Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 19 juni 2014 (19.30 uur)

Datum: 19-06-2014Tijd: 19:30 - 22:00Zaal: raadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: E.J.H. Linssen-Nijland AanwezigNaamSGPSander...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 19 juni 2014 (19.30 uur)

Datum: 19-06-2014
Tijd: 19:30 - 22:00
Zaal: raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist: E.J.H. Linssen-Nijland
AanwezigNaam
SGPSander Haase, Gradus Kreijkes en Hans ter Keurs
CDAHenk Nijkamp en Herman Kreijkes
ChristenUnieBert Blaazer en Jan Berkhoff
GemeentebelangWim Muller, Annie Kuiper-Ruitenberg en Jan Beunk
PvdAHans ter Keurst en Rob Meijerink
VVDFrans Noordam, Elsbeth Deijk en Jan Kevelam
Lokaal LiberaalRob de Koe en Daniël van der Sanden
D66Jeanet Emmens
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen, mr. B. Wolterink
OndersteunersJ van Eck, J Spakman
Publiek19


1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
Mevrouw Vincent en mevrouw Hagen hebben zich gemeld voor het spreekrecht over agendapunt 6: raadsvoorstel Groentransferium/verbinding Holten Centrum naar Holterberg – Belevingspad.
Mevrouw Hetterscheid heeft zich namens Viverion gemeld voor het spreekrecht over agendapunt 14: Beleidsnota Woningbouw 2014 – 2020.

3 Vaststellen definitieve agenda
De VOORZITTER stelt voor agendapunt 14 direct na agendapunt 6 te behandelen.
De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld.

4 Verslag van de vergadering van 8 mei 2014
Het verslag wordt ongewijzigd goedgekeurd.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Wethouder CORNELISSEN informeert de commissie over de uitspraak van de Raad van State inzake vernietiging van het exploitatieplan het Opbroek. Hij komt hier op een later tijdstip op terug.

Wethouder AANSTOOT gaat in op het goederenvervoer per spoor en zegt dat staatsecretaris Mansveld heeft aangegeven dat zij keuzes heeft gemaakt. Dat betekent dat de Twentekanaallijn uit beeld is. Er wordt voor gekozen het goederenvervoer via Deventer te laten rijden en het kabinet schort de Mer-procedure op tot 2020. Het verwachte aantal goederentreinen is naar beneden bijgesteld. Er wordt iedere drie jaar gemonitord en gekeken wordt of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Wat de spoorlijn bij Rijssen-Holten betreft wordt gekeken of de ruimte die er nog is langzaam kan worden ingevuld met goederentreinen. Op dit moment rijden er zo’n vijftien goederentreinen per dag en dit zouden er eenenvijftig kunnen zijn.

De heer MULLER vraagt of het college zijn standpunt aan de minister kenbaar gaat maken.
Wethouder AANSTOOT zegt dat in overleg met de buurgemeenten wordt bepaald of er een nadere reactie moet worden gegeven.

De heer G. KREIJKES vraagt het college de milieuaspecten mee te nemen betreffende de aanleg van een nieuwe spoorlijn.

De heer NIJKAMP geeft aan in dit dossier een proactieve houding van het college te verwachten.

De heer KEVELAM gaat in op de relatie met RONA en vraagt hoe het college met het vermoedelijk tegenstemmen door RONA omgaat en of het college met RONA wil blijven optrekken.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het college nooit formeel met RONA is opgetrokken. Hij denkt dat het verstandig is dat de aanliggende gemeenten actief hun standpunt kenbaar maken.

6 Raadsvoorstel Groentransferium/verbinding Holten Centrum naar
   Holterberg - Belevingspad (Cornelissen)
Mevrouw VINCENT spreekt in.  Zij geeft aan dat de Beukenlaan haar erg aan het hart gaat en dat ze zich daarom in de materie rondom de planvorming heeft verdiept. De gemeente wil een plattelandsbeleving creëren, waarbij de bezoekers op een actieve manier in een ontstresste omgeving kunnen genieten van het landschap. Op dit moment wanen bezoekers zich in het jaar 1800 als ze door de Beukenlaan lopen, met uitkijk op het station en op oude bomen, die een eigen verhaal vertellen. Er moet voor gewaakt worden dat de Beukenlaan haar authenticiteit verliest. Het is een laan die karakteristiek is en moet blijven. Zij vindt dat ze er alles aan moet doen om de plannen niet te laten doorgaan. Ze vraagt de commissie ervoor te zorgen dat de plannen worden herzien.

De heer DE KOE vraagt wat spreekster precies tegen de borst stuit in de plannen.
Mevrouw VINCENT zegt dat het gaat om het uitzicht naar het station; de platliggende bomen en de uitkijktoren die bovenaan de Beukenlaan komt doen afbreuk aan de omgeving.  

De heer KEVELAM vraagt of mevrouw Vincent namens een groep spreekt.
Mevrouw VINCENT zegt dat ze op persoonlijke titel spreekt.

Mevrouw HAGEN spreekt in en zegt dat Holten twee prachtige dingen heeft, namelijk Miss Overijssel en de Beukenlaan. Miss Overijssel is volgens haar onopgemaakt prachtig en dat geldt ook voor de Beukenlaan. Het verbaast haar dat de gemeente de Beukenlaan wil opleuken, terwijl de natuur prachtig is zoals ze is. Ze refereert aan Holten Extra met de kop “Redt het Beukenlaantje” en stemt hier helemaal mee in. Inspreekster stelt voor de kunstwerken die er gepland zijn te plaatsen op de Kalfstermansweide, die in feite een grote betonvlakte is. Ze hoopt dat de commissieleden nog eens goed nadenken voordat ze zo’n prachtig stukje natuur in Holten gaan veranderen.

De heer G. KREIJKES begrijpt uit de woorden dat mevrouw Hagen geen voorstander is van de geplande kunstwerken op de Beukenlaan en vraagt of ze het idee heeft dat dit afbreuk doet aan de belevingssfeer.
Mevrouw Hagen bevestigt dit en vindt dat er sprake is van een mooi stationsgebouw en mooi uitzicht; ze vindt dat er niets aan dit mooie landschap met deze mooie laan moet worden veranderd.

Eerste termijn
De heer MEIJERINK vraagt wat er gebeurt met fietsen die buiten de stallingen bij het station geplaatst worden. Hij zegt dat bijvoorbeeld in Deventer de APV het mogelijk maakt fietsen te verwijderen die buiten de stallingen zijn geplaatst. Hij vraagt het college hierover na te denken om wildparkeren effectief tegen te gaan. Tevens wijst hij op de plannen uit het verleden betreffende het realiseren van een tunnel of brug en vraagt of de plannen nu zo ingericht worden dat er wellicht in de toekomst toch toe overgegaan kan worden.

De heer KEVELAM refereert aan de besluitvorming met betrekking tot het Belevingspad. Toen besloten werd niet tot ondertunneling over te gaan bij het station is het college met het belevingspad gekomen om de provinciale subsidie voor de herinrichting veilig te stellen. Daarmee is de VVD destijds akkoord gegaan. Hij leest nu in het voorstel dat het college grond wil verwerven langs de Beukenlaan om granen te gaan verbouwen. Dat is geen corebusiness van de gemeente. Hij is het eens met de insprekers dat door het plaatsen van kunstwerken aan het begin en aan het eind de authenticiteit en het karakter van de Beukenlaan wordt weggenomen. Om de bijdrage van de provincie zeker te stellen kan er volgens spreker wellicht meer geïnvesteerd worden in het dorp, van het centrum naar het station, om het lopen naar de Holterberg te vergemakkelijken.

De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat er in juni 2013 besluitvorming in de raad heeft plaatsgevonden over de stationsomgeving en het Belevingspad. Toen is ook over de kunstwerken gesproken, waarmee de VVD heeft ingestemd. Hij vraagt of hij het goed begrijpt dat de VVD nu een andere standpunt wil innemen dan een jaar geleden.
De heer KEVELAM zegt dat de VVD destijds akkoord is gegaan als alternatief voor de tunnel, om de  subsidie veilig te stellen. De invulling die het college er nu aan wil geven gaat hem te ver.

Mevrouw EMMENS vraagt aandacht voor het behoud van de Beukenlaan, mocht het Belevingspad worden aangelegd. De Beukenlaan moet goed beschermd worden tegen het verkeer en de toeristen.

De heer DE KOE zegt dat de besluitvorming over de inhoud al heeft plaatsgevonden.

De heer NIJKAMP verwijst naar eerdere inspraak en vraagt naar de stand van zaken van aankopen in het plangebied.

Wethouder AANSTOOT zegt dat de heer Nijkamp doelt op de woning aan de Kerkhofsweg 2. Daarvoor is de koopovereenkomst inmiddels getekend, tot tevredenheid van de betrokken familie.

Wethouder CORNELISSEN gaat in op de vraag over de besluitvorming en zegt dat dit onderwerp inderdaad eerder in de commissie is besproken. Vanavond gaat het om het beschikbaar stellen van het uitvoeringskrediet. Het  klopt dat de provincie een subsidie van € 500.000 heeft toegezegd in het kader van het Groentransferium / A1 corridor richting de Holterberg. Een van de onderdelen daarvan was het Belevingspad. Dit vindt de provincie een essentieel onderdeel en ze heeft aangegeven dat als dit niet wordt aangelegd de subsidie mogelijk in gevaar komt. Hij benadrukt dat ook andere zaken uit deze subsidie worden bekostigd, zoals de realisatie van parkeerplaatsen.

De heer VAN ECK zegt dat het gevraagde krediet ruim € 1.300.000 bedraagt. Dit bedrag is opgebouwd uit kosten voor de fietsenstallingen bij het station, verwervingskosten voor het realiseren van de 0-plus variant, o.a. de woning Kerkhofsweg 2 en andere panden, realisering van het Belevings-pad en Holterenk – fietspaden (alleen verwervingskosten).
Het Belevingspad kost € 330.000 all-in en de overige € 94.000 wordt gebruikt voor verwerving van de gronden ten behoeve van het fietspad, het Groenewegje en de fietsenstallingen aan de noordkant.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de toegezegde subsidie niet het argument was om een Belevingspad aan te leggen. Hij wijst op eerdere besluitvorming, waarbij o.a. de as van het dorp is gedraaid en waar juist de verbinding tussen centrum en De Holterberg gemaakt moest worden. Een daarvoor in het leven geroepen commissie heeft een voorstel gedaan. Destijds zijn er tekeningen en plaatjes getoond en op basis daarvan zijn de ontwerpers aan het werk gegaan.
Hij zegt dat de Beukenlaan het college ook aan het hart gaat en dat er alles aan gedaan wordt om deze te beschermen. Op dit moment is de Beukenlaan al voor een deel beschermd, omdat vrachtverkeer geweerd wordt. Er zal onderzoek naar gedaan worden wat deze bescherming verder precies moet inhouden. Hij kan zich de zorgen van de insprekers hierover indenken.

Wethouder AANSTOOT gaat in op het wildparkeren van fietsen en zegt dat de hoeveelheid parkeerplaatsen wordt uitgebreid. Als er desondanks behoefte is aan weren van fietsen en er daarvoor een wijziging van de verordening nodig is, dan kan het college daar een voorstel toe doen.

Tweede termijn
De heer G. KREIJKES maakt een kanttekening bij punt 1.1 Toezegging van Regio Twente en vraagt zich af wat er gebeurt wanneer de subsidie onverhoopt niet wordt uitgekeerd.

De heer NIJKAMP benadrukt dat de zichtlijnen behouden moeten blijven en dat er sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing van het Belevingspad, met behoud van het karakter van de Beukenlaan. Er moeten middelen beschikbaar worden gesteld om de bomen zo lang mogelijk in leven te houden. Het CDA steunt het voorstel met deze kanttekening. 

De heer TER KEURST vraagt een toelichting op de woorden van de wethouder over vrachtverkeer in de Beukenlaan en vindt dat als er geen geld is, er ook geen Belevingspad kan worden aangelegd.

De heer KEVELAM zegt dat in de achterliggende stukken staat dat er ten behoeve van het Belevingspad gronden moeten worden verworven voor het telen van graan. Hij vraagt om hoeveel hectare grond het  gaat en wat de verwervingskosten hiervan zijn. Hij is er geen voorstander van dat de gemeente zelf graan gaat verbouwen, het is beter hierover afspraken te maken met de betrokken agrariërs. De VVD wil ook niet dat de Beukenlaan wordt aangetast, maar is wel bereid geld te investeren in de verbetering ervan. Hij weet dat er voor het plaatsen van kunstwerken geen draagvlak onder de Holtense bevolking bestaat. Hij adviseert het college het voorstel zo te wijzigen dat het karakter van de Beukenlaan behouden blijft.

De heer BERKHOFF wijst erop dat er een besluit genomen moet worden over een uitvoeringskrediet en dat er inmiddels een besluit is genomen over de uitvoering. Hij vraagt of de heer Kevelam nu een ander voorstel wil doen.  
De heer KEVELAM stelt voor een beperkter krediet beschikbaar te stellen, dat dus inhoudt dat er minder geïnvesteerd wordt dan voorgesteld.

De heer MULLER merkt op dat de insprekers van mening zijn dat de natuur behoorlijk wordt aangetast en zegt dat hij dit nooit zo heeft beleefd. Er zou sprake zijn van een win- winsituatie voor wat betreft het behoud van de natuur, de verdere uitbouw ervan en de aantrekkelijkheid van het gebied en de verkeersstroom. Gemeentebelang vindt het een sympathiek plan, maar wil er in de raad over spreken, omdat dat het laatste moment is waarop de plannen nog kunnen worden gewijzigd.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college zeker aandacht zal besteden aan de zichtlijnen, een goede landschappelijke inpassing en de plaats van het kunstwerk. Wat het vrachtverkeer betreft zegt hij dat het met name gaat om de bevoorrading via de Beukenlaan. Het gaat hierbij om de kleinere vrachtwagens die het college in de toekomst wil weren ter behoud van de Beukenlaan. Spreker zegt dat met de verwerving van de grond voor graanvelden en kunstwerken € 100.000 is gemoeid. Hij wijst op de genomen besluiten en zegt dat de kredietaanvraag die voorligt hierbij hoort. De vraag van de heer Kreijkes wat er gebeurd als er onverhoopt geen subsidie vanuit de Regio Twente beschikbaar komt, zal via een NB worden beantwoord.

De VOORZITTER concludeert dat het raadsvoorstel Groentransferium/verbinding Holten Centrum naar Holterberg – Belevingspad als bespreekstuk wordt behandeld in de raad van 3 juli.

14 Beleidsnota Woningbouw 2014 - 2020 (opiniërend; Cornelissen)
Mevrouw HETTERSCHEID (namens woningcorporatie Viverion) merkt op dat er de afgelopen maanden met veel voldoening is gewerkt aan het gezamenlijke woningmarktonderzoek, dat door de gemeente Rijssen-Holten, woningbouwcorporatie De Goede Woning en Viverion is uitgevoerd. De samenwerking was prettig en heeft geleid tot veel vertrouwen bij Viverion en De Goede Woning bij het tot stand komen van prestatieafspraken. Viverion heeft veel vertrouwen in de belofte van de gemeente dat zij betrokken wordt bij het tot stand komen van de woonvisie. Spreekster maakt van de gelegenheid gebruik om een korte visie te delen op de ontwikkelingen op de woningmarkt, met name met het oog op voorliggende nota.
Helder is dat de crisis van de afgelopen jaren en de naar boven bijgestelde levensverwachting invloed hebben op de woningmarkt. Voor de huursector betekent dit een minder snel afnemende vraag op dit moment. De afnemende vraag in de toekomst is echter niet afgesteld maar uitgesteld. Met deze afnemende vraag, krimp, krijgt Holten, net als de rest van Twente, te maken. Viverion erkent de unieke positie van Rijssen: hier is in vergelijking tot de omliggende regio's voorlopig geen sprake van krimp. Zoals echter ook in de contouren van de regionale woonvisie wordt benadrukt, geldt: elke woning moet raak zijn. Spreekster benadrukt dat het van belang is dit bij elke beslissing over het toevoegen van woningen aan de markt voor de toekomst in het achterhoofd te houden. Met name in Holten ervaart Viverion nu al sterke verschuivingen in vraagontwikkeling en 2025, waarin krimp werkelijkheid is, komt dichtbij.
Hoewel krimp voor Rijssen tot 2035 nog niet lijkt op te gaan, is ook dat maar ruim 20 jaar verder. Woningen toevoegen doet Viverion voor veel langere perioden. Nader onderzoek naar de termijn waarop krimp al dan niet intrede doet, ook in Rijssen, is van belang door een lokale benadering en aandacht voor de plaatselijke situatie, maar ook een versterkte  inzet op de regionale  aanpak.
De huidige plannen op de appartementenmarkt in de sociale-huurmarkt in Rijssen voldoen aan de te verwachten vraag. Voor grondgebonden woningen in de huursector wordt een beperkte opgave verwacht, maar ook deze opgave is in kwantitatief opzicht beperkt.
Viverion kan zich niet permitteren te bouwen voor leegstand en heeft zich,  zoals in de Twentse routekaart omschreven, geconformeerd aan de regionale aanpak van krimp. Ondanks dit zal Viverion, daar waar vraag is en de financiële mogelijkheden het toelaten, investeren in het toevoegen van woningen. Die financiële mogelijkheden worden flink beknot. Het betekent voor Viverion de  komende jaren tot € 5,5 miljoen extra kosten per jaar. Een enorm bedrag voor een relatief kleine woningcorporatie. Verder zijn er onzekerheden over de Herzieningswet.
De monitoring van marktontwikkelingen is van toenemend belang. Meerjarige beslissingen worden steeds lastiger, kijkend naar de trendbreuk die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Het lijkt daarom aannemelijk dat de komende jaren moeilijk te voorspellen zijn. Viverion pleit sterk voor een continue, jaarlijkse marktmonitoring.
In Holten wordt een appartementenvraag in de sociale-huurmarkt gezien. De vraag is weg te strepen door de appartementen die ontwikkeld worden voor jongeren.
Voor het ontwikkelen van grondgebonden huurwoningen is het van belang meerdere instrumenten te overwegen om de markt te beïnvloeden. Toevoegen is mogelijk, maar Viverion vindt dat stoppen met verkoop zeker het overwegen waard is en een belangrijk punt is.
Viverion ziet de komende jaren een belangrijke opgave als het gaat om het betaalbaar houden van huurwoningen. Viverion is bezig met een nieuw ondernemingsplan, waarin betaalbaarheid het speerpunt is voor de komende vier jaren. Hier hoort een grote transformatieopgave in de bestaande voorraad bij. Er moet niet alleen  gefocust worden op een benadering vanuit huurlasten, maar op de totale woonlasten, waarbij energielasten, dus investeren in duurzaamheid, aan de orde zijn. Dat vindt Viverion erg belangrijk en roept de gemeente en aan de bouwers in de regio op in te zetten op transformatie van de bestaande voorraad door te investeren in duurzaamheid, waarbij de uitdaging is een zo groot mogelijke energiebesparing te realiseren met een zo laag mogelijke investering.
Viverion is blij met de totstandkoming van het woningmarktonderzoek. Wat betreft de nota en de voorgestelde werkwijze waardeert Viverion de voortgang in het proces. De vaart moet erin  blijven. Viverion pleit voor voldoende aandacht voor de genoemde aandachtsgebieden: voldoende regionale en lokale aandacht voor het thema krimp, focus op (investeringen in de) bestaande voorraad en betaalbaarheid. Wat betreft het toetsingskader voor nieuwe bouwplannen is een jaarlijkse monitoring om de vraag goed te volgen van groot belang, mede gezien de veranderende financiële positie van Viverion en gezien de uitdagingen van de toekomst, zoals krimp en vergrijzing. Besluitvorming op specifieke plannen moet telkens getoetst worden aan actuele gegevens over ontwikkelingen in de vraag op de woningmarkt.

De heer DE KOE zegt dat in het stuk bij 1.1 wordt aangegeven dat Viverion de verkoop van bestaande huurwoningen stopt in de kern Rijssen. Gezegd werd zojuist dat Viverion wil en moet investeren in de huidige woningvoorraad met inachtneming van haar financiële positie. Spreker vraagt wat zo’n afspraak waard is als Viverion moet investeren in de bestaande woningvoorraad of in nieuwe projecten.
Mevrouw HETTERSCHEID nuanceert de uitspraak dat Viverion in Rijssen stopt met verkoop. Tussen de gemeente en de beide woningcorporaties moeten nog nadere beleidsmatige afspraken over invulling van de opgave gemaakt worden. Toezeggingen over de hoeveelheden nieuw te bouwen woningen en het definitief stoppen met verkoop van alle woningen zijn nog niet definitief gemaakt. Deze worden vastgelegd in de prestatieafspraken.
Wat betreft het doen van investeringen en het daarvoor benodigde geld zegt spreekster dat Viverion een financieel gezonde corporatie is en wil blijven. Opbrengsten van verkoop wil Viverion besteden aan investeringen en niet aan reguliere exploitatie. Investeringen zullen inderdaad beperkt worden, maar Viverion ziet mogelijkheden met een financiële toetsing te blijven investeren. Viverion heeft haar duurzaamheidsambitie 2025, ‘alle woningen gemiddeld label B’, financieel doorgerekend. Deze is uitvoerbaar.

De heer G. KREIJKES gaat ervan uit dat Viverion in het overleg met de gemeente ook over deze zaken spreekt.
Mevrouw HETTERSCHEID zegt dat daarover veelvuldig wordt gesproken.

De heer G. KREIJKES vraagt of de reden van inspraak is dat er een verschil van mening in het gemeentelijk overleg.
Mevrouw HETTERSCHEID zegt dat Viverion in voorliggende nota de uitkomsten van het woningmarktonderzoek herkent. De nieuwbouwopgaaf daarin kan Viverion nog niet vertalen in een opdracht. Viverion denkt dat het vaststellen van de opgave tussen 2014 en 2019 jaarlijks moet worden bekeken. Die werkwijze vindt Viverion erg belangrijk. Viverion kan gezien haar financiële positie en de ontwikkelingen in Den Haag niet anders dan kijken naar wat mogelijk is. Die nuancering staat niet in het voorstel, maar spreekster vindt het belangrijk die hier naar voren te brengen.

De heer NIJKAMP zegt geluiden te horen dat vooral in Rijssen in de sociale-huursector er behoorlijke wachtlijsten zijn en dat de doorstroming moeizaam verloopt.

Mevrouw HETTERSCHEID zegt dat de Viverion haar gegevens graag wil delen via de op te stellen marktmonitor. In de voorliggende nota is te lezen dat er gemiddeld 50 reacties zijn op woningen. Dat geldt niet voor alle woningen. In Holten worden vaak woningen afgewezen door kandidaten. In Rijssen is de vraag nog redelijk, vooral in het sociale-huursegment. Voor seniorenwoningen is er een, wellicht tijdelijke, afnemende vraag. Stagnatie op de koopmarkt zorgt ook voor minder doorstroming.

De heer TER KEURST denkt dat de mindere doorstroming te maken heeft met het feit dat men van een relatief goedkope huursituatie naar een andere huursituatie gaat en dat men een kleinere woning krijgt en er meer voor moet betalen. Woningbouwcorporaties moeten ervoor zorgen dat mensen onder dezelfde huurcondities met eenzelfde huurhoogte kunnen overstappen naar een seniorenwoning in plaats van het betalen van een meerprijs voor een kleiner huis.
Mevrouw HETTERSCHEID zegt dat mensen die al lang in hun woning wonen een relatief lage huurprijs betalen, vaak zodanig laag dat die prijs veel lager is dan de prijs die marktconform is voor een dergelijke woning. Dat stagneert de doorstroming.

De heer TER KEURST zegt dat mensen een bepaalde huur betalen die jaarlijks geïndexeerd wordt tot het maximum. Het Rijk heeft dat bepaald. Mensen betalen niet een te lage huur, maar als zij overgaan naar een andere woning stappen zij in tegen een hoger tarief. Woningcorporaties zouden bij verkoop van woningen de huurtarieven naar beneden kunnen brengen. Daarmee wordt de overgang naar een seniorenwoning makkelijker gemaakt.
Mevrouw HETTERSCHEID zegt dat Viverion voorstander is van de huursombenadering en dit jaar haar huurbeleid herijkt. De betaalbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. Het optrekken van de huur is een manier om prijs en kwaliteit in verhouding te brengen op basis van de actuele situatie.

De heer MULLER vraagt of Viverion uitsluitend bouwt voor een bepaalde inkomensgroep of dat er ook woningen worden aangeboden voor hogere inkomensgroepen.
Spreker wijst op een artikel “sturen op woonruimte mag alleen nog in een verordening”, wat betrekking heeft op de wet die door de Eerste Kamer is aangenomen. Spreker vraagt of dat gevolgen heeft voor de samenwerking met de gemeente.
Mevrouw HETTERSCHEID zegt dat zowel de Herzieningswet als de Huisvestingswet grote invloed kunnen hebben op de regierol van de gemeente en het beleid van corporaties. Viverion denkt dat in onderling overleg en met voldoende aandacht voor de lokale markt de maatschappelijke invulling het beste vormgegeven kan worden. Viverion moet verplicht  90% van haar woningen toewijzen aan huurders met een inkomen van maximaal € 34.678. Viverion wijst zelfs 96% van de woningen toe aan die grens.

Eerste termijn
De heer NIJKAMP zegt dat er in Rijssen een tekort is aan huurwoningen. In Holten worden huurwoningen op De Kol gebouwd voor de doelgroep € 34.000-plus. Daardoor komt er doorstroming in de sociale huursector. Spreker vraagt of er mogelijkheden om ook in Het Opbroek in Rijssen op basis van dezelfde constructie een aantal huurwoningen in de particuliere sector te realiseren om zo aan de behoefte te voldoen.

De heer BLAAZER wijst op een artikel, waarin gesteld wordt dat het aantal huishoudens meer groeit dan het aantal woningen dat er wordt gebouwd. In het voorliggende stuk worden aantallen genoemd en spreker vraagt zich af wat er gebeurt als de vraag de komende jaren toeneemt en hoe hier dan mee omgegaan wordt.

De heer MULLER gaat in op het feit dat er prestatieafspraken met de woningbouwverenigingen worden gemaakt, wat tegenstrijdig is met de nieuwe Huisvestingswet. In de stukken staat dat in de nieuwe wet gemeenten een nieuw instrument krijgen om te sturen op de woonruimteverdeling en dat  afspraken daarover niet langer mogen worden gemaakt in convenanten en prestatieafspraken met woningcorporaties. In die verordening kunnen de gemeenten regels stellen over de ruimteverdeling van goedkope woningen en over de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Hij vraagt of het zo is dat als dit stuk wordt aangenomen als visie- en beleidsstuk, er vervolgens een verordening komt óf dat er eerst afspraken gemaakt worden met de woningbouwverenigingen waarna er een verordening volgt.

De heer TER KEURST vraagt hoe het college aankijkt tegen de door Viverion voorgestelde monitoring en waarom het plan bij Otje van Potje wordt afgewezen, terwijl er nog 25 appartementen op voorraad worden gehouden.

De heer KEVELAM vindt dat het college een goede beleidsnota heeft voorgelegd, die goed  is doorgesproken met de corporaties. Een van de consequenties is dat in Rijssen de realisatie van appartementen op slot zit.

De heer G. KREIJKES verwijst naar de vorige commissievergadering, waarin hij al vragen heeft gesteld over de realisatie van de 25 appartementen, zonder daarbij de naam “Otje van Potje” te noemen. Spreker refereert voorts aan de woorden van de heer Blaazer, die tegenstrijdig zijn aan de woorden van de inspreekster. Zij sprak immers over krimp en de heer Blaazer spreekt over groei. Hij vraagt hierop een reactie van het college. In het collegevoorstel staat dat door het (verplichte) woningbouwprogramma in Holten er in Rijssen relatief minder woningen kunnen worden gebouwd. Spreker zegt dat de exploitatie van De Kol hierbij een grote rol speelt, daar staat de raad ook achter, maar als dat betekent dat Rijssen niet kan voldoen aan de behoefte die er in Rijssen is en Rijssenaren naar Holten worden verwezen, dan heeft spreker daar grote moeite mee. Hij vraagt het college dit te voorkomen.

De heer TER KEURST vraagt waarom het college bij Conclusies, punt 5, heeft opgenomen dat voor bepaalde knelpunten, zoals milieuaspecten, stedenbouwkundige aspecten of langdurige leegstand, langer dan drie jaar, de 25 appartementen kunnen worden ingezet.

Wethouder CORNELISSEN onderschrijft de woorden die hierover in voorliggend stuk staan. Er is echter één verschil. De vorige woonvisie, waaraan het nieuwe plan getoetst moest worden, voldeed niet. Op basis van die visie kon het college het bedoelde principeverzoek niet goedkeuren. Op basis van de nu voorliggende nota, waarin een knelpuntenpot is opgenomen, zou bijvoorbeeld een situatie zoals Otje van Potje, wel mogelijk worden. Een van de voorliggende beslispunten is, om vooruitlopend op de woonvisie die eind dit jaar verschijnt, die toetsing volgens die nieuwe nota mogelijk te maken. Naar aanleiding van de vragen van de heer Nijkamp over wachtlijsten, zegt spreker dat hij zich niet geheel herkent in het beeld dat is geschetst door Viverion. Er blijkt nog steeds een probleem te zijn met de wachtlijsten. Daarbij is er vandaag een overleg geweest over de statushouders, waarvoor de gemeente een taakstelling heeft in het vinden van onderdak. Spreker is van mening dat de gemeente goed de vinger aan de pols moet houden in groei- en krimpsituaties.
De heer Nijkamp refereerde aan de woningen die in Holten zijn gebouwd en vroeg of er een dergelijke mogelijkheid is voor Het Opbroek. Het college zal daar zeker naar kijken.
De heer Blaazer vroeg naar een situatie waarin er vraag kan zijn naar meer woningen. In de gesprekken met de provincie wordt telkens duidelijk gemaakt dat er gebouwd kan worden voor eigen behoefte. In het verleden was de provincie op dit punt nogal terughoudend. Als de gemeente echter aantoont dat er meer vraag is, verwacht spreker geen probleem.

De heer BERKHOFF vraagt of het kernenbeleid geldt voor ‘bouwen voor eigen behoefte’ of dat ‘bouwen voor eigen behoefte’ geldt voor de gehele gemeente.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de provincie toetst voor de gehele gemeente. Als de raad echter het kernenbeleid wil toepassen en minder wil bouwen in Holten en meer in Rijssen, dan zit er een financieel plaatje aan vast. Die keuze zal op dat moment gemaakt moeten worden. Kijkend naar de afgelopen periode, dan blijkt er wel enige spanning te zijn geweest op dit gebied, maar dat die niet onoverkomelijk was.
De heer Muller sprak over de prestatieafspraken. De gemeente stelt inderdaad de te bouwen voorraad vast. Het college probeert hierover prestatieafspraken te maken met woningbouwcorporaties.

De heer MULLER mekt op dat er in de nieuwe wet sprake is van een verordening die opgesteld moet worden, waardoor de rolverdeling tussen woningbouwverenigingen en gemeenten anders wordt.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de gemeente de aantallen doorgeeft die zij wil bouwen. Aan de hand daarvan wordt gekeken naar de woningcorporaties en wordt het voorstel gedaan om die woningen te bouwen.

De heer MULLER zegt dat prestatieafspraken in de toekomst geen basis meer zijn voor dit soort afspraken. Deze moeten worden vastgelegd in een verordening, die aan de raad voorgelegd moet worden.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat ook in een verordening afspraken gemaakt kunnen worden. Aangegeven is dat prestatieafspraken een belangrijk punt vormen, dat ook opgenomen is in het beleidsakkoord. Er zal elk jaar worden gemonitord, waarbij wordt gekeken wordt naar de knelpuntenpot. Het college vindt het absoluut noodzakelijk de vinger aan de pols te houden, zeker bij het woningbouwprogramma, gezien de dynamiek die er in de markt zit.

De VOORZITTER vraagt of de commissie instemt met de nota en de geschetste werkwijze.

De heer G. KREIJKES maakt de kanttekening dat de SGP zich daarover wel zorgen maakt en daarvoor aandacht vraagt van het college.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA de inzet op 100 extra woningen, met name in Rijssen, van harte ondersteunt om daarmee in de behoefte te voorzien. Men kan de ogen niet sluiten voor krimp, maar de gemeente moet de eerste 20 jaar haar inwoners wel kunnen huisvesten. Spreker vraagt daarnaast in relatie tot het Deltaplan expliciet aandacht voor de particuliere sector voor het realiseren van de huurwoningen, zodat er doorstroming komt in de sociale sector.

7 Raadsvoorstel vaststellen beeldkwaliteitsplan De Kol (Cornelissen)
Eerste termijn
De heer HAASE zegt dat de SGP er begrip voor heeft om in het kader van economische ontwikkelingen of omstandigheden het aantal eisen ten aanzien van de beeldkwaliteit bij te stellen. Het is wel de vraag of verminderde regeldruk invloed heeft op de ontwerpkwaliteit van de woningen. 

Spreker toont een dia over Bergzicht (bijlage 1) en zegt dat de bergzichtbebouwing zoals omschreven is in het beeldkwaliteits-plan, hoogwaardiger lijkt te zijn dan de woningen die momenteel worden gebouwd. Hij wijst op toetsingscriteria die ook in voorliggend plan staan:

  • Bergzicht dient aan te sluiten bij het dorpse karakter. Daarom moeten bijvoorbeeld herhalingen die tot een waarneembare reeks leiden en symmetrische oplossingen die tot schaalvergroting leiden, worden voorkomen. 
  • Variatie in bebouwing wordt aangebracht door afwisseling in de rooilijn, variatie in dakvormen, goot- en nokhoogte, materialen, kleuren en stijl. Er worden gezien de bijzondere ligging hogere eisen gesteld aan de totale architectuur van Bergzicht.

Spreker vraagt de wethouder aan de hand van zijn foto’s of er sprake is van een zekere inconsistentie tussen de eisen voor de bebouwing en dat wat daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Als de wethouder daarop bevestigend antwoordt, is de vraag hoe de raad de mate van hardheid moet beschouwen van de criteria die in het plan beschreven staan. Deze criteria stonden ook al in het geldende beeldkwaliteitsplan. Spreker vraagt hoe het college in de toekomst omgaat met de beschreven richtlijnen en criteria.

De heer VAN DER SANDEN zegt dat Lokaal Liberaal zich aansluit bij de woorden van de heer Haase en in principe ook voorstander is van minder regelgeving, maar er wordt een aantal keren gesproken over het behouden van het dorpse karakter. Spreker vraagt wat hiervoor de criteria zijn en hoe hard die criteria zijn.
Er zal een appartementencomplex worden gebouwd. Spreker vraagt of dat past bij het dorpse karakter. Op internet is hierover nogal wat kritiek te lezen in termen als saai, hoogbouw, blokkendoos. Zal het verminderen van de regelgeving leiden tot nog een nog slechtere situatie?

De heer BEUNK gaat in op het punt ‘erfafscheidingen grenzend aan openbaar groen en hoger dan één meter’ Daarover staat: “Deze moeten bijdragen aan een groen beeld.” Spreker vraagt wat hieronder verstaan moet worden en of bijvoorbeeld een schutting met bamboe opgevuld tot 1.75m ook onder dit groene beeld valt. Ten aanzien van de drie blokken ziet Gemeentebelang daarin wel een dorps karakter met de opmerking dat daar binnenhoven in zitten.

De heer TER KEURST zegt dat de PvdA ervan overtuigd is dat door het naar beneden bijstellen van ambities er een impuls uitgaat in economisch moeilijke tijden, zeker nu de bouw nog steeds behoorlijk in het slop zit. Spreker vraagt of het omgekeerd wellicht ook mogelijk is en of er in 2016 of in 2018 als de economische recessie op zijn retour is, aan het onbebouwde deel weer hogere eisen gesteld kunnen worden om het ideaalbeeld van weleer wat dichter te benaderen.
Spreker vraagt waarom nog steeds gerekend wordt met een parkeernorm van 1,6 voor rijwoningen. Jonge stellen zonder kinderen en stellen waarvan een van de partners parttime gaat werken, hebben in het algemeen twee auto’s. Wanneer kinderen van het gezin een rijbewijs hebben, staan er drie of vier auto’s voor de deur.

De heer KEVELAM vraagt zich of waarom het beeldkwaliteitsplan moet worden vastgesteld. Er wordt niets mee gedaan. Een goed voorbeeld is al gegeven door de heer Haase, die aantoonde dat de nieuwbouwwoningen aan de Drostenstraat in geen enkel opzicht passen bij wat nu wordt vastgesteld.

Wethouder CORNELISSEN zegt puur kijkend naar de getoonde tekeningen, dat hij deels kan meegaan met wat door de sprekers is gezegd. Vanuit de bedoelde intentie echter, met name gericht op het dorpse karakter, vindt spreker het persoonlijk mooi en passend. Beeldkwaliteit is een subjectief begrip. Spreker heeft niet de angst dat het beeldkwaliteitsplan zal zorgen voor een slechtere situatie. Ook bouwers vinden het van belang dat bewoners de woningen aantrekkelijk vinden. Als dat niet het geval is, gaan mensen er niet wonen.

De heer HAASE zegt dat beeldkwaliteit subjectief is, maar dat hij heeft geconstateerd dat drie van de vier criteria niet terugkomen bij deze woningen. Volgens spreker zijn die criteria een wassen neus. Wethouder CORNELISSEN kan deels de mening van de heer Haase delen, maar wil ook wijzen op andere afbeeldingen in het beeldkwaliteitsplan, waarop te zien is wat er met de blokken is bedoeld aan de hand van de criteria. Het klopt echter dat er ‘oude vertrouwde rijtjeshuizen’ komen met alle eenzelfde kap. Over de term dorps karakter kan men van mening verschillen. In het centrum zijn daarvan voorbeelden te zien, waar het beeld van kleinere units is gewekt.
Op het moment dat het economische tij verandert, is het mogelijk dat de raad de eisen bijstelt.
De parkeernorm is gehanteerd op basis van rijtjeswoningen.

De heer TER KEURST zegt dat de gestelde parkeernorm van 1,6 te laag is, omdat te zien is dat gezinnen in het algemeen zeker twee auto’s hebben. Bij de vaststelling van dit plan kan de norm aangepast worden.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat tijdens een bijeenkomst over demografische ontwikkelingen is gebleken dat jongeren over het algemeen een andere visie hebben op autobezit. Zij hechten niet zozeer aan het bezit van een auto, maar kijken meer naar het gebruik. In deze bijeenkomst werd aangegeven dat het de verwachting is dat autobezit, met name onder jongeren, afneemt.

De heer TER KEURST zegt dat hij wijst op de realiteit van de dag, maar dat de wethouder spreekt over verwachtingen.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat woningen worden gebouwd voor de langere termijn. In het beeldkwaliteitsplan wordt geprobeerd een doorkijk te geven naar de toekomst toe. Daarbij is uitgegaan van een parkeernorm van 1,6.

Mevrouw SPAKMAN gaat in op de vraag over erfafscheidingen hoger dan één meter, die daarmee moeten bijdragen aan het groene karakter van de Kol. Daarmee wordt bedoeld een afscheiding in de vorm van hedera, een klimopraster en dergelijke.

De heer BEUNK vraagt of dit een intentie of een verplichting is.
Mevrouw SPAKMAN zegt dat het een toetsingskader is. Een erfafscheiding hoger dan één meter is vergunningplichtig en wordt meegenomen in de vergunningverlening.

De heer KEVELAM zegt dat het beeldkwaliteit het toetsingskader is voor aanvragen. De woningen aan de Drostenstraat voldoen in het geheel niet aan het beschreven toetsingskader.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat deze woningen getoetst zijn.

De heer TER KEURST vraagt op basis waarvan de vergunningen zijn verleend voor deze woningen.
Mevrouw SPAKMAN zegt dat bouwaanvragen worden voorgelegd aan de welstandcommissie. De welstandcommissie neemt daarbij het toetsingskader mee.

De heer G. KREIJKES vraagt of het college een rapport wil opstellen over parkeernormen, waarbij duidelijk moet worden of het verstandig is een norm van 1,6 te blijven hanteren. Vervolgens kan daarop geanticipeerd worden.

De heer TER KEURST verzoekt daarbij mee te nemen wat de huidige stand van zaken is in de diverse wijken.

Tweede termijn
De heer VAN DER SANDEN vraagt mede naar aanleiding van de opmerkingen van de heer Haase over het nog verder naar beneden bijstellen van de kaders, of de criteria niet dusdanig klein zijn, dat alles mogelijk is.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie zich aansluit bij het verzoek van de heer Kreijkes.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat in de procedure voor de aanvraag van een bouwvergunning door de welstandscommissie wordt getoetst aan het beeldkwaliteitsplan. Het oordeel van de welstandscommissie wordt door het college meegenomen. Er worden ook plannen afgewezen die niet voldoen aan het beeldkwaliteitsplan.

De heer BERKHOFF zegt dat de raad op 3 juli 2014 over het voorstel besluit. Spreker vraagt of de welstandscommissie al heeft gewerkt met de nieuwe toetsingscriteria.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de welstandscommissie tot nu toe heeft gewerkt met het oude beeldkwaliteitsplan.
Er is gevraagd een rapport op te stellen over de parkeernormen. Spreker stelt voor deze vraag via een NB af te handelen, omdat hem niet bekend is hoeveel tijd daarvoor nodig is en of het problemen oplevert met andere werkzaamheden.
NB.: Het rapport is op 28 augustus beschikbaar gesteld via de actiepuntenlijst. Een notitie hierover van het college en het rapport worden als bijlagen toegevoegd aan dit verslag.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen beeldkwaliteitsplan De Kol als bespreekstuk te behandelen in de raad van 3 juli.

8 Raadsvoorstel vaststellen wijzigingen uitgiftebeleid
   Vletgaarsmaten (Wolterink)

Eerste termijn
De heer TER KEURS zegt dat aanpassing van het beleid aan de huidige tijd en omstandigheden een wijs besluit is. Het college heeft hierbij aangegeven dat het beleid nog niet aangepast is aan de ambitie in het coalitieakkoord. Spreker vraagt hoe het college de ambitie van het coalitieakkoord bij de provincie onder de aandacht brengt en hoe commissie en raad daarvan op de hoogte worden gesteld.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang zich aansluit bij de vragen van de heer Ter Keurs.

De heer MEIJERINK vraagt of het college in beeld heeft hoeveel mensen er momenteel per hectare werken op Vletgaarsmaten. Als het aantal hoger is dan de norm van 25, is de vraag of een bijstelling naar 15 nodig is.
Onder “kanttekeningen” staat dat het beleid niet is aangepast aan de ambities in het coalitieakkoord. Dit betreft de bovenlokale functie. Aanpassing is nodig om bedrijven van buiten te kunnen aantrekken. Spreker vraagt of het per se nodig is een kern met een bovenlokale functie te zijn om bedrijven van buiten te kunnen aantrekken. Daaraan koppelt spreker de vraagt of het hier gaat om een kern met een bovenlokale functie om bedrijven van buiten te kunnen aantrekken óf dat de gemeente bedrijven van buiten wil aantrekken om kern met een bovenlokale functie te zijn.
Spreker vraagt verder, als de omstandigheden verbeteren, of de normen teruggebracht kunnen worden op het oude niveau, waarbij het bedrijventerrein bestemd is voor lokale bedrijven.

Wethouder WOLTERINK zegt dat er in eerste instantie ambtelijk besprekingen plaatsvinden met de provincie.
Spreker weet niet hoeveel mensen er per hectare werken op Vletgaarsmaten. Gemiddeld ligt het op dit moment een stuk hoger dan 25, wat o.a. te maken heeft met kantoorfuncties. Het college wil graag bedrijven van buiten krijgen, ook in verband met diversiteit. Inmiddels is de omgevingsvisie wat aangepast, daarin is ‘lokaal gewortelde bedrijven’ aangepast in ‘lokaal gewortelde bedrijvigheid’. Dat geeft het college enige verruiming, waarmee wellicht creatief omgegaan kan worden.
Spreker denkt niet dat de norm ooit naar boven bijgesteld zal worden, omdat de automatisering verder gaat.

Tweede termijn
De heer TER KEURS vraagt hoe de raad op de hoogte wordt gehouden van de gesprekken met de provincie en op welke manier de ambitie, die is geuit in het coalitieakkoord, wordt geïntegreerd in het nu vast te stellen beleid.

De heer MEIJERINK zegt dat de wethouder niet verwacht dat de norm omhoog gaat. De PvdA vindt dat jammer, omdat altijd veel waarde is gehecht aan zoveel mogelijk mensen die aan het werk kunnen zijn per hectare.

Wethouder WOLTERINK zegt dat het college zich zal beraden als de gemeente de bovenlokale functie krijgt en bedrijven van buiten mag aantrekken. Op de manier waarop dat opgenomen wordt in het uitgiftebeleid wil spreker niet vooruitlopen.

De heer NOORDAM vraagt welke redenen het college gaat aanvoeren om de bovenlokale functie nu wel te verkrijgen.

Wethouder WOLTERINK zegt dat een van de argumenten is dat Rijssen-Holten de vierde economie van Twente is en deels voor mensen van buiten de gemeente ‘banenmotor’ is voor Twente.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen wijzigingen uitgiftebeleid Vletgaarsmaten als hamerstuk te behandelen in de raad.

9 Raadsvoorstel vaststellen van de geconsolideerde jaarrekening over het
    boekjaar 2013 (Beens)
De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2013 als bespreekstuk te behandelen in de raad.

10  Raadsvoorstel bestuursrapportage voorjaar 2014 (Beens)
De heer TER KEURST refereert aan bladzijde 7 en vraagt op basis van welke gegevens de vierde huisvuilwagen nodig is, gezien de nieuwe manier van inzamelen van plastic, o.a. met het gebruikmaken van bovengrondse containers.

Wethouder AANSTOOT zegt toe de vraag te beantwoorden middels een NB.
NB.: Begin februari 2014 is door B&W besloten tot de aanschaf van een nieuwe huisvuilauto. Er is geen sprake van uitbreiding van het aantal in te zetten vuilniswagens. Deze aanschaf is ter vervanging van een afgeschreven voertuig. De nieuwe huisvuilauto is vooral noodzakelijk voor het continueren van de bedrijfzekerheid van onze afvalinzameling. Op dit moment wordt er met een afgeschreven auto gewerkt, dat is in het kader van bedrijfszekerheid niet gewenst. Bij het besluit tot aanschaf van een nieuwe vuilniswagen is ook gezocht naar mogelijkheden om efficiënter in te zamelen. Daarom is gekozen voor een zijlader. Deze wordt weliswaar niet gebruikt voor het inzamelen van Recyclezakken, maar binnen het totaal van onze benodigde voertuigcapaciteit is een (tweede) zijlader efficiënt in te plannen. Per saldo leidt deze aanschaf tot lagere inzamelkosten.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel bestuursrapportage voorjaar 2014 als bespreekstuk te behandelen in de raad.

(Wethouder WOLTERINK verlaat de vergadering om 21.30 uur.)

11 Principeverzoek bouw woningen hoek Wierdensestraat-Reggesingel
      (opiniërend; Cornelissen)
De heer KEVELAM zegt dat in de onlangs vastgestelde inbreidingsnota toetsingscriteria zijn opgenomen en vraagt of voorliggend verzoek daaraan is getoetst en of men als gevolg daarvan een positief oordeel heeft kunnen vellen.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA instemt met het principeverzoek en de voorkeur geeft aan de variant met een rooilijn evenwijdig aan de rooilijn van de Wierdensestraat.

De heer BLAAZER vraagt naar de bereikbaarheid van kavel 1 en 2.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang een voorkeur heeft voor variant 1.

Mevrouw EMMENS sluit zich aan bij de woorden van de heer Kevelam. Als het inbreidingsbeleid zou zijn gevolgd, was het plan nu al verder uitgewerkt en had het daaraan getoetst kunnen worden. Spreekster vraagt verder of er voldoende ruimte is voor de woningen met het oog op de rotonde in de Reggesingel.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het principeverzoek is getoetst aan het inbreidingsbeleid. Destijds is de afspraak gemaakt dat voorkomende gevallen van inbreiding opiniërend aan de commissie zouden worden voorgelegd.
Bij het uitwerken van het principeverzoek wordt gekeken naar de bereikbaarheid van kavel 1 en 2. Spreker verwacht geen problemen met de situering van de woningen ten opzichte van de rotonde..

De VOORZITTER concludeert dat de commissie instemt met het voornemen om de procedures te starten.

12 Wijzigen welstandsnota onderdeel dakkapellen voor karakteristieke
       woningen 
met een lage goot (opiniërend; Cornelissen)

Eerste termijn
De heer HAASE zegt dat voorliggende stukken suggereren dat er een sterk verschil in visie bestaat tussen de ambtelijke organisatie en het college: het bestuursvoorstel spreekt over het voortzetten van het handhavingstraject, terwijl het college voorstelt de dakkapellen te legaliseren door de welstandsnota aan te passen. Het collegevoorstel bevreemdt de SGP, omdat in de te wijzigen welstandsnota een hoogte van maximaal 2,2 meter wordt gehanteerd, wat veel hoger is dan de reguliere 1,75 meter, zoals in veel andere gemeenten geldt. De voorgestelde norm lijkt ingegeven te worden door de dakkapel van 2,20 meter die nu op Esstraat 67 staat. De SGP vindt dit gelegenheidswetgeving. Als de welstandsnota voortdurend wordt overtreden lijkt een nieuwe norm afgedwongen te kunnen worden. 

Afzien van handhaven schept een precedent. Het advies van de welstandscommissie is negatief, zelfs na vergelijkend onderzoek met andere gemeenten. Ook de ambtelijke afdeling geeft een negatief advies en komt na bestudering van deze casus en van vele beleidsnota’s van andere gemeenten tot de conclusie dat verdere verruiming van het beleid niet wenselijk is.
Het stoort de SGP dat dit niet de eerste dakkapel is op een karakteristieke woning met een lage goot. Voor andere eigenaren van woningen is dit beleid wel afdoende gebleken.
Spreker vraagt:

  • of de wethouder ook een verschil ziet tussen de ambtelijke visie en de visie van het college;
  • waarom het handhavingstraject gedurende zo’n lange tijd is gestopt aangezien verzocht is de dakkapel voor 1 oktober 2013 te verwijderen;
  • waarom het college het advies van de ambtelijke organisatie en van de welstandscommissie niet overneemt om de handhaving voort te zetten;
  • is de wethouder met de SGP van mening dat de argumentatie en de voorgestelde normen doen vermoeden dat dit gelegenheidswetgeving is, oftewel is de indruk juist dat het college het lastige proces van handhaving probeert te voorkomen door het welstandsbeleid aan te passen.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA niet blij met deze situatie, maar dat de wijziging bedoeld lijkt te zijn voor deze specifieke woningen. Daarvoor zouden in het geheel geen uitbreidingsmogelijkheden zijn. Spreker vraagt of de wethouder zijn woorden kan bevestigen.

De heer BERKHOFF zegt dat hij zich aansluit bij de vragen van de heer Haase. Bij de ChristenUnie leeft nog een andere vraag. Dit is de tweede keer in korte termijn dat een bestaande situatie via wetgeving gelegaliseerd moet worden. Spreker vraagt hoe het handhavingsbeleid er binnen de gemeente uitziet.

De heer DE KOE sluit zich aan bij de vragen van de heren Haase en Berkhoff. Bij de vraag van de heer Berkhoff merkt spreker op dat de vorige keer niet het beleid is aangepast. In dit geval wordt ook het beleid aangepast. Spreker vraagt of dat niet een stap te ver is.

De heer BEUNK sluit zich aan bij de opmerkingen van de vorige sprekers. Spreker vraagt daarnaast of “karakteristiek” een juridische term is en waarom er verschil wordt gemaakt tussen een karakteristieke woning en een woning met een lage goot. Zijn er voorbeelden van dakkapellen waar de 2,20 meter is toegepast. Als dat niet het geval is, wil spreker graag weten waarom het in dit geval uniek is.

De heer MEIJERINK spreekt zijn verbazing uit over punt 5, draagvlak, waar staat: ”Handhaven is een laatste dwangmiddel en leidt vaak tot leed, ergernis en hoge kosten. Als handhaving kan worden voorkomen, dan kan dat rekenen op veel draagvlak bij betrokkene.“ Spreker gaat ervan uit dat het college zijn boodschap snapt.
In feite betekent het voorstel het belonen van slecht gedrag. Praktische gezien snapt de PvdA waarom de bewoner een dakkapel wil plaatsen. Aan wat nu echter door de bewoner wordt voorgesteld, twijfelt de PvdA zeer. Daaraan moeten stevige welstandseisen worden gesteld.

De heer KEVELAM zegt dat de VVD altijd heeft gepleit voor welstandsvrij bouwen. De VVD is geen voorstander van karakteristieke woningen. Degene die erin woont, moet mooi vinden wat hij bouwt.

De heer DE KOE vraagt hoe hij dat moet zien in het licht van wat de heer Kevelam eerder vanavond heeft gezegd over lintbebouwing langs de spoorlijn aan de Drostenstraat.
De heer KEVELAM zegt dat hij die lintbebouwing mooi vindt.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat er verschil van inzicht was tussen de ambtenaren en het college en dat er stevig is geworsteld met dit onderwerp. Bij de situatie Esstraat is een specifieke afweging gemaakt. In de stukken staat dat er eisen en regels worden gesteld voor dakkapellen dichtbij de nok. De mening was dat in deze situatie de aanpassing zou moeten kunnen.

De heer HAASE vraagt wie die mening was toegedaan.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college die mening was toegedaan en een andere afweging heeft gemaakt dan ambtelijk was geadviseerd op dat punt.
Duidelijk is dat bij dit type woningen er wensen bestaan tot het creëren van extra ruimte door middel van dakkapellen. De verdieping kan daardoor beter gebruikt worden. Er is een afweging gemaakt van wat wel en niet acceptabel kan zijn.
“Karakteristiek” is geen juridische term, maar bedoeld om dit type woningen aan te duiden. De vraag of de 2,20 meter elders toegepast wordt, kan spreker niet beantwoorden.

De heer G. KREIJKES zegt dat het beleid 1.75 meter was en niet 2.20 meter.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het beleid uitgaat van 1.75 meter, maar of er daadwerkelijk nergens 2.20 meter is, durft spreker niet met zekerheid niet te zeggen.

De heer BERKHOFF zegt dat in de stukken uitgebreid wordt gesproken over het traject van handhaving in deze situatie gedurende twee jaar. Nu wordt voorgesteld de situatie te legaliseren en aan te passen aan de omstandigheden. Spreker vraagt hoe de gemeente omgaat met handhaving. Bij degenen die eerder een dergelijk verzoek hebben ingediend bij de gemeente en een afwijzing hebben ontvangen, zal zeker geen draagvlak te vinden zijn om deze situatie te legaliseren.

Wethouder AANSTOOT zegt dat een vergunning vooraf wordt getoetst. Als er bij het bouwen wordt afgeweken van de vergunning, wordt er gehandhaafd. Als dat onvoldoende werkt, moet die lijn versterkt worden.

De heer BERKHOFF vraagt waarom in dit geval wel afgeweken wordt en waarom het college instemt met legalisatie en niet kiest voor het doorzetten van de handhaving.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college zijn afweging heeft gemaakt en vindt dat er ruimte is. Spreker wijst erop dat het stuk opiniërend voorligt aan de commissie.

Tweede termijn
De heer DE KOE zegt dat het college kiest voor legalisering, omdat het college vindt dat het past. Spreker wijst op het voortraject van jaren, waarin is geprobeerd te handhaven. Ergens wringt er een schoen. Lokaal Liberaal heeft in feite niet veel moeite met wijziging van het beleid en snapt wat wordt beoogd. De aanleiding hiertoe vindt spreker echter helemaal verkeerd.

De heer HAASE zegt dat de SGP moeite heeft met de voorgestelde wijziging, omdat deze erg afwijkt van de landelijke norm, die in het algemeen ligt tussen 1.50 tot 1.75 meter. Wat nu voorgesteld wordt is zodanig veel hoger, dat de vraag is of het handig is dat toe te staan. De aanleiding is volgens de SGP verkeerd en zijn fractie vindt dat handhaving moet plaatsvinden.

De heer H. KREIJKES vraagt of de 2.20 meter te maken heeft met de stahoogte in de ruimte.
Spreker vraagt of in de voorwaarden opgenomen kan worden dat de goothoogte maximaal 1.75 meter mag zijn. Daarmee is er een duidelijk onderscheid met andere woningen.

De heer BEUNK herhaalt zijn vraag waarom er verschil wordt gemaakt tussen karakteristieke woningen en een gewone woning met een lage goot.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA de inhoud van de wijziging van het beleid kan billijken, maar dan wel met grotere welstandeisen dan er nu lijken te liggen op de betreffende dakkapel. Een dakkapel is prima, maar er moet echt iets beters komen dan wat er nu staat. En er moet meer werk gemaakt worden van handhaving. Zoals dat op deze manier is gegaan, kan echt niet.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij al heeft aangegeven wat er specifiek bedoeld is met dit type woningen en de opbouw ervan. Speciaal hierop is dit welstandsbeleid geschreven.
Wat betreft de hoogte van 2.20 meter, waar de heer H. Kreijkes naar vroeg, kan spreker zich niet kan voorstellen dat dit te maken heeft met de stahoogte. Dat zou betekenen dat al deze woningen een gelijke hoogte moeten hebben en eenzelfde verdiepingsvloerhoogte moeten hebben.
Naar aanleiding van de vraag over het opnemen van voorwaarden, zegt spreker dat er nu specifiek afmetingen zijn opgenomen.

De heer H. KREIJKES zegt dat in de notitie criteria en voorwaarden zijn genoemd. Bij de voorwaarden staan drie punten, waarbij geen goothoogte staat. Met name voor dit soort karakteristieke woningen is de goothoogte extra laag ten opzichte van andere woningen met een lage goothoogte. “Karakteristiek” als term opnemen is juridisch niet mogelijk. Dat is wel mogelijk voor de goothoogte. Spreker geeft als suggestie aan het college mee dat wel op te nemen, zodat er een duidelijk verschil ontstaat met andere woningen met een lage goothoogte.

Opinies
De heer BEUNK zegt dat er zoveel onduidelijkheden zijn over karakteristieke woningen en over juridische houdbaarheid, dat Gemeentebelang vindt dat dat soort zaken geschrapt moeten worden uit de welstandsnota, en dat tevens de welstandsnota geschrapt zou moeten worden. Gemeentebelang is voor ruime mogelijkheden, maar dan voor iedereen.

De heer BERKHOFF zegt dat er nu iets legaal wordt gemaakt wat in feite illegaal is gebouwd. Spreker vraagt of Gemeentebelang daar geen probleem mee heeft.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang daar moeite mee heeft en vindt dat gehandhaafd moet worden. In voorliggende situatie zegt Gemeentebelang ook dat gehandhaafd moet worden.

De heer KEVELAM vindt het vreemd dat de heer Berkhoff van de ChristenUnie opmerkingen heeft richting Gemeentebelang. De ChristenUnie heeft in een andere situatie waar illegale bouw volgens haar gelegaliseerd kon worden, gezegd dat zij daarmee pragmatische om wilde gaan.

De heer BERKHOFF zegt dat als er in bedoelde vorige situatie gehandhaafd zou zijn, het bouwwerk afgebroken had moeten worden. De betrokkene had vervolgens een nieuwe vergunning aan kunnen vragen en ook verkregen, waarna het bouwblok was gewijzigd en er eenzelfde bouwwerk gerealiseerd had kunnen worden. Dat was dus een wezenlijk andere situatie. Spreker vraagt of de opinie van Gemeentebelang luidt dat zij wil handhaven en een negatief advies over het voorstel geeft.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang het volgende voorstaat: geen beleid op basis van incidenten.

De heer MEIJERINK verwijst voor zijn opinie naar zijn woorden in de tweede termijn.

De heer KEVELAM zegt dat de VVD voor honderd procent meegaat met de woorden van de heer Beunk van Gemeentebelang. Geen welstandsnota. Geen karakteristieke woningen. Ruime mogelijkheden voor bouwen. In dit geval zegt de VVD echter dat er regels zijn vastgesteld. Er is niet volgens die regels gebouwd, zodat de VVD consequent is aan wat zij heeft gezegd in de Holtense situatie en vindt dat er gehandhaafd moet worden.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie het eens is met de woorden van de heer Kevelam en voor handhaving is.

De heer HAASE zegt dat de SGP in dit geval voor handhaven is. Naar aanleiding van wat de heer Beunk heeft opgemerkt, vindt spreker dat de huidige welstandsnota goed is en niet gecompliceerd. Het voorliggend voorstel maakt de welstandsnota wel gecompliceerd.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA voor handhaven is.

Mevrouw EMMENS zegt dat ook D66 voor handhaven is.

De VOORZITTER zegt dat de opinies ten aanzien van het collegevoornemen overwegend negatief zijn.

13 Verleggen afsluiterschema Gasunie Espelodijk-Vijfhuizenweg
     (opiniërend; Cornelissen)
De VOORZITTER concludeert dat de commissie instemt met het voornemen de procedures te starten.

15 Update LTVV, ontwerpkaders centrumring en uitvoeringsprogramma
     (opiniërend; Aanstoot)

Eerste termijn
De heer TER KEURST zegt dat de PvdA vaststelt dat via het Hogepad bevoorrading plaatsvindt vanuit vrachtauto’s die geparkeerd staan op de openbare weg. Daarover is in de update LTVV niets te lezen. Spreker vraagt hoe het college denkt om te gaan met bevoorrading binnen de LTVV op doorgaande wegen door vrachtverkeer op plekken waar dat eigenlijk niet is toegestaan en hoe het college denkt om te gaan met de positie van voetgangers binnen de LTVV. De PvdA mist verder de positie van het openbaar vervoer. Zowel de voetganger als het openbaar vervoer maken deel uit van de gemeentelijke infrastructuur. Spreker vraagt hoe het college dit denkt op te lossen.
Ten aanzien van het fietsparkeren heeft de PvdA aangegeven dat de APV moet worden aangepast als er straks goede parkeervoorziening voor fietsers zijn en uitbreidingen bij het station en bijvoorbeeld bij Tusveld. Dit soort voorzieningen kost veel geld. Met een aanpassing van de APV worden zwerffietsen, wildparkeren en weesfietsen tegengegaan.
Spreker spreekt zijn dank uit voor de aandacht die wordt besteed aan het punt Stationsdwarsweg bij de AH en het punt Boomkamp/Huttenwal.

Mevrouw EMMENS zegt dat bij de fietsvisie is gesproken over de fietsring tussen de binnen- en de buitenring. Er werd gesteld dat er geen geld voor is, maar dat deze meegenomen wordt tijdens het lopende werk daar waar dat mogelijk is. Spreekster mist dat uitgangspunt bij de centrumring. De fietsring begint bij Wierdensestraat/Hangerad. Bij de ontwerpuitgangspunten zou men verwachten dat gekeken werd of er nog iets gedaan moet worden met die aansluiting.
Bij de kruising met de Enterstraat, vanaf het Pottebakkerserf naar de Schoolstraat, staan nu alleen wat stippellijnen op het wegdek. Spreekster vraagt in dit verband aandacht voor de uitgangspunten voor de Enterstraat en hoe omgegaan moet worden met de kruising van het fietsverkeer.

De heer H. KREIJKES zegt dat in fietsvisie aandacht is gevraagd voor het fietspad langs de Maatgraven en in de Veeneslagen. Spreker mist dit punt in voorliggend stuk en vraagt of het alsnog meegenomen wordt.

De heer HAASE zegt dat de SGP zonder meer instemt met de update.
In de actualisatie van de LTVV staat dat de kruisingen van de centrumring en de invalswegen zoveel mogelijk gelijkwaardig moeten worden. Dat is nu al het geval voor een deel van de Markeloseweg. De SGP hoort veel klachten van inwoners, omdat mensen doorrijden op de Markeloseweg in de veronder-stelling dat zij voorrang hebben. Dat kan een stuk gewenning zijn, maar anderzijds is de Markelose-weg een invalsweg en belangrijker dan de daarop aansluitende wegen. Spreker vraagt of het college daarover ook signalen heeft gekregen en of er nog een evaluatie plaatsvindt.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het college kritisch kijkt naar de manier waarop de centrumring goed ingericht wordt voor de toekomst, ook bij nieuwe situaties, zoals aansluiting van de stationsomgeving. Daarbij wordt ook de veiligheid voor voetgangers gegarandeerd.
Bedrijven zullen zoveel mogelijk aan de achterkant worden bevoorraad. Dat zal niet veel wijzigen ten opzichte van de huidige situatie.
Spreker vindt dat met alles wat er gebeurt in de stationsomgeving er wel degelijk wat gedaan wordt aan het openbaar vervoer. Voor het overige zullen de voorzieningen in het openbaar vervoer zoveel mogelijk in tact blijven.
Het college neemt het verzoek mee om de APV aan te passen op het weren van zwerffietsen en weesfietsen. Als er goede voorzieningen komen, behoren fietsen die langdurig niet gebruikt worden, verwijderd te kunnen worden.
Op de centrumring worden fietsers via fietssuggestiestroken op de rijbaan gebracht. De fietsring tussen de centrumring en de tweede ring wordt zoveel mogelijk meegenomen bij reconstructies en dergelijke. In het financiële plaatje is te zien dat er geld is opgenomen om deze fietsring tot uitvoering te brengen.
Naar aanleiding van de vragen van het CDA over het fietspad Maatgraven en Veeneslagen zegt spreker dat hiervoor maatregelen zijn opgenomen in het financiële plaatje.
Spreker heeft zelf geen signalen gekregen over onveilige situatie op de Markeloseweg. Dat soort signalen wordt in het algemeen besproken in de verkeersoverleggroep. Ook de LTVV is goed doorgesproken met klankbordgroepen. Spreker gaat ervan uit dat er een goed verkeersstructuurplan ligt. De verkeersmodellen waarop de oorspronkelijke LTVV was geënt reikten tot 2015. Met deze update wordt een periode verder gekeken.

Tweede termijn
De heer H. KREIJKES zegt dat in het stuk zelf een onderzoek wordt genoemd naar de verbetering van de fietspaden. Spreker vraagt of dat inclusief de kosten is die daarvoor gemaakt moeten worden.

Wethouder AANSTOOT antwoordt dat dat inclusief uitvoeringskosten is.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal blij is dat een groot deel van de aandachtspunten die eerder zijn geuit in de commissie nu is opgenomen. Het is goed dat er hoge prioriteit is gegeven aan de fietsverbinding Morsweg en de rotonde Morsweg/Spoelerstraat en dat er wordt gekeken naar de fietsparkeervoorzieningen bij het station.

De heer TER KEURST zegt dat de wethouder een goede veiligheid voor voetgangers garandeert. Spreker weet niet waarop dat is gebaseerd, omdat in de update de voetganger in het geheel niet is genoemd.
De wethouder sprak naar aanleiding van het openbaar vervoer over de stationsomgeving. Spreker zegt dat openbaar vervoer meer is dan alleen een station. Daaronder vallen ook bushaltes en busroutes. Die zaken mist de PvdA.
De bevoorrading is volgens de wethouder goed geregeld. Er zijn inderdaad laad- en losfaciliteiten in de Bouwstraat en aan het Hogepad. Toch staan daar telkens vrachtwagens op de rijbaan ter hoogte van de parkeergarage-ingang. Spreker vraagt zich af of de visie alsnog wordt aangepast om laden en lossen toe te staan op de rijbaan.

Wethouder AANSTOOT zegt dat andere mogelijkheden van bevoorraden, als die er zijn, benut moeten worden. Voorkomen moet worden dat vrachtwagens op de rijbaan staan.
De heer TER KEURST zegt dat de vrachtwagens op de rijbaan staan terwijl er laad- en losfaciliteiten zijn ter hoogte van de Branding en het dubbele dok net voorbij de bocht richting het gemeentehuis.

Wethouder AANSTOOT zegt dat daarop in dat geval gehandhaafd moet worden.
Het college beoogt het verblijfsverkeer en het bestemmingsverkeer naar de centrumring te halen en het transitoverkeer naar buiten toe te brengen. Dat betekent volgens het college dat er veiligheid wordt gecreëerd, impliciet ook voor de voetgangers.
Wat betreft de bushaltes zegt spreker dat hij er ten opzichte van de bestaande voorziening van uitgaat dat deze kunnen blijven. Er zijn geen verplaatsingen aan de orde op dit moment.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie blij is met de update en met de toezegging dat de knelpunten het eerste aangepakt worden.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang de update ondersteunt..

De heer TER KEURST zegt dat de PvdA het voorliggend stuk een aardig plan vindt, maar dat zij een aantal dingen mist. Spreker wenst de wethouder succes bij het handhaven. Verder verwacht spreker een aanvulling met betrekking tot de voetganger. Met het antwoord over het openbaar vervoer is spreker niet tevreden.

De heer KEVELAM zegt dat de VVD instemt met de update.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie instemt met de update en dat deze ter inspraak gelegd kan worden.

16 Pleinenstudie Centrum Rijssen (o.v.v. D66)
Mevrouw EMMENS zegt dat voor de drie pleinen in Rijssen een pleinenstudie is uitgevoerd, die is omgezet naar een bestuursvoorstel. D66 vindt het belangrijk dit onderwerp te bespreken, omdat in het bestuursvoorstel ontwerpuitgangspunten staan voor de structuurvisie voor het centrum, die een looptijd heeft van tien tot vijftien jaar.
In het bestuursvoorstel wordt voor het Europaplein nu al gekozen voor een evenementen- en marktplein, terwijl er in de studie ook andere mogelijkheden zijn genoemd. Volgens de visie van D66 moet het Europaplein een plein worden met een goede belevingswaarde, waar mensen prettig kunnen vertoeven. Het plein moet niet in eerste instantie ingericht worden als marktplein. Er worden enkele inrichtingsmaatregelen voorgesteld, waarbij de markt- en evenementenfunctie leidend is. Die keuze wordt met name bepaald door het feit dat er geen geld is.
Voor het Schild is in de pleinenstudie niet opgenomen dat daar gefietst mag worden. In de fietsvisie staat dat dit wel is toegestaan. D66 vindt dat daarmee voor de toekomst een aantal functies en gebruiksmogelijkheden uitgesloten worden. Omdat het een visie is voor de langere termijn vindt D66 het belangrijk dat het onderwerp in de commissie besproken wordt.

De heer MULLER zegt dat bespreking van het onderwerp wat Gemeentebelang had kunnen wachten op de structuurvisie. Op dat moment wil Gemeentebelang haar mening geven.

De heer TER KEURST merkt op dat de raad bij de vaststelling van de fietsvisie heeft besloten dat er gefietst mag worden over het Schild. Voor de markt en voor evenementen moet de kern Rijssen ruimte hebben ofwel in de kern ofwel buiten de kern. De keuze van spreker ligt wat dat betreft bij het Europaplein in de kern. Als over het plein Tusveld na de vakantie wordt gesproken, is het te laat. Men wil voortvarend aan de slag met het plein, dat in oktober/november gerealiseerd moet zijn.

De heer KEVELAM zegt dat over het Schild bij de fietsvisie is besloten en dat het plein Tusveld al heel snel ingericht moet worden. Het punt dat resteert is het Europaplein. Spreker stelt voor dit punt te agenderen in een van de volgende commissies.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal akkoord gaat met het plan voor plein Tusveld. Over het Schild is Lokaal Liberaal bij de besluitvorming over de fietsvisie al akkoord gegaan. Behandeling van het Europaplein mag wat Lokaal Liberaal wel naar voren gehaald worden.

De heer BERKHOFF sluit zich aan bij de woorden van de heer De Koe.

De heer BLAAZER zegt dat het CDA zich kan vinden in het bestuursvoorstel.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP zich aansluit bij de woorden van de heer Blaazer.

Wethouder AANSTOOT zegt dat plan Tusveld in de procedure nu voor uitvoering staat. Zodra het pand gereed is, wordt gezorgd dat de infrastructuur op orde is. Voor de bouwvakvakantie wordt daarmee gestart en direct daarna wordt het plein ingericht. Het plein krijgt een groene aankleding, er komt een aantal fietsenstallingen en een terrasfunctie.
Het Europaplein moet een markt- en evenementenplein worden. Met name voor de markt, die goed is aangeschreven in de regio, moet er een goede plek zijn met goede faciliteiten. Het college wil niet veel concessies doen wat betreft dit plein.
De raad heeft besloten het Schild te versterken als fietsroute vanaf het station naar het centrum en de zuidelijke woonwijken. De inpassing wordt meegenomen bij de structuurvisie Rijssen.
Het plein bij de Hoge Wal wordt nu meegenomen bij de reconstructie van de Haarstraat. Er ligt een prachtig ontwerp, waarbij scholieren betrokken worden.

De heer TER KEURST zegt plein Tusveld volgens de wethouder al snel ingericht wordt. Spreker vraagt of de ingediende zienswijzen een wassen neus zijn.

De heer MULLER zegt dat de fietsenstalling midden op plein Tusveld is gesitueerd. Gemeentebelang vindt dat daarmee de afstand tot de bibliotheek te groot is, waardoor fietsen in de praktijk zullen zwerven op het plein. Gemeentebelang verzoekt de fietsenstalling aan de zijkanten van het plein te plaatsen.

De heer TER KEURST is van mening dat het onderwerp vanavond is geagendeerd, zodat daarover nu gediscussieerd kan worden. Spreker stelt de volgende vragen:

  • Waarom zijn de ingediende zienswijzen niet aan het stuk toegevoegd?
  • Er is gevraagd om uitvoering in een Franse of Mediterrane sfeer. Waarom er is gekozen voor een klinkerverharding en niet voor een alternatief?
  • Er worden bakken geplaatst voor heesters, bomen en gazon. Zijn die bakken hoog genoeg om de fietsen te camoufleren en als dat niet het geval is, waarom worden de bakken niet aan een zijde opgehoogd of voorzien van een beukenhaag? Eventueel kunnen de bakken geplaatst worden bij de liftschacht, waardoor deze niet te ver naar voren steekt.
  • Wordt het element, waarschijnlijk de stadspomp, werkend gemaakt?
  • De parkeergarage is uitgebreid, maar toch wordt ter hoogte van kapper Joop een aantal parkeerhavens gesitueerd op slechts 1.50 meter afstand van de gevel. 
  • De ontluchtingspijpen schijnen boven het maaiveld uit te komen. Wat gebeurt er met deze uitsteeksels met het oog op de eventueel Mediterrane sfeer?

Wethouder AANSTOOT zegt dat relevante zienswijzen worden meegenomen en dat het plan daarop eventueel wordt aangepast. Door de aankleding van het plein ontstaat er een mooie groene sfeer. Ook de ontluchtingspijpen worden in het groen weggewerkt. Fietsenstallingen, mits goed beheerd, mogen gerust onderdeel van het plein uitmaken.

De heer TER KEURST zegt dat hij de wethouder houdt aan twee toezeggingen: het plan wordt eventueel aangepast op de zienswijzen en de beluchtingspijpen worden aangepast op maaiveldniveau.

Wethouder AANSTOOT merkt op dat hij heeft gezegd dat de beluchtingspijpen worden weggewerkt in het groen.

17 Actiepuntenlijst
Actiepunt 14-01 (informatie over klankbordgroep) blijft staan, actiepunt 14-03 (Agendering pleinenstudie) is afgehandeld).

18 Rondvraag
De heer KEVELAM refereert aan de mail die de VVD heeft ontvangen van de heer Rottink uit Holten over de verkeerssituatie op de Distelvlinder in Holten. Vanaf 11 november 2013 heeft de heer Rottink per brief hierover twee keer gecommuniceerd met het college, maar geen respons ontvangen met uitzondering van de ontvangstbevestigingen. De VVD geeft de mail aan het college en verzoekt om een reactie op heel korte termijn aan de heer Rottink.

De heer MULLER zegt dat de rotonde bij de Reggeborgh de eerste en enige verwijzing is naar het centrum van Rijssen als men komt uit de richting Holten. Spreker vraagt of hier iets is fout gegaan.
Op de Kalfstermansweide in Holten zijn trapjes gerealiseerd ter hoogte van Vincent. Dit schijnt een gevaarlijke situatie te zijn,  Gemeentebelang vraagt daar kritisch naar te kijken. Voorts verzoekt spreker duidelijke informatie te verstrekken over de Kalfstermansweide als daarover binnenkort besluiten genomen worden. De betreffende website werkt niet meer en de nieuwsbrief waarop men zich kan abonneren schijnt vrij onbekend te zijn.

De heer G. KREIJKES zegt dat over de woonvisie een besluit wordt genomen in de raad. Spreker verzoekt het college daarna met rasse schreden terug te komen op het besluit dat eerder is genomen ten aan zien van de ontwikkeling bij Otje van Potje. Spreker verwijst hierbij naar informatief stuk d: “Bouw 22 appartementen hoek Haarstraat-J. ter Horststraat (locatie Otje van Potje)”.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college nieuwe initiatieven zal toetsen aan nieuw beleid, waarbij de woonvisie als uitgangspunt wordt genomen.

19 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.30 uur en wenst allen wel thuis.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 11 september 2014

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous