Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 16 maart 2017 (19:30)

Datum: 16-03-2017Tijd: 19:30 - 21:40Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: drs. G.H. VeermanNotulist: E.J.H. Linssen-NijlandGenodigden: AanwezigNaamVoorzitterJ....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 16 maart 2017 (19:30)

Datum: 16-03-2017
Tijd: 19:30 - 21:40
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: drs. G.H. Veerman
Notulist: E.J.H. Linssen-Nijland
Genodigden:
AanwezigNaam
VoorzitterJ. van Veldhuizen
SGPdr. E.G. Bosma, dr. ir. A.S. Haase en J. ter Keurs
CDAH. Kreijkes RA CISA en H.J. Nijkamp
ChristenUnieJ. Berkhoff, N.J. Otten en B.J. Blaazer
GemeentebelangJ. Beunk, J. Kuiper-Ruitenberg en W.A.J. ter Schure
PvdAR.W. Meijerink en S. Kök
VVD LokaalE.J.W. Deijk en R.A. de Koe
D66ir. H. Klein Velderman
Griffierdrs. G.H. Veerman
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
Pers1
Publiek58

1 Opening
De VOORIZTTER opent de vergadering en heet iedereen welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
Voor het spreekrecht hebben zich gemeld: de heer Voortman over agendapunt 7 en de dames Cubuk en Reeves over agendapunt 13.

3 Vaststellen definitieve agenda
De VOORZITTER stelt voor agendapunt 13 na agendapunt 7 te behandelen.
De agenda wordt gewijzigd vastgesteld.

4 Verslag van de vergadering van 16 februari 2017
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.

6 Voortgang invoering Omgevingswet
Wethouder CORNELISSEN geeft aan bezig te zijn om samen met de griffie een themabijeenkomst te organiseren om het veld in te gaan en vraagstukken aan de commissie voor te leggen. Het krediet-voorstel omgevingsplan komt later in deze vergadering aan de orde.

7 Uitbreiden van kwekerij W. Borkent B.V. (opiniërend; Cornelissen)
De heer VOORTMAN houdt een presentatie (deze is als bijlage bij het verslag gevoegd).
Hij geeft aan dat er diverse handtekeningenacties zijn gevoerd, die na de vergadering worden overhandigd en dat er ook een bezoek aan de fracties heeft plaatsgevonden. Er zitten een aantal omwonenden in de zaal die hem hierbij steunen en het gaat daarbij verder dan de belanghebbenden in het uitbreidingsgebied (in totaal 42).
De mening van de omwonenden is dat het open karakter van het landschap behouden moet blijven. Spreker toont een aantal fictieve foto’s, die gemaakt zijn op basis van de huidige locatie.
Hij gaat hierbij ook in op het voornemen van het plaatsen van een 3 meter hoge haag, die als een soort muur in het landschap komt te staan.
Spreker refereert aan de nieuwe woonwijk Het Opbroek en vraagt zich af of een dergelijke grote exploitatie past zo dichtbij een kindvriendelijke woonwijk. Hij gaat daarbij in op het feit dat de fa. Borkent een groothandel is, een soort distributiecentrum. De uitbreiding gaat naar verwachting gepaard met twee keer zoveel vrachtverkeer en ook met toename van het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Spreker geeft aan dat de buren 2 jaar geleden grondonderzoek hebben laten doen en toen bleek een aantal waarden, waaronder zink en PCB te hoog te zijn. Hij benadrukt ook de consequenties voor de flora en fauna.

Vragen
De heer BEUNK gaat in op de woorden van de heer Voortman over de toename van het vrachtverkeer en vraagt of hij de toename met twee keer zoveel vrachtwagens verwacht of dat dit gebaseerd is op feiten.
De heer VOORTMAN zegt dat de toename van het vrachtverkeer verwacht wordt. Er zijn, ook naar aanleiding van de fractievergaderingen, diverse foto’s gemaakt. Hij gaat in op de smalle wegen en op het feit dat er veel kinderen door de wijk fietsen. Of er twee keer zoveel vrachtwagens door de wijk zullen rijden weet hij niet, maar hij weet wel dat als de kwekerij twee keer zo groot wordt ervan uitgegaan kan worden dat het vrachtverkeer evenredig toeneemt. De bewoners van de Achteresweg en Pelmolenweg hebben aangegeven dat het vrachtverkeer nu al een probleem is, laat staan na de geplande uitbreiding.

De heer HAASE vraagt of de heer Voortman ervan op de hoogte is dat het vanavond gaat om de behandeling van een principeverzoek van de heer Borkent, waarbij de belangen van de omwonenden vrijwel geen rol spelen. De rechtszekerheid van de omwonenden is gewaarborgd in de procedures die worden doorlopen na een definitieve aanvraag. Het besluit wordt slechts op ruimtelijke gronden genomen.
De heer VOORTMAN zegt dat hij op de hoogte is en zich ook heeft laten informeren. Hij zegt dat de belangen groot zijn en dat het erg leeft onder de omwonenden. De opkomst van vanavond toont dit ook aan. Hij is van mening dat niet alles achter procedures verstopt kan worden. Daarbij moet er natuurlijk wel sprake zijn van orde en netheid. Gezien het dossier denkt spreker dat het verstandig is dat de raad een stap terug doet om eerst de consequenties beter in beeld te krijgen.  

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het er bij een principeverzoek niet om gaat hoe de plannen er precies uit komen te zien. De vraag is of de gemeente deze gronden wil herbestemmen, zodat de uitbreiding van de fa. Borkent mogelijk wordt. Hoewel in de stukken staat dat de belangen van omwonenden in de principefase vrijwel geen rol spelen, is spreker van mening dat dit wel zo is, want als een principeverzoek wordt ingediend dan zijn ook de tegenargumenten van belang. Die komen van de kant van de omwonenden. Hij vindt dat er ook in deze fase geluisterd moet worden naar de omwonenden en vraagt of de heer Voortman het hiermee eens is.
De heer VOORTMAN zegt blij te zijn dat de wethouder de omwonenden vroegtijdig heeft geïnfor-meerd, ook gezien de procedure van vorig jaar. Dit was hij niet verplicht. Spreker snapt dat het gaat om een principeverzoek, maar vindt wel dat de mening van de omwonenden ter harte genomen moet worden. Hij benadrukt dat het gaat om een te belangrijke beslissing voor een kindvriendelijke wijk in opkomst, terwijl bij de Oosterhof een natuurgebied wordt ontwikkeld.  

De heer NIJKAMP informeert naar de communicatie tussen de initiatiefnemer en de omwonenden en kan zicht voorstellen dat er, gezien het collegevoorstel, recent nog contacten zijn geweest.
De heer VOORTMAN geeft aan dat de omwonenden vorig jaar, voordat de procedure is gestart, bezwaar bij de heer Borkent hebben gemaakt. Daarna is er geen contact meer geweest tussen de heer Borkent en de omwonenden.

Eerste termijn
De heer KLEIN VELDERMAN geeft aan dat er veel speelt rondom dit dossier en hoewel het nog gaat om een principeverzoek is spreker wel van mening dat er geluisterd moet worden naar de tegen-argumenten van de omwonenden. De vraag is of de gemeente in dit gebied grootschalige industrie wil toestaan. Het gaat namelijk niet om een agrarische activiteit. Bij de firma Borkent gaat het om oppotten. De kwekerij fungeert als een soort opslagterrein.
Spreker vraagt zich af waarom er wordt gerefereerd aan de Kadernota landelijk gebied, omdat dit gebied er nl. helemaal niet in voorkomt.

De heer NIJKAMP zegt dat de CDA-fractie het een must vindt dat er tussen de initiatiefnemer en de bewoners wordt gecommuniceerd. Dit kan echter op dit moment niet worden afgedwongen. Hij wijst op de ophanden zijnde wetgeving, waardoor daar meer aandacht aan wordt besteed. De fractie vindt het juist in het kader van modern noaberschap essentieel dat er sprake is van goed overleg en een goede communicatie. Ook om met elkaar te bekijken wat er eventueel in de plannen kan worden bijgesteld.
Zoals het in het collegevoorstel is verwoord komt het bij hem over dat de initiatiefnemer met één nul achter staat en het probleem op het bordje van de gemeente wordt neergelegd.

Spreker gaat in op de infrastructuur en wijst daarbij op de gepresenteerde onderzoeken. Hij mist een onderzoek naar de bereikbaarheid, de infrastructuur en vraagt of het mogelijk is dit te betrekken bij dit principeverzoek en dat de aanvrager daarvoor een plan presenteert.
Spreker gaat in op de spuitzone, waarbij nu een grens van 30 meter is aangehouden. Om binnen de normen te blijven moet 50 meter worden gehanteerd. Hij vraagt of dit mogelijk is en zo ja, wat de consequenties zijn.

De heer HAASE wijst erop dat het plan vorig jaar door de bezwarencommissie werd tegengehouden omdat met een binnenplansafwijking de uitbreiding mogelijk zou worden gemaakt. Nu wordt een bestemmingsplanprocedure gevolgd, om de belangen van omwonenden beter te waarborgen. Hij benadrukt dat er nu een principebesluit wordt genomen, waarbij gekeken wordt naar de ruimtelijke argumenten en afwegingen. Hierbij komen de belangen van de inwoners pas in een later stadium aan de orde. Ruimtelijke argumenten van omwonenden kunnen echter wel worden meegenomen bij de besluitvorming.
De fractie van de SGP weet niet hoe de bevolkingsgroei er in de toekomst precies uitziet. En het is dus ook niet bekend hoeveel woningen er precies in Het Opbroek gebouwd gaan worden. Dit is ook de eerst aangewezen locatie voor nieuwbouw binnen Rijssen. Het is daarbij logisch te veronderstellen dat uitbreiding van Het Opbroek richting het oosten plaatsvindt. Daar bevindt zich echter ook een veehouder met een aanzienlijke geurcirkel en wanneer Het Opbroek in oostelijke richting met fase 3 en 4 zou worden uitgebreid, dan heeft dit ook bepaalde financiële consequenties.
Het zou volgens de fractie daarom verstandig kunnen zijn om zoveel mogelijk vrijheid te houden om  nieuwbouwplannen binnen Het Opbroek te situeren.
Spreker zegt dat er in het verleden sprake van was dat Het Opbroek bebouwd zou worden tussen de Leijerweerdsdijk en de Enterstraat. Hij vraagt of dit in de toekomst nog nodig is.
Hij informeert ernaar of vaststaat in welke richting fase 3 en fase 4 van Het Opbroek worden uitgebreid en of ernaar is gekeken of het mogelijk is de heer Borkent elders in de gemeente grond aan te bieden om zijn bedrijf uit te breiden.

De heer BEUNK zegt dat, hoewel het om een principeverzoek gaat waarover de commissie negatief kan adviseren aan het college, de eigenaar het recht heeft alsnog een definitief verzoek in te dienen. Spreker onderschrijft de woorden van de SGP over Het Opbroek en refereert daarbij ook aan de gesprekken met de provincie hierover. Gemeentebelang vindt echter niet dat de uitbreiding van de woningbouw perse moet aansluiten bij de huidige ontwikkelingen. De fractie kan zich ook voorstellen dat de lintbebouwing verder doorgetrokken wordt.
Indien het principeverzoek positief wordt beoordeeld heeft dit verstrekkende gevolgen voor de spuitzones, akoestische onderzoeken, etc., maar speelt ook de vraag wie er aan de rand van de wijk wil wonen en hoe het dan zit met de verkaveling aan die zijde. De fractie wil daarom een negatief advies meegeven.
Daartegenover staat wel het feit dat de gemeente Rijssen-Holten als ondernemersvriendelijke gemeente bekend staat en de vraag is of er ondernemersvriendelijk wordt gehandeld als er een negatief advies wordt afgegeven.  
Spreker informeert naar de gevolgen voor de werkgelegenheid en naar MER procedure.
Hij is het eens met de woorden van de SGP over de locatie, wellicht dat daarbij gekeken kan worden naar een andere plek in de gemeente, ook gelet op de werkwijze van de kwekerij.
Het grootste bezwaar is dat de fractie vindt dat de toekomstige uitbreiding van woningbouw met deze plannen ernstig tekort gedaan wordt.

De heer BERKHOFF refereert aan het bezoek van omwonenden aan de fractie en zegt dat de fractie van mening is dat zij goede redenen hebben vroegtijdig aan de bel te trekken. Gelet op het feit dat het gaat om de behandeling van het principeverzoek, kunnen deze argumenten hierbij eigenlijk niet betrokken worden. Spreker vindt dat aan beide partijen rechtgedaan moet worden en daarbij de procedure moet worden gevolgd.
Ook bij de ChristenUnie weegt de toekomstige woningbouw zwaar mee en dat het gedeelte dat nu betrokken wordt bij de uitbreiding van de kwekerij ingetekend was voor woningbouw. Er zijn hier wijzigingen op gekomen en spreker vraagt of de gemeente in de toekomst in die richting met een uitbreiding te maken kan hebben.
Hij vraagt ook naar de argumentatie, om in zo’n vroeg stadium met de buurt in contact te treden. Dit is in het verleden ook vaker aan de orde geweest en werd gezegd dat omwonenden later aan de beurt kwamen. Hij vraagt of de wethouder zich ziet als bemiddelaar tussen beide partijen.

De heer MEIJERINK laat weten dat de PvdA nog geen opinie kan geven. De fractie vindt dat een aanvraag van een ondernemer niet zomaar kan worden afgewezen. Ze onderkent de bezwaren rondom de verkeerssituatie en het feit dat de plannen moeilijk liggen in de buurt.
Spreker vraagt of de alternatieve ruillocatie, die in het verleden in beeld is geweest, ook nu nog een optie kan zijn.

Mevrouw DEIJK geeft aan dat VVD Lokaal benieuwd is naar de reactie van het college op de woorden van de inspreker. De fractie heeft bedenkingen bij de voorgestelde locatie gezien de infrastructuur, de planologische ontwikkelingen en de spuitzones. Zij vraagt of er eventueel een betere locatie voorhanden is.  

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de randen van het uitloopgebied worden benoemd in de Kadernota landelijk gebied en wijst op de ruimtelijk argumenten in relatie tot het door de raad vastgestelde beleid. Daaraan wordt getoetst.
Wat de infrastructuur en bereikbaarheid betreft zegt hij dat bij een principeverzoek slechts gekeken wordt of de situatie ruimtelijk gewenst is. Op het moment dat er een positieve opinie is volgt een bestemmingsplanprocedure, waarin zaken als infrastructuur, milieu en ruimtelijke inpassing e.d. aan de orde komen. In dat traject hebben omwonenden en belanghebbenden ook een rol. Daarna zegt de raad ja of nee tegen de wijziging van het bestemmingsplan.
Hij gaat in op het effect op de woningbouw en zegt dat er vanaf de ontwikkeling van Het Opbroek behoorlijk wat gewijzigd is en wijst daarbij ook op de structuurvisie van Het Opbroek. Hierin wordt over minder woningen in Het Opbroek gesproken. Ook wordt er met de provincie gesproken over woon-afspraken en de aantallen woningen die daarbij gebouwd kunnen worden.
Spreker gaat in op de demografisch ontwikkeling van Rijssen-Holten en wijst erop dat na 2035-2040 het inwonersaantal naar verwachting afneemt. Voor de toekomst verwacht het college steeds meer binnenstedelijke herontwikkelingen en dat er meer richting de kern wordt gebouwd, in plaats van in de uitleggebieden zoals Het Opbroek. Hij wijst erop dat er daarbij geen garantie wordt gegeven, ook niet op vrij zicht. Dat geldt voor alle plekken in de gemeente. Een toekomstige raad kan altijd elders een bestemmingsplan vaststellen.
De mogelijkheden van verplaatsing van het bedrijf is door het college niet bekeken. Dit is iets wat de initiatiefnemer zelf moet uitzoeken.
Spreker gaat in op de werkgelegenheid en zegt dat dit niet als eis is meegenomen bij de vastgestelde uitgangspuntennotitie. Hiervoor zal het beleid aangepast moeten worden.
Hij gaat in op het feit dat vorig jaar een vergunning van rechtswege is verleend. Het was het college duidelijk dat de initiatiefnemer geen contact zou zoeken met belanghebbenden en daarom leek het hen wel zo netjes dit te doen. Dit is specifiek voor deze situatie gebeurd, maar wordt niet regulier gedaan.
Of het college als bemiddelaar zal optreden heeft deels te maken met welke boodschap het college op pad gestuurd wordt door de commissie. Als de initiatiefnemer de ruimte krijgt dan pakt de gemeente de rol om de buurt te informeren.
Spreker gaat in op de vraag over de ruillocatie en weet niet welke locatie daarmee precies wordt bedoeld. Als hiermee een locatie in fase 2 van Het Opbroek wordt bedoeld, dan kan hij zich voorstellen waarom de heer Borkent de uitbreiding op het huidige terrein heeft aangevraagd, omdat hij weet dat het college de intentie heeft in fase 2 woningbouw te realiseren.
Hij heeft gesproken met de initiatiefnemer en heeft gezegd dat de zaken rondom de logistiek en het milieu vragen zijn die beantwoord moeten worden in de bestemmingsplanprocedure en dat het hen vrij staat om kritisch mee te kijken naar de resultaten hiervan. De MER rapportage vindt afzonderlijk plaats.

Tweede termijn
De heer HAASE vraagt een schorsing aan.

De VOORZITTER schorst de vergadering van 20.10-20.20 uur.

De heer HAASE zegt dat, gehoord hebbende de woorden van de wethouder rondom de onzekerheid v.w.b. de bevolkingsgroei, de realisatie van fase 3 en fase 4 van Het Opbroek, de trend rondom inbreiden richting de kern Rijssen  en het feit dat er een varkenshouderij in de buurt zit, de fractie van de SGP maximale vrijheid wil behouden in Het Opbroek om andere plannen, dan in oostelijke richting te realiseren. Wellicht dat er daarbij meer aaneengesloten kan worden gebouwd.
De fractie wil de uitbreiding van de kwekerij op de beoogde plek daarom niet toestaan en geeft een negatieve opinie af.

De heer NIJKAMP wijst op een aantal onderzoeken, in opdracht van de initiatiefnemer, die rondom dit voorstel al zijn gedaan en vraagt waarom deze wel zijn gedaan en andere niet. Hij vindt dat uit deze onderzoeken blijkt dat het marginaal is v.w.b. de technische hulpmiddelen die ingezet kunnen worden bij het spuiten en vermindering van de geluidsoverlast.
Het CDA wil Het Opbroek niet op slot zetten. Hier zijn al besluiten over genomen.
De fractie heeft veel bedenkingen bij het voorstel zoals het nu voorligt en vindt dat er rondom de locatie sprake is van veel mitsen en maren, waarbij het ook procedureel moeilijk ligt.
Hij vraagt zich af of er geen alternatieve locaties zijn die qua ligging en bereikbaarheid geschikter zijn.  

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie van mening is dat er een ruimtelijke afweging gemaakt moet worden en dat, gelet op de woningbouw, zoveel mogelijk grond vrijgehouden moet worden in dat gebied. Als de uitbreiding wordt toegestaan, dan wordt het alleen maar moeilijker het bedrijf in de toekomst te verplaatsen. Hij vraagt of overleg met de ondernemer over bedrijfsverplaatsing mogelijk is om het gebied vrij te maken voor woningbouw, ruimte en natuur.
De ChristenUnie is tegen het principeverzoek.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang met een dilemma zit. Aan de ene kant wil de fractie de ondernemer niet tegenwerken en aan de andere kant mag de ontwikkeling van de woningbouw in
Het Opbroek ook niet in de weg gestaan worden. Wat de opmerking van de wethouder betreft over binnenstedelijke ontwikkeling zegt hij dat het hier niet gaat om laagbouw, maar om appartementen. Laagbouw wordt gerealiseerd in nieuwbouwwijken. Lintbebouwing zou nog wel tot de mogelijkheden behoren.
De fractie adviseert het college een negatief advies aan de initiatiefnemer mee te geven, omdat er sprake is van bezwaren uit de buurt en ook de toekomstige MER procedure problemen zal geven.

Mevrouw DEIJK wijst erop dat VVD Lokaal al in de eerste termijn een opinie heeft gegeven.
De fractie blijft zich afvragen of er geen betere locatie voorhanden is. Ze wil het college wel meegeven in gesprek te blijven met de ondernemer. Uitbreiden mag, maar niet op deze locatie zegt spreekster.

De heer MEIJERINK vindt het verstandig om te kijken naar een alternatieve locatie.

De heer KLEIN VELDERMAN geeft aan dat D66 ook tegen het principebesluit is. Spreker vindt het goed dat het college naar de commissie luistert en ook de ondernemer weet nu waar hij aan toe is. De conclusie is dat het gewenste gebied niet geschikt is voor de uitbreiding van de kwekerij, want wat gebeurt er als men nog verder wil uitbreiden? Spreker opteert dat het college in gesprek gaat met de ondernemer en een plaats zoekt waar het bedrijf zonder problemen, ook naar de toekomst toe, de werkzaamheden kan uitvoeren.

Wethouder CORNELISSEN gaat in op het gestelde rondom de MER en zegt dat er wel een milieurapportage moet plaatsvinden, maar dat de locatie niet MER-plichtig is.

De VOORZITTER concludeert dat de commissieleden negatieve opinies hebben afgegeven.

13 Principebesluit Oranjestraat tussen 39 en 43 in Holten (opiniërend; Cornelissen)
De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Cubuk.
Mevrouw CUBUK voelt zich gezegend dat ze met 3 generaties op een van de mooiste plekken van Holten woont.  De grootouders wonen in het voorhuis op nr. 37 en zij, met haar gezin, in het achterhuis op nummer 39.
Zij vindt dat met de realisatie van een woning op beoogde plek een uniek stuk Holten verloren gaat. Het perceel biedt uitzicht op de achterliggende enk en is de enige plek aan de Oranjestraat waar dit zo is.
De persoonlijke bezwaren hebben betrekking op het verlies aan uitzicht, verminderde privacy en mogelijk verminderde waarde van de woning.
Zij refereert aan het verslag, waarin staat dat privacy niet onevenredig geschaad wordt, gelet op de al aanwezige woonbebouwing en zegt deze mening niet te delen. De familie is eigenaar van diverse percelen, aangegeven op de luchtfoto met de nummers 4659, 4603, 5676 en 5675. Dit zijn de percelen naast en direct achter het betrokken perceel 4604.
Nu heeft spreekster nog vrij uitzicht op het aangrenzende perceel en ver daarna.
Bebouwing van genoemd perceel zal ook van invloed zijn op de geluidsstandaard van omwonenden. Zij verzoekt de commissie met klem niet in te stemmen met het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan. Dit stuk dorpskern is al meer dan 100 jaar niet bebouwd en spreekster vraagt dit in takt te houden voor het nageslacht.

Vragen
De heer DE KOE geeft aan begrip te hebben voor de persoonlijke overwegingen van mevrouw Cubuk. Hij gaat in op het vrije uitzicht over de enk en vraagt naar de twee schuren op de luchtfoto. 
Mevrouw CUBUK ontkent dat er schuren staan en zegt dat er sprake is van vrij uitzicht over de enk.

De heer BEUNK vraagt hoe mevrouw Cubuk het contact met de gemeente heeft ervaren, dat in januari 2017 heeft plaatsgevonden.
Mevrouw CUBUK zegt zelf geen contact te hebben gehad met de heer Peters. Dit was haar echtgenoot.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt of mevrouw Cubuk weet waarom dit perceel nu verkocht wordt en de gemeente een bestemmingsplanprocedure wil volgen.
Mevrouw CUBUK verwijst naar de reden uit de stukken, maar vindt dat er genoeg andere plekken te vinden zijn in Holten om een woning te bouwen.

De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Reeves.
Mevrouw REEVES gaat in op het feit dat het stuk grond eigendom is van de gemeente en dus van alle inwoners van Holten, dat volgens haar een extra verplichting voor een gedegen afweging oplegt. Zij gaat in op het feit dat het gaat om een authentiek stukje Holten, waar volgens haar nog nooit een huis heeft gestaan. Door het realiseren van een woning mag alleen de toekomstige eigenaar nog  genieten van het mooie uitzicht. De rest van de bevolking en toeristen niet meer.
Zij refereert aan de luchtfoto, waarmee beargumenteerd wordt dat er een gat in de bebouwing en dat daarmee de lintbebouwing wordt onderbroken. Zij stelt voor dat de commissieleden er zelf, lopend of fietsend – vanaf de grond – gaan kijken om het uitzicht te beoordelen.
Spreekster refereert aan de stukken waarin staat dat er een woning op de Dorperdijk is afgebroken om daar plaats te maken voor een bedrijf en daarom mag er op een andere plek en buiten het woning-programma om, elders een woning worden gerealiseerd. Spreekster vraagt zich af waarom dit authentieke stukje Holten moet worden opgeofferd, terwijl er nog veel bouwterreinen open liggen in Holten. Zij denkt dat het de gemeente om geld gaat, hoewel de gemeente er financieel goed voorstaat en vraagt zich af of niet met verkopen gewacht kan worden tot dit echt nodig is.
Spreekster geeft aan dat zij en haar moeder, die al 60 jaar op nummer 44 woont, niet blij zijn met het voorgenomen principebesluit. Zijzelf woont vanaf 2014 op nummer 42 en heeft destijds bij de gemeente geïnformeerd naar de plannen. Toen werd gezegd dat het bestemmingsplan in 2013 was vastgesteld en dat de bestemming aan de overkant van haar woning groengebied was. Dit bestemmingsplan zou ca.10 jaar geldig zijn en daarna herijkt en zonodig bijgesteld worden.
Voor de kerst 2016 is ze middels een brief van de gemeente geïnformeerd over de plannen.

Eerste termijn
De heer KLEIN VELDERMAN is het eens met de woorden van de insprekers over de keuze van de  locatie, terwijl er nog zoveel andere bouwlocaties beschikbaar zijn en vraagt zich af waarom nou juist voor deze locatie is gekozen.

Mevrouw DEIJK is benieuwd naar de reactie van het college op de inspraak en met name over de doorkijk naar de enk.

De heer BLAAZER vraagt of er in het verleden wel schuren hebben gestaan, lettend op de beschikbaar gestelde luchtfoto.

Wethouder CORNELISSEN geeft aan dat de realisatie van deze woning geen gevolgen heeft voor het contingent, omdat het hier gaat om vervanging. Als deze woning op de De Kol gerealiseerd zou worden dan is er wel sprake van een woonbestemming minder.
Hij wijst op de inspraakreactie van het college, met een beargumentatie. Een van de zaken die met name speelt is dat de gemeente in deze zelf initiatiefnemer is en er gezegd is dat men op voorhand de omgeving wil informeren dat de gemeente hier plannen heeft. Daarom is er een voorgenomen principebesluit genomen en nu ligt het principeverzoek voor. Het college heeft, met name ruimtelijk, de locatie bekeken en spreker zegt dat het een perceel is dat strategisch is aangekocht voor de aanleg van de Maisweg. Daarvoor is deze grond niet meer nodig, vandaar dat de grond nu weer wordt verkocht.
Wat de verwarring over de schuren betreft zegt hij dat het hier gaat om volkstuintjes.

Tweede termijn
Mevrouw CUBUK zegt dat de grond in de jaren 80 van de vorige eeuw niet uit strategisch oogpunt is aangekocht. De grond is door haar overgrootmoeder, in de jaren 60 van de vorige eeuw, verkocht aan de gemeente. De grond is daarna jarenlang terug gepacht. De vermeende schuren zijn de stukken grond die door haar familie en de buren van nr. 43 zijn terug gepacht. Dit hebben zij jarenlang onderhouden en hier waren stukjes moestuin gevestigd.  

Opinies
De heer NIJKAMP dacht dat deze grond destijds wel onderdeel uitmaakte van het tracé van de Maisweg. De grond is voor gemeentelijke doeleinden niet meer nodig en de fractie van het CDA kan er wel in meegaan dat de lintbebouwing aan de Oranjestraat hiermee aangevuld wordt. De fractie snapt de individuele belangen van de omwonenden, maar wil het algemene belang niet uit het oog verliezen. Ze stemt in met het voorstel.

De heer BEUNK sluit zich aan bij de woorden van de heer Nijkamp.
Hij geeft de wethouder mee in overleg te gaan met de belanghebbenden om hun het perceel te koop aan te bieden.  

De heer HAASE geeft aan dat ook de SGP begrip heeft voor de woorden van de insprekers.
De fractie stemt in met het collegevoorstel en geeft een positieve opinie.

De heer KLEIN VELDERMAN vindt het een goed idee de grond te koop aan te bieden aan de oorspronkelijk eigenaren. Als zij dit kopen blijft de situatie ongewijzigd. Zo niet, dan wordt verder gegaan met de procedure.

De heer MEIJERINK is ook van mening dat hiermee het laatste stuk lintbebouwing wordt gesloten.
Ook hij vindt het een goed plan om de grond aan te bieden aan de belanghebbenden. Als dit tot niets leidt, dan kan spreker leven met het voorliggende voorstel.

Mevrouw DEIJK zegt dat VVD Lokaal de argumenten heeft afgewogen. De opinie is positief, maar de fractie vindt wel dat het college in gesprek moet blijven met de omwonenden.   

De heer BLAAZER zegt dat de ChristenUnie achter het voorstel staat en dat het hier gaat om inbreiding van de kern van Holten. De fractie heeft begrip voor de argumenten van de omwonenden en stelt voor dat het college met hun in gesprek gaat en de grond aan hun te koop aanbiedt.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de grond zijn waarde krijgt door het bestemmingsplan wat erop komt te liggen.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat dit niet de bedoeling is. De gemeente verkoopt de grond en daarmee stopt de bestemmingsplanprocedure.
Wethouder CORNELISSEN wijst op het feit dat dit perceel ook ter discussie is gesteld bij het overleg over het Trialpark, dat de bestemming zou worden omgezet en dat er ergens een woonlocatie zou worden gerealiseerd die zou bijdragen aan de financiële ontwikkeling daarvan. Als besloten wordt dit traject niet in te gaan dan is er sprake van een financieel gat.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat dit voor hem nieuwe informatie is. De grond wordt uiteindelijk herbestemd om er een financieel voordeel uit te halen en niet vanwege lintbebouwing of ruimtelijke inpassing.
Wethouder CORNELISSEN wijst op de discussie over het Trialpark, waar de heer Klein Velderman ook bij aanwezig was.

De VOORZITTER concludeert dat er sprake is van positieve opinies.

8 Raadsvoorstel vaststellen Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Rijssen-Holten 2016 (Aanstoot, Cornelissen)
Hierover worden geen vragen gesteld.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Rijssen-Holten 2016 als hamerstuk te behandelen in de raad.

9 Raadsvoorstel aanmelding gemeentedekkende pilot Omgevingsplan (Cornelissen)
De heer HAASE geeft aan dat de SGP positief tegenover de plannen staat. In de toekomst zal immers het huidige bestemmingsplan opgaan in de Omgevingswet. Het is daarom goed op deze wijze ervaring op doen. Hij informeert naar de formering van de kerngroep, in relatie tot de pilot die meer tijd en aandacht vraagt van de specialisten en belanghebbenden, zoals de burgers en de politiek en vraagt naar de status.

De heer OTTEN zegt dat de fractie van de ChristenUnie ook positief tegenover het voorstel staat, van mening is dat de gemeente de goede weg is in geslagen en ruimte wil bieden om meer kennis te vergaren en te werken met omgevingsplannen.

Mevrouw DEIJK laat weten dat ook VVD Lokaal enthousiast is over het raadsvoorstel. Er wordt nu een krediet gevraagd van € 177.000. De fractie is benieuwd naar het totale kostenplaatje.

De heer KLEIN VELDERMAN geeft aan dat D66 het een goed voorstel vindt en het knap vindt dat de ambtelijke organisatie de Omgevingswet op deze wijze oppakt. De fractie heeft er ook vertrouwen in dat het geld goed wordt besteed en wordt terugverdiend. Spreker pleit voor brede inbedding in de organisatie.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de kerngroep bestaat uit medewerkers van alle domeinen uit de organisatie. Ook bij de ontwikkeling van het omgevingsplan buitengebied hebben medewerkers vanuit het sociaal domein aan tafel gezeten met medewerkers uit het ruimtelijk domein. Hierbij is specifiek aandacht besteed aan hoe belanghebbenden erbij betrokken kunnen worden (inwoners, politiek en gemeenteraad).
In overleg met de griffie wordt er een themabijeenkomst bestemmingsplan buitengebied georga- niseerd, waarbij zaken ook op locatie bekeken kunnen worden.
Wat de totale kosten betreft geeft spreker aan dat dit onduidelijk is. Dit is ook een van de problemen waar aandacht voor gevraagd wordt. De gemeenten krijgen met deze wet te maken en worden daarbij geconfronteerd met kosten.
De bedoeling is de voorbereiding te combineren met de ontwikkelingsgerichte bestemmingsplannen. Daar vallen een gedeelte van de kosten onder. Het gaat hierbij om trajecten waarbij er aan de voorkant geparticipeerd wordt. Dit leidt tot extra kosten qua bemensing.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstelaanmelding gemeentedekkende pilot Omgevingsplan als hamerstuk te behandelen in de raad.

10 Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Veegplan Wonen Rijssen (Cornelissen)
Er worden geen vragen gesteld.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Veegplan Wonen Rijssen als hamerstuk te behandelen in de raad.

11 Stimuleringsagenda Sallandse Heuvelrug (opiniërend; Cornelissen)
De heer HAASE zegt dat de SGP zeer tevreden is over de stimuleringsagenda. In 2015 is hier ook over gesproken en is een genuanceerde visie op het park geuit, waarbij een goede balans tussen de toegankelijkheid van het gebied en de rust en kwetsbaarheid van de natuur van belang is. Het feit dat het breder getrokken wordt dan de heuvelrug zelf biedt potentie volgens spreker. Hij gaat daarbij in op de nieuwe natuur tussen Rijssen en Holten. De fractie juicht de ontwikkeling van die gebieden ook toe, mits er een goede belangenafweging en overleg met de agrariërs en inwoners in dat gebied plaatsvindt.
De fractie vindt dat de ontwikkelingen in het kerngebied kaders moeten krijgen, waarbij spreker aandacht vraagt voor handhaving. Dit vindt de fractie nu al een punt van aandacht, zeker met een dergelijk ambitieuze agenda.
Spreker wenst het kernteam veel succes bij de verdere uitwerking en zegt dat de SGP ook instemt met cofinanciering.

De heer OTTEN geeft aan dat de ChristenUnie positief tegenover de stimuleringsagenda staat. De agenda toont veel ambitie, met een mix van concrete projecten op het gebied van educatie, natuur en toerisme. Wat de fractie aanspreekt is dat er op korte termijn wordt gekeken naar haalbare en concrete projecten en dat deze agenda richting geeft aan de ontwikkeling van het Nationaal Park en een basis vormt voor samenwerking tussen de verschillende partijen. De ChristenUnie kan instemmen met cofinanciering van het uitvoeringsprogramma.

Mevrouw DEIJK zegt dat VVD Lokaal ook positief tegenover het voorstel staat en dat er sprake is van mooie plannen voor een toeristische trekpleister. De fractie stemt in met cofinanciering.

De heer NIJKAMP laat weten dat het CDA de stukken die voorliggen waardeert. De fractie gaat akkoord met het voorliggende voorstel en ziet de uitwerking van de plannen met belangstelling tegemoet. De fractie sluit zich aan bij de woorden van de SGP over beperking van de recreatiedruk. Het gaat immers om een kwetsbaar gebied, waarop de druk steeds groter wordt. Hierop is ook op deze wijze door een aantal grondeigenaren gereageerd en dit vraagt de nodige aandacht.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 het een prima voorstel vindt met prima doelstellingen. Hij vindt het budget redelijk krap, omdat hij het idee heeft dat het plan veel coördinatie en inzet vergt. De fractie stemt in met cofinanciering. Ook de fractie van D66 heeft signalen gekregen dat de grens bereikt is v.w.b. het aantal toeristen op de Sallandse Heuvelrug en vraagt hoeveel het gebied nog aan kan. Wellicht dat dit in de uitwerking van de plannen kan worden meegenomen.

De heer BEUNK geeft aan dat Gemeentebelang zich aansluit bij de woorden van de vorige sprekers. Hij merkt op dat als er een visie gemaakt wordt ervoor gezorgd moet worden dat het aantal toeristen dat er is ook behouden blijft. De fractie vraagt aandacht voor het parkeren en de verbinding tussen het hart van de berg en het hart van Holten. Er wordt gesteld dat parkeren zo veel mogelijk aan de rand van het park moet gebeuren, maar spreker wijst daarbij wel op de mindervalide toeristen en de bezoekers met kinderen. Hij pleit daarbij voor milieuvriendelijke initiatieven, waarbij de toegankelijkheid van het gebied gewaarborgd blijven.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA zich aansluit bij de vorige sprekers en wijst erop dat het gaat om een Nationaal Park. In het kader van de bezuinigingen bij het rijk zijn ze destijds bij de provincie en de gemeenten ondergebracht. Wellicht dat er, met het nieuwe kabinet, weer financiële ruimte is om de parken weer ‘nationaal’ te maken.
De heer BERKHOFF vraagt waarom de PvdA de afgelopen 5 jaar, toen men in de regering zat, hiertoe geen voorstel heeft gedaan.
De heer MEIJERINK zegt dat er nu weer financiële ruimte voor is.

12 Herontwikkeling Walstraat 38/38A Rijssen (opiniërend; Cornelissen)
De heer TER KEURS verbaast zich erover dat dit voorstel opiniërend voorligt, omdat het past binnen de beleidskaders. Het enige probleem is de parkeerplaatsen, die niet op eigen terrein gerealiseerd worden. Hij vraagt waarom de parkeernorm weer ter sprake komt en refereert aan de ontwikkeling bij Otje van Potje, waarbij door de commissie is gezegd dat er geparkeerd moet worden op eigen terrein, desnoods met een appartement minder.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 het een mooi plan vindt. Dat het opiniërend voorligt heeft de SGP volgens spreker zelf veroorzaakt, vanwege de parkeernormen. Dit vindt spreker ook terecht. Hij vraagt aandacht voor circulaire uitvoering van de plannen. Er worden bestaande gebouwen gesloopt en het zou hét moment zijn om met circulaire uitvoering te beginnen, waarbij vrijkomende materialen opnieuw worden gebruikt.

De heer BLAAZER laat weten dat de ChristenUnie het ook een mooi plan vindt. Het gaat hierbij om de transformatie van winkelbestemming naar woonbestemming. De fractie vindt het een verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Wat het parkeren betreft heeft de fractie destijds ingestemd met maatwerk in bepaalde situaties. Gezien het feit dat er voldoende mogelijkheden zijn om te parkeren in de buurt stemt de ChristenUnie in met het voorstel.

De heer H. KREIJKES vraagt aandacht voor het parkeren, ook gelet op de koopavond en vraagt waarom er niet gekozen wordt voor parkeren op eigen terrein, door bijv. 2 appartementen minder te bouwen, om de parkeerdruk in de omgeving tegen te gaan.

De heer BEUNK bevestigt dat parkeren bij inbreiding een ‘hot item’ is en merkt op dat dat als er t.b.v. het parkeren een appartement minder wordt gebouwd deze zo kostbaar worden, dat er alleen maar voor de rijkeren kan worden gebouwd.
De fractie vindt inbreiding prima en vindt dat in dit geval parkeren op een andere plek mogelijk is, omdat hierbij de parkeernorm t.a.v. de detailhandel vervalt. Men pleit voor maatwerk bij inbreiding.
De fractie vindt dat er vooral met deze plannen doorgegaan moet worden.

De heer DE KOE zegt dat VVD Lokaal blij is met het gebouw en de ontwikkeling. De plannen passen ook bij de stedelijke ontwikkeling in het centrum van Rijssen. Omdat de parkeernorm steeds weer aan de orde komt vraagt spreker zich af of het verstandig is het beleid te herzien als het gaat om binnen-stedelijke herontwikkeling. Dit maakt het voor het college ook makkelijker, dan hoeven principe-verzoeken niet meer aan de commissie te worden voorgelegd en wordt er niet steeds over gediscussieerd.
VVD Lokaal vindt dat de plannen kunnen doorgaan.

De heer MEIJERINK geeft aan dat de PvdA dit een prima plan vindt en vraagt of de bewoners van de 14 appartementen wel op eigen terrein kunnen parkeren, gelet op het feit dat er in het stuk staat dat het in  een stedelijk gebied niet logisch is te verwachten dat bezoekers moeten parkeren op een gesloten parkeerterrein dat bij het complex behoort.
Hij vraagt naar de parkeernorm voor dergelijke appartementen.
De heer DE KOE interrumpeert en wijst op de naastgelegen horecabestemmingen. Hij informeert naar de geurnormen, stankcirkels, geluidsoverlast, e.d. en vraagt of dit niet conflicteert met elkaar qua bestemming.

 

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college de mening van de heer De Koe onderschrijft, om bij binnenstedelijke herontwikkelingen die van belang zijn om het centrum vitaal te houden niet meer te toetsen aan de parkeernota.
De heer DE KOE laat weten dat hij de commissie voorstelt het parkeerbeleid te heroverwegen.
Wethouder CORNELISSEN geeft aan dat de heer De Koe aangaf ruimte te willen bieden gelet op de parkeernota, maar merkt op dat deze ruimte er al in zit omdat er bij deze locaties wordt gesproken over maatwerk. Het voorstel ligt opiniërend voor, gelet op de parkeerproblematiek.
Binnenstedelijk is de parkeerdruk vaak niet op eigen erf op te lossen en daarbij gaf de SGP ooit aan dat de initiatiefnemer dan maar voor de kosten moet opdraaien. Daarbij heeft spreker toen de vraag gesteld of er dan een parkeerfonds moet worden gecreëerd, maar dat was niet de wens van de SGP. Het voorstel ligt voor omdat het college het voordeel ook ziet van het feit dat de huidige bestemming ook parkeerdruk met zich meebrengt. Gelet op het feit wat binnen het bestemmingsplan mogelijk is zou dit per saldo een verbetering van de parkeerdruk inhouden en een verbetering van de kwaliteit van het centrum. Het grootste gedeelte van de woningen wordt nl. op eigen terrein opgelost. Uiteindelijk zal de parkeerdruk afnemen.
Spreker benadrukt het belang van maatwerk nog eens, omdat er soms geen andere mogelijkheden zijn bij binnenstedelijke herontwikkeling. Uiteraard zal daarbij de nodige zorgvuldigheid worden betracht. Hij stelt voor een themabijeenkomst te organiseren, waarin de raad wordt meegenomen in het traject van principeverzoeken en vraagt de commissie dergelijke ontwikkelingen niet op slot te zetten.
Wat het circulair bouwen betreft zegt spreker dat dit nog niet aan de orde is. Als het onderwerp duurzaamheid aan de orde komt is dit wellicht een punt van discussie. Op dit moment wordt getoetst aan het bestaande beleid.

Tweede termijn
De heer TER KEURS is blij met het antwoord van de portefeuillehouder en blij met de ontwikkeling. Het gaat hierbij om verfraaiing en een vitaal centrum.

De SGP geeft een positieve opinie maar roept het college op met de initiatiefnemer in gesprek te gaan over de parkeerproblematiek, zodat deze afgewikkeld kan worden op eigen terrein. De lasten van het parkeren moeten volgens spreker bij de initiatiefnemer liggen.  

De heer BERKHOFF betitelt de woorden van de heer Ter Keurs als loos gebaar. De projectont-wikkelaar heeft al lang gekeken of het parkeren op eigen terrein kan worden afgewikkeld en heeft geconstateerd dat dit niet mogelijk is. De SGP moet nu aangeven of ze voor of tegen het voorstel is.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP voor de geschetste ontwikkeling is, maar met klem benadrukt dat de parkeerdruk niet afgewikkeld moet worden op de openbare ruimte. Dit kan simpel gerealiseerd worden door een appartement minder te bouwen. Hierdoor is 1,4 minder parkeerplaats nodig en is er meer ruimte om de andere parkeerplaatsen aan te leggen.

De heer BERKHOFF interrumpeert en zegt dat als er zo met inbreidingsvoorstellen wordt omgegaan alles op slot wordt gezet.

De heer MEIJERINK interrumpeert en gaat in op een bijdrage in een parkeerfonds. Dit zou volgens spreker ook gezien kunnen worden als een vorm van compensatie. Hij vraagt om een principiële uitspraak.

De heer TER KEURS zegt dat er een principeverzoek voorligt. De SGP geeft aan het college mee dat ze erop moet letten dat de parkeerdruk niet in de openbare ruimte wordt afgewikkeld. Degene die de voordelen heeft moet volgens de fractie ook de lasten dragen.
Tijdens de behandeling van de parkeernota kan verder ingegaan worden op een evt. parkeerfonds. Daar doet spreker nu geen principiële uitspraak over.

De heer BEUNK interrumpeert en wijst op de woorden van de wethouder over de functiescheiding en daarmee de ontlasting van de openbare ruimte. Gemeentebelang vindt ook dat er in principe op eigen terrein geparkeerd moet worden, maar bij dit voorstel neemt de totale parkeerdruk af en dat is hier van belang.

De heer DE KOE wijst op de conflicterende situatie tussen de naastgelegen horecabestemmingen versus de woonbestemmingen.

 

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 een positieve opinie geeft. Hij onderstreept de woorden van de heer Beunk en vindt dat er op deze manier ook naar gekeken moet worden. Hij is van mening dat het college door kan gaan met de plannen en is blij dat de wethouder bereid is na te denken over circulair wonen.

De heer TER KEURS steunt het collegevoorstel, gelet op het feit dat de locatie middenin een winkelgebied ligt en het gebied wordt ontlast, vanwege het vervallen van de winkelfunctie.

Wethouder CORNELISSEN gaat in op de woorden van de heer De Koe over de conflicterende situatie en zegt dat dit niet meer is dan elders in het centrum. Er is sprake van een combinatie van functies.

De VOORZITTER concludeert dat er positieve opinies zijn gegeven.

14 Actiepuntenlijst
De VOORZITTER concludeert dat actiepunt 17-18: verkeersveiligheid bij Hoge Wal, Walstraat en Hogepad blijft staan.

15 Rondvraag
De heer TER SCHURE zegt dat er in Deventer, in het kader van de duurzaamheid en het energie-zuinig maken van de eigen woning, gebruikgemaakt wordt van een fonds van de provincie.
Hij vraagt of de portefeuillehouder bekend is met deze systematiek en of dat in de gemeente Rijssen-Holten ook wordt opgepakt.
Wethouder AANSTOOT laat weten bekend te zijn met het systeem van het energiezuiniger maken van woningen met een abonnement. Hij zal de commissie schriftelijk informeren hoe hiermee in Rijssen-Holten wordt omgegaan.
Beantwoording vragen over abonnement voor energiezuiniger maken van woningen

De heer KLEIN VELDERMAN geeft aan dat hij vaak vragen krijgt over de werkzaamheden in het centrum van Holten, vraagt naar een planning van de werkzaamheden en wanneer er genoten kan worden van het mooie centrum, zonder bouwmaterialen.
Hij vraagt het college de inwoners, ook via de social media, op de hoogte te houden van de vorderingen, op de manier zoals dat ook is gegaan bij de centrumring in Rijssen.
Wethouder AANSTOOT zal de commissie schriftelijk informeren over de planning en welke instrumenten er worden ingezet om de inwoners te informeren.  
Beantwoording actiepunt 17-20, memo Nieuw Hart voor Holten

16 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.40 uur.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 6 april 2017

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous