Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 16 april 2015 (19:30)

Datum: 16-04-2015Tijd: 19:30 - 21:45Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: Genodigden: AanwezigNaamSGPJ. ter Keurs...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 16 april 2015 (19:30)

Datum: 16-04-2015
Tijd: 19:30 - 21:45
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist:
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPJ. ter Keurs en ir. A.S. Haase
CDAH. Kreijkes RA CISA en H.J. Nijkamp
ChristenUnieB.J. Blaazer en N.J. Otten
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Kuiper-Ruitenberg en J. Beunk
PvdAJ.J.A. ter Keurst en R.W. Meijerink
VVDF.W. Noordam, E.J.W. Deijk en A.J. Kevelam
Lokaal LiberaalR.A. de Koe en D.J.K. van der Sanden
D66ir. H. Klein Velderman en J. van Veen
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
OndersteunersJ van Eck, R van der Veen
Pers1
Publiek11

1. Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom.

2. Inventarisatie spreekrecht
Er hebben zich geen sprekers gemeld.

3. Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4. Verslag van de vergadering van 12 maart 2015
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5. Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.

6. Woonvisie 2015-2020 (opiniërend; Cornelissen)
De heren VAN ECK en VAN DER VEEN verzorgen een presentatie (zie bijlage:Presentatie Woonvisie) 

Naar aanleiding hiervan worden de volgende vragen gesteld:

De heer KEVELAM vraagt of het genoemde positieve migratiesaldo voor Holten in de periode vanaf 2010 is ontstaan door Rijssenaren.
De heer VAN ECK zegt dat de genoemde migraties met name betrekking hebben op de zuidkant van Deventer, Lochem en Markelo. Vanuit Rijssen gaat het om ongeveer 60 tot 80 migraties.

De heer DE KOE vraagt naar aanleiding van de opmerking dat de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad in beeld gebracht moet worden, wat de sturingsinstrumenten zijn.
De heer VAN DER VEEN zegt dat als extreme situaties, zoals verkrotting aan de orde zijn in binnenstedelijk gebied, de vraag is wat de gemeente daarmee doet. Bij particulier eigendom is het lastig een sturingsmiddel in te zetten. Dat is een punt, waarmee de regio te maken krijgt de komende jaren.

De heer BEUNK zegt dat er een eigen woningmarkt is als er veel verhuizingen plaatsvinden binnen de eigen gemeente. Spreker vraagt hoe de situatie in Rijssen-Holten is.
De heer VAN DER VEEN zegt dat er in Rijssen-Holten vooral sprake is van mensen die binnen de eigen gemeente verhuizen. Dat aandeel is erg groot ten opzichte van migraties naar omliggende gemeenten. Voor een wetenschappelijke onderbouwing daarvan is een groter onderzoek nodig dan alleen de kleine onderzoeken door de eigen gemeente.

De heer KEVELAM vraagt of in dat onderzoek gekeken wordt naar zowel de kern Rijssen als Holten.
De heer VAN DER VEEN zegt dat dat inderdaad gebeurt. Er kunnen namelijk binnen een gemeente meerdere woningmarktregio’s zijn. Zo is geconstateerd dat de migratiebewegingen voor Rijssen een heel ander beeld geven dan de migratiebewegingen voor Holten.

De heer HAASE zegt dat het migratiesaldo voor Holten positief is en dat het migratiesaldo voor Rijssen negatief is. In de regionale woonvisie staat dat 70% van de mensen die buiten hun eigen gemeente verhuizen, binnen een straal van zeven kilometer van die thuisgemeente blijven. Geldt dat ook voor de Rijssenaren die vertrekken?
De heer VAN DER VEEN zegt dat dat inderdaad het geval is. Er is een goed beeld van waar mensen uit Rijssen naartoe gaan als er schaarste ontstaat.

De heer KEVELAM zegt dat in voorgaande stukken altijd onderscheid werd gemaakt tussen financiering en daadwerkelijke ontwikkeling. Spreker vraagt of dat ook geldt voor wat de heer Van Eck uitlegt over het niet meer mogen bouwen door woningcorporaties van dure huurwoningen.
De heer VAN ECK zegt dat corporaties dat in principe niet meer mogen, tenzij een gemeente het nodig vindt dat er dure huurwoningen komen en commerciële aanbieders zich terugtrekken. In dat geval mag een corporatie daar marktconform op inspelen, zonder gemeentelijke subsidie.

De heer MULLER zegt dat er momenteel in de huurprijzen een component energiebesparing ontstaat door de energiemaatregelen en vraagt of de genoemde huurprijs van € 710 de kale huurprijs is.
De heer VAN ECK bevestigt dat het gaat om de kale huur.

De heer BEUNK vraagt of iets meer gezegd kan worden over corporaties die niet langer koopwoningen mogen bouwen.
De heer VAN ECK zegt dat corporaties in het verleden soms optraden als projectontwikkelaars. Het is in principe niet langer mogelijk voor een corporatie om uit koopwoningen winst te behalen. Als er echter in een wijk huurwoningen gesloopt worden en het gaat om grondbezit van een corporatie, dan is er een andere situatie aan de orde en zou er een exploitatieovereenkomst aangegaan kunnen worden.

De heer VAN VEEN vraagt of alleen de woningbouwverenigingen De Goede Woning en Viverion betrokken mochten worden bij het opstellen van het rapport.
De heer VAN ECK beaamt dat en zegt dat volgens de wet een woningbouwvereniging niet mag starten met het verhuren van woningen in een gemeente als zij daar geen bezit heeft.

De heer TER KEURST zegt dat de verplichting voor gemeenten om statushouders te huisvesten meer dan verdubbeld is. Spreker vraagt wat dat betekent voor de druk op de huisvestingsmarkt ten aanzien van de betaalbare huursector.
De heer VAN ECK zegt dat de gemeente, als alle prognoses kloppen, zal bekijken wat de consequenties zijn voor bewoners van Rijssen-Holten die een huurwoning willen hebben. Op dat moment zal bekeken worden of extra maatregelen nodig zijn.

De heer BEUNK vraagt wat verstaan moet worden onder ‘acceptabele wachttijd’.
De heer VAN ECK zegt dat in de prestatieafspraken is gezegd dat een jaar mooi zou zijn. Op dit ogenblik bedraagt de wachttijd twee jaar. Meer woningen bouwen is geen optie; dat is financieel een behoorlijke investering voor de corporaties. Wel kan men eerst nagaan wat echt urgent woningzoekenden zijn, wat hun problemen zijn en wat de reële wachttijden zijn. Er zit volgens spreker met name bij de jongeren die een goedkopere woning zoeken een behoorlijk knelpunt. Ouderen blijken vrij snel een woning te kunnen krijgen, vooral seniorenwoningen en appartementen.

De heer KREIJKES vraagt of bekend is hoeveel mensen met een inkomen boven de € 34.911 in een huurwoning zitten.
De heer VAN ECK zegt dat hij het exacte getal niet weet, maar dat het scheefwonen in Rijssen-Holten meevalt.

De heer KEVELAM zegt dat de woonvisie en de prestatieafspraken opgesteld zijn op basis van prognoses. Er is een prognose dat het aantal statushouders de komende jaren toeneemt en er is een realiteit dat de wachttijd voor een huurwoning te lang is. Spreker vraagt of het dan niet verstandig en noodzakelijk is daarop nu te anticiperen door een prestatieafspraak te maken om tot meer huurwoningen te komen. In de nu voorliggende prestatieafspraak staat o.a. dat er nog een jaar gemonitord wordt en dat dan verder gekeken wordt. Spreker vraagt of dat niet te mager gesteld is.
De VOORZITTER zegt dat de vraag van de heer Kevelam meegenomen wordt bij de behandeling van het volgende agendapunt.

De heer DE KOE zegt dat er in Rijssen de komende jaren 60 sociale huurwoningen gerealiseerd worden. In Holten staan echter nul sociale huurwoningen geprogrammeerd. Spreker vraagt waarom hiervoor is gekozen.
De VOORZITTER zegt dat dit een vraag voor het college is.

Eerste termijn

De heer TER KEURST complimenteert het college met het overzichtelijke document.
Nu al is bekend dat de wachttijden gaan oplopen door het steeds meer moeten huisvesten van statushouders en dat er een knelpunt is bij betaalbare huurwoningen voor jongeren. Spreker vraagt waarom er eerst nog gemonitord moet worden en waarom niet direct actie ondernomen wordt. Bekend is dat op termijn een deel van de statushouders verhuist naar andere delen van het land. Hij vraagt of er mogelijkheden zijn in bijvoorbeeld een gebied waar al een geldig bestemmingsplan is voor woningbouw om noodvoorzieningen te treffen in modulaire woonunits, waarin statushouders opgevangen kunnen worden.
Op bladzijde 17 van het stuk staat “levensloopbestendig”. De PvdA vraagt in haar programma’s al twintig jaar om levensloopbestendige woningen. Dat moet niet langer uitgesteld worden.
Spreker wijst op enkele tekstuele fouten en op een onjuiste optelsom in het woningbouwprogramma bij de totalen voor Holten.

De heer KEVELAM zegt dat de VVD zich aansluit bij de vraag waarom niet geanticipeerd wordt op ontwikkelingen die nu al in beeld zijn.
In het stuk is vermeld dat de nadruk ligt op een verschuiving naar goedkopere woningen. Spreker vraagt wat de afkorting ONP in dit verband betekent. Voorts merkt hij op dat de woonvisie een helder document is, dat uitstraalt dat er enige woningbouwproductie behouden moet worden voor Rijssen-Holten.
Onlangs was in het nieuws dat er een grote vraag is naar kleinere wooneenheden voor singles. Spreker vraagt zich af of singles niet beschouwd moeten worden als een aparte groep, ongeacht de leeftijd, waarvoor adequate woonruimte beschikbaar moet zijn. Nu komt een nogal eens voor dat singles, soms tegen hun zin, een huurwoning krijgen die in feite geschikt is voor een gezin.

De heer MEIJERINK zegt dat het met name voor starters met een wat smallere beurs lastig is geworden om een hypotheek te krijgen voor het kopen van een woning als gevolg van de crisis en de strenge eisen van de banken. Een mogelijkheid om hieraan iets te doen is een moderne erfpachtconstructie, die maatwerk levert en deelnemers in staat stelt op het moment dat zij dat willen en/of kunnen de grond onder hun woning te kopen. De PvdA vraagt of de wethouder bereid is voor deze woningzoekenden een aantal kavels aan te bieden met een erfpachtconstructie als een soort pilot. Na een evaluatie kan dan bekeken worden hoe daarmee verder gegaan wordt.

De heer BEUNK sluit zich aan bij datgene wat vorige sprekers hebben gezegd over woningen voor statushouders. Gemeentebelang wil het college daarnaast nog de enkele aanvullingen meegeven:

  • Voor 2015-2016 is er een nuloptie voor sociale woningbouw in Holten. Blijkbaar was er wel een wens, maar kunnen woningbouwverenigingen daaraan niet voldoen. Als dat het geval is, zijn er dan mogelijkheden om daarin te sturen?
  • In de huidige woonvisie staat dat de inzet van tijdelijke woningen de woningdruk oplost op korte termijn. Een oorzaak is dat corporaties terughoudend zijn met het bouwen van deze woningen, omdat zij altijd een afschrijvingstermijn en een bedrijfsvoering hanteren van 40 jaar. In termijnen van tien jaar zien zij blijkbaar geen heil. Spreker vraagt hoe het college daartegen aankijkt.
  • Naast de erfpachtconstructie, die door de PvdA naar voren is gebracht, mist Gemeentebelang de invulling van leegstand. Een mogelijkheid is herbestemmen voor tien jaar; een winkelruimte kan dan herbestemd kan worden als tijdelijke woonruimte.
  • Spreker vraagt waarom er niets over het CPO (Collectief Particulier Ondernemerschap) is te lezen in de woonvisie, terwijl hierover wel op 22 april 2015 een bijeenkomst wordt georganiseerd in Holten, waar informatie wordt verstrekt door de gemeente.
  • Blijkbaar hecht de overheid waarde aan de strategische voorraad. Waarom is daarover niets terug te vinden in de woonvisie?

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal met de al eerder gegeven kanttekening instemt met de voorliggende woonvisie. Spreker ondersteunt de woorden van de heer Ter Keurst met betrekking tot statushouders en urgent woningzoekenden. Er is nu al meer druk op de woningmarkt, zodat de vraag rijst waarom niet nu al wordt gekozen voor een oplossing voor Holten.

De heer OTTEN zegt dat er een duidelijke woonvisie voorligt. De ChristenUnie sluit zich aan bij de al genoemde aandachtspunten met betrekking tot statushouders.

De heer VAN VEEN zegt dat er een goed document voorligt, waarin D66 zich kan vinden. D66 sluit zich aan bij wat er is gezegd over statushouders en het in verband hiermee sneller starten van woningbouw. Wat D66 betreft zou ook het idee over de erfpachtconstructie uitgewerkt kunnen worden.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA content is met de voorliggende stukken, waarbij voor de eerste keer duidelijke prestatieafspraken zijn gemaakt met de corporaties.
Het CDA vindt een wachttijd van twee jaar in de sociale sector erg lang en is van mening dat er meer druk gelegd moet worden op het bekorten van deze termijn.
Voor het CDA is van belang, zoals ook staat in de prestatieafspraken, dat de betaalbaarheid van de woningen centraal staat, zeker voor de inkomensgroep tot € 35.000. Daarnaast wil het CDA aandacht vragen voor de inkomensgroep boven de € 35.000. In Holten zijn op de Kol woningen in de duurdere huursector gerealiseerd. Klaarblijkelijk is daaraan behoefte, omdat deze woningen vrij snel verhuurd werden. Het CDA roept het college op ook in het Opbroek dergelijke woningen te realiseren. In de stukken staat dat ‘geprobeerd’ moet worden om 100 extra woningen te bouwen, met name in het Opbroek. Het CDA vindt dat dit sterker geformuleerd moet worden. Spreker vraagt welke mogelijkheden het college daarin ziet, ook om daardoor het negatieve migratiesaldo voor Rijssen om te buigen.

De heer TER KEURS zegt dat in de woonvisie staat dat voor de eigen bevolking gebouwd zou moeten worden. Spreker vraagt wat het college doet om Rijssen-Holten de status te geven van een eigen woonregio of eigen woonmarkt.
Wat nu voorligt is een lokale woonvisie. Daaraan is een regionale woonvisie toegevoegd. Spreker vraagt op welke manier het college vasthoudt aan de eigen woonvisie, zodat deze niet ondersneeuwt of integraal onderdeel wordt van een regionale woonvisie.

Wethouder CORNELISSEN dankt de fracties voor de waardering die is uitgesproken voor het stuk en zegt toe deze waardering over te brengen.
Spreker is zelf altijd aanwezig bij het overleg met de corporaties over het huisvesten van statushouders.

Hij is van mening dat de gemeente redelijk in staat is samen met de corporaties de nieuwe aantallen statushouders te kunnen huisvesten door vroegtijdig te kijken naar de aanbodkant; corporaties melden het wanneer zij een bepaalde woning hebben, die geschikt is voor een gezin van een bepaalde grootte. Dat wordt doorgegeven aan het COA. Het voordeel daarvan is dat de mensen die geplaatst worden matchen met het woningaanbod. Deze werkwijze wordt ieder jaar gemonitord.
Naar aanleiding van wat is opgemerkt over de wachtlijsten zegt spreker dat Viverion werkt met inschrijvingen. De Goede Woning heeft wel een wachtlijst, maar heeft geen duidelijk zicht op de groepen actief woningzoekenden en passief woningzoekenden. Om daarin meer inzicht te krijgen, zal er gemonitord worden om uiteindelijk te komen tot een wachttijd van een jaar.
Samen met de corporaties is gekeken naar de aantallen, naar mogelijkheden op de korte termijn en wat er in de bestemmingsplannen zit. Daaruit zijn de 30 woningen voor Rijssen, waar de grootste druk is, naar voren gekomen. Voor Holten zouden er in eerste instantie vijf woningen gebouwd worden. In de prestatieafspraken is dat aantal op nul gezet in overleg met de corporaties. Ook dit punt zal gemonitord worden.
Wat betreft huisvesting elders, waarover de heer Ter Keurst sprak, wordt geconstateerd dat een aantal steden, waaronder Almelo, meer statushouders plaatsen dan gevraagd wordt. Sommige steden die op dat gebied met problemen te maken krijgen, hebben een soort uitwisseling geregeld. Aan die uitwisseling zit echter een financiële component, omdat statushouders naast het krijgen van een woning, begeleid moeten worden en vaak de Nederlandse taal niet spreken. Zij kunnen vaak niet snel aan het werk en krijgen een bijstandsuitkering.
De heer Ter Keurst merkte op dat veel mensen al snel weer vertrekken. Juist de groep mensen met een Syrische achtergrond, waar de gemeente momenteel mee te maken heeft, voelt zich hier goed thuis. Voor een goede integratie in een buurt wordt zo veel mogelijk bekeken of direct passende huisvesting geregeld kan worden. Bij vrijgezelle mannen is wel een trend te zien dat zij uiteindelijk naar de stad vertrekken.

De heer TER KEURST merkt op dat juist deze laatste groep vaak eerst een eengezinswoning claimen. Voor deze groep zouden er woonunits geplaatst kunnen worden. Daardoor kunnen gezinnen eerder een woning krijgen en hoeven zij niet jaren te wachten.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat Rijssen-Holten weinig alleenstaande mannen toegewezen krijgt. In Rijssen-Holten gaat het vooral om gezinnen. Geprobeerd wordt zoveel mogelijk aan te sluiten bij het aanbod op de markt en mensen te plaatsen in beschikbare woningen.

De heer TER KEURST zegt dat in het verleden veel alleenstaande statushouders geplaatst werden in bijvoorbeeld seniorenwoningen. Nu de zorgwet is veranderd, kunnen senioren niet snel meer terecht in een verzorgingshuis en blijven zij wonen in hun seniorenwoning.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat uit het woningonderzoek naar voren is gekomen dat er in de toekomst veel seniorenwoningen vrijkomen. Het college herkent nog geen groot probleem als het gaat om de alleenstaanden, maar zal ook hier de vinger aan de pols houden. Er wordt jaarlijks gemonitord en als er problemen zijn, dan zou gekeken kunnen worden naar speciale woonvormen, zoals staat in de woonvisie.
De heer Meijerink sprak over een erfpachtconstructie voor starters. Spreker merkt op dat Rijssen-Holten werkt met een starterslening. Tot nu toe vinden bij gronduitgifte de kavels gretig aftrek. Spreker zegt toe te kijken naar eventueel andere mogelijkheden voor deze doelgroep.
In Rijssen-Holten wordt veel levensloopbestendig gebouwd. Over de bestaande voorraad zegt Viverion dat zij wil investeren om ouderen in hun woning te laten wonen. Anderzijds zegt De Goede Woning dat zij vooral zoekt naar een passende woning, voorzien van alle gemakken.
Spreker zegt toe te kijken naar de aangegeven onjuiste optelsom en tekstuele fouten.
Naar aanleiding van wat de heer Kevelam opmerkte over singles, zegt spreker dat momenteel veel alleenstaanden een woning op de Kol krijgen. Het college sluit echter niet zijn ogen voor de huidige situatie, waarbij mensen moeilijk een hypotheek krijgen of een woning kunnen huren. Het is een probleem dat ontstaat door de huidige wetgeving.
De heer Beunk merkte op dat corporaties terughoudend zijn.

De heer BEUNK stelt de volgende aanvullende vraag. Als het onderzoek naar statushouders in december uitwijst dat er meer woningen nodig zijn dan nu is begroot, wordt dat dan een toevoeging op het huidige quotum of blijft het quotum staan en wordt het daarvan afgetrokken? Met andere woorden, als blijkt dat de gemeente eigenlijk 10 extra woningen heeft voor statushouders, gaat het uiteindelijk dan om 40 woningen of om 30 min 10?

Wethouder CORNELISSEN zegt dat er in principe afspraken gemaakt worden over het nu bekende aantal dat gebouwd moet worden, rekening houdend met het feit dat woningen niet heel snel gebouwd kunnen worden. Er zijn mogelijkheden voor de bouw van sociale huurwoningen in het Opbroek en bij Parkstede. Bij de monitoring aan het eind van het jaar wordt bekeken of er meer woningen nodig zijn en of daaraan voldaan kan worden.
In de structuurvisie voor het centrum is de invulling van leegstand meegenomen en ook of dat een invulling moet zijn voor tien jaar of voor een langere termijn. Bekeken wordt of buiten het kernwinkelgebied meer flexibiliteit in bestemmen toegepast kan worden, zodat men bij leegstand van een winkelpand een andere invulling kan krijgen. Daarbij moet gekeken worden naar de locatie van een dergelijk pand en wat wel of niet is toegestaan. In de structuurvisie en in de woonvisie staat verder nog dat de regels voor de knelpuntenpot voor ontwikkelingen in het centrum iets soepeler toegepast zullen worden. Een spagaat kan zijn dat het dan veelal gaat om appartementen. In het woononderzoek werd daarover gezegd dat er niet te veel appartementen toegevoegd moeten worden om niet te bouwen voor leegstand in de toekomst.

De heer BEUNK merkt op dat de wethouder sprak over een invulling voor de langere termijn. Als een bestemming wordt gewijzigd in wonen en de situatie verandert over een aantal jaren, dan is het lastig om die invulling opnieuw te wijzigen.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat gekeken wordt naar de ring net buiten het centrum en of daar wat breder bestemd kan worden, zodat de mogelijkheid ontstaat om te kunnen switchen zonder dat er een bestemmingsplanwijziging nodig is. Een punt daarbij is dat als het centrum kleiner en compacter wordt, er goed bekeken moet worden hoe dat gedaan kan worden zonder dat er vervolgens opnieuw een uitbreiding van dat centrum ontstaat. In alle onderzoeken en presentaties die spreker tot nu toe heeft gezien, is de prognose dat het kernwinkelgebied overal een stuk kleiner zal worden.
De heer Nijkamp sprak over betaalbaarheid van woningen. Uit gesprekken met de corporaties komt naar voren dat met name de betaalbaarheid voor de doelgroep voorop staat. Voor de groep die net boven een inkomen zit van € 35.000 blijkt er inderdaad een vraag te zijn naar dergelijke woningen. Het college bekijkt hoe dat in toekomstige plannen ingepast kan worden.
Over het negatieve migratiesaldo is ook in vorige raadsperiodes flink gediscussieerd met de provincie. Het bouwen voor eigen behoefte moet ervoor zorgen dat het migratiesaldo naar beneden gaat. Naar aanleiding van de vraag van de heer Ter Keurs, wat het college daaraan heeft gedaan, wijst spreker op de regionale woonvisie, waar de term ‘bouwen voor eigen behoefte’ is opgenomen. Bij de provincie is namelijk specifiek aandacht gevraagd voor de bijzondere positie van Rijssen-Holten en de grote belangstelling die hier is bij uitgifte van kavels. In de regio is het standpunt dat men op basis van cijfermateriaal reëel moet zijn. De provincie kijkt met name naar de Primoscijfers 2013, naar de behoefte voor de langere termijn, naar de leegstandcijfers, wat er is aan plancapaciteit en wat er in het verleden is gerealiseerd. Duidelijk is dat de provincie begrip heeft voor de situatie van Rijssen-Holten. Wat meespeelt is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Dat is een opdracht voor gemeenten, waarop door de Raad van State wordt getoetst bij bestemmingsplannen. Als er kleine aantallen worden gebouwd, dan gaat het om ‘lokaal’. Een grotere ontwikkeling van een paar honderd woningen, wordt echter al snel bekeken als ‘regionaal’; dan moet er meer regionaal afgestemd worden.
Spreker hoopt niet dat in dat traject van ontwikkelingen in Rijssen-Holten, waarin de provincie een sleutelrol speelt, er een rem komt op basis van cijfermateriaal, bijvoorbeeld de Primoscijfers of cijfers over harde plancapaciteit in een buurgemeente. Gemeenten moeten in hun plannen namelijk ook kijken naar hun buurgemeenten. Bij plannen voor grotere aantallen woningen, zoals bij een uitbreidingslocatie als het Opbroek, kijkt de provincie daar heel kritisch naar.

De heer BEUNK vraagt of dat niet als een eigen woningmarkt wordt gezien.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat dat afhangt van de grootte van een ontwikkeling. Een grote ontwikkeling kan effecten hebben voor de omgeving. Er moet in elk geval een goede afweging gemaakt zijn, ook in een bestemmingsplan, en daarnaast moet er gekeken zijn naar de regio. Rijssen-Holten hoopt dat in de woonafspraken met de provincie consensus ontstaat over bijvoorbeeld het afboeken van locaties, waarvoor te veel harde plannen zijn 

De heer BEUNK zegt dat de wethouder zojuist sprak over het belang van kavelverkoop en vraagt of daarover in de woonvisie een paragraaf opgenomen wordt: de grootte van kavels en hoe deze ingevuld moeten worden.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat dat een afweging is die niet in de woonvisie opgenomen hoeft te worden. Pas op het moment dat er iemand naar aanleiding van een bestemmingsplan naar de Raad van State gaat en zegt dat Rijssen-Holten daarmee onvoldoende rekening heeft gehouden, moet aangetoond kunnen worden dat er gekeken is naar de woonregio. In zo’n situatie als bij het Opbroek komt Rijssen-Holten er niet mee weg door alleen maar een regel op te nemen in het bestemmingsplan als ‘wij vinden dat wij een eigen lokale woonregio zijn, omdat er weinig migratie is’. Dat moet breder onderbouwd worden. Dat gebeurt ook momenteel, want het is iets wat aan de voorkant goed geregeld moet zijn om niet aan de achterkant daarop afgerekend te worden. 

De heer TER KEURS vraagt wat het college eraan doet om formeel als eigen woonregio benoemd te worden door bijvoorbeeld de provincie.
Wethouder CORNELISSEN zegt de provincie het speciale karakter kent van Rijssen-Holten en dat de term ‘bouwen voor eigen behoefte’ niet voor niets is opgenomen in de regionale woonvisie. Als echt aangetoond wordt dat er nog meer gebouwd moet worden, dan valt daarover volgens spreker met de provincie wel te praten. Zoals echter ook in de presentatie naar voren kwam, zijn er soms factoren waardoor een ontwikkeling niet zo snel verloopt als de gemeente wenst. Dat is een punt dat nu is ondervangen door termijnen te koppelen aan bestemmingsplannen en plannen die uiteindelijk worden ingediend. Daardoor wordt ervoor gezorgd dat plannen niet op lange termijn een beslag houden op woningaantallen. De provincie snapt dat wel, maar als iets bij de Raad van State voorgelegd wordt, dan wordt dat wel op die manier gecheckt en moet de gemeente een goed onderbouwd verhaal hebben. Hoe meer er overlegd is met omliggende gemeenten over bijvoorbeeld aantallen en het terugbrengen van een overschot aan plancapaciteit bij die andere gemeenten, hoe sterker dat verhaal wordt bij de Raad van State.

De heer KEVELAM wijst op een van de beslispunten in het collegevoorstel: “voor het bepalen/onderbouwen van de woningmarktregio een migratieonderzoek laten uitvoeren”. Aan de hand van de uitkomsten van dat onderzoek kan de woningmarktregio vastgesteld worden. De wethouder heeft daarnaast echter zojuist gezegd dat voor het realiseren van een groot bestemmingsplan de gemeente te maken krijgt met een andere woningmarktregio dan bij een klein inbreidingsplan. Spreker vraagt de wethouder uit te leggen wat er precies wanneer moet gebeuren.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat een migratieonderzoek aan de orde is bij grotere plannen, zoals het Opbroek. Als het onderzoek zou aantonen dat veel mensen naar buurgemeenten gaan en daarover is geen consensus met die buurgemeenten, dan is er een grote kans dat de Raad van State zegt dat er uitwisseling mogelijk is tussen Rijssen-Holten en die andere gemeente en dat Rijssen-Holten niet zelf hoeft te bouwen. In het geval van een inbreidingslocatie voor enkele woningen, wordt er niet gekeken naar effecten voor de buurgemeenten.

De heer BEUNK vraagt of het migratieonderzoek naar voren gehaald kan worden om meer helderheid te krijgen.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat er al veel gedaan wordt om voor een goede onderbouwing te zorgen. Het onderzoek vindt zo snel mogelijk plaats om meer duidelijkheid te krijgen, mede in verband met de woonafspraken die de gemeente met de provincie moet maken.
Het instrument CPO is nog niet massaal ingezet, omdat vooral in Rijssen te zien is dat kavels steeds gretig aftrek vinden. Voor de Kol wordt momenteel wel bekeken of een aantal partijen bij elkaar gebracht kan worden. Als dat niet het gewenste resultaat oplevert, dan wordt gekeken naar andere instrumenten.

Tweede termijn

De heer DE KOE zegt naar aanleiding van de beantwoording door het college dat er gekeken wordt in het woningbouwprogramma naar knelpunten, zoals doelgroepen en statushouders.

De portefeuillehouder zegt echter ook duidelijk dat de woningen niet zomaar snel gebouwd kunnen worden. Als bij de monitoring geconstateerd wordt dat dat niet goed gaat, dan verstrijken er al snel opnieuw enkele jaren voordat de eerste woningen gebouwd zijn. Wat voorligt is een visie; een visie houdt rekening met scenario’s. Volgens spreker is juist dit een realistisch scenario dat zich kan voordoen. Dat mist hij in de visie.
Bij Parkstede worden huurappartementen gerealiseerd. Spreker heeft bij de presentatie gehoord dat er juist in het segment huurappartementen wat ruimte ontstaat, dus dat daar leegstand dreigt.

De heer NIJKAMP zegt dat de woorden van de wethouder over het opstellen van een onderbouwing duidelijk zijn en gesteund worden door het CDA. Toch vindt het CDA, omdat de cijfers van de afgelopen jaren zich positief onderscheiden ten opzichte van andere gemeenten in de regio en de doelstellingen zijn gehaald, dat het college moet proberen de extra 100 woningen te realiseren.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang graag ziet dat er in de woonvisie, naast het bouwen, aandacht geschonken wordt aan de demografische samenstelling van de wijken: de wijkopbouw, de invulling van de wijken, voorzieningen en bevolkingssamenstelling. Spreker vraagt wat de mening daarover is van het college en de andere fracties.

De heer MEIJERINK dankt de wethouder voor de toezegging met betrekking tot de erfpachtconstructie en dat hij bereid is te onderzoeken of erfpacht een instrument kan zijn om een deel van de woningzoekenden te helpen. Spreker gaat ervan uit dat daar een behoefteonderzoek voor nodig is.
Spreker benadrukt dat de woonvisie niet een star document moet zijn, maar dat woorden als “flexibel” en “maatwerk” een hoofdrol moeten spelen.

De heer KEVELAM zegt dat de woonvisie in grote lijnen voor inspraak voorgelegd kan worden. De VVD is teleurgesteld in het feit dat er te weinig geanticipeerd wordt op de verwachte ontwikkelingen in de huurmarkt naar aanleiding van wat bekend is over statushouders en wachtlijsten. De VVD vindt dat er duidelijker en concretere maatregelen in de woonvisie opgenomen moeten worden.

Wethouder CORNELISSEN geeft richting de heer De Koe aan dat het bij Parkstede niet om appartementen gaat, maar om grondgebonden huurwoningen.
Op de vraag van de heer Beunk over de wijken zegt spreker dat de raad eerder middelen beschikbaar heeft gesteld om o.a. te kijken naar demografische ontwikkelingen, bevolkingsopbouw en de manier waarop buurten zich ontwikkelen. Bij bestaande bouw moet altijd wat voorzichtig omgegaan worden met de stuurbaarheid als het gaat om doelgroepen. Spreker begrijpt de woorden van de heer Beunk en zegt dat het college daarvoor op die manier ook aandacht heeft. Bij de inventarisatie van de woningnota is te zien dat vooral ouderen in de huursector zitten; sociale huur en overige huur. Daarover is gezegd dat er nu gebouwd kan worden voor de huidige aanwezige behoefte, maar dat men moet oppassen voor problemen die ontstaan op de middellange termijn. De discussie die hierover ontstaat heeft betrekking op appartementen en grondgebonden woningen. De gemeente wil zoveel mogelijk insteken op grondgebonden woningen.

De VOORZITTER sluit de beraadslagingen. Na verwerking van de inspraak komt de woonvisie 2015‑2020 terug voor besluitvorming.

7. Bestuursvoorstel Prestatieafspraken Woningcorporaties (opiniërend; Cornelissen)
De heer MULLER spreekt zijn grote waardering uit voor het ambitieuze en gedetailleerde plan dat voorligt en wenst het college veel succes.

De heer TER KEURST sluit zich aan bij de woorden van de heer Muller en vraagt de wethouder de complimenten over te brengen.

Mevrouw DEIJK zegt dat ook de VVD positief staat tegenover de prestatieafspraken al lijkt het document soms een document van ‘hoe gaan wij met elkaar overleggen de komende jaren’.

 

Meerdere malen staat er: de voortgang wordt besproken, een paar keer per jaar vindt er afstemming plaats, de consequenties worden in beeld gebracht, enzovoort. Het is wat de VVD betreft prima dat de genoemde doelen worden geëvalueerd en waar nodig worden aangepast. De manier waarop dat gaat gebeuren is soms te summier.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 content is met de afspraken. Die afspraken moeten echter niet vrijblijvend zijn. Het gaat om jaarafspraken die gerealiseerd moeten worden. Daarop moet niet later nog weer teruggekomen worden.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA haar lof uitspreekt voor het stuk dat voorligt.

De heer OTTEN zegt dat de ChristenUnie instemt met het voorstel.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP zich aansluit bij de woorden van de heer Otten.

De VOORZITTER concludeert dat alle fracties instemmen met het voorstel.

8. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wonen Holten, De Kol (Cornelissen)
De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wonen Holten, de Kol als hamerstuk te behandelen in de raad.

9. Raadsvoorstel Aanpak bodemproblematiek voormalig terrein gasfabriek Rijssen (Aanstoot)
De heer KEVELAM vraagt of er een overzicht is van de locaties in de gemeente waar verontreiniging in de grond aanwezig is, die nog wachten op sanering en of daar een planning voor is.

Mevrouw KUIPER zegt dat Gemeentebelang blij is dat deze bodemproblematiek wordt aangepakt en dat zij zich kan vinden in het beschikbaar stellen van het krediet.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 akkoord is met het voorstel, met de restrictie dat de eigen bijdrage voor de aanpak niet meer bedraagt dan € 192.000.

De heer BLAAZER zegt dat de ChristenUnie zich kan vinden in het voorstel. Het is belangrijk dat de werkzaamheden voor het eind van dit jaar afgerond zijn, omdat anders de subsidie vervalt.

De heer KREIJKES zegt dat het CDA zich kan vinden in het voorstel en een spoedige uitvoering van het plan verwacht.

Wethouder AANSTOOT vraagt of de heer Kevelam met zijn vraag om een overzicht doelt op een specifieke locatie.
De heer KEVELAM zegt dat er meerdere plekken zijn in de gemeente, waarvan bekend is dat zij verontreinigingen bevatten, zoals de voormalige zoutloods aan de Deventerweg en een locatie aan de Markeloseweg.

Wethouder AANSTOOT zegt dat de locaties die de heer Kevelam noemt bij de gemeente in beeld zijn. Er zijn geen plannen om die locaties op korte termijn te saneren. Bij de gasfabriek is er een verplichting van de provincie en wordt nadrukkelijk geadviseerd om de locatie aan te pakken. Daarover is overeenstemming met de provincie. Het college gaat ervan uit dat voor het eind van dit jaar deze zaak geklaard is binnen het daarvoor beschikbaar gestelde budget. 

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Aanpak bodemproblematiek voormalig terrein gasfabriek Rijssen als hamerstuk te behandelen in de raad.

10. Raadsvoorstel Vaststellen Update LTVV (Aanstoot)
De heer VAN VEEN zegt dat D66 akkoord is met de voorliggende LTVV. D66 vindt echter niet dat er al zaken uitgevoerd of voorbereid kunnen worden zonder dat de raad de randvoorwaarden voor het ontwerp heeft bepaald.

De heer TER KEURST zegt dat de raad dat per onderdeel doet bij de kredietaanvraag.
De heer VAN VEEN merkt op dat in het stuk staat dat met de voorbereidingen wordt gestart en dat daarna krediet wordt aangevraagd.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang de vorige versie heeft ondersteund en dat ook doet bij de voorliggende update. Spreker heeft signalen ontvangen dat men bij de knelpunten de kruising Graaf Ottostraat/Karel Doormanstraat mist. Een groep bewoners beleeft deze kruising als erg gevaarlijk. Spreker vraagt of hiernaar gekeken kan worden in het reguliere overleg van de Verkeers Overleg Groep en of hier wellicht een aanpassing nodig is.

Wethouder AANSTOOT zegt dat hij de opmerking van de heer Muller zal checken en, indien nodig, voorlegt aan de Verkeers Overleg Groep.
Naar aanleiding van de opmerkingen van D66 zegt spreker dat de herinrichting, zoals bij de centrumring en andere infrastructurele werkzaamheden, gebeurt op basis van ‘duurzaam veilig’ en de bijbehorende randvoorwaarden. Spreker stelt voor de voorbereidingen ter hand te nemen. Het college komt met de kredietaanvraag voor het ontwerp en de kostenraming terug bij de raad.

(Het antwoord van het college op de vraag inzake het kruispunt Graaf Ottostraat/Karel Doormanstraat is vermeld in het antwoord op de vraag over de wegafsluiting tijdens de kermis  in Holten, die bij de Rondvraag is gesteld.)

De heer VAN VEEN merkt op dat er met name bij de Watermolen een vraagteken is gezet over de wijze waarop de invulling plaatsvindt.
Wethouder AANSTOOT zegt dat dat inderdaad het geval is. In het overzicht is echter te zien dat de Watermolen niet bij de eerste prioritaire zaken staat en dat er nog voldoende tijd is om daarover te communiceren. De Watermolen maakt onderdeel uit van de centrumring en de technische invulling daarvan gebeurt volgens het 30km-regime.

De heer VAN VEEN zegt dat de discussie over een volledige centrumring al heel lang speelt. Het is de vraag of dat nodig is. Dat is afhankelijk van de ontsluiting van diverse aanwezige panden.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen Update LTVV als hamerstuk te behandelen in de raad.

11. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan "buitengebied Rijssen, Elsmaten 3" (Cornelissen)
De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Buitengebied Rijssen, Elsmaten 3 als hamerstuk te behandelen in de raad.

12. Kredietaanvraag grondaankopen en bouw- en woonrijpmaken plan Opbroek (Cornelissen)
De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang instemt met de kredietaanvraag. Spreker vraagt hoeveel kavels er per jaar mogelijk uitgegeven kunnen worden.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat die vraag lastig te beantwoorden is. In fase 1 van het Opbroek ligt een voorkeursrecht op grond van de WVG. De gemeente is nog bezig met het aankopen van grond en er wordt gesproken en onderhandeld met grondeigenaren. Soms kan de gemeente in een situatie komen dat overgegaan moet worden tot onteigening. Hoe snel dat proces loopt, is lastig te zeggen.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het kredietvoorstel grondaankopen en bouw- en woonrijpmaken plan Opbroek via het agendapunt begrotingswijzigingen te behandelen in de raad.

13. Raadsvoorstel Herziening diverse grondexploitaties 01-01-2015 (Cornelissen)
De heer TER KEURST zegt dat er nu een positief saldo is van € 479.000. Er is echter een tienvoudig bedrag negatief. € 4,5 miljoen zal uiteindelijk het nadeel zijn.

De heer KEVELAM zegt dat iedereen in de toekomst de terreinen graag snel wil verkopen. Mogelijk zijn daarvoor smeermiddelen nodig en spreker vraagt of het verstandig kan zijn het bedrag van € 479.000 niet terug te laten vloeien naar de algemene middelen, maar te laten zitten in de exploitatie met de vermelding ‘stimulans voor verkoop bedrijventerreinen ten gunste van de economische ontwikkeling’.

De heer MULLER vraagt of dat niet een erg lastige onderhandelingssituatie is als er een geoormerkte post is ‘stimuleringsmiddelen voor de verkoop’.
De heer KEVELAM zegt dat een andere benaming ook goed is.

De heer NIJKAMP zegt dat hij de Elsmoat mist in het overzicht. De gemeente Wierden maakt zich zorgen over de exploitatie. Spreker vraagt het college daarin inzicht te geven.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat Elsmoat niet in het overzicht is opgenomen, omdat hiervoor Wierden penvoerder is. Er is wel zicht op de stand van zaken per 1 januari 2015: dat is ongeveer € 2,5 miljoen positief, waarvan ongeveer 50 procent voor Rijssen-Holten is.
Het voorstel van de heer Kevelam is lastig uit te voeren. Mogelijk kan op een andere manier hiernaar gekeken kan worden, zoals een erfpachtconstructie.
Het is wat het college betreft niet de opzet zo snel mogelijk vierkante meters bedrijventerrein te verkopen, maar ook te kijken naar werkgelegenheid. Erfpacht is een middel waarvan gebruik gemaakt wordt. In de regio is vanuit de portefeuille Economie een aantal keren besproken dat men in Twente moet waken voor het continu bezig zijn om elkaar uit te spelen en elkaar de tent uit te vechten. Gezamenlijk moet als een opgave bekeken worden hoe gezorgd kan worden dat er werkgelegenheid en bedrijven van buitenaf komen die zich nieuwvestigen in Twente. Dat is een betere weg om te bewandelen volgens spreker dan bijvoorbeeld te stunten met grondprijzen. Dat heeft namelijk vaak tot gevolg dat een ondernemer die prijs gebruikt in de onderhandelingen met een andere gemeente.

De heer KEVELAM zegt dat het natuurlijk de bedoeling is extra werkgelegenheid te creëren bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Voor de VVD gaat het er ook om dat het geld dat als extra winst wordt afgeroomd uit de exploitatie van deze plannen, binnen de exploitatie blijft en niet naar de algemene middelen terugvloeit. Dan is er financiering voor het inzetten van allerlei stimuleringsmaatregelen, waaronder erfpacht. Spreker wijst er nog op dat de genoemde gronden het prijspeil 2008 hebben. De vraag is of dat realistisch is.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college een voorstel heeft voorgelegd. Dat is de lijn die het college kiest.

De heer KEVELAM zegt dat de VVD het stuk wellicht amendeert in de raad.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Herziening diverse grondexploitaties 01-01-2015 als bespreekstuk te behandelen in de raad.

14. Raadsvoorstel vaststelling grondexploitaties Het Opbroek fase 1 (Cornelissen)
De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststelling grondexploitaties Het Opbroek fase 1 als hamerstuk te behandelen in de raad.

15. Actiepuntenlijst
De twee actiepunten zijn beantwoord.

16. Rondvraag
Mevrouw DEIJK zegt dat er in het centrum van Holten een kermis is en dat daarvoor de Dorpsstraat is afgesloten. Het blijkt dat deze afsluiting ter hoogte van Boer Biet slechts is gedaan door middel van een lintje, gespannen door de kermisexploitanten. De afsluiting is niet aangegeven met verlichting, borden of hekken. Spreekster vraagt hoe het kan dat de wegafsluiting niet was geregeld, terwijl het evenement al enige maanden bekend is.
Wethouder AANSTOOT zegt dat hij niet bekend is met de situatie en antwoordt via een NB.

De beantwoording is gemaild op 1 mei 2015

17. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering 21.45 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 21 mei 2015

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous