Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 22 januari 2015 (19:30 uur)

Datum: 22-01-2015Tijd: 19:30 - 22:00Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: H.A.J. van de Vliert AanwezigNaamSGPA.J. Scheppink, ir. A.S. Haase,...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 22 januari 2015 (19:30 uur)

Datum: 22-01-2015
Tijd: 19:30 - 22:00
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: H.A.J. van de Vliert
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, ir. A.S. Haase, J. ter Keurs en G. Kreijkes
CDAH.J. Nijkamp en H. Kreijkes RA CISA
ChristenUnieJ. Berkhoff en B.J. Blaazer
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Beunk en P. Kroeze
PvdAJ.J.A. ter Keurst en R.W. Meijerink
VVDF.W. Noordam, E.J.W. Deijk en A.J. Kevelam
Lokaal LiberaalR.A. de Koe en D.J.K. van der Sanden
D66ir. H. Klein Velderman en J. van Veen
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
Pers1
Publiek25

1. Opening
De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. 

2. Inventarisatie spreekrecht
De VOORZITTER meldt dat bij agendapunt 6 (Bestemmingsplan Kern Rijssen, herontwikkeling stationsomgeving) de heer Van der Spek namens De Goede Woning en de heer Tijhof namens Ter Steege Vastgoed Bouw BV inspreken.
Bij agendapunt 7 (presentatie over groen) spreken de heer en mevrouw Wille in.
De heer Nijzink spreekt in over informatief stuk e, principeverzoek woon-werklocaties Nijverdalseweg 113.

De heer NIJZINK spreekt in namens buurtbewoners van de Nijverdalseweg 113 in verband met plannen die zijn ingediend door de heer Troost. Zij hebben een goede relatie met de heer Troost, maar betreuren het dat hij de buurt niet van tevoren heeft ingelicht over zijn plannen en bedoelingen.
In het collegevoorstel staat dat het huidige bestemmingsplan geen bouwmogelijkheden biedt. De buurtbewoners willen dat zo houden.
In punt 1.2 van het collegevoorstel staat dat in 2010 de leegstand van bestaande gebouwen is onderzocht. Deze bleek 4% te zijn. Dat was voor de economische crisis. Spreker wil graag weten wat de leegstand anno 2015 is en of hier voldoende onderzoek naar is gedaan.
In punt 2.0 van het collegevoorstel staat dat de gemeente overcapaciteit wil voorkomen. Toch geeft zij een positief signaal af voor de eventuele bouw van de eerste fase. Dat is in strijd met elkaar.
Het noordelijk deel is op de tekening niet terug te vinden. Volgens spreker is dat het deel richting de stuw van de Maatgraven. Hij verzoekt hierover informatie te verstrekken.
Onduidelijk is hoe de aansluiting via het fietspad wordt gesitueerd en of daar een sluiproute ontstaat.
Veel buurtbewoners zijn tegen het plan en hebben al een ‘prematuur-bezwaarschrift’ ingediend. Zij zullen te zijner het plan of eventuele gevolgschade zeker ter sprake brengen. 

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt of de inspreker zijn vragen al heeft voorgelegd aan de ambtelijke organisatie en of hij vanavond van de commissie antwoorden verwacht.

De heer NIJZINK zegt dat de vragen nog niet voorgelegd zijn aan de ambtelijke organisatie. De vragen zijn op korte termijn ontstaan, omdat de heer Troost de buurtbewoners niet eerder op de hoogte heeft gebracht van zijn plannen. 

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 bij de rondvraag zal verzoeken informatief stuk e te agenderen voor een volgende commissievergadering. De commissie kan vanavond geen antwoorden geven op de gestelde vragen. 

3. Vaststellen definitieve agenda
De heer BLAAZER deelt mee dat hij niet deelneemt aan de behandeling van agendapunt 6.

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 

4. Verslag van de vergadering van 4 december 2014
De VOORZITTER meldt dat het volgende wijzigingsverzoek op de notulen van de vergadering van 4 december 2014 is ontvangen van de heer Haase:

De heer HAASE zegt dat de SGP steeds heeft aangegeven moeite te hebben met het voorstel, ook gelet op de motivering en de meerkosten. Laden en lossen op de Dorpsstraat was in de opinie van de SGP een aantrekkelijke optie, maar helaas bestaat hiertegen grote weerstand. Zijn fractie ziet de meerwaarde van dit voorstel ten opzichte van het realiseren van een laad- en loslocatie aan de Dorpsstraat. Wat betreft het realiseren van een extra ontsluiting en het verkeersluw maken van het centrum is de vraag of dit € 630.000 meer waard is dan de bevroren optie, plus de combinatie aanleg Kalfstermansweide – Industriestraat waartoe al in 2012 is besloten.

te wijzigen in:
De heer HAASE zegt dat de SGP steeds heeft aangegeven moeite te hebben met het voorstel, ook gelet op de motivering en de meerkosten. Laden en lossen op de Dorpsstraat is in de opinie van de SGP een aantrekkelijke optie, maar helaas bestaat hiertegen grote weerstand. Zijn fractie ziet de meerwaarde van dit voorstel ten opzichte van het realiseren van een laad- en loslocatie aan de Dorpsstraat. Wat betreft het realiseren van een extra ontsluiting en het verkeersluw maken van het centrum is de vraag of dit € 630.000 meer waard is dan de bevroren optie. Of zou de vraag eigenlijk moeten luiden of dit voorstel € 220.000 meer waard is dan de optie Dorpsstraat plus de aanleg Kalfstermansweide – Industriestraat waartoe al in 2012 is besloten was.

Het verslag wordt aldus gewijzigd vastgesteld.

Naar aanleiding van het verslag:
De heer BEUNK zegt dat op 4 december 2014 is toegezegd dat het sluipverkeer bij de nieuwe Julianaschool wordt meegenomen naar de verkeersoverleggroep. Hij vraagt of er aandacht is geweest voor deze kwestie en of er een kentekenmeting wordt verricht.
Wethouder AANSTOOT beantwoordt de vraag met een NB.

Spreker deelt mee dat er een memo is verstrekt over de evaluatie recyclezak. Dit voorjaar wordt de commissie uitgenodigd om te kijken naar de ontwikkelingen in afvalland en hoe de gemeente haar afvaldoelstellingen gaat uitvoeren.
De nieuwe inzamelwagen met dubbele zijbelading heeft veel meer capaciteit dan de huidige vuilniswagen. De routes en inzameldagen worden daarom aangepast. Op 2 februari 2015 wordt hiermee gestart. Inwoners die het betreft krijgen hierover volgende week schriftelijke informatie.
Er is in de vorige vergadering een vraag gesteld over de bandenpomp. Informatie hierover is te lezen op: www.bandenopspanning.nl/de-slimme-bandenpomp. In Holten zijn er inmiddels 671 gebruikers en in Rijssen 801.

De heer MULLER vraagt of de frequentie van de afvalinzameling hetzelfde blijft.
Wethouder AANSTOOT zegt dat dat inderdaad het geval is.

De heer H. KREIJKES vraagt of mensen een waarschuwing krijgen als containers niet goed neergezet zijn voor de nieuwe vuilniswagen.
Wethouder AANSTOOT zegt dat men een folder ontvangt met duidelijke instructies. In het begin zullen er wat mensen meelopen op de routes om te kijken of de containers netjes neergezet worden. 

5. Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.

6. Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan 'Kern Rijssen, herontwikkeling Stationsomgeving' (Cornelissen)
De heer VAN DER SPEK (De Goede Woning) spreekt in.
De Goede Woning heeft tussen Plein 1940/1945 en Stationsdwarsweg 40 appartementen in gebouw De Geurnehof, bewoond door een kwetsbare groep ouderen. Recht tegenover dit complex is de nieuwbouw van Albert Heijn gepland. Een van de basisverplichtingen van een woningcorporatie is het bieden van ongestoord woongenot, een recht waarop in principe elke huurder zich mag beroepen. Om die reden is namens De Goede Woning en vijf bewoners een zienswijze ingediend, waarin duidelijk is gemaakt dat zij geen bezwaren hebben tegen de komst van een supermarkt, maar hun ongerustheid willen uitspreken over de aantasting van het woon- en leefklimaat. Zij verwachten veel overlast en zien in de gemeentelijke reactie onvoldoende begrip voor deze ongerustheid. Die ongerustheid uit zich in de volgende punten:
Verkeer: de toename van de verkeersdruk o.a. door het Pick-Up-Point. Daarvan zijn geen harde vergelijkingscijfers, maar alleen een aanname dat het wel mee zal vallen.
De onveilige oversteekbaarheid wordt eveneens gebagatelliseerd. De betreffende bewoners zijn over het algemeen minder mobiel. Toch komen er geen aanvullende verkeersmaatregelen. Nu al wordt veel sluipverkeer geconstateerd. De gemeente wil eventueel achteraf naar oplossingen zoeken. De voorgestelde knip in de Izak Heijmanstraat heeft onvoldoende effect op de sluiproute via de Stationsdwarsweg.
Laden en lossen: uitgegaan wordt van laden en lossen aan de zijkant van het gebouw. Daarbij moeten vrachtwagens achteruit insteken, wat theoretisch mogelijk is, maar praktisch behoorlijk moeilijk. De indieners van de zienswijze blijven van mening dat het organiseren van laden en lossen aan de achterzijde van het gebouw wenselijker en logischer zou zijn geweest.
In het bestemmingsplan staat dat er door Albert Heijn gewerkt wordt met gecontracteerde transporteurs met een piekcertificatie. Er wordt echter ongetwijfeld ook bevoorraad door ‘vrije rijders’.
Een ander aspect bij het laden en lossen is lichtoverlast. Achteruitstekende vrachtwagens schijnen met hun koplampen recht in de woningen van De Goede Woning. Volgens de reactie zal dat beperkt zijn, maar daarmee is het niet minder hinderlijk.
Inrichting van het plangebied: 150 m² voorzieningen buiten het bouwblok, drie meter hoog, is nog steeds erg massaal. De indieners vragen zich daarnaast af of het parkeerterrein buiten openingstijden van de supermarkt open is.
Concluderend. Er is ongerustheid over het waarborgen van ongestoord woongenot, maar belangrijker is dat er geen strakke, controleerbare en handhaafbare regels komen, die overlast voorkomen of reduceren. Er zijn geen waarborgen dat de gemeente achteraf adequate maatregelen treft om overlast te beperken en veiligheid te garanderen.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt of de heer Van der Spek zijn vragen heeft voorgelegd aan de initiatiefnemer van het plan en zo ja, of hij daarop een reactie heeft gekregen.
De heer VAN DER SPEK zegt dat de vragen zijn neergelegd in de ingediende zienswijze en dat daarover een bespreking is geweest met de initiatiefnemer en een ambtenaar van de gemeente. De gegeven antwoorden hebben geen oplossing gegeven voor de zojuist verwoorde ongerustheid.

De heer KEVELAM zegt dat de ingediende zienswijzen in de zienswijzennota van een reactie door de gemeente zijn voorzien, maar dat blijkbaar geen van de onderdelen van deze zienswijze geleid heeft tot een toezegging. Spreker vraagt wat voor de indieners het belangrijkste punt is.
De heer VAN DER SPEK geeft aan geen prioriteit aan te kunnen geven in de punten van zorg.

De heer TIJHOF (Ter Steege Bouw Vastgoed BV) spreekt in.
Aan de orde is het besluit over vaststelling van het bestemmingsplan voor het al jaren braakliggende terrein naast het NS station. Inmiddels zijn er concrete bouwplannen, er zijn afnemers, er zijn gebruikers en de plannen zijn welstand-akkoord. Met de bouw komt er een echt stationsgebied met een fraaie entree voor openbaar-vervoerreizigers. Het bestemmingsplan is een uitwerking van de positieve opinie van de commissie naar aanleiding van een principeverzoek. De plannen zijn zorgvuldig gecommuniceerd met de omgeving. Er is een aantal buurtbijeenkomsten geweest en er zijn gesprekken gevoerd. Vanuit die gesprekken zijn twee van de zes zienswijzen ingetrokken. De vier overgebleven zienswijzen kunnen verdeeld worden in twee groepen: zakelijke belanghebbenden c.q. concurrenten en omwonenden.
De concurrent is in dit geval met name de verhuurder van de huidige AH-winkel, Gillen Torget. Er is een discussie tussen een huurder en een verhuurder, die over de rug van een bestemmingsplanprocedure wordt uitgevochten. De discussie gaat over de vraag of er wel of geen marktruimte is. Er is aangetoond dat er marktruimte is. Die marktruimte is nog vergroot door de sluiting van een C1000 c.q. de Plussupermarkt in Braakmanslanden. De huidige AH-locatie kan wat spreker betreft snel ingevuld worden door een discountsupermarkt, zodat er geen leegstand aan de Watermolen hoeft te zijn.
Spreker begrijpt de vrees van De Goede Woning voor verkeersoverlast. In de rapporten en de zienswijzennota is aangegeven dat er sprake is van een aanvaardbare ontwikkeling en een aanvaardbaar aantal verkeersbewegingen. De activiteiten nemen inderdaad toe ten opzichte van een braakliggend terrein, maar aan alle normen, afstanden en wettelijke eisen wordt ruimschoots voldaan. Wat betreft het laden en lossen verwijst spreker naar de studie waarbij ook laden en lossen aan de achterkant is onderzocht. De gekozen variant is de meest veilige variant vanuit verkeersoogpunt en de meest efficiënte variant. Laden en lossen gebeurt op eigen terrein en wordt niet gecombineerd met bezoekersparkeren.
Wat Ter Steege betreft kan er niet snel genoeg worden begonnen met het realiseren van het plan. Het is goed voor de lokale werkgelegenheid, op de lange en de korte termijn, en het braakliggende terrein wordt eindelijk aangepakt.

De heer HAASE vraagt of laden en lossen aan de achterzijde inderdaad niet mogelijk is.
De heer TIJHOF zegt dat het laden en lossen te maken heeft met de draaicurves van vrachtwagens. Het is een relatief ondiep gebied en als laden en lossen aan de achterzijde plaatsvindt, ontstaat er kruisend verkeer met bezoekersparkeren. Bovendien zou het pand bij laden en lossen aan de achterzijde bijna op de stoep komen te staan van de Stationsdwarsweg. Stedenbouwkundig zou dat geen fraaie oplossing zijn.

Eerste termijn
De heer KEVELAM zegt dat de VVD de plannen steunt.
Volgens de VVD is de kern van de zienswijzen van de omwonenden of er in het gebied voldoende rekening is gehouden met de veiligheid van voetgangers en kwetsbare verkeersdeelnemers. In de rapportage staat dat de toename van het verkeer aanvaardbaar is. Spreker wil van het college een duidelijker stellingname horen dat er tijdens en na de realisatie van het plan goed wordt ingezet op monitoring van de verkeersbewegingen en wil dat het college toezegt dat er adequaat wordt gereageerd als blijkt dat de verkeerstoename leidt tot minder gewenste situaties met name voor de kwetsbare groepen.

De heer BEUNK zegt dat hij zich volledig aansluit bij de woorden van de heer Kevelam. Daarnaast vraagt spreker de wethouder of een veilige oversteek direct meegenomen kan worden.Gemeentebelang heeft gemerkt dat er langs de Stationsdwarsweg veel langparkeerders staan. Wellicht kan bekeken worden of hier een eenzijdig parkeerverbod soulaas biedt.

De heer VAN VEEN vraagt of de herinrichting van het stationsplein een geschikt moment is voor het bekijken van de totale verkeersbewegingen daar en hoe dat optimaal gedaan kan worden, ténzij dat er voor die tijd al zulke gevaarlijke situaties ontstaan dat opgetreden moet worden.

De heer DE KOE zegt dat het verkeer grotendeels buiten het verzoek tot de bestemmingsplanwijziging valt. Spreker verzoekt de verkeersstructuur zodanig aan te passen dat er voor de huidige bewoners en de huidige omgeving een veilige situatie ontstaat, ook met het oog op de bestaande fietsinfrastructuur. Hij ondersteunt de woorden van de heer Van Veen om de herontwikkeling van het stationsplein daarin mee te nemen.
Spreker vraagt of er iets bekend is over de invulling van de huidige AH-locatie.

De heer HAASE zegt dat hij zeer verbaasd is over het hoofdstuk “Kanttekeningen” in het raadsvoorstel, waar staat “niet van toepassing”. De stukken lezend, kunnen er echter wel kanttekeningen gemaakt worden bij het plan. Hij verzoekt de wethouder het raadsvoorstel zo objectief mogelijk op te stellen, zodat dat de gemeenteraad helpt zo weloverwogen mogelijk besluiten te nemen. Spreker verzoekt de wethouder de kanttekeningen alsnog duidelijk kan maken.
De SGP heeft eerder aangegeven een goede invulling van het stationsgebied voor te staan en te neigen naar instemming met het voorstel tot planontwikkeling, met het voorbehoud dat dat volgehouden kan worden tot voor de Raad van State. Spreker vraagt of het plan juridisch voldoende onderbouwd is, ook in relatie tot het bestaande beleid en de geldende detailhandelsvisie. Er kan bijna nooit gesproken worden van duurzame ontwrichting, maar bij een zorgvuldige ruimtelijke ordening hoort wel “dat een plan niet leidt tot een zodanige overcapaciteit dat via de weg van leegstand sprake is van aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat”, zoals staat in het Distributief Planologisch Onderzoek (DPO) van Bureau Stedelijke Planning. Spreker verzoekt het college hierop een reactie te geven.

De heer TER KEURST zegt dat hij zit met het dilemma dat niet de verkeersafwikkeling aan de orde is, maar een bestemmingsplanwijziging. Spreker vraagt of een AH, de appartementen en de commerciële ruimte wel of niet op deze plek passen. De raad moet daarbij een aantal afwegingen maken.
De ingediende bezwaren vallen uiteen in economische belangen en in bewonersbelangen. De bewonersbelangen zijn helaas in dit geval niet aan de orde, maar horen bij de verkeersvisie over de binnenring en de verbinding Schild/Watermolen/NS-station aan de orde te komen. Dat plan is er, dat is er ter adstruering aan toegevoegd, maar stopt net daar waar het bij de bewoners belangrijk begint te worden, namelijk met de vraag: hoe is de verkeersafwikkeling op de Stationsdwarsweg? Spreker roept het college dringend op daar nog een keer erg goed naar te kijken. Het college treft in de binnenring allerlei voorzieningen ten faveure van voetgangers en fietsers in verband met de veiligheid. Dat moet meegenomen worden bij de oversteekbaarheid van de Stationsdwarsweg.
Spreker onderschrijft niet de gedachte dat zo snel mogelijk begonnen moet worden, omdat dat goed is voor de werkgelegenheid. In het verleden is ook eens erg snel begonnen met een plan. Daar heeft de gemeente nu de vierkante doos aan te danken waar Jumbo in zit.
De PvdA kan in dit geval wel van harte instemmen met het voorliggende plan.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college het bestemmingsplan voldoende juridisch onderbouwd acht. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze zijn er nog extra onderzoeken uitgevoerd die dit onderbouwen, zoals vermeld in de bijlagen bij de zienswijzennota.
Uit de onderzoeken komt naar voren dat er van duurzame ontwrichting geen sprake is. Mocht AH uit het pand vertrekken, dan blijft een pand achter op een aantrekkelijke locatie. De gemeente ziet geen reden om aan te nemen dat er niet binnen afzienbare tijd een passende winkel zijn intrek neemt. De huidige eigenaar moet daarbij erkennen dat de marktsituatie is veranderd en dat er met marktconforme huurprijzen gewerkt moet worden.
Het plan is niet strijdig met de detailhandelsvisie uit 2007. Deze visie is overigens op een aantal punten niet meer actueel: tijden veranderen, marktruimte is niet meer leidend en een gemeente mag niet meer doen aan economische ordening volgens een uitspraak van de Raad van State. In het kader van supermarktmeters gaat het ook om de vraag of er geen sprake is van duurzame ontwrichting en aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat en of er geen sprake is een actuele regionale behoefte. Daarover zijn uitvoerige onderzoeken gedaan, die het college voldoende vertrouwen geven.
Sinds de detailhandelsvisie in 2007 is uitgekomen, is er een en ander gebeurd; zo is er meer marktruimte ontstaan. Daarnaar is recent nieuw onderzoek gedaan. De raad heeft een gebiedsvisie vastgesteld, waarbij ook deze locatie als ontwikkelingslocatie is benoemd. Er is volgens spreker geen strijdigheid met het beleid, op een aantal punten is de gemeente ingehaald door de tijd, en ligt het bestemmingsplan in lijn met de detailhandelsvisie. 

Wethouder AANSTOOT zegt dat de vragen over de verkeerssituatie, ingebracht door de heer Van der Spek, grotendeels zijn beantwoord in de zienswijzennota. Daaraan heeft spreker niets toe te voegen, maar het college zal alles zeker nauwlettend monitoren.
Wat betreft de aanpassing van de infrastructuur zal ervoor gezorgd worden dat dat zo veilig mogelijk wordt ingericht. De schetsen hierover zien er goed uit. De oversteekbaarheid voor kwetsbare groepen en wandelaars is een belangrijk fenomeen. De verkeersintensiteit is aanvaardbaar, maar het college zal zeker monitoren hoe het verkeer zich ontwikkelt op de Stationsdwarsweg. Binnenkort wordt begonnen met het opnieuw inrichten van de binnenring, wat ook zijn effecten zal hebben, en verder heeft de nieuwe AH en wat er daarnaast gebouwd wordt in de stationsomgeving een verkeersaantrekkende werking. Het college volgt dat nauwlettend.
De planning is dat in 2016 wordt begonnen met de Boomkamp, van Huttenwal tot stationsomgeving, waarbij ook de daar aanwezige kruising aangepast wordt. In de tweede helft van 2016 wordt begonnen worden met de aanpassing van de Molenstalweg tot de Dokter Stokkersstraat.

De heer DE KOE zegt dat de zaken die de wethouder noemt niet of nauwelijks betrekking hebben op de Stationsdwarsweg. Hij vraagt of deze nu toch expliciet opgenomen worden in de plannen.
Wethouder AANSTOOT zegt dat een monitoring van de plannen meegenomen wordt om te kijken of daar een hogere verkeersintensiteit voorkomt.

Tweede termijn
De heer HAASE zegt dat duurzame ontwrichting niet kan worden aangetoond. Het gaat er volgens hem om dat mensen nog in staat zijn in een redelijke nabijheid hun boodschappen te doen. Uit een uitspraak van de Raad van State blijkt dat er juist door leegstand sprake kan zijn van aantasting van woon-, leef- en ondernemersklimaat. De leegstand baart de SGP zorgen, mede in combinatie met het vertrek van C1000, waardoor er meer vierkante meters supermarkt leegstaan in Rijssen. In de reactie van het college op de zienswijze wordt aangegeven dat er een discountformule is met interesse voor vestiging in Rijssen-Holten. Spreker vraagt of dat de Lidl betreft en of de wethouder dat verder kan toelichten. Spreker vraagt verder of het college een visie heeft over wat er gebeurt met Grotestraat/Haarstraat als het pand toch leeg blijft staan. Over die leegstand staat in de zienswijzennota op pagina 8 dat de ontwikkeling van het stationsgebied zwaarder weegt dan tijdelijke leegstand. Spreker vraagt zich af of dat niet aan de raad is te beoordelen en verzoekt de wethouder hierop een toelichting te geven.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA positief staat ten opzichte van de bestemmingsplanwijziging en ook blij is met de toezegging van de wethouder over het monitoren van de veiligheid aldaar. Spreker vraagt of de monitoring ook inhoudt dat als er een duidelijke overschrijding is van het aantal voertuigbewegingen, er inderdaad verkeersveilige maatregelen worden getroffen.

De heer DE KOE sluit zich aan bij de woorden van de heer Haase. In aanvulling daarop zegt spreker dat de wethouder sprak over marktruimte, maar volgens spreker is die marktruimte er als het gaat om supermarkten. Er is geen marktruimte voor andere detailhandel. Zelfs in Rijssen moet rekening gehouden worden met enige krimp. Als zich geen supermarkt vestigt, dan voorziet spreker langdurige leegstand op een plek in het centrum die het al moeilijk heeft .De gemeente zou daarmee zijn eigen, volgende probleem creëren.

De heer BEUNK wijst erop dat die leegstand juist door de wetgever ingevuld gaat worden door de nieuwe BOR-regeling, waarmee de raad en met name het college leegstaande functies kan invullen met andere functies, zoals woningen, met een tijdelijkheid van maximaal tien jaar. Gemeentebelang is niet bang dat er geen invulling komt voor het pand en kan zich vinden in het voorliggend plan.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 zich kan vinden in de plannen die nu voorliggen.

De heer TER KEURST vraagt naar aanleiding van de woorden van wethouder Aanstoot en de opmerking van de heer H. Kreijkes, of het verkeerscirculatieplan binnenring, het deel Boomkamp en Stationsdwarsweg, in de raad aan de orde komt of dat dat destijds al is vastgesteld bij de structuurvisie.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college geen eigenaar is van het huidige AH-pand en daarom niet kan zeggen wat daarmee gaat gebeuren. Er zijn wel ambtelijke contacten over het vestigen van een discounter in Rijssen. Spreker heeft zelf gesproken met een ontwikkelaar, die namens een discounter op zoek is naar een geschikte plek in Rijssen.
Er wordt gewerkt aan de nieuwe structuurvisie voor het centrum van Rijssen. Belangrijk daarbij is hoe omgegaan wordt met leegstand, wat de werkelijke kern van het centrum is en welke instrumenten gebruikt kunnen worden op plekken waar leegstand zich voordoet. Spreker heeft eerder al een oproep aan commissie en raad gedaan om dat zoveel mogelijk te delen met inwoners en het bedrijfsleven. Bekeken wordt hoe je kunt komen tot flexibeler mogelijkheden, mogelijk zelfs qua bestemmen, voor de ring. De realiteit is dat er een steeds beperkter centrum komt. Naast flexibeler bestemmen wordt gekeken naar het instrument van stedelijke herverkaveling. Ook is er een belangrijke rol weggelegd voor eigenaren van panden, zeker bij leegstand. Duidelijk is dat de situatie is veranderd en dat men meer moet kijken naar aspecten als huurprijzen en of panden voldoen aan de wensen die huurders momenteel hebben. Dat soort zaken krijgen aandacht in de structuurvisie en in de nieuwe detailhandelsnota.
De opmerking die de heer Haase maakte naar aanleiding van pagina 18 van de zienswijzennota, moet volgens spreker vooral gezien worden in lijn met het proces dat is doorlopen.  de gebiedsvisie stationsomgeving 2008 Rijssen in de commissie Grondgebied 15 september 2011, waarna de raad uiteindelijk de keuze heeft gemaakt voor voorkeursvariant I. Vervolgens is in de commissie Grondgebied van 3 december 2013 de nadere uitwerking van variant I besproken, waarbij de splitsing is aangegeven van één naar twee eenheden. Op 30 januari 2014 is er een afweging gemaakt bij de bespreking van het DPO en de second opinion zijn besproken. Daarna is de procedure opgestart met een positief advies van de commissie. Het klopt dat het uiteindelijk aan de commissie is om een advies te geven aan de raad om het bestemmingsplan vast te stellen.

Wethouder AANSTOOT zegt dat de Stationsdwarsweg geen onderdeel uitmaakt van de binnenring. Spreker zegt toe dat hier monitoring plaatsvindt en dat het nemen van maatregelen overwogen moet worden als het plan tot onaanvaardbare aantallen verkeersbewegingen leidt. Het college verwacht echter dat de verkeersafwikkeling zal plaatsvinden via de verkeersstructuur van de binnenring.

De heer BERKHOFF zegt dat de discussie herinneringen oproept aan de commissievergaderingen van december 2013 en januari 2014. Het is jammer voor de Braakmanslanden dat daar de Plusmarkt is gesloten. Het is echter een mooie onderbouwing voor de onderzoeken die er zijn geweest. De ChristenUnie is blij met de ontwikkeling, mede vanwege de toezegging van de wethouder over de Stationsdwarsweg, en adviseert de wethouder de monitoring snel te doen en niet te wachten tot de situatie escaleert. De ChristenUnie stemt van harte in met het voorliggende plan.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal het voorliggende bestemmingsplan, waarin de supermarkt is opgenomen, goedkeurt, maar dat zij het jammer vindt dat de supermarkt enigszins uit het centrum komt te liggen en een mindere trekkersfunctie heeft op dat deel van het centrum. Spreker hoopt dat een andere supermarkt de leegstand opvult.Spreker zegt dat hij de wethouder zal houden aan zijn toezegging over monitoring van de Stationsdwarsweg en dat daar, zodra er iets mis dreigt te gaan en het anders gaat dan nu verwacht wordt, ingegrepen wordt. Het lijkt sowieso verstandig de verkeerssituatie op de Stationsdwarsweg mee te nemen en eventueel tot reconstructie te komen. 

De heer HAASE zegt dat de SGP instemt met het voorstel na de woorden van de wethouder dat het plan juridisch voldoende onderbouwd is. Duidelijk is dat de toenemende leegstand in Rijssen-Holten de SGP zorgen baart. Door veranderende omstandigheden moet in de toekomst terughoudend omgegaan worden met nieuwe ontwikkelingen buiten het kernwinkelgebied.

De heer TER KEURST zegt dat NS/Boomkamp/gedeelte Stationsdwarsweg terugkomt bij de kredietaanvraag. De PvdA stemt in met het voorstel onder de voorwaarde van monitoring. Mocht de situatie de spuigaten uitlopen, dan gaat de PvdA ervan uit dat er een adequaat plan voorgelegd wordt om te zoeken naar een oplossing. 

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan ‘Kern Rijssen, herontwikkeling Stationsomgeving' als hamerstuk te behandelen in de raad.

7. Presentatie verkoop, verhuur en gebruik groen
Mevrouw PAALMAN en de heer FLEMMINKS (Bureau Metafoor) verzorgen de presentatie. (De Presentatie Snippergroen) is als bijlage bij het verslag gevoegd.)

De heer WILLE spreekt in. Hij toont spreker diverse situatiefoto’s, waarop hij een toelichting geeft.

Mevrouw WILLE geeft een chronologische opsomming van alle contacten tussen haar en de gemeente vanaf januari 2014.
De conclusie van spreekster is dat de gemeente en Bureau Metafoor als vertrekpunt voor verkoop van snippergroen een luchtfoto hebben gebruikt met daarop volledig onduidelijke kavelmarkeringen. Er is sprake van slechte en trage communicatie. Er is sprake van tegenstrijdige communicatie; op één dag zijn drie verschillende dingen beweerd door de gemeente. Spreekster ervaart een intimiderende en dreigende attitude van de gemeente. Gezegd is dat procederen geen zin heeft; ‘dit wint u nooit’. Er is sprake van een slechte administratie en documentatie. De gemeente beroept zich op huurcontracten die niet bestaan en heeft niet exact de plaatselijke snippergroensituatie in kaart gebracht alvorens te gaan handelen. De gemeente heeft ondanks dringende verzoeken nooit de moeite genomen om ter plekke de situatie te bekijken, hetgeen veel ellende had kunnen voorkomen. De gemeenteambtenaren zijn wel bij de buren op nr. 13 geweest en hebben daar paaltjes in de grond geslagen. Zij zijn daarmee zonder toestemming op grond van spreekster geweest. De gemeente houdt belangrijke informatie achter, namelijk dat er al een koopovereenkomst is gesloten met de buren, terwijl spreekster nog volop in gesprek was over het snippergroen. De gemeente komt niet met bewijsmateriaal, terwijl spreekster dat wel moet doen. De gemeente wijst vervolgens zonder toelichting bewijsmateriaal af.
Spreekster heeft de gemeente gevraagd te komen met bewijsstukken, zoals de huurovereenkomst met nr. 11 en nr. 13, getuigenverklaringen van een medewerker van de afdeling Groen en informatie over de gesloten koopovereenkomst met de bewoners van nr. 13.
Stand van zaken: volledige onduidelijkheid, veel frustratie, slechte relatie met de buren en een heel nadelige invloed op het mooiste plek van Rijssen, waar spreekster en haar man al heel lang met veel plezier hebben gewoond. 

Naar aanleiding van de inspraak worden de volgende vragen gesteld:

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de commissie niet ingaat op individuele situaties. De inspraak van de heer en mevrouw Wille wordt bij de bespreking van het onderwerp snippergroen meegenomen. 

De heer MEIJERINK vraagt wat dhr. en mevr. Wille verwachten van de commissieleden.
Mevrouw WILLE verwacht dat zij als burgers gehoord worden in bredere kring dan alleen in het gesprek met de behandelend ambtenaar. Spreekster merkt op dat ze zich ‘roependen in de woestijn’ voelen. Zij verzoekt de commissie bij de behandeling van snippergroen ook de gevallen te bespreken waarbij het allemaal niet zo goed verloopt.

De heer MULLER zegt dat dhr. en mevr. Wille gebruik maken van juridische ondersteuning en vraagt of zij het gevoel hebben dat zij aan het eind of juist aan het begin van het juridische traject zitten.
Mevrouw WILLE zegt dat zij inmiddels al een jaar bezig zijn met deze zaak en dat het gaat om het principe dat zij niet gehoord worden en aan de kant gezet zijn. Dat is heel vervelend.
De heer WILLE zegt graag een uitspraak te willen horen of de betreffende verjaring wel of niet toegestaan wordt, ondanks alle door hen verstrekte informatie.
De VOORZITTER zegt dat de commissie daarop geen antwoord kan geven.

De heer SCHEPPINK vraagt of de wethouder de eerste is geweest die de situatie heeft bekeken.
Mevrouw WILLE zegt dat de wethouder in december als eerste is komen kijken.

Naar aanleiding van de presentatie worden de volgende vragen gesteld:

De heer H. KREIJKES zegt dat in de presentatie over verkoop van verhuurde stukjes grond is gezegd dat het om zes of zeven stukjes ging. Spreker vraagt of die stukjes zijn verkocht aan individuele huurders of aan de woningbouwvereniging.
De heer FLEMMINKS zegt dat aan zes mensen die eerste groen huurden de grond is verkocht tegen € 50/m². Dat zijn geen huurders van woningen, maar huurders van stukjes groen.

De heer BERKHOFF zegt dat in 2004 de huurprijs is vastgesteld op € 4/m², zijnde 8% van € 50. Hij vraagt of het klopt dat nu pas uitvoering is gegeven aan het hanteren van de nieuwe huurprijzen.
Mevrouw PAALMAN zegt dat inderdaad in 2004 de prijzen zijn vastgesteld. Vanaf die tijd zijn nieuwe huurcontracten afgesloten voor € 4/m². Bij de uitvoering van het project snippergroen zijn oude huurcontracten meegenomen om rechtsgelijkheid te creëren. Bij oude, verlopen huurcontracten of huurcontracten die niet meer op naam staan, werd destijds een prijs gehanteerd van € 11,34/m², ongeacht het aantal vierkante meters.

De heer SCHEPPINK vraagt wat verstaan moet worden onder maatwerk, zoals in de presentatie is genoemd.
Mevrouw PAALMAN zegt dat in principe uitgegaan wordt van het groenstructuurplan. Daarin staat aangegeven wat wel en niet verkocht kan worden. Er zijn echter stukjes groen, waar de gemeente de afgelopen vijftien jaar niet naar omgekeken heeft. Zo’n geval wordt besproken en dan kan soms alsnog overgegaan worden tot verkoop. Het uitgangspunt is dat voor elke burger een oplossing wordt gezocht.

De heer DE KOE zegt dat hij ten zeerste verbaasd is over wat hij hierover vanavond heeft gehoord. De gemeente beoogt een bezuiniging op beheerskosten te realiseren. De situatie van de insprekers heeft volgens spreker daarmee niets te maken; er werden zelfs termen genoemd als intimidatie en bedreiging. Hij verzoekt om een reactie op deze inspraak.
De VOORZITTER zegt dat deze vraag niet ambtelijk wordt beantwoord, maar door  de wethouder.

De heer MULLER vraagt hoeveel van € 35-gebruikers er zijn geweest.
Gemeentebelang heeft vernomen dat mensen lang moesten wachten op beantwoording vanuit de gemeente en spreker vraagt wat daarvan de reden is geweest.
Spreker vraagt met betrekking tot de woningbouwverenigingen wat de doelstelling is: het verkopen van tuintjes achter woningen van de woningbouwverenigingen als één lijn of gebeurt dat individueel?
Een eigenaar van een woning die twintig jaar een stukje snippergroen in gebruik heeft, krijgt dat stukje gratis. Spreker vraagt of een buurman, die zijn woning twintig jaar heeft gehuurd en al die tijd een vergelijkbaar stukje grond in gebruik heeft gehad, in aanmerking komt om dat stukje grond in de toekomst gratis te blijven gebruiken of dat hij die grond moet kopen of huren.
Mevrouw PAALMAN zegt dat voor een eigenaar van een woning die een stukje gemeentegrond in bezit heeft genomen en het blijkt dat dat twintig jaar het geval is geweest, er sprake kan zijn van verjaring als dat aangetoond kan worden. Een huurder van een woning die een stukje grond gedurende twintig jaar in gebruik heeft gehad, kan nooit beroep doen op verjaring.
Er zijn gesprekken gevoerd met de twee woningbouwverenigingen over het aantal stukjes grond dat huurders van huurwoningen in gebruik hebben genomen. De gemeente tracht stukjes grond die verkocht kunnen worden, te koop aan te bieden aan de woningbouwverenigingen. De Goede Woning heeft aangegeven niet over te gaan tot koop. De gemeente probeert te komen tot een oplossing, waarbij het totaal aantal meters die huurders van De Goede Woning in gebruik hebben genomen in rekening wordt gebracht bij De Goede Woning. De Goede Woning kan dat verrekenen in de huurprijs. Over dat voorstel is de gemeente in overleg met De Goede Woning.
De gemeente is in november 2013 begonnen met het project, waarbij burgers per wijk zijn aangeschreven. In sommige gevallen is er snel overeenstemming bereikt met een burger, maar er zijn ook moeilijk gevallen geweest en zijn de reacties wat later gegeven. Voor de gemeente is het snippergroenproject een nieuw project, maar zij heeft haar uiterste best gedaan om de voortgang er in te houden.

De heer KEVELAM zegt dat in de inleiding van de presentatie de brief van het college is genoemd over de prijs van € 35. Dat heeft aanleiding gegeven tot enige ruis, omdat de prijs € 50 is. In de wandelgangen heeft spreker van de SGP begrepen dat juist die brief aanleiding is geweest om het onderwerp te agenderen. Spreker vraagt wie deze brief heeft verstuurd en aan wie deze is verstuurd.
Mevrouw PAALMAN zegt dat de afdeling het voorstel aan het college heeft voorgelegd om een tarief van € 35 te hanteren voor mensen die al jarenlang gemeentegrond hebben gehuurd. Voordat het college daarover daadwerkelijk een besluit had genomen, zijn per abuis al brieven verstuurd aan deze huurders. Dit heeft ruis veroorzaakt. Het college heeft inmiddels wel besloten dat de grond aan deze mensen aangeboden kan worden voor € 35.

De heer MEIJERINK zegt dat volgens de insprekers de gemeente niet goed in beeld had hoe de eigendomsverhoudingen lagen en dat de gemeente in feite uitging van verkeerd kaartmateriaal. Spreker vraagt hoe de gemeente hierin te werk is gegaan en of er vergelijkbare gevallen zijn geweest zoals de situatie van de insprekers.
Mevrouw PAALMAN zegt dat op basis van een digitale inventarisatie, dus op basis van luchtfoto’s, de burgers zijn aangeschreven. In deze brief staat dat men gemeentegrond in gebruik heeft en dat de gemeente dat constateert door middel van een luchtfoto. In de brief staat verder dat als dat niet klopt, de gemeente dat graag wil weten. Op deze manier wordt een procedure gestart. Als de burger aangeeft dat hij meer of minder grond in gebruik heeft, wordt de landmeter ingeschakeld en wordt het juiste aantal vierkante meters vastgesteld.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt of er een toelichting gegeven kan worden op het verhaal van de insprekers, dat hij met stijgende verbazing heeft aangehoord. Ook D66 is in het verleden benaderd door mensen met eenzelfde verhaal. Volgens spreker was de oorspronkelijke bedoeling een bezuinigingsslag te maken op het onderhoud van snippergroen. Hij vraagt op welk moment is besloten dat de betreffende afdeling alles is gaan uitzoeken, wat tot deze chaos heeft geleid.

De heer NIJKAMP zegt dat het in deze ronde de bedoeling was om een toelichting te krijgen op de presentatie. D66 gaat nu echter in op de bestuurlijke kant.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de doelstelling, die in een van de eerste sheets van de presentatie is genoemd, niets meer te maken heeft met de conclusie aan het eind van de presentatie. Daarin zit volgens spreker een discrepantie.

De heer SCHEPPINK zegt dat er in de presentatie termen zijn genoemd als te goeder trouw en te kwader trouw. Spreker vraagt om een toelichting hierop.
De heer FLEMMINKS zegt dat jurisprudentie over te goeder trouw zegt: ‘als iemand iets op basis van de openbare registers niet had kunnen weten dat het zijn stuk grond is’. Het openbaar register is het stelsel van aktes in Nederland. Als in een verkoopdossier kadastrale tekeningen zijn opgenomen, waarop duidelijk staat dat een stukje grond geen eigendom van betrokkene is, dan is iemand niet te goeder trouw. Sommige mensen kunnen terecht een beroep doen op te goeder trouw, simpelweg doordat ‘een stuk tuin als zodanig aan iemand is verkocht’. Bij verkoop van een woning worden in het algemeen niet de strekkende meters van een voor- of achtertuin opgemeten. Voor dat soort zaken staan de gemeente en Bureau Metafoor open.
“Niet te goeder trouw’ is aan de orde wanneer iemand bijvoorbeeld zelf een hek plaatst waar het niet hoort te staan. Eenieder die een perceel in eigendom heeft, wordt geacht zijn eigen grenzen te kennen. Niet vergeten moet worden dat de essentie van het hele verhaal is, dat het gaat om gemeentegrond die zonder toestemming in gebruik wordt genomen.
Verjaring is een recht voor iemand die twintig jaar lang zonder tegenspraak van de rechthebbende bezit heeft van de grond, niet te verwarren met ” gebruiken van de grond”.

De heer BERKHOFF zegt dat bij te kwader trouw een hek verplaatst wordt. Daarna, als de woning wordt verkocht, is de nieuwe eigenaar te goeder trouw.
De heer FLEMMINKS zegt dat dat in theorie mogelijk is. Het is afhankelijk van wat de nieuwe bewoner wist of had moeten weten. Dat is een strenge maatstaf. Per geval wordt geprobeerd dat te bekijken.

Wethouder AANSTOOT zegt dat de gemeente het traject van verkoop van restgroen destijds is ingegaan op basis van een bezuinigingsscan om het beheer goed in beeld te krijgen: wat zijn gemeentelijke eigendommen en zijn er gemeentelijke eigendommen in gebruik door anderen? Het ging om het bereiken van een bezuiniging van € 5000. Als randvoorwaarde is daarbij meegegeven dat soepel omgegaan moest worden met gebruik en verwerving van gronden.
In 2012 is het traject opgepakt door het college, waarbij duidelijk is gemaakt dat het gaat om privatiseerbare grond en niet om groenstructuren die de gemeente wil behouden. Zoals staat in het groenstructuurplan verkoopt de gemeente geen grond in wijken waar minder dan 18% groen voorkomt. Uiteindelijk zijn er tekeningen opgesteld over privatiseerbaar groen, op basis waarvan wordt gewerkt.
Vervolgens zijn de inwoners per wijk aangeschreven. In het collegevoorstel dat op basis hiervan is gemaakt in 2012, is aangegeven dat op basis van efficiency ook de huurcontracten hierbij betrokken worden. Het gaat om ongeveer 80 huurcontracten, in het algemeen voor tien jaar, die reeds lang zijn verlopen. Deze mensen hebben destijds een huurcontract afgesloten voor een huurprijs van € 11,34 per jaar. Het tarief is vastgesteld op 28 juni 2004 bij het groenstructuurplan Holten en Dijkerhoek. Daarbij is expliciet opgenomen dat de verkoopprijs voor openbaar groen voor de gehele gemeente op € 50 werd gesteld. De afgeleide prijs betrof de 8%, de huurprijs. Het mandaat om deze tarieven vast te stellen ligt bij het college. Destijds is afgesproken dat deze tarieven om de vijf jaar zouden worden herzien en dat de tarieven jaarlijks opgehoogd zouden worden met de inflatiecorrectie. Dat is tot op heden niet gebeurd. Bij een herberekening over deze jaren zouden de huurtarieven verhoogd moeten worden met ongeveer € 5 en de verkoopprijzen zouden ongeveer op € 60 uitkomen.
Spreker geeft het voorbeeld van iemand die een langdurig huurcontract heeft voor een stuk grond van 130m². De betreffende persoon heeft bij verkoop door de gemeente ongeveer € 8000 betaald. Hier zijn meerdere voorbeelden van. Situaties zoals bij de fam. Wille zijn volgens spreker uitzonderingen. Bij misverstanden wordt contact met bewoners opgenomen en wordt de situatie op locatie bekeken. In de meeste gevallen leidt dat tot overeenstemming, tot huur of tot niet-aanvaarding, waarbij de grond in de oorspronkelijke toestand wordt hersteld.
Een van de punten waar de gemeente tegenaan liep was de prijs van € 50 in relatie tot langdurige huur. Het college heeft onlangs besloten aan mensen die een langdurig huurcontract hebben, de grond voor € 35 aan te bieden. Inmiddels waren er al zes of zeven mensen van de groep langdurige huurders die grond hadden gekocht voor € 50. Dat wordt uiteraard teruggedraaid.
In het voorstel van het college is ook de passage over de verjaring opgenomen. Bij een eigendomssituatie van een bewoner die grond in gebruik heeft, kan er sprake zijn van verjaring; te goeder trouw tien jaar, te kwader trouw twintig jaar. In bijna alle gevallen die worden behandeld, wordt uitgegaan van te kwader trouw en is de verjaringstermijn twintig jaar. Als mensen bewijzen kunnen overhandigen in de vorm van foto’s of getuigenverklaringen, waaruit blijkt dat de grond meer dan twintig jaar in gebruik is geweest, dan is er sprake van verjaring. Dat betwist de gemeente in dat geval niet en dan kan overgegaan worden tot overdracht van de grond. Dat moet wel kadastraal beschreven worden. De kosten die daaruit voortvloeien zijn voor de nieuwe eigenaar, omdat het ook gaat om extra vermogenswaardetoevoeging aan een perceel.
Wat verjaring betreft heeft het college verder nog besloten de juridische lijn te volgen. Een eigenaar van een woning kan beroep doen op verjaring. Iemand die een woning huurt kan juridisch nooit een beroep doen op verjaring.

De heer SCHEPPINK zegt dat op de website van de gemeente een verhaal staat over verjaring. Wat is daaraan veranderd door het besluit van het college?
Wethouder AANSTOOT zegt dat het college de juridische lijn volgt voor verjaring: huurders van een woning – dus niet huurders van grónd – kunnen nooit een beroep doen op verjaring.

Mevrouw PAALMAN zegt dat de discussie hierover is ontstaan, omdat er burgers waren die in eerste instantie in huurwoningen woonden. Zij hebben in de loop der jaren hun huurwoning gekocht van de woningbouwvereniging. Deze mensen hadden vanaf het moment dat zij woonden in hun woningen, dus toen zij nog huurders van de woningen waren, grond van de gemeente in gebruik genomen. Pas toen deze mensen eigenaars werden van de woningen ging het bezit in van de gemeentelijke grond. Het Burgerlijk Wetboek is hierin leidend.

De heer MULLER vraagt of dat situaties zijn die toegestaan zijn en waarbij maatwerk een oplossing had kunnen zijn.
Wethouder AANSTOOT zegt dat het college daarvoor niet heeft gekozen. Het college heeft gekozen voor de juridische lijn, die vanaf het begin is gehanteerd. De huisadvocaat heeft dat uitgezocht en bevestigd. Een verjaringstermijn loopt vanaf het moment dat iemand eigenaar van een woning is.

De heer NIJKAMP zegt dat dit soort projecten bij sommige mensen pijn doet. Er zijn enerzijds juridische termen aan de orde en anderzijds de beleving in de praktijk. Daar zitten grote verschillen tussen. Alle fracties zijn benaderd door mensen met concrete situaties en voorbeelden. Mensen zijn vaak echt van mening dat zij grond in bezit hebben gekregen en er zijn zelfs voorbeelden van mensen die afspraken hebben gemaakt met gemeenteambtenaren. Waar het wat spreker betreft om draait, is dat de gemeente er op een goede manier mee omgaat. Hij begrijpt heel goed wat de achtergrond van deze exercitie is, maar deze moet niet leiden tot onenigheid met de buren, zoals in het geval van de insprekers. Dat soort zaken moeten voorkomen worden. Daarop moet de gemeente alert zijn.
Spreker begrijpt de omstandigheden van iemand die een woning koopt die hij eerst heeft gehuurd. Juridisch zit daarin een scheiding, maar de bewoner beleeft dat heel anders. Spreker vraagt begrip voor dat soort zaken.

De heer DE KOE verzoekt de wethouder een reactie te geven op de woorden van de insprekers in relatie met het soepel omgaan met situaties en wat er in dit proces is misgegaan. Bij spreker zijn meerdere gevallen bekend, waarbij het misgegaan is. Spreker wil weten wat de intentie is en hoe de wethouder verder wil gaan.

De heer SCHEPPINK vindt dat er een scheiding in dit dossier zit tussen de uitvoering enerzijds en de uitgangspunten van het beleid anderzijds. De raad spreekt over burgerparticipatie en over overheidsparticipatie, de raad wil van alles, heeft er budgetten voor vrijgemaakt en dan gaat het vervolgens ontzettend mis in de communicatie. Dat gebeurt niet alleen in dit geval, maar ook bij andere brieven die de deur uitgaan.
Wat betreft de uitgangspunten van het beleid moet de commissie de discussie voeren over de vraag of dit is wat werd beoogd. De SGP had voor ogen, zoals het in de strategische visie staat en ook is genoemd in de presentatie, dat soepeler omgegaan wordt met groen en dat invulling wordt gegeven aan een verzoek van mensen die willen kopen of huren. Daarnaast was het doel te bezuinigen op beheerskosten en op onderhoud. De stand van zaken van dit project laat zien dat het gigantisch is mislukt. Spreker vraagt hoeveel vierkante meters minder de gemeente straks in onderhoud heeft. Het gaat spreker niet zozeer om het geld, maar veel meer om het feit dat de burger het onderhoud doet voor de gemeente; dat is burgerparticipatie en de gemeente moet daar trots op zijn. Dan moeten er niet van dergelijke brieven gestuurd worden.

De heer BERKHOFF zegt dat het hem zeer verbaasd heeft dat de gemeente bij nieuwe contracten wel iets doet met de tarieven die in 2004 zijn vastgesteld voor huur en verkoop, maar dat bij bestaande contracten, die ook wel eens verlengd zijn, geen prijsaanpassing plaatsvonden. Negen jaar later komt men daarachter en dan wordt in een keer alles in rekening gebracht.
De heer Flemminks zei dat de essentie van het verhaal was: de gronden van de gemeente die in gebruik waren genomen door de burgers. De essentie van wat de raad voor ogen had, was echter een bezuiniging op de beheerskosten van het snippergroen. Spreker sluit zich voor het overige aan bij de woorden van de heer Scheppink. Het project is zijn doel voorbij geschoten.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de heer Scheppink precies verwoordt wat hij zelf ook al heeft aangestipt, namelijk dat het ging om een bezuiniging op beheerskosten. De heksenjacht op al die stukjes grond die mensen in gebruik hebben genomen, is begonnen toen er een kaart met privatiseerbaar groen is opgesteld. Niet alleen het groen dat de gemeente in beheer heeft en waarop zij onderhoud pleegt is daarop aangegeven, maar ook alle andere stukjes. Spreker vraagt wie dat besluit heeft genomen.

De heer NOORDAM zegt dat het hele project chaotisch is. De incidenten in de gemeente stapelen zich op en spreker heeft daar zorgen over. Hij spreekt de portefeuillehouder erop aan, die de insprekers beloofde er voor eind december op terug te komen. Het is hoogst ongebruikelijk dat deze mensen op 6 januari zelf bellen en te horen krijgen dat alles ‘on hold’ staat door een motie van de SGP. Het was op zijn minst fatsoenlijk geweest eind december deze mensen daarover te informeren. De sfeer die de behandeling vanavond uitstraalt is niet plezierig. Dat is volgens spreker de strekking geweest van de wijze waarop de motie is ingebracht: er is heel veel ruis rondom dit project. Wat er vanavond plaatsgevonden heeft, versterkt die ruis.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang geen problemen heeft met de verkoop- en huurprijzen, maar wel een onbehagelijk gevoel overhoudt aan het communicatietraject. Als een huurder twintig jaar lang een stukje grond gratis gebruikt, moet hij nu betalen. Zijn buurman die eigenaar is van een woning krijgt zo’n stukje grond gratis. Spreker doet een beroep op de wethouder om te zoeken naar maatwerk en naar oplossingen en niet alle accenten te leggen op de privaatrechtelijke kant.

Wethouder AANSTOOT zegt dat hij een ander beeld heeft. Zo te horen hebben veel mensen zich gericht tot de fracties om hun frustraties te uiten. Een enkeling heeft zich ook bij spreker gemeld. Hij vindt echter niet dat daardoor gezegd kan worden dat het project dreigt te mislukken. Er hebben inmiddels al veel transacties plaatsgevonden met goedkeuring van de burger en de gemeente.

De heer DE KOE vraagt bij interruptie wat de bezuiniging op de beheerskosten is.
Wethouder AANSTOOT zegt dat er uiteindelijk een totaal kostenplaatje wordt gemaakt. De inzet is altijd geweest om te bezuinigen op de beheerskosten. Volgens het voorstel van het college van 2012 zou al het privatiseerbare groen daarbij worden betrokken. Dat is gebeurd.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt wat precies wordt bedoeld met privatiseerbaar groen.
Wethouder AANSTOOT zegt dat dat alle stukken groen zijn die niet vallen onder de noemer ‘structureel groen dat niet verkocht zal worden’. Daarbij is een aantal gradaties aangegeven. Er wordt bijvoorbeeld vijf meter uit de kadastrale grens, langs uitvalswegen of zichthoeken in het kader van verkeersveiligheid niet verkocht. Op die manier is een kaart opgesteld van al het groen van de gemeente. Aan de hand daarvan wordt bekeken wat afgestoten kan worden, dus wat privatiseerbaar is.

De heer KLEIN VELDERMAN concludeert dat privatiseerbaar groen gaat om groen wat de gemeente in onderhoud heeft en verkocht kan worden.
Wethouder AANSTOOT zegt dat dat grond is die de gemeente kan verkopen of verhuren.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt of dat groen is dat in onderhoud is.
Wethouder AANSTOOT zegt dat het ook groen kan zijn dat door derden in gebruik is genomen.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt wie het besluit heeft genomen om dat hierbij mee te nemen.
Wethouder AANSTOOT zegt dat het besluit destijds door de raad is genomen in het kader van de bezuinigingsscan. Het college heeft dat uitgewerkt en daarbij de huurcontracten betrokken en het illegaal in gebruik genomen groen.

De heer KLEIN VELDERMAN verzoekt de wethouder de opdracht van de raad te laten zien om dat privatiseerbaar groen, dus ook groen dat niet in onderhoud is bij de gemeente, op die kaart te zetten.

De heer NIJKAMP zegt dat hem de woorden van de heer Klein Velderman te ver gaan. Van het college mag behoorlijk bestuur verwacht worden. Als grond illegaal in gebruik genomen is, dan mag van een college worden verwacht dat het moeite doet om dat terug te krijgen c.q. te regelen. Daar hoeft geen raadsopdracht aan ten grondslag te liggen.

Wethouder AANSTOOT zegt dat in het kader van rechtsgelijkheid vreemd zou zijn dat de gemeente niets doet als mensen een stukje openbaar groen illegaal in gebruik hebben genomen, terwijl de gemeente andere stukjes privatiseerbaar groen zou gaan verkopen.
Een burger kan van mening zijn dat een stukje grond dat al lang door hem gebruikt wordt zijn eigendom is. Als dat dan vervolgens kadastraal niet zo blijkt te zijn, is dat vaak eerst een teleurstelling. Als de gemeente met die burger in overleg gaat en de landmeter meet het perceel op, dan komt men in de meeste gevallen tot consensus.

De heer SCHEPPINK merkt op dat de conclusie dat het college in de meeste gevallen tot consensus komt voorbarig is aangezien de helft van de gevallen nog niet is afgehandeld.
Wethouder AANSTOOT zegt dat zijn woorden gelden voor alle gevallen die nu zijn afgehandeld.
Er zal door de gemeente verder gewerkt worden binnen de randvoorwaarden die de raad heeft aangegeven. Spreker gaat er bij de te hanteren tarieven van uit op dezelfde lijn voort te kunnen gaan. Daarbij zal er extra scherp gekeken worden naar de communicatie.
De brief over het tarief van € 35 is inderdaad te vroeg verstuurd. Dat had niet gemogen.
Spreker vindt samengevat dat de gevallen die er liggen afgehandeld kunnen worden en zegt toe dat nog eens kritisch gekeken wordt naar de communicatie en of daarbij de juiste toonzetting wordt gehanteerd.

De heer NOORDAM vraagt of het college niet overweegt alle zaken de komende 100 jaar ‘on hold’ te laten staan.
Wethouder AANSTOOT vindt dat doorgegaan moet worden met het traject tot alles is afgehandeld. Er zijn nog veel mensen die een stukje grond willen kopen.

De heer KEVELAM zegt dat 8% van € 50 € 4 is. Hij vraagt of de nieuwe huurprijs 8% van € 35 wordt voor degenen die de grond aangeboden hebben gekregen als zij willen huren.
Wethouder AANSTOOT zegt dat het college de huurprijs van € 4 wil blijven hanteren.

De heer BERKHOFF verzoekt de wethouder in te gaan op de uitgangspunten van het beleid, waarover de heer Scheppink heeft gesproken.
Wethouder AANSTOOT zegt dat het hoofddoel het terugbrengen van de beheerskosten is. Het college probeert daarbij een stukje rechtsgelijkheid te creëren en goed in beeld te krijgen wat de gemeente allemaal in beheer heeft. Er zijn inderdaad sinds 2004 geen prijsaanpassing geweest. Dat had wel gekund, waarschijnlijk in positieve zin.

De heer NIJKAMP zegt dat alles ‘on hold’ is gezet op basis van de motie van de SGP. De wethouder wil eigenlijk weer doorgaan met het project. De algemene opinie beluisterend, blijkt er erg veel kritiek te zijn op deze handelswijze. Anderzijds zijn er insprekers die hom of kuit willen hebben. Er zijn nog meerdere mensen die onzekerheid hebben. Spreker vindt dat er een dilemma is ontstaan. Het traject dat is ingezet moet afgerond worden. Anderzijds zijn er nog zoveel vragen, met name aan de beleidskant, dat niet doorgegaan kan worden met het project.
Wethouder AANSTOOT zegt dat wel met het project doorgegaan kan worden. Er liggen nog twintig dossiers van verjaring, waarbij beoordeeld moet worden of er voldoende bewijzen zijn. Daarnaast zijn er verzoeken waarover onderhandeld wordt. Ook die zaken moeten afgedaan worden.
De uitgangspunten van de werkwijze van het college zijn de beheerskosten omlaag brengen, goed in beeld krijgen wat er allemaal aan gemeentegrond is en zoveel mogelijk privatiseerbare grond afstoten. Dat is het project waar de gemeente nu mee bezig is.

De heer SCHEPPINK zegt dat de motie is ingediend omdat er onduidelijkheid was over de uitgangspunten van het beleid. Vanavond gaat het over de vraag of de commissie het eens is met de manier waarop dat beleid uitgevoerd wordt. De communicatie rondom het beleid is slecht. De gemeente volgt een keiharde juridische lijn. De SGP vindt dat dat op een andere manier moet. Er moet in samenwerking met de burger gewerkt worden. Er moet contact met de burger gezocht worden als er problemen zijn. Daar moet niet een jaar mee gewacht worden.
Bij het beleid dat is vastgesteld in de raad en in de strategische visie gaat het om een structurele bezuiniging van € 5000 op onderhoud van openbaar groen. De gedachte daarachter was dat het prettig zou zijn als de burger wat ruimte kreeg, waar dat mogelijk was, om groen te onderhouden. De wethouder zegt dat hij nog even zal kijken naar de communicatie, maar dat hij doorgaat met het project tot het afgerond is. Spreker wil dat niet en zal in de eerstvolgende raadsvergadering met een motie komen om te proberen het beleid en de uitvoering alsnog bij te stellen. Spreker is zeer teleurgesteld in de beantwoording van de portefeuillehouder.

Wethouder AANSTOOT verzoekt om een schorsing.

Schorsing van 21.52 tot 21.58 uur.

Wethouder AANSTOOT zegt dat hij de dossiers vooralsnog ‘on hold’ laat. Het college stelt voor de eerstvolgende commissievergadering hierop terug te komen, waarbij de input die vanavond is geleverd uitgewerkt wordt.
Er liggen momenteel diverse zaken klaar voor ondertekening bij de notaris. Spreker stelt voor deze mensen persoonlijk mee te delen dat de zaak tot de eerstvolgende commissievergadering stilgelegd wordt.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie daarmee instemt.

De heer KEVELAM zegt dat de mensen die de wethouder bedoelt, geconfronteerd kunnen worden met extra kosten, zoals kosten van een al geplande overdracht. Spreker vraagt wie die kosten voor zijn rekening neemt.
De VOORZITTER vraagt de heer Kevelam zijn vraag te parkeren tot de volgende vergadering.

De heer SCHEPPINK zegt dat in de laatste vergadering is gezegd dat stukken waarover alle partijen akkoord zijn, mogen passeren. Het ‘on hold’ zetten betreft uitsluitend nieuwe zaken en zaken waarover nog geen overeenstemming is. 

De heer KEVELAM constateert dat de opmerking van de wethouder in dat opzicht niet aansluit bij de opmerking die de heer Scheppink zojuist heeft geuit.

De VOORZITTER zegt dat de discussie is gesloten. De wethouder heeft toegezegd dat het onderwerp de volgende commissievergadering terugkomt en dat hij de opmerkingen vanuit de commissie meeneemt.

8. Raadsvoorstel Nota van uitgangspunten aanwijzen als toetsingskader in aanloop naar een nieuw plan voor het buitengebied (Cornelissen)
De heer NIJKAMP zegt dat de raad de uitgangspunten in feite al heeft vastgesteld. Dit raadsvoorstel ziet het CDA als een vervolg daarop en zij kan zich daarin goed vinden.

De heer KEVELAM zegt dat er uitgangspunten in de nota staan met betrekking tot wijzigingen voor o.a. plattelandswoningen en voormalige agrarische bedrijfswoningen. Spreker kan zich voorstellen dat bij vervreemding van een erf in verband met de milieuwetgeving aan een dergelijke woning de bestemming plattelandswoning wordt gegeven, omdat deze vaak dicht bij een nog functionerend agrarisch bedrijf staat. Voormalige agrarische bedrijfswoningen, die ook als zodanig bestemd worden, hebben echter geen bijzondere status in de milieuvergunning. Toch kunnen die woningen, als die dicht bij een nog functionerend agrarisch bedrijf staan, belemmerend werken. Spreker vraagt of de wet mogelijkheden geeft die woningen ook als plattelandswoningen te bestemmen.

De heer HAASE zegt dat het de SGP verstandig lijkt, vooruitlopend op de nieuwe wet die voorziet in een omgevingsplan, deel te nemen aan de pilot. Spreker vraagt verder hoe omgegaan wordt met zaken die niet in de nota worden genoemd, of het buitengebied daarvoor op slot zit en of het in het kader van de pilot nodig is de nota van uitgangspunten aan te nemen als geldend beleid, met andere woorden: is er nu geen geldend beleid?

Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij de vraag van de heer Kevelam via een NB beantwoordt.
Naar aanleiding van de vraag van de heer Haase antwoordt spreker dat het op dit moment geen geldend beleid is. De nota is vastgesteld met het oog op het nieuwe, ontwikkelingsgerichte bestemmingsplan voor het buitengebied. In het voorliggende besluit staan twee punten: de gemeente meldt zich aan voor de pilot en tot het vaststellen van het nieuwe omgevingsplan wordt de nota gebruikt als toetsingskader. Als er nu voorstellen komen waarbij een bestemmingsplanwijziging aan de orde is, blijft de mogelijkheid om op basis van een bestemmingsplanwijziging daarmee terug te komen naar de raad.

NB.: 26 januari 2015, beantwoording van de vraag van de heer Kevelam:

In de nota van uitgangspunten staat het volgende: “De wet plattelandswoningen is van toepassing op buiten gebruik gestelde tweede agrarische bedrijfswoningen. Door deze te voorzien van een specifieke aanduiding kunnen deze woningen afzonderlijk van het agrarische bedrijf gebruikt worden. Voor de overige bedrijfsbestemmingen biedt deze wet geen oplossing.” Kortom, het is een regeling voor bestaande agrarische bedrijven waarvan een bedrijfswoning afgesplitst wordt van het agrarisch bedrijf. Door deze aanpassingen is een afgesplitste burgerbewoning geen belemmering meer voor de bedrijfsvoering van de eigen veehouderij waartoe de woning behoorde. Deze (voormalige) bedrijfswoning bij een veehouderij, die door een derde bewoond mag worden, wordt voortaan gezien als onderdeel van de inrichting en krijgt dus geen bescherming tegen de geur van de eigen stallen van het agrarische bedrijf waartoe de woning oorspronkelijk behoorde.
De wet plattelandswoningen is alleen van toepassing op buiten gebruik gestelde agrarische bedrijfswoningen bij in werking zijnde agrarische bedrijven en biedt alleen bescherming tegen het "eigen" agrarische bedrijf. Het heeft verder geen effect op naastgelegen agrarische bedrijven. Het is ook alleen van toepassing op woningen die gesitueerd zijn binnen de bestemming 'agrarisch bedrijf'. Andere (burger)woningen vallen niet onder de werkingssfeer van de wet plattelandswoningen, ook niet als het een gestopt agrarisch bedrijf betreft.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Nota van uitgangspunten aanwijzen als toetsingskader in aanloop naar een nieuw plan voor het buitengebied als hamerstuk te behandelen in de raad.

9. Raadsvoorstel vaststellen Reclamenota gemeente Rijssen-Holten 2014 (Cornelissen)
De VOORZITTER wijst op een mail van mevrouw Brinks, die de commissie vandaag heeft ontvangen.

De heer DE KOE zegt dat hij naar aanleiding van de ontvangen mail nog eens naar de reclamenota heeft gekeken en constateert dat daarin zaken staan waarvan hij zich afvraagt of dat hetgeen is wat de raad wil bereiken. O.a. gaat het om kleurstellingen van reclame-uitingen die bij een gevel moeten passen. Spreker snapt dat het de intentie is schreeuwerige, grote reclame te voorkomen, maar als deze passages te letterlijk worden genomen, dan lijkt het erop dat de raad de huisstijl van een bedrijf bepaalt of dat telkens bij het wijzigen van een reclame-uiting de gemeente om toestemming gevraagd moet worden. Spreker snapt de intentie van de nota, maar als de tekst al te letterlijk wordt genomen, is de uitwerking onwenselijk. Spreker vraagt hoe het college daarmee denkt om te gaan.

De heer BEUNK zegt dat in het collegevoorstel met betrekking tot het vaststellen van de reclamenota ook ‘draagvlak’ is opgenomen. Dat klinkt Gemeentebelang als muziek in de oren, omdat alles uiteindelijk draait om draagvlak. Het voorspel bij dit punt stemt hoopvol, want er wordt gesproken over afdelingsbreed WO, besproken met de Welstandscommissie. Wat Gemeentebelang betreft wordt hier een valse noot gespeeld. Draagvlak is meer; het betreft ook de burger en de ondernemers. Dat is blijkbaar niet onderzocht. Gemeentebelang mist hier partijen als HHV, Habi, businessclub Bij de Tijd, HIG en KWR. Wel is te lezen dat de nota zes weken ter inzage heeft gelegen en hierop geen reacties zijn ontvangen.
De HHV laat weten dat zij gevraagd hebben om een toelichting op dit stuk door het organiseren van een bijeenkomst. Dit is echter door het ambtelijk apparaat niet nodig geacht: de noten stonden op papier, maar als je geen noten kunt lezen, geen muziek: ofwel: red je ermee.
Ook van de Habi klinkt er geen helder en sprankelend geluid, maar doffe tonen, gezien de inspraak. Dat is geen muziek die Gemeentebelang graag hoort.
Wat er nog wel doorklinkt van de opiniërend commissievergadering over dit onderwerp heeft Gemeentebelang niet terug kunnen vinden in de nota. Wel heeft de wethouder benadrukt dat er niet staat dat de gemeente bepaalt welke lettertypes er gebruikt mogen worden en dat er geen Boa’s op pad gestuurd worden om agressief te handhaven. De wethouder heeft ook aangegeven dat de reclame-uitingen worden bekeken, dat er eventueel in overleg wordt getreden en als overleg geen effect heeft, er een handhavingstraject volgt. Als er echter nu geen strak handhavingsdocument is, zoals de portefeuillehouder aangaf, is de vraag wat en wanneer er dan wel gehandhaafd wordt en wanneer en voor er geen effect is na overleg. Spreker vraagt hoe zich dat verhoudt tot wat de wethouder verwoorde, dat het niet de opzet is geweest om een straks handhavingsdocument te creëren. Op pagina 11 wordt zelfs aangegeven “Aan de mogelijkheid om af te wijken van de Welstandsnota- of Reclamenota zal door het college slechts sporadisch en alleen in uitzonderlijke gevallen toetsing worden gegeven”. In het voorstel van het college wordt onder ‘beoogd effect’ aangegeven een helder en eenduidig beleid ten aanzien van reclame te hebben. Het voorgaande getuigt hier echter niet van. Dat blijkt ook uit reacties die de fractie van Gemeentebelang, o.a. van de Habi en de HHV, heeft ontvangen. 

  • Spreker noemt enkele voorbeelden, waarin de nota niet duidelijk is:
    4.1, per bedrijf of winkel zijn er maximaal drie zichtbare reclame-uitingen aan de voorgevel toegestaan. Verder staat dat reclame-uitingen kunnen bestaan uit de volgende vormen van reclame: de hoeveelheid 2. De vraag is nu of het gaat om 3 of 2.
  • Er wordt hier gesproken over zijgevels, maar er is niets te lezen over achtergevels. Betekent dit dat op achtergevels alles mag worden aangebracht?
  • Bij banierconstructies staat: deze is uitgevoerd in een gedekte kleurstelling. Wordt hier van de ondernemers gevraagd de huisstijl aan te passen?
  • Bedrijventerreinen. Hier wordt het allemaal wat helderder en duidelijker. “Reclameverlichting is uitgeschakeld tussen 23.00 uur en 07.00 uur”. Spreker vraagt zich af of dat gebeurt.

In de opiniërende commissievergadering is gevraagd of alles in twee A4-tjes samengevat kon worden, zodat het helder en duidelijk is voor iedereen. Spreker vraagt of dat mogelijk is.

De heer NOORDAM zegt dat Rijssen-Holten een ondernemersvriendelijke gemeente is. Vanavond gaat het echter over betuttelen. Eerder heeft spreker een voorbeeld gegeven van een ondernemer in Holten, die al heel lang bezig is voor zijn pand een bepaalde manier van reclame te krijgen. Met de oude reclamenota lukte niet en was alles te onduidelijk. Ook de nieuwe reclamenota geeft daarop geen antwoord. De raad gaat volgens spreker een nota vaststellen, waar ondernemers geen kant mee uit kunnen. Er staan vreemde dingen in. “Veroorzaken van geluid” mag niet, “een wapperende vlag” mag niet. Het kan niet waar zijn dat de raad dat soort zaken gaat vaststellen.
Er is een uitsterfconstructie voor een beamer. De eigenaar hiervan blijkt dat niet te weten. Toch gaat de raad het vaststellen.
De raad van een gemeente die de ondernemersvriendelijkste gemeente is, moet een betuttelnota vaststellen tot en met het te gebruiken lettertype. De middenstand is absoluut niet gelukkig met de nota en spreker vraagt zich af of de commissie daar vanavond gewoon overheen walst en zegt dat die middenstand het maar uit moet zoeken. Spreker is benieuwd naar de reactie van het college en hij daagt de andere partijen uit hun mening te geven over het betuttelen.

De heer TER KEURS vraagt of de portefeuillehouder duidelijkheid wil geven over het overleg met de ondernemers in de gemeente inzake deze reclamenota.
Spreker sluit zich aan bij de heer Beunk wat betreft de vraag over hoe de nota getoetst wordt en hoe er gehandhaafd gaat worden.
Spreker vraagt in te gaan op het voorkomen van zwerfvuil c.q. reclame zoals flyers, die achter ruitenwissers worden gestopt van auto’s op parkeerplaatsen.

De heer H. KREIJKES verzoekt het college te reageren op de vragen van mevrouw Brinks.

De heer BEUNK merkt op dat hij heeft begrepen dat mevrouw Brinks haar mail namens de Habi heeft gestuurd.

Wethouder CORNELISSEN zegt naar aanleiding van de opmerking van de heer De Koe, over het te letterlijk lezen van de nota, dat hij in een vorige vergadering duidelijk heeft aangegeven hoe dat geïnterpreteerd moet worden. Er zal niet al te letterlijk naar gekeken worden. Die toezegging, die de heer Noordam vriendelijk in ontvangst nam, heeft spreker destijds gedaan.
Naar aanleiding van de vraag van Gemeentebelang over draagvlak en wie wat waarvan heeft kunnen vinden, zegt spreker dat de nota zes weken ter inzage heeft gelegen. Eenieder heeft zes weken tijd om daarop te reageren en zijn bevindingen door te geven. De reclamenota is eerder al in de commissie besproken en ook toen heeft men er wat van kunnen vinden.
NB.: Brief wethouder met uitleg reclamenota

De heer BEUNK zegt dat hij niet heeft gesuggereerd dat dit niet zo was.
Wethouder CORNELISSEN excuseert zich daarvoor en zegt dat hij de woorden van de heer Beunk zo heeft begrepen dat hij die feiten ter discussie stelde.
De vorige keer is stilgestaan bij de rol van de Boa’s en bij situaties waarin in overleg wordt getreden als zich een probleem voordoet. De heer Noordam heeft daarvan een voorbeeld gegeven en betitelt dat als betutteling. Het gaat echter om een bepaling die in de bestaande reclamenota staat. Daarin worden regels gesteld aan afmetingen van met name naamsuitingen binnen het woongebied. Die regels zijn er, zodat niet overal grote zuilen verrijzen. Er mag met een beperkte naamsaanduiding gewerkt worden. Hiervoor zijn andere regels dan op een industrieterrein. Geprobeerd wordt het op die manier in goede banen te leiden. Als de raad vindt dat dat ook binnen de bebouwde kom vrijgelaten moet worden, dan is dat mogelijk. De raad stelt zelf de nota vast. Spreker snapt dat een ondernemer graag wat vrijheid hierin wil hebben. Het is prettig dat er een document is en, dat op het moment dat er misstanden zijn, er opgetreden kan worden. Die vrijheid kan heel breed zijn, maar als alles vrij gelaten wordt, kan de burger klagen over een buurman die iets in zijn tuin heeft gezet, waar men tegenaan zit te kijken. Zo zijn er ook bepaalde eisen gesteld binnen de bebouwde kom aan verlichting van grote objecten. Die eisen zijn gesteld, met name om overlast van derden te voorkomen.
Spreker benadrukt dat niet alles te letterlijk genomen wordt. Er wordt met mensen gesproken, ook in het voorbeeld van de heer Noordam. Aan deze mensen is aangegeven dat datgene wat men wil niet mogelijk is, maar dat de gemeente wil meedenken en kijken wat er wel mogelijk is. Men kan wel een naamsvermelding krijgen bij het pand, maar de zuil die men beoogt, is niet mogelijk. De betreffende persoon heeft ervoor gekozen, dat op het moment dat het voorliggende beleid wordt vastgesteld, in bezwaar en beroep kan gaan. Dat is de legitieme weg, zoals geldt voor andere situaties waar kleurstellingen en dergelijke aan de orde zijn. Dit soort zaken zijn in de nota zijn opgenomen om te kunnen optreden op het moment dat misstanden ontstaan. Het zal niet zo zijn dat de gemeentelijke handhavingsdienst met een kleurenwaaier bij een gevel staat om te kijken of wel de juiste tint is aangebracht.

De heer NOORDAM zegt dat in hoofdstuk 14 staat: “geen reclame in reflecterende en fluorescerende kleuren”. Volgens spreker ontkent de wethouder in feite dat dat hier staat.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de heer De Koe sprak over bepaalde kleurstellingen op een pand. Het gaat er echter om dat er getoetst kan worden. Als iemand bord in de tuin heeft, dat reflecteert in het raam van een buurman als er auto’s langsrijden, dan kan spreker zich voorstellen dat daarover eisen in de nota zijn opgenomen. Spreker wijst er nogmaals op dat de raad de nota vaststelt.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat zwerfvuil, waarover de heer Ter Keurs sprak, een maatregel betreft van de APV. Daarin staat beleid omtrent flyeren.
In de gemeente is er één skybeamer. Het beleid stelt voor dat er geen nieuwe skybeamer bij gaan komen.
De heer NOORDAM zegt dat er volgens de nota geen nieuwe skybeamers bij komen. Voor de bestaande skybeamer wordt een uitsterfconstructie toegepast. Spreker vraagt wat dat betekent in deze situatie.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat als de betreffende skybeamer verdwijnt, er niet een nieuwe skybeamer mag komen.
De heer NOORDAM zegt dat een lamp van de skybeamer kapot kan gaan. Wat gebeurt er als de betreffende ondernemer de skybeamer daardoor een jaar niet gebruikt en daarna weer wel.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat als de skybeamer een tijdlang niet meer gebruikt wordt omdat deze is weggehaald en de eigenaar denkt na een jaar die skybeamer opnieuw te gaan plaatsen, er een andere situatie aan de orde is

De heer BEUNK zegt dat volgens de wethouder de tekst niet altijd letterlijk genomen moet worden. Spreker vraagt of dat strijdig is met rechtseerlijkheid en een betrouwbare overheid.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij vandaag en ook al eerder heeft uitgelegd hoe deze nota geïnterpreteerd moet worden.

De heer BEUNK vraagt of de woorden van de wethouder niet verwoord kunnen worden in de nota.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat de nota op deze manier ter inzage heeft gelegen. Naar aanleiding van de toevoegingen die hij vandaag in de commissie heeft gedaan, lijkt het spreker geen probleem toe te zeggen dat er een begeleidend schrijven komt bij het voorstel.
Spreker merkt op dat hij de mail van mevrouw Brinks, die vanmiddag is verspreid onder de commissieleden, niet heeft gelezen en dat hij daarop via een NB reageert. Spreker had liever gezien dat de reactie van mevrouw Brinks via de inspraakprocedure was ingediend, zodat er een zienswijzennota opgesteld had kunnen worden en zij antwoord gekregen had op de door haar gestelde vragen.
NB.:Beantwoording vragen en opm. mevr. Brinks-Ligtenberg

Tweede termijn
De heer DE KOE zegt dat hij, met de toezegging dat er met redelijkheid, billijkheid en soepelheid met de nota wordt omgegaan en dat niet bij elke wisseling van een banier een nieuwe vergunning moet worden aangevraagd, de nota wil accorderen, al zijn er zaken die op meerdere manier uit zijn te leggen. Als zich dat soort zaken voordoen, kan spreker zich voorstellen dat er discussie over ontstaat.
De heer NOORDAM vraagt bij interruptie of het niet de plicht is van de raad dergelijke gevallen te voorkomen. Dat soort zaken verstoort de relatie tussen gemeentelijk apparaat en burger of ondernemer.
De heer DE KOE zegt dat hij de woorden van de heer Noordam begrijpt, maar dat hij geen manier kan vinden waarmee een nota over dit onderwerp in beton gegoten wordt. Als de nota in beton gegoten wordt, betekent het ook dat een heleboel dingen niet meer mogelijk zijn, die achteraf gezien best toegestaan konden worden. Dat is de andere kant van wat de heer Noordam wil. Lokaal Liberaal neemt genoegen met de toezegging van het college.

De heer VAN VEEN suggereert dat een evaluatie na een of twee jaar goed zou zijn, zowel voor de aanvragers als de ambtelijke dienst. Dan wordt duidelijk of de nota goed bevalt of dat er aanpassingen op moeten komen.

Wethouder CORNELISSEN zegt toe een evaluatie te houden over twee jaar. Er zullen echter situaties blijven, waarbij een indiener iets wenst waarvan de gemeente zegt dat het niet mogelijk is.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang blij is met de toezegging van de wethouder over een begeleidend schrijven, waarin duidelijk verwoord wordt wat hij in de opiniërende vergadering en in de vergadering van vanavond heeft toegezegd. Strikt formeel gezien ligt nu de inhoud van de nota echter voor en spreker vraagt zich af of de vele details juridisch houdbaar zijn. De gemeente moet niet in een situatie komen met insprekers of juridische gevolgen. Dat is voor Gemeentebelang een punt van zorg. Niemand is tegen regelgeving, ook handelsverenigingen niet, maar de vraag is hoe ver de gemeente daarin moet gaan. Dat er een begeleidend schrijven van de wethouder komt, voorafgaand aan de raadsvergadering, stelt Gemeentebelang op prijs.

De heer NOORDAM zegt dat de commissie zich moet realiseren dat in de raad ‘de uiterlijke verschijningsvorm’, genoemd op pagina 13 van de nota, wordt vastgesteld. Handhaving is volgens spreker niet mogelijk, omdat in de nota termen staan als ‘kan, zou kunnen, moet passen, wij zullen het bekijken, frequent, de reclame moet een eigen kwaliteit hebben’. Het kan volgens spreker niet zo zijn dat de raad iets dergelijks vaststelt. Spreker vraagt zich af wie dat gaat beoordelen. De wethouder ging zojuist al in op zaken als reflectie. Fluorescerende kleuren reflecteren volgens spreker heel anders. De wethouder zegt dat de gemeente zich niet gaat bemoeien met het lettertype, maar de nota wordt wel in begon gegoten.
Spreker zegt dat de vormgeving vrij is, maar dat handhaving gebeurt als iets volgens de gemeente niet kan. Dat is nu precies de reden dat de ondernemers niet blij zijn met de nota. Er wordt door de raad een stuk geaccordeerd, waarbij ingrijpen door de raad te allen tijde op elk onderdeel mogelijk is. 

De heer BERKHOFF wijst erop dat de ondernemers hierover niets hebben gezegd en dat zij geen zienswijzen hebben ingediend.
De heer NOORDAM zegt dat de heer Beunk, die net als spreker zelf overlegd heeft met de ondernemers, duidelijk heeft gemaakt dat er veel onrust is.

De heer BERKHOFF zegt dat de geëigende weg het indienen van zienswijzen is als men bezwaren heeft tegen de nota. Daar moet de raad op af gaan.
De heer NOORDAM zegt dat de woorden van de heer Berkhoff richting de SGP gesproken moeten worden, die eerder vanavond veel onrust vanuit de gemeente inbracht. De commissie staat daar geheel achter. Nu er onrust vanuit de ondernemers aan de orde is, zegt de heer Berkhoff dat hij geen zienswijzen heeft gezien.

De heer BERKHOFF zegt dat hij op niet wil discussiëren op de toon van de heer Noordam.
De heer NOORDAM zegt dat hij namens de ondernemers spreekt. De heer Berkhoff accepteert dat niet, omdat zij geen zienswijzen hebben ingediend.

De heer TER KEURST zegt dat is gesproken over het in beton gieten van de nota. De wethouder zegt dat het beton niet zal uitharden en dat er soepel met de nota omgegaan wordt. Spreker stelt voor dat de fracties die hiertegen bezwaar hebben, in de raad komen met een motie.

De VOORZITTER sluit zich daarbij aan en concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen Reclamenota gemeente Rijssen-Holten 2014 als bespreekstuk te behandelen in de raad.
Spreker constateert hierna met het oog op de klok dat er geen mensen op de publieke tribune aanwezig zijn voor een agendapunt dat nog niet is behandeld. Hij schorst de vergadering om 22.28 uur. De vergadering wordt voortgezet op maandag 26 januari 2015 om 20.00 uur.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 12 maart 2015

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous