Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie ABZM 4 april 2016

Datum: 04-04-2016Tijd: 20:00 - 22:15Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J.W. ReterinkGriffier: W.J.C. KnopperNotulist: E.J.H. Linssen-NijlandGenodigden: AanwezigNaamSGPA.J....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie ABZM 4 april 2016

Datum: 04-04-2016
Tijd: 20:00 - 22:15
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J.W. Reterink
Griffier: W.J.C. Knopper
Notulist: E.J.H. Linssen-Nijland
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, dr. E.G. Bosma en R. Jansen
CDAdrs. I. Kahraman, G.D. ten Berge en F.J. Wessels
ChristenUnieJ. Berkhoff, mr. W.L. Riezebos-Tessemaker en G. Pas
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Kuiper-Ruitenberg en P. Kroeze
PvdAR.W. Meijerink
VVDF.W. Noordam, E.J.W. Deijk en B.J. van den Berg
Lokaal LiberaalR.A. de Koe en E. Heuver-Harbers
D66ir. H. Klein Velderman
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, R.J. Cornelissen, A.C. Hofland, B.D. Tijhof
Pers2
Publiek22

1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
Er hebben zich geen insprekers gemeld.

3 Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag van de vergadering van 8 maart 2016
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
De heer MULLER zegt dat hij bij agendapunt 10 een terugkoppeling geeft over de vergadering van het presidium van Twente.

Mevrouw RIEZEBOS zegt naar aanleiding van de memo van de Euregio en de vergadering van de Euregioraad, dat er enige reuring in de pers is geweest over het vliegveld Twente en het vliegveld FMO (Flughafen Münster/Osnabrück), waarbij de indruk is ontstaan dat door de Euregioraad is besloten dat er Twents geld naar vliegveld FMO gaat. Dat is te kort door de bocht gesteld. In de Euregioraad is gezegd dat de Euregioraad gaat over Nederlands/Duitse afstemming, dat men graag in overleg wil gaan en dat men op zoek is naar de rol die de Euregioraad daarbij kan spelen. Er is geen beslissing genomen dat er rechtstreeks geld van Twente naar Vliegveld FMO gaat.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het college binnenkort een dilemma zal delen met de commissie over evenementenvergunningen en –handhaving, naar aanleiding van een ongeluk dat recent plaatsvond bij de MAC in de Beuseberg. De vergunning daarvoor is vandaag nog een keer bekeken en ook door de media is die vergunning opgevraagd. De vraag is daarbij gesteld of de gemeente altijd aanwezig is bij een evenement en of de gemeente altijd gaat kijken als er iets gebeurt bij een evenement. Dat is niet het geval; de gemeente heeft daarvoor niet de capaciteit. Wel wordt steekproefsgewijs gecontroleerd aldus spreker.
Het college zal binnenkort met de commissie van gedachten wisselen over evenementenver-gunningen en tot hoever de verantwoordelijkheid strekt voor organisatoren en voor de gemeente. Enerzijds wil de gemeente ruimte geven voor evenementen, maar anderzijds heeft zij de zorg voor een goed verloop ervan. Als er bij ieder evenement mensen van de gemeente aanwezig moeten zijn om alles van begin tot eind te controleren, betekent dat een flinke capaciteitsuitbreiding.

6 Raadsvoorstel wijziging winkeltijdenverordening en aanvraag Albert Heijn om winkelopenstelling op zondag in Holten (Hofland, Tijhof)
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 voorstander is van keuzevrijheid; de vrijheid om te kunnen bewegen binnen je gemeenschap met respect voor elkaar, waarin niemand zich geremd mag voelen in zijn doen of laten, zolang hierbij rekening gehouden wordt met elkaar. Het mag volgens spreker duidelijk zijn dat dit momenteel niet het geval is in onze gemeente, omdat een groot deel van de gemeenschap wordt beperkt in de vrijheid om boodschappen te doen op een dag die hem of haar het beste uitkomt.
In de huidige verordening is er enige ruimte voor het maken van uitzonderingen: het college kan ontheffing verlenen in verband met toeristische aantrekkingskracht van bepaalde delen van de gemeente of in verband met bepaalde plaatsen of evenementen met toeristische aantrekkingskracht. Dit is ook exact de onderbouwing waarmee Albert Heijn in Holten het verzoek indient tot een ontheffing, maar met de nieuw vast te stellen verordening wordt deze vrijheid voor de burgers ontnomen. De gemeente gaat niet met de tijd mee, maar maakt sprongen terug in de tijd om vervolgens luid te verkondigen dat Rijssen-Holten een ondernemende gemeente is. Daarmee zet zij haar geloofwaardigheid aan de straat aldus spreker.
Het onderwerp zondagsopening heeft in 2014 ook op de agenda gestaan, waarna hierover een afwijzend besluit is gevallen. De onderbouwing was toen dat o.a. de Zondagswet dit niet toeliet, dat de behoefte niet gemerkt werd vanuit de ondernemers, maar dat de behoefte gecreëerd werd door een politieke partij. Inmiddels gaan beide argumenten niet meer op; de Zondagswet wordt binnenkort afgeschaft en er ligt een concreet verzoek van een ondernemer. Daarnaast hebben de ondernemers van Holten ‘en masse’ laten weten dat ze de behoefte hebben op zondag open te gaan.
Naast dit alles wordt de raad met dit raadsvoorstel ook voor het blok gezet, want niet alleen lijkt op voorhand het besluit al te zijn gevallen, dat van zondagsopening geen sprake mag zijn. Wanneer er niet met de nieuwe winkeltijdenverordening wordt ingestemd, geldt onherroepelijk dat de landelijke vrijstelling die geldt voor onder andere musea, snackbars en campingwinkels komt te vervallen. Met andere woorden: hetgeen nu bij gratie open mag blijven, moet dan verplicht dichtgaan. D66 vraagt zich af of dit echt de wens van de inwoners van deze gemeente is of dat hier sprake is van het opleggen van de wil van de meerderheid. De essentie van een democratie is niet dat de meerderheid beslist; democratie betekent ook ruimte laten voor minderheden. De fractie van D66 kan om deze redenen niet instemmen met dit raadsvoorstel. Zij komt op voor de belangen van burgers die zich door de uitwerking van dit raadsvoorstel beperkt zullen voelen in hun vrijheid. Dit kan en mag niet zo zijn in een gemeente waarin participatie en noaberschap als een belangrijk goed worden beschouwd. Wat spreker betreft geldt: leven en laten leven, zo gaan wij met elkaar om.

De heer MEIJERINK zegt dat het antwoord van het college van Rijssen-Holten, de gemeente die er prat op gaat dat zij ondernemersvriendelijk is, luidt: “Koopzondagen zijn niet aan de orde”. Dat is het antwoord op een economische vraag van een ondernemer om op grond van autonoom toerisme ‑ een belangrijke voorwaarde uit het besluit van 2001, en toerisme is een van de economische speerpunten van de gemeente, zoals staat in de strategische visie, een speerpunt dat goed benut moet worden en, waar mogelijk, uitgebouwd ‑ een vrijstelling te krijgen van de winkeltijdenverordening, om zodoende op zondagen open te kunnen zijn. Ook eerder is al door dezelfde winkelier een aanvraag tot ontheffing gedaan. Die aanvraag is toen door raad en college afgewezen. Met deze kennis in het achterhoofd en de kennis van het coalitieakkoord ‑ koopzondagen zijn niet aan de orde ‑ heeft de ondernemer toch besloten een hernieuwde aanvraag voor een vrijstelling te doen. Daaruit is af te leiden dat de behoefte evident is en is duidelijk dat de vraag economisch van aard is volgens spreker.
Spreker vraagt of het college van Rijssen-Holten als zeer ondernemersvriendelijke gemeente, overleg gevoerd heeft met deze ondernemer over zijn aanvraag. Dat is het minste wat men van een onderne-mersvriendelijke gemeente mag verwachten, een gemeente die hard werkt aan de realisering van haar eigen strategische visie; samen kijken naar achtergronden van het verzoek en samen kijken hoe men tot een oplossing kan komen, samen kijken en samen een modern antwoord formuleren op een moderne vraag van een moderne ondernemer, die opereert in een moderne samenleving. Een samenleving waarin moderne burgers capabel genoeg zijn om in alle redelijkheid hun eigen afwegingen te maken, bijvoorbeeld wanneer zij wensen te winkelen of wanneer zij hun winkel wensen te openen. De moderne economie van vraag en aanbod is zeer wel in staat zelf dit vraagstuk te reguleren. Volgens de PvdA is daar de overheid niet bij nodig. Zij vindt dat het verzoek moet worden toegewezen en dat de moderne markt zelf moet bepalen en daarmee ook zelf moet bewijzen, wat de toekomst is van het kopen op zondag.
Spreker vraagt tot slot aan Gemeentebelang of zij reageert op de aanvraag van deze ondernemer en van andere ondernemers, die een deel van haar achterban is, met de woorden: jammer dan, vraagt u het over twee jaar nog maar een keer?

De heer DE KOE zegt dat de Strategische Visie enige ruimte laat om met het kernenbeleid te gaan stoeien en om met het begrip recreatie en toerisme in de hand naar mogelijkheden te zoeken om zondagsopenstelling mogelijk te maken. Er zijn echter ook heel duidelijke afspraken opgeschreven. Volgens spreker moet het goed mogelijk zijn in de toekomst, vanaf 2018, gezamenlijk te bespreken wat de ruimte is, kijkend naar de Strategische Visie, en op dit gebied te komen tot kernenbeleid om enigszins te kunnen aansluiten bij de wens die er is bij ondernemers en consumenten ligt. Daarbij moet er behoefte van beide kanten zijn.
Voor Lokaal Liberaal is er duidelijk verschil tussen de kern Rijssen en de kern Holten. In het coalitieakkoord staat echter ook dat er niet aan de zondag wordt getornd. Wat Lokaal Liberaal betreft staat die afspraak tot 2018.

De heer MEIJERINK zegt bij interruptie dat de heer De Koe spreekt over kernenbeleid. Hij vraagt of het hier niet gaat om een eigen keus van ondernemers, onafhankelijk van de kern. In praktijk komt het erop neer dat in Rijssen de winkels allemaal gesloten zijn en dat er in Holten een aantal open is. Dan hoeft de gemeente geen kernenbeleid te voeren. De PvdA zou daarvan in elk geval geen voorstander zijn.
De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal staat voor keuzevrijheid. Die keuzevrijheid moet echter breed gedragen zijn door ondernemers en door consumenten. Dat ziet spreker persoonlijk niet ontstaan in de kern Rijssen. Dat komt voort uit de politieke constellatie in Rijssen-Holten.

De heer MEIJERINK vraagt of hier niet gewoon de markt zijn werk moet doen en dat men wel zal zien wat er gaat gebeuren.
De heer DE KOE zegt dat het heel goed mogelijk is dat marktwerking hier zijn werk zal doen, binnen de kaders die de overheid plaatst en dat automatisch zal blijken of op bepaalde locaties al dan niet de behoefte bestaat.

De heer KLEIN VELDERMAN interrumpeert de heer De Koe en leest hem het volgende citaat voor van iemand van de ChristenUnie: ”De essentie van een democratie is niet dat de meerderheid beslist. Er is slechts een procedureel aspect nodig om tot besluitvorming te komen. Het hart van de democratie klopt in het besef dat de meerderheid bij besluiten zoveel mogelijk ruimte laat dan minderheden en hun opvattingen en gedragingen.”

De heer NOORDAM zegt dat hij op voorhand al weet dat hij de uitslag van de discussie van vanavond niet zal kunnen uitleggen aan de inwoners van Holten. Hij refereert aan het gebruik in de jaren vijftig, toen men in Rijssen en in Holten op zondag na het kerkbezoek boodschappen haalde bij de winkels. Anno 2016 spreekt de raad over de openingstijden op zondag voor winkels. Een fietsenhandel, een videotheek, een horecagelegenheid of een campingwinkel heeft de vrijheid op zondag open te zijn. Waar de HHV (Holtense Handelsvereniging) echter moeite mee heeft, is dat er een verschil is met de gewone ondernemer.
Op het verzoek om openstelling op zondag antwoordt het college met een kil antwoord onder verwijzing naar het coalitieakkoord. Er wordt niet verwezen naar de Strategische Visie. Tubantia schreef daarover vorig jaar: “Rijssen-Holten moet trouw blijven aan de Strategische Visie, die de gemeenteraad in 2015 heeft vastgesteld”. Dat gebeurt echter niet. Er zijn drie belangrijke pijlers in die visie:

  • De kernen hebben een eigen identiteit, die wordt erkend en gekoesterd.
  • De gemeente ondersteunt en stimuleert ondernemers. Nu ligt er een verzoek vanuit die ondernemers, maar dat wordt niet gestimuleerd of onderzocht. Spreker verwijst naar het onderzoek van de HHV. De uitslag kan niet ontkend worden.
  • Aantrekkelijk houden van centra is een gezamenlijke opgave van winkeliers, inwoners, gemeente en horeca.

De VVD respecteert het gegeven dat men op zondag in Rijssen geen boodschappen kan doen en dat webshops op zondags niet bezocht kunnen worden. De VVD zal nooit het initiatief nemen winkels in Rijssen op zondag open te stellen, tenzij de winkeliers daar zelf om vragen. In Holten is er ook een winkelier die het prima vindt dat winkels op zondag opengaan en dat hij zijn collega’s die vrijheid wil laten, maar dat hij het zelf vanuit zijn overtuiging niet doet.
De VVD vraagt zich af of de gemeenteraad, met welke intentie of gedachtegoed ook, kan blokkeren dat ondernemers op zondag hun winkels openstellen. Het is de ondernemer zelf die dat bepaalt. Spreker vindt het bizar nu de eerste de beste, noodzakelijke keuze gemaakt moet worden, dat de drie pijlers uit de Strategische Visie vergeten worden.
De heer KAHRAMAN zegt dat het CDA van mening is dat het college uitstekend uitvoering geeft aan het coalitieakkoord met het voorliggende raadsbesluit.
De VVD vraagt zich af of de raad wel invulling geeft aan de identiteit van Holten. Spreker associeert de identiteit van Holten met natuur en rust en niet met de ‘winkelstad van Twente’.

De heer KLEIN VELDERMAN interrumpeert en vraagt de heer Kahraman of hij op de hoogte is van toeristen die ‘en masse’ hun boodschappen doen buiten Holten en of hij dat ziet als een bijdrage aan de rust.
De heer KAHRAMAN zegt dat men in het westen van het land Holten kent van de Holterberg. Mensen kennen Holten niet door de Albert Heijn van Holten. Wat spreker betreft heeft Holten duidelijk een eigen identiteit: rust en natuur. Persoonlijk zou spreker niet graag op zondag, als hij op het terras bij Nijkamp zou  zitten, winkelwagentjes voorbij zien komen.

De heer BERKHOFF dankt de heer Klein Velderman, die de wijsheid heeft gevonden om Christen-Unie-leiders te citeren en dat hij bij hen te rade gaat. Hetgeen de heer Klein Velderman heeft geciteerd is heel juist. Dat moet echter wel op de juiste manier uitgelegd worden.
Er is al veel gezegd over keuzevrijheid en democratie en over ondernemers in Holten. Voor spreker is keuzevrijheid een heel groot goed. Een keer in de vier jaar hebben inwoners van Rijssen-Holten de vrijheid om te stemmen op de partij van hun keuze. Twee jaar geleden heeft een grote meerderheid gekozen voor ten minste drie partijen, die in hun programma hebben staan dat zij de zondagsrust in acht nemen.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt de heer Berkhoff wat de stemverhouding was tussen Holtenaren en Rijssenaren en hoe hij dat vertaalt.
De heer BERKHOFF zegt dat Rijssen en Holten al vijftien jaar één gemeente Rijssen-Holten vormen. Vijftien jaar is de gemeenteraad bezig het goede te doen voor de inwoners en de ondernemers. Vanavond heeft spreker alleen maar iets gehoord over die ondernemers die zo te lijden hebben onder een campingwinkel die op zondag open is.

De heer NOORDAM interrumpeert de heer Berkhoff en merkt op dat hij in zijn inleiding heeft gezegd dat hij het de inwoners niet kan uitleggen wat hier vanavond bediscussieerd wordt.
De heer BERKHOFF zegt dat de gemeente inwoners heeft in Rijssen en in Holten en dat de raad hier zit voor de gehele bevolking. Een aantal partijen in de raad pleit ervoor de winkels op zondag gesloten te houden, in verband met de zware belasting voor ondernemers. Het verbaast spreker dat de heer Meijerink van de Partij van de Arbeid een fors pleidooi hield over de marktwerking.

De heer MEIJERINK zegt bij interruptie dat de heer Berkhoff de Partij van de Arbeid verwart met de SP. Spreker pleit hier vanavond voor de vrijheid van een burger en van een ondernemer dit soort zaken zelf te regelen. Dat kunnen zij heel goed zelf, zonder de hulp van de gemeenteraad.
De heer BERKHOFF zegt dat hij pleit voor burgers, ook niet-christelijke burgers, die gesteld zijn op rust op zondag. Ook in deze moderne tijd zijn er veel pleidooien voor een rustdag, zodat iedereen weer op adem kan komen. De ChristenUnie ondersteunt het voorstel van het college van harte.

De heer MULLER zegt dat het goed is dat de winkeltijdenverordening wordt aangepast en dat daarbij de status quo wordt gerespecteerd. De motivatie van het college om tot dit voorstel te komen, ondersteunt Gemeentebelang. Als Gemeentebelang daarover vragen krijgt van een ondernemer, dan zal het antwoord zijn dat Gemeentebelang zich houdt aan de gemaakte afspraken.

Wethouder TIJHOF zegt dat er vooral visies zijn gegeven, maar dat er weinig vragen zijn gesteld. Er ligt een duidelijk stuk voor. Er is ambtelijk overleg gevoerd met de ondernemer die het verzoek heeft ingediend en er is bestuurlijk overleg geweest met de HHV. Het college is gebonden aan het collegeakkoord, waarin de kaders duidelijk vermeld staan. Dat neemt niet weg dat de ondernemers en de HHV zijn uitgedaagd te denken in mogelijkheden. Het college zal de gestelde kaders niet overschrijden. Er zijn echter wel andere mogelijkheden. Spreker refereert aan het succes van de koopzaterdagavonden in de kern Rijssen. Het college wil ook graag meedenken met de ondernemers en de HHV in Holten om binnen de kaders optimaal gebruik te kunnen maken van het ondernemer-schap. Op die manier heeft het college met de HHV gesproken.

D66 gaf zelf het antwoord op haar vraag over keuzevrijheid. Vrijheid voor de een is een beperking voor de ander. Naar aanleiding van de discussie in Den Haag over de Zondagswet, had de heer Klein Velderman het citaat van de voorman van de ChristenUnie ook kunnen voorlezen aan de voorman van D66.
Wat in de Zondagswet was geregeld, is door het college nauwkeurig overgezet naar de Winkeltijden-verordening. Er zal geen beperking zijn van de huidige situatie. Als de raad in meerderheid hier anders over denkt, dan kunnen er amendementen ingediend worden aldus spreker.

Tweede termijn
De heer SCHEPPINK zegt dat er in de eerste termijn helaas weinig argumenten zijn gegeven over het feit dat de zondag een belangrijke rustdag kan zijn. Het ging vooral over de markt en de marktwerking. De SGP heeft in haar verkiezingsprogramma wel veel aandacht besteed aan de zondag. Te zien was dat daarmee veel stemmen behaald kunnen worden.
De SGP kan instemmen met het collegevoorstel. De argumenten van de SGP zijn bekend. Zij strijdt voor het behoud van één dag rust in de week. De andere dagen in de week kunnen benut om volop te ondernemen.
Spreker is enigszins teleurgesteld in de Holtense ondernemers als het gaat over toerisme. In Holten heeft men de koopavond op donderdag gesteld. Als men aan de toerist wil denken, zou er om te beginnen een koopavond op vrijdag moeten komen.
De argumenten van kleine winkeliers zijn bekend, maar ook gewoon een dag in de week rust is heel gezond. De SGP blijft daarvoor staan en doet dat ook de volgende raadsperiode. Spreker heeft het gevoel dat Holtense ondernemers zich wel kunnen vinden in het argument dat door de SGP strak aangezet wordt en dat ook in haar verkiezingsprogramma staat. Het geldt zeker voor de Rijssense bevolking.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat hij in het begin van zijn politieke carrière heeft opgeschreven dat de Rijssen-Holtenaar niet bestaat. Men heeft hier te maken met Rijssenaren en Holtenaren. In Rijssen waren er 5500 kiezers van de SGP, 2000 kiezers van het CDA, 3500 kiezers van de ChristenUnie. Zij vormen de coalitie. In Holten hebben zij samen ongeveer 1700 stemmen. Als het gaat om deze verhoudingen, vraagt spreker zich af of recht gedaan wordt aan een initiatief vanuit Holten en het te behandelen met het argument ‘wij in Rijssen willen dat niet’. Rijssen-Holten is één gemeente, maar moet haar kernen respecteren. SGP, CDA en ChristenUnie hebben een enorme meerderheid in Rijssen. Spreker weet dat daaraan niet te tornen is.

De heer KAHRAMAN merkt bij interruptie op dat de heer Klein Velderman zegt dat de meerderheid de minderheid niet moet onderdrukken en dat de Rijssenaar niet de Holtenaar moet domineren. Spreker vraagt of de heer Klein Velderman, als raadslid voor Rijssenaren en Holtenaren, tegengestemd zou hebben als een Rijssense ondernemer een aanvraag voor openstelling op zondag had ingediend, kennende de situatie in Rijssen.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat een verzoek, als dat gevoelig ligt in een kern, in alle verhoudingen meegewogen moet worden. Spreker zou uiteraard voorgestemd hebben.
Spreker roept de commissie en het college op over hun schaduw heen te stappen en niet te zeer uit angst te regeren. Holten moet Holten blijven en Rijssen moet Rijssen blijven. Winkelopenstelling in Holten zou toegestaan moeten worden.

De heer MEIJERINK vindt dat er duidelijk sprake is van botsing van ideologieën, waar de commissie niet uitkomt. Feit is dat de vraag en de behoefte naar winkelopening vanuit de autonome toeristische markt bestaat. De PvdA blijft tegen het voorstel.

De heer NOORDAM zegt dat de SGP 5500 stemmers in Rijssen heeft en 50 stemmers in Holten. Spreker respecteert de kerkgang en de zondagsrust in Rijssen en heeft geen problemen met het instellen van bijvoorbeeld vuurwerkvrije zones rondom kerken. Hij vraagt daarvoor een stukje vrijheid terug in Holten en vraagt of de heer Scheppink zich wil verplaatsen in de Holtenaren, die een totaal andere beleving hebben en die anders met de zondagsrust wensen om te gaan.
Op de woorden van de heer Kahraman zegt spreker dat men niet alleen naar Holten komt voor de natuur en de rust. Holten is een bruisende plaats op zondag, waar de horeca erg druk is. De heer Kahraman zal waarschijnlijk niet kunnen uitleggen waarom een fietswinkel, een videotheek, een campingwinkel enzovoorts wel open kunnen zijn.
Spreker sluit zich aan bij de woorden van de heer Meijerink. Vanavond is er niets te winnen. Er kan alleen maar schade worden veroorzaakt in de toekomst. Spreker vraagt het sterke blok in Rijssen toch nog eens kritisch te kijken naar het voorstel, zodat wellicht in 2018 op bepaalde tijden op zondag beantwoord kan worden aan de vraag van de meerderheid van de middenstand in een liberale kern, die vraagt en smeekt om openstelling op zondag. Men hoeft dan niet langer naar Markelo, Lochem of Colmschate op zondag.

De heer SCHEPPINK zegt dat hij raadslid is van de gemeente Rijssen-Holten. Hij waardeert de woorden van de heer Noordam over vuurwerkvrije zones rondom kerken. Dat heeft volgens spreker echter niet te maken met vrijheid, maar met de overtuiging van een dag in de week rust die goed is voor iedereen. Daarom staat dit in het verkiezingsprogramma van de SGP. Het probleem zit, volgens spreker, in de vraag wat vrijheid is. De SGP ziet de zondagsrust als iets goeds voor de hele gemeente. Dat heeft niets met vrijheid te maken, maar met de keuze die de SGP maakt.

De heer NOORDAM stelt bij interruptie dat de heer Scheppink niet kan bepalen hoe spreker hierover moet denken en dat de heer Scheppink niet zomaar zijn wil aan iemand kan opleggen.
De heer SCHEPPINK zegt dat dat niet zijn bedoeling is, maar dat hij aangeeft hoe de SGP hierin staat en hoe zij over de zondag denkt. Wat de SGP betreft geldt dat voor zowel Rijssen als voor Holten. Spreker is raadslid voor Rijssen-Holten en zoekt het goede voor Rijssen en voor Holten. Er is één verkiezing geweest in de gemeente Rijssen-Holten. Hij merkt op dat hij er niets aan kan doen dat Holten onderdeel is van de gemeente Rijssen-Holten, sterker nog: de SGP was er waarschijnlijk zelfs geen voorstander van.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de SGP voor een bepaald principe staat, zoals in haar verkiezingsprogramma staat. 54 mensen in Holten zijn het daarmee eens. Spreker vraagt of de heer Scheppink blijft volhouden dat de SGP het belangrijk vindt dit ook in Holten te blijven afdwingen.
De heer SCHEPPINK refereert aan het antwoord van de heer Klein Velderman op een vraag van de heer Kahraman over een eventueel verzoek van één Rijssense ondernemer om openstelling op zondag, dat D66 dan zou voorstemmen. Dat vindt spreker niet overeenkomen met de zojuist gestelde vraag.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat hij 390 stemmen heeft in Holten en 340 stemmen in Rijssen en dat hij dat recht dus wel heeft.
De heer SCHEPPINK zegt dat D66 dan veel werk te verzetten heeft voordat men eenzelfde aantal stemmers krijgt als de SGP.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel wijziging winkeltijdenverordening en aanvraag Albert Heijn om winkelopenstelling op zondag in Holten als bespreekstuk te behandelen in de raad.

7 Raadsvoorstel wijziging regeling Veiligheidsregio Twente (Hofland)
Er worden geen vragen gesteld.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel wijziging regeling Veiligheidsregio Twente als hamerstuk te behandelen in de raad.

8 Over te hevelen budgetten 2015 (en voorgaande jaren) naar 2016 (Beens)
De heer JANSEN gaat in op de wijkmakelaar, waarvoor een budget wordt overgeheveld van € 50.000. Volgens spreker komt dat bij het volgende agendapunt aan de orde.
In de bijdrage Project reconstructie Molendijk-noord, plan Nijhuis, zitten twee posten: € 25.000 en € 230.000. Spreker vraagt of die bedragen overgeheveld moeten worden. Deze bedragen stammen uit 2014 nl. Hij vraagt wat het criteria is voor het overhevelen van deze posten.
Bij organisatieontwikkeling wordt budget overgeheveld met de vermelding dat meerdere ontwikkelingen doorlopen in 2016, o.a. het Twentebedrijf en WT2. Spreker vraagt het college daarin inzicht te geven.

Wethouder BEENS zegt naar aanleiding van de vraag over de wijkmakelaar dat er destijds een voorstel is geweest en dat het nu meegenomen wordt in de overheveling. Spreker stelt voor het budget op deze wijze te laten staan.
Wat betreft het Nijhuis-terrein zegt spreker dat volgens de regel van de wet het budget vrij zou moeten vallen naar de algemene middelen. Het college heeft ervoor gekozen dat niet te doen in verband met de heroverweging op korte termijn. Het college denkt het geld daarvoor nodig te hebben.

De heer JANSEN merkt bij interruptie op dat boven het bedrag van € 230.000 een bedrag staat van € 25.000. Daar staat niet bij dat een herprioritering plaatsvindt.

Wethouder BEENS zegt dat in het collegevoorstel zelf alleen sprake is van € 230.000. Spreker gaat er echter vanuit dat beide bedragen bij elkaar horen.
De commissie heeft geen gegevens ontvangen over de WT2. Het college ziet wel de noodzaak van overheveling naar het nieuwe jaar. Spreker zegt toe hierop een schriftelijke toelichting te geven.
(NB: de beantwoording is als bijlage 1 toegevoegd aan het verslag)

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel over te hevelen budgetten 2015 (en voorgaande jaren) naar 2016 als hamerstuk te behandelen in de raad.

9 Rapport Netwerkende, co-creatieve gemeente als plan van aanpak burger/overheidsparticipatie, wijkgericht werken (Hofland, Cornelissen; o.v.v. CU, D66, GB en VVD)
De heer KLEIN VELDERMAN refereert aan de presentatie van mw. Tijhuis van 31 maart jl.
D66 vindt de insteek die wordt gekozen goed, nl. dat de gemeente meer contact zoekt met de maatschappij, met de mensen uit deze gemeente en met groepen. Alleen voor wat betreft de manier waarop, procedureel, het invoeren van meldpunten en andere organisatorische insteken is spreker van mening dat het zo niet gaat werken. D66 stelt voor dat het college het rapport terugtrekt en hierover met mw. Tijhuis van gedachten wisselt.

De heer TEN BERGE zegt dat het CDA staat voor gespreide verantwoordelijkheid en solidariteit. Politiek begint voor hen met de erkenning van het maatschappelijk initiatief. Dat vraagt van de gemeente dat ze de bedoeling van de maatschappelijke verbanden en instellingen in de samenleving erkent en de ruimte die deze partijen nodig hebben waarborgt. Deze principes zijn ook opgenomen in het beginselprogramma van het CDA. De vraag of het CDA ruimte willen geven aan de samenleving is dus een retorische.
Tegelijkertijd staat het CDA voor publieke gerechtigdheid. Een betrouwbare overheid stelt duidelijke grenzen en geeft mensen zekerheid. Er moeten gezorgd worden voor mensen die kwetsbaar en afhankelijk zijn.
In het spanningsveld van ruimte geven en zorgdragen voor een betrouwbare overheid moeten we als gemeente kunnen opereren. We hebben daarbij een fundamenteel vertrouwen in de samenleving en mensen, zonder naïef te zijn.
Maar deze tijden van zelfredzaamheid, burgerinitiatief en kritiek op de democratie vraagt van de lokale politiek dat wordt erkend dat de samenleving in beweging is en daarbij moet gereflecteerd worden op de rol als overheid.
De CDA-fractie staat voor een betrokken overheid, die dichtbij onze mensen in Rijssen-Holten staat. Die toegankelijk is: meedenken en meewerken daar waar dat kan.
Het idee van wijkwethouders en wijkmakelaars kan daarbij helpen. Dit is iets waar het college op in wil zetten aldus spreker en als dit past binnen de gestelde budgettaire kaders, strategische visie en coalitieakkoord, wil het CDA daarvoor ruimte bieden.
Het CDA plaatst een kritische noot bij het rapport van Duidt. Een rapport met ruim 20 ideeën die rijp en groen opgesomd zijn. Dit is wel een erg instrumentele benadering van een diepgaande discussie over de rol van de overheid aldus spreker.
In het rapport wordt nogal kritisch gereflecteerd op de gemeente en haar vermogen om met burgers samen te werken. Maar als we kijken naar de onderwijsboulevard, die samen met werkgevers en onderwijs is gerealiseerd aan de Reggesingel, het leerlingenvervoer dat overgedragen wordt aan inwoners en het feit dat inwoners van het Opbroek mee mogen denken en werken aan realisatie van een speelplaats in de buurt, is spreker minder sceptisch.
Netwerken en co-creëren kan de gemeente wel en laat ze ook zien, maar het kan altijd nog beter. Hierbij moeten niet allerlei instrumenten worden bedacht, waar onze inwoners misschien niet eens op zitten te wachten. Het is vooral een houding die de politiek, het bestuur en de ambtenaren moeten aannemen aldus spreker.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie gevraagd heeft om agendering van het rapport omdat het te belangrijk is om als informatief stuk af te doen.
Hij zegt dat de aanleiding voor het rapport het rekenkamerrapport over communicatie is geweest, die verbeterd moest worden. De externe communicatie sneeuwt onder in het voorliggende rapport. Hij vraagt om een toelichting van het college.
Spreker refereert aan het openbare bestuursvoorstel en citeert uit beslispunt 6: “Dit bestuursvoorstel, samen met het rapport, opiniërend voorleggen aan de raad via een themabijeenkomst in februari 2016.”
Spreker zegt bij de themabijeenkomst te zijn geweest, waarbij de fractie overspoeld is met informatie. Daar was geen ruimte om een opinie te geven.
De ChristenUnie vindt het een ingrijpend rapport, waarbij ook budgettair de nodige middelen beschikbaar gesteld moeten worden, waar zij de vraagtekens bij zet. Hij vraagt zich af of de organisatie zo ingericht moet worden dat het incidenteel € 116.000 kost en structureel € 112.000. Tijdens het eerste jaar wordt dit met eigen personeel opgevangen, waarbij er personeel wordt ingehuurd. Om dit project te laten slagen moet er 3 jaar mee gewerkt worden. Dat betekent dat genoemde gelden wel beschikbaar gesteld moeten worden.
Daarnaast zet de fractie vraagtekens bij de rol van de wijkmakelaar. Spreker vindt het een zware taak om in 4 wijken contacten te moeten leggen en vindt dat een aantal zaken al in gang gezet kan worden zonder wijkmakelaars en extra financiële middelen.
Hij vraagt of er wellicht eerst met een pilot kan worden begonnen, op kleinere schaal, rondom de invulling van de functie van de wijkmakelaar.

De heer KROEZE heeft door het rapport heen de invoering van de participatieladder gelezen. Dit vindt de fractie van Gemeentebelang duidelijk en vanzelfsprekend. In het rapport is sprake van een instrumentele benadering van participatie doorvoeren en spreker pleit voor meer ‘mensgerichtheid’ (cultuur, houding en gedrag). De vraag is in hoeverre het college de organisatiecultuur ziet als belangrijkste drager voor het doorvoeren van participatie en secundair van wijkgericht werken. Hoe  verhoudt de wijkgerichte aanpak zich tot onderwerpen die geen geografische aanpak kennen, dus een thematische benadering vereisen?

De heer NOORDAM refereert aan de presentatie van mw. Tijhuis, sluit zich aan bij de benadering van de heer Berkhoff en merkt op dat er grote kosten mee gemoeid gaan. Ook de VVD gaat ervan uit dat er een pilot wordt opgezet om zaken uit te proberen, bijv. in een wijk in plaats van in de gehele gemeente. Hij snapt het rapport onvoldoende en heeft ook onvoldoende vertrouwen in het fenomeen wijkmakelaar.

De heer BOSMA zegt dat de SGP van mening is dat het doel en de middelen enigszins haaks op elkaar lijken te staan. Burgerparticipatie wordt nagestreefd en om dat te realiseren wordt een ambtelijke organisatie opgetuigd. Wat de SGP ook opviel m.b.t. de communicatie is dat de focus lijkt te verschuiven van burgerparticipatie naar het instrument van de wijkwethouder. Wat de SGP betreft had het plan kleiner mogen beginnen om te experimenteren. De SGP is er niet op voorhand tegen, maar vindt dat een pilot geëvalueerd moet worden en dat daarna pas besloten kan worden of het over de gehele gemeente wordt uitgerold. Dit moet wel overdacht gebeuren. De SGP mist dit in voorliggend stuk. Er staan ook nogal wat aannames in, waarvan het de vraag is of ze wel gerealiseerd gaan worden.

De heer TEN BERGE interrumpeert en zegt dat in het voorliggende collegevoorstel wordt gesteld dat het werken met een wijkmakelaar eerst voor 3 jaar wordt opgezet en in deze periode wordt gekeken of wijkgericht werken lijdt tot organisatorische aanpassingen. Dit is in zijn ogen een pilot.

De heer BOSMA zegt dat dit wel over de hele gemeente wordt uitgerold, grote kosten met zich meebrengt en ook effecten in de ambtelijke organisatie heeft. De SGP stelt voor klein te beginnen.

Mevrouw HEUVER zegt hier in de vorige vergadering al een toelichting op gegeven te hebben. Ook Lokaal Liberaal heeft weinig vertrouwen in het zo groot uitrollen. Ze kan meegaan met de woorden van de SGP en Lokaal Liberaal is ook voorstander van een kleinere pilot.

Burgemeester HOFLAND is het eens met de woorden van de heer Berkhoff over het rekenkamer-rapport. Op een gegeven moment heeft het college € 100.000 in scans opgenomen, om zo geld vrij te maken om meer van wat er leeft in de samenleving naar binnen te halen. De raad heeft toen gezegd
€ 100.000 te veel geld te vinden, ook omdat er geen plan aan ten grondslag lag. Met een amende-ment is het budget teruggebracht naar € 50.000. Alleen D66 was toen voor € 100.000. 
In 2015 is het college niet tot uitvoering van de plannen overgegaan. Het beschikbaar gestelde bedrag wordt dus overgeheveld naar 2016. De Rekenkamer is hiermee ook aan de slag gegaan en heeft geconstateerd dat er sprake is van een verschil tussen de ambitie die het college heeft uitgesproken en dat wat de raad wil, onder andere verwoord in het amendement om niet € 100.000 maar € 50.000 beschikbaar te stellen.
Spreker vindt het vervelend dat het rapport niet goed gevallen is in de volgtijdigheid waarin zaken gepresenteerd zijn. De vraag is of de raad achter het Rapport Duidt staat. Een van de eerste uitwerkingen vindt  de komende 3 jaar kostenneutraal plaats. Er is, bij het opstellen van het rapport, gesproken met fractievoorzitters, waarbij opvallende inzichten naar voren zijn gekomen: de gemeente is te weinig in gesprek, moet haar netwerk versterken en verbreden en moet intern en extern voelsprieten ontwikkelen. Het college onderschrijft dit.
Spreker vraagt of het rapport gezien kan worden als een kader gesteld aan communicatie, waarop gelet  moet worden. Een belangrijk punt daarbij is de houding van de medewerkers. Er zijn opleidingsbudgetten beschikbaar die daaraan besteed worden. Het college wil graag aan de slag met het rapport Duidt en de verdere uitwerking daarvan, met als onderdeel het wijkgericht werken. Bij het rapport Duidt zit een begroting, die heeft het college nog niet omarmt. Een deel van de werkzaam-heden en activiteiten zitten in reguliere budgetten, zoals opleiding personeel.
In februari jl. is te veel de focus gelegd op het wijkgericht werken, alsof dat het centrale thema was en is te weinig aandacht geschonken om de presentatie van het rapport goed neer te zetten. Het college ziet het wijkgericht werken als een uitvoeringsbesluitje dat de raad voor kennisgeving kan aannemen. Centraal staat de vraag of het rapport Duidt op hoofdlijnen wordt onderschreven.

Wethouder CORNELISSEN wil de indruk wegnemen dat wijkgericht werken vooral een zaak is van de wijkwethouder en de wijkmakelaar. Wijkgericht werken betekent samen met zorgpartijen toenadering tot de wijk zoeken. Daarbij is de rol van de wijkwethouder slechts beperkt aldus spreker. Het gaat vooral om het wijkgericht werken in relatie tot de nieuwe manier van werken. Op dit moment functioneren de bedrijfscontactfunctionarissen op een goede manier;  ze leggen lijnen en helpen mensen verder in de organisatie. De initiatieven bij wijkgericht werken liggen bij de burgers en niet bij de wijkmakelaar. Spreker refereert aan de presentatie van 31 maart en zegt dat daar zaken aan de orde kwamen die voor een deel al gebeuren.
Het rapport Duidt zou, samen met de manier waarop de gemeente wijkgericht wil werken vanuit de zorg, gecombineerd kunnen worden.
Er hebben volgens spreker al pilots gedraaid, bijv. Plan Zuid, waarbij juist de buurt de initiatieven nam. Omdat de gemeente dit wil koppelen aan het instrument van de zorg is gezegd dat het goed is dit over de hele gemeente uit te rollen. Het college zal daarbij kritisch zijn en heeft de gemaakte opmerkingen meegenomen, zoals monitoren van zaken in de wijk en hoe zorg je ervoor dat je weet wat er in de wijk leeft. Als mensen tevreden zijn moet er niet gestreefd worden naar iets anders.
Hij wil voorkomen dat wijkgericht werken te veel gekoppeld wordt aan de wijkmakelaar en aan de wijkwethouder.

Tweede termijn
De heer NOORDAM refereert aan de woorden van de heren Hofland en Cornelissen en zegt gesterkt te zijn in zijn gevoel. Hij gaat in op de woorden van de heer Berkhoff in de eerste termijn en zegt dat er discrepanties zitten in de fundamenten van het rapport Duidt, van waaruit het plan is opgetuigd. Hij merkt op dat er ook heel veel zaken wel goed gaan in de gemeente Rijssen-Holten, er zijn veel goede initiatieven en er zijn ook veel goede contacten tussen het college en het bedrijfsleven.
In het rapport Duidt is volgens spreker ook sprake van tegenspraak. Er wordt gesteld dat de gemeente te weinig in gesprek is en er wordt ook gezegd dat de gemeente veel sterker moet inzetten op het voeren van oprechte gesprekken. Hij vraagt zich af wat hiermee wordt bedoeld.
Als ondernemer heeft spreker altijd ervaren dat het college naar buiten toe open en transparant communiceert en bereid is in te springen. In het rapport staat dat de gemeente veel niet doet en heel slecht. Slecht vindt spreker inderdaad dat de gemeente een burgerpanel heeft met 1000 leden waar niets mee wordt gedaan, maar hij vraagt zich wel af of dit betekent dat genoemde systematiek in rapport Duidt daarom over de gemeente moet worden uitgerold. 

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie kritisch blijft, dat ook weer gevoed wordt door het rapport Duidt. Er is een onderzoek gedaan en in bijlage 1 staan de gesprekspartners weergegeven. Hij vindt het vreemd dat alleen ambtenaren, enkele fractievoorzitters en collegeleden zijn ondervraagd. Het rapport gaat echter over hoe de gemeente omgaat met externe communicatie en wijkgericht werken, terwijl er niemand extern is geraadpleegd. Het rapport is dus erg ambtelijk opgesteld.
Spreker refereert aan het punt ‘ontwikkelen van nieuwe ambtelijke vaardigheden om warme contacten met de samenleving te kunnen onderhouden’ en zegt dat deze vaardigheden niet makkelijk worden aangeleerd als je de warme belangstelling niet hebt. Vertrouwen en ruimte geven aan ambtenaren kan volgens spreker worden uitgevoerd zonder dat daar enige middelen beschikbaar voor hoeven te worden gesteld.
Spreker gaat in op de financiën en refereert aan de woorden van de portefeuillehouder die aangeeft dat het kostenneutraal kan, terwijl er toch gevraagd wordt om € 116.000 incidenteel en structureel
€ 112.000. Hij refereert aan zijn opmerking dat er 3 jaar mee moet worden gewerkt, waar de portefeuillehouder ook nog geen reactie op heeft gegeven.
Hij is blij met de woorden van de portefeuillehouder over de communicatie en als € 50.000 beschikbaar moet worden gesteld om deze te verbeteren, dan zal de ChristenUnie daarmee instemmen. Ook zien ze het belang van burgerparticipatie wel in, maar of dat op de manier zoals beschreven in rapport Duidt moet worden opgetuigd, daarbij stelt de fractie van de ChristenUnie vraagtekens.

De heer DE KOE merkt op dat er niet positief tegen de huidige organisatie wordt aangekeken, want de ambtenaren hebben klaarblijkelijk weinig gevoel bij de burger, weinig en geen goed contact met de ondernemers, terwijl dit juist een van de kwaliteiten is die goed georganiseerd is.
Spreker is van mening dat de gemeente over goede ambtenaren beschikt, die naar buiten moeten communiceren en die dat op de meeste vlakken ook heel goed doen. Dit kan wellicht beter, maar dan moet er geïnvesteerd worden in opleidingen of informatiebijeenkomsten. De vraag is of er medewerkers moeten worden aangetrokken die klaarblijkelijk ontzaglijk veel voelsprieten hebben. Volgens spreker bestaan die mensen niet, omdat iedereen zo zijn beperkingen heeft.

De heer TEN BERGE vraagt om een schorsing, omdat hij een vraag wil stellen aan de burgemeester die de zaal verlaten heeft.

De VOORZITTER schorst de vergadering van 21.25 uur tot 21.30 uur.

De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Ten Berge.

De heer TEN BERGE zegt dat de discussie 2 elementen in zich heeft, waarbij burgemeester Hofland de commissie vooral uitdaagt om over het rapport Duidt te spreken.
Wat het CDA betreft is de inzet van wijkmakelaars en wijkwethouders een middel om meer betrokkenheid van burgers te organiseren.
Wat betreft het rapport Duidt heeft het CDA nog wel wat kanttekeningen, met name wat betreft de negatieve toon van het rapport en de instrumentele benadering. Hier wil het CDA nog eens over doorspreken, ook over wat het voor de raadsleden betekent op het moment dat er ingezet wordt op overheidsparticipatie. Daar is het CDA niet erg positief over, maar de fractie vindt wel dat het instellen van wijkwethouders en wijkmakelaars kan plaatsvinden.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het rapport Duidt te veel uitgaat van standaard participatie-vormen. Er wordt te veel gesproken over plannen en ambities, er wordt te veel aan projecten gedacht, er worden te veel procedures en regels ingesteld. Als je de samenleving wilt activeren dan moet je luisteren naar de inwoners en zoeken naar een mogelijkheid om zaken te realiseren. Dan moeten mensen niet aangespoord worden om een initiatiefvoorstel te schrijven en te presenteren, maar dan moet je met mensen in gesprek gaan om uit te zoeken wat mensen willen en kunnen bijdragen aldus spreker.
Spreker refereert aan de presentatie van mw. Tijhuis en zegt dat nu veel ‘Think by the head’ wordt toegepast. Mensen die vanuit het hart initiatieven willen nemen bereik je hier niet mee en mensen die het fijn vinden dingen met de handen te doen bereik je helemaal niet volgens spreker.
Spreker stelt voor dat het college het rapport terugneemt, in gesprek gaat en goed nadenkt wat ze wil bereiken en daarmee terugkomt in de commissie.

De heer BOSMA zegt dat de SGP zich niet geheel in de ‘diagnose’ van rapport Duidt kan vinden. Hij kent deze gemeente als veel communicatiever en opener naar de samenleving dan verwoord in het rapport. Hij vindt ook dat er heel veel goed gaat. De SGP vindt niet dat er zomaar geld beschikbaar gesteld moet worden en de fractie is van mening dat de pilot kleiner had gemogen.
De fractie wil graag doorpraten over het rapport Duidt. De SGP kan instemmen met de uitvoerings-taken, maar vraagt om een gedegen evaluatie achteraf.

De heer KROEZE refereert aan zijn woorden in de eerste termijn en zegt dat Gemeentebelang zich afvraagt wat participatie precies inhoudt. Ook Gemeentebelang erkent de negatieve toon in het rapport. De fractie vraagt zich af wat het college precies beter wil doen en welke instrumenten ze daarvoor wil gebruiken.

De heer MEIJERINK zegt dat wat de PvdA betreft het college een begin had mogen maken, maar uit de discussies begrijpt hij dat er nog enig huiswerk te doen is. De fractie wacht dit af.

Burgemeester HOFLAND vindt dat het goed is dat de raad zich eens een spiegel voorhoudt en zich, aan de hand van het rapport, afvraagt waar men mee bezig is. Spreker zegt dat de onduidelijkheid wellicht veroorzaakt is door de presentaties die zijn gehouden en de notities die zijn geschreven.
Hij refereert aan de woorden van de commissieleden en zegt dat de presentatie van 31 maart naadloos aansluit bij het rapport Duidt.
Spreker geeft aan dat het college zich zal beraden over waar ze nu staat en hoe er verder gegaan moet worden. Hiervan zal een rapportage worden gemaakt en daarmee zal opnieuw de discussie worden aangegaan. Als consequentie daarvan zal ook geen uitvoering worden gegeven aan het wijkgericht werken.

De heer BERKHOFF wil het college meegeven dat geprobeerd wordt een splitsing aan te brengen tussen communicatie en wijkgericht werken.

De VOORZITTER concludeert dat het college het stuk mee terugneemt.

10 Bestuurscommissie Agenda van Twente (opiniërend: Hofland)
De heer MULLER is aanwezig geweest bij de bijeenkomst op 17 maart van het Twente presidium en adviescommissie. Er waren tijdens de bestuurlijke bijeenkomst 2 onderwerpen aan de orde: de bestuurlijke inrichting, zoals deze nu op de agenda staat en het nieuwe regionale investerings-programma (Agenda van Twente). Wat de bestuurlijke inrichting betreft is de combinatie Twenteraad/ raadsleden als hoogste orgaan in het organogram gezet, spreker verwijst daarbij naar de achter-liggende bijlage. Dit is een wijziging t.o.v. de eerdere informatie hierover. Het presidium en de adviescommissie zijn samengevoegd. Er wordt echter verschillend gedacht over deze samenvoeging en over om welke adviesfuncties het gaat. Tijdens de volgende vergadering worden de adviestaken van dit presidium opnieuw besproken.
Wat het regionaal investeringsprogramma betreft zal tijdens de Twenteraad op 20 april een evaluatie-document over de Agenda van Twente worden gepresenteerd. Dan komt ook de vraag aan de orde of een nieuwe Agenda van Twente gewenst is en zo ja, waarom? En waarover moet die gaan? Pas in een later stadium komen dan de kaders aan de orde, evenals de kosten (wie gaat wat betalen) aldus spreker.
Wat het tijdspad betreft: 20 april is de Twenteraad en spreker is gevraagd op 19 mei de beleving van de aanwezige raadsleden over die Twenteraadbijeenkomst terug te koppelen. In juni is er een tweede Twenteraadbijeenkomst en in het najaar een derde, zodat uiterlijk in december 2016 de besluitvorming over de Agenda van Twente genomen kan worden in de 14 raden en dan kan in januari 2017 voldoende duidelijk zijn wat in de begrotingen opgenomen moet worden.

De heer WESSELS begrijpt uit de woorden van de heer Muller dat er nog een hele weg te gaan is voordat er een knoop wordt doorgehakt. Het CDA kan instemmen met de oprichting van een bestuurs-commissie, waarbij er thans al wordt gewerkt met een bestuurscommissie in oprichting om ook na te denken waar we naartoe willen met de Agenda van Twente.
Het CDA is erg benieuwd naar de invulling. De fractie heeft al eerder aangegeven samenwerking wenselijk te achten, waarbij ze zaken zo dicht mogelijk bij de burger wil brengen, maar soms moet er grensoverschrijdend worden gewerkt. De sociaal economische structuurversterking is bij uitstek een punt waar samen opgetrokken moet worden volgens spreker.
Het CDA wacht de invulling af.

De heer SCHEPPINK gaat in op de terugkoppeling van de huidige Agenda van Twente, waarbij duidelijk wordt waar de 80 miljoen euro aan besteed is. Hij vraagt wanneer de stukken voor 20 april beschikbaar komen en vraagt de griffie ervoor te zorgen dat deze vroeg genoeg verstrekt worden, zodat de raadsleden fatsoenlijk aan het debat kunnen meedoen.
De SGP kan zich vinden in het samenstellen van een commissie, er zijn nl. een aantal zaken op economisch gebied waarbij de gemeenten samen kunnen werken.
Wat de financiering van de Agenda van Twente betreft zegt spreker dat de SGP het op een andere manier wil dan in het verleden. Hij stelt voor dat als er middelen nodig zijn deze per plan/voorstel worden gevraagd. Op voorhand dividendgelden beschikbaar stellen of ieder jaar een euro per inwoner daarbij zet de SGP vraagtekens.

De heer MULLER zegt dat heel 2016 nog gesproken kan worden over het traject rondom de financiering van de Agenda van Twente. Gemeentebelang stemt in met voorliggend voorstel.

De heer KLEIN VELDERMAN adviseert positief.

De heer NOORDAM gaat in op de vraag wie het college als lid en plaatsvervangend lid van de commissie in oprichting aanwijst. Spreker vraagt zich daarbij af waarom het stuk op de huidige wijze is geagendeerd.
Ook de VVD is niet voor vooraf reserveren van miljoenen euro’s voor de Agenda van Twente. Spreker stelt voor dat de plannen eerst worden voorgelegd aan de raden, voorzien van een goede onderbouwing en een heldere uiteenzetting van de revenuen.
Spreker is het eens met de woorden van de heer Scheppink.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het college vindt dat, daar waar het gaat om het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap, een andere opzet dan de regio vraagt gewenst is. Dat past ook bij Rijssen-Holten.
In de bestuurscommissie wordt gesproken over arbeidsmarktzaken, economie en over recreatie en toerisme en wordt gekeken naar de nieuwe Agenda voor Twente. Het college vindt dat haar voorzitter lid moet zijn van de commissie en dat de plaatsvervangende leden de overige leden van het college moeten zijn. De omliggende gemeenten hebben hier wel begrip voor en wellicht zal dit leiden tot aanpassing van het voorstel. Het college vindt dat als er onderwerpen aan de orde komen die de afzonderlijke portefeuilles raken, elk afzonderlijk collegelid aanwezig moet kunnen zijn. Daar gaat hij zich hard voor maken.
Het college is het eens met de oprichting. Over de uitkomst kan geen voorspelling worden gedaan. Wel vraagt ze zich af waar staat wat de uitkomst oplevert en hoe dat gewogen kan en mag worden in autonome gemeenten. Als het resultaat bepaalde gemeente niet aanstaat, kan een gemeente dan niet  meedoen of is men gebonden aan de besluitvorming van anderen? Hier gaat het college nog vragen over stellen.
Spreker zegt dat de evaluatie van de Agenda van Twente binnenkort wordt verwacht. Er is veel positiefs te melden. Gekeken  moet worden naar de toekomst en hoe hiermee omgegaan moet worden. Hiervoor worden ideeën voorbereid.
Spreker zegt dat de VVD en SGP de wens uitspreken dat ieder afzonder projectvoorstel aan de gemeenteraden wordt voorgelegd. Spreker neemt hier kennis van, omdat de discussie hierover nog gevoerd moet worden en dit zal daarna terugkomen in de commissie. Hij verwacht dat werkgelegenheid meer centraal gesteld wordt in de Agenda van Twente, dat groei ervan centraal wordt gesteld en dat daaraan plannen en ideeën worden getoetst.

Tweede termijn
De heer WESSELS refereert aan de woorden van burgemeester Hofland en vraagt waar de grens gelegd moet worden wanneer gesteld wordt dat een gemeente niet meedoet met een bepaald project. Het CDA wil hier kritisch naar kijken, maar ook naar de grote lijnen en is voor een bepaalde visie voor Twente. De fractie is niet voor het onderscheid maken per project.
De heer DE KOE interrumpeert en zegt de woorden van de heer Wessels te snappen. Spreker refereert aan het rapport van de commissie Robben met daarin verwoord het cafetariamodel.
De heer WESSELS is van mening dat er voor de Agenda van Twente een visie nodig is, waar we met z’n allen naartoe willen en daarin wordt een doel besproken en beslis je van te voren of je wel of niet meegaat. Het CDA ziet taken die in een samenwerkingsverband beter gedaan kunnen worden dan individueel, maar daarbij moet wel sprake zijn van geven en nemen.

De heer MULLER zegt dat op dit moment de vraag voorligt of de gemeente instemt met het instellen van een voorlopige commissie Agenda van Twente. Nu moet nog niet de Agenda van Twente geanalyseerd worden en voorwaarden worden aangegeven volgens spreker. Hij hoopt op 19 mei input voor de Twenteraad en presidium mee te krijgen.

De heer SCHEPPINK refereert aan de woorden van de heer Wessels en gaat in op de ervaringen uit het verleden. Hij heeft een naar gevoel bij de besteding van de gelden ‘Agenda van Twente’ en is niet voor het van te voren geld reserveren. Spreker is voor gedegen beargumenteerde plannen en denkt dat geen enkele raad uit Twente nog op de huidige wijze wil omgaan met de financiering van de Agenda van Twente.

De heer BERKHOFF laat weten dat de ChristenUnie het eens is met het collegevoorstel. Wat de Agenda van Twente betreft wacht de fractie de voorstellen af.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA zich qua gevoel aansluit bij de woorden van de heer Wessels en voor het overige sluit de fractie zich aan bij de woorden van de heer Muller en burgemeester Hofland.

De heer NOORDAM zegt blij te zijn met de beantwoording door het college en ook de VVD is van mening dat de burgemeester zitting moet nemen in deze commissie. Spreker refereert aan de woorden van burgemeester Hofland over het directe belang en is niet voor de Agenda van Twente zoals deze eerder werd gepresenteerd en waarmee miljoenen euro’s gemoeid gingen. Hij vindt dat hier nu veel voorzichtiger mee omgegaan moet worden.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert verder te gaan op de ingeslagen weg, waarbij er gelet moet worden op de financiering.

11 Actiepuntenlijst
Actiepunt 16-04: het rapport is geagendeerd en besproken en wordt opnieuw geagendeerd in de commissie. Het actiepunt wordt afgevoerd.
De overige punten blijven staan.

12 Rondvraag
De heer KAHRAMAN wijst op een artikel in de krant waaruit blijkt dat de gemeente Enschede uit de salarissamenwerking in de regio stapt. Hij vraagt wanneer het college met een visie op het Twentebedrijf komt, wat het Twentebedrijf precies gaat doen en aangeeft welke successen worden verwacht.
Wethouder BEENS zegt als lid van het AB van het Twentebedrijf deze vraag te beantwoorden. Ook spreker was verbaasd, hoewel hij de verklaring die de wethouder van Enschede gaf wel kon voorstellen. De salarisadministratie van de samenwerkende gemeenten zijn bij elkaar gaan zitten maar hebben niet samen gewerkt. De samenwerking die de gemeente Rijssen-Holten o.a. met Wierden is aangegaan op het gebied van de salarisadministratie werkt wel goed.
Hij wijst erop dat het Twentebedrijf in oprichting is. Dit punt valt op dit moment nog niet onder het Twentebedrijf. De voorzitter en de directeur van het Twentebedrijf zijn nu gesprekken aan het voeren met de gemeenten om te kijken hoe het wordt opgepakt, wat zullen de punten zijn die in het Twentebedrijf worden ingebracht en ze zijn ook met Regio Twente aan het overleggen wat wordt overgenomen in het Twentebedrijf.
Hij kan zich de negatieve gedachten van de heer Kahraman goed voorstellen, ook hijzelf volgt de gang van zaken op de voet. Dit heeft tijd nodig.
De vraag wanneer het college komt met een visie op het Twentebedrijf moet de heer Kahraman volgens spreker niet stellen aan dit college, omdat het gaat om een samenwerking tussen 14 Twentse gemeenten. De vraag hoort thuis op de agenda van het AB of DB van het Twentebedrijf. Hij zal deze vraag meenemen, omdat hij zelf ook zeer kritisch is en hierop zal toezien. Zodra hij meer weet zal hij hiervan verslag doen in deze commissie.
De heer KAHRAMAN is het niet eens met de beantwoording, omdat de heer Beens de raad vertegenwoordigt in het AB en hij zal dus verantwoording aan de raad moeten afleggen.
Spreker stelt voor dit punt een keer te agenderen.

13 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.10 uur.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie ABZM van Rijssen-Holten op 23 mei 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous