Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied 9 oktober 2014

Datum: 09-10-2014Tijd: 20:00 - 22:30Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: E.J.H. Linssen-Nijland AanwezigNaamSGPA.J....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied 9 oktober 2014

Datum: 09-10-2014
Tijd: 20:00 - 22:30
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist: E.J.H. Linssen-Nijland
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, R. Jansen, G. Kreijkes, ir. A.S. Haase en J. ter Keurs
CDAH.J. Nijkamp en H. Kreijkes RA CISA
ChristenUnieJ. Berkhoff en B.J. Blaazer
GemeentebelangJ. Beunk, J. Kuiper-Ruitenberg en W.A.J. ter Schure
PvdAJ.J.A. ter Keurst en R.W. Meijerink
VVDF.W. Noordam, E.J.W. Deijk en A.J. Kevelam
Lokaal LiberaalR.A. de Koe, E. Heuver-Harbers en D.J.K. van der Sanden
D66J.B. Emmens
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
OndersteunersJ. van Eck
Publiek18

1 Opening
De voorzitter opent de vergadering en heet allen van harte welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
De heren Harbers en Haase spreken in bij agendapunt 6: gebiedsvisie Stokmansveld.
De heer Veneklaas spreekt namens Camping de Holterberg in op agendapunt 8: krediet aanleg glasvezelnetwerk buitengebied Rijssen, pilot fase 2.

3 Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag commissie Grondgebied 11 september 2014
Naar aanleiding van:
Mevrouw Emmens vraagt of bij het goederenvervoer per spoor ook de trillingen worden gemonitord.
Wethouder AANSTOOT komt hierop terug in een NB.
(De beantwoording is als bijlage 1 toegevoegd aan het verslag.)

De heer TER SCHURE zegt dat Akzo van plan is weer chloortreinen te laten rijden en vraagt de mening van het college hierover.
Wethouder AANSTOOT zegt dat er sprake is van een convenant tussen het rijk en Akzo vanaf 2006, waarbij er ook chloortreinen over het spoor in de gemeente Rijssen-Holten rijden op het moment dat er problemen zijn met de productie in de Botlek of in Delfzijl. Dan worden de veiligheidsregio en de betreffende burgemeesters geïnformeerd.
De heer TER SCHURE zegt dat dit bij Gemeentebelang niet bekend is en zegt zich er zorgen over te maken dat er chloortreinen door de kernen van Rijssen en Holten rijden.

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Er zijn geen mededelingen.

6 Raadsvoorstel vaststellen gebiedsvisie Stokmansveld (Cornelissen)
De heer HARBERS spreekt in als eigenaar van de locatie Stokmansveldweg 9, onderdeel van ontwikkellocatie 12 in de inspraakreactie nota.
Samen met de heer Haase (Stokmansveldweg 9a) heeft hij zijn bezwaren in mei 2014 mondeling kenbaar gemaakt, waarbij ze fysiek een tegenplan met wensen hebben ingediend, waarop de reactie van de gemeente nu verwoord staat in de inspraakreactie-nota.
Hij merkt op dat ze hierna niet één keer zijn benaderd door de gemeente of de ontwikkelaar en dat slechts één politieke partij zelf poolshoogte heeft genomen op zijn erf.
Spreker verwijt de gemeente onzorgvuldig te handelen, gelet op de vorige week toegezonden stukken waarin stond dat op ontwikkellocatie 12, 3 woningen gebouwd mochten worden, waarbij de indruk bestaat dat dit niet onderzocht is, men ook geen beeld heeft waar de kadastrale grens loopt en wie welke rechten heeft.
Spreker refereert aan de gebiedsvisie Stokmansveld en zegt dat het gehele gebied bestemming wonen heeft, waarbij er vanuit gegaan kan worden dat er ook gebouwd mag worden.
Er wordt gesteld dat er sprake is van een cultuurhistorisch gegeven, maar dat bestrijdt spreker. Vijftig jaar geleden bestond dit gebied nog uit weilanden, waar later bebouwing werd toegestaan. Het zogenaamde cultuurhistorisch groen en doorkijkjes bestaat slechts uit een grasveldje met daarom-heen een aangelegde tuin. Hij refereert aan blz. 17 waarin staat dat de Stokmansveldweg en de bomenrij langs het laantje naar de Stokmansveldweg gehandhaafd blijven en zegt dat het bedoelde laantje zijn geasfalteerde oprit is met daarnaast rododendrons en dat de bomen die genoemd worden van zijn buurman zijn en niet bij zijn perceel horen. Een expert heeft daarbij aangegeven dat de bomen uitgegroeid zijn en dat het gevaarlijk is om ze te laten staan.
De historische waarde is niet wetenschappelijk of na historisch onderzoek bewezen. Spreker wijst daarbij op dat men de historie is vergeten bij de ingetekende huizenblokken op het RV terrein en de tennisbaan, waar wel sprake is van historisch groen en op de Molenbeek, al terug te vinden op kaarten uit 1832 die over de tennisbaan richting het RV terrein naar de Regge loopt en hij vraagt zich af waarom dit vergeten wordt. De gemeente heeft belang bij de verplaatsing van deze twee locaties, dus daar moet geld voor gegenereerd worden. Spreker vindt dit een puur economisch belang.
Spreker trekt de volgende conclusies:
- het verhaal en de argumenten van beide stukken zijn broddelwerk;
- de onderbouwing daarin is niet gegrond op enige logica of werkelijkheid;
- er wordt onrechtmatig gehandeld door belangen van burgers niet rechtmatig toe te passen;
- er wordt niet voldaan aan het beleid van de provincie, dat inbreiding voor uitbreiding gaat;
Hij verzoekt de commissie het besluit uit te stellen en een grondig onderzoek uit te laten voeren.

De heer G. KREIJKES vraagt een toelichting op verstrekte aanvullende informatie.
De heer HARBERS gaat in op de 3 ingetekende huizenblokken. Hierover heeft spreker al eerder vragen gesteld. Toen kwam men erachter dat bij de stukken niet de juiste tekening zat.
De heer G. KREIJKES zegt dat hij de juiste tekening alsnog via de griffie heeft ontvangen.

De heer TER KEURST vraagt waarop de heer Harbers baseert dat op zijn en de heer Haases perceel meerdere woningen mogen worden gebouwd dan op dit moment, volgens de nieuwe situatietekening, worden vergund.  
De heer HARBERS wijst op de uitgedeelde stukken en geeft aan dat het weiland eerder al is ingedeeld in kavels met woonbestemming.
De heer TER KEURST wijst op de reactie die het college geeft op de zienswijze, waarin staat dat er sprake is van bewoning binnen de aangegeven bouwblokken, terwijl de heer Harbers zegt dat het hele gebied een woonbestemming heeft.
De heer HARBERS zegt dat dit gebied in het bestemmingsplan een woonbestemming heeft.

De heer HAASE spreekt in. Hij gaat als aanvulling op de woorden van de heer Harbers in op de cultuurhistorische waarde en zegt dat door de heer Ter Horst in 1963 het eerste verzoek is gedaan om op deze locatie een woning te bouwen en het gebied Wethouder Korteboslaan / Stokmansveldweg / Pelmolenweg te mogen ontwikkelen tot een woongebied van 5 kavels aan de Wethouder Korteboslaan. De raad heeft destijds besloten vooronderzoek te doen. In augustus 1966 is het uitgewerkte plan ter visie gelegd met de tekst: ruimte voor luxe bouw ter aansluiting op de bebouwing van de Parkstraat. In september 1966 is aan de heer Ter Horst meegedeeld dat er geen bezwaren waren tegen het plan, waarbij de raad voorstelde het plan ongewijzigd vast te stellen.
Spreker vraagt waarom dit plan in werking is gesteld voor de Stokmansveldweg en de Pelmolenweg en niet voor de Wethouder Korteboslaan? Heeft de heer Ter Horst met de nieuwbouw, bij het omzetten van de agrarische bestemming naar siertuin, gezorgd voor cultuurhistorische waarde? Spreker vindt dat de gemeente op deze manier ook in het Opbroek de cultuurhistorische waarde verkwanselt.

Spreker zegt dat de kreten “Waardevol bosje” en “open veldje” nergens op slaan en zegt dat er met hem geen contact is geweest over de inventarisatie van de beplanting en de open structuur, die in 1966 t/m 1970 is aangelegd door de heer Ter Horst.

Hij denkt dat de beplanting, op een enkele boom na, geen waarde heeft omdat het onderhoud door de vorige eigenaar zeer slecht is uitgevoerd. Het “waardevolle bosje” is volgens spreker niet meer dan 5 grote bomen, een aantal dode lariksen en wat opslag. Hij vraagt zich af voor wie de open ruimte als waardevol moet worden aangeduid, omdat het alleen op de luchtfoto kan worden waargenomen.

Spreker geeft aan dat het huidige bestemmingsplan voor de gehele kavel op dit moment voorziet in wonen en met geen enkele voorziening  als groenbestemming. Het aangelegde groen door de heer Ter Horst wordt nu ineens, als afwijking op het huidige bestemmingsplan, als groen gezien.
Hij gaat in op de ontwikkeling van het plan en zegt dat het ontwikkelde gebied zeer selectief is bekeken.
Spreker merkt op dat, uitgaande van de bestaande bebouwing, op dit moment wordt uitgegaan van een compact erf en dat hierover geen enkele informatie is ingewonnen bij de eigenaren, waar door beide erfdienstbaarheidsrechten zijn gevestigd bij de aankoop van het perceel. Spreker kan zich wel iets voorstellen bij de voorgestelde typologie “compact erf op ruime groene voet”, maar daarbij kunnen ook 3 compacte erven bedacht worden, zodat er 8 of 9 woningen kunnen worden gerealiseerd.
De inspreker wil graag met de gemeente en hun stedenbouwkundig adviseur van gedachten wisselen, om te bezien of er nog meer mogelijkheden zijn, voordat de raad deze visie vastlegt in een raadsbesluit.

De heer BEUNK refereert aan het boekwerk dat spreker aan de fractie heeft laten zien, met daarbij een schets met zo’n 13 of 14 woningen rondom het erf.
In het stuk staat dat 3 woningen kunnen worden toegestaan, maar de insprekers zeggen dat er wel 8 of 9 woningen kunnen worden gerealiseerd en vraagt of het oorspronkelijke plan van 13 of 14 woningen nu is teruggebracht naar 8 of 9 woningen.
De heer HAASE ontkent dit en zegt dat de visie er nog steeds ligt: lintbebouwing langs de Wethouder Korteboslaan en een stuk aan de achterzijde van de Stokmansveldweg. Daarnaast zijn er nog 4 woningen gesitueerd op het erf van de heer Harbers. Hij gaat er nu vanuit dat er 3 woningen op een compact erf gerealiseerd mogen worden. Hij kan zich vinden in een compact erf, maar zegt dat er ook meerdere erven te bedenken zijn, waarover hij en de heer Harbers best willen meedenken. Hij stelt gezamenlijk overleg voor.

De heer BERKHOFF vraagt of de heer Haase kan aangeven hoe vaak overleg met het college of met de ambtenaren heeft plaatsgevonden en merkt op dat de visie er al langer ligt, waarop inspraak mogelijk is geweest. Hij vindt het jammer dat de aanvullende stukken hem laat hebben bereikt, vraagt in hoeverre dit is gecommuniceerd met de insprekers en of de heer Haase weet waarom het voorstel 3 huizen bevat.
De heer HAASE zegt dat er met hem en de heer Harbers niet is gecommuniceerd over de visie. Op de inspreekavond is het plan voorgelegd. Spreker heeft de stukken meegenomen en heeft er een stedenbouwkundige naar laten kijken. Er is vervolgens mondeling bezwaar aangetekend en een tegenplan ingediend. Twee weken geleden hebben insprekers een uitnodigingsbrief ontvangen voor deze commissievergadering, die bij de heer Ten Hove was bezorgd.
Spreker weet niet waarom er in het plan van 3 huizen wordt uitgegaan en zegt dat er ook geen melding van wordt gemaakt in de randvoorwaarden. Er is nu een bouwblok aangegeven waar 3 woningen staan ingetekend.

De VOORZITTER bedankt de insprekers voor hun inbreng.

De heer G. KREIJKES spreekt zijn waardering uit over het feit dat er een gebiedsvisie voorligt, waarom is gevraagd en vindt dat voor de aanvullende stukken van de insprekers meer tijd nodig  is om ze te bestuderen. Hij merkt op dat er over 2 locaties nog gediscussieerd wordt, namelijk ontwikkellocaties 2 en 12 en vraagt of de overige belanghebbenden wel tevreden zijn over de manier waarop het nu verwoord is in de visie. Spreker gaat in op de bezwaren over ontwikkellocatie 2, die hij ook begrijpt en die de aanleiding is geweest voor de voorliggende gebiedsvisie.  Hij wijst erop dat de raad moet toetsen aan RO-aspecten, maar vindt dat er wel ruimhartig mee moet worden omgegaan, mocht er bijvoorbeeld een verzoek komen om een seniorenwoning te realiseren. Dan stelt spreker voor de rooilijn parallel met de Stokmansveldweg te laten lopen, zodat er mogelijkheden gecreëerd worden onder de randvoorwaarden die in de stukken zijn vastgesteld.
Dezelfde ruimhartigheid wil hij ook betrachten voor ontwikkellocatie 12. De SGP heeft zich niet kunnen voorbereiden op de inspraakreactie, die laat hij daarom buiten beschouwing.


De plannen zoals de heren Harbers en Haase ze voorstaan gaan de SGP te ver, omdat deze inbreken op het karakter van de omgeving, maar spreker vraagt zich wel af of er ruimhartiger kan worden omgegaan met het toestaan van het aantal woningen dan nu in de reactienota wordt verwoord.
Hij stelt voor de visie vast te stellen zoals deze voorligt, met dien verstande dat het college nog een keer om tafel gaat met de eigenaren van ontwikkellocatie 12 om te kijken of er wellicht toch meerdere woningen gerealiseerd kunnen worden. Er moet daarbij voor gezorgd worden dat er overeenstemming wordt bereikt.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA ook blij is met de gebiedsvisie en merkt op dat het een kwetsbaar gebied is, waarop veel reacties zijn binnengekomen en waarbij het college met sommige wel en sommige niet meegaat. Over ontwikkellocatie 12 is nu nieuwe informatie beschikbaar gekomen en spreker vraagt hoe het bestemmingsplan uit 1963 zich verhoudt tot het huidige bestemmingsplan.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie vindt dat in de visie de meeste punten goed zijn afgewogen. Hij vraagt om een reactie van het college op beide insprekers en naar het gebrek aan communicatie. Ook hij kan zich nog geen oordeel vormen over de aanvullende stukken  en volgt de gedachtengang van de heer Kreijkes, dat het college met de heren Harbers en Haase overlegt zodat er een plan komt dat past bij de omgeving. Hij kan de suggestie van de heer Haase over de lintbebouwing grotendeels volgen, hoewel hij 14 woningen ook veel vindt. Hij gaat in op locatie 2, pag. 7, reactie 1 over het stuk groen op de hoek van de Stokmansveldweg voor huisnummer 3, dat zo belangrijk zou zijn voor het zicht op de woning en de ruimtelijke beleving. Hij citeert: “De garantie dat dit niet gebeurt is als de gemeente de grond in eigendom heeft, in eigendom krijgt en beheert. In ieder geval blijft dit een voorwaarde om mee te werken aan de wijziging van het bestemmingsplan”. Verder citeert hij: “Bij de verdere uitwerking kan worden bekeken in hoeverre er juridisch een andere mogelijkheid aanwezig is om dit af te dwingen en onder welke voorwaarden dat gebeurt”. Hij vindt dit tegenstrijdig met de eerste zin. Hij citeert: “Om discussies en eventuele handhaving te voorkomen lijkt het in elk geval onverstandig om de grond in eigendom of gebruik van de toekomstige eigenaar van de nieuwe locatie op 2 te geven/te laten”.
Hij gaat verder in op pagina 16, locatie 2, de rooilijn en citeert: “De afstand van de overige gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt minimaal 3 meter, met uitzondering van vergunningsvrije bouwwerken” en vraagt naar de nieuwe wet per 1 november 2014, in relatie tot bouwen op de rooilijn.
Hij vraagt om een toelichting door de portefeuillehouder en zegt dat de ChristenUnie het verder een afgewogen stuk vindt waar ze erg tevreden mee is.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal in grote lijnen blij is met de voorliggende visie en ook blij is met de wijzigingen die zijn aangebracht. Hij sluit zich aan bij de vragen van de heer Berkhoff. Spreker refereert aan ontwikkellocatie 12 en de harde woorden richting het college en ambtenaren van de insprekers de heren Harbers en Haase en vindt het belangrijk dat deze woorden worden toegelicht en ontkracht. Hij vraagt zich daarbij af hoe de situatie is ontstaan op deze ontwikkellocatie. In 1963 is aan het einde van de Wethouder Korteboslaan lintbebouwing toegestaan, maar niet gerealiseerd en spreker vraagt waarom hier nu niet voor is gekozen.

De heer BEUNK geeft aan dat Gemeentebelang het aantal inspraakreacties groot vindt en zich afvraagt wat er aan de hand is: is er slecht voorbereid of is er niet gecommuniceerd?
Hij vraagt zich af of er ingegaan moet worden op de individuele zaken of dat de gebiedsvisie in totaliteit vastgesteld kan worden en concludeert dat het gedeelte van de heren Harbers en Haase een derde van het totale plan behelst. Ook hij is van mening dat er kritisch gekeken moet worden naar het aantal woningen dat hier kan worden toegestaan en vindt het een goede suggestie van de SGP dat het college en de heren Harbers en Haase om tafel gaan om te kijken of er een passend plan kan worden ontwikkeld, zodat er voortgang komt in het totale plan. Gemeentebelang zet wel vraagtekens bij de totale ontwikkeling.

De heer TER KEURST wijst op de woorden van de heer Harbers en vraagt of het klopt dat betrokkenen in de voorbereiding niet zijn gehoord. Hij merkt op dat inbreiding wat de PvdA betreft voor uitbreiding gaat en vraagt of het college bereid is er met de heren Haase en Harbers te komen tot een plan dat voor alle partijen acceptabel is.

De heer KEVELAM zegt dat de VVD de enige partij is geweest die op de ontwikkellocatie 12 is gaan kijken. Hij zegt dat de locatie niet opvalt als je er niet hoeft te zijn. Het is een open gebied, waarvan hij de cultuurhistorische waarde betwijfelt.

De openheid van het gebied is ontstaan doordat de insprekers het gebied als park hebben onderhouden; er is sprake van een goed onderhouden gazon, maar spreker vraagt zich af of gegarandeerd kan worden dat dit gebied ook open blijft. 
Hij gelooft dat als je cultuurhistorie en openheid een lagere waarde toekent dan uit de rapportage naar voren komt, maar wel de bomenrij langs de wethouder Korteboslaan handhaaft als een groenelement in de wijk, meer dan 3 woningen kunnen worden gerealiseerd. Het precieze aantal zal dan moeten blijken. Hij gaat mee in het voorstel van de heer Kreijkes dat de heren Harbers en Haase overleggen met het college hoe een plan met meer dan 3 woningen kan worden ontwikkeld.

Wethouder CORNELISSEN zegt vooraf dat locatie 2 de bestemming ‘wonen landelijk’ heeft, dit geeft een andere beeld dan de bestemming ‘wonen’. Hij weet niet of alle andere indieners van inspraakreacties nu akkoord zijn, maar hij concludeert dat alleen de heren Harbers en Haase nu hebben ingesproken.
De heer KREIJKES vraagt of er geen reacties zijn binnengekomen op de reactienota.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat nu de normale procedure wordt gevolgd. Er komen reactie op voorliggend stuk en deze worden behandeld in de commissie.
De heer KREIJKES zegt dat als betrokkenen niet reageren op de reactienota er vanuit gegaan kan worden dat ze het ermee eens zijn.
Wethouder CORNELISSEN laat deze conclusie aan de heer Kreijkes en legt uit dat het bestemmings-plan in de digitale versie een groot oppervlak wonen kent, waarin de bouwblokken als vlak worden ingekaderd. Bij deze locatie is gekozen voor beperkte bouwblokken. Er is sprake van bouwmogelijkheden binnen een aangegeven bouwblok. Het is gebruikelijk dat wanneer er een gebiedsvisie voor het totale gebied is opgesteld er dan specifiek voor een bepaald gebied een stedenbouwkundige visie wordt gevraagd. Voor deze locatie was in eerste instantie geen ontwikkellocatie aangegeven. Spreker beaamt dat er aanvankelijk een foutieve tekening bij de stukken zat, die omissie is hersteld. De tekening betreft een stedenbouwkundige kijk waar woningen mogelijk zouden kunnen zijn. Hierbij speelt het behouden van karakter een grote rol, waarbij is bepaald welke situatie acceptabel zou kunnen zijn. Daar is de schets met 3 woningen uit voorgekomen. Ten aanzien van de inbreng van de heer Nijkamp zegt sprekers dat is uitgegaan van het bestaande bestemmingsplan. Fracties roepen op om in gesprek te gaan met de heren Harbers en Haase, maar merkt op dat de overige eigenaren dan wellicht ook wel willen overleggen.
De heer TER KEURST merkt op dat andere eigenaren nu niet hebben ingesproken.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat de eigenaren die een inspraakreactie hebben gegeven niet hoeven in te spreken wanneer ze het niet eens zijn met de mening van het college. De commissie zal een oordeel moeten geven over de gebiedsvisie.
Spreker gaat in op locatie 2, aanpassing groen, en zegt het als wenselijk gezien wordt dat genoemde locatie groen blijft, waarbij het belangrijk is dat de voorwaarden goed vastgelegd worden. Als er een bestemmingsplanwijziging aangevraagd wordt voor deze locatie dan is dit een van de voorwaarden die naar voren zal komen.
Spreker bevestigt dat er veranderingen op stapel staan over vergunningsvrije bouwwerken. Het wordt dan lastig om dit tegen te houden. Bij een bestemmingsplanwijziging zal wel naar deze aspecten worden gekeken.
Wat de lintbebouwing aan de wethouder Korteboslaan  betreft zegt hij dat dit is afgewogen in de ruimtelijke visie en dat daarbij is gesteld dat dit geen wenselijke situatie is.
Wat de communicatie betreft biedt hij zijn excuses aan richting de heren Haase en Harbers over de verkeerd bezorgde brieven.

Over locatie 2 is gediscussieerd over de inbreidingslocaties, daarnaast heeft er een inloopavond plaatsgevonden over de gebiedsvisie en kon men inspreken. Dit betekent dat het normale traject doorlopen is volgens spreker. In het voortraject is men niet gehoord omdat bij locatie 12 in de oorspronkelijk gebiedsvisie geen woningen op deze locatie zijn ingepland.
De heer TER KEURST vindt dat alle betrokkenen in de verkennende fase al gehoord moeten worden.
De heer KREIJKES zegt dat dit niet gebruikelijk is.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat de raad gevraagd heeft om een gebiedsvisie. Het voorliggende voorstel is hier een uitwerking van en als de raad vindt dat deze visie niet voldoet dan moet gekeken worden hoe hiermee verder gegaan kan worden.

Tweede termijn
De heer G. KREIJKES gaat in op ontwikkellocatie 12 en concludeert dat het uitgangspunt een compact erf op ruime groene voet is. In het raadsvoorstel staat dat van de gebiedsvisie kan worden afgeweken bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Het lijkt hem goed de gebiedsvisie vast te stellen zoals deze er ligt met dank voor de zaken die toch gerealiseerd zijn. Hij stelt voor dat het college overlegt met de heren Harbers en Haase om ervoor te zorgen dat er ook in de bestemming ‘wonen landelijk’ op die locatie meer mogelijk wordt gemaakt dan nu op tafel ligt. Dit kan dan verwerkt worden in de visie of in het bestemmingsplan.

De heer KEVELAM zegt dat in de gebiedsvisie over locatie 12 staat dat het gaat om een groene enclave met 2 compacte erven met een historisch open en groene ruimte. Hij vindt dat er geen waarde gehecht hoeft te worden aan historisch open en groene ruimte op ontwikkellocatie 12. Dit betekent dat het grasgedeelte van de locatie volledig bestemd kan worden voor wonen, compact erf met ruim groen.

De heer NIJKAMP concludeert uit de beantwoording dat voor locatie 12, op basis van het huidige bestemmingsplan, geen sprake is van extra rechten. Er is niet voor niets gevraagd om een gebiedsvisie, als onderbouwing waarom er sprake kan zijn van inbreiding. Hier wil het CDA ook aan vasthouden. Het gaat erom dat er een visie en onderbouwing ligt waarom het aantal voorgestelde te realiseren woningen kan worden toegestaan.
De heer G. KREIJKES zegt dat de visie van de SGP is dat er meer mogelijk moet zijn op deze locatie.  
De heer NIJKAMP zegt dat het niet gaat om het aantal woningen maar om de onderbouwing van dit aantal, waarbij van belang is hoe het gebied kan worden ingevuld.

De heer BERKHOFF zegt dat in het voorstel staat dat de inspraakreacties slechts deels gehonoreerd kunnen worden en op grond van de onderbouwing in de inspraakreacties  is verdere bebouwing van perceel 12 niet aan de orde op basis van ruimtelijke typering en de aanwezigheid van waardevol groen en bomen. Hij vraagt of, als de commissie nu instemt, ook wordt ingestemd met het voorstel dat er wordt gemaximeerd op 3.
De heer KREIJKES zegt dat de SGP niet instemt met het voorstel aangaande de 3 woningen voor locatie 12. Zijn fractie stemt in met de visie maar vraagt voor ontwikkellocatie 12 een nadere invulling.
De heer BERKHOFF geeft aan dat bij de eerste versie van de gebiedsvisie op deze locatie geen woningen gerealiseerd konden worden en nu 3 of wellicht 6. Dit lijkt willekeurig bepaald en spreker vindt ook dat het college met de heren Harbers en Haase om tafel moet voor een passende invulling. Het aantal woningen maakt daarbij niet zoveel uit, maar daarbij moet wel gekeken worden hoe kan worden voorkomen dat er op de rooilijn wordt gebouwd.
De ChristenUnie stemt in met de visie, maar vraagt een nadere invulling van locatie 12 en hoe er voorkomen kan worden dat er op de rooilijn wordt gebouwd.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal blij is met de verruiming van de gebiedsvisie. Ze kan instemmen met de kanttekening over ontwikkellocatie 2 en sluit zich aan bij de heren Kreijkes en Berkhoff die het college vragen met de heren Harbers en Haase in overleg te treden. Ze stemt in met de gebiedsvisie behoudens ontwikkellocatie 12.

De heer BEUNK merkt op dat dat de discussie zich toespitst op ontwikkellocatie 12. Het blijkt dat hier de bestemming ‘wonen landelijk’ van kracht is. Dit houdt in dat 25% van het perceel mag worden bebouwd met maximaal 350 m2. Hij vraagt of het traject opnieuw doorlopen moet worden of dat het bestemmingsplan kan worden aangepast wanneer meer woningen toegestaan worden.

De heer ter KEURST sluit zich aan bij woorden van de heer G. Kreijkes.

Wethouder CORNELISSEN merkt op dat het te ver gaat om te stellen dat de insteek van de gesprekken over ontwikkellocatie 12 moet zijn dat alle partijen tevreden zijn. Een stedenbouwkundige toetsing en de ruimtelijke kwaliteit moet naar zijn mening de insteek zijn voor een bestemmingsplan-wijziging.
De heer DE KOE zegt dat hij het hiermee eens is en vindt dat het grasland bebouwd kan worden. Het moet landschappelijk wel passen, waarbij hij het aantal woningen niet kan definiëren.
De heer KEVELAM refereert aan de ingetekende woningen op de kaart en zegt dat dit type woningen wat de VVD betreft ook op het overige grasland gerealiseerd kan worden.
De heer VAN ECK bevestigt dat de nieuwe wet per 1 november 2014 van kracht wordt, maar het college heeft de intentie uitgesproken dat ze zoveel mogelijk afstand tot de erfgrens wil handhaven. Er zal geprobeerd worden dit te regelen in het bestemmingsplan, met alle juridische middelen die er zijn. Wethouder CORNELISSEN zegt dat de raad de gebiedsvisie kan amenderen en kan aangeven hoe ze tegen ontwikkellocatie 12 aankijkt.

De VOORZITTER concludeert dat de commissieleden adviseren het raadsvoorstel vaststellen gebiedsvisie Stokmansveldals bespreekstuk te behandelen in de raad.

7 Raadsvoorstel vaststellen uitgangspunten gewijzigde verordening Starterslening (Cornelissen)
De heer VAN DER SANDEN zegt dat Lokaal Liberaal achter de voorgestelde wijzigingen staat en vraagt waarom het college de leeftijdsgrens van 35 jaar hanteert, met als argumentatie dat er geen vragen over gesteld zijn. Hij refereert aan de website starterslening.nl waarbij je bij Rijssen-Holten meteen de leeftijdsgrens in beeld krijgt, terwijl dit bijv. bij de gemeente Hellendoorn niet zo is.

De heer BEUNK gaat in op de kanttekeningen, waarbij onder punt 4 wordt gesproken over de sociale en economische binding. Dit is wettelijk niet toegestaan. Bij veel gemeenten is dit echter wel opgenomen en spreker vraagt zich af of deze gebruikmaken van een uitzonderingsregel.

De heer KEVELAM heeft begrepen dat de rijksoverheid en provincie geen bijdrage meer leveren aan de starterslening en vraagt zich af hoe de gemeente dit dan regelt.

Wethouder CORNELISSEN gaat in op de leeftijdsgrens van 35 jaar en zegt dat de starterslening bedoeld is voor mensen waarbij nog sprake is van een groeipotentie qua inkomen, maar bij wie het inkomen nog niet hoog genoeg is voor het afsluiten van een hypotheek. Tot 35 jaar kan naar de mening van het college nog gesproken worden over starters, maar de raad kan de leeftijdsgrens vaststellen.
De heer VAN DER SANDEN zegt dat de mensen die vlak voor de crisis zijn afgestudeerd veelal geen vast contract hebben gekregen, waardoor ze nauwelijks iets kunnen opbouwen. Deze mensen kunnen wellicht, nu de economie weer aantrekt, wel kopen, dus hij stelt voor de leeftijdsgrens te verruimen omdat, vanwege het feit dat iedereen langer moet doorwerken, toch wel afgelost kan worden.
Wethouder CORNELISSEN wijst erop dat hoe hoger de leeftijdsgrens is hoe minder sprake er is van groeipotentie.  

Ten aanzien van de economische en sociale binding zegt spreker dat de wettelijke eis is gecheckt. Totdat de regeling is gewijzigd staan de bindingseisen bij Rijssen-Holten ook nog op de site.
Hij bevestigt dat de financiële middelen vanuit het rijk zijn stopgezet, maar vanuit de provincie niet. Deze middelen zullen tot medio volgend jaar beschikbaar worden gesteld, tenzij het budget eerder verbruikt is. Dan zal de provincie opnieuw moeten besluiten of ze middelen beschikbaar wil stellen.
Het college stelt voor te starten en bij de raad terug te komen als de financiële situatie verandert, waarbij dan bepaald moet worden of de regeling al dan niet doorgaat. 

De heer VAN DER SANDEN vindt het jammer dat hij geen medestanders heeft om de leeftijdsgrens te verruimen.

De heer KEVELAM stelt voor dat de heer Van der Sanden de vraag aan de commissieleden stelt of ze de leeftijdgrens willen verruimen.

De VOORZITTER zegt dat het voorstel geamendeerd kan worden, zodat blijkt hoe andere fracties er over denken.

De heer BEUNK zegt dat Gemeentebelang de leeftijdsgrens van 35 jaar prima vindt.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststellen uitgangspunten gewijzigde verordening Starterslening als bespreekstuk te behandelen in de raad.

8 Krediet aanleg glasvezelnetwerk buitengebied Rijssen, pilot fase 2 (Cornelissen)
De heer VENEKLAAS spreekt in en zegt dat zijn inspraakreactie in eerste instantie was voorbereid aan de hand van de nog niet gewijzigde plankaart. Toch wil hij de commissieleden laten weten dat een snelle internetverbinding via de glasvezel tegenwoordig een must is voor een recreatiebedrijf. Het probleem is dat gasten vaak over meerdere devices beschikken die een internetaansluiting vereisen. In zijn geval gaat het om 240 campingplaatsen met zo’n 1400 apparaten die een internetaansluiting vragen.
De kabel waardoor het internetverkeer mogelijk gemaakt moet worden was ooit slechts bedoeld voor telefoonverkeer. Het gevolg is dat gasten klagen over trage verbindingen, die soms zo langzaam is dat de apparatuur de verbinding verbreekt.
Hij vraagt daarom er voor te zorgen dat de recreatiebedrijven met voorrang een aansluiting op de glasvezel krijgen, om zo aan de wensen van de moderne gast tegemoet te kunnen komen.

De heer NIJKAMP zegt dat in de begroting 2015 een bedrag is opgenomen om het hele buitengebied van glasvezel te voorzien.
De heer VENEKLAAS is hier niet van op de hoogte, maar is blij dit te horen.

De heer KEVELAM vraagt waarom de notitie intern beraad glasvezel buitengebied bij de stukken zit en hoe er nu wordt omgegaan met de verdere uitrol, inclusief recreatiewoningen, recreatiebedrijven etc. Hier wordt namelijk in de achterliggende stukken niet over gerept. De VVD vindt dat de 500 recreatiewoningen op de Borkeld en de recreatiebedrijven moeten worden meegenomen en dat de eigen bijdrage niet hoger mag zijn dan € 650. Hij wijst erop dat burgemeester Hofland ook aan de bewoners van Dijkerhoek heeft beloofd dat ze ook snel van glasvezel worden voorzien.
De VOORZITTER zegt dat de bedoelde notitie voor kennisgeving kan worden aangenomen.

De heer TER SCHURE zegt dat Gemeentebelang er blij mee is dat de pilot weer van start gaat, waarbij ze voor zo snel mogelijke aansluiting is.
Hij merkt op dat het benodigde aantal aansluitingen volgens een brief aan de bewoners van eind september nog niet is gehaald en vraagt hoeveel dan wel is gehaald.
Spreker sluit zich aan bij de woorden van de heer Kevelam over de maximale bijdrage van € 650 en over het meenemen van de recreatiewoningen en -bedrijven.

Mevrouw EMMENS geeft aan dat D66 voor glasvezel in het buitengebied is en begrijpt dat er een voorstel tot voorfinanciering ligt. Ze vraagt naar de financiële risico’s voor de gemeente; de provincie vergoedt immers maar € 500 per aansluiting.

De heer BLAAZER concludeert dat de gemeente € 200.000 krijgt op het moment dat het netwerk wordt overgedragen aan de exploitant. Hij vraagt of er ook subsidie wordt verleend voor woningen die geen aansluiting krijgen en citeert: “De uitgaven zullen dan evenredig met € 650 per niet aangesloten woning minder worden. Dit kan bij de afrekening van het project duidelijk worden” en merkt op dit een vage omschrijving te vinden.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA het belangrijk vindt dat inwoners en bedrijven de beschikking krijgen over glasvezel.

Wethouder CORNELISSEN komt in een NB terug op de aantallen te halen en gehaalde aansluitingen, en op de risico’s.

NB.: De vraag over te halen en gehaalde aansluitingen is op 22 oktober 2014 als volgt beantwoord:
In fase 2 van de pilot is het minimumpercentage van 60% gehaald. De inschrijvingstermijn is gesloten op 17 oktober 2014.

NB.: De vraag over welke risico's er mogelijk zitten aan de beschikbaarstelling van het gevraagde krediet van 430.000 euro is op 22 oktober 2014 als volgt beantwoord:
Het enige financiële risico dat de gemeente loopt, is dat zij mogelijk BTW af moet dragen over de gemiddelde kosten van werkzaamheden op eigen terrein. Daarover is nog geen definitief uitsluitsel.
De gemeente loopt daarbij maximaal een risico van € 68.250,-, zijnde de eventuele verschuldigde BTW over maximaal 500 aansluitingen.

De heer HAASE heeft buiten de vergadering om vragen gesteld en ook antwoorden gekregen. Hij geeft aan dat de € 650 euro geacht wordt nodig te zijn voor het deel van het netwerk dat op de eigen grond van de belanghebbenden ligt. De provincie verleend subsidie voor de home past aansluitingen, daar waar het netwerk ligt wordt er subsidie verstrekt, er hoeft dus geen abonnement te zijn afgesloten als het netwerk maar beschikbaar is voor het perceel.
Het aantal aansluitingen van 200 is een maximum. Als er minder dan 200 home past aansluitingen zijn dan wordt het aantal subsidies minder, maar hoeven er ook minder kosten te worden gemaakt. De gemeente loopt dus geen risico. Volgens hem heeft inmiddels 60% van de inwoners laten weten deel te nemen aan de pilot.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het kredietvoorstel aanleg glasvezelnet-werk buitengebied Rijssen, pilot 2 als hamerstuk te behandelen in de raad.

9 Actiepuntenlijst
De VOORZITTER concludeert dat alle actiepunten afgehandeld zijn.

10 Rondvraag
Er zijn geen vragen.

11 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.54 uur.



 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 4 december 2014

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous