Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 8 september 2016

Datum: 08-09-2016Tijd: 19:30 - 20:30Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: P KnopperNotulist: E.J.H. Linssen-NijlandGenodigden: AanwezigNaamSGPG....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 8 september 2016

Datum: 08-09-2016
Tijd: 19:30 - 20:30
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: P Knopper
Notulist: E.J.H. Linssen-Nijland
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPG. Kreijkes, ir. A.S. Haase en J. ter Keurs
CDAH.J. Nijkamp en H. Kreijkes RA CISA
ChristenUnieJ. Berkhoff, N.J. Otten en B.J. Blaazer
GemeentebelangJ. Beunk, J. Kuiper-Ruitenberg en P. Kroeze
PvdAR.W. Meijerink
VVD LokaalR.A. de Koe, E.J.W. Deijk en A.J. Kevelam
D66ir. H. Klein Velderman en J. van Veen
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
Pers2
Publiek17


1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
De heer ZWAVING heeft zich gemeld voor het spreekrecht over agendapunt 10: gebiedsvisie Stokmansveldweg; definitief besluit over ontwikkellocatie 12.

3 Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag van de vergadering van 30 juni 2016
Tekstuele wijziging:
Mevrouw DEIJK van de fractie van VVD Lokaal verzoekt de volgende wijziging aan te brengen in het verslag van de commissie Grondgebied van 30 juni 2016. Hier staat bij de Rondvraag:

"Mevrouw DEIJK zegt dat onder agendapunt 15 de flexibele woonschil ter sprake is gebracht. VVD Lokaal wil dat graag een keer verder in de commissie bediscussiëren en verzoekt dit onderwerp te agenderen voor de volgende commissievergadering."

Hier zou moeten staan:

"Mevrouw DEIJK zegt dat onder agendapunt 15 de flexibele woonschil ter sprake is gebracht. VVD Lokaal wil dat graag een keer verder in de commissie bediscussiëren. Daarom denkt zij erover dit te agenderen voor de volgende commissievergadering."

Het verslag wordt gewijzigd vastgesteld.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.

6 Het bouwen van een groepsaccommodatie aan de Enterveenweg 10 in Rijssen (opiniërend; Cornelissen)
De heer BLAAZER zegt dat de ChristenUnie het een goed plan vindt, ook gelet op de impuls voor het toerisme in Rijssen-Holten. Hij merkt op dat er verschillende aantallen m2 worden genoemd bij het vloer- en grondoppervlak. Spreker gaat ervan uit dat er sprake is van 300 m2 grondoppervlak en dat dat ook in het bestemmingsplan wordt beschreven.
Hij vraagt waarom ‘speelhal’ tussen aanhalingstekens staat en informeert naar de functie.

De heer TER KEURS laat weten dat de SGP het ook een goed plan vindt en er niet afwijzend tegenover staat.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de vraag van de heer Blaazer beantwoord is in het besluit van het college. Het college heeft ‘conform plus’ besloten dat in de aanvraag “speelhal” vervangen moet worden door “speel- en activiteitenvoorziening”, zodat daar geen discussie over hoeft plaats te vinden. Uit de gesprekken met de initiatiefnemers was daar ook geen aanleiding voor. Hij hoopt dat het college hiermee de zorg heeft weggenomen.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie een positieve opinie afgeeft.

7 Raadsvoorstel vaststellen Afvalstoffenverordening 2016 (Aanstoot)
De heer H. KREIJKES refereert aan de discussie over de frequentie van afvalinzameling. In de voorliggende modelverordening komt dit ook weer aan de orde. Hij wijst op de modelverordening van de VNG, waarbij ervoor gekozen kan worden de bevoegdheid voor het bepalen van de frequentie van afvalinzameling bij de raad neer te leggen.
Het CDA is er geen voorstander van deze bevoegdheid bij het college neer te leggen. De fractie wil voorkomen dat het college de besluiten, zonder overleg met de raad, wijzigt.
Hij stelt voor de modelverordening en het besluit hierop aan te passen en vraagt zich af waarom het college de modelverordening van de VNG niet aanhoudt.

Wethouder AANSTOOT zegt dat een aantal bevoegdheden in het uitwerkingsbesluit zijn vastgelegd, zoals de locaties van afvalinzameling, de mate en ook de frequentie van inzameling.
Om praktische redenen heeft het college gemeend de frequentie bevoegdheid te delegeren aan het college.

Tweede termijn
De heer H. KREIJKES is er voorstander van de frequentie bevoegdheid bij de raad te laten en is benieuwd naar de reactie van de andere fracties.

De heren HAASE (SGP) en OTTEN (CU) nemen dit punt mee terug naar de fractie.

De heer MEIJERINK brengt een tussenoplossing in. Hij vindt dat de bevoegdheid bij het college kan blijven, maar mocht de frequentie van inzameling ter discussie komen, dan kan het college ervoor kiezen het stuk opiniërend aan de raad voor te leggen.

De heer KEVELAM informeert naar de koppeling tussen de onderdelen en vraagt of de bevoegdheid geldt voor het gehele plan, of alleen voor de inzamelfrequentie. VVD Lokaal stelt voor de bevoegdheid rondom de frequentie van inzamelen bij de raad neer te leggen en alle technische uitvoerings-onderdelen bij het college.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 niet tegen het delegeren van bevoegdheden aan het college is, maar vindt het beter dat de bevoegdheid rondom de frequentie bij de raad komt te liggen.

De heer BEUNK laat weten dat Gemeentebelang zich erin kan vinden dat alle uitvoeringstaken bij het college komen te liggen. Hij informeert daarbij naar de juridische consequenties voor de raad en vraagt welke procedure moet worden gevolgd wanneer een besluit of de frequentie moet worden gewijzigd.

Wethouder AANSTOOT geeft aan dat er geen sprake is van een koppeling tussen uitvoeringstaken. De raad kan zelf bepalen welke onderdelen in het uitvoeringsbesluit dan wel in de afvalstoffen-verordening worden opgenomen. Het college heeft gemeend ervoor te moeten kiezen zo praktisch mogelijk te werken, door zoveel mogelijk uitvoeringstaken bij het college neer te leggen. Mocht de raad besluiten wijzigingen aan te brengen, dan hoeft de verordening niet opnieuw ter inzage te worden gelegd. Er kan dan worden volstaan met een ambtelijke wijziging.
Mocht de raad het raadsvoorstel willen wijzigen, dan moet dit d.m.v. een amendement gebeuren. Het college kan het raadsvoorstel niet wijzigingen.

De heer H. KREIJKES overweegt een amendement in te dienen.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen Afvalstoffenverordening 2016 als bespreekstuk te behandelen in de raad

8 Het wijzigen van de bestemming op het perceel Postweg 128 in Holten (opiniërend; Cornelissen)
Er worden geen vragen gesteld.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie een positieve opinie afgeeft.

9 Principeverzoek bouw 6 appartementen Oranjestraat 137-139, Rijssen (opiniërend; Cornelissen)
De heer TER KEURS zegt dat de SGP van harte instemt en complimenteert de initiatiefnemer met het oplossen van het parkeerprobleem.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA er positief tegenover staat, vraagt of het zeker is dat de woningen 15 à 20 jaar voor de sociale huursector behouden blijven en of ze niet na 2 jaar worden verkocht. Het CDA wil dit als voorwaarde opnemen. De fractie ziet op deze locatie liever leegstaande winkelpanden dan dit pand.

De heer OTTEN deelt mee dat de ChristenUnie dit een mooi plan vindt, dat een impuls geeft aan het straatbeeld. De fractie is blij met het aanbod in de lagere huurklasse.  

De heer VAN VEEN is verbaasd over het aantal parkeerplaatsen. Het gaat om 6 woningen x 1,25 dus zouden er 7.5 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Dit wordt naar beneden afgerond. Normaal zouden dat er 8 moeten zijn. Hij wijst op de boom die er nu staat, zegt dat die er veilig moet kunnen blijven staan en vraagt zich af of de wortels gecontroleerd zijn, gelet op de te realiseren parkeerplaatsen. Het straatbeeld past volgens hem bij de Oranjestraat.

De heer BEUNK vindt het een kwaliteitsimpuls voor de rand van het centrum. Door parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren wordt heel creatief omgaan met parkeergelegenheid. Wat de sociale huuractiviteit betreft zegt spreker dat dit sec voorbehouden is aan de woningbouwvereniging. Het is geen stringente voorwaarde om de ontwikkeling tegen te gaan. Gemeentebelang deelt deze mening niet. T.a.v. de hoogte moet de indiener zich terdege aan de omgeving conformeren, zodat hierover later geen discussie plaatsvindt.

Mevrouw DEIJK zegt dat VVD Lokaal positief is, ondanks dat de parkeernorm net niet gehaald wordt

Wethouder CORNELISSEN refereert aan de achterliggende stukken, v.w.b. de vraag over de sociale huurcomponent. Een garantie van 15 of 20 jaar wordt niet gegeven. In de anterieure overeenkomst is standaard 10 jaar vastgelegd. Dit is gebruikelijk, ook v.w.b. de afspraken met woningbouwcorporaties. Aan de boom zal voldoende aandacht worden besteed.

Tweede termijn
De heer MEIJERINK sluit zich aan bij de overige fracties en vindt dat het college hier verder mee kan gaan.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA achter dit plan staat.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie een positieve opinie afgeeft.

10 Gebiedsvisie Stokmansveldweg; definitief besluit over ontwikkellocatie 12 (o.v.v. het CDA; Cornelissen)
De heer ZWAVING spreekt, als bewoner van de Stokmansveldweg nr. 17, in namens meerdere bewoners van de Stokmansveldweg, Pelmolenweg, Leijerweerdsdijk en de Wethouder Korteboslaan.
Spreker geeft aan dat het onderwerp ‘Stokmansveld – ontwikkellocatie 12..’ heeft geleid tot veel verdeeldheid en discussie en wordt omgeven door veel onduidelijkheden. Hij geeft aan dat de buurtbewoners blij zijn met het definitieve besluit van het college, zodat het niet verder geëscaleerd is. Ook vindt spreker het fijn dat dit punt geagendeerd staat, zodat het politieke proces nog eens tegen het licht kan worden gehouden.
Spreker zegt dat de buurtbewoners zich over de volgende punten hebben verbaasd:

  • De buurtbewoners zijn wel uitgenodigd om kennis te nemen van de gebiedsvisie en zijn niet op de hoogte gebracht van het feit dat daarop een nogal ingrijpende aanpassing wordt voorgesteld.
  • In deze vergadering wordt een discussie gevoerd over een initiatief, waarvan het bestuursvoorstel aangeeft dat dat nog niet eens getoetst is.
  • Er wordt een gebiedsvisie ontwikkeld met als doel antwoord te kunnen geven op en waar bij de eerste de beste vraag vervolgens niet naar gekeken wordt.

Het is volgens spreker de taak van de politiek om haar functies zo uit te voeren, dat de burger het ook kan begrijpen. Men wil immers niet meten met 2 maten en men wil de ene burger niet anders behandelen dan de andere. Daarvoor is het consequent vasthouden aan de beleidslijn nodig volgens spreker. De raad bepaalt immers, bij meerderheid van stemmen, het beleid inclusief de criteria die daaraan ten grondslag liggen en op enig moment wordt dit beleid van toepassing in de besluitvorming.
Spreker is van mening dat de discussie over Stokmansveld – ontwikkellocatie 12 in een zeer vroeg stadium is verzand in een discussie over aantallen huizen die al dan niet acceptabel zijn. Hij is van mening dat hiermee de verkeerde discussie wordt gevoerd. De discussie had namelijk moeten gaan over de hierover gemaakte afspraken. De vragen hadden dus moeten zijn:

  • Past dit bij het afgesproken beleid.
  • Voldoet dit aan de criteria die wij daarin hebben opgenomen.

Spreker is van mening dat al vanaf de inspraakreactienota van augustus 2014 wordt afgeweken van de beleidslijn. De discussie werd daarbij gaandeweg steeds complexer en voor alle betrokkenen onbegrijpelijk.
Op 10 maart jl. heeft spreker ook ingesproken en toen heeft hij de gemeente gecomplimenteerd met de zeer consistente lijn die is gevolgd:
- Bestemmingsplan wonen 2012
- Inbreidingsbeleid 2013
- Gebiedsvisie Stokmansveld 2014.
Deze stukken zouden een einde moeten maken aan veel onduidelijkheid.

De zaak werd echter onduidelijker dan ooit te voren, omdat verzuimd werd het vastgestelde beleid toe te passen.  De insteek had ook hier moeten zijn:

  • Past dit binnen het afgesproken beleid
  • Voldoet dit aan de criteria die we hebben gesteld.

De onduidelijkheid, de onrust, het onbegrip en de onvrede zijn volgens spreker niet de kernpunten, maar de symptomen. Die symptomen zijn te herleiden tot de kern en dat is het afwijken van het door de raad vastgestelde beleid.

De heer KLEIN VELDERMAN is het met de inspreker eens dat er in de raad gewaakt moet worden voor consistent beleid.

De heer DE KOE is blij met de woorden van de inspreker rondom de vraaggerichte beleidsnota.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA verzocht heeft om agendering, ook gelet op de zeer uitvoerige discussie van 10 maart jl. Naar aanleiding van de opinies uit die vergadering heeft het college een besluit genomen.
De fractie vindt het verstandig om, gelet op de belangen die er spelen, zowel van de initiatiefnemers als de buurtbewoners, dit onderwerp nog eens aan de orde stellen. Overigens is het CDA het eens met het collegestandpunt als het gaat om de interpretatie van het amendement.  Dit wil ze dan ook in de openbaarheid uitspreken. Spreker wijst op de onvrede over de communicatie met buurtbewoners en initiatiefnemers en vraagt de wethouder uit te leggen hoe een en ander is gelopen.

De heer KLEIN VELDERMAN wijst erop dat de belangen van de belanghebbenden in het opiniërende stuk nog niet aan de orde zijn, vandaar dat er ook nog geen sprake was van informatievoorziening. Hij vindt dat het CDA een goed punt maakt, maar denkt dat dit in de verkeerde vergadering wordt behandeld. Spreker is van mening dat dit in het Presidium moet gebeuren en dat daar bepaald moet worden hoe moet worden omgegaan met de informatievoorziening bij opiniërende stukken. Hier dient volgens spreker een zorgvuldige studie mee gemoeid te gaan.

De heer NIJKAMP interrumpeert en zegt dat het niet om een opiniërend stuk gaat, maar om een collegebesluit.

De heer KOE maakt een punt van orde en vraagt waar de commissie over spreekt.

De VOORZITTER zegt dat de heer Nijkamp een reactie vraagt van het college en de fracties.

De heer KLEIN VELDERMAN is van mening dat het gaat om een opiniërend stuk dat wordt voorgelegd aan de commissie.

De heer G. KREIJKES zegt dat de SGP, evenals het CDA, de gevoerde discussie in de commissie niet wil overdoen. Deze discussie ging over de vraag of het amendement in enge of ruime zin moest worden uitgelegd. De SGP heeft steeds gesteld dat het amendement in ruime zin uitgelegd moet worden. Hoewel de uitkomst van de discussie verdeeld was, heeft de voorzitter volgens spreker een duidelijke conclusie getrokken en het college heeft dit geïnterpreteerd als dat er geen breed draagvlak zou zijn om het plan verder uit te werken en dat het amendement in enge zin moet worden gelezen.  De fractie van de SGP blijft bij het standpunt dat het amendement in ruime zin moet worden uitgelegd en in dat opzicht zou het plan verder uitgewerkt kunnen worden aldus spreker.

De heer BERKHOFF is van mening dat het ging om een raadsbreed aangenomen amendement en niet om een opiniërend stuk. De visie is dus aangepast, maar dit is niet voldoende gecommuniceerd richting belanghebbenden en omwonenden. In de toekomst moet het college hier alerter op zijn vindt spreker. De ChristenUnie is het met de SGP eens. Toen het amendement is aangenomen was de strekking daarvan dat er iets meer mogelijk moest zijn dan in de oorspronkelijke visie stond beschreven. Dit is ook tijdens een discussie verwoord. Spreker begrijpt dat het college vindt dat er sprake is van een krappe meerderheid. De ChristenUnie vindt dat er meer mogelijk moet zijn dan nu wordt toegestaan.

De heer BEUNK is blij met de toelichting door het CDA. Het gaat om het proces en de raad moet bij zichzelf te rade gaan of het amendement door het college eng of breed kan worden ingevuld. Dat betekent dus dat de kernpunten goed verwoord moeten zijn. Gemeentebelang trekt zich dat aan. Ze staan achter de uitvoering die het college geeft.

De heer MEIJERINK vindt dat het amendement op twee manieren kan worden uitgelegd. Hij roept daarom op ervoor te zorgen dat een amendement zodanig wordt verwoord, dat deze slechts op een manier kan worden uitgelegd en dat het college ook weet wat ze moet doen als het amendement in meerderheid wordt aangenomen.
Spreker is er blij mee dat het college ervoor heeft gekozen het amendement in enge zin te interpreteren, maar vindt dat tijdens de commissievergadering een andere uitkomst naar voren kwam dan nu door het college aangegeven. Hij wacht de uitslag van een hoofdelijke stemming af.
Het college stelt dat (13-12) een niet breed genoeg draagvlak is en vraagt een toelichting hierop.

Mevrouw DEIJK zegt dat de VVD destijds haar opinie heeft gegeven. Als het college van mening is dat er niet voldoende draagvlak is, dan is dat hun besluit. Daar is voor VVD Lokaal de kous mee af.

Wethouder CORNELISSEN geeft een toelichting op het doorlopen proces: de raad heeft besloten een gebiedsvisie op te stellen. Deze is ter inzage gelegd en hierop zijn zienswijzen ingediend. Op basis daarvan zijn een aantal punten aangepast. Daarna is deze opnieuw aan de raad voorgelegd en is een amendement ingediend over ontwikkellocatie 12. Uiteindelijk is de vraag opiniërend voorgelegd of het amendement in ruime of enge zin moest worden geïnterpreteerd. Hierover heeft een discussie plaatsgevonden. Op 13 mei jl. zijn de fractievoorzitter geconsulteerd en op 19 mei heeft er een gesprek met de initiatiefnemers plaatsgevonden en heeft de portefeuillehouder aangegeven dat het college voornemens was een negatief besluit te nemen. Op 24 mei jl is dit besluit daadwerkelijk genomen. Dit is per brief aan de initiatiefnemers meegedeeld. Daarna heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden en op 26 mei jl. is het besluit van het college gemaild aan de buurtbewoners. Op 27 mei jl. stond er hierover een artikel in Tubantia.

De heer NIJKAMP kan zich vinden in de beantwoording en wijst op de functie van de tam tam wanneer het gaat om communicatie.

De heer KEVELAM refereert aan het feit dat het college 13-12 geen breed draagvlak vindt en vraagt ernaar welk draagvlak het college nastreeft.
Wethouder CORNELISSEN gaat in op de 13-12 situatie en wijst daarbij op de verschuivingen die binnen politieke partijen plaatsvonden, dat zelfs gevolgen voor het draagvlak zou kunnen hebben, door samenvoeging van diverse standpunten. Vandaar dat het college gekozen heeft voor een consultatieronde en dit in haar overwegingen heeft meegenomen.

De heer KLEIN VELDERMAN onderschrijft de woorden van de wethouder. Het tellen van stemmen dient plaats te vinden in de raad en niet in de commissie. Qua communicatie had dit traject beter gekund. Omwonenden waren immers nog niet ingelicht, maar lezen wel de krant. Ook zijn de omwonenden niet geïnformeerd door de initiatiefnemers.

De heer G. KREIJKES wijst erop dat de conclusie van de commissievoorzitter was dat de meerderheid voor een ruime uitleg van het amendement was. Hij begrijpt de woorden van het college dat er geen sprake was van een smal draagvlak en over de schuivende fracties, maar vraagt zich wel af hoe het kan dat het college afwijkt van een conclusie uit de commissie.
De heer CORNELISSEN zegt dat het ging om een principeverzoek, dat anders geïnterpreteerd werd dan de mening van het college. De raad heeft de gebiedsvisie vervolgens geamendeerd. Hij wijst op de consultatie van de fractievoorzitters op 13 mei jl., waarbij ze geconsulteerd zijn over dit onderwerp. Daarbij heeft het college vernomen dat er sprake was van een smal draagvlak en heeft ze besloten vast te houden aan haar eerdere besluit.
De heer G. KREIJKES consulteert zijn fractievoorzitter.

11 Actiepuntenlijst
De VOORZITTER concludeert dat actiepunt 16-23 op de actiepuntenlijst blijft staan en dat de actiepunten 16-21, 16-22 en 16-24 zijn afgehandeld en van de lijst worden verwijderd.

12 Rondvraag
Er worden geen vragen gesteld.

13 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 20.20 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 6 oktober 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous