Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie Grondgebied, vervolg van de vergadering van 22 januari 2015

Datum: 26-01-2015Tijd: 20:00 - 22:30Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: J. van VeldhuizenGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: G.B. Aanstoot-Stam AanwezigNaamSGPA.J....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie Grondgebied, vervolg van de vergadering van 22 januari 2015

Datum: 26-01-2015
Tijd: 20:00 - 22:30
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: J. van Veldhuizen
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist: G.B. Aanstoot-Stam
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, ir. A.S. Haase, J. ter Keurs en G. Kreijkes
CDAH. Kreijkes RA CISA en H.J. Nijkamp
ChristenUnieJ. Berkhoff en B.J. Blaazer
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Beunk en P. Kroeze
PvdAJ.J.A. ter Keurst en R.W. Meijerink
VVDF.W. Noordam, E.J.W. Deijk en A.J. Kevelam
Lokaal LiberaalR.A. de Koe en D.J.K. van der Sanden
D66ir. H. Klein Velderman en J. van Veen
Het collegeA.J. Aanstoot, R.J. Cornelissen
Pers25

 

- Heropening

De VOORZITTER heropent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom.

De burgemeester heeft vanavond nog andere verplichtingen, waardoor agendapunt 11 wordt behandeld voor agendapunt 10.

11. Toetsingskader bijzondere begraafplaats op particuliere grond (opiniërend; Hofland)

Eerste termijn

De heer BLAAZER vraagt wat de aanleiding is geweest om dit punt te agenderen en of hiervoor van iemand een verzoek is ontvangen.

De heren VAN VEEN, TER KEURS en MULLER sluiten zich aan bij de vraag van de ChristenUnie.

De heer TER KEURST vraagt aanvullend daarop of er überhaupt percelen in de gemeente zijn waarop dit van toepassing zou zijn.

Burgemeester HOFLAND zegt dat hiervoor inderdaad belangstelling is geweest en dat er een vraag aan het college is voorgelegd. Het college heeft daarin een richting gekozen en legt die voor aan de commissie. In bijzondere omstandigheden – een nee-tenzij principe – zou aan een daadwerkelijk verzoek tegemoet gekomen kunnen worden. Met inachtneming van alle criteria zijn er in de gemeente wel percelen te vinden die voor inwilliging in aanmerking komen. 

Tweede termijn
De heer NIJKAMP zegt dat het CDA niet direct zit te wachten op dit soort begraafplaatsen. Anderzijds, in heel bijzondere omstandigheden, zou er een afweging gemaakt kunnen worden. In dat geval hoort daar een toetsingskader bij. Het CDA wil de lat zo hoog mogelijk leggen.

De heer TER KEURS zegt dat de SGP evenmin zit te wachten op bijzondere begraafplaatsen her en der om de volgende redenen:

  • Het toewijzen van een bijzondere begraafplaats herbergt een zekere willekeur ondanks de waslijst aan criteria die in het collegevoorstel zijn genoemd.
  • Het is niet duidelijk wanneer zich een unieke en zeer bijzondere situatie voordoet. Spreker vraagt de portefeuillehouder dat te specificeren.
  • In de kanttekeningen bij het voorstel worden drie zaken genoemd die de SGP meeneemt: de gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht en het waarborgen van de grafrust, binnen de gemeente zijn er voldoende mogelijkheden tot begraven van overleden burgers en, erg belangrijk, de SGP voelt zich gesteund in haar bezwaren door het negatief advies van de Inspectierichtlijn Lijkbezorging. Spreker vraagt een reactie op de kanttekeningen.

De heer TER KEURST zegt dat de PvdA zich na de woordvoeringen van SGP en CDA afvraagt of dit überhaupt toegestaan moet worden. Het college kan zeggen ‘wij doen dit niet in Rijssen-Holten’.

De heer KEVELAM zegt hij kan zich situaties kan voorstellen, waarvoor zoiets gevraagd wordt. De wet biedt deze mogelijkheid. Als het past binnen de kaders, dan zal de VVD niet tegenstemmen.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het college geen voorstander is om links en rechts begraafplaatsen te openen. Het nee-tenzij principe is het uitgangspunt, maar onder omstandigheden zou de gemeente kunnen meegaan met een verzoek. Met de voorliggende set regels wil het college er daarom voorzichtig en met oog voor de maatschappelijke ontwikkelingen wel inhoud aan geven.
De kanttekeningen in het voorstel, die de heer Ter Keurs noemde, staan niet ter discussie. De gemeente is verantwoordelijk voor de grafrust. Binnen de gemeenten zijn er begraafplaatsen, maar er kunnen maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven zijn om toch invulling te geven aan een verzoek. Het negatieve advies van de Inspectierichtlijn Lijkbezorging ademt de sfeer uit dat men het op eigen grond begraven sowieso ongewenst vindt. Dat gaat volgens spreker voorbij aan de maatschappelijke ontwikkelingen die gaande zijn.
De aanleiding om dit verzoek voor te leggen aan de commissie is door het college nog niet minutieus onderzocht. Het college verwacht ook niet dat er de eerstkomende jaren een enorme uitbreiding van het aantal begraafplaatsen komt, mocht de commissie de visie van het college delen. Het zal beperkt blijven tot een of hooguit twee begraafplaatsen.

De heer TER KEURST zegt dat tegen iets wat de gemeente eigenlijk ongewenst vindt, nee gezegd moet kunnen worden. De begraafplaatsen in de gemeente zijn uitgebreid en er is voldoende capaciteit voor de komende jaren. Spreker staat niet te popelen om in te stemmen met het voorstel, waardoor een of twee happy few een begraafplaats op eigen grond kunnen realiseren.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang geen probleem heeft met het voorstel, op basis van de voorwaarden en de stellingname van het college van nee-tenzij. 

De heer VAN VEEN zegt dat D66 akkoord gaat met het voorstel en het nee-tenzij principe. Het nadeel is wel dat er regels ingesteld worden om in een heel enkel geval te kunnen optreden.

De heer VAN DER SANDEN zegt dat Lokaal Liberaal vindt dat hiermee zeer terughoudend omgegaan moet worden. Zijn fractie gaat wel akkoord onder de voorwaarde van nee-tenzij. 

De heer BLAAZER zegt dat de ChristenUnie niet instemt met het voorstel, met het oog op de Inspectierichtlijn Lijkbezorging en vanwege het creëren van willekeur.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA zich kan vinden in het voorstel. Wat voorligt zijn voor het CDA de minimale voorwaarden. Zijn fractie steunt het nee-tenzij principe. 

De heer TER KEURST zegt dat de SGP het voorstel niet steunt.

De VOORZITTER zegt dat drie fracties tegen het voorstel zijn, ChristenUnie, SGP en PvdA, en dat vijf fracties voor het voorstel zijn met het principe van nee-tenzij, CDA, Gemeentebelang, Lokaal Liberaal, VVD en D66. Gekeken naar de stemverhouding in de raad adviseert een kleine meerderheid negatief over het voorstel.

10. Raadsvoorstel Instemmen bijdrage realisering aanpassing N35 (Aanstoot)
De heer KREIJKES zegt dat de SGP niet vrolijk wordt van het raadsvoorstel. In de stukken staat dat het college eerder heeft besloten het bedrag ter beschikking te stellen. Informatief heeft het stuk ooit op een agenda gestaan en de raad heeft er nooit een besluit over genomen. Dat gebeurt de eerstvolgende raadsvergadering.
Donderdagmiddag 22 januari kreeg de commissie de informatie dat er ooit bij de bespreking van de meerjarenraming een bedrag voor is geraamd. Ook dat neemt niet weg dat de raad er nooit over gesproken heeft.
Spreker heeft er moeite mee dat bij een begrotingsvergadering besloten wordt tot allerlei bezuinigingen, voor allerlei verenigingen en de zorgsector, terwijl er met voorliggend voorstel € 250.000 weggegeven wordt aan een andere gemeente. De SGP vraagt zich af wat Rijssen-Holten daarvoor, met uitzondering van een veilige verbinding, terugkrijgt en of zij daarover nog mag meedenken of er invloed op heeft. Als het alleen gaat om een veilige verbinding en Rijssen-Holten wordt op een bord genoemd als een van partijen die heeft bijgedragen, dan wordt het volgens spreker een duur bordje.

De heer NIJKAMP zegt dat hij zich aansluit bij de woorden van de heer Kreijkes en dat hij zich eveneens heeft afgevraagd hoe de raad van Rijssen-Holten hierbij betrokken is. Ook de aanvullende informatie overtuigt spreker niet.

De heer BERKHOFF zegt dat hier blijkbaar in een begrotingsvergadering over is gesproken. Het geld is gereserveerd, maar het verbaast spreker dat een duidelijke besluitvorming ontbreekt. Anderzijds is er wel een toezegging gedaan. Spreker verzoekt een toelichting op de besluitvorming.

De heer DE KOE zegt de discussie over de aanleg van een ongelijkvloerse kruising al tijden aan de gang is. Deze kruising zou eerst op een andere manier gefinancierd worden. Spreker was niet op de hoogte van de toegezegde financiële bijdrage, ook al staat het genoemd in de stukken. Enkele jaren geleden is besloten die ongelijkvloerse kruising te schrappen. Spreker wil graag weten wat er in financiële en in inhoudelijke zin veranderd is en waarom er is gekozen deze oplossing op deze manier weer te presenteren.

De heer MULLER zegt dat het Gemeentebelang blijft bevreemden dat nergens een verslag is te vinden, waarin hierover beraadslagingen in een commissie- of raadsvergadering zijn genotuleerd. Ook in vertrouwelijke documenten is hierover niets te vinden. Feit is wel dát de raad is geïnformeerd over het collegebesluit, want het staat in de jaarrekening, en dat de raad heeft ingestemd met de reservering in het Ltvv.
Bij de behandeling in Provinciale Staten en in de Tweede Kamer is gesproken over het belang voor de hele regio en over de bereidheid tot bijdrage vanuit de regio. In moties hierover in de Tweede Kamer wordt gesproken over de regio in zijn totaliteit. In Provinciale Staten is nadrukkelijk de bijdrage van Wierden, Hellendoorn en Rijssen-Holten aan de orde geweest. Spreker pleit niet voor het voorliggende voorstel, maar vindt dat vanuit die invalshoek herkenbaar is dat die bijdragen een grote rol hebben gespeeld in de enorm intensieve lobby van de gedeputeerde richting de Tweede Kamer. Dat is succesvol geweest in een tijd dat er al bezuinigd werd.
Spreker herinnert de SGP eraan dat de heer Slagman als lid van Provinciale Staten hierin zeer stimulerend is geweest. Wellicht kan hij nog enige achtergrondinformatie verstrekken over dit thema.
Het ministerie heeft zijn bijdrage nadrukkelijk gekoppeld aan de toezeggingen van de provincie en vanuit de regio, waarbij de gemeenten Wierden, Rijssen-Holten en Hellendoorn en de Regio Twente. Het is de overtuiging van Gemeentebelang dat het samen optrekken vanuit de regio en de gemeenten effectief is geweest en een voorwaarde was voor het binnengehaalde resultaat. Het is ook in het belang van Rijssen-Holten, dat de N35 maximaal gerealiseerd wordt.
Wat Gemeentebelang betreft wordt de toezegging uit 2009 gestand gedaan. 

De heer G. KREIJKES zegt dat de heer Muller terecht aangeeft dat de raad heeft ingestemd met een reservering van deze gelden. Spreker vraagt de heer Muller of dat wat hem betreft hetzelfde is als akkoord gaan met het vaststellen van dat geld.
De heer Muller heeft met zijn standpunt de zaak enigszins in een ander daglicht gesteld. De SGP neemt die overwegingen zeker mee.

De heer KEVELAM zegt dat de raad nog niet zo lang geleden € 640.000 beschikbaar heeft gesteld voor het laden en lossen voor drie vrachtwagens. Een bijdrage van € 250.000 voor veiligheid en verkeersafwikkeling richting Zwolle vindt spreker in dat opzicht een koopje.
Spreker herinnert zich de afspraken die hierover zijn gemaakt. Het bedrag en de toezegging van het college destijds om hieraan bij te dragen komen bij spreker niet vreemd over. Juist vanwege die toezegging en vanwege de procedure zoals die destijds is gelopen, krabbelt de VVD niet terug. Er is A gezegd. Nu is B aan de beurt.

De heer G. KREIJKES zegt dat het de woorden van het college zijn geweest. Spreker kan zich niet herinneren dat de raad hierover ooit een uitspraak heeft gedaan. 

De heer KEVELAM zegt zich te herinneren dat de € 250.000 ter sprake is geweest en ook de toezegging om hieraan bij te dragen.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het voormalige college heeft gekozen voor deze bijdrage, omdat door de aanleg van een ongelijkvloerse kruising bij de aansluiting Burg. H. Boersingel op de N35 er een veel betere afstroming van het verkeer vanuit Rijssen richting Zwolle plaatsvindt. Dat is altijd de belangrijkste voorwaarde geweest. De totale projectkosten bedragen € 121 miljoen. Daarvan draagt Rijssen-Holten € 250.000 bij. Het getuigt van betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid dat de gemeente oog heeft voor regionale verkeersstructuren.

Het college heeft in 2009 hierover een besluit genomen. In 2012 ontstond er discussie over de aanleg van wel of niet een ongelijkvloerse kruising. In 2013 heeft het college daarover een brief verzonden om te benadrukken dat de bijdrage van € 250.000 gekoppeld werd aan de voorwaarden die eerder waren genoemd, zijnde de ongelijkvloerse kruising, de naamvoering van Rijssen op de verwijsborden, deelname aan de stuurgroep en inspraak bij de inrichting van het weggedeelte richting Rijssen. In deze brief is ook gezegd dat de financiering van alle deelnemende partijen gestand gedaan zou moeten worden: Rijkswaterstaat € 50 miljoen, provincie € 60 miljoen, Regio Twente €10 miljoen, Hellendoorn € 750.000, Wierden € 1 miljoen, Rijssen-Holten € 250.000.
De raad is hiermee geconfronteerd in de voorjaarsnota 2010, waarin deze bijdrage expliciet is genoemd. Er zijn op dat moment twee nieuwe zaken genoemd, die toegevoegd konden worden aan het dekkingsplan van het Ltvv: de bruggen over de Maatgraven in de Morsweg en de verbetering van de aansluiting A35/Burg. H. Boersingel Nijverdal. Spreker kan zich voorstellen dat er toen geen uitvoerige discussie over is geweest. Het is echter wel genoemd in de voorjaarsnota als nieuwe elementen in het dekkingsplan Ltvv.

Tweede termijn
De heer G. KREIJKES zegt dat de antwoorden van de wethouder ook te lezen zijn in de stukken, met uitzondering van wat de wethouder zegt over ‘de confrontatie met dit voornemen’. Op 22 januari 2014 werd de commissie daarover te elfder ure alsnog geïnformeerd. Spreker verzoekt de wethouder antwoord te geven op zijn vraag of de gemeente nog kan meepraten over de aanleg.De wethouder sprak over de regionale verkeersstructuur. Eerder heeft de gemeente in Holten ‘de bocht’ in de Markeloseweg aangelegd, die volgens spreker ook van grote invloed is op de regionale verkeersstructuur. Volgens hem hebben andere gemeenten daaraan geen bijdrage geleverd. Hij vraagt de wethouder nogmaals een reactie te geven op het fenomeen dat Rijssen-Holten meebetaalt aan een kruising in een andere gemeente.
Datgene wat de heer Muller heeft aangedragen over bepaalde procesgangen en over hogere overheden weegt de SGP zeker mee. Rijssen-Holten plukt daarvan ook de vruchten bij andere projecten. Donderdag 22 januari jl. was de SGP van mening dat zij niet zou instemmen met voorliggend voorstel. Die mening is door de woorden van de heer Muller enigszins veranderd. 

De heer NOORDAM vraagt wat de heer Kreijkes probeert te bereiken met zijn woorden.
De heer G. KREIJKES zegt dat het gaat om € 250.000, waarover de raad nog een besluit moet nemen. Spreker heeft in de eerste termijn gevraagd of de raad daarover inderdaad eerder heeft gesproken. Dat was niet het geval. Wel is de raad daarover bij de voorjaarsnota van 2010 geïnformeerd en heeft daarop zijn akkoord gegeven. Dat betrof een raming voor de meerjarenbegroting. Dat betekent niet dat de raad een besluit heeft genomen over de vaststelling van het bedrag.

De heer NOORDAM merkt op dat de raad die begroting heeft vastgesteld.
De heer G. KREIJKES zegt dat het nu niet gaat over een begroting, maar over het nemen van een concreet besluit over een te voteren bedrag. 

De heer NIJKAMP zegt dat hij ervan uitgaat dat de raad bij de vaststelling van de voorjaarsnota 2010 het besluit genomen heeft. In feite krijgt het college daarmee mandaat en zijn er verdere toezeggingen gedaan en zijn er verwachtingen gewekt naar de andere partijen toe. Het CDA zegt ‘afspraak is afspraak’ en wil zich daaraan houden.

De heer BERKHOFF sluit zich aan bij het standpunt van het CDA. De hele systematiek vindt spreker niet passend, maar het zou van onbehoorlijk bestuur getuigen als de raad zich nu terugtrekt. De ChristenUnie stemt in met het voorstel.

De heer G. KREIJJES zegt bij interruptie dat het bedrag in de meerjarenraming is vastgesteld door de raad, maar dat het college het besluit heeft genomen. De SGP is van mening dat instemmen met een raming niet wil zeggen dat de raad ook mee moet gaan in het kader van een stuk begroting. Spreker neemt het punt mee terug naar zijn fractie.

De heer KEVELAM zegt dat het college voor de raad bepaalde zaken uitvoert en o.a. onderhandelt met andere overheden en buurtgemeenten. Dit punt is in 2009 op het pad van het college gekomen en daarover is open transparant gecommuniceerd met de raad. De raad heeft geen ‘nee’ laten horen en het zou van een onbetrouwbare raad getuigen als de raad daarop nu alsnog terugkomt.

De heer G. KREIJKES zegt dat hij ook het punt meeneemt dat de raad geen ‘nee’ heeft laten horen. De raad had daar toen de vinger bij moeten leggen.

De heer MULLER zegt dat in het raadsbesluit van de bestuursrapportage voorjaar 2010 onder punt 6 staat: “in te stemmen met het geactualiseerde model Lange termijn visie verkeer en vervoer”, de Ltvv. Onderdeel van de geactualiseerde Ltvv is de reservering van de € 250.000. Het is daarom nog maar de vraag of er inderdaad niet al over besloten is door de raad.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal inhoudelijk instemt met de komst van de ongelijkvloerse kruising, maar spreker begrijpt anderzijds ook de argumentering van de SGP. Het belang van deze kruising voor Rijssen-Holten vindt spreker echter zodanig groot, ook omdat er diverse andere partijen bij betrokken zijn, dat deze beperkte bijdrage gedaan moet worden. In een eerder stadium is hierover min of meer al besloten.

De heer VAN VEEN zegt dat D66 het voorstel mee terugneemt naar de fractie. D66 vindt het een schoonheidsfoutje dat de raad niet duidelijk wist dat dit geld ging kosten en dat nu het kredietvoorstel voorgelegd wordt. Spreker wil daarop wijzen voor een eventueel volgende keer. 

De heer TER KEURST zegt dat de PvdA het eens is met het voorstel.

Wethouder AANSTOOT zegt dat tot op heden door andere gemeenten geen investeringen gedaan zijn aan zaken zoals de bypass bij Holten. Wellicht opent de voorliggende bijdrage in de toekomst ook andere deuren. Alle bedragen die vanuit de Regio Twente naar Rijssen-Holten zijn gevloeid, hebben volgens spreker te maken met de constructieve opstelling die zij altijd heeft getoond en waarom zij bekend staat. Dat is voldoende waarborg om ook in de toekomst uit de ruif van andere financiers mee te eten.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Instemmen bijdrage realisering aanpassing N35 als bespreekstuk te behandelen in de raad.

12. Notitie principeverzoeken (opiniërend; griffier)
De heer KEVELAM zegt hij zich goed kan vinden in de notitie. In de inleiding wordt gesproken over een positieve uitspraak ‘onder voorwaarden’. In het hoofdstuk Kortom zijn deze voorwaarden niet opgenomen. Spreker verzoekt ook te kijken naar een mogelijkheid om als commissie een principeverzoek al dan niet te accorderen ‘onder voorwaarden’.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 blij is met deze notitie die duidelijkheid schept. D66 wil punt 4 graag nog iets aanscherpen. Naast het behandelen van een principeverzoek, zou er een begeleidend schrijven toegevoegd moeten worden, waaruit blijkt wat de aanvrager gedaan heeft met de suggestie die genoemd is onder punt 3: is er overleg geweest met omwonenden. Op die manier kan de commissie een aanvraag goed behandelen en beoordelen. Uit het verleden zijn er gevallen bekend, waarbij dat nuttig was geweest.

De heer HAASE zegt dat de SGP zich goed kan vinden in de notitie. Er wordt duidelijk uitgesproken dat een ja op een principeverzoek niet automatisch een ja betekent op het definitieve voorstel.
De SGP wil graag antwoord van de opsteller van de notitie op de vraag in hoeverre een principeverzoek besproken moet worden op inhoudelijke details. Spreker roept de discussie in herinnering die is gevoerd over het plan Otje van Potje. Daarbij waren insprekers aanwezig en ging de discussie al heel snel over de details c.q. de niet-ruimtelijke aspecten van het plan. Spreker vraagt vervolgens of het nut heeft om bij een principeverzoek belanghebbenden te laten inspreken, waardoor de verkeerde suggestie wordt gewekt dat de raad hun belangen meeweegt. In de notitie wordt in feite gezegd dat die belangen op een later moment aan de orde komen.

De GRIFFIER zegt dat “onder voorwaarden” terugkomt in de notitie bij “wanneer komt de commissie in beeld”. Als het college een positieve uitspraak doet (al dan niet onder voorwaarden) en het college is niet bevoegd, dan komt het opiniërend naar de commissie toe. Op dat moment kan de commissie een opinie geven over het verzoek en de voorwaarden die gesteld worden.

De heer KEVELAM zegt dat hij met zijn vraag bedoelde of de commíssie in de gelegenheid wordt gesteld om extra voorwaarden te benoemen. 

De GRIFFIER zegt dat dat uiteraard mogelijk is. Een aanvraag wordt aan de commissie voorgelegd om een opinie te krijgen. De commissie kan extra voorwaarden meegeven als een duidelijk signaal richting het college en de aanvrager.

Met betrekking tot het toevoegen van een notitie van de aanvrager om duidelijk te maken dat er is gesproken met omwonenden of belanghebbenden, zegt spreker dat daarover in het verleden is gezegd dat als dit een voorwaarde wordt voor elk principeverzoek, dat er dan veel onnodige onrust en reuring gecreëerd kan worden. Aanvragers willen soms alleen maar even bij het college toetsen of iets mogelijk is of dat iets sowieso uitgesloten is. Spreker kan zich voorstellen, dat op het moment dat plannen aan de commissie voorgelegd worden en dus in de openbaarheid komen, er van de kant van de aanvrager vooraf een signaal moet komen of en hoe er met omwonenden of belanghebbenden is gesproken.
Het plan Otje van Potje was, de lijn volgend van de notitie, te ver uitgewerkt. Eigenlijk lag de principevraag voor: bent u bereid op die plek detailhandel om te zetten naar woningbouw? Als de commissie die vraag met ja had beantwoord, had het college verder kunnen gaan met de aanvrager. Het was enerzijds prettig dat er al een schets voorlag van het plan, maar ook de omwonenden zien die schets als die op de website wordt gezet. Spreker neemt het omwonenden dan niet kwalijk dat zij reageren. Het zou raar zijn als tegen buurtbewoners gezegd wordt dat zij niet kunnen reageren op dat moment, maar dat dat pas later aan de orde komt. Buurtbewoners willen in zo’n geval alle wegen bewandelen.

De heer HAASE zegt dat dat de discussie een beetje vertroebelt. Als een principeverzoek voorligt, zou het college duidelijk moeten aangeven waarover een principebesluit genomen moet worden door de commissie. Dan moet de commissie alleen over dat punt discussiëren en ligt het verzoek helderder in het midden.

De heer DE KOE zegt dat het verzoek van D66 logisch klinkt en soms een toevoeging kan zijn voor de discussie in de commissie. Spreker vraagt zich echter af hoezeer dat het standaardproces doorkruist van de terinzagelegging. Juridisch lijkt het hem niet haalbaar en niet correct dat er dan een notitie van omwonenden toegevoegd moet worden.

De heer KEVELAM zegt dat de suggestie van D66 sympathiek is. Wettelijk kan niet afgedwongen worden dat in dit stadium met de buurt gesproken wordt, maar de aanvrager kan de suggestie gedaan worden om dat wel te doen. Zodra de raad aan bod is in vaststaande situaties en van de ontwikkelaar wordt geëist dat hij moet rapporteren over een overleg met de buurt, wordt het een verplichting om te overleggen. Volgens spreker bijt dat elkaar en kan het dus niet verplicht worden, ook niet bij de behandeling in de commissie. Het is dus een goede suggestie, maar het kan niet een verplicht onderdeel zijn van de commissiebehandeling.

De heer H. KREIJKES zegt dat het CDA zich kan vinden in de suggestie om dat als toevoeging op te nemen. Het moet niet een verplichting zijn, maar de aanvrager moet erop geattendeerd worden, omdat dat problemen kan voorkomen of oplossen met de buurt.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het niet de bedoeling van D66 is om de toevoeging te verplichten. Het college kan richting de raad wel aangeven of er overleg heeft plaatsgevonden en zo ja, wat daarvan de resultaten zijn geweest. Volgens spreker is dat nuttige informatie. 

De heer MULLER wijst op de volgende passage in de notitie: “Wellicht is het een verbetering om de aanvrager vanuit de gemeente de suggestie mee te geven om de omwonenden te informeren”.
Als die suggestie inderdaad wordt meegegeven en het wordt later duidelijk of dat wel of niet gebeurd is, dan voldoet het wat Gemeentebelang betreft aan de verwachtingen. 

De heer BERKHOFF zegt dat hij het opnemen van de suggestie prima vindt. De communicatie is echter in eerste instantie de verantwoordelijkheid van degene die een principeaanvraag indient. Het college moet zich beperken tot het geven van de suggestie om goed te communiceren met omwonenden richting een aanvrager, omdat deze daarvan voordeel kan hebben in het vervolgtraject.

De heer HAASE zegt dat hij zich aansluit bij de woorden van de heer Berkhoff. Bij een principeverzoek gaat het erom of de raad wel of niet instemt met een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling. Op dat moment spelen de belangen van omwonenden nog geen rol. Hij verzoekt de commissie hierop te reageren.

De heer VAN VEEN zegt dat men de neiging heeft om met uitgewerkte plannen te komen. De commissie kan dan al bijna niet meer spreken van een principeverzoek. Het zou duidelijker zijn voor de bevolking en voor de raad, als bij een principeverzoek alleen gevraagd wordt: mag er, zoals bij Otje van Potje, iets anders komen, zoals kantoren of appartementen? Als er dan al over erfgrenzen gesproken wordt en er worden tekeningen toegevoegd, ontstaat er een verwachtingspatroon dat te ver gaat. De commissie moet eerst alleen een principeverzoek behandelen. Daarna komt de uitwerking. Het moet niet andersom gedaan worden.

De heer MULLER vraagt of er binnen de fractie van D66 over dit onderwerp een verdeeld standpunt is.
De heer VAN VEEN zegt dat dat niet het geval is. Ook bij een principeverzoek is het misschien wel aardig dat men tegen de buren zegt wat er gaat gebeuren, maar als de raad spreekt over noaberschap en dat kan in de praktijk toegepast worden, dan moet dat zeker gedaan worden.

De heer MEIJERINK is het eens met de heren Van Veen en Haase. In de beslispunten moet duidelijk omschreven worden wat het exacte verzoek is. Zoals zojuist al is aangegeven, had bij Otje van Potje sec de vraag voorgelegd moeten worden of de commissie instemde met het omzetten van een winkelbestemming naar een woonbestemming. Alleen op die vraag moet de commissie antwoord geven en dan moeten er niet allerlei uitgewerkte plannen voorgelegd worden. Op die manier blijft de discussie zuiver. In principe is er in dat stadium nog geen rol voor omwonenden, maar niemand verbiedt het een ontwikkelaar omwonenden van zijn plannen op de hoogte te stellen.

De heer BERKHOFF zegt dat de commissie zich zelf de discipline moet opleggen om niet te vragen naar details als een principeverzoek wordt voorgelegd. De commissie moet zich beperken tot een besluit zoals bij Otje van Potje over het omzetten van detailhandel tot woningbouw. 

De heer MEIJERINK zegt dat hij het daarmee zeer eens is. De commissie wordt daarbij geholpen wanneer er niet van die prachtige tekeningen bijgevoegd worden. De commissie is er zelf schuldig aan door daar in het geval van Otje van Potje in mee te gaan. 

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de notitie houvast geeft aan het college. Spreker heeft wat moeite met opmerkingen die gemaakt zijn over uitgewerkte plannen. Als de commissie aangeeft dat zij een bepaalde ontwikkeling wel wil, is het uiteindelijk voor risico van de aanvrager in hoeverre hij dat wil doen. Als een initiatiefnemer gaat praten met zijn buren, wil men meestal als eerste weten hoe het plan eruit komt te zien en kan er vaak al wat spanning worden weggenomen. In de casus Otje van Potje werd het geven van duidelijkheid een bespreekstuk tussen de buurtbewoners en de ontwikkelaar. Dat gaf de commissie de mogelijkheid om op basis daarvan haar afwegingen te maken. Duidelijk is dat die verantwoordelijkheid bij de ontwikkelaar ligt. Het college maakt dat ook duidelijk richting een ontwikkelaar. Als er draagvlak in de buurt is, kan een ontwikkelaar veel beter met zijn initiatieven naar de raad toe komen. Het college zal dat op die manier blijven zeggen. Spreker pleit ervoor dat niet zozeer op te nemen in de notitie, maar vindt het een prima vraag die de commissie kan stellen aan de initiatiefnemer. Vaak wil een initiatiefnemer eerst weten hoe het college oordeelt over een plan en zit er tijd tussen het moment dat het gepubliceerd wordt. Meestal neemt men die tijd om met de buurt te gaan praten. Als het college al negatief heeft geoordeeld, heeft een eerder gesprek geen zin.
Wat betreft het plan Otje van Potje had het college inderdaad alleen de vraag voor kunnen leggen of de commissie instemde met omzetting van detailhandel naar woningbouw. Het nadeel daarvan was geweest dat de commissie had kunnen zeggen dat zij positief was over het plan, waarna het uitgewerkte plan iets verder in de tijd alsnog voorgelegd zou worden. Spreker merkt juist in gesprekken met buurtbewoners en in de organisatie dat het soms beter is een meer uitgewerkte tekening te tonen. In het geval van Otje van Potje ging het om zeer uitgebreide schetsen, maar meestal gaat het om globale schetsen. Spreker wil niet de voorwaarde stellen dat er geen tekeningen bij een principeverzoek gevoegd mogen worden, die een soort van visualisatie geven. Het kan de commissie helpen een afweging te maken. 

De heer KEVELAM vraagt wat de kern is van de woorden van de wethouder.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het niet verboden moet worden om een tekening bij de stukken van een principeverzoek aan te bieden. De vraag of er met de buurt gesproken is, kan een vraag zijn die de commissie als eerste stelt aan de initiatiefnemers.

De heer VAN VEEN interrumpeert de wethouder en vindt dat de denkfout is dat er bij een principeverzoek geen kaders worden aangegeven over hoogtes en afstanden en dergelijke. Dat bepaalt de ontwikkelaar die de tekeningen maakt. Dat is gebeurd bij Otje van Potje, waar op de erfgrens een hoge muur was aangegeven, waar nu een garage is van 2,5 meter. Een principeverzoek houdt in: wil men meewerken aan het omzetten van detailhandel in appartementen? Daarna worden de stedenbouwkundige uitgangspunten bepaald. 

De GRIFFIER concludeert dat het in de praktijk soms lastig zal blijven. De notitie is helder en biedt een goede leidraad voor de ambtelijke organisatie en het college om de afweging te kunnen maken op welk moment zij naar de commissie of de raad toe komen. Het is vervolgens aan de commissie om zichzelf in acht te nemen bij eventuele insprekers.

De heer MEIJERINK vraagt of de notitie nog wordt aangepast op wat vanavond is gezegd.

De GRIFFIER zegt dat hij geen concrete aanpassingen heeft gehoord, met uitzondering van het voorstel van D66. Spreker concludeert dat daarover in meerderheid wordt gezegd dat het prima is als het als suggestie meegegeven wordt aan de aanvrager, maar dat het niet als verplichting opgenomen moet worden.

De heer MEIJERINK zegt dat hij proefde van een aantal fracties dat een principeverzoek heel basic gehouden zou moeten worden. 

De GRIFFIER zegt dat hij daarover begrepen heeft dat het prettig is als in een voorstel van het college duidelijk omschreven staat waarover de opinie van de commissie wordt gevraagd. Als helder is dat het gaat om bijvoorbeeld de omzetting van een bestemming, is het prima dat daar een schets bij zit als achtergrondinformatie. De commissie weet dat zij daarover op dat moment geen opinie hoeft te geven.

De heer HAASE zegt dat hij graag ziet dat richting insprekers wordt aangegeven wat op dat moment de status van hun inspraak is, zodat er geen verkeerde suggesties worden gewekt en duidelijk is dat de feitelijke belangenafweging op een later moment in de raad aan de orde komt. 

De GRIFFIER zegt dat hij dat een inspreker wil meedelen op het moment dat hij zich aanmeldt. Er ligt volgens spreker hier ook een taak voor de commissie om dat toe te lichten bij de reactie op de insprekers.

De heer KEVELAM zegt dat de heer Van Veen opmerkte dat de commissie zich in eerste instantie moet beperken tot bijvoorbeeld de omzetting van een bestemming en dat daarna de voorwaarden bepaald moeten worden voor de bebouwing. Dat is de meest zuivere procedure, maar de vraag is wie bouwhoogtes en dergelijke bepaalt. Is het de commissie die de voorwaarden stelt of wordt het voorbereid door de ambtelijke organisatie en het college?
De GRIFFIER zegt dat de raad die zaken uiteindelijk bepaalt bij de vaststelling van het bestemmingsplan. In die zin kan ook bij de behandeling van een principeverzoek de bouwhoogte al onderwerp zijn van bespreking, want het is nogal een verschil om iets toe te staan van bijvoorbeeld drie meter hoog of van dertig meter hoog. Dan gaat het niet alleen over bestemming, maar ook over bouwmassa. Het gaat dus niet alleen om een functiewijziging. Bij een principeverzoek gaat het volgens spreker om een aanvrager die iets wil realiseren op een bepaalde locatie en hoe dat er exact uit komt te zien is nog niet duidelijk, maar wel dat het gaat om bijvoorbeeld woningen. In dat geval kan gesproken worden over bouwhoogtes en aantallen en dergelijke. Hoe het er precies uit komt te zien, vergt nadere uitwerking. Alles wat als kaders in een bestemmingsplan wordt opgenomen, zoals gebruik, hoogte, bouwmassa, zou je in feite bij een principeverzoek al helder moeten hebben.

Wethouder CORNELISSEN sluit zich daarbij aan. Als die eisen en voorwaarden niet worden gesteld, wordt het proces opgerekt en heeft men geen idee wat uiteindelijk gerealiseerd mag worden.

De heer MEIJERINK zegt dat het gevaar blijft bestaan dat men te veel in details treedt. Juist dat wil de commissie voorkomen. Wellicht moet het radicaal anders en moet de raad de besluiten nemen bij de daadwerkelijke bestemmingswijziging. Dat zijn dan zaken als hoogtes, hoeveelheid enzovoort. 

De VOORZITTER stelt vast dat het soms moeilijk zal blijven. Spreker constateert dat iedereen zich in grote lijnen kan vinden in de notitie.

13. Actiepuntenlijst commissie Grondgebied 22 januari 2015
De drie actiepunten zijn afgehandeld.

14. Rondvraag
De heer MULLER zegt dat de TC Tubantia met betrekking tot sociale huurwoningen berichtte over oplopende wachttijden als gevolg van de huisvestingsplicht voor statushouders. Voorzover Gemeentebelang bekend, was in 2014 de taakstelling het leveren van 30 adequate woonruimten, in de praktijk “woningen”, en geldt voor 2015 de leverplicht van 57 wooneenheden. Spreker stelt hierover de volgende vragen aan het college:

  • Is er inderdaad sprake van oplopende wachtlijsten en zo ja, met welk effect voor de wachttijden, nu en voor komende jaren? De vluchtelingenstroom naar Nederland zal zeker niet stoppen.
  • Zijn er mogelijkheden voor de woningbouwverenigingen om aan de extra, en misschien tijdelijke, vraag te voldoen door aanvullende, tijdelijke huisvesting aan te bieden? Tijdelijke huisvesting vanwege de onzekerheden en de werkelijke woonbehoefte van deze doelgroep. Tijdelijke huisvesting verlaagt de investering en verhoogt daardoor de bereidheid tot deelname van de woningbouwverenigingen, die normaliter op huisvesting na 40 of 50 jaar afschrijven. Voor flexibele nieuwbouw en voor nieuwbouw van eventueel leegstaande panden zijn er inderdaad diverse procedures ontwikkeld.
    Wethouder CORNELISSEN zegt dat de heer Muller spreekt over wooneenheden. In de taakstelling gaat het over personen. Voor 2014 ging het om 36 personen. Voor 2015 is de taakstelling voor de eerste helft alsmede voor de tweede helft van het jaar 31.

Er is een toestroom te constateren; van 36 naar 62 is een behoorlijke sprong. Hierover is ook gesproken in de regio. Een moeilijkheid is dat het een doelgroep betreft die uiteindelijk gehuisvest moet worden; het zijn statushouders met een verblijfsvergunning. De keuze is gemaakt om de mensen direct daar op te vangen waar zij uiteindelijk terecht moeten komen. Het gaat dus niet over asielzoekers die tijdelijk opgevangen moeten worden.
De vraag over wachtlijsten is moeilijk te beantwoorden. Eén woningbouwcorporatie in de gemeente werkt met wachtlijsten en kan geen concreet onderscheid maken tussen actief woningzoekenden en passief woningzoekenden. Als de aantallen statushouders stijgen, stijgt ook het aantal actief woningzoekenden. Er is regelmatig overleg over de situatie en over de huisvesting. Wat nu opgepakt wordt door woningbouwcorporaties is dat in plaats van vraaggericht – mensen die men krijgt toegewezen ‑ meer gekeken wordt naar aanbodgericht. Als er veel mutaties zijn, geven woningbouwcorporaties aan welk soort woningen zij beschikbaar hebben. Op basis daarvan neemt de gemeente contact op met het COA om te kijken of daarbij passende gezinnen of personen geplaatst kunnen worden. Dat werkt heel goed.
Vorig jaar heeft Rijssen-Holten drie mensen meer geplaatst dan de taakstelling van 36. Samen met de woningbouwcorporaties is gezegd dat als deze stroom blijft aanhouden en het levert problemen op, gekeken zal worden naar andere manieren van opvang, al heeft dat niet de voorkeur. 

De heer MULLER zegt dat het antwoord van de wethouder aangeeft dat momenteel niet wordt voorzien in tijdelijke woongelegenheden in bestaande panden of op nieuwe locaties.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat dat op dit moment niet het geval is, maar dat het college de vinger aan de pols houdt. Zeker als het gaat om de prestatieafspraken die met de woningbouwcorporaties worden voorbereid en die nog naar de commissie komen, krijgt het aspect van de wachtlijsten een rol. Het college vindt het belangrijk die te monitoren, ook in de toekomst, al zal dat het voeren van extra administratie vergen van de woningbouwcorporaties.

De heer BEUNK vraagt of het bij het college bekend is dat de publieksprijs in het Leadergebied West Twente is gegaan naar Kinderboerderij Dondertman.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat dat bekend is bij het college.

De heer KLEIN VELDERMAN verzoekt informatief stuk e, Principeverzoek woon- werklocatie Nijverdalseweg 113 in Rijssen, te agenderen voor de volgende commissievergadering om de volgende redenen:

- De fracties hebben een terugkoppeling gekregen van wat de omwonenden van het plan vinden.
- Het stuk moet volgens de notitie aangeboden worden in de commissie.
- Het afwijkt af van eerdere beleidsregels omtrent woon-werklocaties.

De heer DE KOE vraagt aandacht voor de fietsoversteekplaatsen Veeneslagen die recent zijn aangepakt. Spreker is blij met de snelle actie, maar heeft zich verbaasd over de aanpassing bij de Julianaschool. Persoonlijk heeft spreker het gevoel dat de aanpassing onvoldoende is om het verkeer zodanig te structureren dat het veiliger wordt. Hij verzoekt het college daarnaar te kijken.
Wethouder AANSTOOT zegt dat vanaf het centrum gezien de markering, waar de verhoging begint, nog niet is aangebracht in verband met de weersomstandigheden. Als dat is gebeurd, geeft dat een betere visualisatie. Spreker stelt voor dat af te wachten.

De heer BLAAZER zegt dat er nog voor de kerstvakantie een goede fietsoversteekplaats is gemaakt in de Nijverdalseweg. Er is ook een aanpassing geweest aan de putten in de weg, maar er zitten nog grote gaten in de weg. Spreker vraagt zich af of dat het eindresultaat is.
Spreker wijst op de betonnen blokken in de binnenbocht van de kruising Ligtenbergerdijk/Bereklauw. Er zijn nogal wat auto’s die hierdoor schade oplopen. Spreker verzoekt te bekijken of auto’s wellicht op deze kruising beter alleen nog rechtdoor kunnen rijden en niet links- en rechtsaf af kunnen slaan.

Wethouder AANSTOOT zegt dat ambtelijk gekeken wordt naar de laatst genoemde situatie.
Voor de kolken in de Nijverdalseweg die vervangen zijn, wordt nog gezocht naar de juiste maatregel. De aanpassing die nu is gedaan, is stabieler dan de maatregel die rond de kerst is getroffen. Spreker is het eens met de heer Blaazer dat de aanpassingen nog definitief gemaakt moeten worden.

15. Sluiting
De VOORZITTER dankt eenieder voor de aanwezigheid en sluit de vergadering om 21.25 uur. 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Grondgebied van Rijssen-Holten op 12 maart 2015

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous