Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie MDV 10 oktober 2016

Datum: 10-10-2016Tijd: 20:30 - 22:30Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: dr. E.G. BosmaGriffier: drs. G.H. VeermanNotulist: E.J.H. Linssen-NijlandGenodigden: AanwezigNaamSGPJ.W....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie MDV 10 oktober 2016

Datum: 10-10-2016
Tijd: 20:30 - 22:30
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: dr. E.G. Bosma
Griffier: drs. G.H. Veerman
Notulist: E.J.H. Linssen-Nijland
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPJ.W. Reterink, dr. J. Noeverman en J.A. Baan
CDAF.J. Wessels, G.D. ten Berge en G. Smelt
ChristenUnieJ. van Veldhuizen, mr. W.L. Riezebos-Tessemaker en G. Pas
GemeentebelangW.J.M. Muller en W.A.J. ter Schure
PvdAR.W. Meijerink
VVD LokaalF.W. Noordam en B.J. van den Berg
D66ir. H. Klein Velderman en C. Polman
Het collegeB. Beens, R.J. Cornelissen, B.D. Tijhof
OndersteunersG. Tharner
Pers3
Publiek10

1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
Er hebben zich geen insprekers gemeld.

3 Vaststellen definitieve agenda
De heer WESSELS zegt dat hij bij agendapunt 7 niet deelneemt aan de beraadslagingen.
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag van de commissie MDV van 5 september 2016
De notulen worden ongewijzigd goedgekeurd.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Wethouder BEENS gaat in op het maatwerkvervoer en refereert daarbij aan de tijdsplanning. Tijdens de collegevergadering van 11 oktober zal in het college gesproken worden  over het lokaal of regionaal uitvoeren van maatwerkvervoer. Ondanks dat het een collegebevoegdheid betreft wil spreker dit wel met de commissieleden delen, gezien de gevolgen. Op 27 oktober zal, tijdens de volgende Twente Dag  Rijssen-Holten moeten aangeven of zij lokaal of regionaal zaken oppakken. Er is voor die tijd geen commissievergadering om de raad te informeren, maar hij wil  dit punt  bespreken in de werkgroep decentralisaties van 13 oktober. Mochten zich in de maand oktober zaken voordoen waarin de commissie meegenomen moet worden, dan zal een extra commissievergadering worden gepland. Spreker gaat hier echter niet vanuit en hoopt hier in de volgende commissievergadering informatie over te kunnen geven. Spreker geeft aan dat de ASD hiervan op de hoogte is. De raad zal hier t.z.t. in meegenomen worden.
Mogelijk wordt er gekozen voor lokaal, omdat de transformatie ook lokaal plaatsvindt, daar zit ook de kracht.
Inhoudelijk kan spreker er nog niets over zeggen, omdat het proces loopt. Hij wil hiermee  de processtap delen met de commissie.

De VOORZITTER bedankt de wethouder voor zijn inbrengen en zegt dat het presidium zal besluiten de commissie bijeen te roepen, mocht dit noodzakelijk zijn.

Mevrouw RIEZEBOS reageert in de hoedanigheid van voorzitter van de werkgroep decentralisaties en vraagt in hoeverre er nog standpunten kunnen worden uitgewisseld tijdens de vergadering van 13 oktober, wanneer het college op 11 oktober al een besluit neemt.

De heer MULLER refereert aan de overweging met betrekking tot het transformatieaspect en vraagt of de financiën ook nog een rol spelen bij het bepalen van een keuze. Hij vraagt of er nog meer gemeenten zijn die overwegen zaken lokaal op te pakken. 

De heer TEN BERGE benadrukt dat de werkgroep decentralisaties ingericht is om elkaar te informeren. Er moet voor gewaakt worden dat daarin  politieke discussies met elkaar worden gevoerd. Hij vraagt de wethouder, mocht dit noodzakelijk zijn, in de openbaarheid zaken te bespreken.

Wethouder BEENS deelt de mening van de heer Ten Berge en bevestigt dat de werkgroep decentralisaties een informatief karakter heeft. Hij vindt wel dat er een grote stap in het transformatie-proces moet worden genomen. Beide keuzes ( lokaal als regionaal) hebben financiële gevolgen, aldus spreker. Hij stelt voor dit in een volgende commissievergadering, met achterliggende stukken, met elkaar te bespreken. Hij wil de raad meenemen in de keuzes die moeten worden gemaakt en de financiën die daarmee gemoeid zijn.
Spreker geeft aan dat iedere gemeente een beslissing moet nemen. Hij wacht de besluitvorming van eind oktober af.

Mevrouw RIEZEBOS onderschrijft de woorden van de heer Ten Berge, maar vindt wel dat de werkgroep decentralisaties slechts geïnformeerd wordt over een collegebesluit dat een voldongen feit is. Er nog verder over praten heeft dan volgens haar nog weinig zin. Ze erkent dat het een collegebevoegdheid is, maar adviseert het college de commissie MDV bij elkaar te laten roepen, om ervoor te zorgen dat de raad op enig moment niet achter de feiten aan loopt.

Wethouder TIJHOF geeft aan dat Soweco werkt aan een businessplan. Zoals het er nu uitziet zal er op 24 november een informatieve avond bij Soweco plaatsvinden voor raadsleden uit het GR gebied,  om met elkaar kennis te nemen van het businessplan. Daarna zal of in het gemeentehuis of op een locatie van Soweco in Rijssen worden gesproken over de gevolgen voor Rijssen-Holten.

Wethouder CORNELISSEN gaat in de vragen van D66 over het gebruik van rubbergranulaat. De fractie heeft gevraad  om welke velden binnen de gemeente Rijssen-Holten het gaat. Spreker zegt dat dit gaat om 2 velden van Excelsior ‘31 en het veld van Blauw Wit ‘66. Het standpunt van de gemeente daarin is, dat ze het advies van het RIVM volgt. Het RIVM geeft op dit moment aan dat er geen aanwijzingen zijn dat het sporten op kunstgrasvelden gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Nadere onderzoeken en discussies hierover worden op de voet gevolgd. Hiermee wordt ook de lijn van de Vereniging Sport en Gemeente, de KNVB en recent de uitspraken van minister Schippers gevolgd. Zij heeft aangekondigd in ieder geval, vooruitlopend op het onderzoek door de Europese Unie en waarvan in februari 2017 resultaten verwacht worden, voor het einde van het jaar met een nader onderzoek te willen komen.

6 Verantwoording drugspreventieplan Rijssen-Holten 2015; o.v.v. D66 (Tijhof)
De heer POLMAN zegt dat drugsmisbruik een toenemend probleem binnen onze gemeente is. Dit heeft niet alleen gevolgen voor een individueel persoon, waarbij dit kan leiden tot lichamelijk en geestelijk schade, maar dit is vaak ook een maatschappelijk probleem dat zich uit in de vorm van overlast, zoals agressie. Het betreft hier dus een effect op zowel de openbare orde als de gezondheidszorg. Het is daarom van belang om het drugsmisbruik op een verantwoorde manier te bestrijden, middels een drugspreventieplan aldus spreker. De gemeente Rijssen-Holten heeft een dergelijk plan opgesteld. Dit is echter niet genoeg. De te ondernemen acties in het plan dienen effectief te zijn en getoetst te worden. Met het plan dat voor het jaar 2015 is opgesteld was dit niet het geval. Daarom heeft D66 eerder vragen gesteld om voor de volgende jaren een nulmeting uit te voeren en vervolgens concrete acties hieraan te koppelen, om zo te meten of de acties resultaat hebben en effectief genoeg zijn. Dit had de steun van deze commissie, aldus spreker.
De portefeuillehouder heeft eerder gezegd dat 2015 een jaar is dat bedoeld is om te dienen als nulmeting. Echter,  in de verantwoording over 2015 is te lezen dat het plan van 2015 volledig doorgezet wordt naar 2016. Dit is niet in lijn met eerdere afspraken. Hierover heeft D66, bij de aanlevering van de motivatie,  vragen gesteld. Graag hoort D66 van de wethouder een reactie op deze vragen.
Daarnaast verneemt de fractie graag van de overige fracties hoe zij over het verloop van het proces denken en of zij wel of niet kunnen instemmen met de ontwikkeling van de plannen rondom drugspreventie.

Mevrouw RIEZEBOS zegt zelf ook enkele vragen te hebben gesteld over het drugspreventieplan. Het moge duidelijk zijn dat de fractie van de ChristenUnie zich zorgen maakt over deze problematiek. Spreekster heeft aanstoot genomen aan de eerste vraag van D66: In hoeverre neemt de wethouder de eerder geuite zorgen van de fracties in de commissie serieus? Zij vindt dit onbehoorlijk, vindt excuses op zijn plaats en maakt zich zorgen over de houding van D66 tegenover de wethouder.
Een aantal gestelde vragen vindt spreekster wel terecht en merkt op dat de 0-meting volgens haar beantwoord is in de eerste bullit, namelijk de resultaten over 2015 zou de 0-meting zijn.

De heer NOEVERMAN laat weten dat de SGP kennis heeft genomen van de motivering van agendering door D66 en de stukken nog eens heeft nagelezen. Hij vindt het goed dat de vragen van D66 worden beantwoord.
Een belangrijk punt in de hele discussie is volgens spreker wat er onder resultaten wordt verstaan. In het drugspreventieplan 2015 worden een aantal doelstelling benoemd, die vervolgens vertaald zijn naar activiteiten die zijn uitgevoerd. De vraag daarbij is of de doelstellingen wel worden bereikt. Volgens spreker is er verwarring over wat er precies met resultaatgericht wordt bedoeld. 

De heer MULLER vindt het plan voor 2016 niet meer zo interessant en vindt dat de gemeente zich moet focussen op 2017. Er is, volgens spreker, behoefte aan concrete en meetbare resultaten en doelstellingen. De fractie mist bijvoorbeeld concrete zaken, zoals het aantal overlastmeldingen, informatie van de GGZ over druggerelateerde opnames, de reacties in aantallen en activiteiten van de jongerenwerkers, wat de gemeente weet over de gebruikers en over, het volume en de groepen. Het gaat daarbij om concrete cijfers. Dat helpt om de voortgang te bewaken. Wat de evaluatie betreft, wordt gesteld dat er helaas geen verdere afspraken tussen Tactus en het VO zijn gemaakt.
Spreker pleit voor concretere doelstellingen voor 2017 dan te bekijken of de contacten verbeterd kunnen worden.

De heer VAN DEN BERG zegt dat VVD Lokaal niet zwaar tilt aan de geuite zorgen in de eerste vraag van D66. De fractie is benieuwd naar de antwoorden van de wethouder op de gestelde vragen van D66. In het drugspreventieplan is geen aandacht gegeven aan verslaafden en spreker vraagt zich af wat eraan wordt gedaan om de schade van het drugsgebruik bij deze mensen zoveel mogelijk te beperken. In Den Haag spreek men daarbij over ‘harmreduction”.

De heer WESSELS geeft aan dat ook de fractie van het CDA is benieuwd naar de beantwoording van de vragen van D66. Het drugspreventieplan heeft ook zeker de aandacht van het CDA. Spreker refereert aan de georganiseerde avond, waarbij veel mensen aanwezig waren en die geïnformeerd werden over de problematiek. Het leeft dus zeker. De reactie van het college: een effectief bereik van de doelgroep en een tijdige discussie van het plan voor 2017 onderschrijft hij. Focussen op het plan voor het komend jaar.

De heer MEIJERINK reageert op de kritiek van mevrouw Riezebos op de vraagstelling van de heer Polman namens D66. Volgens hem gaat het om een normale politieke vraag. Hij vindt het vreemd dat hiervoor excuses worden gevraagd. Hij sluit zich aan bij de gestelde vragen.

Wethouder TIJHOF beantwoordt de vragen, zoals gesteld in de motivatie bij dit agendapunt.
1.In hoeverre neemt de wethouder de eerder geuite zorgen van de fracties in de commissie serieus.
Spreker zegt de zorgen van de commissie zeker serieus te nemen. Het zijn ook de zorgen van het college. Sinds 2012 heeft deze problematiek de volle aandacht van het college. De signalen in 2012 hebben ervoor gezorgd dat de gemeente gericht beleid heeft gehanteerd en verschillende onderzoeken en plannen heeft uitgevoerd. Het probleem heeft nog steeds alle aandacht en het is de gemeente gelukt om dichter bij de problematiek te komen vanuit preventie (team SSO) en repressie aanpak (team SCJ).

2. Wat kunt u ons toezeggen over de planning voor de evaluatie over 2016 en het plan voor 2017? Gezien de doorlooptijd van 2015 is het beter om dit nu alvast te vragen.
In het bestuursvoorstel evaluatie drugspreventieplan 2015 is over 2016 vastgelegd dat de speerpunten/activiteiten van 2014 en 2015 in 2016 worden voorgezet. Dit impliceert voortzetting van de inzet van de ambulante medewerker ten behoeve van activiteiten gericht op jongeren en hun ouders en voorlichting op VO-scholen. Gekozen wordt voor integrale aanpak van alcohol- en drugspreventie.
Tevens is in dit bestuursvoorstel vastgelegd dat het huidige beleid met ketenpartners wordt geëvalueerd, geactualiseerd en omgezet naar een integraal plan verslavingspreventie.


Wat gebeurt op dit moment in de preventieve sfeer:
1. Ambulant medewerker van Tactus is ingezet
2. Bestuurlijk overleg met directie/locatieleiders van het VO in Rijssen en Holten, waarin nadrukkelijk aandacht is gevraagd voor samen optrekken en aandacht voor dit dossier. Dit  zalresulteren in een gezamenlijk convenant, waarin ieders verantwoordelijkheid op dit dossier wordt vastgelegd. Dit is een actiepunt voor dit najaar.
3. Overleg heeft plaatsgevonden met Tactus en met Stichting Voorkom, waarin is gevraagd om een offerte/aanbod van activiteiten. Dat aanbod is van beide organisaties binnen.
4. Actiepunt voor het najaar is nog om in overleg te treden met het basisonderwijs.
Een bestuursvoorstel over de – korte-  evaluatie van de huidige activiteiten en het plan voor integrale aanpak van alcohol- en drugspreventie en inzet van acties en middelen in 2017 zal eind 2016 aan het college voorgelegd worden. Dit bestuursvoorstel zal informatief ook naar de commissie MDV gaan.

3. Het jaarlijkse budget, zo staat te lezen, heeft Tactus conform het plan volledig besteed. Maar is dit ook effectief geweest? Wat is nu het meetbare resultaat geweest ten aanzien van deze drugspreventie? Was het budget afdoende of beperkte dit budget de kwaliteit en effectiviteit?
Zoals in het bestuursvoorstel staat is de effectiviteit van het drugspreventieplan niet goed meetbaar, omdat de doelstellingen, zoals in het plan verwoord, niet meetbaar zijn.
Het budget voor het jaar 2015 was voldoende. De helft van het budget is gegaan naar de inzet van de ambulante preventiewerker. Deze preventiewerker heeft specifiek met jongeren (individueel, maar ook met groepen) en ouders gesproken over de zorgen rond drugs- (en alcohol)gebruik. Professionals hebben aangeven de inzet van de ambulant medewerker van Tactus als zeer effectief te hebben ervaren. De wens is nadrukkelijk uitgesproken om hiermee verder te gaan. Wat we nu dus ook in 2016 doen. We hebben ook ingezet op de ondersteuning van professionals bij het signaleren van drugsgebruik en hoe daar mee om te gaan (deskundigheidsbevordering). De professionals hebben aangeven ook dit als zeer positief en waardevol te hebben ervaren.
Het feit dat steeds meer jongeren en ouders in beeld zijn gekomen, maakt dat de aanpak dus ook effectief is gebleken.

4. We kunnen concluderen dat de evaluatie over 2015 erg lang heeft geduurd. Gezien de omvang van het document en de genoemde data waarop zaken duidelijk in beeld kwamen zien wij geen aanleiding dat dit niet in het eerste kwartaal van 2016 opgesteld had kunnen worden. Wij willen graag van de wethouder weten wat deze vertraging heeft veroorzaakt.
Er is voor gekozen om de beschikbare formatie in te zetten op acute problematiek in de buitenruimte, die zich eind 2015 en 2016 voordeed in zowel Rijssen als Holten (onderdeel van Jeugd en Veiligheid). Dit is ten koste gegaan van het opleveren van de evaluatie.
In die periode zijn steeds meer jonge drugsgebruikers en hun ouders in beeld gekomen bij de gemeente, waarbij we steeds meer hebben geconstateerd dat drugsgebruik  vaak gepaard gaat met andere problemen en groepsdruk.
Gelet op de zorgen en de ernst van de problematiek heeft de gemeente besloten om vooral in te zetten op deze integrale groepen en individuen aanpakken samen met partners uit het veld. Voor deze aanpak zijn meerdere budgetten benut dan alleen het budget voor Tactus. De gemeente heeft in de aanpak ook extra ingezet binnen het jeugd- en jongerenwerk. Daarnaast lopen ook verschillende trajecten bij de jeugdconsulenten. Ook ouders zijn benaderd en betrokken bij deze problematiek. Onder meer zijn in de afgelopen maanden ruim 50 ouders schriftelijk benaderd door de wethouder en/of burgemeester over de zorgen die er zijn en ze zijn opgeroepen hun verantwoordelijkheid te nemen. Er is onder meer een speciale avond georganiseerd in het Parkgebouw en daarnaast zijn er, op verzoek van enkele ouders, nog voor het zomerreces, sessies georganiseerd (o.a. over drugs-gebruik). Daarbij is Tactus verslavingszorg betrokken geweest. Binnenkort organiseren we wederom een sessie voor een groep ouders, waar drugsgebruik een van thema's is.
Onze gemeente hanteert een gerichte aanpak en tevens een aanpak die vraagt om maatwerk en tijd. Daarbij laat de praktijk zien dat we steeds weer met nieuwe jongeren en groepen te maken hebben. In Twente zijn we min of meer uniek in deze aanpak. Verder zijn we binnen het politiedistrict een pilot Jeugd&Drugs gestart. Een van de pilotgemeenten is Rijssen-Holten. Ook is spreker en de burgemeester in gesprek met de scholen voor voortgezet onderwijs, om drugsgebruik gezamenlijk aan te pakken.

5. Het drugspreventieplan 2016 heeft de afgegeven planning veruit overschreden. Nu staat te lezen dat de speerpunten en actiepunten van 2014 en 2015 in 2016 worden gecontinueerd. Waar is nu de nulmeting te vinden die door de portefeuillehouder is toegezegd?
Zoals aangegeven in de commissie ABZM van 27 oktober 2015 is het drugspreventieplan 2015 de gevraagde nulmeting. Voor opstelling van het plan zijn de aanbevelingen uit de rapportage ‘Is dit het topje van de ijsberg? Een kwantitatief onderzoek naar alcohol- en drugsgebruik onder jongeren van 12 t/m 17 jaar in de gemeente Rijssen-Holten februari 2015’ overgenomen.
Drugs-, maar ook alcoholpreventie blijft een continue proces. De verleiding voor jongeren om drugs en/of alcohol te gaan gebruiken ligt altijd op de loer, dus daar moet jaar in jaar uit aandacht voor zijn. En daarbij moeten ook de ouders/opvoeders en scholen betrokken worden.
Ook moet er constant aandacht zijn voor voorlichting aan horeca en de professionals. Door personele wisselingen, maar ook door steeds weer andere soorten drugs, blijft dit ook een belangrijk punt.
Dit is de belangrijkste reden om de al geformuleerde speerpunten en actiepunten in 2016 te continueren.

6. In welke zin heeft het college gebruik gemaakt van de kennis op het gebied van drugspreventie bij andere dorpen en steden waar een vergelijkbare problematiek zich afspeelt. Denk hierbij aan Urk en Volendam waar drugproblemen aan de orde van de dag zijn. D66 maakt zich ernstige zorgen over het drugsgebruik van de jeugd binnen zijn gemeente en dat vraag productief en kordaat handelen van de wethouder.
Er is onderscheid tussen preventie-activiteiten en het feit dat er sprake is van overlast van jongeren als gevolg van alcohol- en drugsgebruik.
Voor het breed uitzetten van verslavingspreventie maakt de gemeente gebruik van de kennis en expertise en de preventie-activiteiten van organisaties als Tactus en Stichting Voorkom. Deze instellingen zijn landelijk werkzaam en brengen ruime expertise mee. Deze preventie-activiteiten worden ingezet voor jeugd- en jongeren en hun ouders en eveneens op scholen in de gemeente. De gemeente kiest daarbij, in samenwerking met de lokale partners, voor maatwerk dat past in onze gemeente.
Via de Kadernota zijn voor 2017 middelen beschikbaar gesteld voor het uitvoeren van een onderzoek naar de effectiviteit van de preventieve activiteiten, door een onderzoeksbureau dat is gelieerd aan de Universiteit van Nijmegen. Tevens zal dit bureau advies uitbrengen over eventuele aanpassing.
Dat onderzoek zal plaatsvinden in 2017.

De VOORZITTER vraagt de fractie van D66 de technische vragen in de toekomst op een andere wijze in te dienen. Op deze manier houdt het de voortgang van de vergadering te veel op.

De heer POLMAN interrumpeert en zegt in de motivatie te hebben aangegeven dat de vragen schriftelijk mochten worden beantwoord. Hij was zich bewust van het feit dat het ging om technische vragen.

Tweede termijn
De heer WESSELS bedankt wethouder Tijhof voor de uitgebreide beantwoording. Hij refereert aan het feit dat de evaluatie later is gekomen door acute problematiek en vraagt of er voldoende personele bezetting is om hier in 2017 effectief aan te kunnen werken.

De heer VAN DEN BERG bedankt voor de verhelderende beantwoording en informeert naar de effectiviteit van de maatregelen, dus is het gelukt de mensen van de drugs af te houden en heeft het iets opgeleverd voor de samenleving. Hij vraagt of ‘harmreduction’ kan worden meegenomen in het vervolg van het drugspreventieplan.

De heer MULLER is blij met het convenant dat wordt gesloten met het voortgezet onderwijs en in het vervolg daarop met het basisonderwijs. Gesteld wordt dat de resultaten niet meetbaar zijn, maar daar twijfelt spreker over. Er zijn diverse gemeenten die concretere doelstellingen hebben geformuleerd en daar wil Gemeentebelang voor pleiten.

Mevrouw RIEZEBOS bedankt de wethouder voor de beantwoording. Spreekster refereert aan vraag 4, ook door haar gesteld in de commissievergadering, die uitvoerig is beantwoord. Zij vindt het ook belangrijk dat er ingezet wordt op acute situaties, maar een evaluatie laten liggen is ook weer niet handig vanwege het te formuleren beleid. Zij sluit zich daarom aan bij de vraag van de heer Wessels over de formatie. Spreekster refereert aan de woorden van de wethouder over het feit dat het gaat om een oproep aan ouders,  scholen en opvoeders om te proberen te voorkomen dat kinderen verslaafd raken. Zij vindt het een oproep aan ons allemaal.

De heer NOEVERMAN refereert aan de woorden resultaatgericht en resultaatverantwoordelijkheid en vraagt wat onder resultaat wordt verstaan. Hij gaat daarbij in op de indicatoren van drugsgebruik en de overlast die drugsgebruik met zich meebrengt. Dat is volgens spreker anders dan de effecten van preventiebeleid. Hij vindt het goed om ook de andere effecten te monitoren, maar dit zegt volgens spreker niets over de effectiviteit van het preventiebeleid. Wat de SGP betreft zou een gewenst resultaat ook moeten zijn een effectief bereik van de doelgroep en het vergroten van inzicht in de effecten en de risico’s van drugsgebruik bij jongeren, ouders, opvoeders en horeca. Bij de professionals gaat het om de effectiviteit van de interventies om dat inzicht in de risico’s en effecten bij de jongeren, ouders, opvoeders en horeca beter tussen de oren te krijgen. Het gaat hierbij om kennis, inzicht in effecten en risico’s van middelengebruik. Hij vraagt zich daarbij af of de gemeente dit moet bepalen of dat de professionals gevraagd zijn het beleid uit te voeren. Hij denkt zelf dat dit gezamenlijk moet gebeuren en vraagt om een bevestiging dat de gemeente met de uitvoerende organisaties probeert te evalueren wat er aan activiteiten is uitgevoerd, maar ook in hoeverre dat bijdraagt aan het effectieve bereik van de doelgroepen en het overbrengen van inzicht in risico’s en effecten van het middelengebruik.
Wat het onderzoek betreft vindt spreker dat de gemeente niet klaar is als het onderzoek is gedaan. Het is van belang dat dit steeds goed wordt besproken met de strategische partners om daarmee op de langere termijn met elkaar tot effectievere interventies te komen over preventiebeleid

De heer POLMAN geeft aan de opmerkingen van mevrouw Riezebos ongepast te vinden.
Hij sluit zich aan bij de gestelde vragen in de eerste termijn en refereert aan de woorden van wethouder Tijhof over het feit dat de systematiek van Haaksbergen is toegepast, waarbij ouders op een sympathieke manier worden benaderd. Spreker vraagt zich af waarom de commissie hierover niet eerder is geïnformeerd.
Hij refereert aan de wens om de ketenaanpak te herzien en vraagt daarbij aandacht voor de website www.keetkeur.nl. De gemeente Staphorst maakt nu gebruikt van zgn. keetadviseurs (keetbezoekers zelf) en spreker vraagt de wethouder, bij herziening van het beleid, dit ook te overwegen.

Wethouder TIJHOF zegt dat de genoemde ketenaanpak gaat over de aanpak in de hele keten en niet over drinkketen. De opmerking over de ketenadviseurs  in Staphorst wil spreker wel meenemen, evenals het mogelijk bepalen van een andere aanpak.
De vraag of de aanpak gaat lukken met de huidige formatie vindt spreker lastig om te beantwoorden. Intern is ervoor gekozen beleid en uitvoering verder uit elkaar te halen. Spreker denkt dat daarmee in de toekomst evaluaties makkelijker en sneller op papier te krijgen en inzet, daar waar nodig, effectief te kunnen doen. Mocht extra formatie nodig zijn dan zal gevraagd worden om extra budget.
Aan het eind van het jaar wordt het beleid opnieuw vastgesteld en kan bepaald worden of zaken beter geformuleerd moeten worden.
Er wordt samen met de partners onderzocht wat effectief is en of zaken werken zoals men dat voor ogen heeft. Het gaat daarbij om een verdiepingsslag t.o.v. wat nu gebeurt.
Wat de systematiek van Haaksbergen betreft merkt spreker op dat de gemeente , in tegenstelling tot Haaksbergen, er voor kiest vertrouwelijk met ouders en jongeren in gesprek te gaan en zaken gezamenlijk met professionals op te pakken.

7 Raadsvoorstel benoeming lid Raad van Toezicht Stichting Waerdenborch (Tijhof)
De heer VAN DEN BERG merkt op dat hij niets gelezen heeft over een verklaring van goed gedrag. Voor het overige ziet VVD Lokaal geen belemmeringen in de benoeming.

Wethouder TIJHOF zegt dat het niet gebruikelijk is voor deze posities een verklaring omtrent gedrag te vragen. Er zijn echter wel mogelijkheden om een verklaring omtrent gedrag te verstrekken. Spreker zal dit doorgeven aan De Waerdenborch. 

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel benoeming lid Raad van Toezicht Stichting Waerdenborch als hamerstuk te behandelen in de raad

8 Voortgang Huishoudelijke Ondersteuning Wmo (verkennende bespreking; Beens)
De heer THARNER houdt een presentatie.

De heer RETERINK verlaat de vergadering om 22.00 uur.

Informatieve vragen
De heer MEIJERINK wijst op de tekst in de raadsbrief, dat de gemeente niet volledig voldoet aan de eis van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en vraagt of dat hiermee is ondervangen.
De heer THARNER hoopt dat het beleid medio volgend jaar is aangepast. De vraag is hoe snel deze nieuwe structuur kan worden vastgesteld in de overeenkomsten met de aanbieders. Structureel is het dan goed opgelost en in lijn met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Wel wordt er een maatwerkvoorziening wassen en strijken geleverd. Formeel is dit niet ingekocht via de raamovereen-komst. Dit product wordt er tijdelijk aanvullend  ingekocht.

De heer MULLER refereert aan de gegevens voor de uitvoeringstaken, die van de zorgverzekeraars en –verleners komen en vraagt of de zorgorganisaties vanwege privacyregelgeving deze informatie wel kunnen verstrekken.
De heer THARNER zegt dat deze informatie in het verleden bekend was bij de gemeente. Vroeger bepaalde de gemeente welk pakket iemand kreeg, met welk activiteiten. Toen overgaan is op de resultaatfinanciering is dit niet meer door de gemeente bijgehouden.
De heer MULLER vraagt of er cliëntondersteuning plaatsvindt bij het opnieuw bepalen welke hulp waar nodig is.
De heer THARNER zegt dat de gemeente cliëntondersteuning moet aanbieden in het kader van de Wmo.
De heer MULLER gaat in op de tussenfase met de dubbele pakketten en vraagt of hier alles mee kan worden afgedekt.
De heer THARNER zegt dat er reëel gekeken wordt naar de situaties die er zijn. Een Wmo-consulent legt daarbij altijd een huisbezoek af, om te kijken welke ondersteuning nodig is. Als het duidelijk is dat dit meer is dan de gemeente kan bieden in het basispakket dan heeft de consulent de ruimte gekregen om een tweede pakket in te zetten. In de afgelopen periode zijn er 10 situaties geweest waar een dubbel pakket is ingezet.

De heer PAS wijst erop dat er verschillende bijeenkomsten zijn geweest en er afstemming met aanbieders heeft plaatsgevonden. Hij vraagt of daaruit al problemen of knelpunten naar voren zijn gekomen of dat verdere afstemming later plaatsvindt.
De heer THARNER zegt dat met de aanbieders gesproken is over de verlenging van de overeenkomsten. De aanbieders zijn nieuwsgierig naar de verwerking van de uitspraak. Ze zijn bijgepraat, voor zover dat kon en zijn bereid mee te denken. De gemeente heeft aangegeven het liefst contracten te willen sluiten, maar dat dit later besproken wordt. De opzet is met hun besproken en daaruit was draagvlak merkbaar aldus spreker.

Eerste termijn
De heer BAAN zegt dat de SGP het eens is met de tijdelijke praktische uitvoering. Het is wel zaak deze periode kort te houden. Hij gaat in op de verlenging van de raamovereenkomsten voor het jaar 2017. Hij vraagt welke mogelijkheden er zijn aan de inkoopkant  om zaken te wijzigen.

De heer PAS laat weten dat de ChristenUnie zich kan vinden in de gekozen richting en de keuze voor het nieuwe kader, in plaats van te kiezen voor het protocol van het CIZ. Ook kan ze zich vinden in het verlengen van de raamovereenkomsten voor 2017.
Spreker refereert aan de expert- c.q. toetsbijeenkomst waarin onderzoekresultaten naar boven kwamen. Hij vraagt of hier informatie naar voren kwam die de raad moet weten en of de ASD al heeft teruggekoppeld.  

De heer WESSELS sluit zich aan bij de laatste vraag van de heer Pas. Het CDA weet dat wij ons moeten neerleggen bij de uitspraak van de Centrale Raad. Hij vindt dat er gekozen is voor een pragmatische oplossing, waarbij het gaat of een persoon alleen de huishoudelijk hulp krijgt die men nodig heeft. Dit is volgens het CDA gewaarborgd.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang kan instemmen met de Twentse aanpak.
Spreker gaat in op de € 5 regeling en wijst erop dat dit tijdelijk is, volgens hem alleen voor dit jaar. Hij vraagt of deze regeling dan een definitieve status krijgt.
Hij vraagt of de nieuwe aanpak ook gevolgen heeft voor mensen die zich richten op PGB-mogelijkheden.

De heer VAN DEN BERG laat weten dat VVD Lokaal zich kan vinden in voorliggend voorstel, met het verzoek deze periode zo kort mogelijk te houden.

De heer POLMAN geeft aan dat D66 instemt met voorliggend voorstel.

De heer MEIJERINK deelt mee dat de PvdA instemt met het voorstel. Spreker is benieuwd naar het tijdschema en het tijdspad waarbinnen de gemeente er met de overige Twentse gemeenten denkt uit te komen.

Wethouder BEENS zegt dat het de bedoeling is zo snel mogelijk tot een definitief akkoord te komen. Het college vraagt zich ook af of de aanpassing onder de nieuwe raamovereenkomst 2017 kan worden geschoven. Hij gaat dit wel proberen en het hangt ook af van de bereidwilligheid van de zorgorganisaties. Spreker verwacht niet dat dit een probleem vormt. Zou dit wel een probleem worden dan moet worden overgaan op indiceren. Hij gaat ervan uit dat de gemeente er met de zorgorganisa-ties uitkomt.
Spreker geeft aan dat de raadsbrieven over dit onderwerp altijd doorgestuurd zijn naar de ASD. Zij zijn op de hoogte van dit probleem en het proces is bekend. De definitieve beleidswijziging wordt ook eerst met de ASD besproken.
De uitslag van het onderzoek wordt afgewacht. Op basis van dat advies wordt er met de andere  13 Twentse gemeenten een definitieve beleidsaanpassing voorbereid. De commissie wordt op de hoogte gehouden.
Hij gaat in op de € 5 voor HHT en zegt dat dit er los van staat. Uit het onderzoek zal blijken of een aparte voorziening voor het wassen en strijken dan nog nodig is. Wellicht valt het er straks onder voor mensen die die nodig hebben. Op dit moment is het een optie die cliënten erbij kunnen kopen voor
€ 5 per uur.
Wat het tijdspad betreft hoopt spreker in november/december 2016meer te weten. De gemeente is daarbij wel afhankelijk van derden.

Tweede termijn

De heer MULLER vraagt of er sprake is van een link richting Pgb-gebruikers en naar de gevolgen van de gerechtelijke uitspraken.
Wethouder BEENS zegt dat Pgb als een verlengde van de andere contracten moet worden gezien. De gevolgen zijn dus gelijk. Bij de definitieve beleidswijziging wordt hierop terug gekomen en wordt aangegeven wat de gevolgen zijn voor zorg in natura en voor de Pgb.

9 Actiepuntenlijst
De VOORZITTER concludeert dat:

  • Actiepunt 15-17 (Naheffing a.g.v. rekenfout SiSa-bijlage) op de actiepuntenlijst blijft staan, totdat de behandeling in de RvS heeft plaatsgevonden.
  • Actiepunt 15-21 (Participatiepact/re-integratiebeleid) blijft staan totdat het collegevoorstel voorligt.
  • Actiepunt 15-26 (Visiedocument cliëntondersteuning) van de lijst wordt afgevoerd.
    Wethouder Beens geeft aan dat de aftrapbijeenkomst gepland staat op 12 oktober 2016, waarna er definitief wordt gestart met de nieuwe procedure cliëntondersteuning. Dan gaat ook het half jaar in tot evaluatie. Er staan meerdere evaluaties gepland, dus spreker acht het niet noodzakelijk dat dit vermeld blijft staan op de actiepuntenlijst.
  • Actiepunt 16-20 (Invulling werkgeverschap Nieuw Beschut Werken) van de lijst wordt afgevoerd.
    Wethouder Tijhof geeft aan dat er geen mogelijkheid bestaat binnen het Participatiepact.
  • Actiepunt 16-22 (VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking) van de actiepuntenlijst kan worden afgevoerd. Dit wordt meegenomen in het Wmo-beleidsplan.
  • Actiepunt 16-24 (Gezondheidsbeleid) op de actiepuntenlijst blijft staan.
  • Actiepunt 16-26 (Visienota jeugd- en jongerenwerk) van de actiepuntenlijst kan worden verwijderd.
  • Actiepunt 16-28 (Agendering verantwoording drugspreventieplan Rijssen-Holten 2015) is behandeld en kan worden verwijderd van de lijst.
  • Actiepunt 16-27 (Vergoeding pleegkinderen vanaf 18 jaar) is beantwoord en ook kan worden verwijderd.

10 Rondvraag
De heer TEN BERGE uit zijn zorgen over de jeugdzorg en vraagt of in Twente zaken spelen als opnamestops, wachtlijsten en budgetplafonds.
Wethouder TIJHOF beaamt de zorgen over de jeugdzorg en wachtlijsten. Er is sprake van kleine wachtlijsten. Volgens hem is er geen sprake van opnamestops of budgetbeperkingen.

Mevrouw RIEZEBOS vraagt of er in de gemeente Rijssen-Holten sprake is van problematische situaties in de schuldhulpverlening. Het gaat dan met name om de jongeren die 18 jaar worden en dan buiten alle regelingen vallen en op zichzelf aangewezen zijn.
Wethouder TIJHOF beantwoordt deze vragen schriftelijk.Beantwoording vragen mevrouw Riezebos (pdf)

De heer KLEIN VELDERMAN bedankt wethouder Cornelissen voor de beantwoording van de vraag die hij in een andere commissie heeft gesteld. Hij vraagt het college de raad mee te nemen in de uitkomsten van de onderzoeken, zodra die er zijn, zodat er verstandige keuzes gemaakt kunnen worden naar de toekomst toe.
Wethouder CORNELISSEN vindt dit vanzelfsprekend.

De heer MULLER refereert aan informatief stuk d. Cliëntervaringsonderzoek Wmo en Jeugd over 2015 en twijfelt nog over  eventuele agendering. Hij weet dat het dan gaat om de vergadering van december, waarin dan wordt gesproken over 2015. Het gaat daarbij vooral om de leerervaringen naar 2017 toe. Het kan zijn dat in het kader van de evaluaties van de decentralisaties een deel van deze thema’s overlappend worden behandeld en hij laat nog weten of tot agendering moet worden overgegaan.
Wethouder TIJHOF zegt dat de toezegging al is gedaan dat de input van deze factsheets wordt meegenomen in de beleidsontwikkeling. Dit komt dus weer terug op de commissieagenda.


11 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.20 uur

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie MDV van Rijssen-Holten op 6 december 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous