Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie MDV 13 februari 2017 (19:00)

Datum: 13-02-2017Tijd: 19:00 - 20:00Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: dr. E.G. BosmaGriffier: drs. G.H. VeermanNotulist: G.B. Aanstoot-StamGenodigden: AanwezigNaamVoorzitterdr....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie MDV 13 februari 2017 (19:00)

Datum: 13-02-2017
Tijd: 19:00 - 20:00
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: dr. E.G. Bosma
Griffier: drs. G.H. Veerman
Notulist: G.B. Aanstoot-Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
Voorzitterdr. E.G. Bosma
SGPdr. J. Noeverman, J.W. Reterink en J.A. Baan
CDAG.D. ten Berge, F.J. Wessels en G. Smelt
ChristenUnieJ. Berkhoff en J. van Veldhuizen
GemeentebelangJ. Kuiper-Ruitenberg en W.J.M. Muller
PvdAR.W. Meijerink
VVD LokaalE.J.W. Deijk, R.A. de Koe en B.J. van den Berg
D66ir. H. Klein Velderman en C. Polman
Griffierdrs. G.H. Veerman
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, B.D. Tijhof
Pers1
Publiek9

 

1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen hartelijk welkom. 

2 Inventarisatie spreekrecht
Er hebben zich geen insprekers gemeld.

3 Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag van de vergadering van de commissie MDV van 9 januari 2017
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

5. Verslag van de vergadering van de commissie MDV van 16 januari 2017
Het verslag wordt ongewijzigd goedgekeurd.

6 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten
Wethouder BEENS zegt dat huishoudelijke ondersteuning in opdracht van de Centrale Raad van Beroep herzien moet worden. Dat is voorbereid met de 14 Twentse gemeenten en is nu in een vergevorderd stadium. Nu blijkt echter dat de gemeenten  terug naar af zullen moeten, terug naar het PxQ-model. In het college is besproken dat nog niet direct uit te voeren, maar als Rijssen-Holten eerst onderzoek te doen en te informeren bij gemeenten waar het op een andere manier toch schijnt te kunnen. Daarover wordt deze week een diepgaand gesprek gevoerd. Op korte termijn moet het college een besluit nemen om voor huishoudelijke ondersteuning in Twents verband of als individuele gemeente verder te gaan. Ook wordt nog bekeken of dit met een aantal gemeenten opgepakt kan worden. Die ontwikkeling is momenteel gaande.

De heer MULLER vraagt welke in welke stappen wanneer uiteindelijk tot besluitvorming gekomen wordt.
Wethouder BEENS zegt dat de veertien gemeenten begin april uitsluitsel moeten geven of zij gezamenlijk verder gaan of als individuele gemeenten. Het college gebruikt de maand februari om zich goed te laten informeren om in de maand maart een besluit te kunnen nemen.

 De heer MULLER vraagt of het een besluit wordt van het college.
Wethouder BEENS zegt dat het, voor zover hem bekend is, een collegeaangelegenheid is. Het college wil de raad hierin echter sowieso betrekken, zoals tot nu toe steeds gebeurd is. Het besluit  kan ook financiële consequenties hebben als er keuzes gemaakt moeten worden. Spreker zegt toe de commissie middels een brief of informatieverstrekking in de commissie hierover te informeren.

Wethouder TIJHOF meldt dat de problemen met betrekking tot dyslexiezorg door de Ziekenhuisgroep Twente, waarover eerder in de commissie vragen zijn gesteld, inmiddels zijn opgelost.

De heer NOEVERMAN zegt dat in de raad onlangs uitvoerig is gesproken over Soweco. Inmiddels is de zienswijze verstuurd. Spreker vraagt of er al een reactie is ontvangen van de partners in Soweco.
Wethouder TIJHOF zegt dat Rijssen-Holten daarover in gesprek is met de andere partners.

7. Raadsvoorstel vaststelling Nota Publieke gezondheidsbeleid Rijssen-Holten (Beens/Tijhof)
De heer WESSELS zegt dat  in september 2014 voor het eerst opmerkingen zijn gemaakt over een onderzoek dat gepubliceerd was in Tubantia naar de resultaten van het gezondheidsbeleid. Rijssen-Holten bleek op een aantal gebieden minder dan gemiddeld te presteren. Sinds die tijd heeft dit onderwerp op de actiepuntenlijst van deze commissie gestaan. Nu ligt een nota voor met veel stukken waarnaar wordt verwezen. Uit die stukken zijn data gehaald, maar het is jammer dat het data zijn uit 2015.
Het is een lastig onderwerp. Men kan veel investeren in gezondheid en men wil veel doen om goed en gezond te leven. In de nota is een focus gelegd op de  lokale situatie. Het is goed dat dat het uitgangspunt is. Er moet goed afgebakend worden, waar de gemeente impact wil hebben. Het is zelfs op wijkniveau in kaart gebracht.
Bij de doelstellingen staat een aantal aandachtsgebieden, waarmee de gemeente verder wil. Daarbij worden jongeren, ouderen en volwassenen geselecteerd, waarop een aantal zorgpunten wordt benoemd. Bij jongeren komt bijvoorbeeld alcoholpreventie naar voren. Vervolgens wordt het echter zo groot, dat voor elke doelgroep een aantal aandachtspunten in kaart gebracht wordt.
Het stuk komt in maart terug voor een uitvoeringsprogramma. Dan gaat de gemeente nog een keer met de partners om tafel om te bepalen wat zij concreet gaat doen. Het is belangrijk  die partners mee te nemen, maar spreker wil graag een concrete insteek zien, die door de gemeenteraad wordt omarmd als een focus waar de gemeente voor wil gaan en bereikt wil hebben in 2020. Spreker noemt als voorbeeld: inzetten op bewegen en dat SMART (Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden) maken, zoals: ‘In 2020 beweegt de bevolking van Rijssen-Holten meer dan het Nederlands gemiddelde’. Dat is één concreet doel voor alle doelgroepen. Het bewegen moet gemakkelijker gemaakt worden, het moet meegenomen worden in te ontwikkelen plannen, bij de keuze voor straatmeubilair en bijvoorbeeld fitnesstoestellen in de openbare ruimte.
Spreker stelt voor één focuspunt te kiezen als raad, daarop inzetten en meegeven aan het uitvoeringsprogramma.

De heer POLMAN zegt blij te zijn dat ook CDA waarde hecht aan een concrete doelstelling op dit gebied. D66 heeft dat bij het drugspreventieplan regelmatig benadrukt. Zij ziet dat in deze nota terugkomen. Zij sluit zich aan bij de kanttekeningen die de ASD (Adviesraad Sociaal Domein) in zijn advies meegeeft aan het college. De lijn die hieruit gehaald kan worden, is dat er meer duidelijkheid mag komen in de bepalingen, waaronder het SMART-formuleren van de doelstellingen en koppelen aan een Nederlandse standaard in plaats van aan een Twentse standaard. In de nota staat in dit verband dat Rijssen-Holten zich gaat spiegelen aan de Twentse standaard. Ook staat hierin: “Twente scoort in het algemeen slechter dan het landelijk gemiddelde”. Dat betekent dat Rijssen-Holten zich aan die lagere lat spiegelt. De reactie van het college is dat verandering zaak is  van een langere adem en meerdere jaren. Rijssen-Holten probeert wandelgemeente van Nederland te zijn en is de MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland. Spreker vraagt waarom zij niet de gezondste gemeente van Nederland wil zijn. Concreet is de vraag waarom zij zich niet durft te meten aan de Nederlandse norm .
D66 is voorstander van toetsing van beleid op basis van aantoonbare resultaten. Daarvoor is het nodig te weten waar de gemeente nu staat en waar zij wil staan  bij het behalen van de doelstellingen. Meten is weten, maar duidelijk moet zijn wat er gemeten wordt. Spreker vraagt waarom het college hierin geen transparantie wil geven, ondanks het advies van de ASD.

De heer MULLER stelt de volgende vragen:
-  Bij het onderdeel “wat gaan wij doen”, bij het onderdeel jeugd en jongeren, mist Gemeentebelang de drugsproblematiek. Waarom is hiervoor geen aandacht: scoort Rijssen-Holten hier beter dan het Twents gemiddelde of speelt het hier niet? Als dat      laatste het geval is, sluit het niet aan bij signalen die links en rechts in de gemeenschap te horen zijn.
-  Bij het onderdeel “jeugd scoort bij bewegen” scoort Rijssen-Holten lager dan gemiddeld in verhouding met Twentse gemeenten. Zijn de oorzaak daarvan bekend? Wordt bij het uitvoeringsprogramma rekening gehouden met het betrekken van het          jeugdsubsidiebeleid?
-  Bij het onderdeel “wat gaan wij doen” staat het speerpunt: “wij koesteren sociale cohesie en noaberschap”. Wat betekent dat concreet en leidt dit tot nieuwe acties?
-  De toetsing op minimaal het Twents gemiddelde van de negatieve thema’s is wat Gemeentebelang betreft te algemeen en mag scherper en meetbaarder geformuleerd worden. 

De heer VAN DEN BERG zegt dat de doelstellingen in de nota alles dekken wat er gezegd zou moeten worden en zo algemeen is gesteld, dat het zowel jongeren, ouderen en volwassenen afdekt. Spreker is daarom benieuwd naar het uitvoeringsprogramma. Wellicht kunnen er SMART-doelstellingen worden gesteld om concreter te beoordelen hoe de gezondheid in Rijssen-Holten aangepakt wordt voor alle groepen.
In de documenten staat dat er een wijkscan is gemaakt op postcodegebied. Tevens  wordt gesproken over wijkgericht werken. Holten is één groot postcodegebied, zodat de vraag is in hoeverre hiervan sprake kan zijn.

De heer MEIJERINK zegt dat de gemeente het goed doet als het gaat om het ondernemersklimaat. In de nota staat echter dat de gemeente bij de jeugd qua levensstijl nog onder het Twentse gemiddelde zit – het Twentse gemiddelde zit onder het Nederlandse gemiddelde -, zodat dit iets is om van te schrikken. De analyse in de nota lijkt verder in orde te zijn. De lat mag echter wel hoog gelegd worden. Dat zal in stapjes gedaan moeten worden, waarbij een tussenstap kan zijn om  eerst uit te komen op het Twents gemiddelde om uiteindelijk uit te komen op minimaal het Nederlands gemiddelde. Dat moet het uitgangspunt zijn.
De PvdA kijkt uit naar het integrale uitvoeringsprogramma en  naar concrete doelstellingen. Met de nota an sich kan zij goed leven.

De heer NOEVERMAN sluit zich aan bij diverse vorige sprekers als het gaat om SMART-formuleren van doelstellingen. De SGP heeft er geen moeite mee de  lat in eerste instantie te leggen op het Twents gemiddelde. De gemeente kan zich focussen op één onderwerp. Anderzijds kan een goede insteek zijn in te zetten op alle dingen waarin Rijssen-Holten negatief  afwijkt van het Twents gemiddelde  en van daaruit een uitvoeringsprogramma op te stellen met de partners. Als die doelstellingen worden geformuleerd, moeten deze terug te zien zijn in een aantal monitoren, jaarlijks, tweejaarlijks of vierjaarlijks. Als doelstellingen niet zijn gehaald, moet te zien zijn waaraan dat ligt.
Als de gemeente precies zou weten aan welke knoppen zij moet draaien om de doelstellingen te halen, dan is er geen uitvoeringsprogramma nodig en is het niet nodig met partners te overleggen. Dat betekent dat de gemeente op zoek moet gaan naar interventies die zouden kunnen werken, waarbij de insteek met name moet zijn te leren van elkaar, van de partners: wat werkt wel, wat werkt niet, wat kan beter? Spreker wil het college vooral meegeven het beleid te koppelen aan de evaluatie en daarop kwalitatief, samen met de partners in te steken. Daaraan hecht hij meer waarde dan achteraf het kunnen meten of bepaalde resultaten wel of niet bereikt zijn. Spreker vraagt of het college dat meeneemt in het uitvoeringsprogramma.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat de ChristenUnie de genoemde aandachtspunten, waaronder wat gezegd is over de doelstellingen, ondersteunt.
De betrokkenheid van de diverse partners op het gebied van jeugd en Wmo is heel belangrijk, evenals de positieve betrokkenheid van de ASD.

Wethouder BEENS zegt dat hij het met de fracties eens is dat dit beleidsstuk een bepaald abstractiegehalte heeft. Daarvoor is echter bewust gekozen. Het uitvoeringsprogramma wordt vervolgens heel concreet en wordt opgepakt met de hele keten. Gezamenlijk wordt dan gekeken naar de doelstellingen en de aandachtspunten, waarbij concrete acties aangegeven worden. Wat betreft de vraag van de heer Noeverman om dit te monitoren, wijst spreker op de Twentse monitor, waarin te zien zal zijn of Rijssen-Holten al op het Twents niveau zit. Als dat heel moeilijk te monitoren is, dan moet gekeken worden of Rijssen-Holten een eigen monitor inzet. Spreker wil dat meenemen, maar dat moet goed uitvoerbaar zijn.

De heer NOEVERMAN zegt bij interruptie, dat hij niet meer monitoring wil, maar juist met elkaar, met de partners, ‘checks and balances’ wil inbouwen om helder te krijgen waarom bepaalde zaken worden ingezet en wat daarmee bereikt moet worden. Daardoor wordt er kwalitatief geëvalueerd in plaats  van achteraf te sturen op cijfers zonder nog te kunnen ingrijpen op het beleid. Dan  wordt duidelijk wat de gemeente voor ogen stond, waarom een bepaalde aanpak wel of  niet werkt en wat er misschien anders moet. 

Wethouder BEENS zegt dat hij dat kan toezeggen. Dat hoort bij het uitvoeringsprogramma, dat concreet en SMART wordt. Hoe ‘smarter’ het wordt, hoe beter het gemonitord kan worden.
Het heeft lang geduurd voordat dit beleidsstuk  voorgelegd wordt aan de raad. Het college heeft ervoor moeten kiezen andere zaken prioriteit te geven.
De data uit 2015 hebben te maken met de Twentse monitor van destijds, die als basis is genomen. Spreker verwacht dat er op niet al te lange termijn een nieuwe monitor komt.
Op de woorden van de heer Polman over de concrete doelstellingen, zegt spreker dat het college daarmee aan de slag gaat bij het uitvoeringsprogramma, samen met de volledige keten.
Spreker zou het geweldig vinden als Rijssen-Holten de gezondste gemeente van Nederland wordt. Op onderdelen staat zij daar nog heel ver van af. Het is de kunst daarin een kentering te krijgen en eerst uit te komen op Twents niveau en vervolgens hopelijk op het Nederlands niveau. 

De heer POLMAN vraagt bij interruptie of hij dat als een toezegging mag zien.
Wethouder BEENS zegt dat de toezegging is dat Rijssen-Holten die kant op gaat. Als zij op de negatieve punten positief weet te scoren, gaat het richting de gezondste gemeente.

De heer MEIJERINK verzoekt de wethouder zijn woorden aan te scherpen en te zeggen dat de lat hoog gelegd wordt, ook al gaat dat in stapjes.
Wethouder BEENS zegt dat die zaken in het uitvoeringsprogramma staan. Het college gaat met de partners praten over wat er, stap voor stap, bereikt kan worden. De eerste stap moet inderdaad zijn uit te komen op Twents niveau en vervolgens door te stomen naar Nederlands niveau.

De heer POLMAN vraagt bij interruptie of de wethouder zegt dat de uitgangspunten in de uitvoeringsstukken nog kunnen veranderen ten opzichte van de nota als Rijssen-Holten richting de Nederlandse norm wil gaan.
Wethouder BEENS zegt dat de punten die in de nota staan, meegenomen worden bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma. Dat gaat iets verder dan wat het CDA voorstelt over één doelstelling.
Wijkgericht werken is door de raad afgewezen. Momenteel wordt bekeken hoe dat opnieuw opgepakt kan worden. In voorliggend plan houdt het college zich  aan de wijkscan van de GGD. 

Wethouder TIJHOF zegt dat de ambitie die spreekt vanuit de raad, door het college meegenomen wordt in het gesprek met de partners.
Het college is volop bezig met preventie op het gebied van drugsproblematiek. Het klopt dat dit onderwerp  wat cryptisch omschreven staat in de nota. In het uitvoeringsprogramma is dit echter een van de punten die aan de orde komen.

De heer MULLER zegt dat is geconstateerd dat de jeugd relatief weinig beweegt in vergelijking met de andere gemeenten en dat er een lagere deelname is aan sportverenigingen. Spreker vraagt wat daarvan de oorzaak is. Hij heeft gevraagd of het instrument jeugdledensubsidie betrokken wordt bij het uitvoeringsprogramma.
Wethouder TIJHOF zegt dat in het uitvoeringsprogramma alle kaders meegenomen worden. Met de jeugdledensubsidie worden jeugdigen gestimuleerd om te gaan sporten. Spreker kan niet zeggen waarom Rijssen-Holten een laag percentage sportende jeugdigen heeft. Daaraan moet gewerkt worden. Het een van de speerpunten. De vraag is of er meer fitnesstoestellen in de wijken geplaatst moeten worden of dat  meer ingezet  moet worden op sportverenigingen.

Tweede termijn

De heer MULLER zegt dat de uitvoeringsteams blijkbaar voor een deel zelf bepalen welke doelstellingen exact gerealiseerd moeten worden om het SMART te maken. Dat wringt een beetje met de rol van de raad. Als het gaat om de nota zelf en de genoemde thema’s, vindt Gemeentebelang dat deze in de breedte aangepakt moeten worden. Daarmee moeten de teams aan de slag gaan. Later wordt dan bekeken hoe zij  hieruit komen.
Wat betreft het cryptische verstoppen van de drugsproblematiek moet helder op trafel komen dat dit in Rijssen-Holten een rol speelt. Om die reden heeft spreker daarvoor de aandacht gevraagd. 

De VOORZITTER concludeert dat het oordeel van Gemeentebelang over het voorstel positief is.

De heer WESSELS zegt dat er blijkbaar voor een aantal doelgroepen een aantal zorgpunten geformuleerd is. In maart komt het college hiermee terug in een sessie met een aantal partners, waarbij een aantal doelstellingen wordt gefilterd. Vervolgens komen er ongeveer drie kernpunten waaraan de komende jaren gewerkt wordt. Spreker wil het college hierbij meegeven wat de raad belangrijk vindt en waaraan in elk geval aandacht besteed moet worden. Als de raad die focus niet meegeeft, komt er een uitvoeringsplan met  doelstellingen die door anderen zijn geformuleerd. Spreker wil dit concreter maken en vraagt de overige fracties of zij “bewegen” onderdeel willen maken van het uitvoeringsprogramma en of zij dat SMART willen formuleren, zoals: ‘De bevolking in Rijssen-Holten beweegt in 2020 meer dan het Nederlands gemiddelde’.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt in reactie op de woorden van de heer Wessels dat D66 daaraan wil meedoen. Het is een mooie en SMART te maken doelstelling. Spreker stelt daarnaast voor het Nederlands gemiddelde voor alle doelstellingen af te spreken en niet het Twents gemiddelde. D66 is van plan bij de raad hierover een amendement in te dienen.

De heer NOEVERMAN zegt dat hij niet veel moeite heeft om de ambitie uit te spreken te gaan naar het Nederlands niveau, maar wel  om dat als doelstelling vast te stellen. Het zou een illusie zijn als gemeente met de Twentse GGD naar een Nederlands niveau te gaan. Als dat zo gemakkelijk zou gaan of als de gemeente en de GGD dat zouden weten, dan was dat al wel gebeurd.
Spreker is geen voorstander van het vooraf formuleren van een speerpunt. Er is nu een goede weg gekozen door de uitvoering te doen met alle betrokken partners bij de publieke gezondheid in de gemeente en te kijken wat gezamenlijk bereikt kan worden en welke doelstellingen geformuleerd kunnen worden. Als de raad aan de voorkant meegeeft dat dit “bewegen” moet zijn, dan kan het zo zijn dat er weinig partners zijn die daarop echt kunnen inzetten. Wat spreker betreft, moeten die kaders niet meegegeven worden. De kaders zijn helder: voldoen aan de Twentse normen op punten waar Rijssen-Holten momenteel achterloopt.

De heer WESSELS zegt bij interruptie dat hij graag wil weten of de SGP niet bang is voor versnippering met twaalf of dertien doelstellingspunten voor drie focusgroepen. De raad kan nu meegeven dat gefocust moet worden op één punt.
De heer NOEVERMAN zegt dat de punten waar de gemeente voor gaat, als daarin een keuze gemaakt moet worden, moet afhangen van datgene wat zij met de strategische partners op dit terrein echt kan bereiken. Het is link nu al dingen mee te geven als je niet zeker weer of die partners daarin het beste thuis zijn. Spreker stelt voor het andersom te doen: praten met de partners en op basis daarvan samen zo SMART mogelijk de doelstellingen kiezen.

De heer VAN DEN BERG zegt dat VVD Lokaal van ambitieuze doelstellingen houdt, maar die moeten zo realistisch mogelijk zijn. VVD Lokaal vindt het prima dat de gemeente de komende jaren vasthoudt aan het Twents gemiddelde qua gezondheid.
VVD Lokaal ziet met belangstelling het uitvoeringsprogramma tegemoet. De doelstellingen die nu voorliggen zijn algemeen vormgegeven. De partners kunnen daaraan een invulling geven. Aan de hand daarvan beoordeelt VVD Lokaal welke kant zij precies op wil gaan. Het is te vroeg als de raad zich nu alleen blind staart op “bewegen”.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt met betrekking tot het ambitieniveau dat de ChristenUnie het voorstel van het college afwacht. De diverse partners, waaronder de ASD,  worden erbij betrokken. De ChristenUnie heeft er alle vertrouwen in dat het college met een goed voorstel komt.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA akkoord gaat met de nota en uitkijkt naar het integrale uitvoeringsprogramma. Als er voorstellen van D66 en het CDA komen, dan kijkt de PvdA daar zeer welwillend naar.

De heer MULLER wijst naar aanleiding van het voorstel van het CDA, om te focussen op drie kernpunten en de overige punten minder prioriteit te geven, op de drie doelgroepen. Gemeentebelang is juist blij met deze splitsing. Zij wil zeker niet de ene groep of één project ten koste van andere groepen prioriteit geven.

De heer WESSELS zegt dat ook in het stuk gesproken wordt over drie kernpunten. In maart wordt er getrechterd. Het voorstel van spreker is alvast één onderwerp aan te geven, waarmee in elk geval voor alle groepen aan de slag gegaan wordt.
De heer MULLER zegt dat voor Gemeentebelang belangrijk is dat alle geformuleerde doelgroepen inderdaad de aandacht krijgen die belangrijk is. Het ene punt scoort misschien mooier dan het andere, maar moet daarvan niet ten koste gaan. Spreker vreest dat dat gebeurt als gekozen wordt voor een, twee of drie thema’s.

Wethouder BEENS zegt op de woorden van de heer Wessels over de doelstellingen en te gaan focussen, dat hij het jammer vindt dat daarbij al ingegaan wordt op de uitvoering. Het college hecht er zeer veel waarde aan dit te doen met het maatschappelijk middenveld om te komen tot een goede en concrete aanpak. Als het CDA vasthoudt aan haar woorden en wil trechteren, dan wordt het maatschappelijk middenveld uitgeschakeld.
De heer Muller zei dat het voelt alsof er ergens iets gaat wringen als het maatschappelijk middenveld de doelstellingen bepaalt. De uitgangspunten, die de raad met dit voorstel bepaalt, liggen echter vast. Het college wil de uitvoering graag in samenwerking met het maatschappelijk middenveld doen.

De heer MULLER zegt bij interruptie dat het hem vooral gaat om de uitvoeringsteams. Als deze de eindresultaten formuleren, kan dat wringen. Spreker heeft niet gedoeld op overleg met het maatschappelijk middenveld.

De VOORZITTER wijst erop dat het uitvoeringsprogramma een collegebevoegdheid betreft.

De heer WESSELS interrumpeert in reactie op de woorden van de wethouder. Het CDA is voorstander van gesprekken met het maatschappelijk middenveld. Het CDA wil echter dat tegen het maatschappelijk middenveld gezegd wordt: hier wil de gemeente aan werken, dit wil zij in elk geval doen naast een of twee andere punten waarop zij wil focussen. Het is niet zo dat het een het ander uitsluit.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel vaststelling Nota Publieke gezondheidsbeleid Rijssen-Holten als bespreekstuk te behandelen in de raad.

8. Actiepuntenlijst
De VOORZITTER meldt dat alleen het punt blijft staan: “Naheffing als gevolg van rekenfout SiSa-bijlage”. De overige punten zijn afgehandeld.

9. Rondvraag
De heer BAAN zegt naar aanleiding van informatief stuk a, “Uitbreiding Pius X College”, dat de SGP tegen de volgende constateringen aanliep met betrekking tot het proces: 

  •      De uitbreiding van de school was eind 2013 opgeleverd.
  •      Februari 2015 stuurt het College van Bestuur van het Pius X College een brief
         aan het college met het verzoek om te komen tot een eindafrekening.
  •      Eerst na de brief van februari 2015 gaat het ambtelijk apparaat aan de slag met
         de eindafrekening.
  •      Tijdens dit traject komen er vragen naar voren betreffende gemaakte afspraken.
         Het schoolbestuur wordt verzocht om aanvullende gegevens.
  •      Omdat antwoord uitblijft, is het schoolbestuur eerst in mei 2016 geconfronteerd
         met een concept-notitie over de afrekening, waarna discussie op gang kwam.

De SGP stelt hierover de volgende vragen:

  1.      Op welk moment was het college / de gemeente daadwerkelijk op de hoogte van
         de ca. 100 minder gerealiseerde m²?
  2.      Is het juist dat het ambtelijk apparaat eerst aan de slag ging met de
         eindafrekening na ontvangst van het schrijven van 19 februari 2015?
  3.      Is het juist dat de gemeente afhankelijk was van informatie van derden (school)
         en dat deze informatie op de toezichthoudende afdeling ontbrak?
  4.      Is de portefeuillehouder het met ons eens dat het bouwtoezicht onvoldoende
         was?
  5.      Is er wel voldoende afstemming geweest in de ambtelijke organisatie en is
         misschien daardoor de afrekening wat laat opgemaakt?
  6.      Hoe gaan wij dit in de toekomst voorkomen?

Wethouder TIJHOF zegt toe de vragen via een NB te beantwoorden.
Reactie college op vragen SGP over uitbreiding Pius X College

10. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om  19.45  uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie MDV van Rijssen-Holten op 13 maart 2017

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous