Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie ABZM 30 november 2015 (19:30 uur)

Datum: 30-11-2015Tijd: 19:30 - 21:45Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J.W. ReterinkGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: E.J.H. Linssen-NijlandGenodigden: AanwezigNaamSGPA.J....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie ABZM 30 november 2015 (19:30 uur)

Datum: 30-11-2015
Tijd: 19:30 - 21:45
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J.W. Reterink
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist: E.J.H. Linssen-Nijland
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, dr. E.G. Bosma en R. Jansen
CDAdrs. I. Kahraman, G.D. ten Berge en F.J. Wessels
ChristenUnieJ. Berkhoff, mr. W.L. Riezebos-Tessemaker en G. Pas
GemeentebelangW.J.M. Muller, P. Kroeze en W.A.J. ter Schure
PvdAR.W. Meijerink, S. Kök en G. Pluimers-Kremer
VVDF.W. Noordam en E.J.W. Deijk
Lokaal LiberaalR.A. de Koe en E. Heuver-Harbers
D66ir. H. Klein Velderman en C. Polman
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, R.J. Cornelissen, A.C. Hofland, B.D. Tijhof
Pers1
Publiek30

1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet de aanwezigen hartelijk welkom, met name de grote groep leerlingen van Reggesteyn en de heren van de Rekenkamer West Twente. De medewerkers van de politie komen waarschijnlijk op een later tijdstip ter vergadering meldt spreker. 

2 Inventarisatie spreekrecht
Er hebben zich geen insprekers gemeld.

3 Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag commissie ABZM van 27 oktober 2015
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5 Verslag commissie ABZM van 9 november 2015
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

6 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Burgemeester HOFLAND zegt dat er met afgevaardigden van de 14 Twentse gemeenten overleg is gevoerd over de samenwerking binnen Twente en het Twentebedrijf. De intentie is daarbij uitgesproken dat geprobeerd wordt er met elkaar uit te komen.

7 Rapport Externe Communicatie (presentatie Rekenkamer West Twente)
De heren WOLTERS en FLEDDERUS houden een presentatie.

De heer MULLER merkt op dat de respons om mee te werken aan het onderzoek erg laag was en vraagt of de heren dit herkennen van eerdere onderzoeken naar dit thema. Wellicht heeft dit te maken met de externe communicatie van de Rekenkamer of met de tevredenheidsgevoelens of ontevreden-heidsgevoelens van degene die benaderd worden om aan het onderzoek mee te doen.
De heer WOLTERS zegt ook van mening te zijn dat de respons laag was, ook in relatie tot andere onderzoeken. De gemeente is gevraagd te putten uit contacten die er al zijn, waarbij de Rekenkamer heeft aangegeven deze gegevens te filteren. De gemeente heeft vervolgens algemene adres-bestanden aangeleverd, waardoor de lage respons te verklaren is aldus spreker. Hij had verwacht dat als de gemeente relaties onderhoudt er gemakkelijker uit geput kon worden. Spreker vraagt zich daarbij af of de gemeente terughoudend naar de Rekenkamer is geweest of dat er relaties zijn, waarvan de gegevens niet zijn vastgelegd. Hij verwacht ook geen grote respons op het moment dat er brieven worden gestuurd.

De heer DE KOE zegt dat het volgens hem vrij goed gaat met de communicatie. Veel inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn immers tevreden over de contacten die er met de gemeente zijn. Deze conclusie heeft de Rekenkamer zelf ook wel getrokken volgens spreker. Er ligt een goede basis om verder te gaan vindt hij. Spreker refereert aan het feit dat gesteld wordt dat communicatie op strategisch niveau moet worden ingebed. Hij vindt dat communicatie juist moet plaatsvinden over de uitvoering van het strategisch beleid, waarbij dan bepaald moet worden hoe de inwoners bij het strategisch beleid kunnen worden betrokken.
Spreker zegt dat gesteld wordt dat eenduidigheid van belang is en vraagt of de Rekenkamer hierbij iets specifieks is opgevallen.
De heer WOLTERS zegt dat veel coalitieakkoorden en collegeprogramma’s beginnen met een analyse van de veranderende samenleving, dat een andere manier van interactie vraagt tussen de gemeente en de samenleving. Hij vindt dat als men denkt de inhoudelijke opgave soeverein en alleen te kunnen formuleren en dat communicatie iets is van de vertaling op tactisch niveau, dan vindt hij niet dat er sprake is van tweezijdigheid vanaf het begin. Dus als communicatie een vertaling in tweede instantie is, dan bepaal je als gemeente de voorwaarden en ga je daarna kijken hoe dit gerealiseerd kan worden aldus spreker. Als je echter als gemeente tweezijdigheid voorstaat, dan is eerder helder hoe je de interactie ziet en kom je op communicatie en participatie, ook als je een strategische visie formuleert aldus spreker.
Hij gaat in op de vraag over de eenduidigheid en refereert daarbij aan de casus snippergroen. Daar wordt namelijk ingestoken op adresseren van snippergroen. De raad heeft daarbij gevraagd waarom er zo werd gehandeld en daarbij corrigeert de raad dus met een raadsuitspraak over de doelstelling van het adresseren van snippergroen. Je ziet ook dat de gemeente bewust geen algemene bijeenkomst plant om dat aan mensen uit te leggen, terwijl er wel sprake is van allerlei regimes aldus spreker. Er zijn inwoners die huren een woning, er zijn inwoners met een klein stukje grond, er zijn inwoners met een koopwoning, etc. Er worden daarbij allerlei verschillende brieven gestuurd. Voor inwoners voelt het vreemd en ontstaat er onduidelijkheid omdat er soms sprake is van verschil in handelen vanuit de gemeente.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt naar de belangrijkste conclusie vanuit het onderzoek. Hij refereert aan aanbeveling 1 voor de raad bestemd en citeert: “Neem als raad een duidelijk standpunt in voor wat betreft communicatie in relatie tot participatie, zodat duidelijk is wat van het college wordt verwacht op dit thema”. Hij vindt dit ‘de wereld op zijn kop’. De raad kan achterover gaan zitten en afwachten waar het college mee komt. Hij vraagt hoe de raad in dit geval moet handelen richting het college.
De heer WOLTERS zegt dat de heer Klein Velderman duidt op de belangrijkste aanbeveling. De raad en het college moeten nl. van elkaar snappen hoe een ieder erin staat, opdat de eenduidigheid ook op bestuurlijk niveau kan worden uitgedragen richting de samenleving. Hij zegt daarbij niet perse dat de netwerksamenleving daarbij de boventoon moet voeren en kan zich voorstellen dat de raad een ‘klassiekere’ opvatting heeft. Hij vindt wel dat de raad en het college daarover met elkaar een gesprek moeten voeren en denkt ook dat wij in een maatschappij leven waarin er steeds meer verantwoorde-lijkheid vanuit de samenleving op de gemeente afkomt, waar je als politiek en bestuur een antwoord op moet hebben. Hij refereert daarbij ook aan de representatiereflex. Als de raad er ‘klassiek’ inzit en dus wacht op het college is er volgens hem al sprake van veel maatschappelijke legitimatie van voorstellen. De raad honoreert deze voorstellen veelal, maar soms gaat ze daarbij ook op de rem staan, terwijl de samenleving denkt dat ze al stappen verder zijn. Dat betekent dat als de raad kaders stelt voor hetgeen de gemeente belangrijk vindt, het niet alleen over de inhoud moet gaan maar ook over het proces, dit kan ook niet los van elkaar worden gezien volgens spreker. De raad kan er ook voor kiezen deze kaders mee te geven aan het college, waarbij de raad de inhoudelijke kracht op bepaalde dossiers wel afgeeft. Hij adviseert dit niet meteen te doen bij alle dossiers en stelt voor dat de raad experimenteerruimte benoemt.

Eerste termijn
De heer MULLER vindt het een interessant rapport, waarbij de raad een spiegel wordt voorgehouden en duidelijkheid wenselijk is tussen participatie en communicatie. Spreker vindt het ook goed dat daarover binnenkort een rapport naar de raad toekomt.
Hij refereert aan aanbeveling 2. over de paragraaf communicatie bij college- en raadsvoorstellen en zegt dat Gemeentebelang deze aanbeveling steunt. De aanbevelingen 3 t/m 5 worden door het college overgenomen en dat vindt Gemeentebelang uitstekend.
Spreker gaat in op het rapport ‘Netwerkende co-creatieve gemeente’ en zegt dat het niet alleen gaat om een goed plan, waarbij de te volgen stappen afgevinkt worden en waarvoor extra geld nodig is. Communicatie is niet alleen een proces, maar ook een manier van doen en spreker refereert daarbij aan de klachtenregeling, waarbij op dit moment de telefonisch gemelde klachten niet meer in behandeling worden genomen. Hij vraagt waarom een dergelijke kanaal is afgesloten.
Hij gaat in op de opdrachtverstrekking en zegt dat het rapport vooral gebaseerd is op projecten en weinig zegt over de dagelijkse contacten, de dienstverlening, de digitale contacten, de loketten, etc. Het blijft beperkt tot de vermelding over web 2.0.
Hij vraagt het college daaraan aandacht te besteden in het vervolgtraject.

De heer BOSMA zegt dat de SGP zich kan vinden in de aanbevelingen uit het rapport. De fractie wil, in een andere vergadering, stilstaan bij de eindrapportage “Netwerkende co-creatieve gemeente”. Hij denkt ook dat dat van belang is om aan de eerste aanbeveling te kunnen voldoen en om met elkaar af te spreken wat de raad nu eigenlijk wil. Het viel spreker op dat het begrip ‘klassiek’ een negatieve lading lijkt te krijgen. Dat vindt spreker niet nodig. Klassiek vindt spreker een waardevrije benaming. Wat de SGP betreft blijft het primaat bij de gemeenteraad liggen, waarbij moet worden gekeken naar de rol van de inwoner in deze nieuwe netwerksamenleving, in combinatie met de gemeente.

De heer BERKHOFF laat weten dat de ChristenUnie zich kan vinden in voorliggende rapport. Hij complimenteert de mensen van de Rekenkamer met het feit dat ze een goede uitvoering hebben gegeven aan de opdracht die verstrekt is. Spreker is van mening dat er een aantal waardevolle aanbevelingen bij zitten. Hij is ook blij met het rapport ‘Netwerkende co-creatieve gemeente’, waarbij het college op een adequate manier aan de gang is gegaan met communicatie. Ook de ChristenUnie wil dit rapport nog graag inhoudelijk bespreken.

De heer KLEIN VELDERMAN merkt op dat de raad al lang aandacht vraagt voor communicatie. Hij is er blij mee dat, door de inspanningen van diverse partijen, het gelukt is via het presidium deze opdracht aan de Rekenkamer te verstrekken. Hij vindt het rapport goed en onderschrijft vrijwel alle conclusies en aanbevelingen. D66 is ook blij dat het college dit doet. Het college stelt dat de raad stelling 2 moet bekrachtigen en spreker doet dat bij deze. De fractie roept het college op om z.s.m. met een principeverzoek te komen over de richting die we op willen gaan, voorzien van een plan van aanpak. D66 onderschrijft de mening van de Rekenkamer waarin de verschuiving van burger-participatie naar een overheidsparticipatie wordt aangegeven en vindt het belangrijk dat inwoners in een vroeg stadium worden betrokken.

De heer NOORDAM onderschrijft de woorden van de heer Bosma over de kwaliteit van het rapport. Ook hij stelt voor de eindrapportage “Netwerkende co-creatieve gemeente’ met elkaar te bespreken. Dit vindt spreker een bijzonder rapport met bijzondere uitspraken. Hij vindt niet dat de ambtenaren van de gemeente Rijssen-Holten in een ivoren toren zitten,  dit hoort hij ook niet vanuit de samenleving. Ook hoort hij niet vanuit de samenleving dat er meer oprechte gesprekken gevoerd moeten worden. Hij refereert aan de tegenspraak op pagina 4. Er staat namelijk dat de gemeente meer in gesprek moet met bedrijven en met inwoners en een voorbeeld moeten nemen aan de wijze waarop we met bedrijven in gesprek zijn. Daar kan spreker niet zoveel mee. Hij sluit zich aan bij de oproep om over dit rapport met elkaar van gedachten te wisselen. De Rekenkamer heeft daarvoor de basis gelegd met een aantal aanbevelingen.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het college blij is met het initiatief van het presidium om dit rekenkamerrapport te laten maken, waarbij een spiegel wordt voorgehouden. Het college is van mening dat de Rekenkamer een goed rapport heeft afgegeven, waar het college ook achter staat. Hij refereert aan de motie van de raad waarin € 50.000 beschikbaar is gesteld om op een andere manier met communicatie om te gaan. Het rapport ‘Netwerkende co-creatieve gemeente’ was toen al in voorbereiding. Het college ziet dit Rekenkamerrapport als een sluitstuk, maar ook als een begin voor het voeren van een nieuwe discussie. Er moet daarbij gewaakt worden voor het feit dat zo’n rapport kleiner of groter wordt gemaakt dan het is en refereert daarbij aan de opmerking dat de raad het kennelijk wel goed doet en aan de geringe respons. Hij zegt dat de raad ervoor moet oppassen dat ze zelfgenoegzaam handelt in de manier waarop wordt omgegaan met de inwoners. Het is echter ook zo dat er geen rapport voorligt waarin ‘alle seinen op rood staan’ en waarin gesteld wordt dat de raad en het college verkeerd bezig zijn. Spreker wijst erop dat de onderzoekers ook concluderen dat het college de kant van de overheidsparticipatie op gaat en de raad, gelet op de moties en de stukken kennelijk nog een beetje aan de andere kant staat. Dat levert volgens spreker een waardevolle bijdrage op om met elkaar eens de discussie te voeren waar we staan.
Hij refereert aan de woorden van de heer Bosma die aangeeft dat het goed is om stil te staan bij de rol van de burger in de nieuwe netwerksamenleving. Daarmee onderkennen we dat er iets gaande is in de samenleving en is het goed om te bepalen waar we staan en hoe we daarmee omgaan aldus spreker.
Hij gaat in op de woorden van de heer Klein Velderman en denkt dat het niet nodig is vooraf richting te geven. Spreker gaat daarbij in op het rapport ‘Netwerkende co-creatieve gemeente’ en zegt dat met deze aanvullende randvoorwaarden de raad goed in staat is een richting te bepalen. Het gaat er daarbij niet alleen om hoe we omgaan met de burger, maar ook waar we staan en willen staan als organisatie. Het zegt ook iets over de cultuur in de organisatie en hoe we hiermee om moeten gaan. Spreker refereert daarbij aan de organisatiewijziging die op dit moment plaatsvindt. De consequenties en verdere uitwerking van dat rapport komen dan later aan de orde.
Hij stelt zich voor dat met het rapport ‘Netwerkende co-creatieve gemeente’ de discussie kan worden gevoerd waar we staan om daarna met een gezamenlijke visie te komen hoe de raad en het college zich opstellen in de nieuwe netwerkende samenleving.

Tweede termijn
De heer KLEIN VELDERMAN vindt het jammer dat burgemeester Hofland niet ingaat op zijn voorstel om eerst een principediscussie te voeren. Hij vraagt wanneer het rapport ‘Netwerkende co-creatieve gemeente’ beschikbaar is en spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat het een lijvig rapport is waarin allerlei keuzes al gemaakt zijn en waarbij een onderliggend plan van aanpak ontbreekt.

Burgemeester HOFLAND geeft aan dat het weinig zin heeft om een discussie te voeren zonder dat daar een rapport aan ten grondslag ligt. Er is volgens spreker wel behoefte aan enige sturing. Het rapport ‘Netwerkende co-creatieve gemeente’ is door het college besproken, inclusief een aantal (financiële) vertalingen en een overzicht van een aantal consequenties. Toen is gezegd dat het rapport teruggebracht moest worden naar een versie die nodig is om de discussie te voeren.  In het rapport wordt aangegeven waar we volgens het college staan, wat de toekomstige vraagstukken zijn waar het college het met de raad over moet hebben en hoe dat kan worden aangepakt. Hij hoopt en verwacht dat deze discussie in het eerste kwartaal van 2016 kan worden gevoerd.

De VOORZITTER concludeert dat de meeste fracties redelijk tevreden zijn over het rapport van de Rekenkamer en dat de discussie over het rapport “Netwerkende co-creatieve gemeente’ in het eerste kwartaal van 2016 kan worden gevoerd.

8 Stand van zaken politie Basisteam West en prioriteiten 2016 (presentatie politie)
Burgemeester HOFLAND zegt dat het een goed gebruik is dat er één keer per jaar wordt stilgestaan bij het politiewerk. Door middel van een presentatie wordt aangegeven hoe de zaken ervoor staan in het basisteam West Twente. Spreker geeft aan dat hij als raadslid is begonnen in 1986 en toen was het beeld nog zo dat gemeenteraadsleden niet geacht werden vragen te stellen over de bevoegdheid van de burgemeester over politietaken. Op maandagochtend ging de groepscommandant altijd naar de burgemeester en werden de zaken van de afgelopen week besproken. Hij zegt dat er vanaf die tijd veel is veranderd. In de gemeentewet is daarbij ook de taak opgenomen dat de burgemeester verantwoording moet afleggen over zijn activiteiten op het gebied van orde en veiligheid aan de gemeenteraad. Dat doet hij ook graag. Ook bij de Nationale Politie is veel veranderd aldus spreker.
Sinds ruim een jaar heeft Rijssen-Holten een nieuwe teamchef en structureel wordt er nu gewerkt aan verbetering van het politieteam Twente West en de activiteiten die in Rijssen-Holten plaatsvinden, vanuit de motivering van wat je doet kan nog beter, efficiënter en effectiever en de vraag hoe dit zo dicht mogelijk bij de inwoners kan worden gebracht. Daartoe vindt er op een structurele manier overleg plaats eens in de 14 dagen. Dan komt er aan de orde wat er moet gebeuren en welke activiteiten het gemeentebestuur kan oppakken om het politiewerk te ondersteunen of welke acties de politie kan nemen om gemeentelijke activiteiten te ondersteunen. Ook wordt er in het politieteam West Twente West, met de burgemeesters van Wierden, Hellendoorn en Rijssen-Holten en het Openbaar Ministerie overlegd over de aansturing van de politie. Hierbij wordt getracht het contact tussen de politie en de inwoners zoveel mogelijk te verbeteren en antwoord te geven op de maatschappelijke vraagstukken die voorbij komen. Spreker spreekt daarbij zijn zorgen uit over de drugsproblematiek.
Hij refereert aan de discussie in West Twente West over de vestiging van het politiebureau. De inzet en de wens vanuit Rijssen-Holten is daarbij helder, om het politiebureau in Rijssen-Holten te stationeren. Eind december zal er daarover een gesprek plaatsvinden tussen politie Nederland en de burgemeesters van Rijssen-Holten, Wierden en Hellendoorn, waarbij een eerste gesprek plaatsvindt over de onderzoeksvraag om die keuze te gaan maken. Dat zal dan vertaald worden in een rapportage waar het politiebureau zal komen aldus spreker.

De heer VISSER verzorgt een presentatie.

De heer SCHEPPINK zegt dat vorig jaar tijdens de presentatie is gezegd dat veel zaken nog niet duidelijk waren, maar dat de inrichting van basisteam Twente West begin 2015 helder zou zijn. Spreker vraagt of die inrichting organisatorisch nu voor elkaar is.
De heer VISSER beaamt dat. Er zijn echter nog enkele vacatures. Het personele reorganisatieproces is nog gaande en veel collega’s krijgen vandaag of morgen te  horen waar zij geplaatst worden. Voor Rijssen-Holten heeft het geen gevolgen; alle plekken zijn bezet aldus spreker.

De heer KAHRAMAN zegt dat er een quotum was van één wijkagent op 5000 inwoners. Spreker vraagt of dat quotum gehaald wordt in de gemeente.
De heer VISSER zegt dat dat quotum op 3000 inwoners na gehaald wordt. Er zijn 7 wijkagenten, waaronder de ‘operationele expert wijk’. De reguliere wijkagenten houden zich bezig met de problematiek in de wijk. De ‘operationele expert wijk’ probeert daar zaken uit te halen die verbindend zijn en vaker voorkomen en probeert met de partners naar oplossingen te zoeken aldus spreker.

De heer KAHRAMAN zegt dat wijkagenten specifiek bedoeld waren  als aanspreekpunt voor een bepaalde wijk. Nu wordt er een soort coördinerende rol toegekend aan een wijkagent.  
De heer VISSER zegt dat elke wijkagent coördinerend werkt. De wijkagent voert niet alle werkzaam-heden in de wijk zelf uit, maar zet taakaccenthouders in of stuurt collega’s aan om bijvoorbeeld hangplekken te bezoeken. Datzelfde geldt voor de ‘operationele expert wijk’; hij doet werkzaamheden ten dienste van de wijk en is daarop aanspreekbaar.

Mevrouw HEUVER vraagt naar de bemensing van bureau Rijssen en naar de taken van de 7 medewerkers die daar gestationeerd zijn.
De heer VISSER zegt dat bureau Rijssen nog wel gebruikt wordt als spreekuurlocatie en geopend is van ’s morgens negen uur tot ’s middags één uur. Mensen kunnen daar aangifte doen. Alle andere activiteiten en de aansturing gebeuren vanuit Nijverdal.

Mevrouw RIEZEBOS gaat in op de woorden van de heer Visser over de veranderingen in de samenleving, waarbij mensen langer in hun eigen omgeving blijven wonen. Zij vraagt in dat kader naar de werklast voor de politie en of dit alleen in Twente of ook landelijk aan de orde is.
De heer VISSER zegt dat het in alle gebieden in Twente terug te zien is. Spreker weet niet of dat een landelijk beeld is.

De heer KROEZE vraagt of er een verklaring is voor de cijfers die getoond worden over huiselijk geweld.
De heer VISSER zegt dat de cijfers betrekking hebben op het aantal meldingen van huiselijk geweld. Dat wil niet zeggen dat er inderdaad sprake van huiselijk geweld is geweest. Een verklaring voor de getoonde curve heeft spreker niet.

De heer DE KOE vraagt hoe het contact verloopt rondom burgerinitiatieven in de samenleving,  als ondersteuning van het politiewerk en of daar beleid op is gemaakt.
De heer VISSER zegt dat er een uitstekend contact is met de burgerwacht Veeneslagen. Bij initiatieven zoals WhatsApp groepen participeert de wijkagent. De politie weegt bij dergelijke initiatieven telkens af of deelname vanuit haar gezichtspunt juridisch klopt en of het een meerwaarde heeft.

Mevrouw RIEZEBOS vraagt of de cijfers een relatie hebben met een grotere aangiftebereidheid en het minder tolereren van overlast in de samenleving.
De heer VISSER zegt dat dat niet blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. De meest logische verklaring zou kunnen zijn dat er minder snel mensen opgenomen worden en dat mensen in woonwijken moeten blijven wonen.

De heer SCHEPPINK vraagt of bij een volgende presentatie de oplossingspercentages getoond kunnen worden.
De heer VISSER zegt dat hem dat een goed idee lijkt.
Bij de prioriteiten van 2016 staat o.a.: “Goed politiewerk in wijken en buurten in Rijssen Holten, samen met partners”. Spreker zegt dat de politie de verbinding met partners om haar werk samen te doen absoluut zoekt. De politie zoekt die partners op daar waar zij denkt dat het nodig is om maatwerk te leveren.
 
De heer DE KOE vraagt of de politie ook zou kunnen redeneren met: “daar waar de burger denkt dat de politie nodig is”. Hij vraagt of de politie ook openstaat voor communicatie van onderaf.
De heer VISSER zegt dat hij absoluut niet heeft willen uitstralen dat de politie wel weet wat goed voor de burger is.

De heer VISSER geeft het woord aan mevrouw HUIS IN ’T VELD. Zij geeft aan dat de politie momenteel werkt aan een opsporingsonderzoek naar het gebruik van harddrugs door jeugdigen (14/15 jaar). Inmiddels is 1 persoon aangehouden en 9 jeugdigen gehoord. Het onderzoek loopt en verdere uitslagen zijn nog niet bekend.

De heer SCHEPPINK vraagt of de politie een idee heeft hoeveel er gebruikt wordt.
Mevrouw HUIS IN T VELD zegt dat hoogstwaarschijnlijk door dit onderzoek nog meer jeugdgroepen in beeld komen, wellicht niet alleen in Rijssen-Holten maar ook in Nijverdal. Gedegen onderzoek zal dit uitwijzen.

De heer MEIJERINK vraagt om welke harddrugs het gaat.
Mevrouw HUIS IN ’T VELD geeft aan dat het gaat om XTC, LSD, Pep en Speed. GHB en Cocaïne zijn niet aangetroffen.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt waar die drugs worden aangetroffen.
Mevrouw HUIS IN ‘T VELD kan daar nog geen uitspraak over doen. Het onderzoek moet dit nog uitwijzen.

De heer NOORDAM refereert aan een krantenartikel van 1 oktober 1996 en concludeert dat er in bijna 20 jaar niets veranderd is en dat de gemeente dus niet erg succesvol is in de strijd tegen drugs.
Mevrouw HUIS IN ‘T VELD is er blij mee dat de heer Noordam dit als een gezamenlijk probleem ziet.  Wat de integrale aanpak betreft zegt spreekster dat de politie bezig is verbinding te zoeken met de lokale zorgstructuren om hier zo goed mogelijk op aan te kunnen sluiten en om een zo’n goed mogelijk rendement te behalen. Genoemde doelgroep zal hier zeker in worden besproken.

De heer MULLER gaat in op de woorden van de heer Noordam en vraagt of de ontwikkeling in Rijssen-Holten vergelijkbaar is met die in andere steden van gelijke grootte in de afgelopen 20 jaar. Mevrouw HUIS IN ’T VELD zegt dat ze daar nog geen uitspraken over kan doen, omdat ze niet weet wat de omvang van het onderzoek is. Ze maakt hier melding van in deze commissie, omdat de politie dit een zorgelijke situatie vindt.

De heer KLEIN VELDERMAN geeft aan dat de professionaliseringsslag in het jeugd- en jongerenwerk naar zijn mening niet is gemaakt en vraagt of de politie voldoende contactpersonen en organisaties heeft waarmee de problemen kunnen worden besproken. Hij wijst op het voordeel van preventie, zodat jongeren snappen dat een klein pilletje veel leed kan veroorzaken en daarmee ook het gebruik van harddrugs kan worden voorkomen.
Mevrouw HUIS IN ’T VELD refereert aan de bemensing van het basisteam Rijssen-Holten, waarbij bewust gekozen is voor een wijkagent Jeugd. Juist om aan de voorkant van het probleem te komen, samen met de gemeente en jongerenwerk organisaties.
De heer KLEIN VELDERMAN vindt het ook wel een probleem dat er sprake is van veel organisaties waar de politie bij moet aanhaken.
Mevrouw HUIS IN ’T VELD beaamt dit, maar een bijkomend voordeel is dat de gemeente per 1 januari 2015 de regie in handen heeft betreffende zorg en veiligheid en is daarmee het eerste aanspreekpunt voor de politie. Het is voor de politie ook belangrijk contact te hebben met de diverse organisaties om snel signalen op te kunnen pikken.

De heer SCHEPPINK vindt dit zorgelijke berichten en snapt de woorden van de heer Noordam. Hij vindt dat de politie hier volop moet blijven inzetten en pleit voor verbinding zoeken met de ouders, die hier ook op moeten worden aangesproken. Niet alleen de overheid is immers verantwoordelijk. Dit geldt volgens spreker voor alle vormen van jeugdoverlast.

Mevrouw RIEZEBOS bevestigt de rol van ouders die in eerste plaats verantwoordelijk zijn en aanspreekbaar zijn op het gedrag van hun kinderen.

Mevrouw HEUVER vindt dat wel heel gemakkelijk wordt gezegd dat ouders erbij betrokken moeten worden en merkt op dat het ook zo is dat een aantal ouders niet adequaat bezig is met de opvoeding. Wellicht is het organiseren van opvoedcursussen daarbij een optie.

De heer NOORDAM zegt dat mevrouw Heuver meer bij de kern komt dan mevrouw Riezebos en de heer Scheppink. Hij wijst daarbij op de rol van ouderling Harbers, die ook met ouders in de weer was. Hij is er bang voor dat het over 20 jaar nog precies zo gaat als er niet een wezenlijk andere aanpak wordt voorgestaan.

De heer DE KOE prijst de woorden van de heer Noordam maar denkt niet dat hij de illusie moet hebben dat het probleem harddrugs over 5 jaar is opgelost. Hij denkt dat het blijft gaan om ‘dweilen met de kraan open’.

De heer NOORDAM geeft de heer De Koe gelijk en wijst niet alleen op de (gewaardeerde) taak van de politie maar ook op de taak van de raad, die als ambassadeur van de bevolking moet optreden en dat gebeurt volgens hem te weinig.

De VOORZITTER bedankt de politie voor de presentatie.

Burgemeester HOFLAND geeft aan dat wat het innovatieve karakter betreft de gemeente Rijssen-Holten voor een deel voorop loopt in Twente en Oost Nederland. Er zijn nog een aantal zaken in ontwikkeling, waarmee basisteam West Twente zelfs landelijk voorop loopt met een aantal ontwikkelingen. Daar is hij ook trots op. In de afgelopen 5 jaar is er hard aan gewerkt om zorg en veiligheid meer bij elkaar te krijgen. Er wordt nu eens per 3 weken overleg gevoerd tussen de portefeuillehouder jeugd- en jongerenwerk en die van openbare orde en veiligheid om meer bundeling te realiseren. Ook is er gesproken over de integrale aanpak van zorgstructuren, waarin ook de politie een nadrukkelijke rol krijgt. Er is inmiddels een uitvoeringsprogramma in het kader van drank- en horeca maar ook van drugsbeleid en daarin zal de rol van ouders nadrukkelijk naar voren komen. Ouders van kinderen die met drugs gesnapt worden krijgen, samen met hun kinderen, al een cursus aangeboden. Hij stelt voor het onderzoek verder af te wachten en indien nodig zullen de te nemen maatregelen terugkomen in de raad.

9 Raadsvoorstel gunning aanbesteding accountantsdiensten periode 2016-2019 (Beens)
De heer JANSEN zegt dat het auditcomité hierbij betrokken is geweest. Het is een bevoegdheid van de raad maar met het raadsbesluit van 2 juli 2015 is dat gemandateerd aan het auditcomité. Het auditcomité ondersteunt het voorstel.

De heer SCHEPPINK zegt dat de SGP instemt met het voorstel.

De heer MULLER complimenteert de heer Jansen met de vakkundige vertegenwoordiging van de raad in deze.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel gunning aanbesteding accountantsdiensten periode 2016-2019 als hamerstuk te behandelen in de raad.

10 Raadsvoorstel nota reserves en voorzieningen 2015 (Beens)
Eerste termijn
De heer JANSEN vindt het een ‘taai stuk’, onder andere v.w.b. de rentebijschrijving. Op bestemmings-reserves mag rente bijgeschreven worden, maar dit gebeurt alleen met het inflatiepercentage. Dit is ook voldoende en het auditcomité kan hiermee instemmen.
Spreker refereert aan het feit dat als de marktrente onder de 2% daalt een opslag van 1% wordt gehanteerd. Hier kan spreker wel mee instemmen.
Deze nota wordt eens per 4 jaar herzien en het hanteren van een bovengrens van 8% bij de marktrente vindt spreker overdreven. Dit kan naar beneden worden bijgesteld.

De heer TER SCHURE zegt dat Gemeentebelang in grote lijnen kan instemmen met voorliggend voorstel. Ook hij vindt de opmerking van de heer Jansen over de bovenrente relevant en hij verwacht hier een antwoord op van de portefeuillehouder.
Hij gaat in op punt 11: het maximum bedrag voor de reserve afval. Hier wordt een verhoging van
€ 300.000 naar € 500.000 voorgesteld, terwijl de gemeente de burger ieder jaar incidenteel geld terugbetaald. Hij ziet hier het nut en de noodzaak dus niet van in. Mocht blijken dat er nog meer geld overblijft, dan stelt spreker voor dat de raad overweegt de afvalstoffenheffing structureel te verlagen.

De heer NOORDAM scherpt de woorden van de heer Ter Schure aan. De basis voor de reserve afval is 10% van de omzet. Als je vervolgens zegt we vinden het makkelijker om € 500.000 te hanteren, dan betekent dat er een andere basis als fundament wordt gekozen. De motivatie hierbij vindt spreker erg slecht. Het wordt nl. opgehoogd omdat het teruggeven aan de burger administratief bewerkelijk is. Hij vindt dat de burger recht heeft op teruggave als dat aan de orde is. De burger mag ook niet worden gebruikt om zaken voor te financieren. 10% is de basis en spreker vraagt wat er hiervan overblijft.

De heer SCHEPPINK vindt het argument om te verhogen niet deugdelijk, want volgens hem is de afvalstoffenheffing een bestemmingsbelasting. Dat wat in rekening wordt gebracht moeten dus ook ongeveer de kosten zijn. We kunnen dit pragmatisch oplossen door het plafond wel op € 300.000 te laten staan en de ondergrens op € 150.000 te zetten. Dan is het effect volgens spreker hetzelfde. Hij vraagt om een reactie van de wethouder.
Hij vindt het argument van administratieve lastenverlichting niet juist, vraagt wanneer € 500.000 wordt bereikt en of er door de afvalstoffenheffing reserves worden opgebouwd. Hij vraagt zich af of dit juist is en of dit wel is toegestaan.
Spreker gaat in op het omgaan met de rente wanneer er sprake is van een reserve over een voorziening. Dan wordt het inflatiepercentage toegevoegd aan het bedrag. Dat vindt spreker ook logisch, want dan blijft de reserve in stand en het overschot gaat dan naar de algemene reserve. Behalve bij o.a. het Dr. Stokkersfonds. Spreker heeft hier moeite mee. Aan de ene kant wordt gesteld dat deze rente in de algemene reserve wordt ondergebracht, terwijl in het stuk gesproken wordt over het besteden aan stadsverfraaiing. Hij vraagt waarom voor het Dr. Stokkersfonds een uitzondering wordt gemaakt door de rente toe te voegen aan het fonds en wat er met dit fonds gebeurt. Volgens spreker gebeurt er nl. niets mee. Een aantal jaren geleden werd bijgehouden waar de rentebaten aan besteed werden, maar een aantal jaren gebeurt dit al niet meer. Hij vindt dit onrecht doen aan het Dr. Stokkersfonds, vindt dat dit geld serieus besteed moet worden en dat hier een serieuze visie op moet zijn.
Spreker gaat in op de pagina reserve huisvesting onderwijs. Er zijn 2 verschillende potjes die worden ondergebracht in de algemene reserve en spreker vraagt of dit kan worden samengevoegd tot een reserve voor onderwijs, zodat er nog gelden beschikbaar blijven tot 31 december 2016.

De heer MEIJERINK vraagt naar de reserve VSP. Er wordt voorgesteld deze om te zetten in de reserve verbindingsweg Kalfstermansweide/Dorpsstraat. Nu heeft hij het idee, gelet op de stand van zaken op dit moment, dat deze benaming de lading niet meer geheel dekt en stelt voor te kiezen voor de benaming ‘ontsluiting Kalfstermansweide’.

De heer BERKHOFF sluit zich aan bij de woorden van de heer Scheppink over het onderwijshuisvestingsfonds en vraagt of het nu al noodzakelijk is om dit op te heffen.

De heer TER SCHURE onderschrijft de woorden van de heren Scheppink en Berkhoff over de onderwijsgelden.

De heer BEENS bevestigt dat er sprake is van een nieuwe ondergrens, waarbij de bovengrens is blijven staan. Hij vraagt zich af of het wel zinvol is deze bovengrens op dit moment aan te passen. Hoewel hij zich de vraag wel kan voorstellen, omdat er sprake is van een ruime marge tussen 2% en 9%. Wellicht dat de bovengrens kan worden verlaagd naar 5%, maar spreker heeft niet het idee dat dit het probleem is van de komende jaren. Hij denkt eerder dat de ondergrens een probleem gaat opleveren. Hij zal deze vraag bij de volgende aanpassing van het document meenemen of de raad moet een amendement hierop voorbereiden.
Spreker gaat in op de woorden van de heer Ter Schure en Noordam over de verhoging van € 300.000 naar € 500.000 en vindt de woorden van de heer Noordam over de slechte motivatie te ver gaan, want de enige reden is om niet te snel te kleine bedragen te hoeven terugboeken, dit is veel werk en administratief bewerkelijk. Hij heeft er geen moeite mee om deze verhoging niet te laten plaatsvinden.
Spreker refereert aan de vraag van de heer Scheppink over het Dr. Stokkersfonds en zegt dat niet bekend is waarom hier een uitzondering voor is gemaakt. Hij zal deze vraag met een NB beantwoorden, waarna kan worden overgaan op agendering van dit onderwerp om hier nadere afspraken over te maken.
De vraag van de heer Meijerink verwijst hij door naar wethouder Aanstoot.
Hij zegt dat er voor het onderwijs niet meer veel geld voor onderhoud hoeft te worden gereserveerd, omdat dit gedecentraliseerd is. Deze potjes heeft de gemeente dus niet meer nodig, maar spreker wil hier graag een reactie op van wethouder Tijhof.

De heer SCHEPPINK interrumpeert en vraagt of de wethouder bezwaar heeft tegen een ondergrens van € 150.000. Levert dit spanning op binnen de reserves?
Wethouder BEENS zegt dat voorliggend voorstel is gedaan om er minder werk mee te hebben. Dus spreker handhaaft het voorstel graag. Spreker zal op de vraag over de spanning antwoord geven voor de raadsvergadering van 17 december.

De heer BERKHOFF interrumpeert en zegt dat de hoogte van het terug te betalen bedrag geen invloed heeft op het werk dat de gemeente ermee heeft. Hij vraagt of het hierbij wellicht om de jaren gaat.
De heer BEENS zegt dat het inderdaad over de jaren gaat.

De heer TIJHOF zegt dat het onderhoud van de onderwijshuisvesting inderdaad is ondergebracht bij het onderwijs zelf. Hiervoor hoeven geen reserves meer opgebouwd te worden. Er is nog wel een kleine reserve aanwezig, maar niet helemaal helder is waarvoor dit is bedoeld. De afgelopen jaren is volgens spreker veel geïnvesteerd in onderwijs en is vastgesteld hoeveel jaar een onderwijsgebouw meegaat voordat er renovatie plaatsvindt en het mogelijk vervangen gaat worden. Spreker bevestigt dat deze reserve op dit moment niet nodig is.

De heer AANSTOOT refereert aan de vraag van de heer Meijerink over de reserves verbindingsweg Kalfstermansweide/Dorpsstraat. Destijds is besloten middelen uit het VSP te halen en vervolgens is bij raadsbesluit gesteld dat deze middelen niet meer nodig zijn voor deze verbindingsweg en dat de middelen voor het VSP ter beschikking blijven. Hij stelt voor de benaming ongewijzigd te laten.

Tweede termijn
De heer TER SCHURE zegt dat de motivatie om het bedrag te verhogen hem niet overtuigt. Hij wil het voorstel opnieuw bespreken in de fractie, dus stelt voor er een bespreekstuk van te maken.

De heer NOORDAM is niet blij met de beantwoording van de portefeuillehouder, omdat de basis fundamenteel onjuist is. Met deze methodiek vindt voorfinanciering door de burger plaats. Hij vraagt de portefeuillehouder in de raad meer onderbouwd aan te geven wat de beweegreden is voor de organisatie en wat in de afgelopen jaren de overschrijding is geweest. Deze overschrijding was immers de aanleiding om te veranderen. Zoals het er nu staat kan spreker hiermee niet instemmen. Hij vraagt waarom de heer Scheppink voorstelt het onderwijshuisvestingsfonds een jaar aan te houden.

De heer MEIJERINK gaat in op de reserve afvalstoffen en zegt dat er gewerkt moet worden op basis van kostendekkendheid. Hij vraagt of voorfinanciering, zoals de heer Noordam dit aangeeft, wel is toegestaan.

De heer KAHRAMAN zegt dat het CDA anders aankijkt tegen de reserve voor het afval. Zij zien dit meer als een spaarpotje voor de burger, waaruit wordt uitgekeerd wanneer het groot genoeg is.

De heer TER SCHURE interrumpeert en zegt dat het potje regelmatig gevuld wordt tot over de
€ 300.000 en vraagt waarom het CDA er bang voor is dat er op enig moment sprake is van een tekort.

De heer KAHRAMAN stelt voor de marges breder te houden, waardoor er minder vaak hoeft te worden uitgekeerd. Hij onderkent dat het qua werk niet uitmaakt hoe groot het bedrag is maar wel hoe vaak er uitgekeerd moet worden.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het wellicht slimmer is eens per 2 of 3 jaar uit te keren, in plaats van de grenzen op te rekken.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie zich kan vinden in het voorstel, rekening houdend met de toelichting door de diverse portefeuillehouders.

De heer SCHEPPINK laat weten dat de doorcentralisatie van het onderwijs aan de orde is geweest in de commissie MDV in maart 2015. Toen is gevraagd naar de stand van zaken v.w.b. het onderhoud per 1-1-2016. Spreker stelt voor deze reserve daarvoor aan te houden en het bedrag sowieso beschikbaar te houden voor onderwijsdoeleinden.
Spreker vindt het sparen voor de burger niet de juiste motivatie om de reserve te verhogen. Er wordt immers een reserve op een voorziening gevormd om tariefsprongen te voorkomen. Daarom is gevraagd om de ondergrens naar € 150.000 bij te stellen en de bovengrens op € 300.000 te houden, om tegemoet te komen aan de administratieve druk in de organisatie. Voordat hij besluit over de
€ 500.000 wil hij eerst een kostenopbouw ontvangen van de berekening van de afvalstoffenheffing. Hij vindt het niet de taak van de gemeente om te sparen voor de burger.

De heer BEENS zegt dat het college alleen maar extra speelruimte voorstaat, zodat er minder vaak hoeft te worden terugbetaald.

De heer NOORDAM interrumpeert en vraagt of de wethouder het eens is met de visie van het CDA op de spaarpot.
De heer BEENS zegt het eens te zijn met de visie van het CDA over het niet te snel te hoeven terugboeken. Er hoeft echter niet te worden gespaard en met deze werkwijze heeft het college een kleine besparing voor ogen.

De heer BEENS zegt dat hij het voorstel voorlopig ongewijzigd laat en geeft via een NB antwoord op de vraag van de heer Scheppink over de ondergrens van € 150.000, op de vraag van de heer Meijerink of dit juridisch is toegestaan en op de vraag van de heer Noordam hoe dit afgelopen jaren is gelopen.
(NB: de antwoorden zijn op 8 december 2015 gemaild en als bijlage 1, bijlage 2 en bijlage 3 aan dit verslag toegevoegd)

De heer TIJHOF geeft nog aan dat voor de bekostiging van onderwijs 2 budgetten beschikbaar waren: een voor investering in nieuwbouw en een voor het onderhoud. De discussie die is gevoerd in maart 2015 ging over het onderhoudsbudget en daarvan is een post blijven staan.
De heer SCHEPPINK stelt voor het overige geld hieraan toe te voegen.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel nota reserves en voorzieningen 2015 als bespreekstuk te behandelen in de raad.

11 Raadsvoorstel belastingvoorstellen 2016 (Beens)
Eerste termijn
De heer SCHEPPINK gaat in op de novembervergadering van 2014 waarin het college voor de berekening van de leges omgevingsvergunning heeft gekozen voor een bepaalde systematiek. Men ging uit van € 86 per uur. Dan zou er sprake zijn van kostendekkendheid en zou er een taakstelling komen van € 50.000 voor de afdeling. Hij vraagt of dit gehaald is. 
De fractie van de SGP gaat akkoord met het voorstel.
De heer BEENS zal de vraag van de heer Scheppink via een NB beantwoorden.
(NB.: op 17 december 2015 is de vraag als volgt beantwoord:
De bezuiniging van € 50.000 ,-  betekent het bezuinigen van 0,5 fte. Hiervan is per 1 januari 2015 0,33 fte structureel gerealiseerd. De overige te bezuinigen formatie van 0,17 fte is vooralsnog vanaf 1 januari 2015  incidenteel gerealiseerd door het met minder uren vervangen van een medewerker die tijdelijk elders in de organisatie is geplaatst. In 2016 zal de overige 0,17 fte  structureel worden bezuinigd. )

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA kan instemmen met het voorstel, m.u.v. het voorstel verordening OZB.  Daar heeft de fractie tijdens de begrotingsvergadering tegen gestemd. Ook tijdens de raadsvergadering wil spreker geacht worden tegen te stemmen. Als hier een aantekening van gemaakt wordt mag het voorstel als een hamerstuk worden behandeld.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel belastingvoorstellen 2016 als hamerstuk te behandelen in de raad.

12 Actiepuntenlijst
De actiepunt 15-04 en 15-05 zijn afgehandeld en kunnen van de actiepuntenlijst worden verwijderd.
Actiepunt 15-06: brief over schadeclaim blijft staan.

Actiepunt 15-03: info theaterprogramma drugspreventieplan.
De heer TIJHOF zegt dat dit actiepunt deze week schriftelijk wordt beantwoord en  zegt dat het een theaterprogramma is voor ouders om ze meer kennis te laten nemen van de problematiek rondom drank- en drugsgebruik. Hij vindt het een waardevol programma ter voorkoming van het gebruik van alcohol en signalering van gebruik bij kinderen.
Mevrouw RIEZEBOS vraagt ernaar hoeveel ouders aanwezig waren.
Wethouder TIJHOF zegt dat dat er ongeveer 15 waren. Bij de evaluatie zal dit worden meegenomen en zal gekeken worden hoe er een betere aansluiting kan plaatsvinden bij de ouders en de scholen.

Actiepunt 15-02: afgifte evenementenbeleid blijft staan.
De heer SCHEPPINK zegt dat is toegezegd dat de raad kort na het zomerreces geïnformeerd zou worden en vraagt wanneer dit gesprek plaatsvindt. Hij gaat er daarbij vanuit dat de aanvragen getoetst worden aan het huidige evenementenbeleid en dat de raad het college daar ook op kan afrekenen.
Burgemeester HOFLAND zegt dat begonnen is met de evaluatie van de drank- en horecawet en met discussies over het convenant drank- en horecawet en toen kwam de vraag van het evenementen-beleid erbij. Het college wil dit gezamenlijk presenteren en verwacht dat ze nog dit jaar een besluit neemt, dat in januari 2016 kan worden besproken.

13 Rondvraag
De heer BOSMA gaat in op informatief stuk b. aanpak jaarwisseling. Spreker citeert: “De optie vuurwerkzones is genoemd. Dit zijn vooraf aangewezen zones waar gereguleerd vuurwerk afgestoken mag worden. In de rest van de gemeente mag geen vuurwerk worden afgestoken. Dit is waarschijnlijk juridisch niet haalbaar”. Hij vindt ‘waarschijnlijk’ een intrigerend woord en roept het college op het komende kalenderjaar te besteden aan het onderzoeken hoe waarschijnlijk dit is en of er een juridische basis is om naar deze optie te kijken.
Spreker refereert aan het rapport naleving drank- en horecawet en vraagt welke maatregelen het college wil nemen en of dit niet bijna het einde van het horecaconvenant betekent. Hij vraagt hoe het staat met de daarin vastgestelde afspraken.
Spreker heeft al eerder voorgesteld een koppeling te maken tussen de jeugdledensubsidie en het drankgebruik in de kantines. Welke maatregelen denkt het college te treffen met name richting de sportkantines? Hij wil graag weten hoe het college verder gaat met het artikel in Tubantia: “Biertje, geen enkel probleem”.
Burgemeester HOFLAND zegt dat het juridisch erg moeilijk is vuurwerkvrije zones aan te wijzen, omdat de wet voorschrijft dat je vanaf 18.00 uur vuurwerk mag afsteken. Er lopen enkele experi-menten, die ook juridisch zullen worden getoetst. Hij stelt voor de resultaten hiervan af te wachten. Er zit echter ook een grote keerzijde aan, want als er gesproken wordt van het aanwijzen van een vuurwerkzone, waarbij en in de rest van de gemeente geen vuurwerk mag worden afgestoken, dan wordt er in de regel gesproken van het geven van een vuurwerkshow bekostigd door het gemeentebestuur. Als de raad bereid is tussen de € 50.000 en € 70.000 vrij te maken voor een vuurwerkshow dan is dat een stap in de richting. Op dit moment wordt er al met enige regelmaat vuurwerk afgestoken, met name in Veeneslagen. Het is voor de politie nu al lastig om erachter te komen waar dat vandaan komt. Als jongeren gepakt worden dan worden ze doorverwezen naar HALT, daar wordt ook op gehandhaafd. Als dat bijna anoniem gebeurt in een achtertuin dan is handhaving bijna onmogelijk aldus spreker. Ook wanneer gesteld wordt dat er geen vuurwerk in Rijssen-Holten mag worden afgestoken dan is handhaving ondoenlijk. Hij begrijpt het echter wel maar wil ervoor waken dat er symboolpolitiek wordt bedreven.
Wat de drank- en horecawet betreft zegt spreker dat de meeste alcohol thuis genuttigd wordt. In de pers werd een algemeen beeld geschertst. Het college heeft hierover gesproken en afgesproken is dat een gezamenlijk presentatie richting de raad plaatsvindt, zodat er meer duidelijk wordt. Het college denkt nog na hoe er v.w.b. de sportkantines wordt omgegaan met het horecabeleid. Spreker is gevraagd een rapportage richting het college te verzorgen en stelt voor die rapportage ook met de raad te delen.

De heer POLMAN vraagt of er toch kort juridisch naar gekeken kan worden waarom er wel of geen vuurwerkvrije zones kunnen worden aangewezen.
In januari komt de duurzaamheidsvisie op de agenda van de commissie Grondgebied. D66 wil het idee van de gemeente Enschede in behandeling nemen, dat er geen leges meer worden geheven bij de aanvraag van een duurzame vergunning.
De heer HOFLAND is er geen voorstander van en is ook niet van plan om een rapport te maken waarom juridisch gezien vuurwerkvrije zones wel of niet kunnen worden aangewezen. De publiciteit hierover kan gevolgd worden. Recent is er een uitspraak geweest in Hilversum. Het rapport daarvan is te vinden op internet.
Wethouder AANSTOOT zegt dat het idee van Enschede niet in de duurzaamheidsvisie is opgenomen, maar spreker vindt wel dat dit erbij betrokken kan worden. Dit zal ook in het college worden besproken. Inmiddels is door de gemeente Enschede in het portefeuillehouderoverleg gezegd dat dit idee naar alle gemeenten wordt gestuurd.

14 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.45 uur

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie ABZM van Rijssen-Holten op 18 januari 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous