Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 3 december 2015

Datum: 03-12-2015Tijd: 19:30 - 21:40Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: G.B. Aanstoot-StamGenodigden: AanwezigNaamSGPA.J....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 3 december 2015

Datum: 03-12-2015
Tijd: 19:30 - 21:40
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist: G.B. Aanstoot-Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink en J. ter Keurs
CDAH.J. Nijkamp en H. Kreijkes RA CISA
ChristenUnieB.J. Blaazer, J. Berkhoff en N.J. Otten
GemeentebelangJ. Beunk, W.J.M. Muller en P. Kroeze
PvdAR.W. Meijerink
VVDE.J.W. Deijk en F.W. Noordam
Lokaal LiberaalR.A. de Koe en D.J.K. van der Sanden
D66J. van Veen
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
OndersteunersG. Baan, W. Haase
Pers1
Publiek27


1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom. 

2 Inventarisatie spreekrecht
De VOORZITTER laat weten dat de volgende insprekers zich hebben gemeld:

  • de heer Kuiper, namens de heren E.D. Vincent en J.D. Vincent, op agendapunt 8, Raadsvoorstel ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan ten behoeve van het belevingspad en fietspad Holterenk;
  • de heer Albers (Countus), namens de families namens de families Teeselink-Vosman, Rensen-Bekkernens, B. Steunenberg en H. Steunenberg, op agendapunt 10,  Compensatiewoning rood voor roodregeling aan de Dijkerhoekseweg naast nummer 9.

3 Vaststellen definitieve agenda 
De VOORZITTER stelt voor de agendapunten 8 en 10 te behandelen voor agendapunt 6 in verband met de aanwezigheid van insprekers voor deze punten.

De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld.

4 Verslag commissie Grondgebied van 29 oktober 2015 
De VOORZITTER refereert aan het punt van orde dat de heer G. Kreijkes wilde inbrengen tijdens de commissievergadering van 29 oktober 2015. In de verordening staat hierover: “De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.” Dat laatste is van toepassing op de vorige vergadering, waarin de heer Meijerink zijn opinie gaf over een bepaald agendapunt en de heer G. Kreijkes een punt van orde wilde inbrengen. Spreker heeft op dat moment gezegd dat hij eerst de opinieronde wilde afronden. Volgens artikel 22 had echter de heer G. Kreijkes het woord moeten krijgen nadat de heer Meijerink zijn opinie had afgerond. Spreker verontschuldigt zich, met name richting de heer G. Kreijkes, dat dit niet is gebeurd.

De heer SCHEPPINK dankt de voorzitter namens de heer G. Kreijkes voor de toelichting op het Reglement van orde.

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Wethouder CORNELISSEN zegt dat er een uitspraak is gedaan door de Raad van State inzake het bestemmingsplan Stationsomgeving Rijssen: het bestemmingsplan is vernietigd, maar de rechtsgevolgen zijn in stand zijn gebleven. Juridisch betekent het dat bij een WABO-verzoek de uitspraak van de Raad van State in de plaats treedt van het bestemmingsplan. De uitspraak houdt in dat er gebouwd kan rden.

8. Raadsvoorstel ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan ten behoeve van het belevingspad en fietspad Holterenk. (Cornelissen)
De heer KUIPER, namens de heren E.D. Vincent, Molenbelterweg 30 in Holten en J.D. Vincent, Raalterweg 26 in Holten, spreekt in.
De heer J.D. Vincent heeft mede namens zijn broer, dhr. E.D. Vincent, op 30 maart 2015 een zienswijze ingebracht tegen het ontwerpbestemmingsplan ten behoeve van het belevingspad en fietspad Holterenk en deze op 7 mei 2015 onderbouwd. Zij zijn van mening dat de aanleg van een fietspad en de realisatie van een overdekte fietsenstalling aan de noordzijde van het station toekomstige ontwikkelingen van het perceel ‑ kadastraal bekend als de gemeente Holten Sectie A nummer 1880 groot 21.615m² ‑ belemmeren. De heren Vincent vinden het onterecht dat het plan niet is aangepast naar aanleiding van hun zienswijze. Zij hebben in 2006 het college gevraagd medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van het betreffende perceel ten behoeve van wonen. Het college heeft destijds besloten hieraan geen medewerking te verlenen. Destijds maakte dit perceel deel uit van het bestemmingsplan Holterberg met de bestemming sport. Sinds 2013 maakt het perceel deel uit van het bestemmingsplan Wonen Holten, waarbij het perceel een agrarische bestemming heeft. Desalniettemin zijn de heren Vincent van mening dat genoemd perceel een perceel is met verwachtingswaarde. Aan drie zijden is het perceel grenzend aan de bestemming wonen. De locatie is uitermate geschikt voor nieuwe, innovatieve woonzorgvormen in het hogere segment, ook vanwege de aanwezigheid van aangrenzende woningen op de Holterberg, die eveneens behoren tot het hogere segment. Veel bewoners van deze woningen zijn op leeftijd en wensen te verhuizen naar een woonzorgvorm in het duurdere segment in de vertrouwde en landelijke omgeving bij de Holterberg.
Volgens de gemeente Rijssen-Holten zijn er binnen de kern Holten voldoende alternatieve mogelijkheden voor woonzorg aanwezig, zoals de locatie de Kol. Deze locatie is voor bovengenoemde doelgroep onacceptabel. Dit is een dichtbebouwde locatie, die voornamelijk in trek is bij starters. Ook acht de gemeente de locatie de Liesen een geschikte locatie. Deze locatie is eveneens ongeschikt. Deze locatie ligt aan de zuidzijde van de spoorlijn. Qua beleving is er een groot verschil tussen wonen aan de noordzijde van het spoor dan wel de zuidzijde van het spoor. Bovendien is de locatie de Liesen te ver van het centrum gelegen.
Geconcludeerd kan worden dat er voor deze doelgroep momenteel in Holten  geen geschikte locaties voorhanden zijn en dat de locatie bij de Holterberg de enige locatie is die geschikt is voor deze doelgroep.
De aanleg van het fietspad en de overdekte fietsenstalling zorgen voor verminderde privacy en het creëren van een plek voor hangjongeren. De mogelijkheden voor de bouw van woonzorgvormen op het perceel Holten A 1880 worden hierbij gefrustreerd. Dit is een gemiste kans voor de gemeente.
Tevens zijn de heren Vincent eigenaar van het perceel met een sportvoorziening, perceel Holten A 1879. Met betrekking tot dit perceel maken zij zich tevens zorgen over de verminderde privacy ten gevolge van voormeld ontwerpbestemmingsplan.
Het station van Holten is nu, per fiets, via de noordzijde ‑ de Holterberg ‑ te bereiken via de Steenroddeweg en de Beukenlaan. Via het centrum van Holten is het station prima bereikbaar. Bovendien is bij het station een goede overdekte fietsenstalling aanwezig. Het nut en de noodzaak voor het realiseren van een overdekte fietsenstalling zijn er dan ook niet.
De heren Vincent verzoeken de commissie op basis van deze argumenten de gemeenteraad  voor te stellen om het ontwerp bestemmingsplan ten behoeve van het belevingspad en fietspad Holterenk niet vast te stellen en te heroverwegen.

Wanneer de raad de zienswijze van de heren Vincent daadwerkelijk ongegrond verklaart, houden zij de mogelijkheid open tot het indienen van bezwaar en beroep.

De heer NOORDAM  zegt dat de heer Kuiper sprak over een toekomstige bestemming en een belemmering van het perceel in de toekomst, terwijl hier op dit moment een agrarische bestemming geldt. Spreker vraagt waaraan gedacht wordt met “in de toekomst”.
De heer KUIPER zegt dat dit betrekking heeft op hetgeen hij later in zijn betoog aanhaalde.

De heer NOORDAM vraagt of de heer Kuiper weet dat het voormalige Groene Kruisgebouw in Holten een optie is voor woonzorg.
De heer KUIPER zegt dat het hem persoonlijk niet bekend is.

De heer NOORDAM vraagt of de heer Kuiper op de hoogte is van het feit dat de overdekte fietsenstalling bij het station momenteel veel te klein is.
De heer KUIPER zegt dat de fietsenstalling qua functionaliteit goed voldoet. Een fietsenstalling aan de noordzijde past echter niet goed in het landschap, mede gezien de verwachtingswaarde.

De heer BERKHOFF zegt dat de tweede kavel de bestemming sport heeft. De heer Kuiper zei dat bebouwing een inbreuk is op de privacy. Spreker vraagt de heer Kuiper dit toe te lichten.
De heer KUIPER zegt dat er activiteiten kunnen plaatsvinden in het sportgebouw, die tezamen met het fietspad een mate van verminderde privacy opleveren. De meeste verminderde privacy heeft betrekking op het geplande woonzorgcentrum. 

De heer SCHEPPINK vraagt of er concreet een aanvraag is ingediend voor ontwikkelingen waarover de heer Kuiper sprak.
De heer KUIPER zegt dat zijn cliënt in 2006 een aanvraag heeft ingediend. 

De heer VAN VEEN vraagt of de heer Kuiper die aanvraag kan tonen.
De heer KUIPER zegt dat dit destijds is besproken door de familie Vincent en de voormalige burgemeester. De aanvraag is hem persoonlijk niet bekend.

De GRIFFIER zegt dat in de zienswijzennota melding wordt gemaakt van de betreffende aanvraag in 2006. 

(De heer De Koe komt ter vergadering.)

Eerste termijn

Mevrouw DEIJK zegt dat de VVD positief is over het bestemmingsplan. Wat betreft de fietsenstalling verwijst zij naar pagina 33, de toelichting, waar staat dat er nu capaciteit is voor 360 fietsen, dat er behoefte is aan een capaciteit voor 460 fietsen, maar dat in het ontwerp wordt uitgegaan van een capaciteit voor 500 fietsen. Het is haar bekend dat er een uitbreidingsmogelijk is naar 600 fietsenstallingen. Zij vraagt waarom niet dit direct gerealiseerd wordt. 

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang instemt met het voorstel en blij is dat er eindelijk een noordelijke fietsweg komt.

De heer OTTEN zegt dat de ChristenUnie instemt met het voorstel. 

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA instemt met het voorstel, maar dat zij zich aansluit bij de woorden van mevrouw Deijk. Het CDA vraagt of het aantal fietsstallingen voldoende is. Momenteel is het bij het station een grote chaos wat het stallen van fietsen betreft.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP het voorstel steunt. 

De heer VAN VEEN zegt dat D66 zich verenigt met het voorstel.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal instemt met het voorstel, met dien verstande dat zij begrip heeft voor de opmerkingen van de VVD.

In 2020 zijn waarschijnlijk 600 plaatsen voor fietsenstalling nodig. Het is misschien handig die plaatsen direct te realiseren.

Wethouder CORNELISSEN vraagt zich af of het realiseren van 600 plekken voor fietsenstallingen consequenties heeft voor het bestemmingsplan. Spreker zegt toe hierop via een NB terug te komen.
(NB: de beantwoording is als bijlage 1 en bijlage 2 toegevoegd aan dit verslag)

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het “Raadsvoorstel ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan ten behoeve van het belevingspad en fietspad Holterenk” als bespreekstuk te behandelen in de raad.

10. Compensatiewoning rood voor roodregeling aan de Dijkerhoekseweg naast nummer 9 (opiniërend, Cornelissen)
De heer ALBERS (Countus) spreekt in namens de families Teeselink-Vosman, Rensen-Bekkernens, B. Steunenberg en H. Steunenberg. Zij zijn de buren/eigenaren van de Dijkerhoekseweg nummer 9, 11, 10a en 10. De voorgenomen bouwlocatie van de compensatiewoning ligt dichtbij hun woningen en agrarisch bedrijf op een afstand van rond de 50 meter en zij zijn directbelanghebbenden. De commissielieden hebben van hen via de mail een inspraakreactie ontvangen, die spreker hier toelicht.
Het college is voornemens medewerking te verlenen aan het realiseren van een compensatiekavel aan de Dijkerhoekseweg naast nummer 9 in het kader van de rood-voor-roodregeling. De betreffende families zien dit als een grote aantasting van hun woongenot en bedrijfsmogelijkheden. Zij verzoeken daarom geen instemming te verlenen voor het opstarten van de planologische procedure. Spreker geeft hierop een toelichting. De initiatiefnemer, de familie Nijland, heeft op 28 juli 2015 bij het college het verzoek ingediend een compensatiekavel in het kader van de rood voor roodregeling te realiseren op een kavel net ten zuiden van Dijkerhoekseweg nummer 9. Hiervoor in ruil worden op het voormalige varkensbedrijf aan de Espelodijk 15 in totaal 1100m² gebouwen gesloopt. Over deze aanvraag legt spreker een aantal onjuistheden en aanvullende informatie voor aan de commissie.

Onjuistheden:

  • Volgens de ervenconsulent van Het Oversticht wordt de boerderij ten zuiden van het perceel vervangen door een moderne woning. Hiervan is echter volgens de bewoner geen sprake. De vraag is dan ook waarom dit hier van belang is.
  • Volgens de ervenconsulent is er aan de overzijde van de weg een agrarisch bedrijf gestopt. Spreker gaat ervan uit dat hier het agrarisch bedrijf wordt bedoeld van de maatschap Teeselink-Rensen, Dijkerhoekseweg 10 en 10a. Dit agrarisch bedrijf is weliswaar gewijzigd, maar het is  nog steeds een agrarisch bedrijf.

Wat is de noodzaak van woningbouw juist op die locatie?:

  • Aande  noord-oostkant van de boogde locatie ‑ de zuidkant van de Oude Deventerweg ‑ is in het kader van rood voor rood  al een compensatiekavel vergund. Deze kavel is een aantal jaren geleden aangevraagd door de heer Ulfman. De heer Ulfman heeft altijd het voornemen gehad hier zelf een woning te realiseren. Hiervan heeft hij inmiddels afgezien. Dat betekent dat deze nog vrije kavel beschikbaar komt voor de woningmarkt. Het verlenen van een tweede compensatiekavel zo dichtbij op deze locatie lijkt spreker niet nodig.
  • In de naaste omgeving zijn er bouwmogelijkheden: in de kern Dijkerhoek is een aantal kavels te koop en verder is de Essensteeg aangewezen voor toekomstige uitbreiding van de kern Dijkerhoek. Spreker betwijfelt of aangetoond kan worden of er daadwerkelijk een woningbehoefte is voor vrijstaande woningen. Onlangs heeft de Raad van State een bestemmingsplan vernietigd, omdat er onvoldoende onderzoek naar de woningbehoefte was gedaan.

 

  • In de Nota Ruimtelijke Ontwikkelingen in het buitengebied Rijssen-Holten ‑ een aanvulling op de Kadernota Landelijk Gebied ‑ vastgesteld door de raad op 4 juni 2015, verder te noemen “de nota”, wordt bij de algemene uitgangspunten genoemd dat rood voor rood niet toegepast mag worden in een LOG (Landbouw Ontwikkelingsgebied). Spreker vraagt waarom de compensatiekavel juist wel wordt geprojecteerd in een LOG.
  • In het advies van Het Oversticht staat dat de gewenste locatie ‘op de rand van een hoger gelegen kamp (kleine es)’ ligt. Uit landschappelijk oogpunt is het niet wenselijk daar te bouwen.
  • In de nota wordt de voorkeur uitgesproken voor het terugplaatsen van de compensatiekavel op de slooplocatie, in dit geval de Espelodijk 15. Deze ligt in een verwevingsgebied, waar het realiseren van een compensatiekavel mogelijk is. In het verzoek staat slechts dat een compensatiekavel op die locatie niet gewenst is. Dat bouwvlak biedt echter voldoende ruimte voor het realiseren van een compensatiekavel, ligt op ruime afstand van omwonenden en andere agrarische bedrijven en is daarom bij uitstek geschikt voor een compensatiekavel.
  • In de nota staat dat, als het niet anders kan, teruggebouwd mag worden in stedelijk gebied, de bebouwde kom, of direct aansluitend aan stedelijk gebied: buurtschap of lintbebouwing. In dit geval wordt daaraan niet voldaan.
  • Volgens de nota mag er in uitzonderlijke gevallen afgeweken worden van de verplichting tot terugbouwen in of nabij de bebouwde kom. Dat kan alleen als de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt en de openheid van het landschap behouden blijft. In dit plan wordt aan die voorwaarde absoluut niet voldaan. De betreffende locatie is nu open en wordt dichtgebouwd.
  • Er worden extra woningen gebouwd tussen de kern Dijkerhoek en de groep bedrijven/woningen op de hoek Dijkerhoekseweg/Deventerweg.

Samenvattend:

  • de compensatiekavel ligt op de verkeerde plaats, omdat niet wordt voldaan aan de regels die de raad heeft vastgesteld in de Nota Ruimtelijke Ontwikkelingen in het buitengebied Rijssen-Holten;
  • de ruimtelijke kwaliteit neemt niet toe en er is geen woningbehoefte voor dit soort woningen op die plek in Dijkerhoek;
  • de omwonenden zijn tegen de plannen, omdat hun woongenot wordt aangetast;
  • door de gebrekkige en misleidende communicatie is de goede verstandhouding met initiatiefnemer verstoord;
  • de betreffende cliënten van spreker zijn zich ervan bewust dat er nog een procedure volgt, maar door het niet opstarten van een dure en langdurige procedure wordt voorkomen dat initiatiefnemer kosten moet maken voor een plan dat gedoemd is te mislukken. Ook wordt voorkomen dat de gemeente in dure, juridische procedures verzeild raakt. In het uiterste geval zal planschade geëist worden.

De betreffende families verzoeken daarom geen medewerking te verlenen aan het initiatief.

De heer NIJKAMP vraagt hoe de communicatie tussen de cliënten van spreker en de indiener van dit initiatief is verlopen.
De heer ALBERS zegt dat er onlangs een aantal keren gesprekken zijn geweest, waarbij ook is genoemd dat commissiebehandeling pas over drie of vier weken zou plaatsvinden. Die behandeling vindt echter vandaag al plaats. Daarnaast zijn de plannen op een wat andere manier voorgespiegeld dan nu bekend zijn. Spreker verwijst voor het overige naar de notitie die aan de commissie is gemaild.

De heer BEUNK refereert aan de  opmerking dat er geen behoefte is aan dit type woningen en vraagt waarop de heer Albers dit baseert.
De heer ALBERS zegt dat er in Dijkerhoek bouwkavels te koop zijn voor dit soort vrijstaande woningen. De woningbehoefte die er is, heeft in het algemeen betrekking op kleinere woningen.

De heer BEUNK vraagt waarin het verschil van inzicht zit met wat de ervenconsulent aangeeft. De ervenconsulent zegt namelijk dat er op of aan de rand van een es gebouwd kan worden.

De heer ALBERS zegt dat de ervenconsulent aangeeft dat de woning op de rand van een es gebouwd wordt. In het algemeen, landschappelijk gezien, worden op de rand van een es geen woningen gebouwd. Dat wordt praktisch nergens toegestaan. 

Eerste termijn

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie in eerdere situaties bezwaar heeft geuit tegen bouwen in een LOG. Spreker vraagt dan ook waarom het college dit verzoek aan de commissie voorlegt. Verder vraagt hij waarom wordt gekozen voor deze locatie en er niet gebouwd wordt aan de Espelodijk. De onderbouwing van het voorstel is hem niet duidelijk.

De heer NIJKAMP verzoekt het college een reactie te geven op de inspraak. Er worden daarin punten genoemd die vragen  oproepen bij het CDA. Als het inderdaad gaat om onjuistheden, dan wil spreker daarvan op de hoogte zijn. 

De heer TER KEURS zegt dit niet de eerste casus is die wordt voorgelegd van ontwikkelingen in een LOG. De SGP wil daarop graag de visie van het college vernemen, los van voorliggende casus.

De heer DE KOE zegt dat hij zich aansluit bij de woorden van de heer Berkhoff waarom gekozen is voor deze locatie, omdat er buiten het LOG geschikte plekken zijn voor het bouwen van een woning.

De heer BEUNK zegt dat een advies dat aan de commissie wordt voorgelegd juiste gegevens moet bevatten. Kijkend naar de inspraaknotitie en naar informatie van de ervenconsulent, heeft Gemeentebelang daar twijfels over. Zij wil eerst honderd procent zeker weten dat die informatie voldoet voordat zij haar opinie geeft. Spreker sluit zich aan bij voorgaande fracties en vraagt hoe de wethouder ertegen aankijkt. 

De heer SCHEPPINK interrumpeert de heer Beunk en vraagt of hij zich onjuist geïnformeerd voelt.
De heer BEUNK zegt dat hij het idee heeft dat er enkele onjuiste gegevens zijn aangeleverd. Het is de vraag of die gegevens vooraf al bekend waren. Een voorbeeld is dat de ervenconsulent aangeeft dat er een agrarisch bedrijf is gestopt, terwijl de inspreker daarover zegt dat het bedrijf is gewijzigd. 

De heer MEIJERINK  zegt dat bouwen in een LOG niet mag, volgens het college, maar dat het op deze locatie de verwachting is, gezien de milieutechnische eisen, dat er geen nieuw agrarisch bouwblok komt. Spreker vraagt of er een bepaalde zekerheid kan worden gegeven over de woorden “naar verwachting”. Als dit ooit tot een rechtszaak leidt, is dit een vraag die beantwoord moet worden.
Spreker zegt dat er ook andere kavels zijn genoemd, zoals de kavel Ulfman en de kavel locatie Espelodijk. Hij vraagt het college daarop te reageren.

Mevrouw DEIJK zegt dat de VVD zich kan vinden in de woorden van de andere fracties. Zij is eveneens benieuwd naar de reactie van het college op de woorden van de inspreker.

Wethouder CORNELISSEN gaat in op de toegezonden inspraakreactie. Daarin wordt gesproken over een moderne woning. Wat het college betreft is dat correct. Dit is een onvolledigheid in het rapport van Het Oversticht. De ervenconsulent spreekt over een agrarisch bedrijf dat niet in werking is. In het bestuursvoorstel is echter wel uitgegaan van een inwerkingzijnd agrarisch bedrijf. Wat deze twee punten betreft hebben de insprekers gelijk en zouden de stukken hierop aangepast moeten worden.
Het beleid met betrekking tot toevoeging van bebouwing in een LOG houdt in: ’nee tenzij’. Er is eerder uitvoerig stilgestaan bij de voorwaarden waaraan voldaan moet worden. Die kunnen te maken hebben met de ligging van de toe te voegen bebouwing of met ruimtelijke kwaliteit. Het college heeft daarbij ook in deze situatie geruime tijd stilgestaan met het oog op het planologisch recht dat er ligt, hoewel niemand daarvan op dit moment gebruik kan maken. Het college heeft specifiek gekeken naar de feitelijke situatie, een afweging gemaakt en in dit geval toestemming gegeven.
De Raad van State toetst de woningbehoefte aan de ladder van duurzame verstedelijking. Dat betreft de regionale behoefte bij grotere projecten van elf of meer woningen. Dit plan heeft volgens het college daarop geen invloed.
Met rood voor rood wordt iets mogelijk gemaakt wat normaal gesproken niet mogelijk zou zijn. Er wordt in dit geval 1100m² gesloopt. De ‘nee tenzij’ heeft wat het college betreft nadrukkelijk gespeeld. In de toekomst zal een eventueel nieuw te vestigen ondernemer zich bewust moeten zijn van de bestemming om hem heen.

De heer MEIJERINK interrumpeert de wethouder en zegt dat een LOG is ingesteld om de landbouwontwikkeling ruimte te geven. Daarbij is ‘nee tenzij’ afgesproken. Spreker vindt dat het college zeker van zijn zaak moet zijn dat daar verder geen ontwikkelingen meer zullen plaatsvinden. Als dat het geval is, heeft spreker geen bezwaar tegen het realiseren van een woning.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat op die manier is gekeken naar de situatie. De locatie ligt aan de grens van het LOG.

De heer BEUNK interrumpeert de wethouder en vraagt of het betreffende perceel niet in het LOG ligt.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het perceel in het LOG ligt, maar wel aan de rand ervan.
Het Oversticht heeft een oordeel gegeven over de inpasbaarheid. Daarover kan men van mening verschillen. Het feit dat ergens een woning wordt toegevoegd, betekent automatisch dat er verdichting ontstaat. Spreker begrijpt dat mensen hun uitzicht willen behouden. Planologisch is dat geen toetsingskader.
Er is gezegd dat er andere locaties beschikbaar zijn. Het college kijkt echter naar de situatie waarvoor een aanvraag is gedaan en onderzoekt of deze passend is binnen de locatie. In dit geval  is dat mogelijk.

De heer BERKHOFF vraagt bij interruptie waarom niet gebouwd wordt op de te slopen locatie.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat de initiatiefnemer in eerste instantie zijn afweging heeft gemaakt dat die locatie niet geschikt is. Het college heeft het principeverzoek op die manier beoordeeld en
onderschreven.

Tweede termijn

De heer TER KEURS zegt dat de SGP het college een negatieve opinie over dit initiatief meegeeft.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA op dit moment niet een negatief advies meegeeft. Zij stelt voor dat het college nog een keer zorgvuldig kijkt naar de reactie van de inspreker en nagaat of ‘de veters goed dicht zitten’.

De heer BERKHOFF zegt dat de onderbouwing van het collegevoorstel erg summier is. De wethouder heeft nu wat meer onderbouwing gegeven na de vragen vanuit de commissie. In voorkomende gevallen moet een betere onderbouwing aangeboden worden. In dit geval heeft de commissie informatie gekregen van de verzoekende partij, de familie Nijland, en uit het rapport van het Oversticht.
Over woningbouw in het LOG is eerder uitgebreid gediscussieerd. Afgesproken is dat verder bouwen in het LOG niet toegestaan moet worden. Dat roept problemen op. De ChristenUnie staat er, ook in dit geval, niet positief in. Ook blijkt er in de buurt onrust te zijn ontstaan. Het lijkt de ChristenUnie niet verstandig hiermee door te gaan. 

De heer DE KOE zegt dat niet gebouwd mag worden in het LOG met als aanvulling de ‘nee tenzij’. De wethouder probeerde de ‘tenzij’ uit te leggen, maar hij kwam niet ver bij het geven van zijn argumenten. Dat noopt Lokaal Liberaal ertoe, ook na de woorden van de wethouder dat hij toekomstige landbouwontwikkeling niet kan uitsluiten, een negatief advies te geven. 

De heer BEUNK zegt dat bij Gemeentebelang vooropstaat dat rood voor rood toegepast wordt. Of de woning exact op de aangegeven locatie gebouwd wordt, laat spreker in het midden. Gevoelsmatig zitten er echter enige onjuistheden in het plan. De wethouder zei dat daarop een aanpassing moet komen. Wat spreker betreft had het voorstel aan de commissie daarop nu al aangepast moeten zijn. Hij neigt mee te gaan met wat andere fracties, met name het CDA, hierover zeggen. Een volledig nee vindt spreker te extreem. Een volledig ja wil hij echter niet geven. Er zitten te veel vaagheden in het totale plaatje. 

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA op dit moment niet onwelwillend staat tegenover het initiatief. Spreker ziet wel graag dat eventueel andere locaties beter in beeld worden gebracht en worden onderzocht. Daarnaast krijgt hij graag een betere onderbouwing van de wethouder na zijn woorden dat er waarschijnlijk op deze plek niets meer gebeurt in dit deel van het LOG. 

De heer DE KOE interrumpeert de heer Meijerink en vraagt of hij eigenlijk zegt dat als andere locaties nog slechter zijn, het planologisch toegestaan is een woning te bouwen in een LOG. 

De heer MEIJERINK zegt dat eerst andere locaties beter in beeld gebracht moeten worden. Hij staat achter het principe ‘nee tenzij’. Als de wethouder zegt dat daar geen agrarische ontwikkeling meer mogelijk is, dan ziet hij niet in waarom daar geen woning gebouwd kan worden als duidelijk is dat ergens anders echt geen plek meer is.

De heer BERKHOFF interrumpeert de heer Meijerink. Er ligt een opiniërend stuk voor. Als alle fracties nog twijfelen over het plan en zeggen dat er meer onderbouwing nodig is, schiet de wethouder niets op, tenzij hij toezegt dat nog verder onderzoek plaatsvindt. Wat spreker betreft moeten alle fracties uitspreken in principe voor of in principe tegen het voorstel te zijn. 

Mevrouw DEIJK zegt dat de VVD tegen het voorstel is. Zij kan zich daarbij vinden in de redenering van de heer De Koe.

De heer VAN VEEN zegt dat D66, gehoord de discussie, tegen het voorstel is.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA op dit moment geen steun geeft aan het voorstel. Het college heeft een huiswerkopdracht gekregen van de PvdA.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang de woorden van de heer Berkhoff onderschrijft. De verdieping van de onderbouwing van het plan werd pas zojuist door de wethouder gegeven na vragen van de fracties. Daaruit is eigenlijk een ‘nee tenzij’ naar voren gekomen. Gemeentebelang wil de ‘tenzij’ niet per definitie van tafel vegen. Wel verwacht zij dat het college zijn huiswerk heeft gedaan als het plan terugkomt in de commissie. 

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA zich aansluit bij de woorden van de heer Beunk. De wethouder moet het stuk terugnemen om de vragen en de discussiepunten vanuit de commissie verder uit te werken. Het CDA heeft op dit moment veel bedenkingen over het voorstel.

De VOORZITTER concludeert dat er negatieve opinies zijn gegeven door SGP, ChristenUnie, Lokaal Liberaal, VVD en D66. PvdA, Gemeentebelang en  CDA hebben extra informatie van het college gevraagd. 

6. Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Holten, speelboerderij Landuwerweg' niet verder in procedure brengen (Cornelissen)
Er worden geen vragen gesteld. 

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het “Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Holten, speelboerderij Landuwerweg’ niet verder in procedure brengen” als hamerstuk te behandelen in de raad.

7. Vervolg ontwikkeling 'Speelboerderij Landuwerweg' in Holten (opiniërend; Cornelissen)
De heer VAN VEEN zegt dat D66 voorstander is van een slechtweervoorziening voor de jeugd. Voor D66 is het niet zeker of die voorziening specifiek op deze locatie moet komen. Als nu toestemming wordt gegeven voor deze ontwikkeling, hoeft dat niet te betekenen dat elders geen toestemming wordt gegeven.

Spreker heeft het gevoel dat er een claim zit op deze plek en dat alleen hier een speelvoorziening mag komen. Volgens hem zijn er meerder locaties mogelijk in de gemeente.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat er inderdaad meerdere locaties in de gemeente zijn voor een dergelijke voorziening. 

De heer NIJKAMP merkt op dat er in dat geval initiatieven moeten zijn. 

De heer VAN VEEN zegt dat hij wil aangeven dat dit niet de enige mogelijkheid is. Als er andere mogelijkheden komen, moeten die niet bij voorbaat worden uitgesloten. 

De VOORZITTER concludeert dat de commissie positief adviseert over het voorstel. 

9. Raadsvoorstel Afvalinzameling 2017-2020 (Aanstoot)
De heer SCHEPPINK zegt dat het rapport een goede weergave is van het overleg met de raads- en commissieleden. De SGP onderkent dat de gemeente maatregelen moet nemen om te voldoen aan de eis van de landelijke overheid, namelijk een reductie van 50% in de hoeveelheid restafval per jaar. Overwegende de voor- en nadelen van andere mogelijke strategieën, zoals Diftar, is de SGP van mening dat dit voorstel de best mogelijke strategie voor Rijssen-Holten beschrijft. De SGP stemt hiermee in, ook met het beschikbaar stellen van de benodigde financiële middelen hiervoor.
De SGP heeft nog enkele vragen voor het college:

  • Afvalinzameling raakt iedereen en iedereen heeft daarover een mening. Sommige bezwaren hebben betrekking op mogelijke stankoverlast, te weinig ruimte et cetera. Dit zijn mógelijke bezwaren. De SGP pleit daarom voor een evaluatiemoment na bijvoorbeeld een jaar om eventuele knelpunten aan het licht te brengen.
  • In het nieuwe afvalschema wordt restafval nog maar eens per vier weken opgehaald. Dit kan misbruik in de hand werken, waardoor de groene container restafval gaat bevatten. Heeft het college hierbij stilgestaan en wordt op eventueel misbruik gecontroleerd?
  • Er wordt gestopt met het distribueren van de recyclezakken. Wellicht zijn er inwoners die er de voorkeur aan geven PMD (Plastic Metalen Drankkarton) te scheiden met deze recyclezakken en deze zelf af te voeren naar de brengcontainers. Moet de gemeente die mogelijkheid, naast de PMD-container, openlaten?
  • Een pijnpunt is wellicht dat 15% van de huishoudens gebruik maakt van de verzamelcontainer. Er wordt voor gekozen bij deze adressen PMD-afval niet apart in te zamelen. 15% is echter een aanzienlijke hoeveelheid. Waarom kan er geen extra PMD-verzamelcontainer bij deze huishoudens geplaatst worden? Met behulp van recyclezakken kunnen ook deze bewoners bijdragen aan reductie van de hoeveelheid restafval per inwoner. 

De heer G. KREIJKES zegt dat het CDA achter de doelstelling, vermindering van afval van 200 naar 100 kilo in 2020 en verder, staat. Zij vindt echter de voorgestelde maatregelen een stap te snel en pleit ervoor mensen beter voor te lichten, zodat zij afval beter gaan scheiden. Er zit ontzettend veel groenafval en plasticafval in de container voor restafval. Als de gemeente dat eruit weet te krijgen, wordt aan de doelstelling voldaan. Het CDA wil het serviceniveau aan de burger graag behouden. Zij wil wel een container invoeren in de plaats van de gele recyclezakken. 

De heer BLAAZER zegt dat de ChristenUnie in principe achter de doelstellingen van het voorstel staat. Zij denkt echter wel dat inzameling van plastic afval een keer per vier weken een probleem oplevert. Op locaties, waar nu een container hiervoor staat, zoals bij de locatie van het Rijssens Mannenkoor, staan vaak al veel zakken naast de container. Er moet rekening gehouden worden met nog extra aanvoer van plastic.

De heer DE KOE zegt afvalinzameling te maken heeft met de wil van de burger om duurzaam bezig te zijn. Het is daarnaast een wettelijk kader, waaraan een gemeente moet voldoen. De eerste reactie van de burger op het voorstel van het college zal zijn dat de grijze container gaat stinken als deze nog maar een keer per vier weken wordt geleegd.
Als mensen de recyclezak  nu niet gebruiken en hun afval niet scheiden, kan dat opgelost worden met een extra container. Als de ophaalcyclus zo wordt dat een keer per twee weken de groene bak wordt geleegd en dat een keer per vier weken de grijze bak wordt geleegd, dan vindt Lokaal Liberaal dat het proberen waard. Een evaluatie vindt spreker een goede suggestie. Een escape na deze periode zou prettig zijn. 

De heer VAN VEEN zegt dat D66 voor een evaluatie is. Zij ziet graag dat het aantal ophaalrondes op termijn wordt verminderd, al zal het nog wel een poos duren voordat het zover is. D66 zou graag zien dat de brengvoorzieningen voor de burgers beter functioneren.

De heer KROEZE zegt dat Gemeentebelang achter de doelstellingen en de lijn van het voorstel staat.

Spreker zegt dat in het raadvoorstel wordt gesproken van een grijze minicontainer en een grijze grote container. Gemeentebelang vraagt of het college mogelijkheden ziet in het aanbrengen van prijsdifferentiatie tussen huishoudens die een grijze minicontainer gebruiken en huishoudens die een grote grijze container gebruiken, om zodoende mogelijk nog meer bij te dragen aan de doelstelling van twintig/twintig.

(De heer Noeverman komt om 20.35 uur ter vergadering.)

De heer MEIJERINK zegt dat het voorstel geen Diftar betreft, zoals de PvdA altijd heeft bepleit, maar dat het wel een stapje vooruit is. De PvdA schaart zich achter dit voorstel en ziet een evaluatie als een vanzelfsprekendheid. Na de evaluatie zal blijken of een vermindering van het aantal inzamelingen mogelijk is of dat er andere wijzigingen nodig zijn. 

Mevrouw DEIJK zegt er een ambitieus voorstel voorligt. Wel kan het voor sommige huishoudens een probleem dat er drie afvalcontainers komen. Ook de nieuwe container is even groot als de huidige grijze container.
Spreekster vraagt of het college bekend is met ervaringen bij andere gemeenten met het ophalen van afval volgens de voorgestelde frequentie.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het college met de voorgestelde manier van afvalinzameling een belangrijke bijdrage denkt te leveren aan de doelstelling. Het college vindt dit een goede basis om op den duur nog verder te kunnen opschalen. De doelstelling achter deze inzamelingmethode is het stimuleren van het aanleveren van brongescheiden materiaal en het verhogen dan wel het op peil houden van het serviceniveau. In de grijze restafvalcontainer zit te veel gft, papier en plastic. Als die materialen daar uitgehaald zijn, is het voldoende de grijze container een keer per vier weken te legen.
Het is de bedoeling met ingang van 2017 te starten met de nieuwe wijze van afvalinzameling. Als het mogelijk is, worden bepaalde zaken al eerder ter hand genomen. Het college staat een evaluatiemoment voor in 2018 om te zien wat de effecten zijn van deze manier van afvalinzameling.
Er zal gecontroleerd worden op restafval in de gft-container. Dat gebeurt ook aan de hand van sorteeranalyses. Nu is vaak nog het omgekeerde het geval en zit er veel gft, plastic en papier in de restafvalcontainer. Een kilo gft-afval die in de restafvalcontainer zit, kost de gemeente drie keer zo veel geld bij de verwerking. Dat punt is een belangrijke boodschap, die duidelijk gemaakt wordt in de communicatie naar de burger.
Als flankerend beleid wordt een aantal ondergrondse containers in de wijken geplaatst. Voorlopig gaat het om tien containers voor PMD en tien containers voor plastic. Als de effecten daarvan  positief zijn, zal het college openstaan voor uitbreiding van dat aantal containers.
Alleen door het voorlichten van mensen wordt  de noodzakelijke trendbreuk voor het bereiken van de uiteindelijke doelstelling niet gehaald. Het college wil de trendbreuk forceren door het stimuleren van bronscheiding en service daarop te bieden, en door minder service te bieden wat betreft het restafval. Het college verwacht daardoor het beoogde resultaat te behalen.
Door de ChristenUnie werd gesproken over het een keer per vier weken legen van de PMD-container, De ervaringen in het land daarmee zijn goed, ook qua volume. Het college denkt dat dit ook in Rijssen-Holten mogelijk moet zijn.
Het voorgestelde serviceniveau is wat het college betreft de juiste modus om de mensen in beweging te krijgen.

Als er op dit moment nog minder afval ingezameld gaat worden en mensen moeten zelf meer brengen, dan is dat niet de juiste weg. Als er een ronde bespaard kan worden, is dat het overwegen waard. Op dit moment en met het huidige voorstel denkt het college dat het maximale rendement wordt behaald. 

De heer DE KOE vraagt bij interruptie of de wethouder overweegt uit oogpunt van kostenbesparing in de toekomst de inzamelwijze te wijzigen. 

Wethouder AANSTOOT zegt dat dat niet de bedoeling is. Wat nu voorligt is een opstapmodel en een goede basis om enerzijds de service te verbeteren en anderzijds de hoeveelheid restafval te verminderen. Het college staat dat voorstel van harte voor. Er zijn ook gemeenten die helemaal overgaan naar omgekeerd inzamelen, waarbij er geen restafval meer ingezameld wordt. Het restafval dat men nog heeft, moet dan weggebracht worden. Zo ver denkt het college op dit moment niet te moeten gaan.
Er is niet gekozen voor prijsdifferentiatie per container. Het college wil wel mogelijkheden aanbieden, zoals extra containers en andere containers qua volumes. In Rijssen-Holten zijn er tarieven voor eenpersoons huishoudens en voor meerpersoonshuishoudens. Die tarieven wil het college voorlopig blijven hanteren.
Er zijn gemeenten waar men vier containers, waaronder een papiercontainer, hanteert. Drie containers moeten qua ruimte bij de mensen mogelijk zijn. 

De heer HAASE vult de woorden van de wethouder aan en zegt dat Twenterand sinds kort is begonnen met het een keer in de vier weken legen van de PMD-container. Ook andere gemeenten starten daarmee.
Wat betreft de capaciteitsproblemen, opgemerkt door de ChristenUnie en waarbij de locatie van het Rijssens Mannenkoor werd genoemd, zegt spreker dat dit probleem herkent wordt. De containers zitten regelmatig te vol, waardoor afval ernaast wordt gezet. Om de druk rondom deze containers op te lossen, wil het college tien extra brengcontainers plaatsen, verdeeld over de gemeente.  Als deze oplossing niet afdoende is, wordt bekeken of er met een perscontainer gewerkt moet worden. 

De heer SCHEPPINK herhaalt zijn vraag over het handhaven van de recyclezakken, eventueel nog voor enige tijd. De SGP vindt dat de container voor plastic aan de kleine kant is. Als deze erg vol geperst wordt, is de vraag of deze goed geleegd wordt in de vrachtwagen. 

De heer HAASE zegt dat bewust is gekozen te stoppen met recyclezakken als de nieuwe container ingevoerd wordt, omdat de kans bestaat dat mensen deze zakken blijven aanbieden aan de straat. Bij hoogbouwlocaties wordt momenteel erg weinig plastic aangeboden in recyclezakken. Bekeken kan worden op die plekken te gaan werken met bovengrondse containers.

Tweede termijn

De heer DE KOE gaat in op de opmerking van de wethouder over een mogelijke verlaging van de ophaalfrequentie en een opmerking hierover van de PvdA. Lokaal Liberaal stemt in met dit voorstel, wat voor haar het hoogst haalbare is dan wel de laagste ophaalfrequentie. Zij wil gaan voor de kwaliteit van de ophaaldienst die momenteel wordt geleverd.

De heer MEIJERINK interrumpeert en zegt dat uit de evaluatie kan blijken dat de nieuwe werkwijze heel goed gaat, zodat de ophaalfrequentie verlaagd kan worden. Handhaven van de huidige frequentie kan in dat geval betekenen dat halflege containers geleegd worden en dat een vuilniswagen voor niks rijdt. Lokaal Liberaal kan niet stellen dat dit voorstel het eindpunt is.
De heer DE KOE zegt dat als de frequentie van het legen van de grijze containers wordt gehalveerd, het van belang is dat die container bij de afvalronde volledig geleegd wordt, met name in de zomer. In deze gemeente is men gewend dat er een goede kwaliteit wordt geleverd tegen een redelijke prijs. Dit voorstel is voor Lokaal Liberaal de grens.

Mevrouw DEIJK zegt dat Twenterand sinds kort werkt met dezelfde ophaalfrequentie en dat daar waarschijnlijk nog geen evaluatie heeft plaatsgevonden.

Zij vraagt of er evaluaties van andere gemeenten zijn, waaruit blijkt hoe deze frequentie bevalt.

De heer KROEZE zegt dat Gemeentebelang meegaat met het voorstel. 

De heer H. KREIJKES zegt dat voor het CDA de communicatie belangrijk is. Zij is blij dat het college van plan is hierover voorlichting te geven. Ook is een evaluatiemoment in 2018 van belang. Het CDA verwacht niet dat met de nieuwe afvalinzameling het probleem opgelost wordt. Er zit voorzover spreker weet 70/80 kilo gft en 30 kilo papier in de restcontainer. Het CDA pleit ervoor mensen de keuze te geven tussen gratis één of meerdere, grote of kleine, groencontainers en containers voor PMD. Daardoor wordt voorkomen dat mensen afval gooien in de grijze container die nog maar half vol is. 

De heer BEUNK vraag bij interruptie of de heer G. Kreijkes pleit voor het onbeperkt kiezen voor aantallen containers.

De heer H. KREIJKES zegt dat hij doelt op één extra container, groot of klein, met uitzondering van de grijze container. Spreker zou deze methode van het CDA graag eerst willen proberen en na twee jaar evalueren. Hij vraagt zich af of daarvoor in deze commissie meer voorstanders zijn.

De heer NOORDAM interrumpeert de heer H. Kreijkes en vraagt of het CDA van plan haar woorden in de raadsvergadering om te zetten in daden en daarbij ook te komen met een voorstel over de benodigde middelen. 

De heer H. KREIJKES zegt dat het voorstel van het CDA een stijging van de afvalstoffenheffing veroorzaakt met 3%. Het CDA zou daar voorstander van zijn.

De heer SCHEPPINK zegt dat een aantal maatregelen in 2016 naar voren wordt gehaald. Spreker vraagt of dit inhoudt dat er in 2016 plasticcontainers worden uitgezet. Het opstarten van de communicatie in 2016 over de veranderingen in afvalinzameling per 2017 lijkt spreker heel verstandig.
De SGP is blij met dit voorstel, mede omdat de gemeentelijke dienst nog zelf de containers ophaalt. Bij een evaluatiemoment kan de gemeentelijke dienst zelf eventuele wijzigingen doorvoeren.
Wat de SGP betreft moet begonnen worden met de nieuwe afvalinzameling, ook al is er een aantal knelpunten.
De SGP wil over het voorstel over het gratis omruilen van containers of over een extra container, voor de raadsvergadering bespreken met het CDA. In het voorstel staat al dat een groene container omgeruild kan worden op de werf voor een grotere container. Wellicht moet op dat punt een uitbreiding komen, maar dat is afhankelijk van wat dit kost.

De heer BLAAZER zegt dat de ChristenUnie zich aansluit bij de woorden van de heer Kreijkes van het CDA, met name als het gaat om de uitdaging over het groene afval dat nu nog in de grijze container zit. Daarnaast is de ChristenUnie blij met de toezegging op het punt van de grote hoeveelheid afval en  eventueel meer brenglocaties en een andere opslagvoorzieningen.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 instemt met het voorstel. Zij is benieuwd naar de evaluatie, waarbij zij ervan uitgaat dat eerder wordt ingegrepen als het mis gaat.

Wethouder AANSTOOT zegt dat onlangs de tarieven voor een extra groene en grijze container zijn vastgesteld. Bij het gratis verstrekken van containers, zegt spreker dat de gemeente daarin niet moet doorslaan. Wat hem betreft moet er een tarief hangen aan elke extra container. 

De heer H. KREIJKES zegt dat de wethouder zelf opmerkte dat groenafval in de grijze container veel kost. Spreker vraagt daarom waarom geen extra groene container beschikbaar gesteld kan worden.
Wethouder AANSTOOT zegt dat hij vreest voor wildgroei bij het gratis verstrekken van containers en dat overal containers staat die voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor afval van huishoudens. Aan de hoeveelheid containers zou een beperking aangebracht moeten.

Voorts zegt spreker dat de mening van het college is dat voor dienstverlening betaald moet worden, en ook dat er voor de groene container enkele tientjes betaald zouden moeten worden.
Er zijn gemeenten in het land die langere tijd ervaringen met PMD hebben opgedaan, maar het college heeft niet de beschikking over evaluaties. Mogelijk kunnen er evaluaties boven tafel gekregen worden. In de regio zijn er alleen gemeenten die recent met deze wijze van afvalinzameling zijn begonnen. Daarover zijn nog geen evaluaties gehouden.
Zodra wordt begonnen, met welke actie dan ook, wordt de communicatie gestalte gegeven. Er kunnen alvast extra containers besteld worden in verband met te verwachten omwisselingen van containers qua volume. 

De heer NOORDAM zegt bij interruptie dat de commissie vanavond verzoekt om een evaluatiemoment. Als de VVD vraagt naar ervaringen en evaluatiemomenten bij andere gemeenten, dan geeft de wethouder niet thuis en zegt hij dat hij daarover niet beschikt.  Als deze nieuwe frequentie wordt ingevoerd, moet het college toch gekeken hebben naar ervaringen in het land. 

De heer HAASE zegt dat ambtelijk is gekeken naar ervaringen bij andere gemeenten voor wat betreft het ophalen van restafval eens per vier weken. In gemeenten die werken met bijvoorbeeld een Diftarsysteem, dus betaling per lediging van de grijze container, is de aanbiedfrequentie van de huishoudens minder dan dertien keer per jaar. Voor het legen van de plastic containers heeft het college een inschatting gemaakt op basis van de hoeveelheid plastic die momenteel wordt ingezameld.
In 2010 werden er nog geen recyclezakken opgehaald. Toen was het voldoende dat de groene en de grijze containers een keer per twee weken werd geleegd. In feite gaat de gemeente terug naar die situatie en komt elke week een keer langs voor het legen van één container. 

De heer NOORDAM zegt dat hij geen antwoord op zijn vraag heeft gekregen. Hij vindt dat de commissie geïnformeerd moet worden over ervaringen in den lande met deze systematiek. Dan ontstaat er een beeld van wat men kan verwachten. 

De heer SCHEPPINK vraagt bij interruptie of het niet beter is het systeem eerst zelf te proberen en een eigen evaluatie te houden. Hij vraagt de heer Noordam of zijn standpunt over dit onderwerp wijzigt als er voor de raadsvergadering een evaluatie komt van een gemeente ergens in het land.

De heer NOORDAM zegt dat hij zijn struisvogelpak al lang heeft afgelegd.

De heer NIJKAMP zegt dat naar aanleiding van wat er gezegd is over extra containers, waarop eventueel een amendement in de raadsvergadering wordt ingediend, dat duidelijk moet zijn wat dat extra gaat kosten. Wellicht kan de raad via een NB geïnformeerd worden.

De heer BEUNK vraagt de heer Nijkamp bij interruptie wat voor hem voorop staat: de doelstellingen van het milieu of de kosten.

De heer NIJKAMP zegt dat de redenatie van het CDA is dat hoe minder afval er in de grijze container komt, hoe lager de kosten zijn. Juist afval in de gele en de groene container is lager qua kosten. Er zullen echter eenmalige investeringskosten zijn door de aanschaf van extra containers. Het is de inschatting van spreker dat een en ander budgettair neutraal kan zijn. Hij vraagt het college daarop een reactie te geven.
De heer AANSTOOT zegt dat het college hier graag een toelichting op geeft.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het “Raadsvoorstel Afvalinzameling 2017-2020” als bespreekstuk te behandelen in de raad.

11. Raadsvoorstel Het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Holten, Beumersteeg 1 en Maneschijnsweg ongenummerd" niet verder in procedure brengen (Cornelissen)
Er worden geen vragen gesteld.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het “Raadsvoorstel Het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Holten, Beumersteeg 1 en Maneschijnsweg ongenummerd" niet verder in procedure brengen” als hamerstuk te behandelen in de raad.

12. Verduurzaming gemeentelijke gebouwen (Aanstoot)
De heer KROEZE zegt dat Gemeentebelang het gevoel heeft dat er veel onderzoeksgeld nodig is om tot het uitvoeren van de maatregelen over te kunnen gaan. Spreker verzoekt het college hierop te reageren. Vervolgens vraagt hij wat de verwachte startdatum is van het doorvoeren van de maatregelen.

De heer H. KREIJKES zegt dat er al veel onderzoek is gedaan en dat er een prachtig rapport ligt. Het CDA wil weten waarom het nodig is krediet beschikbaar te stellen. Zij is van mening dat aan de slag gegaan moet worden en dat er een goed voorstel moet komen. 

De heer NOEVERMAN refereert aan het amendement van de SGP bij de begrotingsbehandeling 2014, dat werd ondersteund door een groot deel van de raad. De SGP vond dat veel maatregelen voor de hand lagen en dat aan de slag gegaan moest worden met de quickscan. De quickscan is gedaan en nu komt er alsnog een voorstel om een plan van aanpak te maken voor € 25.000. Het lijkt erop dat nu na een jaar er extra geld is uitgegeven in plaats van sneller aan de slag te gaan.
In het collegevoorstel wordt gesuggereerd dat het college van plan is te investeren in het verduurzamen van het vastgoed. Spreker vraagt of dit geld beschikbaar is.
Voor de uitvoering van de maatregelen voor 2021 is er nog vier jaar de tijd. Spreker vraagt of geen haast gemaakt moet worden om alle maatregelen daadwerkelijk uit te gaan  voeren.

Wethouder AANSTOOT zegt dat de quickscan is uitgevoerd op basis van genoemd amendement. Het rapport zelf heeft € 15.000 gekost. Het college heeft een redelijk beeld gekregen wat de verduurzaming van de gebouwen, met een eindplaatje van de maatregelen van ruim € 2 miljoen. Met het voorliggende voorstel wil het college een extern onderzoek laten uitvoeren, waarbij er op basis van de uitkomsten van de quickscan een plan van aanpak wordt gemaakt van de beste maatregelen die de komende twee jaar uitgevoerd worden. Die maatregelen zullen op detailniveau doorgerekend en uitgevoerd worden. Op basis daarvan kan bij de kadernota geld gevraagd worden voor die maatregelen. Dat is het vervolg van dit collegevoorstel. Als het rapport in het voorjaar 2016 beschikbaar is, zouden eventueel ook op basis van een begrotingswijziging werkzaamheden in 2016 uitgevoerd worden. Daarvoor moet de raad toestemming verlenen.
De afgelopen jaren zijn er al veel  maatregelen uitgevoerd en is een CO²-reductie van 32% en 12% duurzame-energieopwekking gerealiseerd. Het college wil verdere stappen zetten, maar dan op basis van een rapportage door externen, en daarbij de nieuwste technieken meepakken.
er is een bedrag genoemd van € 2 miljoen voor de uitvoering. Het college wil voor de komende twee jaar die zaken in beeld hebben waaruit het meeste rendement gehaald kan worden. Uiteraard gaat het college haast maken om in 2021 alles gereed te hebben. Het college probeert zo dicht mogelijk bij de ambities te komen. De afgelopen jaren is gebleken dat de gemeente redelijk in staat is om heel goede resultaten te bereiken. 

De heer OTTEN vraagt de wethouder bij interruptie wat het concrete verschil is tussen de quickscan en het plan van aanpak.
Wethouder AANSTOOT zegt dat de maatregelen op bestekniveau worden uitgewerkt. Daarmee komen de maatregelen goed in beeld en worden goed doorgerekend.

De heer KROEZE interrumpeert de wethouder en vraagt wanneer de werkzaamheden starten na de kadernotabehandeling, dus als de normale weg bewandeld wordt.
Wethouder AANSTOOT zegt dat de raad bij de kadernotabehandeling besluit welke financiële middelen voor de begroting 2017 en verder beschikbaar gesteld worden. Als er echter al maatregelen uitgevoerd kunnen worden vanuit déze plannen, dan kan de raad daarover besluiten via een begrotingswijziging.

De heer BERKHOFF zegt dat de quickscan redelijk duidelijk is. Daarin staan maatregelen die gewoon uitgevoerd kunnen worden. Er hoeft wat spreker betreft geen € 25.000 uitgegeven te worden voor een plan van aanpak. 

 

De heer NOEVERMAN sluit zich aan bij de woorden van de heer Berkhoff. In hoofdstuk 12 van het rapport staat per gebouw van 2015 tot 2020  welke maatregelen genomen moeten worden. Elders in het rapport is doorgerekend wat het aan CO²-reductie oplevert en wat de kosten zijn. Hij vraagt wat er nog in een plan van aanpak komt te staan, waarvoor € 25.000 beschikbaar gesteld moet worden. Het betekent daarnaast uitstel van deze maatregelen. 

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA vooral haast wil maken en eventueel middelen beschikbaar wil stellen via een begrotingswijziging. 

De heer KROEZE vraagt wat er gebeurt als er geen € 25.000 komt voor het onderzoek.
De heer G. BAAN zegt dat in de quickscan maatregelen staan die zijn berekend aan de hand van computermodellen met daarbij een globale kostenbesparing en CO²-reductie. Als hierin een stap verder gezet moet worden, wordt dit nader onderzocht, moet er een programma van eisen gemaakt worden en wordt nog veel dieper ingegaan op details. Het college wil daarnaast kijken naar innovatie en eventueel te betrekken bij het vervolgonderzoek. 


De heer BERKHOFF vraagt bij interruptie of het handig is het zwembad hier buiten te laten. Daarmee heeft de gemeente andere plannen, waarvoor geld gespaard wordt.
De heer G. BAAN zegt dat veel maatregelen uitgevoerd moeten worden tot en met 2017. In deze periode van twee jaar kunnen de middelen die daarvoor beschikbaar gesteld worden, ruimschoots worden besteed. Gaandeweg komt het zwembad ook aan de beurt. 

De heer NOEVERMAN zegt dat er volgens hem al veel ligt waarmee aan de slag gegaan kan worden. Spreker vraagt, als de raad geld beschikbaar stelt, ook voor de uitvoering van de maatregelen, of een deel van dat geld gewoon besteed kan worden om die maatregelen voor te bereiden. Dan is er immers geen apart plan van aanpak nodig, waarna op basis daarvan ook  nog weer beslist moet worden wat wel en niet uitgevoerd wordt.
De heer G. BAAN zegt dat dit een tussenfase is. Als er nu middelen beschikbaar gesteld worden, kan er inderdaad direct gestart worden met een plan van aanpak.

De heer BERKHOFF vraagt bij interruptie of hij de conclusie mag trekken dat de gemeente straks € 40.000 kwijt is voordat er één maatregel getroffen is.
Wethouder AANSTOOT zegt dat het voorstel is om met de € 25.000 te zorgen voor het op detailniveau in beeld brengen van de maatregelen. Volgens spreker wordt daarmee uiteindelijk winst behaald. 

De VOORZITTER concludeert dat het voorstel in de raad terugkomt via een begrotingswijziging.

13. Herontwikkeling Parkstede Rijssen (opiniërend; Cornelissen)
De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal zich neerlegt bij het voorstel dat voorligt. 

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA positiever is dan Lokaal Liberaal en van harte instemt met het voorstel, waarmee in een behoefte wordt voorzien bij de sociale woningbouw.

De heer OTTEN zegt dat de ChristenUnie het plan van harte ondersteunt, ook gezien de te realiseren sociale woningbouw.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP het plan steunt.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 blij is met deze invulling, die hopelijk wordt doorgezet.

Mevrouw DEIJK zegt dat de VVD positief is over het voorstel. 

De heer BEUNK zegt dat direct gestart kan worden wat Gemeentebelang betreft.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie een positief oordeel geeft over het voorstel.  Het college kan de procedure starten.

14. Ontwerpbestemmingsplan Opbroek, geluidscontour Cattelaar (opiniërend; Cornelissen)
De heer BEUNK vraagt of eventuele belanghebbenden op voorhand zijn geïnformeerd.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat er contact is geweest met de personen die daar een optie hebben. Er is aangeduid dat zij gebruik kunnen maken van de rechten die het huidige bestemmingsplan biedt. Met wat nu voorligt, biedt het extra mogelijkheden.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie een positief oordeel geeft over het voorstel.  Het college kan de procedure starten.

15. Het wijzigen van de bestemming van het perceel Lichtenbergerweg 6a en 8 in Rijssen (opiniërend; Cornelissen)
De heer BERKHOFF zegt dat er een bijzondere situatie voorligt. De ChristenUnie vindt enerzijds dat de voorgestelde ontwikkeling positief is. Anderzijds heeft spreker er moeite mee dat er een besluit genomen wordt over gronden die niet in eigendom zijn van de verzoeker. Hij vraagt het college toe te lichten of hier wellicht juridische consequentie aan verbonden zijn, zodat de gemeente zich niet in een wespennest steekt. In de stukken staat dat de verstandhouding tussen de beide bewoners van het erf niet optimaal is. Verder vraagt spreker of er voor de gemeente kosten zijn verbonden aan het realiseren van een aparte oprit. 

De heer NIJKAMP sluit zich aan bij de vragen van de heer Berkhoff. Een lastig punt in deze situatie is de communicatie c.q. ‘totaal geen communicatie’. In de stukken staat de opmerking “waarschijnlijk geen bezwaar zal maken”. Dat is iets wat eventueel wel boven de markt hangt. Het CDA stelt het op prijs dat daaraan meer aandacht wordt geschonken en dat de initiatiefnemer probeert duidelijkheid te krijgen. Ook de inritconstructie is een vreemd punt. 

Mevrouw DEIJK zegt dat de VVD zich aansluit bij de woorden van de heer Berkhoff. Het is niet de bedoeling dat de gemeente als scheidsrechter optreedt. Het zou fijn zijn als er via de communicatie meer duidelijkheid komt.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de communicatie moeizaam is verlopen. Er is, ook door de gemeente, gesproken met de andere partij om te weten te komen of hij bekend is met de plannen. Dat blijkt het geval te zijn.
Naar aanleiding van vragen vanuit de commissie zegt spreker dat bezwaar altijd mogelijk is, ook als men in eerste instantie aangeeft akkoord te gaan.
Er is een anterieure overeenkomst die de zorgen van de ChristenUnie kan wegnemen, die een vraag stelde over eventuele planschade.
De feitelijke situatie, zoals deze nu is rondom de oprit en hoe deze uiteindelijk wordt, is bekeken. Er is ook gekeken naar een dergelijke extra inrit in andere gelijksoortige casussen. Het aspect van het compacte erf speelt daarbij een belangrijke rol. Het college heeft gezegd, gezien de meerwaarde die het plan biedt, dit een zeer positieve ontwikkeling te vinden. 

De heer BERKHOFF vraagt bij interruptie of de gemeente te maken kan krijgen met precedentwerking door de extra oprit. Dergelijke verzoeken kunnen vaker voorkomen.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat daar zeker naar is gekeken. Het compacte erf is hierin een belangrijk punt. Als dat geschonden wordt en er is een neiging om zaken uit elkaar te halen, is het college terughoudend bij het toestaan van een extra inrit. Het gebeurt echter op meerdere locaties. 

De heer BERKHOFF merkt op dat in de collegestukken staat, onder Communicatie: “De verzoeker krijgt via een brief toelichting. Omwonenden worden in de geest van de strategische visie geïnformeerd door de aanvrager. Binnen modern noaberschap past een open constructieve houding van de aanvrager ten opzichte van de omwonenden. Een goede verstandhouding met omwonenden is in het belang van de aanvrager.” Een stukje boven deze alinea staat dat de omwonenden niet met elkaar spreken. Deze zin past niet in het stuk.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie niet op voorhand bezwaren heeft, het college kan de procedure starten.

16. Krediet voor evaluatie Duurzaam Veilig wegen buitengebied
De heer VAN VEEN zegt dat in de motie, die is ingediend op 13 november 2015, ook is verzocht een onderzoek te doen naar de veiligheid van de Stroekeld.

In de stukken is daarover niets te lezen.

De heer DE KOE zegt dat hij eerder de portefeuillehouder heeft verzocht de kruising Oosterhofweg/Parkstraat mee te nemen. Hij verzoekt het college ook daarnaar te kijken.

De heer OTTEN zegt dat de ChristenUnie blij is met de snelle uitvoering van de motie.

De heer NOORDAM zegt dat de VVD blij is met de voortvarendheid van het college. Spreker is echter verbaasd over het verzoek van de heer De  Koe. De discussie over de wegen en de kruisingen in het buitengebied is gevoerd bij de begrotingsbehandeling. Op dat moment had de heer De Koe dit verzoek naar voren moeten brengen. 

De heer DE KOE zegt dat hij de portefeuillehouder de genoemde suggestie informeel heeft doorgegeven en dat hij ervan uit is gegaan dat de portefeuillehouder daarmee rekening zou houden. Vandaag brengt spreker zijn verzoek in het openbaar naar voren.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het college voorstelt een breed onderzoek te doen naar maatregelen in het buitengebied in het kader van Duurzaam Veilig. In de motie is verder verzocht te kijken naar de Stroekeld, met name naar kruisingen met fietspaden. Het college is bekend met de kruising Oosterhofweg/Parkstraat, maar stelt voor die kruising niet mee te nemen in dit onderzoek, maar deze going concern mee te nemen door de eigen specialisten. Dit kan voorts verlopen via de VOG, waarna er een voorstel komt met te nemen maatregelen. Voor de situatie bij de Julianaschool zijn inmiddels de materialen besteld. Begin 2016 worden daar de maatregelen uitgevoerd. 

De heer H KREIJKES vraagt aandacht voor de kruising Veeneslagen/Reggesingel, waar voor de begrotingsbehandeling opnieuw een ongeluk is gebeurd. Hij verzoekt het college ook deze kruising toe te voegen.

De heer BEUNK zegt bij interruptie dat het lijkt op ‘u vraagt, wij draaien’.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA het voorstel van ganser harte ondersteunt.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie positief adviseert over dit kredietvoorstel

17. Actiepuntenlijst
Bodemverontreiniging nabij Haarstraat 140: De commissie informeren over de beantwoording van de brief nr. 40 inzake de
bodemverontreiniging ter hoogte van perceel 140.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het conceptvoorstel over dit onderwerp een dezer weken op de collegeagenda komt te staan.

18. Rondvraag
Mevrouw DEIJK zegt dat op de Broekweg sommige delen van de berm niet verhard zijn. Zij vraagt waarom niet is gekozen alles te verharden. De onverharde delen zorgen voor een onveilige situatie.
Wethouder AANSTOOT zegt dat de Broekweg in een laaggelegen gebied ligt. De weg heeft deels een verharde berm door middel van grasbetonstenen. Het college wil bekijken of de weg onveilig is en eventueel passende maatregelen nemen. Er zijn op dit moment geen middelen voor een gehele bermverharding. Eventueel moet dit door de raad afgewogen worden bij de kadernota.

De heer BEUNK zegt dat op het industrieterrein op diverse plekken de openbare verlichting hapert, ook op het fietspad langs de Morsweg. Spreker vraagt of de wethouder hiermee bekend is en als dat niet het geval is, of hiernaar gekeken kan worden.
Wethouder AANSTOOT zegt dat per omgaande bekeken wordt wat hier aan de hand is.
(NB: begin december is er een storing opgetreden in de openbare verlichting langs het fietspad Morsweg, de hoofdrijbaan Morsweg en een klein deel van het industrieterrein. De oorzaak van deze storing lag in het netwerk van Enexis. Enexis heeft na melding direct geprobeerd de stroomlevering te herstellen, maar het ondergrondse defect bleek lastig op te sporen.

Voor het opsporen van ondergrondse defecten heeft Enexis de beschikking over speciale meetwagens. Deze meetwagens worden ook ingezet bij storingen in de stroomlevering bij winkels, particulieren, etc. Afhankelijk van de prioriteit van een storing worden de meetwagens ingepland door Enexis. Vanwege een relatief groot aantal storingen in het Enexis gebied en de beperkte beschikbaarheid van de meetwagens heeft deze storing wat langer geduurd. Inmiddels is het defect opgespoord en hersteld. De verlichting functioneert sinds week 51 weer naar behoren.)

De heer MULLER vraagt naar aanleiding van de gerechtelijke uitspraak over het stationsgebied of er sprake is van een procedurefout of dat daaraan andere oorzaken ten grondslag liggen. Het industriegebied stond blijkbaar als ‘agrarisch’ bestemd. Spreker vraagt of dit ook voor andere percelen van historische industrie kan gelden.
Spreker vraagt of er iets gezegd kan worden over de mogelijke financiële gevolgen met betrekking tot dit traject.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat alle argumenten om tegen dit bestemmingsplan te zijn door de Raad van State van tafel zijn geveegd. Op één punt zijn de eisers in het gelijk gesteld. De gemeente ging uit van bestaand stedelijk gebied, terwijl in de structuurvisie van de provincie  wordt gesteld: alles waar geen bestemmingsplan voor vastgesteld is, valt in de groene bestemming. Vandaar dat dit geen bestaand stedelijk gebied is. Wat de proceskosten zijn laat spreker via een NB weten.

De heer MULLER vraagt of het college herhaling in principe uitsluit.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij in het kader van de digitalisering niet uitsluit dat er ergens misschien nog een gebied kan zijn. Dit geval was erg uitzonderlijk, omdat door de provincie hiermee in de nieuwe omgevingsvisie rekening gehouden moest worden. De Raad van State vond ook dat dit erg kort door de bocht was, mede omdat het terrein in het verleden bebouwd is geweest.

De heer H. KREIJKES zegt dat de gemeente de rood-voor-roodregeling kent. De wethouder is bezig met sloop en asbestverwijdering voor het buitengebied. Er staan veel schuren leeg in het buitengebied, waarin zich mogelijk asbest bevindt. Die schuren zijn soms niet groot genoeg voor de regeling of mensen hebben geen geld voor de sloop. De gemeente Dinkelland is bezig met een schuur-voor-schuurregeling, waarbij een buurman of iemand anders in het buitengebied een schuur mag bouwen die daar eigenlijk niet gebouwd mag worden. Deze buurman betaalt de sloopkosten van een boer die geen geld heeft voor sloop van zijn schuur. Spreker vraagt of het college deze regeling kent en of onderzocht kan worden of deze regeling ook voor Rijssen-Holten een optie zou kunnen zijn.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij de regeling kent, maar nog niet op de hoogte is van de details. Spreker zegt toe de optie te bekijken en of deze kan bijdragen in deze situaties. 

19. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.40 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 14 januari 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous