Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 30 juni 2016 (19:30)

Datum: 30-06-2016Tijd: 19:30 - 22:40Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: W.J.C. KnopperNotulist: G.B. Aanstoot-StamGenodigden: AanwezigNaamSGPG....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 30 juni 2016 (19:30)

Datum: 30-06-2016
Tijd: 19:30 - 22:40
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: W.J.C. Knopper
Notulist: G.B. Aanstoot-Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPG. Kreijkes, J. ter Keurs en ir. A.S. Haase
CDAH.J. Nijkamp en H. Kreijkes RA CISA
ChristenUnieB.J. Blaazer, N.J. Otten en J. Berkhoff
GemeentebelangJ. Kuiper-Ruitenberg, W.A.J. ter Schure en W.J.M. Muller
PvdAR.W. Meijerink en S. Kök
VVD LokaalA.J. Kevelam, E.J.W. Deijk en R.A. de Koe
D66ir. H. Klein Velderman en J. van Veen
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
Pers2
Publiek40

1.Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom.

2. Inventarisatie spreekrecht
De VOORZITTER deelt mee dat zich hebben aangemeld als inspreker:

  • Agendapunt 9: de heer Lindeboom namens de werkgroep Eikenpad, de heer Van Beek namens NEMO en VVHP en de heer De Gram.
  • Agendapunt 15: de heer J.W. Allersma.
  • Agendapunt 16: de heer Pastink namens Ten Brinke Groep.
  • Agendapunt 17: de heer Te Wierik uit Holten.

Spreker zegt dat er mogelijk nog agendapunten naar voren gehaald worden om de insprekers, die niet bij de aanvang van de vergadering aanwezig konden zijn, gelegenheid te geven vanavond in te spreken, mede gezien de lengte van de agenda.

3.Vaststellen definitieve agenda
Wethouder CORNELISSEN zegt dat agendapunt 10 van de agenda is gehaald op verzoek van de indiener. Een aantal zaken moet nog nader worden uitgewerkt in de anterieure overeenkomst.

De heer G. KREIJKES zegt dat er een erg lange agenda voorligt en dat de commissieleden erg veel stukken moeten doornemen, terwijl vorige agenda’s erg kort waren. Spreker pleit voor meer spreiding van stukken. In het verlengde daarvan zegt spreker dat één dag voor de vergadering nog allerhande stukken zijn verspreid via de mail, die hij niet allemaal meer heeft kunnen en willen doornemen. Spreker uit zijn ongenoegen over de gang van zaken.

De heer KLEIN VELDERMAN sluit zich aan bij de woorden van de heer G. Kreijkes. Er ligt een veel te lange agenda voor met stukken die nog op het laatste moment zijn gewijzigd. Ook insprekers weten niet meer precies wat er aan de hand is. Spreker stelt voor enkele punten van de agenda te halen en door te schuiven naar de volgende vergadering, zodat de commissie zich kan voorbereiden en er op een serieuze en goede manier over kan praten.

De heer BERKHOFF sluit zich aan bij de woorden van de heer G. Kreijkes. Een dergelijke situatie is voorheen ook aan de orde geweest. Toen is erop aangedrongen niet meer alle stukken nog net voor de vakantie te agenderen in een overvolle agenda. Spreker vraagt welke punten de heer Klein Velderman eventueel van de agenda zou willen afhalen.

De heer KLEIN VELDERMAN merkt op dat het zou kunnen gaan om het raadsvoorstel over de Wegenlegger, omdat daaraan nog in een laat stadium stukken zijn toegevoegd.

De VOORZITTER zegt dat er drie insprekers zijn voor dit agendapunt en dat het niet van de agenda afgehaald wordt.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA er niet voor voelt agendapunten te verdagen. Spreker is het eens met de heer G. Kreijkes, dat de voorbereiding van de vergadering rommelig was. Omdat de stukken toch zijn geagendeerd en er mensen op de publieke tribune zitten voor een bepaald onderwerp, wil spreker dat respecten. Tijdens de discussie wordt duidelijk of de commissie voldoende informatie heeft ontvangen om een opinie te geven of om tot een beslissing te komen.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang de mening deelt over de grote hoeveelheid stukken, die voorbereid moest worden in de week van de kadernotabehandeling. Anderzijds is het zo dat een aantal agendapunten raadsvoorstellen zijn. Eventueel kan hierover verder gediscussieerd worden in de raadsvergadering. Wat spreker betreft hoeven er geen punten van de agenda gehaald te worden. Wel moet deze gang van zaken besproken worden in het presidium.

Mevrouw DEIJK sluit zich aan bij de woorden van de heer Nijkamp.

De heer MEIJERINK zegt dat er maandag, de overloopavond, andere activiteiten zijn gepland. Spreker voelt ervoor de opiniërende stukken te verdagen. Met een goede discipline kan de agenda echter afgehandeld worden.

De VOORZITTER zegt dat de meerderheid alle agendapunten wil laten staan.

4.Verslag van de vergadering van 19 mei 2016
Naar aanleiding van:

Mevrouw KUIPER zegt dat zij de vorige vergadering bij de rondvraag heeft gevraagd naar de stand van zaken en ontwikkelingen rondom het noordelijke fietspad, het zogenaamde Groenewegje. Gezegd is dat het college bezig was met grondonderhandelingen met de eigenaar. Zij vraagt of er ontwikkelingen zijn te melden.
Wethouder AANSTOOT zegt dat er op dit moment geen ontwikkelingen te melden zijn.

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5.Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.

6.Raadsvoorstel vaststellen Duurzaamheidsvisie 2016-2019 (Aanstoot)
Wethouder AANSTOOT zegt dat aan de stukken nog in een laat stadium een memo van de huisadvocaat is toegevoegd, waarnaar in het collegevoorstel is verwezen. Het abstractieniveau van de duurzaamheidsvisie is niet van dien aard is dat het helemaal dwingend voorgeschreven wordt. Er zal één passage van pagina 4 in de voorgelegde duurzaamheidsvisie, deel I, worden aangepast. Hier staat: “Voor welk vraagstuk of uitdaging zij ook staat, de rekening wordt niet doorgeschoven naar een andere plaats of een volgende generatie”. Op advies van de huisadvocaat wordt het tekstvoorstel als volgt: “Voor welk vraagstuk of uitdaging zij ook staat, de rekening wordt voor zover dat binnen de reële mogelijkheden van de gemeente Rijssen-Holten ligt, niet doorgeschoven naar een andere plaats of volgende generatie.” Deze nuancering wordt toegevoegd aan het conceptvoorstel.

De heer HAASE zegt dat men ervoor moet waken dat hier ‘luchtfietserij’ wordt bedreven. In dit verband wijst spreker op het klimaatuitvoeringsprogramma en de CO²-reductie die Rijssen-Holten wil realiseren. Hierover staat dat de gemeente nog 35 kton CO²-reductie moet realiseren, terwijl zij in de afgelopen vijf jaar 13 kton heeft gerealiseerd. Dat is ongeveer 3 kton per jaar. Als spreker dat extrapoleert naar 2020, kan nog een keer 15 kton worden gerealiseerd, maar blijft er nog 20 kton over. Spreker vraagt hoe het college denkt deze doelstelling toch te behalen.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA achter de ambities staat uit voorliggende duurzaamheidsvisie. Het is geen gemakkelijke opgave de CO²-uitstoot zo sterk te verminderen. Het CDA vraagt het college jaarlijks een terugkoppeling te geven over wat er gerealiseerd is.
Belangrijk is dat de gemeente het goede voorbeeld geeft, zoals bij verduurzamen gemeentelijke gebouwen, bouw van een nieuw zwembad, en daarbij rekening te ouden met een sterke CO²-verlaging, en verder waterstofauto’s in te voeren en het aantal auto’s op groen gas verder uit te breiden. Voorts kan het college bij het realiseren van nieuwbouwwijken nagaan of huizen in de richting van de zon staan om de ligging van zonnepanelen zo optimaal mogelijk te maken.
Het CDA wil aandacht besteden aan asbest in het buitengebied en roept het college op haast te maken met de uitwerking van plannen hieromtrent.
In de stukken wordt gesproken over de hoeveelheid restafval in 2030. Het CDA staat achter de ambities om deze hoeveelheid verder te verlagen, maar wil niet direct gebonden zijn aan de norm die komt vanuit de Regio Twente. De raad moet daar eerst over spreken, voordat deze norm ingevoerd wordt.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 blij is met een onderzoek naar legesvrij bouwen bij duurzame oplossingen. D66 vindt dat dit mogelijk moet zijn als de gemeente dat vanuit haarzélf wil. D66 ziet met belangstelling uit naar de resultaten van dit onderzoek.
D66 is blij dat Rijssen-Holten het initiatief neemt met andere gemeenten samen te werken op het gebied van asbestproblematiek. Om als maatschappij duurzaam te worden, moet men elkaar helpen.
Verder is D66 verheugd te lezen dat bekeken wordt of het gebruik van nog niet uitgegeven bedrijfsgrond geschikt is voor het realiseren van een zonne-energiepark. Spreker vraagt hierover het volgende:

  • Om hoeveel vierkante meters bedrijfsgrond gaat het?
  • Verleent de gemeente indien nodig haar medewerking aan eventuele bestemmingsplanwijzigingen voor de realisatie van dit initiatief?
  • Geldt dit alleen voor zonne-energie of zijn ook andere vormen van energieopwekking mogelijk, zoals wind- of aardwarmte?
  • In de duurzaamheidsvisie staan veel zaken waarbij inwoners aan zet zijn. Hoe denkt de gemeente de mensen te bereiken en hiervoor in beweging te krijgen?
  • Bij de kadernotabehandeling heeft D66 een initiatief ingediend om een potentieelscan te laten uitvoeren ten aanzien van de mogelijkheden om energietransitie te versnellen vanuit de gemeente. Dit initiatief is door het college echter op een andere manier geïnterpreteerd dan D66 bedoelde. Het gaat hier namelijk om een eenmalig budget van maximaal € 20.000 voor een onderzoek in plaats van uitvoering te geven aan het onderdeel duurzame energie en de daarin opgenomen doelstellingen, zoals verwoord in de duurzaamheidvisie voor een bedrag van € 2,2 miljoen. Dit laatste zou mooi zijn, maar is volgens D66 vanuit financieel realisme niet uitvoerbaar. D66 wil weten waar de mogelijkheden liggen in de gemeente voor andere initiatiefnemers of om rekening mee te houden bij nieuwbouw. Hierbij kan gedacht worden aan beschikbare restwarmte van industrie, die gebruikt wordt voor de warmtevraag van woonwijken door middel van een lokaal warmtenet. De portefeuillehouder heeft laten weten hiervoor open te staan en binnen de duurzaamheidvisie ruimte te zien tot uitvoering van dit initiatief. Spreker vraagt of de portefeuillehouder wil toezeggen dit initiatief uit te voeren als uitwerking van de duurzaamheidsvisie en hiervoor de financiële middelen beschikbaar te stellen.

De heer TER SCHURE zegt dat er een ambitieuze visie voorligt. Deze is al in januari 2016 besproken, waarna veel van de gemaakte op- en aanmerking zijn verwerkt. Wat betreft het beheersen van spoor- en verkeersgeluid, zou het goed zijn dit aan te vullen met het beheersen van bedrijfsgeluid.
In januari 2016 heeft de wethouder opgemerkt dat hij in een te organiseren conferentie zou kijken naar haalbare doelstellingen, met name op het gebied van asbest, die konden worden neergelegd in een visie. Spreker hoort graag of daar resultaten uit naar voren zijn gekomen, omdat dit een zorgelijk en uitermate belangrijk dossier is.
 
De heer OTTEN zegt dat de ChristenUnie in januari 2016 bij de bespreking van de duurzaamheidsvisie een positieve opinie heeft gegeven. Er ligt een ambitieuze visie voor, die aansluit bij de duurzaamheidsdoelstellingen van de ChristenUnie. De aanpassingen vormen voor de ChristenUnie geen belemmeringen om in te instemmen met het voorstel.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA blij is met de ambitieuze doelstellingen. Spreker refereert aan de vraag van de heer Haase of alles wel reëel is en vraagt, als blijkt dat de gemeente tegen bepaalde problemen aanloopt, of dan de doelstellingen naar beneden bijgesteld worden of dat actief gezocht wordt die doelstellingen wel te behalen en daarin ambitie te tonen.

Mevrouw DEIJK zegt dat er een mooi en ambitieus ligt, dat VVD Lokaal ondersteunt. Wel wil zij graag weten hoe het college denkt de CO²-normen te halen. Daarbij moet het college het realiteitsbeeld in acht nemen.

Wethouder AANSTOOT gaat in op de passage uit de memo over het dwingende karakter in relatie tot het ambitieniveau en zegt dat het college probeert de ambities die in de duurzaamheidsvisie zijn gesteld, waar te maken. Wellicht zijn er echter ambities die niet tegen elke prijs waargemaakt kunnen worden en moet er nagedacht worden over de vraag of die ambities blijven staan en dat alles wordt geprobeerd toch aan de ambities te voldoen. De ambitie om de CO²-reductie met 35 kton terug te brengen wordt een enorme tour de force, die bereikt kan worden met zware installaties, zoals windmolens en biogasinstallaties. De gemeente heeft vooralsnog echter niet gekozen voor windmolens. Het college komt terug bij de raad als het niet lukt de ambities zoveel mogelijk overeind te houden.
Rijssen-Holten is in Overijssel koploper bij de asbestverwijderaars op bedrijventerreinen. In het buitengebied is er echter nog een groot probleem. Daar is nog 300.000m² asbest op daken. Het college is daarover met de provincie in overleg. De provincie komt op 1 juli a.s. tijdens een asbestconferentie met een plan van aanpak, dat voor 90% gereed is. Extra financiële middelen horen daar echter niet bij. De finetuning van het plan moet nog plaatsvinden. Het is de verwachting dat het na de vakantie wordt vastgesteld. Spreker stelt voor dat de gemeente kijkt waar regelingen kunnen samenlopen met regelingen van de provincie. Asbestsanering is niet alleen een kwestie van geld. Mogelijk kan dit via het RO-traject, via vrijkomende agrarische bebouwingen of andere trajecten uitgevoerd worden. De regelingen voor de asbestversnelling moeten nog bedacht en vastgesteld worden. Voor 2024 moeten deze asbestdaken gesaneerd zijn.
Er is gesproken over de norm van de regio voor de terugbrenging van restafval. Dat is geen norm waaraan de gemeente Rijssen-Holten zich heeft geconformeerd. Wel wil zij de hoeveelheid restafval in 2020 van 200 kilo naar 100 kilo verminderd hebben.
D66 sprak over leges. Dat is nu vermeld in de duurzaamheidsvisie en het college gaat kijken of er een oplossing gevonden kan worden.
Er is nog geen onderzoek geweest naar zonneparken op bedrijventerreinen. In deze gemeente zijn op dit moment geen braakliggende terreinen voor een termijn van minstens tien jaar.
Bewoners en bedrijven zullen zoveel mogelijk via allerlei kanalen, via de sociale media en de Woonweter worden benaderd.
D66 heeft gevraagd naar een potentieel scan over energie die vrijkomt en energie die nodig is. Spreker wil dit onderdeel laten uitmaken van de warmtescan, die is opgenomen in de duurzaamheidsvisie. Daarbij wordt gekeken of warmte die over is bij bedrijven aangewend kan worden. Ook zou nog nagedacht kunnen worden over het plaatsen van zonnepanelen, waarbij de energie doorgeleverd wordt aan woningen. Dat soort alternatieven wordt wel bekeken. 
Door Gemeentebelang is gesproken over beheersen van lawaai. In het algemeen worden hiertegen voorzieningen getroffen, die gebaseerd zijn op wetgeving. Het college wil daaraan voldoen.
Als de ambities niet worden behaald, komt het college terug bij de raad. Het college zal niet direct de doelstellingen bijstellen, maar kijkt wel naar reële inspanningen die financieel passen binnen de door de raad gestelde kaders.
Op de vraag van D66, of het college eventueel bestemmingsplantechnisch wil meewerken, zegt spreker dat het aan de raad is daarover besluiten te nemen. Uiteraard moet hierin rekening gehouden worden met de Omgevingsvisie van de provincie.

Tweede termijn
De heer H. KREIJKES herhaalt zijn vraag of het college jaarlijks de verlaging van de CO²-uitstoot wil terugkoppelen.
Wethouder AANSTOOT zegt dat toe.
 
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 blij is met de toezegging van de portefeuillehouder over de potentieel scan, die de portefeuillehouder een warmtescan noemt. Door dit antwoord is D66 blij met de duurzaamheidsvisie.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA akkoord gaat met de duurzaamheidsvisie en de genoemde doelstellingen. Het is goed dat de wethouder zegt dat het college er alles aan doet om die doelstellingen te halen, maar als nu al bekend is dat bepaalde doelstellingen mogelijk niet gehaald worden, is de vraag hoe bepaalde technologieën dichterbij gebracht kunnen worden. Een voorbeeld zijn windmolens. Deze gemeente heeft gezegd die voorlopig niet te wensen. Toch zou de wethouder zich in het land al eens kunnen oriënteren op hoe men elders bevordert dat windmolens aantrekkelijker gemaakt worden voor mensen die in de omgeving van windmolens wonen.
 
Wethouder AANSTOOT zegt dat het college uiteraard kijkt naar technieken die mogelijk zijn, naar technieken die ontwikkeld worden en dergelijke. De meerderheid van de raad heeft gezegd voorlopig niet aan plaatsing van windmolens mee te werken.
 
De heer MEIJERINK zegt dat het geen kwaad kan mogelijkheden uit het land te inventariseren nu gezegd wordt dat de gemeente misschien haar doelstellingen niet haalt. Dan zou nagedacht kunnen worden over windenergie en over manieren om het aantrekkelijker te maken.

De heer HAASE zegt dat de doelstellingen met betrekking tot de CO²-reductie blijkbaar niet haalbaar zijn. De SGP is van mening dat doelstellingen ambitieus, maar tegelijkertijd realistisch moeten zijn. Hierover wil de SGP zich nog beraden.
 
De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 14 juli 2016.

7.Raadsvoorstel Vernieuwing en uitbreiding fietsstallingen NS- en busstation Rijssen (Aanstoot)
De heer DE KOE zegt dat hij blij is met het voorstel, met daarin een stuk goed georganiseerde cofinanciering. Met het voorstel ontstaat er een zeer wenselijk kwalitatieve verbetering van de stationsomgeving en een kwantitatieve verbetering voor wat betreft het aantal fietsstallingen.
Spreker is verbaasd over het opnemen van de locatie Dannenberg in het plan. Volgens hem willen mensen de fiets dichtbij het station stallen en zullen zij niet kiezen voor de Dannenberg. De overwegingen hiervoor zijn duidelijk en het is misschien de beste oplossing. Spreker hoort echter graag van de portefeuillehouder waarom hiervoor is gekozen. Hij voorziet dat er aan de andere kant van de tunnel, nabij het NS-station, toch weer een rotzooi ontstaat met fietsen. 

De heer BLAAZER zegt dat de ChristenUnie het gebruik van de fiets hoog in het vaandel heeft staan. Daarbij hoort een goede plek om de fiets te parkeren. Ook de upgrading van het stationsplein is een goede zaak. De ChristenUnie vindt optie 3 een goed plan.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA de realisatie van een fietsenstalling aan de Dannenberg een prima oplossing vindt voor de bewoners van de Veeneslagen. Zij steunt dit plan van harte.
 
De heer HAASE zegt dat de SGP enthousiast is over het plan en al vaker gepleit heeft voor overdekte fietsenstallingen bij het station. Alternatief 3 is wat de SGP betreft de beste optie. Over de derde fietsenstalling aan de Dannenberg stelt spreker de volgende vragen.
In het voorstel wordt uitgegaan van een bezettingsgraad van 80%, wat neerkomt op ongeveer 1000 stallingen. ProRail heeft een extrapolatie gemaakt tot 2030. Spreker vraagt of de derde fietsenstalling aan de Dannenberg in een later stadium gerealiseerd kan worden, mocht de noodzaak er inderdaad zijn. Eerst zouden dan de fietsenstallingen aan de Molenstalweg en bij het busstation gerealiseerd worden. Wellicht heeft ProRail echter bepaalde condities gesteld aan het krediet dat beschikbaar wordt gesteld.

De heer VAN VEEN vraagt of de locatie Molenstalweg te zijner tijd, indien nodig, tweelaags gebouwd kan worden en of daarmee nu al bij de bouw rekening wordt gehouden.
Het nadeel van meerdere stallingslocaties is volgens spreker dat men gaat shoppen. Daarbij een locatie aan de Dannenberg niet erg logisch.

Mevrouw KUIPER zegt dat Gemeentebelang instemt met de vernieuwing en de uitbreiding van de fietsenstalling volgens alternatief 3, inclusief locatie Dannenberg.
 
Wethouder AANSTOOT zegt dat hij blij is dat er een goed plan voorligt. Wat betreft de beoogde locatie Dannenberg zegt spreker dat men door de tunnel naar het perron loopt en bij regen niet nat wordt. Voor de Veeneslagen is de afstand vanaf de locatie Dannenberg even groot als vanaf de locatie Molenstalweg. Het college verwacht dat uiteindelijk veel mensen kiezen voor de Dannenberg en heeft daarom gesteld dat van de 1200 plekken er 200 aan de overkant gerealiseerd kunnen worden, 200 bij de Open Hof en de rest op de huidige locatie aan de Molenstalweg.
Gelet op de ruimtelijke beperkingen, kan niet de diepte ingegaan worden in verband met de ligging van kabels en leidingen en de kostenaspecten. Er zal de hoogte ingegaan moeten worden en er moet een afwijkingsbesluit genomen worden in het kader van het bestemmingsplan. Die procedure moet nog gevoerd worden.
Tijdens de inspraakavond en in contacten met de omgeving is gezegd dat niet alles direct vanaf de Molenstalweg met twee lagen vol gezet wordt, maar dat dit zo ver mogelijk naar de spoorlijn toe gedaan wordt. De eerste rijen zijn gewoon enkellaags en vervolgens wordt op behoorlijke afstand van de woningen het niveau verhoogd en komen er twee lagen. Verder komt er nog een stukje groenvoorziening, om de fietsenstalling enigszins aan het zicht te onttrekken.
Het voorstel is geënt op het jaar 2030. In de fietsvisie is gesteld dat er genoeg voorzieningen moeten zijn, die voldoen aan de gewenste kwaliteit. Het college verwacht met dit plan daaraan invulling te geven. Spreker weet niet of het later realiseren van de derde fietsenstalling financieel-technisch consequenties heeft. Hij komt hierop voor de raadsvergadering terug via een NB.
Brief over fasering uitvoering Stationsomgeving Rijssen

Tweede termijn
De heer DE KOE zegt dat er duidelijk een zwakte in het rapport staat over de stalling aan de Dannenberg. Spreker vraagt waarom deze locatie coûte que coûte gerealiseerd moet worden. Wie van de Veenslagen komt, kijkt eerst bij twee fietsenstallingen en als daar geen plek meer is, fietst men niet terug naar de Dannenberg, maar zal de fiets achterlaten in de stationsomgeving.

De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat duidelijk is dat de heer De Koe nooit met de fiets naar het station gaat. Wie vanaf de Veeneslagen komt, gaat over de Dannenberg richting het station en komt de fietsenstalling tegen. Daar parkeert men de fiets en loopt door de tunnel naar het perron.

De heer HAASE zegt dat de SGP de NB van de wethouder tegemoet ziet. De stalling aan de Dannenberg is een zwakte genoemd, maar eigenlijk is het heel duurzaam een derde fietsenstalling te realiseren op het moment dat het noodzakelijk is.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang zeer positief is over het plan en dat het hoe eerder hoe beter gerealiseerd moet worden.
Spreker vraagt of de heer De Koe ervoor pleit de capaciteit die nu gepland is in de Dannenberg, dubbellaags naar de voorzijde van het stationsplein te brengen.

De heer DE KOE zegt dat hij dat niet heeft gezegd, maar dat het een vraagstelling aan de portefeuillehouder was.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 14 juli 2016.

8.Raadsvoorstel vaststelling nieuwe gemeentelijke regelgeving voor kabels en leidingen (Aanstoot)
Wethouder AANSTOOT zegt dat er in een laat stadium nog twee brieven van het waterschap zijn toegevoegd aan de stukken. Het waterschap claimt een uitzonderingspositie. Het college denkt echter dat er daarvoor geen gronden zijn. Het waterschap wenste vooroverleg. Dat is ambtelijk ook aangeboden, maar niet geaccepteerd door het waterschap. Vervolgens wilde men bestuurlijk opschalen. Op dit moment wil het college dat niet. De inhoudelijke reacties, ook van het waterschap, zijn verwerkt in de reactienota. Het waterschap krijgt, net als andere netwerkbeheerders, bericht als de raad besluit over te gaan tot vaststelling van de verordening op 14 juli 2016.

De heer H. KREIJKES vraagt hoe de andere twaalf gemeenten met de brieven van het waterschap omgaan en of zij eveneens doorgaan met de procedure.

Wethouder AANSTOOT zegt dat de andere gemeenten met de brief omgaan zoals Rijssen-Holten. Inmiddels is deze verordening door zeven Twentse gemeenten vastgesteld.
 
De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel als hamerstuk te behandelen in de raadsvergadering van 14 juli 2016.

9.Raadsvoorstel tot voornemen afwijkende vaststelling ontwerp Wegenlegger naar aanleiding van ingediende zienswijzen (Aanstoot)
De heer LINDEBOOM, namens de werkgroep Eikenpad, spreekt in. Deze werkgroep bestaat uit enkele Holtenaren die zich betrokken voelen bij de wandelpaden naar de Holterberg, in het bijzonder bij het Eikenpad. De groep bestaat uit zowel geboren en getogen Holtenaren als bewoners van de Holterberg die daar later zijn komen wonen, zoals spreker. Hij weet uit ervaring wat het is om een openbaar pad over en aan de rand van een terrein te hebben. In zijn geval is dat het Dikkerspad, dat tot ieders tevredenheid goed begaanbaar is, mede dankzij enig onderhoud door de gemeente.
Vanavond gaat het om het Eikenpad, in de Wegenlegger wegnr. 7. Dit pad loopt van de buurtschap Neerdorp omhoog de berg in naar de zogenaamde Feestboom, het vroegere feestterrein voor Holten. Het pad loopt over drie particuliere terreinen, voornamelijk aan de rand van die terreinen. Tot nu toe ontbrak het Eikenpad op de Wegenlegger, hoewel het zeker 80 jaar een openbaar toegankelijk pad is geweest. De werkgroep zag in dat voor de toekomst de toegankelijkheid van het pad beter geborgd zou zijn als het een publiekrechtelijke status krijgt. Het verzoek hield daarom in het Eikenpad op de Wegenlegger te plaatsen. Dit verzoek werd gesteund door Wandelaarsvereniging NEMO, Vrienden van het Hoolterpad, de Oudheidkamer en bovenal door ongeveer 100 bewoners van Neerdorp, die een petitie ondertekenden. Het verzoek is door het college overgenomen en daarmee is de werkgroep erg blij, want het is een prima besluit, dat past bij een gemeente die enkele jaren terug de mooiste wandelgemeente van het land was. Het kan echter nog mooier en nog beter. Bij de zienswijzen in dit proces hebben de werkgroep en ook anderen twee wensen geuit die helaas niet door het college zijn overgenomen. Die wensen betreffen het onderhoud van het pad door de gemeente en de minimale breedte.
Het onderhoud zou, volgens het voorstel van het college, door de drie eigenaren moeten worden verzorgd. Dat is uitzonderlijk, want vrijwel alle paden op de Holterberg worden verzorgd door de gemeente. Daarnaast heeft een van de bewoners, die ook eigenaar is, een notitie geschreven, waarnaar spreker verwijst. De werkgroep ondersteunt van harte het verzoek van de betreffende bewoner/eigenaar om het gehele pad door de gemeente te laten onderhouden, gezien de ervaringen met het Dikkerspad, en omdat een deel van het Eikenpad – bij de Feestboom – al sinds vele jaren door de gemeente wordt onderhouden.
Het tweede verzoek was te bepalen dat het Eikenpad twee meter breed zou moeten zijn. Dit verzoek werd door het college afgewezen met een beroep op wet- en regelgeving. Dat argument klopt volgens de werkgroep echter niet. In artikel 30 van de Wegenwet is inderdaad alleen de breedte voor verharde paden geregeld, maar datzelfde artikel biedt de mogelijkheid de breedte tussen áfscheidingen vast te leggen. Dat heeft de gemeente al eens eerder gedaan bij het Scheperspad, nr. 170 in de Wegenlegger. Hier is toegevoegd: ”Om het pad goed begaanbaar te houden voor voetgangers zal de breedte van het pad tussen eventuele heggen, schuttingen of afrasteringen 1,20 meter moeten bedragen.“ Diezelfde formulering wordt door de werkgroep gevraagd voor het Eikenpad, met dien verstande dat zij pleit voor 2 meter. In 1985 zijn de percelen aan particuliere eigenaren verkocht – voorheen waren deze in bezit van het Burgerweeshuis Deventer – onder het beding dat een openbaar wandelpad van twee meter gehandhaafd moest blijven voor de drie terreinen.
De werkgroep vraagt de commissie het raadsvoorstel met betrekking tot het Eikenpad aan te passen op deze twee punten: het onderhoud onderbrengen bij de gemeente en de breedte tussen eventuele afrasteringen of afschuttingen te bepalen op minimaal twee meter.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt de heer Lindeboom of hij wil uitleggen waarom de breedte 2 meter moet zijn en niet 1.20 meter, zoals bij het Dikkerspad.
De heer LINDEBOOM zegt dat de ervaring leert dat 1.20 meter erg krap is. Er staan heggen langs en als die uitgroeien, is er van 1.20 meter al snel niet veel meer over. Daarnaast is de 2 meter een historisch gegeven. De eigenaren van de grond wisten vanaf het begin dat dit de bedoeling was. Zo staat het in hun koopakten.

De heer DE KOE zegt dat de heer Lindenboom opmerkte dat een deel van het pad door de gemeente wordt onderhouden. Hij vraagt of de eigenaren zelf het onderhoud van het andere deel doen.
De heer LINDEBOOM zegt dat de eigenaren dat nu zelf doen, met wisselend succes. Voor één eigenaar is het niet relevant, omdat deze niet veel onderhoud heeft. Eén eigenaar doet het voortreffelijk en heeft op zijn segment zelfs een trap aangebracht, wat ook goed onderhoud vergt. De derde eigenaar laat het op zijn beloop, naar de smaak van de werkgroep.

De heer DE KOE vraagt of de heer Lindeboom formeel juridisch eigenaar is van het pad.
De heer LINDEBOOM zegt dat hij met dit pad geen enkele bemoeienis heeft.

De heer DE GRAM spreekt in namens zijn buurman, de heer Brinks, Raalterweg 7. De heer Brinks is een geboren Holtenaar en zegt dat de Holterberg voor iedereen is, waar iedereen welkom is om er te wandelen. De heer Brinks heeft zelf geen belang bij het pad. Integendeel, hij heeft overlast door honden en dergelijke. Juist daarom hoort het onderhoud niet bij hem thuis. Het is onbillijk en onaanvaardbaar. Volgens wetgeving hierover kan iemand die hier geen belang bij heeft, niet door de gemeente opgedragen worden het onderhoud te doen.
De overige paden in het gebied, zoals het Hoge Hei pad en het Dikkerspad, zijn particuliere paden, over particuliere percelen. Die worden onderhouden door de gemeente vanaf 1982. Ook het Eikenpad wordt voor een deel al onderhouden door de gemeente. Er staat zelfs een bank en een afvalbak van de gemeente en de gemeente maait op die plek het gras. Voor de rest van het Eikenpad is onderhoud nauwelijks nodig; het pad loopt door het bos en onderhoudt zichzelf. Op één bepaalde plek heeft de eigenaar echter een dijkje aangelegd, waar nu brandnetels groeien.
Er zijn niet drie maar twee eigenaren onderhoudsplichtig. Notarieel is de eigenaar van perceel Raalterweg 7 onderhoudsplichtig vanaf de Raalterweg tot het perceel Ericaweg 4. Ericaweg 4 is het tweede deel en is gesitueerd naast de bank en de afvalbak en wordt grotendeels onderhouden door de gemeente.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het onderhoud blijkbaar niet veel voorstelt. Hij vraagt hoeveel tijd per jaar het pad onderhoud behoeft.
De heer DE GRAM zegt dat in het deel van de Raalterweg tot Ericaweg 4 een trap aanwezig is. Die trap is er gekomen, omdat de eigenaar van de Ericaweg het pad heeft verlegd. De heer Brinks heeft toen de trap aangelegd op eigen initiatief. Dit behoeft onderhoud. Als de gemeente dit onderhoud doet, is de heer Brinks bereid op zijn kosten het pad te verleggen, zodat er geen trap meer nodig is. Dan is voor dit deel in feite geen onderhoud meer nodig, tenzij er dijkjes worden aangelegd. Ook in 2013 bij de vaststelling van het bestemmingsplan Wonen Holten is er een pleidooi gehouden om het pad open te houden.

De heer NIJKAMP zegt dat de heer Brinks geen probleem heeft met het pad op zichzelf, maar dat het hem gaat om het onderhoud. De vorige inspreker gaf juist aan dat dit deel goed onderhouden werd. Dat heeft de Brinks dus blijkbaar de afgelopen jaren altijd gedaan.
De heer DE GRAM zegt dat een keer in de vijf jaar de houten trap is vernieuwd. De heer Brinks vindt echter dat het aan de gemeente is om het onderhoud te doen.
Het Burgerweeshuis Deventer heeft het gebied in 1983 verkocht. Dat is vervolgens verkaveld door een projectontwikkelaar. Het Burgerweeshuis heeft het tot die tijd ‘onderhouden’, maar in feite was er geen onderhoud.

De heer VAN BEEK spreekt in namens NEMO en VVHP (Vrienden van het Hoolterpad) en zegt dat alle wegen en paden op de Wegenlegger onderhouden worden door instanties: de meeste door de gemeente Rijssen-Holten, enkele door ProRail en enkele door het waterschap. Er is één uitzondering in de hele Wegenlegger, waarin staat dat het onderhoud door particulieren gebeurt. Dat betreft het Eikenpad.
Voetpaden horen bij het landschap: kerkenpad, jaagpad, vrijerslaantje, dodenpad of hessenweg. Een pad vertelt de geschiedenis van het landschap en van mensen die er liepen. Dat geldt ook voor de wandelpaden in deze gemeente, zoals het Scheperspad dat vertelt over schaapherders en schepers, die eeuwenlang over het pad naar de heidevelden trokken, het Eikenpad dat vertelt over de Feestbomen, en het Pletjes- en Molenpad dat vertelt over verdwenen molens. Het zijn leestekens in het landschap; het landschap als geheugen. Verdwijnen de paden, dan verdwijnen de verhalen, verkaalt het landschap, verdwijnt een stuk cultuur.
Twee paden waren niet opgenomen in de Wegenlegger, terwijl zij wel in de oude Wegenlegger stonden. Een van die paden is het Eltapad. Op het laatste moment moest spreker met bewijzen komen dat het Eltapad daar gewoon hoort. Het verhaal hierover luidt dat buiten het dorp Holten op de Elta het ‘huttenvolk’ woonde: beklagenswaardige zwervers die van de ene marke naar de andere gejaagd werden, omdat ze een grote overlast vormden, en door ellende en honger totaal verhard waren en zij geen onderscheid meer kenden tussen goed en kwaad. De armenhuisjes die hier stonden zijn er niet meer. Er is nu een villa verrezen.
Over het Eltapad kreeg spreker een reactie van de behandelend ambtenaar, dat het pad niet juist was ingetekend en dat spreker niet de “grens bebouwde kom Wegenwet” zou hanteren, maar de “grens bebouwde kom Wegenverkeerswet 1994”. Dat is echter niet juist. De raad heeft op 4 februari 2013 een voorstel aangenomen juist ten behoeve van deze Wegenwet: “zodat de grenzen van de bebouwde kom Wegenwet en Wegenverkeerswet gelijk lopen”. Spreker vraagt zich af waarom men hem zo lang aan het lijntje heeft gehouden door te zeggen dat het gaat om een andere Wegenwet.
Voetpaden zijn erg kwetsbaar. Spreker vraagt zich af welke paden er nog meer verdwenen zijn. De paden in Holten zijn hem wel bekend, maar wellicht zijn er in Rijssen ook zomaar paadjes geschrapt. Spreker heeft het belang van deze leuke paadjes proberen uit te leggen en hij maakt zich hier zorgen over. “Leestekens in het landschap”, “Landschap als geheugen”: aan te bevelen literatuur voor mensen die ook iets om cultuur geven.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het Eltapad nu alsnog is opgenomen en dat dit nu verder geen discussiepunt meer is.
De heer VAN BEEK beaamt de woorden van de heer Klein Velderman. Waarom het pad in eerste instantie niet was opgenomen in de Wegenlegger en waarom gezegd is dat het onder een andere wet zou vallen, begrijpt hij niet.

De heer BERKHOFF zegt dat het Eltapad nu opgenomen is in de Wegenlegger en vraagt of de heer Van Beek daarmee tevreden is.
De heer VAN BEEK zegt dat hij daarover tevreden is, maar het had niet veel gescheeld of het was misgegaan. Spreker vraagt zich nu ook af wat er in Rijssen zomaar geschrapt kan zijn.

De heer MULLER zegt dat de conclusie is dat de wens van de heer Van Beek is ingevuld.
De heer VAN BEEK zegt dat dat klopt.

Eerste termijn
Wethouder AANSTOOT zegt dat het fietspad Schoneveldsdijk gemeentegrens Wierden, het Molenpad en alsnog het Eltapad zijn opgenomen in de voorliggende stukken.

De heer MEIJERINK zegt dat hij benieuwd is naar de reactie op de inspraak en de kritiek van de heer Van Beek.
Wat betreft het Eikenpad vraagt spreker wat erop tegen is dat de gemeente het pad onderhoudt, zoals zij ook doet bij andere paden. Verder vraagt spreker of de wethouder niet vreest voor ‘Scheperspadtaferelen’ in de toekomst.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het proces bij de totstandkoming van de Wegenlegger rommelig is verlopen. De insprekers geven goede argumenten af te wijken van het voorstel. Het is een dossier dat voor verbetering vatbaar is. D66 staat positief tegenover de suggesties om het Eikenpad op twee meter vast te stellen, zodag het pad beter te onderhouden is en beter toegankelijk is. Wat D66 betreft kan de beleidslijn die is ingezet om alle paden in particulier bezit te onderhouden, doorgetrokken worden naar het Eikenpad. Verder vraagt spreker of de gemeente het Eltapad onderhoudt.

De heer TER SCHURE zegt dat Gemeentebelang in grote lijnen kan leven met het raadsvoorstel, maar voordat zij haar standpunt bepaalt, graag antwoord krijgt op de volgende vragen:

  • Wat is erop tegen het pad van 1.20 meter naar 2 meter te brengen? De aanwonenden zien daarvan kennelijk de voordelen in.
  • Hoe zit het met het onderhoud van openbare paden en wegen op de Wegenlegger versus de verplichting van eigenaren?

De heer NIJKAMP zegt dat hij blij is dat er mensen zijn die zich op deze manier inzetten voor het behoud van paden, ook omdat Rijssen-Holten zich profileert als wandelgemeente. Daarnaast is het belangrijk dat de geschiedenis van de gemeente op deze manier voor de toekomst behouden blijft en uitgedragen wordt.
De problematiek die naar voren is gebracht door de insprekers, beperkt zich tot de breedte en het onderhoud van het Eikenpad. In de overeenkomst met het Burgerweeshuis is de breedte van twee meter geregeld. Spreker vraagt waarom de gemeente dat niet overneemt. Wat betreft het onderhoud wil hij graag weten, in technische en in juridische zin, waarom er onderscheid wordt gemaakt ten opzichte van andere paden.

De heer G. KREIJKES zegt dat het proces, als er een correctie moet plaatsvinden op aanwijzen van een inwoner van de gemeente, geen plus verdient.

De heer BERKHOFF zegt dat er in Holten veel gebeurt rondom de paden door werkgroepen, die zich daarover ontfermen en inzetten. Nu gaat het om het onderhoud aan een pad door een bos. Spreker vraagt zich af of de gemeente de betrokkenen niet tegemoet kan komen en het onderhoud, zoals gebeurt met andere paden, voor haar rekening te nemen.

Wethouder AANSTOOT merkt ten eerste op dat openbare paden, als deze niet onttrokken worden aan de openbaarheid, openbaar blijven. In het proces zijn op het laatste moment nog wegen toegevoegd aan de Wegenlegger. Schoneveldsdijk en Molenpad zijn wat dat betreft door de gemeente zelf opgemerkt. Het Eltapad is opgenomen op aanwijzing van de inspreker. In het proces is er altijd goed contact geweest met de insprekers. Het klopt echter dat de gemeente deze drie situaties zelf eerder had moeten ontdekken, waardoor de stukken tijdig en compleet aangeleverd waren.
Het is gebruikelijk bij paden die de gemeente onderhoudt, dat daarover consensus is met alle belendende percelen. Als alle belendende percelen laten weten dat de gemeente een pad kan onderhouden, neemt de gemeente dat in het algemeen over. Als er geen consensus is, zoals bij het Eikenpad, laat de gemeente het onderhoud over aan de particulieren.
In de Wegenlegger worden breedtes aangegeven van sec verhardingen. Wel is het mogelijk een maatvoering aan te geven van afrastering tot afrastering. Dat is gebeurd bij het Scheperspad. Als het Eikenpad een voetpad blijft en voldoet aan die functie en de eigenaren onderhouden het pad goed, dan hoeft er wat het college betreft geen kwalitatieve ‘twee meter breedte status’ aan toegevoegd te worden. Nu het Eikenpad op de Wegenlegger wordt vermeld en het onderhoud blijft bij de aanliggende percelen, blijft het volgens het college een goed wandelpad

Tweede termijn
 De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat er volgens de wethouder geen consensus bereikt kan worden met alle omwonenden en om die reden het onderhoud overlaat aan de omwonenden. Volgens spreker kan er echter gewoon onderhoud gepleegd worden op die stukken waarvoor geen consensus nodig is en zou het college contact kunnen opnemen met één bewoner, meedelen dat de gemeente zijn grond onderhoudt en vragen wat hij hiervan vindt. Spreker denkt dat met wat extra inspanning alle eigenaren zover kunnen worden gekregen dat zij hieraan willen meewerken, mogelijk met de inzet van de belangengroeperingen. Wat spreker betreft kan de 2 meter gewoon vastgelegd worden. Er is geen enkele belemmering om dat niet te doen.
 
De heer TER SCHURE zegt dat hij niet heeft gehoord wat er tegen is het pad op 2 meter te brengen. Het maakt niet uit of dat betekent ‘van afrastering tot afrastering’, zolang de aanwonenden het maar goed vinden en onderschrijven.
Over het onderhoud en het ontstaan van precedentwerking wil Gemeentebelang nog verder spreken in de fractie.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA niet inziet waarom afgeweken moet worden van de 2 meter. Naar de toekomst toe moet in elk geval geborgd worden dat het pad blijft bestaan en moeten er geen situaties ontstaan zoals eerder met het Scheperspad. Wat betreft het onderhoud geldt voor het CDA hetzelfde. Een van de eigenaren is bereid mee te werken. Een deel van het pad wordt zelfs al onderhouden door de gemeente. Er is één eigenaar die hierin niet wil meewerken en kan wat spreker betreft zelf het onderhoud doen. De rest kan de gemeente overnemen.

De heer G. KREIJKES vraagt of wegen en paden die op de Wegenlegger staan, onderhouden moeten worden door de gemeente.

De heer MEIJERINK zegt dat het proces rondom het Eltapad niet de schoonheidsprijs verdient.
Wat betreft de’ twee meter Eikenpad’ zegt spreker dat dit gewoon zo gedaan moet worden. Er moeten geen ‘Scheperspadtaferelen’ ontstaan. Wat is erop tegen dat de gemeente dit gaat doen?

Mevrouw DEIJK zegt dat ook VVD Lokaal zich afvraagt waarom het zo moeilijk is het Eikenpad mee te nemen. Verder stemt zij in met het raadsvoorstel, met de opmerking dat de gang van zaken rondom het Eltapad niet netjes is verlopen.
 
Wethouder AANSTOOT zegt dat er zwaar ingezet wordt op handhaving van de breedte. Dat is een kwalitatieve verplichting die destijds is overgaan van de voormalige eigenaar naar alle particulieren. Het is jammer dat dit nooit aan de gemeente is doorgegeven. Spreker zegt toe dit punt mee terug te nemen naar het college om te kijken of die kwalitatieve verplichting alsnog opgenomen kan worden.
Er is één eigenaar die zowel bezwaar maakt tegen het onderhoud als tegen openbaarheid van het pad. Volgens spreker zal daarover geen consensus komen. Hij stelt voor dat kleine stukje pad te laten zoals het is en de bank en de afvalbak en de grond daar direct om heen te onderhouden en dat te blijven doen. Een van insprekers zegt dat de rest van het pad door het bos loopt en nauwelijks onderhoud vergt. Spreker zegt dat het dan bij die particulier kan blijven. In de Wegenlegger kan geregeld worden wie onderhoudsplichtig is. Dat hoeft de gemeente niet te zijn.

De heer KLEIN VELDERMAN concludeert dat de gemeente nu al het onderhoud doet en dat zij dat eigenlijk wil blijven doen.
Wethouder AANSTOOT zegt dat hij heeft gezegd alleen het onderhoud te doen van het bankje en de afvalbak.

De heer NIJKAMP vraagt nog een keer goed te kijken naar de onderhoudssituatie. Volgens spreker pleegt de gemeente onderhoud op het terrein van de eigenaar die niet wil meewerken.
Wethouder AANSTOOT zegt dat hij de vraag met betrekking tot het onderhoud mee terug neemt naar het college.
Beantwoording college inzake breedte en onderhoud paden; Wegenlegger

De heer G. KREIJKES zegt bij interruptie dat het volgens de Wegenlegger niet per se nodig is dat het onderhoud bij de gemeente ligt. Spreker vraagt de wethouder daarvan een voorbeeld te geven.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 14 juli 2016.

15. Woonvisie en Nota Woningbouw (opiniërend; Cornelissen)
De heer ALLERSMA spreekt in namens Viverion en De Goede Woning. Beide corporaties zijn op ambtelijk en bestuurlijk niveau betrokken bij de totstandkoming van de Woonvisie en de Nota Woningbouw en hebben meerdere keren hun visie kunnen inbrengen. De input van de corporaties is deels verwerkt in de voorliggende Woonvisie. Aangezien op cruciale onderdelen nog verschil van inzicht bestaat, voelen zij de noodzaak van de gelegenheid gebruik te moeten maken om nogmaals op hoofdlijnen hun visie in te brengen. Dit doen zij mede vanwege het feit dat de corporaties jaarlijks een bod uitbrengen op de Woonvisie, hetgeen leidt tot prestatieafspraken. Zij doen een naar hun inzicht redelijk bod, waarin hun bijdrage aan de volkshuisvestelijke opgave verankerd is.
“Redelijk” vinden De Goede Woning en Viverion in dit opzicht passend bij de lokale en regionale opgave, nu en op de lange termijn. Zij focussen in hun strategie op de bestaande en bovenal betaalbare voorraad en doelen op het onderhouden van en investeren in woningen die zij verhuren aan de primaire doelgroep: de mensen met de laagste inkomens. Zij focussen op de bestaande voorraad, omdat zij in de langetermijnprognoses voorzien dat groei in de gemeente Rijssen-Holten beperkt zal zijn. Zij zien in de focus op groei en het toevoegen van zoveel woningen in de gemeente een risico; elke woning moet immers raak zijn in een regio waar niet lang of zeer beperkt sprake is van groei. Bouwen voor leegstand is voor inwoners, zowel huurders als kopers, een onwenselijke situatie. De corporaties erkennen de unieke situatie in met name Rijssen en zien op Twents niveau een onderscheidende demografische ontwikkeling. Daarom realiseren zij ook, weliswaar op beperkte schaal, nieuwe sociale huurwoningen in de gemeente. Echter, een ambitie om 890 woningen, waarvan een aanzienlijk deel in de sociale (huur-)sector, toe te voegen aan de voorraad in nog geen 10 jaar, is met de huidige prognoses naar hun idee niet passend bij zowel de toekomstige woningmarkt in het algemeen als bij de sociale volkshuisvestelijke opgave in het bijzonder. Zij zijn niet alleen nu verantwoordelijk voor de opgave, maar ook voor die over 50 tot 60 jaar. Een nieuwbouwopgave moet altijd gestoeld zijn op de langetermijnbehoefte. In de visie die voorligt, wordt naar hun mening te veel gefocust op de behoefte op de korte termijn. Daarbij is ook de huidige markt op dit moment redelijk ontspannen te noemen. De wachttijd voor de woningen is, gemiddeld bezien, beperkt; het gaat eerder om maanden dan om jaren.
Vanzelfsprekend zijn de corporaties bereid hun strategie aan te passen als prognoses veranderen. Zij zijn dan ook content met de toezegging van de gemeente om komend half jaar een nieuw woningmarktonderzoek samen met de corporaties uit te voeren. Op de uitkomsten van dit onderzoek kunnen en willen zij niet vooruitlopen. Zij hopen dat de gemeente samen met hen naar aanleiding van dit onderzoek in goede samenspraak met de huurdersorganisaties een gezamenlijke opgave kan bepalen: met aandacht voor alle relevante beleidsvelden in het wonen, kwantitatief en met name kwalitatief, met een gezonde krapte op de markt en met oog voor betaalbare woonlasten voor de mensen die hier nu én straks wonen.

De heer MULLER zegt dat het onderzoeksrapport verschijnt voor de behandeling van de formele vaststelling van de stukken eind november/begin december en daarin meegenomen kan worden. Voorzover spreker weet kan er vervolgens elk jaar een bijstelling plaatsvinden van de aantallen. Hij vraagt of dat een deel van de zorgen van de corporaties wegneemt.
De heer Allersma sprak over de vele woningen op de lange termijn. Er is echter een optie om een aantal woningen te bouwen voor een periode van 25 jaar. Hij vraagt wat de mening van de heer Allersma hierover is.
De heer ALLERSMA zegt op de laatste vraag dat de corporaties onderzoek doen om na te gaan wat er gebouwd kan worden en wat de kosten daarvan zijn. Of dat de helft van de exploitatielasten oplevert, kan spreker niet zeggen.
De planning van het onderzoek ligt later dan het moment waarop de raad oordeelt over de voorliggende stukken. Spreker refereert in dit kader nog aan een onderzoek dat samen met de gemeente is gedaan, waaruit bleek dat de gemeente behoefte had aan twee keer dertig sociale huurwoningen erbij. De planning van de eerste dertig woningen in het Opbroek is inmiddels in gang gezet. Als marktonderzoek aantoont dat het noodzakelijk is, worden er in 2018/2019 opnieuw dertig woningen gepland. In de voorliggende nota gaat het echter om veel meer woningen.

De heer DE KOE zegt dat de gemeente in elk geval tot 2035 te maken heeft met een groeiende behoefte aan woningen. Er moet dus in elk geval iets gerealiseerd worden. Vervolgens vraagt spreker of er rekening is gehouden met de huisvesting van statushouders.
De heer ALLERSMA zegt dat voor instroom van statushouders tot 1 juli ruim voldaan wordt aan de norm. In die situatie is het bij Viverion zo dat iemand die actief woningzoekend is in de kern Rijssen, na 4,9 maanden een woning kan krijgen.

De heer BERKHOFF zegt dat in de Woonvisie een aantal van 890 staat. Hij vraagt of dit een onverantwoord hoog aantal is.
De heer ALLERSMA zegt dat de corporaties het een erg hoog aantal vinden, dat spreker zelf niet zou opnemen.

De heer G. KREIJKES zegt dat Viverion en de Goede Woning geparticipeerd hebben in de totstandkoming van de Woonvisie. Zij zijn vanavond aanwezig, omdat niet alles wat zij in de voorbereiding hebben verwoord, terugzien in de stukken. Spreker is er content mee dat de heer Allersma aangaf dat er nog een onderzoek gaande is. Spreker is van mening dat de statushouders daarin meegenomen moeten worden. De heer Allersma gaf verder aan dat de corporaties een kwalitatief goed product willen neerzetten qua duurzaamheid van de woning. Wat spreker betreft is ook dat een punt dat meegenomen moet worden in de ontwikkelingen. Hij wijst verder nog op de woningbouw uit de jaren zestig/zeventig en vraagt wat met die woningen gedaan wordt. De woningen zijn qua duurzaamheid niet meer van deze tijd.

De heer ALLERSMA zegt dat er op proef een project loopt op Twentse schaal, dat zich richt op de vraag of de corporaties in staat zijn woningen tegen een acceptabele prijs op forse wijze te renoveren naar ‘nul op de meter’.
De heer G. KREIJKES zegt dat hij niet doelde op renoveren, maar op vervanging van woningen door ‘nul-woningen’.

De heer ALLERSMA zegt dat dat op dit moment te ver voert, maar dat hij daarover graag een keer in gesprek zou gaan.
De corporaties gaan samen met de gemeente een onderzoek doen. Spreker pleit ervoor de uitkomsten daarvan af te wachten. Dan is de woningbehoefte duidelijk en kunnen ook kwantiteit en kwaliteit gespecificeerd worden. Dat moet niet nu al vastgelegd worden.

De heer NIJKAMP zegt dat het motto van het CDA is ‘bouwen voor eigen behoefte’. Er is op dit moment met name in Rijssen een tekort aan sociale huurwoningen; er is een wachtlijst van twee jaar. Daar moet iets aan gedaan worden. De migratiecijfers laten zien dat een behoorlijk aantal mensen verhuist naar omliggende gemeenten. De heer Allersma noemde het aantal van 890 erg hoog. Volgens spreker moet juist voor de eerste tien/vijftien jaar in de behoefte voorzien worden.
De heer ALLERSMA vraagt wélke behoefte ingevuld moet worden. Half april is geanalyseerd hoe lang in Rijssen en in Holten de gemiddelde wachttijd is voor een huurwoning. In de periode van toegekende woningen gold voor Rijssen een gemiddelde wachttijd van 4,9 maanden en voor Holten 5,6 maanden. Als mensen echter zeggen dat zij alleen in een bepaalde straat of een bepaalde woning willen wonen, dan moet men soms twee jaar wachten. Het is niet zo dat er een gigantisch tekort is. Hij vindt dat de gemeente voorzichtig aan moet doen en het onderzoek moet afwachten.

De heer NIJKAMP zegt dat hij die twee jaar leest in de nota.
De heer ALLERSMA zegt dat het een nota van de gemeente is en niet van de corporaties.

Eerste termijn
Wethouder CORNELISSEN wijst op het collegevoorstel, waarin staat dat het college heeft besloten beslispunt 2 te laten vervallen: “Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de Woonvisie en de Nota Woningbouw, de Nota Woningbouw 2016 t/m 2020 te hanteren als toetsdocument voor het behandelen van principeverzoeken voor woningbouwplannen.” Ook heeft het college besloten de vaststelling van de Nota Woningbouw en de Woonvisie 2016-2020 te koppelen aan de vaststelling van de Structuurvisie Appartementen Holten. Als dit niet gebeurde en er zou nieuw beleid toegepast worden, zou de gemeente juridisch in een spagaat komen te zitten.

De heer MULLER zegt dat het besluit over de appartementenbouw in Holten bij de bespreking straks anders kan uitpakken dan nu is voorgesteld. Hij vraagt wat dat betekent voor het vaststellen van de Woonvisie.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat de stukken met elkaar verweven zijn. Het college bekijkt aan de hand van de inbreng van de commissie, hoe daarmee omgegaan wordt.

De heer G. KREIJKES wijst erop dat de agendapunten 15 en 16 opiniërend voorliggen en dat er van de raad nog niet wordt gevraagd om besluitvorming. Wat spreker betreft moet rekening gehouden worden met de uitkomst van het onderzoek, zodat de vaststelling van de Nota Woningbouw en de Woonvisie gedaan wordt op basis van de juiste cijfers.
In de Woonvisie staat dat gebouwd wordt voor eigen behoefte. Daarbij is een uitzondering gemaakt voor de Kol; daar wordt gebouwd om de prestatie rond te krijgen. Dat betekent dat de behoefte in Rijssen groter wordt. Spreker maakt in het kader hiervan een koppeling met het volgende agendapunt over de Appartementenvisie Holten. In de kern Holten komen er appartementen, wat vervolgens drukt op de woningaantallen voor de kern Rijssen. Hij wil daarmee niet zeggen dat er geen behoefte is aan appartementen in Holten en wanneer er initiatieven zijn om bepaalde plannen te honoreren, zal de SGP die zeker op hun merites beschouwen. Het kan echter niet zo zijn dat in Rijssen met moeite voldaan kan worden aan de eigen woningbehoefte, waardoor er een negatieve migratie ontstaat, terwijl in Holten veel moeite gedaan moet worden om de woningen vol te krijgen.

De heer BERKHOFF zegt dat het verwarrend is dat er een besluit genomen moet worden over de Woonvisie, terwijl de Ontwerpstructuurvisie Appartementen opiniërend ter bespreking voorligt. Verder moet er nog een onderzoek uitgevoerd worden en zeggen de deskundigen hier dat de woningnood niet zo hoog is als omschreven in de stukken. Spreker is het eens met de heer Kreijkes, dat er gebouwd moet worden voor de eigen behoefte. Het is op dit moment echter niet helder wat de woningbehoefte in Rijssen is.
De VOORZITTER wijst erop dat beide stukken opiniërend voorliggen.

De heer NIJKAMP zegt met betrekking tot de grondgebonden sociale huurwoningen in Rijssen dat bij het CDA het beeld bestaat dat hieraan een tekort is. De inspreker geeft echter een ander beeld. Spreker verzoekt een reactie van de wethouder hierop.
Wat betreft de verdeling Rijssen / Holten is het CDA juist blij met de nota en dat er in totaliteit meer ruimte is. Daarover is ook gesproken met de provincie.
Meerdere fracties hebben vragen gesteld over de bouw van seniorenappartementen. Voor het CDA gaat het om seniorenhuisvesting in zijn totaliteit, ook over grondgebonden seniorenwoningen.
Volgens de analyse verlaat een behoorlijk aantal inwoners de gemeente in verband met het gebrek aan een betaalbare woning. Rijssen-Holten profileert zich als de gemeente met het laagste woonlastenniveau. Spreker wil juist daarop wat meer insteken. Als men kijkt naar het totaal, dus de koopprijs van een woning en de woonlasten, is het beeld wellicht anders ten opzichte van omliggende gemeenten.

Mevrouw DEIJK zegt dat de eerste indruk van de stukken is dat er veel prognoses en voorspellingen zijn gegeven. VVD Lokaal is blij dat er oog is voor de lokale behoefte. Over de Woonvisie stelt zij de volgende vraag. In de inleiding van de Woonvisie staat dat er verbindingen zijn gelegd met de Woonvisie Twente. In de Woonvisie Twente is er aandacht voor de zogenaamde flexibele woonschil. Zij vraagt waarom dit onderwerp niet terugkomt in de voorliggende visie.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA zich aansluit bij de vraag van de heer Nijkamp over een tekort aan grondgebonden sociale huurwoningen.
De PvdA is blij met de voorliggende stukken. Er vindt een evaluatie plaats om de twee jaar. Volgens spreker zit daar ruimte genoeg in om tijdig te kunnen bijsturen als dat nodig is.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang erg blij was met 890 woningen. Met betrekking tot de sociale huurwoningen, waarvoor de woningbouwverenigingen speciale aandacht hebben, had Gemeentebelang niet de indruk dat daarin momenteel veel ruimte was. Het aantal grondgebonden sociale huurwoningen dat gepland is, is niet heel groot. Daar zit volgens Gemeentebelang niet het probleem.
Nadrukkelijk is gesteld dat er nog tijd is om bij te sturen. Het woononderzoek wordt daarbij gebruikt. Daarnaast gaat het om de vraag wat er beslist moet worden en hoe belangrijk dat is. Wat spreker betreft, wordt er nu niet beslist. Toch staat in het stuk dat naar aanleiding van de opinie die de commissie vanavond geeft, de nieuwe concept-woonvisie voorlopig als toetsingskader wordt gebruikt.

De VOORZITTER merkt op dat dit laatste punt door het college is geschrapt.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het aantal van 890 woningen, genoemd in de stukken, voortkomt uit de regionale woonafspraken met de provincie Overijssel, de Twentse gemeenten en de overkoepelende organisatie van woningbouwcorporaties WOON. Daar is consensus geweest over de aantallen, ook over het feit Primos 2013 te hanteren. Rijssen-Holten heeft daarbij de opmerking gemaakt dat er in Primos 2013 nog weinig rekening was gehouden met de toestroom van mensen met een verblijfsvergunning. Bij de afspraken is daarom opgenomen dat over de vergunninghouders apart met de provincie gesproken kan worden. De provincie is daarin kritisch en zal in de totaalafspraken zorgvuldig naar de aantallen kijken.
De gemeente heeft bij de corporaties aangegeven graag gezamenlijk een woonwensenonderzoek te willen doen, maar dat de aantallen die nu in de stukken genoemd zijn, niet ter discussie staan. De discussie gaat wel over het bod dat de corporaties doen, over eventueel het kwalitatief onderzoek naar de behoefte aan sociale huurwoningen en dergelijke.
Het aantal van 890 is opgebouwd uit een deel vervanging, een deel dat al met de provincie was afgesproken en 100 extra woningen in verband met de extra toestroom en het versneld huisvesten van vergunninghouders.
Een punt van discussie was de ‘ontspannen markt’. De gemeente herkent zich daarin niet. Rijssen-Holten heeft op dit moment het laagste langdurige leegstandcijfer op Twents niveau.
Naar aanleiding van wat is gezegd over de wachttijden bij de vergunninghouders, zegt spreker dat de gemeente telkens net het aantal haalt dat zij regulier moet huisvesten. Daarin is het versneld huisvesten niet meegenomen.
Met de provincie is afgesproken dat er elke twee jaar een midterm review plaatsvindt. Ook zal er gekeken worden naar nieuwe Primos-cijfers. Rijssen-Holten heeft met de provincie afgestemd dat zij de vinger wil blijven leggen bij het bouwen voor de lokale behoefte. Zo is het ook opgenomen in de regionale woonvisie.
Het klopt dat de Kol voorrang heeft, wat deels voortkomt uit herstructurering. Spreker is blij met de voortvarendheid waarop de Kol momenteel ingevuld wordt. Dat biedt in het toekomstige traject kansen voor Rijssen. Als de Kol ingevuld is, kan bij de provincie aangetoond worden dat er lokale behoefte ís en blijft.
Er zijn zorgen geuit over het toevoegen van bijvoorbeeld de 100 extra woningen. Voor een deel zijn het woningen die worden omgezet van bijvoorbeeld een maatschappelijke bestemming naar een woonbestemming. Daarnaast doet het college onderzoek naar een aantal nieuwbouwplannen. Het college heeft hierbij ook gekeken naar het risico. Spreker wijst erop dat de Primos-prognose betrekking heeft op 2025 tot 2040, wat inhoudt dat er in die periode in elk geval 255 woningen extra toegevoegd moeten worden. Als er 1% leegstand meer zou ontstaan, is er een totaal leegstand van 2,2%. Bij 1% gaat het om 140 woningen ten opzichte van de totale woningvoorraad. Het college blijft dit monitoren en houdt de vinger aan de pols.
Op de woorden van de heer Nijkamp zegt spreker dat het klopt dat het onderzoek specifiek is gericht op appartementen. Er wordt echter ook gekeken naar grondgebonden woningen. Dat zijn geen grote aantallen, omdat senioren vaak geen tuin willen.
Het migratiesaldo is een lastig discussiepunt, ook met de provincie. Het bouwen op de Kol toont aan dat er een positief migratiesaldo ontstaat. Met het oog daarop wil het college haast maken met woningbouw in Rijssen.
VVD Lokaal sprak over de flexibele schil. Deze wordt ingezet als het de verwachting is dat een gemeente, die nu nog groeit, na 2025 enorm achteruitgaat. Spreker wijst in dit verband op de regionale woonvisie, die is opgebouwd uit een algemeen deel en een parapludeel dat gericht is op bepaalde onderwerpen in bepaalde gemeenten.
 
Tweede termijn
(De heer Kök verlaat de vergadering om 21.40 uur.)


De heer NIJKAMP zegt dat het CDA zich kan vinden in het voorstel na de beantwoording van de vragen door de wethouder. Het CDA gaat ervan uit dat er goed gemonitord wordt en dat het college de vinger aan de pols houdt.
Wat betreft het migratiesaldo zegt spreker dat de gemeente daar op positieve wijze iets aan kan doen. De Kol is daarvan het bewijs.

De heer G. KREIJKES zegt dat hij zeer content is met het antwoord van de wethouder. Hij is ervan overtuigd dat het college op een goede manier in gesprek is met de provincie, zoals ook vorige colleges dat deden, met name als het gaat over de Primos-cijfers. In Holten wordt gebouwd en men ziet dat alles aantrekt. Als industrieterreinen uitgebreid worden, komen de bedrijven. Die kant wil de SGP op. Als er iets meer gas gegeven wordt, komt het voor elkaar.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie blij is met de 890 woningen. In het verleden is de gemeente altijd ambitieus geweest, waarbij zij vaak is afgeremd door de provincie. Spreker is nu echter blij met het resultaat. ‘Bouwen naar behoefte’ wordt op een goede manier ingevuld. Wat dat betreft is hij blij met het antwoord van de wethouder. Hier kan de gemeente mee vooruit.

Mevrouw DEIJK zegt dat de flexibele woonschil is bedoeld om een eventuele teruggang in groei later op te kunnen vangen. Uit de woorden van de inspreker blijkt dat dat ook in Rijssen-Holten het geval is, zodat het volgens VVD Lokaal van belang is dat op te nemen in de woonvisie.

De heer MEIJERINK zegt de PvdA instemt met het voorstel. Het stuk kan de inspraak in.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 zich kan verenigen met het woningbouwprogramma. Het college houdt de vinger aan de pols, maar als blijkt dat de situatie wijzigt, vraagt D66 het college daarover tijdig terug te koppelen.
 
De heer MULLER zegt Gemeentebelang blij is met de Woonvisie en de Nota Woningbouw. Ook is Gemeentebelang blij dat de woningbouwverenigingen laten weten dat er op dit ogenblik geen probleem is met betrekking tot de grondgebonden huurwoningen. Spreker hoopt dat in het onderzoek bevestigd wordt dat het ook in de toekomst zo blijft.

Wethouder CORNELISSEN zegt op de woorden van mevrouw Deijk, dat het college de geschetste situatie niet herkent. De zorg die door de corporaties is uitgesproken, deelt het college niet. Het college concludeert uit de Primos-cijfers dat de aantallen goed onderbouwd zijn. Kijkend naar 2025-2040 en wat Primos dan aan groei laat zien – de 255 woningen – vindt het college dat er voldoende ruimte is. Het college kijkt ook met de corporaties naar het versneld huisvesten van vergunninghouders en naar andere woonvormen, die een kortere afschrijvingstermijn hebben van bijvoorbeeld 25 jaar. Op dat moment wordt bezien of er iets nieuws voor terug moet komen. In die zin heeft de gemeente inderdaad een soort van flexibel instrument.

De VOORZITTER concludeert dat het advies van de commissie positief is. De vaststelling van de woonvisie door de raad gebeurt nadat deze ter inzage heeft gelegen.

16. Ontwerpstructuurvisie appartementen Holten (opiniërend; Cornelissen)
De heer PASTINK, directeur Ten Brinke Groep, spreekt in. Ten Brinke wil maar één ding: gas geven op de woningbouwmarkt. Ten Brinke heeft een plan in het Opbroek, waarover goed overleg is gevoerd met de gemeente. Daarnaast heeft Ten Brinke Vosman in Holten gekocht. Ten Brinke wil graag samen met de gemeente kijken naar een goede invulling. Deze markante positie in Holten verdient een goede uitstraling. Spreker hoopt dat de commissie daarin wil meedenken. Ten Brinke hoeft niet per se appartementen te bouwen, maar wil ook kijken naar grondgebonden woningen. Ten Brinke rekent op de hulp van de commissie.

Eerste termijn
De heer MEIJERINK zegt dat er in Holten initiatieven zijn voor de hoek Waerdenborchstraat/Oranjestraat/H.J. Wansinkstraat. Er is een initiatief voor het terrein van het Groene Kruisgebouw aan de Gaardenstraat. Spreker vraagt wat hiermee is gebeurd.

De heer TER SCHURE zegt dat er in voorliggend stuk drie locaties zijn geselecteerd, waarbij spreker niet begrijpt waarom de locatie stationsomgeving daarvan onderdeel uitmaakt. Er zijn hier onlangs een nieuwe P&R en nieuwe fietsenstallingen gerealiseerd. Spreker hoopt dat de Enkco binnen vijf jaar verdwijnt uit het centrum van Holten. Op die locatie zou een ontwikkeling kunnen plaatsvinden.
Gemeentebelang geeft geen positief advies over voorliggend voorstel. Meerdere kwalitatief goede locaties in Holten worden hiermee gewoon buitenspel gezet, zoals Gaardenstraat, Waterloo-Vlogtman, hoek Oranjestraat en de Kol.

De heer VAN VEEN zegt dat hij zich aansluit bij de woorden van de heer Ter Schure. Wat nu voorligt is te krap; er moeten meerdere locaties onderzocht worden.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA het belangrijk vindt dat er een structuurvisie komt en dat zij het toejuicht dat er 60 appartementen worden gebouwd. Het CDA heeft echter twijfel bij de gemaakte keuze. De locatie Enkco is voor het CDA geen punt van discussie; het is een toplocatie. Bij de locatie spoorzone heeft het CDA echter ernstige bedenkingen. Op de kaart is een redelijk groot gebied aangegeven. In de nota wordt dit echter al verkleind tot de omgeving van de Kandelaar. Wie de situatie aldaar kent, weet dat er van deze locatie bijna niets overblijft.
In de woonvisie staat, zoals geconstateerd is door de makelaars, dat er behoefte is aan appartementen in Holten. Het gaat echter ook om een goede plek, met groen, een groot balkon en goede prijs-/kwaliteitverhouding. Op die manier kijkt het CDA hiernaar en komt tot de conclusie dat de schil vergroot moet worden. De afstand naar het centrum toe is bepalend. In de nota is 500 meter aangegeven, maar die cirkel zou heel goed verkleind kunnen worden.
Spreker doet het voorstel de spoorzone in te wisselen voor het gebied de Gaarden en de Boschkamp. Dat is een beperking van het gebied, maar het biedt meer mogelijkheden en het voldoet aan de woonwens die er is.

De heer HAASE zegt dat het goed is een visie te hebben op toekomstige ontwikkelingen. In de voorliggende visie worden drie specifieke gebieden genoemd binnen een straal van 500 meter naar het centrum. De SGP vraagt zich af of 500 meter een willekeurige afstand is. De visie is gebaseerd op het respondentenonderzoek. Daaruit blijkt echter dat 25% van de respondenten juist aan de rand van het dorp wil wonen en dus met deze visie niet bediend worden.
Er zijn drie specifieke gebieden aangegeven in de visie. Het verbaast de SGP dat de Kol hierin niet is meegenomen. Zij denkt dat een ontwikkeling juist op deze locatie moet plaatsvinden. Verder is het vreemd dat de Enkco wordt genoemd. Wat de SGP betreft kan hier geen sprake van ontwikkeling zijn zolang de Kol niet volgebouwd is.
Gezien de reacties in de commissie, is de vraag of het college niet beter een andere richting moet inslaan en de drie aangewezen gebieden moet loslaten. Spreker vraagt of het niet beter is in elk gebied binnen de kern Holten een gewenst ruimtelijk streefbeeld aan te geven, passend bij de aard en de schaal van dat gebied. Op deze wijze hoeft de raad geen ontwikkelingen, die nu gepland worden, tegen te gaan. Een ontwikkelaar zal niet bouwen voor leegstand. Daarnaast wordt er recht gedaan aan die respondenten die niet in het centrum, maar juist aan de rand van Holten willen wonen.

De heer BERKHOFF zegt dat er een breed onderzoek is geweest en dat het goed is dat nu deze nota voorligt. In het verleden is door de raad echter een inbreidingsnota goedgekeurd. Nu het gaat over seniorenappartementen is de ChristenUnie verbaasd over het feit dat het college dit wil beperken tot drie specifieke locaties. Het is ook vreemd dat de Kol, misschien op een afstand van 600 meter, niet wordt genoemd, terwijl de Enkco wel is ingetekend en hierover nog niets bekend is.

Mevrouw DEIJK zegt dat VVD Lokaal zich aansluit bij de gestelde vragen en benieuwd is naar de reactie van de wethouder.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het ruimtelijk streefbeeld de insteek is geweest voor de locatiekeuze, waarbij de afstand van 500 meter tot het centrum is meegenomen. Als het college op dit moment geen specifieke keuzes maakt, maar aangeeft dat bouw van appartementen breed toegestaan wordt op diverse locaties, dan zullen zich heel veel partijen melden.
Als gekeken wordt naar appartementen en de wensen die naar voren komen, wordt vooral gekeken naar het centrumgebied. In het verleden zijn er verzoeken geweest om zaken te ontwikkelen. Juist voor het centrumgebied heeft het college hiervoor altijd de boot afgehouden en gezegd dat er daarvoor geen ruimte was.
Spreker begrijpt de twijfels van de commissie over het voorstel, maar stelt voor in eerste instantie uit te gaan van de voorgestelde gebieden, waaronder het gebied spoorzone dat in feite één geheel zou moeten vormen met het Enkco-terein. Door nu gebieden aan te wijzen, denkt het college dat partijen in beweging komen, zoals is gebeurd bij de structuurvisie voor het centrum van Rijssen. Als er na een jaar geen schot in de zaak zit, is spreker graag bereid met de commissie in discussie te gaan over uitbreiding van de gebieden en over de vraag waar de grens moet liggen.
Hierbij wil het college bekijken of er een koppeling kan plaatsvinden met het huisvesten van vergunninghouders. Eerder is tegen initiatiefnemers in dit verband gezegd dat het college specifiek naar die locaties wil kijken om te komen tot een businesscase voor grondgebonden woningen. Dit raakt niet direct het contingent van de gemeente, omdat hierover aparte afspraken zijn met de provincie. Spreker herhaalt zijn woorden, dat op het moment dat de locaties vrij gelaten zouden worden, het college vreest dat er morgen heel veel ontwikkelaars op de stoep staan. Dan is het de vraag hoe er uiteindelijk keuzes gemaakt moeten worden.

Tweede termijn
De heer NIJKAMP zegt dat de wethouder veel van de commissie vraagt, omdat een structuurvisie in het algemeen voor een heel lange periode vastgelegd wordt en er bepaalde zaken dichtgetimmerd worden. Als de drie gebieden en de twee sterlocaties worden aangewezen, dan ligt dat vast en kunnen er buiten die gebieden geen seniorenappartementen worden gebouwd. De spoorzone ziet spreker absoluut niet zitten. Dit gebied moet ingewisseld worden voor een gebied met meer potentie. Enerzijds begrijpt spreker de woorden van de wethouder. Anderzijds wil het CDA voorkomen dat locaties verpauperen, zoals de locatie Vosman.
Het CDA wil binnen de fractie nog een keer van gedachten wisselen over deze ontwerpstructuurvisie.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie haar bedenkingen heeft, al begrijpt zij enerzijds de woorden van de wethouder. Wat betreft de spoorzone zegt spreker dat het Enkco-gebied nog helemaal niet aan de orde is. Dan blijft alleen de kom nog over. Als het dan gaat om de afstand van 500 meter tot het centrum, is alles erg beperkt. Hij wil hierover binnen zijn fractie verder spreken.
De heer NIJKAMP zegt bij interruptie dat door middel van de structuurvisie duidelijk gemaakt kan worden wat het college van plan is met de spoorzone in relatie met het Enkco-terrein. In gesprekken met de Enkco kan er op die manier een richting aangegeven worden.

De heer HAASE zegt dat de SGP niet weet wat erop tegen is voor elk gebied een ruimtelijk streefbeeld op te stellen. Voor de kom wordt bijvoorbeeld gesproken over twee tot drie bouwlagen. Als een ruimtelijk streefbeeld goed wordt vastgelegd, zou het ook prima passen in een gebied met veel grondgebonden woningen. De wethouder merkte op dat bij het vrijlaten van locaties, de ontwikkelaars morgen op de stoep zouden staan. Als er echter veel behoefte is, is de vraag waarom dat niet gedaan kan worden. Het is belangrijk te bouwen voor de behoefte.
Ook de SGP wil zich binnen haar fractie hierover nog verder beraden.

De heer TER SCHURE zegt dat het antwoord van de wethouder Gemeentebelang wat betreft de stationsomgeving niet over de streep heeft getrokken. Volgens spreker is het onmogelijk op deze locatie iets te ontwikkelen. Hij vraagt wat erop tegen is dat er een uitruil plaatsvindt.

De heer NIJKAMP vraagt bij interruptie of de heer Ter Schure het met hem eens is de stationsomgeving uit te ruilen voor de Gaarden en de Boschkamp.
De heer TER SCHURE zegt dat dat heel reële opties zijn en dat hij daarop doelt. Kwalitatief zijn het locaties die voor een deel van de doelgroep veel beter geschikt zijn.

De heer MEIJERINK zegt dat het belang van een visie buiten kijf staat. Gezien alles wat er vanavond over dit onderwerp is gezegd en de ideeën die geopperd zijn, lijkt het verstandig dat de wethouder het stuk terugneemt om het in het najaar opnieuw opiniërend te agenderen.

Mevrouw DEIJK zegt dat VVD Lokaal eveneens enigszins kritisch tegenover het stuk staat en het wil bespreken in de fractie.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de heer Haase zich afvroeg waarom er niet gebouwd kan worden als de behoefte in Holten er is. Concreet betekent het dat dat de behoefte van Rijssen gaat opslokken. Het college heeft over Holten gezegd dat alles op slot staat behalve de Kol en dat plannen niet mogen concurreren met de Kol. Voor appartementen wil het college een uitzondering maken en kijkt daarbij wat ruimtelijk wenselijk is en wat passend is. In Holten is in het verleden op een aantal locaties hoog gebouwd. Daarover wordt nu gezegd, kijkend naar de ruimtelijke impact, dat het een verengend effect geeft. Een voorbeeld is de Abraham Berghof.
Spreker begrijpt de woorden van de heer Ter Schure over de stationsomgeving. In het stuk heeft het college daaraan geen hoge aantallen gehangen. Het gaat spreker te ver de stationsomgeving uit te ruilen voor een breder gebied. Hij wil hierover in de commissie de discussie breder voeren en daarbij goede afwegingen kunnen maken. Er zijn momenteel initiatieven bekend, maar er zijn ook andere initiatieven die de commissie niet kent en die zij misschien ook wel belangrijk vindt.

De heer TER SCHURE zegt bij interruptie dat zowel de heer Nijkamp als hijzelf gesproken hebben over kwalitatief goede locaties en dat het niet gaat om bepaalde initiatieven en wie wat waar zou willen doen.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat men bij het uitruilen van gebieden al een bepaald beeld heeft. Spreker vindt dat die afweging breder gemaakt moet worden.
 
De heer NIJKAMP zegt dat het niet zijn bedoeling is te focussen op een bepaalde locatie, maar een gebied aan te wijzen. Voorbeelden daarvan zijn de Boschkamp en de Gaarden, waar op dit moment al seniorenvoorzieningen zijn. Als de wethouder zegt daarover graag een keer te willen discussiëren, neemt spreker dat aanbod graag aan.

Wethouder CORNELISSEN merkt nog op dat er sterlocaties zijn, zoals de locatie rondom de rotonde bij het Klavier. In het centrum liggen daar specifiek nog mogelijkheden tot ontwikkeling.
Spreker heeft de verwachting, kijkend naar genoemd gebieden, dat het niet te beperkt is. Het college stelt voor hiermee een jaar aan het werk te gaan. Als de commissie zegt dat zij eerder een afweging wil maken, dan is dat mogelijk. Het is daarnaast ook belangrijk om vervolggesprekken met partijen te gaan voeren over het feit dat men niet in een bepaald gebied valt. Dat levert automatisch vertraging op. Dat is aan de commissie.

De heer HAASE zegt dat hij het antwoord mist op de vraag wat erop tegen is een ruimtelijk streefbeeld voor meerdere gebieden aan te wijzen, eventueel gekoppeld aan aantallen.
Wethouder CORNELISSEN antwoordt dat, kijkend naar het voorliggend stuk en wat de mening is over de diverse deelgebieden, juist daarin een specifieke keuze is gemaakt, zoals de keuze voor grondgebonden woningen. Daarnaast is de omgeving afgewogen en hoe daar op dit moment de situatie is. Als de heer Haase dat breder en uitgebreider wil bekijken, gaat het richting een bestemmingsplan en een omgevingsplan.

De VOORZITTER concludeert dat de fracties het onderwerp bespreken in de fracties. In de volgende commissievergadering komt de wethouder eventueel op het onderwerp terug.

10.Raadsvoorstel vaststellen bestemmingplan 'Bedrijventerrrein Rijssen, herontwikkeling Molendijk Noord (Cornelissen)
In overleg met de voorzitter is het agendapunt ingetrokken door het college.

17.Stand van zaken project verkoop groenstroken (ovv CDA; Aanstoot)
De heer TE WIERIK zegt dat er een stukje groen ligt tussen de spoorlijn en zijn weiland aan de Deventerweg in Holten. De grond is in 2005 uitgeruild met de NS voor een stukje grond bij het station. Dit stukje groen is nu te koop. Spreker wil dit stukje grond kopen, maar het probleem is dat hij hierbij een schonegrondverklaring wil hebben.
Zijn buurman wil ook een dergelijk stukje grond kopen. Dat is mogelijk voor € 35m². Spreker kan een stukje grond kopen, waarbij hij een schone-grondverklaring wil hebben, voor € 15m².De wethouder wil hier echter niet aan meewerken.
In januari, toen hem bekend werd dat de grond te koop was, werd het bij de buurman aangeboden voor € 35m². Spreker is niet ingelicht over het feit dat hij ook een stukje grond kon kopen, maar kreeg later alsnog te horen dat dit mogelijk was. In de koopovereenkomst stond naast diverse voorwaarden, dat de kosten voor eventuele grondverbetering voor rekening van spreker zouden zijn. Destijds is echter door de voormalige eigenaar de spoorsloot gebruikt als een soort stortplaats. Dat riekt voor spreker naar verontreiniging. Als hij de grond koopt, heeft hij het gevoel dat hij daar een eventuele verontreiniging moet opruimen als besloten wordt bijvoorbeeld een leiding door de grond te leggen. Om die reden wil spreker een schone-grondverklaring hebben. 

De heer MULLER zegt dat er een prijs- en een kwaliteitsrelatie blijkt te zijn. De heer Te Wierik hóeft het stukje grond niet te kopen.
De heer TE WIERIK zegt dat destijds is afgesproken dat alle neuzen dezelfde kant op moest wijzen; iedereen moest kopen of niemand. Het is vreemd dat hij grond kan kopen voor € 15m², terwijl de buurman grond kan kopen voor € 35m².

Eerste termijn
De heer NIJKAMP zegt dat het CDA heeft verzocht om agendering van dit onderwerp om achtergrondinformatie te krijgen over de eerste fase. Het CDA is tevreden met de verstrekte informatie, die gebruikt kan worden als onderbouwing voor de € 100.000 voor de tweede fase.

De heer MULLER vraagt waarom de € 100.000 voor de tweede fase niet direct is meegenomen in de eerste fase.

De heer KEVELAM vraagt het college of het billijk is dat een particulier, die grond aangeboden krijgt om te kopen van de gemeente en het vermoeden heeft dat die grond verontreinigd is, verzoekt om een schonegrondverklaring.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP signalen bereiken vanuit de eerste fase, dat niet alles netjes is afgerond. De SGP stelt voor eerst de eerste fase goed af te ronden. Na een grondige evaluatie kan besloten worden door te gaan met een tweede fase en ook of doorgegaan wordt met dit projectbureau.

Wethouder AANSTOOT zegt op de vraag waarom de middelen voor de tweede fase niet eerder zijn meegenomen, dat het de inschatting is dat er 350 dossiers liggen die niet tot de eerste fase behoren. De eerste fase is zuiver vanaf de tekening bepaald. In het veld constateerde de gemeente echter bepaalde zaken, die zij alsnog in deze tweede fase wil meenemen, daarbij ook uitgaande van het gelijkheidsbeginsel en van het feit dat de gemeente zo goed mogelijk in beeld wil hebben dat eigendom in overeenstemming is met gebruik. Voor een flink aantal stukjes grond, die lopende het project zijn opgemerkt, is dat nog niet het geval.
Er zijn enkele discussiegevallen geweest, waarbij mensen uiteindelijk toch het besluit namen tot koop of huur. Spreker stelt voor de € 100.000 ter beschikking te stellen voor de tweede fase. De eindevaluatie laat, zoals in de stukken staat, niet lang meer op zich wachten. Dat betekent niet dat alle dossiers afgehandeld zijn.
De heer TER KEURS zegt bij interruptie dat de SGP voorstelt met de tweede fase te wachten totdat de eindevaluatie gereed is en dan de € 100.000 beschikbaar te stellen.

Wethouder AANSTOOT zegt in reactie op de inspreker, dat in geen enkel dossier met betrekking tot groenverkoop een schonegrondverklaring is vereist. De gemeente heeft nergens grondonderzoek gedaan en gaat ervan uit dat de grond voldoet aan de kwaliteitseisen. In deze situatie kent spreker geen berichten dat het hier om een voormalige stortplaats of iets dergelijks zou gaan. De gemeente wil dit stukje grond graag verkopen, maar zij ziet niet in waarom hiervoor een schonegrondverklaring afgegeven moet worden.

De heer KEVELAM zegt dat het hier een gedempte spoorsloot betreft, waar een redelijk vermoeden van vervuiling bestaat. Deze situatie moet anders ingeschat worden dan het algemene beleid dat de wethouder verwoordt.
Wethouder AANSTOOT zegt dat hij hierover geen gegevens heeft en geen kwaliteitsoordeel kan geven.

De heer KEVELAM zegt dat de gemeente in dat geval een schonegrondverklaring kan afgeven.
Wethouder AANSTOOT zegt dat de passage over schonegrondverklaring standaard in alle contracten staat. Voor deze situatie maakt spreker geen uitzondering.

De heer NIJKAMP zegt in reactie op de woorden van de heer Ter Keurs, dat het CDA nu voldoende informatie heeft gekregen om door te gaan met de tweede fase. Er waren in de eerste fase veel probleemsituaties, die inmiddels goed zijn opgelost.

De heer TER KEURS vraagt de wethouder of het bezwaarlijk is de tweede fase een aantal weken, wellicht twee maanden, uit te stellen. In die tijd kan men alle informatie goed tot zich nemen om een weloverwogen besluit te kunnen nemen om wel of niet door te gaan met de tweede fase en met dit projectbureau.
Wethouder AANSTOOT zegt dat die ruimte er is, gezien het zomerreces.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie geen signalen meer ontvangt dat er zaken niet goed gaan. Spreker maakt een compliment aan de wethouder dat dit op een goede manier opgepakt is.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang van mening is dat het project niet vertraagd moet worden. Er zijn veel mensen die hebben gehoord dat zij mogelijk in aanmerking komen voor huur of koop en die hiermee willen doorgaan.

De heer DE KOE zegt dat VVD Lokaal wil meegaan met het voorstel van de SGP, zeker na de beantwoording van de wethouder in de tweede termijn. De tweede fase moet niet met een valse start beginnen. Eerst moet een goede evaluatie plaatsvinden en na eventuele aanpassingen kan de tweede ronde opgestart worden.

De heer VAN VEEN zegt dat de mening van D66 is dat doorgegaan kan worden met het project. De gemeente is op de goede weg.

De VOORZITTER rondt het onderwerp af.
Spreker stelt voor te schorsen en de laatste vier agendapunten te behandelen op 4 juli a.s.

De heer NIJKAMP merkt op dat er een aantal mensen op de publieke tribune zit. Deze mensen hebben de hele avond gewacht op de behandeling van een bepaald agendapunt. Spreker stelt voor de vergadering voort te zetten.
De VOORZITTER concludeert dat alle fracties het voorstel van de heer Nijkamp steunen.

11. Raadsvoorstel Vaststellen ontwerp bestemmingplan Buitengebied Holten, Landuwerweg (Cornelissen)
De heer NIJKAMP zegt dat er één zienswijze is ingediend. Er zijn geen inhoudelijke bezwaren om dit plan te realiseren, maar men spreekt de zorg uit over de inpassing. Spreker verzoekt goed te overleggen met de buurt wanneer het tot realisatie van het plan komt. Uit ervaring blijkt dat door goed te overleggen, het indienen van verdere zienswijzen niet nodig is.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang dit voorstel in 2010 steunde en dat zij het op dit moment opnieuw van harte steunt.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel als hamerstuk te behandelen in de raadsvergadering van 14 juli 2016.

12.Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan 'Kern Rijssen-Esstraat 36-38' (Cornelissen)
De heer G. KREIJKES merkt op dat hij de eerdere discussie niet wil herhalen. De standpunten van de SGP zijn bekend met betrekking tot de parkeernorm, maar de SGP wil het plan niet frustreren.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel als hamerstuk te behandelen in de raadsvergadering van 14 juli 2016.

13.Bestemmingsplan woningbouw Essensteeg Dijkerhoek (opiniërend; Cornelissen)
De VOORZITTER constateert dat de commissie positief adviseert over het plan.

14. Herontwikkeling Rozengaarde 79 in Rijssen (opiniërend; Cornelissen)
De heer MULLER vraagt of aan de orde is geweest de horeca te combineren met een terrasfunctie op het Europaplein. Voorts vraagt hij of de 80 meter kelderruimte voldoet voor een horecafunctie.
Het niet meewerken aan een horeca-2 heeft gevolgen voor een mogelijke exploitatie. Spreker vraagt of bekend is wat dit betekent voor de ondernemer en of hij het plan überhaupt nog zal voortzetten.
In de structuurvisie zijn drie locaties gemeld voor horeca-2 en horeca-3. Dat betreft met name horecaconcentratie. Spreker vraagt of het college de mening deelt dat er op ‘een’ specifieke locatie wel mogelijkheden zijn, omdat dat geen centrale locatie hoeft te worden. Verder vraagt hij of horeca op die plek een verrijking voor de functie van het plein is.

De heer TER KEURS zegt dat het college de opinie van de SGP kent inzake de parkeerproblematiek. Ook bij dit plan zijn de baten voor de ontwikkelaar. Dan mogen de parkeerlasten niet afgewenteld worden op de openbare ruimte. Daarin moet een evenwicht gevonden worden. Met deze kanttekeningen wil de SGP dit plan graag verder uitgewerkt zien.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie het eens is met het college over de afwijzing van de horecafunctie.
Ook de ChristenUnie zet vraagtekens bij de parkeernorm. In het stuk staat dat de aanvrager moet aantonen waar de parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Dat wil de ChristenUnie nog afwachten. Voor het overige is zij het eens met het voorstel.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA geen voorstander is van horeca-2 op deze locatie. Zij is kritisch ten aanzien van de gehanteerde parkeernorm op deze plek. Volgens de parkeernota zou er voor kamers een norm gelden van 0,6. Hier is een veel lagere norm gehanteerd. Bij studentenhuisvesting zou uitgegaan kunnen worden van 0,2 of 0,3, maar het is de vraag of er in Rijssen zoveel studentenhuisvesting nodig is. Het CDA wil vasthouden aan de parkeernorm van 0,6. Als de andere bestemming daarbij opgeteld wordt, zou de norm nog veel hoger uitkomen. Spreker verzoekt het college hier kritisch naar te kijken en de oplossing te zoeken in een parkeerfonds of iets dergelijks.

Wethouder CORNELISSEN antwoordt op de vraag van de heer Muller over horeca-2 en horeca-3, dat de keuze is gemaakt in de structuurvisie. Het college vindt toevoeging van horeca op deze locatie geen goede zaak.
De SGP heeft vaker gezegd dat de baten en de lasten bij de ontwikkelaar moeten liggen. Er zijn echter soms situaties waarin er fysiek geen mogelijkheid is voor extra parkeerplaatsen. Over de suggestie van de heer H. Kreijkes, of niet eens nagedacht moet worden over een financiële bijdrage door een initiatiefnemer, zijn volgens spreker de meningen binnen de commissie verdeeld. Na de vakantie komt het college met een notitie om dit onderwerp breed te bespreken met de commissie.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP het ook prima vindt als de lasten bij de ontwikkelaar komen te liggen en de baten bij de gemeente.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij zich enigszins kan vinden in de woorden van de heer Ter Keurs, maar dat de ontwikkelaars daar anders over denken.
Naar aanleiding van opmerkingen over de parkeernorm, zegt spreker dat het college zorgvuldig heeft gekeken naar de oppervlakte en de grootte in deze situatie. Het gaat hier om zogenaamde onzelfstandige kamers. Het is geen woonruimte voor alleen studenten, maar ook voor anderen die weinig eisen stellen aan woonruimte. Hier is een grote vraag naar en spreker niet vreest voor problemen op deze locatie.

De heer MULLER herhaalt zijn vraag of het idee leeft dat een terras aan de voorzijde mogelijk is op het Europaplein.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college dat niet wenselijk vindt op deze locatie.

Tweede termijn
Mevrouw DEIJK zegt dat VVD Lokaal positief is over het plan.

De heer MULLER zegt dat een volwaardig horecabedrijf de kwaliteit van het plein kan verbeteren en een positieve invloed kan hebben op de pleinbeleving.
In de structuurvisie stond over de Rozengaarde en het Europaplein: “Op dit moment is er geen zicht op het verdwijnen van huidige functies. Van een alternatieve invulling is met de huidige inrichting en standpunten ook geen sprake.” Nu is bekend dat er geen sprake is van horecaconcentratie. Het gaat om een individuele horecalocatie op het plein. Dat draagt bij aan de beleving van het plein, volgens de visie van Gemeentebelang.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat dat lastig is. Als een volgende keer een buurman komt met een dergelijk verzoek, vraagt hij zich af of de heer Muller dan nog van mening is dat het college een ander standpunt moet innemen.
Horeca-1 is gewoon mogelijk. De initiatiefnemer wil het gebouw multifunctioneel gaan gebruiken. Het college is van mening dat er voldoende mogelijkheden zijn geboden.

De VOORZITTER sluit het agendapunt af.

18.Actiepuntenlijst
Er zijn geen openstaande actiepunten.

19. Rondvraag
Mevrouw DEIJK zegt dat onder agendapunt 15 de flexibele woonschil ter sprake is gebracht. VVD Lokaal wil dat graag een keer verder in de commissie bediscussiëren. Daarom denkt zij erover dit te agenderen voor de volgende commissievergadering. 

De heer NIJKAMP verzoekt het informatieve stuk over de Stokmansveldweg te agenderen. Het CDA heeft met de eigenaren gesproken en heeft vragen over proces.

20. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.40 uur.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 8 september 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous