als het evenement in het volgende jaar opnieuw plaatsvindt.
In Haaksbergen is een evenement helaas helemaal verkeerd afgelopen. Spreker vraagt of het ambtelijk apparaat van Rijssen-Holten in staat is om alle evenementen goed te beoordelen en de juiste randvoorwaarden te stellen.

De heer NOORDAM zegt dat Rijssen-Holten een gemeente is waarbinnen cultuurverschillen heersen. De SGP, die als eerste het woord voerde, zei platgezegd in feite: gooi het zooitje maar in de prullenbak, er deugt niets van het stuk. Een opinie, waar de commissie iets aan heeft en waarover gediscussieerd kan worden, werd niet gegeven. De heer Kahraman is constructiever geweest door punten te noemen, waarmee de gemeente verder moet.
Volgens de VVD is een evenement het gevolg van een cultuur. Dat is een lastige discussie, want het volksfeest in Dijkerhoek en Elsrock zijn beide evenementen, maar hebben een enorm verschillende impact op omwonenden, op de omgeving en op de binding. Spreker snapt dat die binding stevig ter discussie komt te staan. Ook hij heeft gelezen dat er met omwonenden wordt gecommuniceerd. Met omwonenden in Dijkerhoek of Espelo hoef je bij een volksfeest niet veel te communiceren. Bij Elsrock is de vraag wie tot de omwonenden behoort.
In het stuk zijn alle evenementen op een hoop gegooid. Het gaat hier volgens spreker echter om maatwerk. Daarbij moet de gemeente, in dezen de burgemeester als eindverantwoordelijke voor openbare orde voor veiligheid, dat maatwerk kunnen leveren. Een evenement moet daarom op zijn merites beoordeeld worden.

De heer SCHEPPINK interrumpeert de heer Noordam en vraagt hoe hij zich dat maatwerk voorstelt en of hij een voorbeeld wil geven.
De heer NOORDAM zegt dat Holten een sportieve gemeente is en in die zin beoordeeld moet worden. De triatlon is er een geweldig feest en een enorm evenement in Holten, dat niet zomaar verplaatst kan worden. De feesten in Dijkerhoek, Espelo en de Beuseberg zijn heel specifieke feesten in het buitengebied, die met elkaar georganiseerd worden en waar iedereen aan meedoet. Dat zijn evenementen die niet vergeleken kunnen worden met bijvoorbeeld Elsrock. Ook Koningsdag is een feest dat anders beoordeeld moet worden. Een evenement is niet puur een evenement waar alleen alcoholmisbruik en drugsgebruik plaatsvinden. Een evenement kan ook een geweldig kinderfeest zijn, waarbij alcohol niet aan de orde is.

De heer BERKHOFF interrumpeert de heer Noordam en vindt het terecht dat hij zegt dat sommige evenementen cultureel bepaald zijn of, zoals in Dijkerhoek en dergelijke, vroeger zijn ontstaan. Door deze nota kan het aantal B-evenementen worden uitgebreid. Dat zijn nieuwe evenementen, zonder een historische of culturele binding. Spreker vraagt de heer Noordam hoe daarmee omgegaan moet worden.
De heer NOORDAM zegt dat het voorstel van de ChristenUnie is dat evenementen om 24.00 uur afgelopen moeten zijn. De heer Berkhoff begrijpt blijkbaar niets van de cultuur in het dorp en de buurtschappen. Een dorpsfeest, waaraan het hele dorp meewerkt, kun je niet om 24.00 uur op slot doen. Aan zo’n voorstel heeft spreker een hekel. Hij stelt hierna nog de volgende vragen:

  • Waarom is gekeken naar de horecasluitingstijden en niet naar het horecaconvenant? Daarin zijn goede afspraken gemaakt met de horeca. Feesten kunnen aansluiten op die tijden en de gemeente is constructief bezig.
  • Waarom is gekozen om aansluiting te zoeken bij het Parapluplan Evenementen?
  • Heeft het college de afgelopen jaren geëvalueerd op het gebied van evenementen? Zo ja, wat was de aanleiding om te evalueren: waren er problemen?

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 blij is met deze nota. Zij vraagt het college meer aan te sluiten bij het convenant dan bij de horecasluitingstijden die nu gelden. In dat licht heeft spreker zijn vraag gesteld aan de inspreker. Kijkend naar het convenant, kan er afgeweken worden van deze tijden.
Het zou erg jammer zijn als er alleen maar evenementen plaatsvinden, die ooit zijn ontstaan uit het verleden, en mensen niet de vrijheid krijgen ook andere, nieuwe evenementen te organiseren. Spreker snapt dat er een bepaalde voorkeur is, maar dat moet niet afgedwongen worden.

Burgemeester HOFLAND zegt dat de discussie enigszins een weerslag is van de discussie die de afgelopen maanden is gevoerd in het college. De insteek vanuit de verschillende fracties herkent spreker heel goed. Ook in het college zijn deze punten meermalen aan de orde geweest. Het college heeft een themabijeenkomst gehad, daarna kwam het eerste ambtelijke stuk ter tafel, werden er vragen gesteld, enzovoort. Wat dat heeft opgeleverd aan aanvullende informatie, heeft de commissie kunnen zien. Het college heeft geprobeerd daarin zijn weg te zoeken.
Naar aanleiding van wat er de laatste jaren aan evenementen is geweest en hoe die zijn verlopen, heeft het college gezegd dat in het algemeen de toets der kritiek kunnen doorstaan. Daarom heeft het college gezegd iedere uitbreiding of inperking niet te doen. Er is een bepaalde status quo, die het college wil handhaven.
Deze discussie is ook bedoeld om het college verder te inspireren en een definitieve invulling te geven aan het beleid. Inderdaad kan nog eens gekeken worden of de vele ‘kan’-bepalingen beter geformuleerd moeten worden. Een aantal van die bepalingen is echter bedoeld om nog eens finaal te kunnen afwegen waar de gemeente staat. Voor de Samenloop voor Hoop, een initiatief van een aantal burgers dat 24 uur duurde, waaronder een deel van de zondag, heeft het college toestemming willen geven.
Er is ook gesproken over de zondagsrust. Spreker zegt dat hij de Zondagswet strikt toepast. Er zijn hem geen voorbeelden bekend waarbij dat niet is gedaan.
Er is gesproken met de horeca over dit stuk. Ook wil het college nog eens kijken naar het horecaconvenant. In zijn algemeenheid is het zo dat beleidsregels gepubliceerd worden. Dat moet beter gebeuren dan de vorige keer. Dat is een les die daaruit geleerd is. Daarnaast staat het burgers vrij om in te spreken. In het proces naar het definitieve beleid is dit een stap die het college zet.
Vanuit de SGP wordt gevraagd wat beoogd wordt met evenementen. Spreker kan zich die vraag voorstellen als de gemeente € 100.000 beschikbaar zou stellen voor het aanjagen van evenementen om de gemeente meer op de kaart te zetten. Alle bekende evenementen in de gemeente ontstaan vanuit burgers zelf. Het college vindt het niet juist daarop een inhoudelijke toets te laten plaatsvinden. Er is ook verwezen naar de strategische visie. Het is juist dat daar identiteit voorop wordt gezet. In de strategische visie staat ook een passage opgenomen over cultuur: “Cultuur en sport zijn in onze gemeenschap in beginsel een zaak van het particuliere initiatief”. Een evenement is in die zin een cultuuruiting en een zaak van particulier initiatief. Als de gemeente € 100.000 subsidie zou geven aan nieuwe evenementen, moet duidelijk zijn wat de aard en schaal, de omvang en het karakteristiek daarvan is. In zijn algemeenheid vindt het college dat dat niet geldt voor evenementen. 

De heer SCHEPPINK zegt bij interruptie dat in het stuk staat dat evenementen bijdragen aan het imago van de gemeente Rijssen-Holten. Dat impliceert dat alle evenementen die worden georganiseerd, bijdragen aan het imago. Hij heeft zich daarom afgevraagd of er ook evenementen georganiseerd kunnen worden die niét bijdragen aan het imago of de strategische visie. In die zin wordt er geen verschil gemaakt.
Burgemeester HOFLAND zegt dat hij zich evenementen kan voorstellen, waarbij een kanttekening geplaatst kan worden. Anderen die hier aan de raadstafel zitten, kunnen echter van mening zijn dat het wél een bijdrage levert. Het is en blijft een moeilijke discussie. Wat wel geldt is het evenwicht tussen omvang, aard en woonomgeving en daarmee op een verantwoorde manier omgaan. Gezegd is dat de gemeente kiest voor het minimaliseren van overlast en ook is de vraag gesteld hoe vaak per jaar dat mag plaatsvinden. Spreker neemt deze vraag mee om te kijken of er meer duiding in het stuk aangegeven kan worden. Dat er bij evenementen een vorm van overlast ervaren kan worden, is onvermijdelijk. In de loop der jaren is de gemeente steeds beter in staat geweest die overlast te beperken. Er wordt veel meer maatwerk geleverd bij geluidsoverlast, waarbij soms van 90/100 dB(A) is teruggegaan naar 85 of 75 dB(A) en soms zelfs 65 dB(A) wordt voorgeschreven. De zorg voor de woonomgeving is altijd aanwezig. Het kan niet zo zijn dat bewoners van het centrum van Rijssen of Holten, 52 keer per jaar recht hebben op overlast. Wie in het centrum woont, kan er anderzijds niet van uitgaan nooit overlast te hebben van een evenement.
Er zijn door de SGP veel vragen gesteld over diverse pagina’s. Er is in een aantal gevallen gekozen voor de ‘kan’-bepaling, omdat dat de praktijk is. Na ieder evenement wordt intern stilgestaan bij de vraag hoe het is gegaan, of er opmerkingen van de politie zijn ontvangen of dat er andere waarnemingen zijn binnengekomen. Bij een standaardevenement, dat al jarenlang hetzelfde is, vindt telefonisch overleg plaats en wordt bekeken of er nog contact moet zijn. Als over dit soort zaken – ‘kan’, ‘in beginsel’, enzovoort ‑ in de tekst onduidelijkheden zijn, dan wordt daar nog een keer naar gekeken.
De burgemeester kan aan de hand van voorschriften tegemoet komen aan een evenement. Spreker wijst erop dat dat inderdaad zo is, maar dat de openbare orde en veiligheid en het milieu – de APV-bepaling – de grenzen zijn, waaraan hij steeds zaken toetst. Een voorbeeld is de EK-finale met public viewing. De politie had hiervoor niet voldoende capaciteit om toezicht te houden. Dat is voor spreker een afwijzingsgrond. Als oplossing is toen gekozen om 15 gecertificeerde beveiligers in te zetten. Daarmee ontstond er een win-win situatie: de openbare orde en veiligheid was ermee gediend en de horeca, waar in de halve finale een broeierige sfeer was ontstaan, werd ontlast. Dat is een voorbeeld waarbij spreker toch tegemoet kan komen aan een wens. Zou er echter een outlawmotorgang komen, dan peinst spreker er niet over daarbij allerlei creativiteiten toe te passen. Dat is een echt criminele organisatie. Spreker blijft staan voor de openbare orde en veiligheid en blijft zeer streng op dat soort zaken.
Evenementenbier wordt niet voorgeschreven bij een evenement waar men 300 mensen verwacht. Bij de triatlon is het gebruik dat wel te doen. Die ‘kan’-bepaling is opgeschreven met een bepaald doel. Het college bekijkt of dit soort punten in het definitieve stuk beter opgeschreven kunnen worden.
De heer Berkhoff heeft ook gewezen op onduidelijkheden. Het college bekijkt de gegeven voorbeelden nog een keer goed.
Met betrekking tot de opmerking dat leefbaarheid en saamhorigheid vergroot kúnnen worden, zegt spreker dat al in interrupties naar voren is gekomen hoe dat in Dijkerhoek en Espelo beleefd wordt.
De eindtijden mogen wat de heer Berkhoff vervroegd worden. Als de maatschappelijke trend zo wordt, dat iedereen om 18.00 uur naar een evenement gaat en om 23.00 of 24.00 uur naar huis gaat, dan werkt het college dat zeker niet tegen. Het college heeft echter te maken met de maatschappelijke acceptatie die er is.
Een aantal jaren geleden is het beleid ingezet dat bebording niet meer kosteloos beschikbaar wordt gesteld. In de praktijk bleek dat men toch medewerking kreeg vanuit de gemeente en dat bij evenementen borden kosteloos beschikbaar werden gesteld. Er is een groot aantal evenementen dat zonder die hulp moeilijk kan bestaan. Het college heeft toen gezegd de praktijk te legaliseren om die hulp toch te verlenen. 

De heer DE KOE vraagt of een soort statiegeld of borg een mogelijke constructie kan zijn.
Burgemeester HOFLAND zegt dat er in de praktijk geen problemen zijn. Als de gemeente haar spullen niet terugkrijgt, vinden er andere gesprekken plaats en gaat de gemeente een andere beweging maken.
De heer Kroeze pleitte voor het anders neerzetten van de eindtijden. Dat is ook waar de inspreker op duidde: geef iets langer de tijd voor de uitloop. Spreker kan die vraag volgen, maar in de praktijk zijn er op dit moment geen echte problemen. Er zit een uur tussen het eind van de muziek en het eind van feest. Dat is eigenlijk al een afbouw. Na een half uur mag geen drank meer geschonken worden. Ook dat bevordert de uitloop. Het college denkt dat het op dit moment een goed functionerend geheel is.
In het horecaconvenant staan sluitingstijden van 03.00 uur. Sommigen pleitten er vanavond voor aansluiting daarbij aansluiting te zoeken. Spreker heeft met de horeca echter juist gesproken om andersom te redeneren. De horeca heeft namelijk het recht een uur langer open te zijn onder bepaalde voorwaarden. Spreker zou het liefst zien dat de horeca sluit op het moment dat er een evenement sluit. Praktisch is dat moeilijk uit te voeren. Bij de triatlon in Holten is de laatste keer discussie ontstaan en was er kritiek op de gemeente. De primaire reactie van spreker was dat de horeca ook zelf om 02.00 uur kan sluiten. Onder bepaalde voorwaarden krijgt de horeca van hem een recht, maar het is geen plicht tot 03.00 uur open te blijven.
Hemelvaartsdag en Koningsdag. Spreker wijst op bestaande tradities. Als Koningsdag op maandag is, dan is het gebruik en traditie op de zaterdagavond daaraan voorafgaand een feest te geven. Spreker ziet niet in waarom daarvan afgeweken moet worden.
De heer Kahraman sprak over mogelijke overlast bij evenementen die vaak op dezelfde locatie plaatsvinden. Spreker wil nog een keer kijken hoe dat verantwoord kan worden. In het Parapluplan Evenementen is daarover een opmerking gemaakt. Ook bij de ‘losse’ ontheffingen die gegeven worden, wordt bekeken of daaraan in het definitieve stuk wat meer richting gegeven moet worden.
Na ieder evenement vindt een evaluatie plaats en soms wordt vastgesteld dat een volgende keer het evenement aanpassing behoeft. Vaak gaat het over kleine dingen, maar ook bijvoorbeeld over de veiligheid van een tent. Spreker heeft waardering voor organisaties die belangeloos iets willen organiseren en proberen creatieve oplossingen te vinden bij problemen. Er loopt een discussie over een van de paasvuren, waar vorig jaar erg veel mensen op afkwamen. De organisatie had daarmee onvoldoende rekening gehouden. Om dat soort zaken beter aan te sturen en te coördineren, vindt evaluatie plaats.
De heer Kahraman sprak over de rapporten van Haaksbergen. Daarin is nadrukkelijk ingezoomd op de rol van de burgemeester en hoe actief hij betrokken was bij het evenementenbeleid. Spreker denkt dat de gemeente op orde is. Tweewekelijks vindt er met hem en de ambtelijke organisatie overleg plaats over evenementen. Mondeling wordt dan besproken wat er speelt. Als spreker tussentijds aanwijzingen geeft of beslissingen neemt, dan wordt dat vastgelegd in een logboek en is dat traceerbaar. Er is voldoende expertise in huis om A- en B-evenementen te beoordelen. Bij sommige B-evenementen en bij de C-evenementen wordt opgeschaald naar de veiligheidsregio, die de gemeente van advies dient. Met de ambtelijke organisatie is het rapport van Haaksbergen doorgesproken. Het college is tot de conclusie gekomen, dat op een aantal aanpassingen na, waaronder het vastleggen van tussentijdse beslissingen, de gemeente op dit moment op een goede manier is uitgerust voor haar taak.
De heer Noordam sprak over maatwerk. Spreker is daarop ingegaan en heeft voorbeelden genoemd als de WK-finale en een outlawmotorgang.
Alles wat vanavond is gezegd en alle opmerkingen komen terug in het college.

Tweede termijn

De heer BERKHOFF zegt dat zijn vraag over drugs en alcohol niet is beantwoord.
De VOORZITTER zegt dat de portefeuillehouder dat in zijn beantwoording in tweede termijn meeneemt.

De heer SCHEPPINK zegt in antwoord op de woorden van de heer Noordam, dat spreker het document in de prullenbak gooide, dat hij die woorden niet gebruikte en niet zo heeft bedoeld. Hij is begonnen met te zeggen dat elementen een positief element kunnen hebben. Daarna heeft hij een aantal opmerkingen over het stuk gemaakt. Spreker heeft zijn opmerkingen niet alleen gemaakt vanuit de beleidskant, maar vanuit de organisatorische kant. In het stuk staat bijvoorbeeld hoe men een vergunning moet aanvragen: men kan als eigenaar van grond een evenementenvergunning aanvragen, maar als het gaat om een bepaalde locatie moet men ook nog een festiviteit aanvragen. Dat maakt het erg onduidelijk. Spreker vindt dat nog eens goed gekeken moet worden wie er een festiviteit moet aanvragen. Het toegevoegde schema in het stuk is erg onduidelijk, zodat het snel mis kan gaan.
De portefeuillehouder heeft gezegd dat nog eens gekeken wordt naar de belasting op een evenemententerrein. Spreker heeft ook gezegd dat evenementen evenwichtig verdeeld moeten zijn over een jaar en dat er daarnaast minimaal twaalf dagen rust moet zijn rondom een evenement. Spreker wil graag dat ook daarnaar wordt gekeken.
Het grootste probleem bij evenementen is dat zij overlast veroorzaken. Dat kan zo uitgelegd worden dat als mensen geen overlast ervaren, er geen overlast is. Zodra mensen wel overlast ervaren, dan moet de gemeente in haar stukken bescherming bieden en regels hanteren die juridisch houdbaar zijn. Spreker doelt dan vooral op decibellen. Wat dat betreft moet aangesloten worden bij de juridische kaders en bij uitspraken die daarover zijn en die bij een rechter standhouden. Elke rechter verwijst naar richtlijnen van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg. Volgens spreker moet de gemeente zich daar gewoon bij aansluiten in het beleid en de regels daarover helder op te schrijven. Als dat niet gebeurt, moet bij elk evenement apart worden getoetst op de gevel: hoeveel dB(A) komt er binnen?
Het college past het beleid aan naar de praktijk. Spreker wil graag een visie en een ambitie hebben met betrekking tot evenementen. Als er een voorstel naar de raad komt voor de Wet markt en overheid, om alle evenementen tot algemeen nut te verklaren, zal hij daarmee niet instemmen onder verwijzing naar deze vergadering.
De SGP is benieuwd naar het verdere proces en wil graag teruggekoppeld hebben wat er met de opmerkingen van vanavond gebeurt.

De heer BERKHOFF zegt dat het college en de ChristenUnie het op een aantal onderdelen niet helemaal eens zijn en het misschien ook niet eens worden. Spreker is de portefeuillehouder dankbaar voor zijn beantwoording en de verduidelijking over de zondagsrust. De toezegging is gedaan dat het stuk nog een keer goed doorgeakkerd wordt om zo duidelijk mogelijk te maken wat wel en wat niet kan.

De heer KROEZE zegt dat Gemeentebelang eraan hecht te benadrukken dat de gemeente meerdere identiteiten heeft dan alleen de christelijke identiteit, voorzover dat eerder door de SGP bedoeld was.
Gemeentebelang benadrukt dat evenementen juist ontstaan, omdat zij een invulling geven aan die identiteit. Het geeft kortom uiting aan die identiteit en het is niet andersom en er is niet voor gekozen.
De portefeuillehouder gaf over Koningsdag aan dat feest vaak op zaterdag plaatsvindt en dat er dan geen probleem is. Gemeentebelang ziet graag dat als soortgelijke feestdagen op zondag zijn, dat wordt beschouwd als weekend.
Op de vraag of het college bekend is met geluiden van aanvragers die de aanvraagprocedure stroef vinden verlopen. Wellicht heeft dit ook verband met ‘kan’ en ‘kunnen’ en wat zij moeten aanleveren. 

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat hij het grotendeels eens is met de laatste bijdrage van de heer Scheppink. Evenementen leiden altijd tot overlast, maar het moet binnen de perken blijven. Daarop moet de gemeente zeer zeker toezien.
Belangrijk is het overleg dat plaatsvindt voor de evenementen. Het is belangrijk dat de organisatie met omwonenden in gesprek gaat. Het woord ‘kunnen’ is te vrijblijvend.
De horeca kan inderdaad zeggen dat zij hun zaak een uur vroeger sluiten. Daarmee strijkt men een ondernemer tegen de haren in. Anderzijds is het geen goed voorbeeld van een betrouwbaar bestuur. Er zijn afspraken gemaakt die nagekomen moeten worden. Het is geen optie de bal terug te spelen naar de horeca, maar te zeggen dat de gemeente aansluit bij het convenant dat er is.

De heer NOORDAM vraagt zich af in hoeverre het maatwerk in het definitieve document handen en voeten krijgt. Als de feesten in Dijkerhoek en Espelo, waar zich nooit iets negatiefs heeft voorgedaan, het verzoek zouden doen tot verlenging of gelijktrekking met het horecaconvenant, is de vraag wat wordt verstaan onder maatwerk.
Bij een evenement moeten omwonenden worden geïnformeerd. Spreker vraagt wat onder omwonenden wordt verstaan bij een feest waarbij de muziek kilometers verder nog te horen is. Wellicht kan de portefeuillehouder daar nog iets over zeggen, ook of de organisatie aangesproken wordt als zij dat onvoldoende heeft gedaan. 

De heer DE KOE zegt dat een evenement iets in zich moeten hebben voor iedereen in de samenleving, het moet passen binnen aard en cultuur van deze gemeente. De samenstelling qua inwoners is heel breed, dus er zouden veel evenementen kunnen plaatsvinden.
Uiteindelijk kan Lokaal Liberaal leven met de uitkomsten die nu zijn geformuleerd. Zij hecht aan het afwegingskader dat de burgemeester aangeeft, waarbij hij telkens probeert maatwerk te maken en ook telkens een evenement evalueert om het voor de toekomst nog beter te maken. Juist dat element vindt spreker erg belangrijk, omdat een groot deel van de regels die op papier staan moeilijk te handhaven zijn in de praktijk. Er zijn altijd mazen en gaten te creëren. Het beleid moet aan de praktijk worden getoetst. Dat zijn zaken die in goede handen zijn van de portefeuillehouder, juist omdat maatwerk erg belangrijk is. 

Burgemeester HOFLAND zegt dat de heer Scheppink treffend opmerkte dat hij een visie mist en dat het beleid eigenlijk wordt gemaakt naar de praktijk. Dat is een bestuurlijke oplossing en een bestuurlijke insteek, die bij het college horen. Het is de taak van een raadslid om de eigen partijpolitieke visie en ideologie te vermengen met een in te nemen standpunt. In die zin vindt spreker dat er op een goede manier hieraan gewerkt wordt.
Gevraagd is in te gaan op drugs en alcohol. In het beleid staat iets over het evenementenbier, maar dat is geen uitgangspunt voor het maken van evenementenbeleid. Ook bij drugs wordt steeds gekeken naar de activiteit die plaatsvindt. Als er een winterfair of een kerstmarkt is, is het niet de bedoeling drugshonden in te zetten. Niet bij elk evenement lopen BOA’s rond om te controleren. Die capaciteit is er niet. Wel worden steekproeven genomen. Dat geldt ook bij het omgaan met drugs.
Er is een opmerking gemaakt over bureaucratie en de heer Scheppink sprak over onduidelijkheden bij wat men moet aanvragen. Het is erg ingewikkeld, maar veel zaken zijn toch noodzakelijk, want als men bij een rechter komt, moet men zich op al die terreinen verantwoorden. Het college probeert de aanvragen zo simpel mogelijk te houden, maar bij bijvoorbeeld een tentfeest voor meer dan 50 personen, moeten er berekeningen gemaakt worden en moet er gekeken worden naar windvastheid en dergelijke. Het college kijkt nog een keer goed naar dit soort zaken.
Naar aanleiding van het ervaren van overlast, de bescherming van de regels en de juridische houdbaarheid, zegt spreker toe dat het college de richtlijnen van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg nog eens naast het beleid legt.
Heel bewust is ervoor gekozen een aantal ‘kan’-bepalingen in te vullen, omdat niet altijd alles is te voorzien en er ruimte moet zijn voor maatwerk. Bij een Samenloop voor Hoop vindt spreker dat niet strak vastgehouden hoeft te worden aan een eindtijd. Als het echter gaat om een organisatie die vraagt om een half uur verruiming, omdat dat beter uitkomt, is spreker niet van plan maatwerk te leveren. Hij wil daarmee terughoudend omgaan en niet de indruk wekken dat de gemeente hier iets neerlegt, terwijl er aan de achterkant weer zaken losgelaten worden. Het is ook voor spreker allemaal richtinggevend en bepalen, maar er moet voor hem wat ruimte zijn, omdat niet altijd alles van te voren is te bedenken.
Wat vanavond is besproken, wordt uitgewerkt en in het college besproken. Het college neemt vervolgens een definitief standpunt in, dat aan de commissie wordt voorgelegd. Dat definitieve standpunt gaat wat het college betreft daarna gelden als regel. 

De heer NOORDAM vraagt bij interruptie in te gaan op de woorden van de heer De Koe: fout gedrag bestraffen, goed gedrag belonen. Daar gaat een stimulerende, zelf reflecterende methodiek van uit, waardoor de gemeente er zelf steeds minder naar om hoeft te kijken. 

Burgemeester HOFLAND zegt dat goed gedrag wordt beloond door het volgende jaar opnieuw de vergunning te verlenen. Dat is het uitgangspunt. Straffen kan door middel van een gele kaart, waarbij het volgende jaar nog duidelijker regels worden gesteld. Straffen heeft ook een element in zich dat men blijk gegeven heeft dat men een evenement niet kan organiseren. Wat dan precies de weigeringsgrond is, moet juridisch onderbouwd worden. Op die manier moet dat gezien worden.

De VOORZITTER zegt dat het agendapunt wordt afgesloten. Het is moeilijk een goede samenvatting te geven van de discussie. De inbreng van de fracties wordt genotuleerd en de beantwoording van de portefeuillehouder geeft een goede samenvatting.

Spreker schorst de vergadering.

Schorsing tot 21 januari 2016, 20.00 uur.

Vervolg van de vergadering op 21 januari 2016

Aanwezige commissieleden: F.W. Noordam, R.W. Meijerink, S. Kök, W.A.J. ter Schure, W.J.M. Muller, P. Kroeze, C. Polman, R.A. de Koe, E. Heuver, G. Pas, J. Berkhoff, W.L. Riezebos, F.J. Wessels, I. Kahraman, G.D. ten Berge, R. Jansen, A.J. Scheppink en E.G. Bosma

Heropening
De VOORZITTER heropent de vergadering. 

7 Verslag en Follow up raadsledenbijeenkomst 19 november 2015 inzake Bestuursopdracht Economie en Arbeidsmarkt (Hofland / Tijhof)
De heer SCHEPPINK geeft aan dat hij de raadsledenbijeenkomst een mooie bijeenkomst vond, waarbij wel weinig raadsleden en veel collegeleden aanwezig waren. Spreker vindt het verslag op basis waarvan de bestuursopdracht is aangepast, onduidelijk. Hij is het wel eens met deze aanpassingen, maar vindt dat er op deze manier wel gemakkelijk wordt besloten over aanpassing.
Hij refereert aan het voorstel vanuit de regio om € 0,50 per inwoner in te leggen en zegt dat hieraan wel duidelijker kaders ten grondslag moeten liggen voordat de SGP hiermee instemt.
De fractie vindt dat hetgeen gepresteerd is tot nu toe niet in verhouding is met hetgeen geïnvesteerd is.

De heer NOORDAM zegt dat de VVD op dezelfde lijn zit. Wat het verslag betreft is spreker van mening dat het persoonlijke opmerkingen zijn, waardoor het moeilijk te lezen is. Hij vraagt zich daarbij wel af of hier binnen Twente voldoende uit te distilleren valt, zodat de visie van de raden van Twente duidelijk verwoord wordt. Hij steunt de woorden van de heer Scheppink maar scherpt deze aan door te zeggen dat hij het een gemiste kans vindt als dit de toekomst is van de radenbijeenkomsten.

De heer WESSELS laat weten dat in het nieuwe concept voorgesteld wordt meer aandacht te besteden aan familie- en regionale bedrijven. Dit vindt het CDA een goede ontwikkeling, waarbij niet alleen bedrijven van buiten worden aangetrokken, maar ook de mogelijkheid wordt geboden voor lokale uitbreiding.
Spreker vraagt wat het college concreet van de raad vraagt. Er ligt een plan van aanpak/ visie voor en hij vraagt zich af hoe hiermee verder gegaan wordt en wat de bijdrage is die het college van de raad vraagt.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie blij is met de aanscherping richting de MKB. De fractie vraagt zich af of er nog verdere aanvullingen kunnen worden gedaan en of deze dan in de visie worden verwerkt of als input voor de wethouder dienen voor de volgende bijeenkomst.  

De heer TER SCHURE vond het ook een goede bijeenkomst, waarbij de bestuursopdracht op verschillende punten enigszins is aangepast, maar het doel daarvan is voor Gemeentebelang niet echt duidelijk. Spreker geeft aan dat de innovatie-agenda ook ter sprake kwam. De fractie is van mening dat hier nog geen enkel resultaat is behaald voor de gemeente Rijssen-Holten. Hij vraagt het college of hieraan iets kan worden gedaan. Vele jaren is er veel geld uit het dividend van Twence in geïnvesteerd en de fractie is van mening dat dit wel iets concreets mag opleveren. 
Spreker gaat in op de verdringing van arbeidskrachten met een lage opleiding door hoger opgeleiden en vraagt hier extra aandacht voor, wellicht middels bijscholing. Hij vraagt naar de visie van de portefeuillehouder.

Burgemeester HOFLAND wijst erop dat er 2 portefeuillehouders economische zaken zijn.
Hij vond het een boeiende en mooie bijeenkomst, waarbij er sprake was van een goede presentatie van de Voortman Steel Group en van Rijssen-Holten. Hij heeft hier veel lovende woorden over gehoord van raadsleden en dagelijkse bestuurders van elders.
Er wordt gezocht naar een manier om verder te gaan, omdat duidelijk is aangegeven dat raadsleden de regioraad niet willen laten vallen. Er is een soort compromis ontstaan, waarbij raadsleden elkaar kunnen treffen en geprobeerd wordt de raadsleden invloed te laten uitoefenen. De discussies zouden hieraan een kwalitatieve bijdrage moeten leveren, waarbij ze niet politiek gewogen zijn qua meerderheid e.d.
Spreker refereert aan de Agenda van Twente en zegt dat de voorzitter, de heer Van Veldhuizen, tijdens deze bijeenkomst voor het eerst heeft aangegeven dat er een vervolg gegeven moet worden aan de Agenda van Twente, waarbij hij een bedrag van € 4 à € 5 per inwoner heeft genoemd. Daarmee zou de Agenda van Twente voortgezet kunnen worden. Bepaald moet worden hoe met de Agenda van Twente wordt omgegaan en hoe dit afgerond wordt (dit loopt tot 2017). De raden komen hierbij nog volop aan bod om richting te geven. Waarschijnlijk wordt er een commissie gevormd die de opdracht krijgt met voorstellen te komen hoe de Agenda van Twente aangevuld kan worden, zowel qua geld als qua inhoud.
Wat de acquisitie betreft, het beschikbaar stellen van € 0,50 per inwoners, zijn er middelen beschikbaar gesteld binnen de begroting. Het is nl. de bedoeling op een professionelere manier binnen Twente acquisitie te gaan plegen. Wat de winst voor Rijssen-Holten betreft loopt de gemeente nu nog aan tegen provinciale regels, waardoor niet te opzichtig acquisitie gepleegd kan worden. Straks kunnen de gronden ook beschikbaar worden gesteld aan bedrijven die van buiten komen. Het college denkt dat door gezamenlijk op te trekken competitie tussen gemeenten onderling tegengegaan wordt, waarbij werkgelegenheid het leidende thema wordt. Aan een bedrijf (van buiten) worden straks passende gronden aangeboden, waar het betreffende bedrijf zich ook kan ontwikkelen.
Er is ingesproken voor de Streekvisie bij de provincie en daarbij is de voorkeur uitgesproken om de logistiek met name in Holten te laten ontwikkelen en het zgn. Fresh Food verder te laten uitbreiden.

Tweede termijn
De heer NOORDAM geeft aan dat hij tijdens zijn voorzitterschap van de IKT dezelfde plannen en discussies heeft gehoord, onder leiding van burgemeester Den Oudsten. De overheid moet volgens de VVD stimuleren en faciliteren, waarbij het Twents belang speelt en er geen sprake is van concurrentie.  Hij ziet dikke rapporten voorbij komen maar is van mening dat ondernemers vooral moeten kunnen ondernemen, waarbij helder moet zijn hoeveel speelruimte er is en welke initiatieven ontplooid kunnen worden zonder elkaar te bijten.

De heer SCHEPPINK steunt de woorden van de heer Noordam en zegt dat tijdens de radenbijeen-komst naar voren kwam dat gemeenten naast innovatief ook flexibel moeten zijn. De Agenda van Twente en het hele traject rondom de innovatiegelden is volgens spreker juist niet flexibel. Hij wijst daarbij op de port bij de KvK in Enschede, waarbij het allemaal erg lang duurt.
Hij roept op dat de portefeuillehouders van de regio proberen maatwerk te leveren en flexibel te zijn. Spreker gaat in op de Twenteboard waarbij opeens gesteld wordt dat er, wat de werkgelegenheid betreft, meer moet worden gedaan aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het duurt dan vervolgens maanden voordat de bijbehorende stukken zijn aangepast.
Hij pleit ervoor om het aantal regels te verminderen en meer flexibiliteit te betrachten. Dit mist hij in de regio Twente.
Voor de acquisitie wordt nu, samen met de provincie, € 600.000 beschikbaar gesteld en spreker vraagt zich af  waar dat geld voor gebruikt wordt. Hij stelt voor te monitoren wat er met het geld gebeurt. Spreker vraagt zich af waarom er € 0,50 per inwoner wordt gevraagd.

Burgemeester HOFLAND is het voor een deel eens met de uitgesproken woorden. Er moet daarbij wel een goed onderscheid gemaakt worden tussen de voorliggende acquisitie en de Agenda van Twente en hoe hiermee moet worden omgegaan. Het is spreker duidelijk dat de raad in een vroeg stadium bij de discussies betrokken moet worden. Dit signaal pakt hij ook op.
Wat de acquisitie betreft is al meerdere keren naar voren gebracht dat het praktisch moet blijven. Naar analyse is gebleken dat trajecten vaak fout lopen omdat bestuurder veel te veel weten van bedrijven en de locaties waar ze actief zijn. Daarnaast zijn er professionals betrokken bij de acquisitie zoals bij de Poort van Twente, Wadinko en Oost NV. Het zou mooi zijn dat daar alle gegevens bekend zijn over beschikbare bedrijventerreinen, zodat helder is welke bedrijven waar gevestigd kunnen worden. Meer professionaliteit van de acquisitie wordt beoogd, waarbij Rijssen-Holten steeds heeft aangegeven dat er gewoon gestart moet worden.

De heer DE KOE interrumpeert en zegt dat het de bedoeling is dat economieën, die al sterk in een gemeente vertegenwoordigd zijn, verder versterken. Volgens spreker is diversiteit juist nodig, zodat gemeenten minder gevoelig zijn voor crises.

Burgemeester HOFLAND is van mening dat als een bedrijf zich wil vestigen in Nederland geprobeerd moet worden dit bedrijf geïnteresseerd te laten worden voor Overijssel en vervolgens voor Twente. De experts moeten dan een aanbod doen van een aantal locaties, waar de bedrijven zich dan in eerste instantie op oriënteren, zonder dat de gemeentebesturen hiervan op de hoogte zijn

De VOORZITTER vat de discussie samen en zegt dat het gemeentebestuur resultaten wil zien die gemonitord moeten worden, zodat helder is wat er gebeurt.

8 Raadsvoorstel reglement van orde van de raad 2016 (presidium; Hofland)
De heer BOSMA refereert aan het verloop van een vergadering. Als deze rommelig en chaotisch verloopt of te lang duurt dan ligt dat aan de raads- en commissieleden, omdat ze het reglement niet kennen. Op het moment dat een vergadering vlot verloopt wordt vervolgens gesteld dat dat komt door de goede voorzitter.
Met deze actualisering van het reglement stelt spreker voor om niet alleen de voorzitters op cursus te sturen maar ook een avond te plannen waarop raads- en commissieleden kunnen spreken over de vergaderorde, over achterliggende stukken en de vraag aan de orde komt waarom er vergaderd wordt en hoe dit moet gebeuren.
Hij roept op een avond te plannen waarop geoefend kan worden en om dit reglement beter te leren kennen en te praktiseren.

De heer BERKHOFF interrumpeert en vraagt of de heer Bosma een debattraining voor de raad bedoelt of stelt hij voor over het reglement van orde en het functioneren van de voorzitters te praten?
De heer BOSMA zegt dat er al eens een debattraining is geweest. Het gaat spreker erom dat debatteren op een juiste manier gebeurt, volgens het reglement van orde, zodat er efficiënter en beter vergaderd kan worden. Wellicht dat een dergelijke avond onder begeleiding van een cursusleider kan plaatsvinden.

Burgemeester HOFLAND zegt dat de griffier het presidium vertegenwoordigt. Hij vindt het een sympathiek voorstel.

De GRIFFIER zegt het een goed voorstel te vinden en zal het zijn opvolger meegeven.

Tweede termijn
De heer NOORDAM wijst op het feit dat hij ooit eens vragen heeft gesteld over hoe te handelen tijdens een grote Wifi-storing. Helder daarbij is dat de vergadering niet stopt en dat het ieders eigen verantwoording is om de documenten voorhanden te hebben.
Spreker vraagt zich af hoe de voorzitter van de raad straks bij de vergadering handelt nu er een wijziging wordt doorgevoerd.

Mevrouw RIEZEBOS vraagt aandacht voor interpellatie, wanneer het voorstel van de heer Bosma wordt ingewilligd. Zij verwijst daarbij naar artikel 32 van de Gemeentewet en zegt dat het een instrument is dat de raad bijna nooit gebruikt. Het is volgens spreekster ook een vaag begrip, omdat in de toelichting wordt verwezen naar de leden van de Tweede Kamer. Het ligt in het verlengde van het onderlinge vragenrecht en spreekster vraagt hier aandacht voor.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het reglement van orde op kleine punten wordt aangepast en hij stelt zich voor dat de voorzitter van de raad handelt zoals in dit reglement staat aangegeven, zoals bijvoorbeeld bij artikel 12a dat aangeeft dat voor de opening van de vergadering een gebed wordt uitgesproken.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel reglement van orde van de raad 2016 als hamerstuk te behandelen in de raad.

9 Actiepuntenlijst
De VOORZITTER zegt dat de actiepunten 15-02: afgifte evenementenvergunning, 15-03: info theaterprogramma drugspreventieplan, 15-08: reserve afval en 15-09: taakstelling leges zijn afgehandeld en van de actiepuntenlijst verwijderd worden.
De actiepunten 14-06: evaluatie beleid Uitvoering Drank- en Horecawet, 15-06: brief college
7-10-2015 over schadeclaim en 15-07: Dokter Stokkersfonds blijven staan.

10 Rondvraag
De heer KLEIN VELDERMAN refereert aan informatief stuk e. Mistery Guest onderzoek Drank- en Horecawet 2015 en vraagt waarom alleen de sportverenigingen en niet de  horecagelegenheden, supermarkten en slijterijen een brief hebben gekregen. Zij houden zich namelijk ook niet aan de richtlijnen over de uitgifte van drank aan minderjarigen.
Er is aangegeven dat er een drugspreventieplan komt en spreker vraagt wanneer.
Burgemeester HOFLAND bevestigt dat niet alleen sportkantines maar ook horecagelegenheden en supermarkten zich niet aan regels houden. Hij weet niet of ze een brief hebben gehad maar weet wel dat er gecontroleerd wordt. In het voorjaar wordt er weer een bijeenkomst gehouden, op verzoek van een aantal sportverenigingen, waarbij hier nogmaals aandacht voor gevraagd wordt.
Wethouder TIJHOF zegt dat aan de evaluatie van het drugspreventieplan 2015 wordt gewerkt. Het nieuwe plan wordt aan de hand van deze evaluatie opgesteld en zal in de eerste maanden van 2016 worden voorgelegd.

De heer DE KOE refereert aan de landelijke ontwikkelingen betreffende de beschikbaarheid van kwalitatief goede vrijwilligers voor de brandweer en vraagt hoe dit gaat bij de gemeente Rijssen-Holten.
Burgemeester HOFLAND zegt dat er vanuit de Veiligheidsregio een bericht naar de burgemeesters is uitgegaan over de ontwikkeling op lokaal niveau. Hij zegt dat Rijssen-Holten over 2 actieve ploegen beschikt, waar de nodige aanpassingen zijn doorgevoerd t.g.v. de regionalisering. Rijssen-Holten is de enige gemeente met kazernecommandanten i.p.v. kazernecoördinatoren. Dit geeft al aan hoe de samenwerking tussen de vrijwilligers en de brandweer georganiseerd is volgens spreker. Hij merkt op dat er met name in Holten soms problemen waren met het uitrukken van vrijwilligers overdag. Daar is het laatste jaar bewust op geworven. Hij is van mening dat het korps in kwantitatieve zin op sterkte is, maar zal hier ook in kwalitatieve zin op terugkomen in een brief.

De heer SCHEPPINK gaat in op het handhavingsuitvoeringsprogramma en de tekorten qua uren die er zouden zijn. Hij refereert ook aan het te veel aan uren van 190 uur, dat bijna 6 weken is en het feit dat er ook wordt gesproken over het inzetten van het inhuurbudget wanneer er teveel zaken tegelijk lopen. Spreker vraagt of de RUD strakker kan begroten.
Daarnaast vraagt hij hoe het staat met de motie over het Twentebedrijf.
Wethouder AANSTOOT gaat in op handhavingsuitvoeringsprogramma en zegt dat de raming van de capaciteiten op basis van normen in een producten en dienstencatalogus van de RUD plaatsvindt. Spreker zegt dat de ervaring van de afgelopen jaren is dat de medewerkers van Rijssen-Holten sneller en kwalitatief beter werken. Hij beaamt dat er voortdurend een tekort zichtbaar is, terwijl aan het eind van het jaar over het algemeen tijd over is om andere activiteiten uit te voeren.
Aan de RUD is al een aantal keren gevraagd de PDC actueel en reëel te maken, maar hier staat de gemeente Rijssen-Holten bijna alleen in. Dit punt zal weer aangehaald worden tijdens de eerstvolgende vergadering. Bij de omzetting van de RUD naar een openbaar lichaam zal dit ook een issue zijn.
Burgemeester HOFLAND zegt dat wethouder Beens de voorlopige eerste afgevaardigde richting de regio Twente is. Hij heeft daar de gevoelens en standpunten van de gemeente Rijssen-Holten eind vorig jaar ingebracht. De regio heeft hier met een nadere notitie op gereageerd. Deze kwam voor een groot deel tegemoet aan de gevoelens van Rijssen-Holten, met name het gegeven van de vervuiler betaalt. Dit werd ook regiobreed onderschreven. De laatste discussie spitst zich volgens spreker toe op het casco en hoe hiermee moet worden omgegaan. In de notitie staat dit nogal cryptisch om-schreven. Het college heeft het standpunt ingenomen dat het casco alleen maar kan groeien als alle 14 gemeenten daarvoor kiezen en daarmee zijn alle gemeenten ook verantwoordelijk voor het casco en eventuele groei van het casco. Hier heeft nog geen besluitvorming over plaatsgevonden. Binnenkort vindt de officiële oprichtingsvergadering plaats. Wethouder Beens zal het standpunt van Rijssen-Holten daarbij aangeven. Spreker hoopt en verwacht dat eenieder zich hierin kan vinden, omdat het geen onredelijk standpunt is. 

De heer MULLER vraagt of er in Holten, naast het parkeren in de blauwe zone, ook in de avonduren op parkeren op Smidsbelt kan worden gecontroleerd.
Wethouder AANSTOOT gaat in op het parkeergedrag en zegt dat de dagsituatie redelijk op orde is. Hij beaamt dat er ’s avonds vaak op Smidsbelt geparkeerd wordt. Desgewenst kan hier ’s avonds op gecontroleerd worden.

De heer NOORDAM vraagt naar het gebruik als het gaat om de publicatie van verkeersbesluiten. Deze week stonden er in de Staatscourant 2 verkeersbesluiten gepubliceerd over Holten waar reuring over is. Hij vraagt hoe de inwoners geïnformeerd worden over de verkeersbesluiten, want op de website kan hij hier niets over terugvinden.
Wethouder AANSTOOT komt hier via een NB op terug.
(NB: De beantwoording van de wethouder is gemaild op 12 februari 2016)

11 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 20.45 uur en bedankt de griffier voor zijn inbreng tijdens de vergaderingen van de commissie ABZM.

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie ABZM van Rijssen-Holten op 8 maart 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous