Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 10 maart 2016 (19:30)

Datum: 10-03-2016Tijd: 19:30 - 21:35Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: W.J.C. KnopperNotulist: G.B. Aanstoot-StamGenodigden: AanwezigNaamSGPG....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 10 maart 2016 (19:30)

Datum: 10-03-2016
Tijd: 19:30 - 21:35
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: W.J.C. Knopper
Notulist: G.B. Aanstoot-Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPG. Kreijkes, ir. A.S. Haase en J. ter Keurs
CDAH.J. Nijkamp en H. Kreijkes RA CISA
ChristenUnieJ. Berkhoff en B.J. Blaazer
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Kuiper-Ruitenberg en W.A.J. ter Schure
PvdAR.W. Meijerink en S. Kök
VVDF.W. Noordam, E.J.W. Deijk en A.J. Kevelam
Lokaal LiberaalR.A. de Koe en D.J.K. van der Sanden
D66ir. H. Klein Velderman en J. van Veen
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
Pers2
Publiek49

 

1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
De heer Zwaving en de heer Raasveld spreken namens diverse buurtbewoners in op agendapunt 8, Gebiedsvisie Stokmansveldweg, uitwerking ontwikkellocatie 12.
De heer Jansen spreekt in op agendapunt 9, Een toekomst voor de Beukenlaan.

3 Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag van de vergadering van 14 januari 2016
De heer KEVELAM meldt dat hij kennisgenomen heeft van de passage uit de nota van uitgangspunten, die als NB aan het verslag is toegevoegd. Op 22 maart a.s. is er voor de raad een thema-avond over omgevingsvergunningen, waarin spreker het NB’tje aan de orde stelt.

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
De heer CORNELISSEN deelt mee dat de procedure voor aanleg van glasvezel in het buitengebied in gang gezet kan worden. Bij de inventarisatie van het project heeft 65% aangegeven daaraan deel te nemen.

6 Raadsvoorstel wijziging grens bebouwde kom Rijssen (Aanstoot)
Er worden geen vragen gesteld.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Wijziging grens bebouwde kom Rijssen als hamerstuk te behandelen in de raad.

7 Raadsvoorstel ongewijzigd vaststellen ontwerpbestemmingsplan 'Opbroek, geluidscontour Cattelaar' (Cornelissen)
Er worden geen vragen gesteld.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Ongewijzigd vaststellen ontwerpbestemmingsplan ‘Opbroek, geluidscontour Cattelaar’ als hamerstuk te behandelen in de raad.

8 Gebiedsvisie Stokmansveldweg; uitwerking ontwikkellocatie 12 (opiniërend; Cornelissen)
De heer ZWAVING spreekt in namens andere bewoners van de Stokmansveldweg, de Pelmolenweg, de Leijerweerdsdijk en de wethouder Korteboslaan. Spreker refereert aan de brief die namens de bewoners is gestuurd aan de leden van de commissie, waarin een uitvoerige onderbouwing van hun standpunt is gegeven. Verder toont hij de documenten die hij heeft meegenomen: het bestemmingsplan wonen 2012, het inbreidingsbeleid 2013 en de gebiedsvisie Stokmansveld 2014. De bewoners hebben hieruit een zeer consistent beleid van de gemeente geconstateerd.
Tijdens de inloopavond in april 2014 hebben de bewoners uit het gebied Stokmansveld kennis genomen van de gebiedsvisie. De percelen op Stokmansveldweg 9 en 9a werden daarbij bestempeld als ‘waardevolle open ruimte’ en als ‘groenovergang met het aangrenzende park’. De cultuurhistorische waarden van dit gebied werden hiermee erkend en beschermd. Mensen hebben hierop dan ook verder niet gereageerd.
In mei 2014 dienden de initiatiefnemers een plan in voor de bouw van zestien woningen. In augustus 2014 volgt daarop een antwoord via de inspraakreactienota. Het plan wordt afgekeurd met steekhoudende argumenten. De inspraakreactie is geheel in lijn met de beleidsstukken.
Vervolgens ontstaat echter ‘ontwikkellocatie 12’. Waarom dat is gebeurd, is de bewoners niet duidelijk. Wat wél duidelijk is, zijn de positie, de omvang en de randvoorwaarden die gelden voor deze ‘ontwikkellocatie 12’. Het uitwerkingsinitiatief dat nu op tafel ligt, houdt in: de bouw van tien extra woningen, voor maar liefst 70% buiten de aangegeven kaders. De gebiedsvisie is ontwikkeld met als doel de cultuurhistorische waarden te behouden. De vraag is daarom: wat zijn de argumenten om die waarden nu op te offeren? De gemeente heeft bovendien een plan met zestien huizen onder goede argumenten afgewezen, zodat de vraag gesteld kan worden welke argumenten vervallen nu het een plan van tien huizen betreft. Volgens het bestuursvoorstel moet de raad het allemaal ruim zien. Volgens de bewoners moet de raad het voorstel echter wel érg ruim zien.
Het bestuursvoorstel verwijst naar het bijgevoegde amendement. In het amendement wordt vervolgens verwezen naar de randvoorwaarden voor de ontwikkellocatie. Die randvoorwaarden zijn nog steeds van toepassing, met uitzondering van de passage over de bouw van maximaal drie woningen. Het amendement wil op voorhand niet uitsluiten dat dat er wellicht meer worden.
De vraag die gesteld kan worden is of men vervolgens hier gewoon zijn gang kan gaan. Dat is niet het geval, want alle andere punten blijven van toepassing, waaronder de positie en de omvang van ‘ontwikkellocatie 12’. Het amendement kan dan ook alleen maar in enge zin worden gelezen.
De door spreker getoonde foto in relatie tot de omvang en positie van ontwikkellocatie 12, maakt duidelijk wat er aan de hand is. Het plan ligt voor 70% buiten de kaders in een gebied dat als waardevol groen is bestempeld.
Het bestuursvoorstel zit vol doelredeneringen en hanteert veel informatie die onlogisch, misleidend en op meerdere punten zelfs aantoonbaar onjuist is. De conclusie van de bewoners is: het is gebaseerd op het verkeerde uitgangspunt, maar het gaat nog een stap verder. In het bestuursvoorstel staat bij kanttekening 2.1: “het initiatief is niet opnieuw getoetst aan het inbreidingsbeleid”. Deze formulering is misleidend, onjuist en onzorgvuldig, want gesuggereerd wordt dat die toetsing in een eerder stadium wel heeft plaatsgevonden. Dat is echter niet het geval. Het inbreidingsbeleid is als toetsingskader gebruikt voor de gebiedsvisie in maart 2014, toen er nog helemaal geen sprake was van ‘ontwikkellocatie 12’; deze ontstond pas in augustus 2014. “Niet opnieuw getoetst” moet dus gelezen worden als “niet getoetst”.
In het inbreidingsbeleid staat dat er één situatie is, waarin de raad het beleid aan de kant mag schuiven: als er sprake is van een verbetering van de stedenbouwkundige structuur en/of het oplossen van een stedenbouwkundig of maatschappelijk knelpunt. Spreker verwijst naar hoofdstuk 3, 5 en 6. Dat is hier echter niet aan de orde: er wordt geen knelpunt opgelost. Het bestuursvoorstel voert daarvoor geen enkele onderbouwing aan en noemt dat nergens als argument. In dat geval geldt de gebiedsvisie.
Waar het kortom om gaat is dat er initiatiefnemers zijn met een plan, die de gemeente vragen of hun plan mogelijk is. Er is echter een gebiedsvisie, waarin staat bij 1.1 dat dit bedoeld is om antwoord te geven op de vraag óf en onder welke voorwaarden er inbreiding kan plaatsvinden. Het antwoord op de vraag of het hier gaat om een ingewikkeld vraagstuk is nee.
De raad heeft hier akkoord gegeven op het ontwikkelen van déze gebiedsvisie om de cultuurhistorische waarden van dit gebied te behouden. Het doel van dat rapport is ‘om antwoord te geven op de vraag … ‘. Nu lígt er een vraag voor, maar wordt er niet naar het rapport gekeken. Hoe geloofwaardig is dit? Waarom worden in deze gebiedsvisie de ontwikkellocaties 1 t/m 10 getoetst aan de criteria en gebeurt dit niet bij nummer 12?
De omwonenden zijn hier vanavond niet omdat ze moeite hebben met het beleid, maar omdat zij moeite hebben met het feit dat het beleid hier niet wordt toegepast. Het lijkt een zeer redelijk verzoek dat alsnog te doen. Zij verzoeken de commissie het uitwerkingsinitiatief terug te sturen naar de afzenders, voorzien van een negatief advies, waarbij aangegeven wordt dat het amendement maar op één manier uit te leggen is, namelijk in enge zin, en dat ieder volgend initiatief naar eer en geweten getoetst dient te worden aan het beleid, zoals dat door de raad is vastgesteld.

De heer KLEIN VELDERMAN dankt de heer Zwaving voor zijn duidelijke uitleg. Hij hoopt dat nu op voorhand duidelijk is dat het college nee moet kunnen zeggen.

De heer DE KOE zegt dat er beleidsregels vastliggen, waarbinnen uitbreiding mogelijk is binnen bestaande bouwblokken. Spreker vraagt of voor de bewoners een mogelijkheid is binnen die beleidsregels om uitbreiding van bouwvolume toe te staan.
De heer ZWAVING zegt dat hij niet namens de buurt kan antwoorden. Wat spreker vanavond op tafel heeft gelegd, is een zeer principieel punt. Er is beleid en de bewoners constateren dat het beleid niet is toegepast. Het is daarom niet een kwestie van ‘handjeklap’ over het aantal. 

De heer DE KOE vraagt of de buurtbewoners wel instemmen als het beleid wordt toegepast.
De heer ZWAVING wil de vraag omdraaien en zegt dat als het beleid aangeeft dat er ruimte is, de bewoners daar niet tegen kunnen zijn.

De heer BERKHOFF zegt dat de heer Zwaving gelijk heeft als hij zegt dat het beleid uitgevoerd moet worden. Er is echter een amendement aangenomen, dat een wijziging op het beleid inhoudt.
De heer ZWAVING zegt dat in het amendement verwezen wordt naar de inspraakreactienota, naar het feit dat het inbreidingsbeleid nog geldig is en naar alle randvoorwaarden die hierop van toepassing zijn, zijnde bijlage 4. Daarover kan geen discussie bestaan. 

De heer G. KREIJKES zegt dat de heer Zwaving in zijn inspraak forse kritiek uit over het onderwerp dat vanavond is geagendeerd, met name richting het ambtelijk apparaat. Spreker vraagt of er contact is geweest met het ambtelijk apparaat om zich te laten informeren.
De heer ZWAVING zegt dat er is gesproken met de wethouder en met de verantwoordelijke ambtenaar. Zij hebben de bewoners geadviseerd vanavond gebruik te maken van het spreekrecht.

De heer RAASVELD, toekomstig bewoner van de Stokmansveldweg, spreekt in namens diverse buurtbewoners).
Zoals ook de heer Zwaving heeft gezegd, zijn er behoorlijk veel inhoudelijke tegenargumenten. Spreker wil naast de feitelijkheden die door de vorige in spreker zijn verwoord, een gevoel overbrengen dat er leeft bij hem en bij een hele buurt met mensen. Dat gevoel wordt vooral gevoed door hoe het proces is gelopen. Er is inhoudelijk veel aan te merken op het bestuursvoorstel en het uitwerkingsinitiatief, maar met name de gevolgde procedure roept serieuze vragen op.
Spreker heeft in juni 2015 een huis gekocht aan de Stokmansveldweg, dat hij in juni 2016 betrekt. Hij heeft met de buurt kennisgemaakt op 26 januari jl. toen de initiatiefnemers hun plannen toonden aan de buurt. In het bestuursvoorstel wordt gesproken over ‘modern noaberschap’; spreker betitelt deze avond zeker niet als ‘modern noaberschap’.
Geschrokken van het tumult, vooral na deze avond in de buurt, heeft spreker zich ingelezen en begrijpt nu de verontrusting en de verontwaardiging bij de gehele buurt. Hij stelt de volgende vragen:

  • In april 2014 worden bewoners uitgenodigd door de gemeente om tijdens een inloopavond kennis te nemen van de gebiedsvisie Stokmansveld. Feitelijk gaat het hier om het toekomstbeeld voor het voetbalterrein en de tennisbanen. In augustus 2014 is er voor het eerst sprake van ‘ontwikkellocatie 12’, hetgeen een substantiële wijziging is ten opzichte van hetgeen in april is gepresenteerd. Waarom zijn de bewoners in april uitgenodigd om naar een groene weide te kijken, maar worden zij niet in augustus geïnformeerd over een mogelijke wijziging daarin?
  • Het ‘plan lintbebouwing’ voor de bouw van zestien woningen wordt in de inspraakreactienota in augustus 2014 met goede argumenten geweerd, geheel in lijn met de gebiedsvisie. Desondanks ontstaat ‘ontwikkellocatie 12’ op dat moment. Welke argumenten zijn daar eigenlijk voor? Waarom wordt hier de deur op een kier gezet en wordt niet vastgehouden aan de gebiedsvisie?
  • Het bestuursvoorstel meldt dat het amendement mogelijk voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Het amendement dateert van oktober 2014. Als op enig moment blijkt dat er onduidelijkheid is over de uitleg van het amendement, waarom is niet al veel eerder, vooráfgaand aan de uitwerking van een plan, de vraag aan de raad voorgelegd? Hoe geloofwaardig is het dat de initiatiefnemers ruim een jaar bezig zijn geweest met het uitwerken van een plan, waarbij er volgens hen zelf onduidelijkheid is over de kaders waarbinnen deze moeten vallen?
  • In 2014 wordt voorgesteld dat de initiatiefnemers met het college om tafel gaan om een plan uit te werken. Waarom wordt dit in kleine, besloten kring gedaan? Er is door spreker ten tijde van de koop van zijn huis, maar ook door verscheidene andere bewoners bij de gemeente zonder succes naar geïnformeerd. Gevolg hiervan is dat, zonder medeweten van de omwonenden, de initiatiefnemers een-op-een hun plannen kunnen toelichten, waarbij voorbijgegaan wordt aan de grote bezwaren die onder omwonenden leven. Vandaar de huidige commotie.

Toen spreker in juni 2015 zijn huis kocht, heeft hij kennisgenomen van de gebiedsvisie en het amendement. Deze documenten waren duidelijk, maar met het initiatief dat nu voorligt, wordt de discussie in zijn volle breedte weer van vooraf aan gevoerd. Waar moet men zich als burger aan vasthouden? Immers niet aan een gevoerde discussie op een avond in oktober 2014, waar veel mensen, zelfs een aantal commissieleden van vanavond, niet bij waren. Er kan toch niet in de geest van een discussie ontwikkeld worden? Als het dan anders bedoeld was, had het meteen anders opgeschreven moeten worden in het amendement. De burger moet erop vertrouwen dat een visie, vastgelegd in beleidsdocumenten, enige waarde heeft.
Er ligt een initiatief voor, waarmee hooguit de financiële belangen van twee particulieren zijn gediend, terwijl die van zoveel anderen worden geschaad. Vanuit het perspectief van de gemeente is de vraag welke ruimtelijke noodzaak of welk financieel belang voor de gemeente hier speelt en welk algemeen belang hiermee wordt gediend. De bewoners hebben de argumenten daarvoor niet ontdekt.
Er was een groene weide, dan komt er een blokje met heel duidelijke randvoorwaarden, en nu ligt er een voorstel dat daar 70% buiten ligt. Dit plan lijkt eerder op een provocatie dan op een serieus voorstel. Het is op zoek naar de grens van het acceptabele en de taak van de gemeente is om die klip en klaar aan te geven. De bewoners verzoeken de leden van de commissie dit voorstel terug te geven aan het college met het verzoek daarbij aan te geven dat:

  • Er slechts één uitleg te geven is aan het amendement inzake ontwikkellocatie 12: in enge zin.
  • Het door de raad vastgestelde beleid van de gebiedsvisie Stokmansveld toegepast dient te worden inclusief de daarin opgenomen criteria.

De heer DE KOE vraagt of er volgens de heer Raasveld binnen de huidige vastgestelde beleidskaders en –regels mogelijkheden zijn om enige ontwikkeling op deze locatie te realiseren.
De heer RAASVELD zegt dat hij vanavond inspreekt namens veel andere mensen. Volgens hem moet met deze mensen het gesprek aangegaan worden.

De heer MULLER zegt dat er veel vragen zijn gesteld door de heer Raasveld, die vanavond niet beantwoord kunnen worden door de leden van de commissie. Die vragen zullen grotendeels aan de orde komen in de volgende gesprekken. 

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt of de heer Raasveld vanavond antwoord verwacht op zijn vragen en of hij het eens is met spreker dat de enige vraag die vanavond eigenlijk voorligt, is hoe het amendement uitgelegd moet worden.
De heer RAASVELD zegt dat het gaat om een principeverzoek, waarbij de omwonenden op dit moment geen direct betrokkenen zijn. Het gaat echter ook om een principekwestie. Om die reden heeft hij vanavond ingesproken, zodat daarover gediscussieerd kan worden en er duidelijkheid moet komen over het amendement.

De heer NOORDAM vraagt de heer Raasveld om een nadere duiding over het vragen van informatie aan de ambtelijke organisatie.
De heer RAASVELD zegt dat hij op het moment dat hij zijn woning kocht, informatie heeft gevraagd bij de balie van de gemeente. Ook de makelaar en sommige bewoners hebben geïnformeerd bij de gemeente of er al iets bekend was over de locatie. Daarop is ontkennend geantwoord.

Eerste termijn

De VOORZITTER zegt dat er twee vragen voorliggen:

  • Moet het amendement gelezen worden in enge zin of in ruime zin?
  • Er wordt instemming gevraagd met de uitwerking van de gebiedsvisie voor ontwikkellocatie 12.

De heer NIJKAMP zegt dat het college de bal bij de commissie legt. Het betreffende amendement is destijds door het CDA medeondertekend, met de opmerking dat het gaat om de stedenbouwkundige kwaliteit. Het CDA kan zich vinden in de verwoording in het collegevoorstel, om het amendement in enge zin te zien.
Het uitgangspunt was destijds “compact erf”, waarvoor een vlek was ingetekend. Het CDA heeft daarbij gezegd zich niet te willen vastpinnen op een aantal van drie of van vier, maar dat dit door de raad wordt bepaald bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het CDA houdt daar nog steeds aan vast.

De heer DE KOE zegt dat de gevraagde ontwikkeling niet geheel voldoet aan het amendement. De bijbehorende tekening is niet wat Lokaal Liberaal had verwacht van deze ontwikkellocatie. Lokaal Liberaal hecht aan de bouwblokken die er nu liggen. Daarbuiten ziet zij wel enige mogelijkheden, bijvoorbeeld het realiseren van een stukje lintbebouwing op de kavel. Zoals het nu is ingetekend is het ‘mijn buurman heeft er last van, maar ik niet’. Lokaal Liberaal vindt dat dit eenzijdig is gecreëerd en niet passend binnen de structuur van het plangebied.

De heer G. KREIJKES zegt dat de vraag voorligt hoe het amendement is bedoeld. Volgens spreker was het de bedoeling dat er iets meer mocht en kon dan wat nu voorligt in enge zin. Uiteraard kon iedereen zich vinden in die enge zin, maar het is de vraag of de raad zich kan vinden in de manier waarop het toentertijd was bedoeld met het amendement in die bredere zin.
De raad heeft het college op pad gestuurd om ernaar te kijken, omdat er iets mogelijk moest zijn dan wat toen voorlag. Destijds lag het plan in enge zin voor. De raad heeft het amendement gesteund en daarbij aangegeven dat er iets meer moest kunnen. Over aantal, het hoe en het wat is tegen het college gezegd dat men moest zorgen er met elkaar uit te komen.
Nu ligt er een plan en, daar gaat spreker van uit, is het college er uitgekomen met de initiatiefnemers. Omdat er een voorgenomen besluit voorligt, wordt gevraagd hoe de raad het amendement precies heeft bedoeld. Spreker herhaalt dat de SGP dat heeft bedoeld in bredere zin. Dat is door de raad gesteund. De SGP is in haar mening niet veranderd en het voorstel mag gelezen worden in bredere zin. Mogelijk is dat het plan dat nu is ingediend. Spreker kan zich daarbij wel voorstellen dat de omwonenden daar op- en aanmerkingen bij hebben.

De heer DE KOE zegt bij interruptie dat de heer G. Kreijkes stelt dat het college eruit is gekomen: in dit huis en met de initiatiefnemers. Blijkbaar niet met de buurt.

De heer NIJKAMP zegt bij interruptie dat hij niet heeft begrepen dat het college eruit is gekomen met de initiatiefnemers. Zo heeft spreker dat niet begrepen. Volgens hem legt het college de bal bij de raad om een duidelijke uitspraak te krijgen over het amendement. 

De heer G. KREIJKES zegt daarop, dat hij in dat geval alsnog de vraag stelt of het college eruit is gekomen. Spreker wil echter hameren op de wijze waarop toentertijd het amendement door de raad is bedoeld en waarmee het college op pad is gestuurd: meer dan in enge zin. Volgens spreker kan iedereen dat punt ondersteunen. 

De heer MULLER zegt dat hij graag zelf verwoordt wat hij toentertijd heeft bedoeld. 

De heer G. KREIJKES zegt dat hij daarmee geen enkel probleem heeft, maar dat hij erop vertrouwt dat de heer Muller hetzelfde bedoelt als de SGP.

De heer MEIJERINK verzoekt de wethouder in te gaan op de woorden van de insprekers.
Spreker vraagt waarom het college het amendement uitlegt in ruime zin. Volgens hem lijkt de tekst van het amendement daarvoor geen aanknopingspunt. Verder wordt er gesproken over een locatie en een ontwikkellocatie. Spreker hoort graag wat het verschil daartussen is. In de tekst van het dictum, onder het besluit bij 2, lijken deze twee termen als synoniemen gebruikt te worden. De conclusie lijkt te zijn dat het amendement in enge zin gelezen moet worden, puur kijkend naar wat er staat.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie het amendement heeft ondersteund. Spreker staat daar nog steeds achter. Er is geen mogelijkheid het amendement anders te lezen. In de oorspronkelijke gebiedsvisie was er ruimte voor drie woningen. Dat vond de raad te beperkt, waarna er is gediscussieerd over het aantal en is het college opgedragen: meer dan drie moet mogelijk zijn. De raad heeft het overgelaten aan het college om met een goede invulling te komen. De ChristenUnie heeft toentertijd het amendement medeondertekend. Het moet volgens haar in ruimere zin uitgelegd worden.

De heer VAN VEEN zegt dat in de overwegingen van het amendement staat: “De raad niet uitsluit dat op deze locatie als stedenbouwkundige verbetering wellicht meer woningen zouden kunnen worden toegestaan”. Er staat dus “wellicht” en niet “zonder meer”. In een van de volgende overwegingen staat: “Het eveneens wenselijk is om bij een toekomstig verzoek tot bestemmingsplanwijziging op deze specifieke locatie op basis van het dan geldende inbreidingsbeleid de mogelijkheden getalsmatig niet op voorhand te beperken tot drie woningen”. Dat zouden ook vier woningen kunnen zijn; dat is al 25% meer. Er staat niets over een totale ontwikkeling. Dat is een interpretatie.
D66 vindt dat het amendement in enge zin beschouwd moet worden.

De heer G. KREIJKES merkt bij interruptie op dat dat de heer Van Veen niet bij de discussie over het amendement aanwezig was. Zo is het amendement niet bedoeld en niet uitgelegd. 
De heer VAN VEEN zegt dat het er echter wel zo staat.

De heer G. KREIJKES herhaalt zijn woorden en zegt dat de discussie zo niet is gevoerd.

De heer KEVELAM zegt dat de VVD het amendement medeondertekend heeft vanuit het idee dat er meer mogelijk moet zijn dan drie woningen, en niet slechts op de roodomlijnde plek als ontwikkellocatie 12, maar in het totale open terrein dat er ligt. Dat is voor de VVD een uitleg in ruime zin.
Spreker wijst erop dat destijds ook gesproken is over “zorgvuldigheid met betrekking tot dit gebied”. Volgens het initiatief is er een aantal woningen gesitueerd aan de rand die toch al bebouwd is en blijft er een redelijk open gebied over. 

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang de omschrijving in het amendement, die nu als eng wordt geduid, destijds al een redelijke verbreding vond: meer dan drie. Volgens Gemeentebelang ging het destijds om de begrippen “erven in combinatie met bestaande woningen” en “eventueel kangoeroebebouwing”. Het realiseren van een nieuwe straat met lintbebouwing was op dat moment buiten het gedachtenveld van Gemeentebelang. Een verwijzing daarnaar heeft spreker in de notulen van destijds niet teruggevonden. Een dergelijke grote mogelijkheid was volgens Gemeentebelang niet verwoord in de wijze waarop het amendement was opgesteld. De intentie waarmee zij destijds heeft ingestemd, was relevant. Daar houdt zij aan vast.
Gemeentebelang blijft van mening dat het amendement gelezen moet worden in enge zin: dat is meer dan drie.
Gemeentebelang wil meedenken over het voorstel dat nu voorligt, zoals geldt voor elk nieuw voorstel. Zij vindt echter dat de inbreidingsvoorstellen moeten voldoen aan de uitgangspunten van een gebiedsvisie, zoals beschreven in de actuele nota Inbreidingsbeleid, hoofdstuk 5.1: “De aantoonbare verbetering van stedenbouwkundige en/of landschappelijke structuur of het oplossingen van een stedenbouwkundig of maatschappelijk knelpunt”. Dat is de kern, waarmee alles begint. In dit voorstel mist Gemeentebelang de toetsing op die aspecten. Zij is er niet van overtuigd dat aan die normen voldaan kan worden en wijst het voorstel vooralsnog af. De opinie van Gemeentebelang is: doorgaan met de beperkte variant.

De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat de heer Muller wil meedenken over elk plan dat voorgelegd wordt. Spreker vraagt hoever hij wil gaan wat betreft het aantal woningen.
De heer MULLER zegt dat die vraag op dit moment niet aan de orde is. Als er een goed plan ligt, dat voldoet aan de uitgangspunten van het inbreidingsbeleid, dan is dat bespreekbaar voor Gemeentebelang en stelt zij het op dat moment aan de orde.

De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat door de insprekers is gezegd dat het plan niet is getoetst aan het inbreidingsbeleid. De heer Muller wijst nu echter dit plan al af. Spreker vraagt of hij daarmee niet moet wachten tot het plan daaraan wel is getoetst.
De heer MULLER merkt op dat hij het woord “vooralsnog” heeft gebruikt; op dat moment wordt daarnaar gekeken. Gemeentebelang is er echter niet van overtuigd dat aan de normen voldaan kan worden en wijst daarom dit voorstel vooralsnog af. De opinie van Gemeentebelang is: doorgaan met de enge variant. 

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college moeite heeft gehad met het voorstel en het mede daarom als een voorgenomen besluit voorlegt. De vraag moet beantwoord worden of dit in enge of in ruimte zin gezien moet worden.
De enige vraag die aan het college is gesteld, is of het college eruit is gekomen. Die vraag moet in de context gezien worden dat met de initiatiefnemers is gesproken over enge en ruime zin. Als het gaat om ruime zin, dan is het college er uitgekomen met de initiatiefnemers. Ook door het SAB is hiernaar gekeken.
In eerste instantie zou er een forsere uitbreiding komen. Spreker verwijst naar de woorden van de Kevelam over bebouwing aan de zijkant, die aansluit bij reeds bestaande bebouwing. Op die manier heeft het college zijn afweging gemaakt. Het college meent dat de commissie tekortgedaan wordt als puur gezegd zou worden dat het college het amendement in enge zin ziet. Om die reden heeft het college dit voorgenomen besluit vandaag voorgelegd.
Naar aanleiding van de woorden van de insprekers, zegt spreker dat het gaat om de interpretatie van het amendement, dat door de raad zelf is ingediend. De commissie heeft hierop zelf zojuist al antwoord gegeven. Een specifiek punt dat is genoemd door de heer Zwaving, is dat het “opnieuw” getoetst zou worden. Daarin geeft spreker de heer Zwaving gelijk. Dat zou de suggestie kunnen wekken dat het al getoetst is. Dit is een locatie die groter is dan 1500 m². Dan is volgens het inbreidingsbeleid automatisch een totale stedenbouwkundige onderbouwing noodzakelijk.

De heer MEIJERINK vraagt hoe het college ertoe is gekomen het amendement in brede zin te lezen. Er wordt gewezen op het verschil tussen een locatie en een ontwikkellocatie. Volgens spreker is dat verschil er niet. Kijkend naar het amendement, lijkt het erop dat deze termen als twee dezelfde dingen zijn gebruikt. 
Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college mede heeft gekeken naar de discussie die hierover is gevoerd. Door de fracties wordt hierover verschillend gedacht. Om die reden legt het college dit terug met de vraag of het amendement in enge of in ruime zin gelezen moet worden.

De heer MEIJERINK zegt dat het college er in het stuk van uitgaat dat het amendement in ruime zin gelezen moet worden en vraagt of dat niet voorbarig is geweest.
Wethouder CORNELISSEN herhaalt zijn woorden en zegt dat de eerste vraag die het college vanavond voorlegt, is of het amendement in ruime of in enge zin gelezen moet worden.

Tweede termijn

De heer G. KREIJKES zegt dat hij de vraag van de heer Meijerink niet begrijpt. Het college heeft de bespreking van destijds meegewogen in zijn afwegingen. Wellicht komt de PvdA nu terug op haar mening van toen. Volgens spreker is het echter destijds bedoeld zoals hij in eerste termijn heeft verwoord: er moet meer kunnen, ook buiten het bouwblok om. Het college heeft daar rekening mee gehouden.

De heer MULLER verzoekt een interruptie te mogen plaatsen.

De heer G. KREIJKES zegt dat hij niet duidelijker kan zijn.
Spreker merkt op dat de heer Muller mag interrumperen als hij is uitgesproken. Dat zijn de regels.

De heer MULLER vraagt of de voorzitter hem nu of straks het woord geeft.

De VOORZITTER zegt dat de heer Muller het woord krijgt als de heer G. Kreijkes is uitgesproken.

De heer G. KREIJKES vervolgt zijn betoog. Hij wil naar voren brengen dat kennelijk een aantal fracties zich de discussie van destijds niet goed meer lijkt te kunnen herinneren. Daarom herinnert spreker hen graag aan de manier waarop het destijds is bedoeld. Het college heeft daarmee rekening gehouden.
De SGP gaat voor een brede benadering.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Muller voor een interruptie.

De heer MULLER attendeert de heer Kreijkes er bij interruptie op dat de raad gezamenlijk van mening was dat er meer woningen gebouwd konden worden dan drie. Het is niet voor niets dat hierover nu een vraag gesteld wordt, want als alles klip en klaar was, had hierover vanavond niet de discussie gevoerd hoeven te worden.
Nu wordt gevraagd hoe het bedoeld was. Gemeentebelang heeft haar mening daarover gegeven. Anderen denken er anders over. Dat is ieders recht. De raad deelt sommige dingen, maar niet de uiteindelijke marge.

De heer BERKHOFF zegt dat de heer Muller refereert aan de gezamenlijke mening van de raad: er mocht meer gebouwd worden en vandaar het amendement. Nu het college een voorstel voorlegt met de vraag of dat de strekking is van wat de raad heeft bedoeld met het amendement, komen meerdere fracties daarop terug.

De heer KLEIN VELDERMAN verzoekt een interruptie te mogen plaatsen.
De heer BERKHOFF zegt dat hij eerst zijn verhaal wil afmaken.

De VOORZITTER zegt tegen de heer Klein Velderman dat hij zijn interruptie  kan plaatsen als de heer Berkhoff is uitgesproken.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat hij nu een interruptie wil plaatsen.

De VOORZITTER verzoekt de heer Berkhoff eerst zijn verhaal af te maken.

De heer BERKHOFF zegt dat de discussie van destijds erover ging dat er meer ruimte moest zijn. Hoe groot die ruimte mocht zijn, zou door het college uitgewerkt worden. Het college heeft nu met voorliggend voorstel precies, in ruime zin, de strekking van het amendement uitgewerkt. Spreker begrijpt de discussie daarom niet meer.

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Klein Velderman voor een interruptie.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat dit geen interruptie is, maar een vervolg óp. Als het een interruptie was geweest, had spreker de heer Berkhoff kunnen interrumperen, waarna hij had kunnen reageren op de vraag van spreker.

De VOORZITTER zegt dat de heer Klein Velderman nu gebruik kan maken van zijn tweede termijn.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de regels telkens veranderen.
Spreker heeft het verslag teruggelezen. In die discussie heeft hij zich destijds niet gemengd. Hij distantieert zich stellig van de woorden van de heer G. Kreijkes, die zegt dat hij namens de raad spreekt en dat dit gezamenlijk is besloten. D66 heeft ingestemd met het amendement. Geen burger hier kan echter volgen welk gevoel daarbij is opgeroepen en wat er destijds is bedoeld. Als dat was benoemd in dat SGP-amendement, dan had nu niet de discussie gevoerd hoeven te worden. Het wordt een enge discussie, volgens spreker. Er wordt iets afgesproken, dat wordt vastgelegd in een amendement en vervolgens wordt gezegd: het staat er wel, maar wij bedoelen iets anders. Daar kan spreker niet mee leven.

De heer NIJKAMP zegt dat het amendement blijkbaar niet duidelijk genoeg is geweest. Het CDA heeft het amendement destijds medeondertekend, ervan uitgaande dat gesproken werd over de definitie van “compact erf”. Zo staat het ook in de tekst van het amendement. In de uitleg in het collegevoorstel, ‘in enge zin’, kan het CDA zich goed vinden. Wel heeft het CDA destijds gezegd dat de optie van drie woningen verruimd kon worden en dat het college ruimte gegeven  kon worden om met initiatiefnemers te praten. Dat zou kunnen gaan om bijvoorbeeld vier woningen, maar wat het CDA betreft absoluut niet om tien of twaalf woningen. De discussie van vanavond moet daarover helderheid geven. Het CDA gaat voor de uitleg in het collegevoorstel ‘in enge zin’ en zij kan zich niet vinden in het initiatief voorstel dat voorligt. 

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal op deze locatie, binnen de vastgestelde beleidsregels, meer ruimte ziet dan drie woningen. Lokaal Liberaal staat daar nog steeds achter.
Het college moest bij de raad terugkomen als er inderdaad een plan zou voorliggen. Er ligt nu een schetsplan, maar Lokaal Liberaal had iets heel anders in gedachten, namelijk: aansluitend op bestaande bebouwing. 

De heer VAN VEEN wijst op de zinsnede “wellicht meer woningen zouden kunnen worden toegestaan”. In het amendement staat “niet op voorhand te beperken tot drie woningen”. Spreker leest uit alle stukken die hierover zijn geweest, dat er een goede invulling moest komen voor het gebied. Het was misschien beter geweest eerst een visie te maken over wat de raad met dit gebied wil. D66 wil het amendement lezen in enge vorm.

De heer MEIJERINK zegt dat het amendement ruimte biedt voor uitbreiding boven hetgeen in er in de ontwikkelingsvisie staat, dus meer dan drie. In die zin heeft de PvdA het amendement destijds gelezen, onder de voorwaarden die gesteld zijn onder 2.2. in het besluit, zoals in het amendement is opgenomen. Wat de PvdA betreft moet een ontwikkeling voldoen aan deze voorwaarden. Het lijkt erop dat het plan dat nu voorligt daaraan niet voldoet.

De heer KEVELAM zegt dat de VVD erbij blijft dat het amendement in ruime zin uitgelegd moet worden met de mogelijkheid woningen buiten het bouwblok te realiseren. De VVD heeft daarmee geen probleem.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang bij haar opinie blijft, die zij in de eerste termijn heeft gegeven. Het doet spreker deugd dat meerdere fracties dat bevestigen.

De VOORZITTER concludeert dat er een meerderheid is voor ‘in ruimere zin’, dus meer dan drie. Twee fracties blijven bij ‘in enge zin’, zoals zij destijds het amendement hebben gelezen.

De heer NIJKAMP zegt dat de tekst van het collegevoorstel over ‘in enge zin’ aangeeft: het aantal woningen rond de bestaande woningen zou beperkt hoeven te worden tot de voorgestelde drie. Daarvan heeft het CDA bij amendement gezegd dat het wel wat meer woningen mogen zijn. Misschien kon het gaan om vier woningen, maar nadrukkelijk geen tien woningen. “Het compacte erf” is voor het CDA de voorwaarde. Dat staat ook in de tekst van het amendement.

De heer G. KREIJKES zegt dat de heer Nijkamp doet voorkomen, als de plannen worden ontwikkeld in bredere zin, alsof niet voldaan wordt aan “compact erf”. Dat is wel degelijk het geval. 

De heer NIJKAMP zegt dat hij dat bestrijdt.

De heer BERKHOFF verzoekt een interruptie te mogen plaatsen.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt als punt van orde, dat de voorzitter bezig was met zijn afronding. Nu lijkt er een derde termijn te komen.

De VOORZITTER zegt dat er tot slot een interruptie komt van de heer Berkhoff.

De heer BERKHOFF zegt dat vanavond besloten moet worden of of het voorstel in enge zin of in ruime zin beschouwd moet worden. Dat geeft duidelijkheid voor de raad en voor het college.

De VOORZITTER trekt de conclusie, de discussie en de opinies horende, dat er een meerderheid is die zegt het amendement te lezen in ruime zin.

De heer MEIJERINK zegt dat hij vreest dat de voorzitter gelijk heeft. SGP, ChristenUnie en VVD hebben samen een meerderheid met dertien stemmen.
De heer G. KREIJKES zegt dat de heer Meijerink daar niet voor hoeft te vrezen.

De heer MEIJERINK zegt dat hij dat wel een beetje vreest. Hij is namelijk eens met de woorden van de heer Nijkamp. De voorzitter heeft echter goed geteld en zijn conclusie is helaas de juiste.

De VOORZITTER rond daarmee het agendapunt af. Over het voorgenomen besluit, namelijk in te stemmen met de uitwerking van de gebiedsvisie voor de ontwikkellocatie 12, is niet uitgebreid gesproken, omdat het amendement dat bepaalt.

Spreker schorst de vergadering om het publiek de gelegenheid te geven te vertrekken.

Schorsing van 20.35 tot 20.39 uur.

De VOORZITER heropent de vergadering.

9 Een toekomst voor de Beukenlaan (opiniërend; Cornelissen)
De heer D. JANSEN (Holterbergweg 19 in Holten) spreekt in. Via een van zijn ondernemingen bezit hij drie stukken grond aan de Beukenlaan. Recent heeft hij vernomen dat hij vijf van de beuken bezit. Spreker vindt het komisch dat iemand zonder serieus overleg plannen maakt over zijn bezit.
Nederland behoort tot de tien welvarendste landen ter wereld, wat zij heeft te danken aan het rechtssysteem en het politiek systeem. De gemeenteraad maakt deel uit van dat politieke systeem. Spreker uit zijn complimenten en waardering voor het werk van de gemeenteraad, al is hij het daarmee niet altijd eens.
Spreker zegt dat er een gespannen, niet-constructieve relatie is tussen hem en de gemeente sinds de samenvoeging van Holten en Rijssen. Spreker is betrokken geweest bij meerdere bezwaarprocedures, uitmondend in enkele rechtszaken. Een aantal rechtszaken heeft hij gewonnen en een aantal heeft hij verloren. Deze gespannen relatie heeft invloed op de manier waarop hij omgaat met voorstellen; iemand waarmee men een gespannen relatie heeft, gunt men wat minder.
Over de Beukenlaan staat in het rapport: “Het is een uniek laantje aan de voet van de Holterberg. De laan fungeert als recreatieve verbinding tussen Holten en de Holterberg. Daarnaast is het laantje, sinds de aanplant van de beuken ongeveer 105 jaar geleden, uitgegroeid tot het visitekaartje van Holten. De Beukenlaan representeert de schoonheid van de omgeving van Holten.” Spreker staat daar geheel achter. Het is goed dat nagedacht wordt over de toekomst en de instandhouding van de Beukenlaan, maar dat moet volgens hem breder getrokken worden. Achter de Beukenlaan ligt de Holterberg en de raad moet daarover duidelijke uitspraken doen in zijn visie. In de Stimuleringsagenda van het Nationaal Park 2016 staat dat in het kerngebied de focus moet liggen op natuur en dat er geen toename van recreatie moet plaatsvinden. Op de flanken moet versterking van natuur, landschap en recreatie plaatsvinden. De Beukenlaan is vanuit het dorp de toevoerweg naar het kerngebied van de Holterberg. In het stuk treft men echter slechts maatregelen aan die de toevoer van recreanten en toeristen naar het kerngebied vergroten door verbreding van het fietspad en meer ruimte geeft aan voetgangers door afsluiting van het autoverkeer. Spreker vindt dat in strijd met de uitgesproken visie op de Holterberg. De raad moet in zijn afwegingen daarover goed nadenken en goed discussiëren.
De raad is geïnformeerd dat er alleen grond aangekocht hoeft te worden. In het geval van spreker moeten er echter ook vijf prachtige bomen aangekocht worden. De waarde van deze beeldbepalende bomen is niet bekend. Wellicht is uitruilen een mogelijkheid.
Het is goed dat de raad nadenkt over de Beukenlaan en dat de Beukenlaan behouden blijft. Het is uitermate vervelend dat de ambtelijke organisatie dat doet zonder hem daarin te betrekken. Wat zijn houding daarin zal zijn, hangt af van de manier waarop de raad en de gemeente hiermee omgaan.

De heer KLEIN VELDERMAN merkt op dat de heer Jansen aangeeft dat het jammer is dat er een plan is ontwikkeld waarbij hij als eigenaar van enkele bomen en de grond eromheen niet is betrokken. Dat is een kwalijke zaak. D66 zal het college hierover vragen stellen.

De heer DE KOE zegt dat de heer Jansen de opmerking maakte dat hij een lange toekomst wenst voor het Beukenlaantje. De raad heeft daarover in ruime meerderheid gezegd dat de Beukenlaan dan afgesloten moet worden voor gemotoriseerd verkeer. Holten kan als toeristische trekpleister verder worden gepromoot en er wordt ruimte gegeven aan de toegang tot de Holterberg. De Beukenlaan is daarvan een goed voorbeeld. Hij vraagt of het klopt dat de heer Jansen dat eigenlijk niet goed vindt.
De heer JANSEN zegt dat er nog een bezwaarprocedure loopt. De bestaande bestemmingsplannen staan toerisme, zoals dit op dit moment plaatsvindt op de Holterberg, niet toe. Spreker kan hierop in verband met de procedure niet verder ingaan.

De heer TER SCHURE vraagt wat de heer Jansen vindt van de intentie van het college om de Beukenlaan nog minimaal 70 tot 80 jaar vitaal te houden.De heer JANSEN zegt dat in het rapport staat dat de Beukenlaan invulling geeft aan de schoonheid van de omgeving. Het is een goed plan dat te behouden. Er zijn echter ook punten, zoals het plaatsen van rare kunstwerken … .

De heer TER SCHURE zegt bij interruptie dat dat een gepasseerd station is. Spreker vraagt de heer Jansen naar zijn mening over het vitaliteitsplan voor de beuken.
De heer JANSEN zegt dat het een prima plan is voor de beuken. Het gaat om de schoonheid, maar er zijn naar zijn mening hier ook plannen goedgekeurd die die schoonheid behoorlijk aantasten.

De heer BERKHOFF zegt dat de heer Jansen complimenten maakte en waardering heeft voor de politiek. Tijdens zijn betoog roept de heer Jansen de politiek echter op mee te werken aan een soort handjeklap in verband met een aantal conflicten die hij heeft met het college en de ambtenaren, waar ook de politiek zich mee zou moeten bemoeien. Spreker vraagt of die vraag terecht is.

De heer JANSEN zegt dat hij dat terecht vindt voorzover dat moet leiden tot een besluit in de raad. De raad is zelf ook constant bezig met het sluiten van compromissen.

Eerste termijn

De heer HAASE zegt dat de SGP blij is met het voorstel dat het college heeft overgenomen om de Beukenlaan open te stellen voor bestemmingsverkeer. Dat bespaart de gemeente de aanleg van een dure alternatieve ontsluiting.
Er is een aantal dingen waardoor het voorstel iets is gewijzigd. Zo wordt het fietspad nu twee meter in plaats van twee en een halve meter met daarnaast een voetpad. De SGP vindt het prima dat de snelheidsverschillen hiermee worden ondervangen tussen voetgangers en fietsers, al brengt dit wel wat meerkosten met zich mee.
Uit het tweede advies dat is opgevraagd, blijkt dat de Beukenlaan zeker nog 40 jaar kan blijven bestaan, terwijl het vorige advies heeft gezegd dat het maximaal 50 jaar zou kunnen bestaan. Het adviesbureau stelt in de second opinion voor extra onderhoud uit te voeren, wat nog eens 40 jaar oplevert. De SGP vindt dat prima, omdat de jaarlijkse extra meerkosten voor het onderhoud relatief beperkt zijn. Wat wel geld kost, is de aanleg van een extra zandpad voor het landbouwverkeer naar de agrarische percelen. Daarvoor moet grond aangekocht worden. Ook schijnt het mogelijk te zijn dat de eigenaren van de percelen een recht van overpad verlenen. Misschien kan het college hier nog eens naar kijken en het bespreekbaar maken met de eigenaren.
De opinie over het plan is overwegend positief. De meerkosten moeten zoveel mogelijk worden beperkt. Als dat betekent dat er geen zandpad komt, vindt de SGP dat geen probleem. Wel moet men bedenken dat welke oplossing ook bedacht wordt, het Beukenlaantje niet meer het Beukenlaantje is over 40 jaar of over 80 jaar en zal er rigoureus te werk gegaan moeten worden.

De heer NIJKAMP zegt dat in de stukken wordt gesproken over een levensduur van de bomen van 100 jaar. Dat is een verdubbeling van de leeftijd van de beuken die er nu staan. De visie van het CDA sluit aan bij de beslispunten die het college voorlegt om door middel van allerlei maatregelen te proberen de leeftijd van de beuken te verlengen. Het CDA beseft dat de beuken die niet het eeuwige leven hebben, dat zich allerlei ziektes en dergelijke kunnen voordoen en dat tussentijds alsnog andere maatregelen genomen moeten worden. Met de maatregelen die nu genomen worden, ook op verkeerskundig gebied door middel van grondaankoop en verbetering van de bodemkwaliteit, komt men tot levensverlenging van de beuken. Het CDA staat daar volledig achter. Wat het CDA betreft kan er geen uitspraak gedaan worden over de lange termijn. Dat is aan toekomstige generaties.

De heer BERKHOFF zegt dat het college goed heeft geluisterd naar de commissie en zoveel mogelijk uitvoering heeft gegeven aan wat eerder door de commissie is besloten. De ChristenUnie stemt volledig in met het voorstel.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 instemt met het voorstel. Garanties worden er niet gegeven, maar het plan moet uitgevoerd worden en de bomen moeten onderhouden worden.

De heer VAN DER SANDEN zegt dat Lokaal Liberaal positief is over het plan en blij is met de goede uitwerking van het college.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA positief is over het plan. Het is prima dat het rapport “De toekomst voor de Beukenlaan” ter inzage wordt gelegd. De PvdA behoudt zich het recht voor hierop te zijner tijd terug te komen als daar nog zaken uit naar voren te komen.

Mevrouw DEIJK zegt dat het hier gaat over een prachtig stukje Holten. De VVD vindt dat er een goed plan voorligt. Hopelijk gaat de Beukenlaan op deze manier nog tientallen jaren of meer mee. De VVD ziet graag in oktober de evaluatie tegemoet over het afsluiten van de Oude Hellendoornseweg.

De heer TER SCHURE zegt dat Gemeentebelang in principe positief staat ten opzichte van dit traject.
Naar aanleiding van beslispunt 1 vindt Gemeentebelang dat ernstig nagedacht moet worden of dat inderdaad gedaan moet worden. Spreker ziet niet hoe afsluiting met verkeersborden gehandhaafd kan worden. Het is volgens spreker beter dat niet te doen, zodat er geen discussies ontstaat over het niet-handhaven. Er moeten niet meer van dergelijke situaties gecreëerd worden.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de evaluatie te zijner tijd naar de commissie komt, zoals staat in het stuk. Verder merkt hij op dat het college het niet zal nalaten als er kosten bespaard kunnen worden.

Tweede termijn

De heer TER SCHURE vraagt wanneer de proef met de afsluiting als geslaagd wordt beschouwd.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat gekeken zal worden naar de situatie van Hoog Holten, waarop een zienswijze is ingediend, zoals in het stuk is aangegeven. Verder gaat het erom dat er geen oneigenlijk gebruik plaatsvindt. De doelstelling is met de maatregelen het verkeer op de Beukenlaan zoveel mogelijk te beperken.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie positief is over dit onderwerp.

10 Nota Parkeernormen (ovv SGP, CU en LL; Cornelissen/Aanstoot) 

Eerste termijn

De heer DE KOE zegt dat op 28 januari jl. naar aanleiding van de situatie rondom Otje van Potje is verzocht te kijken naar de parkeernota die in het verleden is vastgesteld. De raad werd namelijk een aantal keren geconfronteerd met wenselijke ontwikkelingen in het centrumgebied van Rijssen, waarbij men aanliep tegen de mogelijkheden van de parkeernota. Het is niet de intentie van een parkeernota plannen van de raad te dwarsbomen en de parkeernormen aan te passen. De raad heeft echter, in het licht van de vastgestelde centrumvisie, ervoor gekozen het centrumgebied te beperken en aan de randen van het centrum zo mogelijk tot herontwikkeling van locaties te komen, waarbij woonlocaties niet uitgesloten zijn. Het lijkt Lokaal Liberaal daarom goed een differentiatie aan te brengen in de parkeernota als het gaat om centra en herontwikkelingen in centra. Spreker vraagt of de commissie bereid is te komen tot een herijking van de huidige parkeernota.

De heer TER KEURS zegt dat agendering van de parkeernota ook op verzoek van de SGP is gedaan naar aanleiding van recente discussies over parkeernormen bij de ontwikkeling van locatie Sanders en locatie Otje van Potje. De SGP is van mening dat het huidige beleid, zoals vastgelegd in de parkeernota, gecontinueerd moet worden. De SGP begrijpt dat er soms gekeken moet worden naar maatwerk, met name bij ontwikkelingen op inbreidingslocaties waar problemen kunnen ontstaan. De SGP begrijpt dat een ontwikkelaar als ondernemer streeft naar winst, liefst naar maximale winst. De lasten, ook parkeeroverlast in de openbare ruimte, moeten echter niet voor rekening van de maatschappij komen. Die lasten moeten vallen bij die partij die de baten geniet van de ontwikkeling. Het beleid, vastgelegd in de voorliggende parkeernota, dat voorschrijft dat de parkeernorm met parkeerplaatsen op eigen terrein ingevuld moet worden, onderschrijft de SGP van harte. Voor de SGP blijft het uitgangspunt: bij ontwikkelingen zijn zowel de baten als de lasten voor rekening van de ontwikkelaar.

De heer DE KOE zegt bij interruptie dat maatwerk, op zijn minst voor het gevoel, ook kan leiden tot het meten met twee maten. Dat wil Lokaal Liberaal juist voorkomen.

De heer TER KEURS merkt op dat voor de SGP het beleid, vastgelegd in de parkeernota, leidend is. Er kunnen echter ontwikkelingen zijn die maatschappelijk zeer gewenst zijn. Een dergelijke situatie wordt besproken in de commissie, maar voor de SGP blijft op dit moment het vastgestelde beleid leidend.

De heer H. KREIJKES zegt dat hij zich deels kan vinden in de woorden van de SGP. Er komen echter regelmatig plannen voorbij met grote aantallen appartementen. Het CDA wil daarin onderscheid maken. Bij kleinere ontwikkelingen kan het moeilijk zijn het aantal parkeerplaatsen te halen. Wat het CDA betreft kan het huidige beleid blijven bestaan. Bij een ontwikkeling van ongeveer vijf tot zeven appartementen kan de bevoegdheid aan het college gelaten worden om af te wijken van de plannen. Als het gaat om grotere aantallen appartementen moeten de initiatiefnemers het aantal parkeerplaatsen gewoon realiseren en worden er geen uitzonderingen meer toegestaan.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt bij interruptie of dat ook geldt voor nieuwbouw.
De heer H. KREIJKES zegt dat dit alleen moet gelden voor inbreidingslocaties. Nieuwbouwlocaties moeten gewoon de normen halen.

De heer KLEIN VELDERMAN merkt voorts op dat de Kol eigenlijk een inbreidingslocatie is, maar tevens is het een nieuwbouwlocatie. Daar wordt ook afgeweken van de parkeernorm.
De heer H. KREIJKES zegt dat hij de Kol ziet als een nieuwbouwlocatie. Waarop hij zojuist doelde, betreft leegstaande winkelpanden en dergelijke.

De heer BLAAZER zegt dat ook de ChristenUnie heeft gevraagd om agendering van dit onderwerp, omdat er in het verleden onduidelijkheid is geweest. Spreker stelt hierover de volgende vragen:

  • In artikel 2, punt 4 staat: “De nota kent een algemene strekking. Dit betekent dat de nota niet in alle gevallen direct toepasbaar is, omdat in specifieke gevallen maatwerk noodzakelijk en wenselijk is. In die gevallen: gemotiveerd afwijken.” Wie bepaalt wanneer dat aan de orde is?
  • In de parkeernota staan enkele tabellen met het verschil tussen koop- en huurwoningen, koop- en huurappartementen en goedkoop, midden en duur. Hoe is dat onderscheid gemaakt? Dat kan niet uit de tabellen worden gehaald.
  • Als er een schetsontwerp ligt, zijn vaak de prijzen nog niet bekend. Hoe kan hieraan dan een norm gehangen worden op basis van de parkeernota?
  • Naar aanleiding van de toegevoegde plattegrond: wat is een binnenring, wat is een buitenring, waar wordt welke norm gehanteerd? Dat kan niet uit de plattegrond opgemaakt worden.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA zich aansluit bij de conclusies van de SGP. De PvdA kan zich vinden in de parkeernota. Het is heel belangrijk dat men in principe de parkeerplaatsen realiseert op eigen terrein. Daarop mag zeker wat steviger aangedrongen worden bij eventuele ontwikkelaars. Als het echt niet anders kan, zijn er ‘escapes’.

Mevrouw DEIJK zegt dat er volgens de VVD niks mis is met de parkeernota. De nota heeft een algemene strekking en in specifieke gevallen is maatwerk noodzakelijk. Dat is waar de VVD voor gaat.

De heer TER KEURS vraagt bij interruptie wat de VVD verstaat onder maatwerk en of voor de VVD elke situatie maatwerk kan zijn.

Mevrouw DEIJK zegt dat dat in principe inderdaad zo kan zijn. Iedere situatie moet apart bekeken worden. De nota moet daarbij de richtlijn zijn. Dat is in haar ogen maatwerk.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang geen grote moeite heeft met de nota. De clausule omtrent maatwerk biedt mogelijkheden bij bijzondere situaties. De recente discussies hadden betrekking op het opheffen van winkelbestemmingen, waardoor er theoretisch openbare parkeerruimte beschikbaar komt. De vraag is of deze ruimte verrekend kan worden met de nieuwe woonfuncties die ontstaan. Volgens Gemeentebelang zijn de recente situaties te divers om in een regeling vast te leggen. Bij maatwerk kan rekening gehouden worden met de wenselijkheid om wijzigingen op een locatie te realiseren en de winkelbestemming op te heffen; de feitelijke afname van de openbare parkeerdruk in de omgeving of de theoretische afname. Spreker kan zich voorstellen dat er een intern model is – niet als onderdeel van de nota – waarbij bijvoorbeeld een maximum van 50% van de beschikbare ruimte die vrijkomt bij opheffing van een winkelbestemming in sommige omstandigheden als maatwerk ingezet mag worden. Dan lijkt het redelijk die toegewezen capaciteit in rekening te brengen. Dus degenen die er gebruik van maken, zouden een afkoopsom moeten betalen voor het feit dat zij die openbare ruimte kunnen gebruiken. Dat kan als onderdeel van zeer individuele afspraken en niet als een vaste regel. Dat laatste, ‘de gebruiker betaalt’, is het antwoord op de vraag of een projectontwikkelaar beloond moeten worden voor onvoldoende parkeerterreinen.

De heer KEVELAM zegt bij interruptie dat de VVD aan de ambtelijke organisatie de vraag heeft gesteld of er een parkeerfonds is in de gemeente. Dat is in onze gemeente niet bekend. De SGP sprak zojuist ook over de baten en de lasten voor de ontwikkelaar. De heer Muller vroeg zich af of er iets gecreëerd kan worden waarbij ontwikkelaars bijdragen aan de kosten voor parkeren in de openbare ruimte. Spreker vraagt of toch niet eens nagedacht moet worden over het oprichten van een dergelijk fonds. 

De heer VAN VEEN zegt dat het de gewoonte is dat degene die een plan ontwikkelt het bestemmingsplan betaalt, waarbij in dát plan de motivatie wordt aangegeven. Spreker zou het op prijs stellen als de motivatie losstaat van de plannen. Nu lopen die zaken door elkaar. 

De heer MEIJERINK merkt op dat hij zojuist heeft gezegd dat het parkeren op eigen terrein meer onder de aandacht moet worden gebracht. Spreker vult daarbij aan, als daarvan afgeweken wordt, dat dat heel goed gemotiveerd moet worden, beter dan tot nu toe gebeurt.

De heer TER KEURS zegt bij interruptie dat de SGP zich aansluit bij de laatste opmerking van de PvdA.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het wenselijk is af te kunnen wijken van de parkeernormen die in de nota staan voor specifieke situaties. Vanuit de gemeente moet er daarbij alles aan gedaan worden om parkeren op eigen terrein mogelijk te maken. De wens vanuit de commissie om daar nog meer bij stil te staan, onderschrijft spreker.
Door het CDA is gesproken over het maken van een afweging bij grote en kleinere aantallen appartementen. Dat is een lastig punt, omdat een kleinere locatie grotere problemen kan opleveren dan een grotere locatie. Dat is niet zozeer verbonden aan het aantal appartementen. Verder werd gesproken over de bevoegdheid van het college. Spreker legt uit dat het vaak gaat over herontwikkeling van locaties, waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is. Dan is het altijd aan de raad om daar iets van te vinden.
In de raad is eerder wel gediscussieerd over een parkeerfonds. De raad heeft destijds nadrukkelijk gezegd daar niet aan te beginnen. Als de raad nu een andere mening heeft, dan hoort spreker dat graag.
De ChristenUnie vroeg wie bepaalt. Dat is uiteindelijk een afweging die intern wordt gemaakt als een verzoek binnenkomt. Door het college wordt vervolgens een voorstel voor de raad gemaakt en de raad moet zijn afwegingen maken.
Er is een vraag gesteld over het maken van onderscheid bij koop- en huurwoningen enzovoort. Spreker zegt dat dit gebeurt op basis van tekeningen en rekenmodellen, al blijven er altijd enige mogelijkheden als het gaat om een voorontwerpbestemmingsplan en een daadwerkelijk bestemmingsplan. Verder kunnen appartementen soms niet snel verkocht worden en moet de prijs bijgesteld worden. Dat wordt in elk geval zo goed mogelijk onderbouwd en bekeken door de organisatie. Er zal echter altijd enig grijs gebied zijn.
Door Gemeentebelang is gesproken over een maximum van bijvoorbeeld 50%. Dat is een lastig punt, omdat iedere locatie uniek is en omdat er bij iedere locatie moeten afwegingen gemaakt worden. Er zijn nu locaties aan de orde geweest, waarbij het parkeren voor een deel op eigen terrein kan worden gerealiseerd. In de toekomst, kijkend naar centrumontwikkelingen waar nu winkels zijn gevestigd, soms ver aan de buitenkant, zal iets gedaan moeten worden als parkeren op eigen terrein echt niet te realiseren is. Dat soort voorstellen zullen uiteindelijk altijd bij de raad terugkomen.
Bij dit punt gaat het over herontwikkeling, waarbij een bestemmingsplanwijziging aan de orde is en waarbij uiteindelijk een afweging wordt gemaakt. Als er een leeg terrein is, zoals de Kol, dan gaat het college daarmee anders om; daar is veel meer ruimte.
Over wat is gezegd over baten en lasten, vindt spreker dat het uiteindelijk aan de raad is om een parkeerfonds in te stellen.

De heer DE KOE zegt dat er een meerderheid is voor handhaven van het huidige parkeerbeleid. Het woord “maatwerk” kan zorgen voor precedentwerkingen. Dat kan worden voorkomen door juist op dat punt een heel goede onderbouwing te krijgen, zodat toekomstige ontwikkelaars niet kunnen verwijzen naar eerdere ontwikkelingen waarbij iets wel was toegestaan.

De heer MULLER zegt dat de wethouder sprak over een parkeerfonds. Dat had een potje kunnen zijn, waarin de gebruiker van de openbare ruimte, de ontwikkelaar, geld instopt. Het gaat spreker echter niet om het fonds, maar om het feit dat de gebruiker van de openbare ruimte capaciteit krijgt toegewezen om daarvan gebruik te maken. Die ontwikkelaar moet betalen voor die service, waarvoor ook de gemeente kosten heeft gemaakt. Spreker vraagt of het college dat wil overwegen.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP een stap verder wil gaan dan de heer Muller. Het principe waaraan de SGP vasthoudt, moet zijn: parkeren op eigen grond. Een ontwikkelaar bouwt over het algemeen het liefst een of twee appartementen te veel. Door een of twee appartementen minder te bouwen wordt de winst minder, maar ook worden de lasten voor de openbare ruimte minder, omdat er niet geparkeerd hoeft te worden in de openbare ruimte.

De heer MULLER zegt dat dat principe gewoon in de nota staat. Het komt echter voor dat er gebruik gemaakt wordt van maatwerk. Wat spreker betreft moet dan dat element gebruikt worden en niet anders.

De heer TER KEURS zegt dat volgens de SGP de lasten daar moeten vallen waar ook de baten vallen.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA geen voorstander is van een parkeerfonds.
Het CDA wil graag de mening horen van de andere fracties over het volgende: bij herontwikkeling van een kleinere hoeveelheid appartementen eventueel een afwijking toestaan en bij herontwikkeling van een grotere hoeveelheid appartementen, die financieel over het algemeen aantrekkelijk zijn, geen afwijking meer toestaan. In dat laatste geval moet men dan maar een appartement minder bouwen.

De heer BLAAZER zegt dat de ChristenUnie instemt met de parkeernota die voorligt en dat daarmee voort gegaan kan worden. De ChristenUnie sluit zich verder aan bij het CDA over wat zojuist is gezegd over aanvullende voorwaarden.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang geen voorstander is van het verbinden van voorwaarden aan maatwerk. Dat is al complex genoeg.

Mevrouw DEIJK zegt dat de VVD zich daarbij aansluit. Maatwerk is altijd op zijn plaats. Dat betekent niet dat er verschil moet zijn tussen de bouw van een groter en een kleiner aantal appartementen.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal zich aansluit bij de woorden van mevrouw Deijk. Bij het leveren van maatwerk, valt dat punt er ook onder en behoeft dat niet specifiek vermeld te worden.

De heer TER KEURS zegt op de vraag van het CDA en naar aanleiding van het antwoord van de wethouder, dat de problematiek niet alleen te kan maken met de grootte van een plan, maar ook met de complexiteit van de omgeving en dergelijke. De SGP wil niet direct de uitspraak doen dit direct te verbinden aan vijf, zeven of tien appartementen. Als er maatwerk geleverd moet worden, onder alle voorbehouden die net genoemd zijn, moet de situatie op zijn merites beoordeeld worden.

De VOORZITTER concludeert dat het college door kan gaan met de huidige parkeernormen. 

11 Actiepuntenlijst
De vier actiepunten zijn beantwoord.

12 Rondvraag
De heer H. KREIJKES refereert aan diverse berichten in de kranten over het afvalbeleid van diverse Twentse gemeenten. De afvalbrengpunten in Rijssen-Holten worden ook opengesteld voor niet-inwoners in het kader van de ambitie “Afvalloos Twente 2030”. Spreker stelt de volgende vragen:

  • Klopt het dat de afvalbrengpunten in Rijssen-Holten opengesteld worden voor niet-inwoners? Zo ja welke tarieven worden voor deze bezoekers in rekening gebracht?
  • Zijn er kosten verbonden aan de invoering van een gastentarief, bijvoorbeeld automatiseringstechnisch?
  • Als het afvaltarief stijgt, als het gastentarief in regioverband vastgesteld gaat worden, heeft dat dan gevolgen?
  • Welke afspraken zijn er gemaakt in het kader van genoemde ambitie?

Wethouder AANSTOOT zegt dat de afvalbrengpunten in Rijssen en Holten inmiddels toegankelijk zijn voor burgers uit de buurgemeenten. De tarieven van alle brengpunten in Twente zijn niet afgestemd. Het tarief dat Rijssen-Holten rekent voor inwoners van buurgemeenten is een ingangstarief van € 5 per (dag-)pasje. Dat ingangstarief betalen ook inwoners van Rijssen-Holten als zij bijvoorbeeld hun pasje vergeten mee te nemen naar het afvalbrengpunt. Vervolgens betaalt men het normale kostendekkende tarief voor hetgeen men stort.

De heer H. KREIJKES vraagt of “kostendekkend tarief” in dit geval betekent dat het afvaltarief voor gasten hoger is dan de eigen tarieven.
Wethouder AANSTOOT zegt dat dat niet het geval is. Er worden dezelfde tarieven gehanteerd.
Het college gaat deze vorm van afval brengen voor inwoners vanuit buurgemeenten monitoren. Als Rijssen-Holten een te grote aanzuigende werking krijgt, dan worden er maatregelen getroffen.
Er zijn verder geen afspraken gemaakt – en dat gaat ook niet gebeuren ‑ ook niet over het gelijktrekken van tarieven en dergelijke.

De heer NOORDAM zegt dat vanavond het reglement van orde, dat in januari 2016 door de raad is vastgesteld, geweld is aangedaan. Op een eigen wijze is uitleg gegeven aan de manier waarop omgegaan moet worden met interrupties. Dat kan niet, volgens spreker.

De heer KEVELAM zegt dat naar aanleiding van wat is gezegd over het afvaltarief, dat in Rijssen-Holten de eerste kuub vrij gestort mag worden. Spreker vraagt of dat ook geldt voor bewoners van buurgemeenten. Klopt het dat iemand uit een buurgemeente een pasje koopt voor € 5 en dat men vervolgens voor € 20 vrij kan storten.

Wethouder AANSTOOT zegt dat bewoners van buurgemeenten dezelfde tarieven betalen die Rijssen-Holten normaal hanteert.

13 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.35 uur.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 7 april 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous