Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Commissie MDV 26 juni 2017 (20.30 uur)

Datum: 26-06-2017Tijd: 20:30 - 22:45Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: dr. E.G. BosmaGriffier: drs. G.H. VeermanNotulist: G.B. Aanstoot - StamGenodigden: AanwezigNaamVoorzitterdr....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Commissie MDV 26 juni 2017 (20.30 uur)

Datum: 26-06-2017
Tijd: 20:30 - 22:45
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: dr. E.G. Bosma
Griffier: drs. G.H. Veerman
Notulist: G.B. Aanstoot - Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
Voorzitterdr. E.G. Bosma
SGPdr. J. Noeverman, J.W. Reterink en J.A. Baan
CDAF.J. Wessels, G. Smelt en G.D. ten Berge
ChristenUnieJ. Berkhoff, J. van Veldhuizen en mr. W.L. Riezebos-Tessemaker
GemeentebelangJ. Kuiper-Ruitenberg, J. Beunk en W.J.M. Muller
PvdAR.H.L. Janssen-Niehof, R.W. Meijerink en S. Kök
VVD LokaalE.J.W. Deijk, B.J. van den Berg en R.A. de Koe
D66ir. H. Klein Velderman
Griffierdrs. G.H. Veerman
Het collegeB. Beens, R.J. Cornelissen, B.D. Tijhof
Pers2
Publiek7

1 Opening 
De VOORZITTER opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom.

2 Inventarisatie spreekrecht
Er hebben zich geen insprekers gemeld.
 
3 Vaststellen definitieve agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4 Verslag van de vergadering van 8 mei 2017
Het verslag wordt ongewijzigd goedgekeurd.

5 Mededelingen vanuit samenwerkingsverbanden en over strategische projecten 
Er zijn geen mededelingen.

6 Raadsvoorstel Krediet duurzaamheidslening Julianaschool (Beens)
Eerste termijn
Mevrouw RIEZEBOS deelt mee dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden en dat de ChristenUnie instemt met het voorstel. Inzetten op duurzaamheid is erg belangrijk.

De heer VAN DEN BERG zegt dat in de verordening staat: “het overleggen van een begroting/offertes”. Hij vraagt hoeveel offertes er binnengekomen zijn.

Wethouder BEENS zegt dat er maar één offerte is binnengekomen. 

De heer VAN DEN BERG vraagt bij interruptie of het voor de beeldvorming niet beter is meerdere offertes te verlangen van een school/instelling, alvorens de commissie hierover beraadslaagt.
Wethouder BEENS zegt dat hij hierover met een schriftelijke reactie komt.
NB.: De wethouder heeft laten weten dat het schoolbestuur twee offertes heeft opgevraagd. Op basis van de gunstigste/goedkoopste offerte heeft vervolgens het overleg met de gemeente plaatsgevonden.

Tweede termijn
De heer BEUNK vraagt de heer Van den Berg of in de regeling staat dat er meerdere offertes aangevraagd moeten worden.
De heer VAN DEN BERG zegt dat in de verordening gesproken wordt over offertes.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 instemt met het voorstel. Tegen de heer Van den Berg zegt spreker dat de school misschien meerdere offertes heeft aangevraagd en er slechts één bij de gemeente heeft ingediend. Een school zou zich in de vingers snijden als zij te duur inkoopt.

De heer VAN DEN BERG zegt dat de gemeente de lening verstrekt en verantwoordelijk is voor een goede schoolvoorziening. Als een school door dure inkoop in de problemen komt, komt dat probleem uiteindelijk weer bij de gemeente terug.
Wethouder BEENS zegt dat hij nagaat of er meerdere offertes ingeleverd moeten worden.

Mevrouw RIEZEBOS zegt dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden. Zij vraagt zich af of er ambtelijke capaciteit gestoken moet worden in het uitzoeken van de vraag van de heer Van den Berg.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Krediet duurzaamheidslening Julianaschool als hamerstuk te behandelen in de raad van 13 juli 2017.
Als de beantwoording van de wethouder daartoe aanleiding geeft, kan het raadsvoorstel bij de vaststelling van de agenda op 13 juli 2017 alsnog verplaatst worden naar de bespreekstukken.
 
7 Raadsvoorstel Rapport Onderzoek Basale voorzieningen sport (Cornelissen)
Eerste termijn
De heer NOEVERMAN zegt dat in het rapport is beschreven wat de eisen zijn, die de georganiseerde wedstrijdsport stelt aan binnen- en buitenaccommodaties. Dat is voor wedstrijdsport in verenigingsverband een logisch uitgangspunt, maar het is voor de SGP niet de basis voor het beleid op zich. Wat de SGP betreft houdt het ook in dat sport bijdraagt aan maatschappelijke ontwikkelingen en vraagstukken, dat sportaccommodaties duurzaam gebouwd worden, dat de voorziening een publieke functie heeft, voor iedereen toegankelijk is en in principe door en voor iedereen te gebruiken is. Wat een basale voorziening is, blijft daarom altijd politiek gekleurd. Het was tegen die achtergrond mooi geweest als het rapport feitelijk had weergegeven aan welke eisen een basale voorziening dient te voldoen vanuit de georganiseerde wedstrijdsport, om het daartoe te beperken, zoals het rapport bedoeld is, zodat op verschillende niveaus die in het rapport genoemd worden, lokaal, regionaal en eventueel landelijk, en vanuit objectieve eisen die eerst zijn geformuleerd, en dat er een puur informatief stuk had voorgelegen. Het lijkt er nu echter op alsof beleid en puur informatief vaststellen aan welke eisen een sportvoorziening dient te voldoen vanuit de sporttechnische eisen, door elkaar lopen. Daarover heeft spreker de volgende opmerkingen en vragen:

  • Volgens het stuk lijkt het erop dat het niveau waarop sport op dit moment beoefend wordt in Rijssen-Holten meegespeeld heeft in de definitie van basale sportvoorziening. Is dat inderdaad het geval? Zo ja, geeft het rapport nog wel feitelijk aan wat echt nodig is voor een basale voorziening op verschillende niveaus? Betekent het ook dat sporten niet kunnen doorgroeien naar een ander niveau of, als zij op een lager niveau actief worden, een bovenbasale voorziening hebben?
  • Geconstateerd wordt dat niet alle accommodaties voldoen aan de eisen van toegankelijkheid. Vervolgens wordt geadviseerd de benodigde aanpassingen af te laten hangen van de gebruikers. Als daarmee de huidige gebruikers worden bedoeld, zou dat de omgekeerde wereld zijn. Als een sportaccommodatie niet toegankelijk is, kan men er geen gebruik van maken en dus geen gebruiker zijn. Het zou dan toch moeten gaan om potentiële gebruikers? Voor de  SGP geldt dat sportaccommodaties voor iedereen toegankelijk zijn. Dat is echt basaal. Spreker vraagt hoe de andere fracties daartegen aankijken.
  • Het rapport lijkt te veronderstellen dat kunstgras een basale voorziening voor voetbalverenigingen is. De uitgangspunten van het rapport zelf gaan echter uit van sporttechnische eisen. Waarop is gebaseerd dat kunstgras tot die basale voorzieningen behoort? De KNVB schrijft dat niet als zodanig voor. Is dit een zuiver objectieve vaststelling van wat een basale voorziening is of is dit deels een politiekgekleurde invulling van een basale voorziening?

De SGP stemt in met de definities, maar beschouwt het stuk als informatief en niet als een beleidsdocument. Het rapport biedt een uitgangspunt en inzicht, maar vooral om daarover in de toekomst het politieke debat aan te gaan. Spreker vraagt of de portefeuillehouder dat ook zo ziet.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat het rapport veel en goede informatie geeft. Spreker stelt de volgende vragen over de definitie over basale sportaccommodaties:

-  “… en anticipeert op toekomstige sportgerelateerde en maatschappelijke ontwikkelingen en trends”. Hij vraagt wat hiermee bedoeld wordt en of het goed is dit op deze manier te formuleren.
-  Bij de financiële overwegingen staat dat er geld wordt gereserveerd voor een interactief systeem. Spreker vraagt wat dit inhoudt als het gaat om sportaccommodaties.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 het rapport onderschrijft. Naar aanleiding van de woorden van de heer Noeverman merkt hij op dat in het rapport staat: “Voor specifieke doelgroepen met een beperking kunnen vanuit specialistische invalshoeken aanvullende richtlijnen worden gesteld”. Voor spreker is het duidelijk dat voor de meest-voorkomende tekortkomingen zo’n basale sportaccommodatie een oplossing biedt. Voor heel specialistische beperkingen kunnen er, naar gelang, maatregelen worden genomen.
 
De heer TEN BERGE zegt dat er een mooi rapport voorligt, dat een goed zicht geeft in de stand van zaken met sport in Rijssen-Holten en welke kant het opgaat in de toekomst. De komende jaren moet sport hoog op de agenda blijven staan om het voor iedereen, sporter en toeschouwer, in de gemeente toegankelijk te houden.
Kunstgras moet worden gezien in het licht van toekomstige sportgerelateerde ontwikkelingen en trends. De definitie heeft ruimte om in te spelen op wat er in de toekomst actueel is. Op het moment dat er besloten moet worden over investeringen, moet de politieke discussie gevoerd worden over de kaders. Met het rapport wordt er een mooie basis gelegd naar 2019 en verder.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang de woorden van de heer Noeverman over de toegankelijkheid deelt. Het moet vanzelfsprekend zijn dat locaties toegankelijk zijn voor bezoekers en gebruikers. Als de tekst op dit punt onduidelijk is, moet dat gerepareerd worden.
Kunstgras voor sportvelden is een ontwikkeling in de tijd en het is goed daaraan aandacht te besteden. Gemeentebelang ondersteunt het feit dat dit vermeld wordt en een prominente plaats krijgt.
Bij basale voorzieningen staat als een van de eisen, dat de laatste vijf jaar er sprake moet zijn van een jaarlijkse toename van het aantal deelnemers op landelijk niveau. Spreker vindt dat geen doorslaggevend criterium of een sport in Rijssen-Holten functioneel kan worden uitgevoerd. Er kunnen sporten zijn, die wat ‘verstopt’ zijn geweest, maar waarvoor er in Rijssen-Holten goede kansen zijn.

De heer VAN DEN BERG zegt dat VVD Lokaal blij is met de uitkomsten van het rapport, maar nog de volgende vragen heeft:
- In het rapport wordt een aantal leden genoemd van 50 onder “Opkomende sporten”. In het raadsvoorstel staat hierover dat dit geldt voor alle sporten. Kan de wethouder dit toelichten?
- Bij de kanttekeningen, punt 2.2, staat welke sporten niet voldoen aan de uitgangspunten. Wat zijn de gevolgen voor het sportaanbod en de accommodaties die de gemeente faciliteert als de raad instemt met het document?

Wethouder CORNELISSEN zegt op de woorden van de heer Noeverman, dat het niveau inderdaad deels heeft meegespeeld. Met een aantal sporten dat bijvoorbeeld beoefend kán worden in een zwembad, is geen rekening gehouden. Dat sluit niet uit dat een niveau hoger of lager kan worden.
De toegankelijkheid is een van de gestelde eisen. Dat geldt voor huidige en potentiële gebruikers, maar er zijn ook situaties waar specifieke maatregelen genomen moeten worden. Op die manier wordt daaraan in het rapport aandacht gegeven.

De heer NOEVERMAN zegt dat hij moeite heeft met de zin: “Momenteel wordt er namelijk aangegeven dat de toegankelijkheid niet voldoende is, maar gezien het gebruik van miva-toiletten als berging is het discutabel in welke mate de beperkte toegankelijkheid daadwerkelijk een belemmering vormt.” Dat kan niet een argument zijn dat er geen mindervaliden in de accommodatie aanwezig zijn.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij het eens is met de woorden van de heer Noeverman als er een potentiële vraag ís: het inzetten van een berging mag niet betekenen dat een mindervalidentoilet niet gebruikt kan worden. Anderzijds kan het zo zijn dat de vraag om een mindervalidentoilet er gewoon niet is.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt bij interruptie dat het vreemd is te wachten op de vraag om een invalidentoilet. De sportvoorzieningen van de gemeente moeten gewoon voldoen aan dit soort eisen.

Wethouder CORNELISSEN gaat in op opmerkingen over kunstgras. Kunstgras zorgt ervoor dat er langer doorgespeeld wordt.
Op verschillende momenten zal de raad nog kunnen discussiëren met het college over het rapport. Dit houdt verband met beschikbare financiële middelen en de kant die de raad op wil met sport.
De gemeente moet de mogelijkheid hebben mee te kunnen gaan in nieuw opkomende ontwikkelingen. Een voorbeeld is maatschappelijk verantwoord verenigen, dat door verenigingen opgepakt wordt, waarin ook de sociale component steeds meer naar voren komt.
In het rapport staat een afbeelding van een interactief systeem: een beamer die voor diverse doelgroepen ingezet kan worden.
Op de opmerking van de heer Muller over een van de eisen bij basale voorzieningen – er moet de laatste vijf jaar sprake zijn van een jaarlijkse toename van het aantal deelnemers op landelijk niveau ‑ zegt spreker dat dit vooral is bedoeld voor nieuwe sporten. Een vereniging die op dit moment actief is, wordt niet getoetst aan deze eis. Wel krijgt men te maken met de toets van minimaal 50 leden, die geldt voor alle verenigingen. Dat is minder van belang voor de binnensport; daar huurt men een accommodatie. Dat is wel van belang als het gaat om investeringen richting de toekomst. Daarbij kan tevens gekeken worden naar een kostendekkend tarief. Ook kan de gemeente beslissen dat dit privaat opgepakt wordt.

Tweede termijn
De heer NOEVERMAN zegt dat hij niet is overtuigd door de woorden van de wethouder. In de tabel onder 4.2.21 wordt kunstgras genoemd, maar spreker leest het zo dat kunstgras, als het er is, aan bepaalde normen moet voldoen. Dat is iets anders dan te stellen dat kunstgras behoort tot basale sportvoorzieningen. Ook met de vaststelling van het rapport met de daarin gestelde definities zal volgens spreker daarover altijd de discussie gevoerd blijven worden. Hij hoopt echter dat er duidelijkheid komt over de te hanteren definitie. In 4.2.21 staat niet dat kunstgras een basale voorziening is, ook niet volgens de uitgangspunten over sporttechnische eisen om een wedstrijd te organiseren; dat kan ook op natuurgras, volgens de normen van de KNVB.
Het punt van toegankelijkheid is een wettelijke eis en mag niet afhangen van de huidige gebruikers of van het moment dat een mindervalide zich meldt. Dit moet gerealiseerd worden voor alle bestaande accommodaties.

De heer MULLER gaat in op de voorwaarde van een landelijke toename gedurende vijf jaar bij een sport. Een sport kan landelijk in ledenaantal afnemen, terwijl het in Rijssen-Holten een sport in opkomst is. Die voorwaarde kan geschrapt worden. Dat doet niets af aan het aantal leden, de landelijke organisatie et cetera.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat de definitie van basale voorzieningen vaag blijft, ook na de beantwoording van de wethouder.
In het rapport staat bij Sportclub Rijssen: “De accommodatie voldoet niet aan een basale accommodatie, er is geen kunstgras”. Dat zou betekenen dat het geen basale accommodatie is.
Spreker verzoekt de wethouder mee te nemen wat er is gezegd over de toegankelijkheid.

De heer TEN BERGE zegt dat het vanuit de betreffende definitie logisch is dat kunstgras een toekomstige sportgerelateerde ontwikkeling is. Kunstgras past in die zin bij de definitie van een basale voorziening. Kunstgras is al aanwezig bij Blauw Wit, Excelsior en straks bij VV Holten en misschien bij de fusieclub in Rijssen. Wellicht moet er ergens nog één kunstgrasveld gerealiseerd worden. Daarin moet de raad realistisch zijn.
 
De heer VAN DEN BERG zegt dat voor VVD Lokaal elke accommodatie voor iedereen toegankelijk moet zijn.
De beschreven basale sportvoorzieningen, al dan niet met kunstgras, ziet VVD Lokaal als richtlijnen en niet als beleid of harde eisen.

De heer MULLER vraagt bij interruptie of de heer Van den Berg punt 4.2.21 op blz. 23 onderschrijft bij het punt voetbal. Bij functionaliteit staat: “norm kunstgras”.
De heer VAN DEN BERG zegt dat hij het zo leest dat elke voetbalclub recht heeft op één kunstgrasveld.

De heer KLEIN VELDERMAN merkt op dat synoniemen voor basaal zijn: eenvoudig, simpel, fundamenteel, essentieel, elementair en cruciaal. Een kunstgrasveld is in deze tijd voor voetbalverenigingen bijna cruciaal.

De heer MEIJERINK zegt dat Blauw Wit, en iedere andere amateurvoetbalvereniging, de woorden van de heer Klein Velderman van harte beaamt. De PvdA stemt in met het voorstel.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het college de woorden over toegankelijkheid meeneemt.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadsvoorstel Rapport Onderzoek Basale voorzieningen sport als bespreekstuk te behandelen in de raad.

8 Rapport capaciteitsonderzoek binnensport (opiniërend; Cornelissen)
Eerste termijn
De heer VAN VELDHUIZEN wijst op het besluit in het collegevoorstel: “Beslispunt 8 en 9 laten vervallen. Beslispunt 10 toevoegen 'meenemen bij de kadernota 2019’.”

De VOORZITTER meldt dat de nummering inmiddels is veranderd.

De heer MEIJERINK wijst op beslispunt 3: De conclusie te trekken dat er in Rijssen in de avonduren en in het weekend sprake is van een tekort aan capaciteit voor de binnensport. In het stuk staat ook dat de sporthallen in Rijssen niet of slechts sporadisch op zondag worden gebruikt. Spreker vraagt of er onderzoek is gedaan bij verenigingen of andere gebruikers of er behoefte is om op zondag van sporthallen gebruik te maken. De conclusie die getrokken wordt bij beslispunt 3 zou dan minder stellig worden.
Spreker heeft de indruk dat ambtelijk wordt gezegd dat de gymzaal Lageweg Holten wellicht overbodig is. Deze gymzaal staat in een groeiende woonwijk. Spreker vraagt of het mogelijk en zelfs wenselijk is deze zaal te behouden.

De heer VAN DEN BERG zegt dat VVD Lokaal de conclusies onder de punten 2 t/m 5 ter harte neemt. VVD Lokaal geeft mee dat bij de bouw van het nieuwe zwembad zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de capaciteit voor verenigingengebruik voor clubs uit Rijssen en Holten.
In reactie op voorgaande spreker zegt hij dat men voor sporten op zondag gewoon een aanvraag kan doen.
De punten 6 t/m 8 hebben betrekking op binnensport. Spreker geeft het college mee daar de komende jaren zoveel mogelijk naar te kijken, omdat er de afgelopen jaren erg veel is geïnvesteerd in de buitensport.

De heer TEN BERGE zegt dat de binnensportaccommodaties gebruikt worden door het onderwijs en daarnaast vaak voor sport in niet-georganiseerd verband. Op dat gebied is er een tekort aan capaciteit. Het is goed vanuit die twee invalshoeken daarnaar te kijken.
Wat betreft de gymzalen Welleweg en Kroonweide stelt spreker voor breder te kijken naar de mogelijkheden en vraagt hij waarom sec wordt gefocust op de Welleweg en de Kroonweide.

De heer NOEVERMAN zegt dat de SGP zich grotendeels kan vinden in de punten waarover een opinie wordt gevraagd. Er is advies gevraagd aan de sportraad Rijssen-Holten. De scholen zijn echter alleen betrokken in het capaciteitsonderzoek middels een enquête. Spreker vraagt waarom er geen advies van de scholen is gevraagd of dat het misschien in het BOLEA-overleg (bestuurlijk overleg lokale educatieve agenda) aan de orde is geweest.
 
De heer MULLER zegt dat er een volledig rapport voorligt met een goede inventarisatie van alle informatie. Wat opvalt is het punt: “Oplossingen die uit het rapport voortvloeien mee te nemen bij de kaderstelling 2019-2022”. Als alle bedragen opgeteld worden, zijn hiervoor een paar jaar meer nodig.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het mogelijk is voor verenigingen zich te melden voor sporten op zondag. Die behoefte is er echter niet. Een onderzoek hiernaar vindt spreker jammer van de middelen.
De heer MEIJERINK zegt bij interruptie dat een onderzoek een te zwaar middel is. Wellicht staan verenigingen er echter niet bij stil dat sporten op zondag mogelijk is.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat dit nagenoeg bekend is bij verenigingen. Er zijn ook verenigingen die in de statuten hebben opgenomen dat zij niet op de zondag sporten. Spreker brengt de woorden van de heer Meijerink echter nog een keer onder de aandacht van de sportraad.
Het gebruik van de gymzaal aan de Lageweg is bekend. De zaal wordt op dit moment gebruikt door meerdere scholen, waaronder een school die wat verder weg staat. In het vervolgonderzoek wordt hiernaar nader gekeken. In het BOLEA-overleg is hierover gesproken met het onderwijs. Ook is er gesproken over de Welleweg en de Kroonweide in relatie tot de afstand van scholen. Daarbij is er verschil gemaakt tussen primair en voortgezet onderwijs. Het onderwijs haakt zeker aan bij het vervolgonderzoek. Daar wordt ook de vraag betrokken of de gymzalen breder ingezet kunnen worden, zodat deze maximaal benut worden.

Tweede termijn
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het college vraagtekens zet bij de gymzaal aan de Lageweg, maar dat de vraag moet zijn hoe die gymzaal weer vol komt. Er is een capaciteitsprobleem in Rijssen. Wellicht kan er een uitwisseling plaatsvinden. Spreker wijst daarnaast op de woorden van de heer Meijerink dat de gymzaal in een groeiende wijk ligt. Wellicht willen sportverenigingen op den duur sporten in deze wijk.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat er een duidelijk rapport voorligt. De benoemde knelpunten hadden misschien beter wat eerder bekend mogen zijn. Er zijn echter ook verbetervoorstellen genoemd. Voor de toekomstige ontwikkelingen moet hiermee zo snel mogelijk aan het werk gegaan worden. De ChristenUnie geeft een positieve opinie af.

De heer TEN BERGE zegt dat het rapport wat later is uitgekomen vanwege een quick scan die nog uitgevoerd moest worden.

De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA zeker verenigingen niet wil dwingen op zondag te gaan sporten. Het is echter goed dat de wethouder het nog een keer onder de aandacht brengt van de sportraad.
Wat betreft de gymzaal aan de Lageweg is het goed de vinger aan de pols te houden. De zaal moet niet te snel afgeschreven worden.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie kennis genomen heeft van het rapport en een positieve opinie geeft.

9 Raadsvoorstel Infill kunstgrasveld V.V. Holten (Cornelissen)
Eerste termijn
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat er een zeer uitgebreid rapport is voorgelegd, waarin diverse materialen zijn beoordeeld. De conclusie is dat de infill EPDM moet worden. Dat kost ruim € 100.000 meer. Spreker vraagt of de gebruikers in het onderzoek zijn betrokken, of het college andere velden heeft bezocht en er gesproken is met mensen die ervaring hebben met deze middelen.
In het rapport staat bij de beschrijving van het materiaal polyethyleen (PE): “Het materiaal transport zich in lichte mate naar de omgeving”. Verderop in het rapport staat bij de afwegingen: “Het materiaal transporteert zich sterk naar de omgeving”. Spreker vraagt de wethouder dit verschil toe te lichten.

  • In de afwegingstabel in het rapport staat dat de ‘cradle-to-cradle-eigenschap’ even zwaar meeweegt naar hoe eenvoudig het materiaal zich naar de kleedkamers en wasmachines kan transporteren. De raad kan hierover geen goede afweging maken.

    De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat er een krediet wordt gevraagd van € 100.000, dat gedekt moet worden uit de reserves van de combinatiefunctionaris. De ChristenUnie vraagt zich af of dit geld overgebleven is.

    De heer VAN DEN BERG vraagt of met de dekking de combinatiefunctionaris om zeep wordt geholpen.
    Als de gezondheid in gevaar is, is het van groot belang kritisch naar deze zaak te kijken. Dat kost € 100.000. Volgens spreker is het dat waard. De genoemde risico’s zijn verwaarloosbaar klein. Hij vraagt wat er gebeurt met de combinatiefunctionaris.

    De heer BEUNK vraagt of er in het verleden voor de combinatiefunctionaris te veel gebudgetteerd is en of dat niet eerder gecorrigeerd had moeten worden.
    Het beschikbaar stellen van € 100.000 voor het materiaal ziet Gemeentebelang als voortschrijdend inzicht en als een vorm van anticiperen op nieuwe technieken. Spreker heeft in een artikel van de KNSB gelezen dat fietsers last hebben van de uitstoot van auto’s. Ook daarin worden maatregelen getroffen. Gemeentebelang ziet het voorstel in datzelfde licht en staat positief ten opzichte van het verantwoorden van de € 100.000.

    De heer NOEVERMAN zegt dat het in feite gewoon gaat om een begrotingswijziging. Anderzijds ligt er een enorm maatschappelijk vraagstuk onder. Het college heeft in een brief laten weten daarop later terug te komen. Dat maakt het verwarrend of de toegevoegde stukken wel of niet nu besproken moeten worden of als informatief beschouwd moeten worden. Spreker verzoekt de wethouder hierover duidelijkheid te geven.
    De SGP is zeker bereid de € 100.000 extra ter beschikking te stellen voor een andere infill als het gebeurt vanwege de gezondheidsrisico’s. Dan moet echter ook gekeken worden naar de andere velden. Tegelijkertijd lijkt er een veel bredere afweging plaats te vinden en komt spreker weer terug bij zijn eerste vraag waarom nu die afweging gemaakt moet worden voor de V.V. Holten. Het besluit van de SGP hangt daarom vooral af van het argument om te kiezen voor EPM.

    De heer TEN BERGE zegt dat het CDA blij is dat het college de raad op deze manier actief informeert. Er moet echter nu een besluit genomen worden over het beschikbaar stellen van € 100.000. Wellicht heeft de raad er over enkele jaren spijt van als besloten wordt dat nu niet te doen. Op dat moment is hierover waarschijnlijk Europese besluitvorming. Nu moet het zekere voor het onzekere worden genomen en ingestemd worden met de begrotingswijziging. Op een later moment kan gediscussieerd worden over wat dat betekent voor de andere velden in de gemeente en wat het betekent voor de gemeentelijke begroting.

    De heer NOEVERMAN vraagt of de heer Ten Berge op dit moment weet hoe veilig de andere infills zijn.
    De heer TEN BERGE zegt dat hij dat niet weet.

    De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA het eens is met deze investering van € 100.000. Spreker is benieuwd naar de beantwoording van het college op vragen over de financiering.
    De PvdA wil graag weten hoe omgegaan wordt met de andere kunstgrasvelden en hun infill. In de brief van de wethouder staat in de laatste zin: “Voor wat betreft de brede discussie omtrent infill en een vaste beleidslijn hiervoor, komen wij met een apart voorstel bij u terug”. Spreker vraagt of dat gaat over bestaande kunstgrasvelden en wanneer de raad dat voorstel kan verwachten.

    Wethouder CORNELISSEN zegt op de vraag van D66 dat er met de gebruikers is gesproken. PE transporteert bijvoorbeeld ook bij  regen in lichte mate. In de tabel is er geen weging gegeven. In de volgende zin zou het woord “sterk” weggehaald kunnen worden: “Materiaal transporteert zich sterk naar de omgeving (milieu, kleedkamers, wasmachines, etc.)”.
    Voor de combinatiefunctionaris is er in het verleden geld ontvangen en gereserveerd. Momenteel krijgt de gemeente ook nog middelen van het Rijk, die hiervoor één-op-één ingezet worden. Het aantasten van de reserve voor dit doel leidt er niet toe dat de huidige combinatiefunctionaris in gevaar komt. Het Rijk heeft de werking van de combinatiefunctionaris onderschreven en stelt structureel geld beschikbaar.
    Op Europees niveau speelt er een bredere discussie of de regels eventueel aangescherpt moeten worden. Er is niet aangegeven dat er op dit moment een gezondheidsrisico is. Met name door de Europese Unie wordt bekeken of de infill aan zwaardere eisen moet voldoen Het college komt hierover nog bij de raad terug voor een brede afweging. Als er voor die tijd nog een kunstgrasveld aangelegd moeten worden, bekijkt het college hoe daarmee omgegaan wordt. Door het toevoegen van allerlei stukken wil het college de raad zo volledig mogelijk informeren.
    In voorliggende situatie gaat het om de aanleg van kunstgras bij de V.V. Holten. De werkzaamheden zijn nog niet gestart vanwege de discussie over rubbergranulaat. Na de bouwvakvakantie zal begonnen worden met de werkzaamheden.

    Tweede termijn
    De heer BEUNK ziet het als een zeer positieve ontwikkeling als er van een overheid meer geld binnenkomt dan nodig is voor de combifunctionaris. Het geld was blijkbaar niet gelabeld. Het gaat om een bedrag van € 265.000 in een reserve en er komt nog steeds geld bij. Spreker vraagt of dit geld ook kan vrijvallen voor een vrije invulling in de sport of dat het geld blijft staan voor de combifunctionaris.

    De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat de ChristenUnie instemt met het voorstel.

    De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het gaat om de vraag of er een ander product gebruikt kan worden dan SBR als infill. Het maakt niet uit welk product gekozen wordt: het kost altijd ongeveer € 100.000 meer. Daarover is de commissie het vanavond eens, al zijn er nog wel kritische vragen.
    De afweging welk soort product wordt gekozen, is nu kennelijk een politiek item. Spreker roept de commissie op zich daarin te verdiepen, omdat er van de vier producten maar één product is dat gaat van cradle to cradle en na gebruik gerecycled kan worden. In het kader van duurzaamheid is dat een punt waarop gelet moet worden. Ook PE is een goed alternatief. D66 is akkoord met het voorstel. Over de keuze van het product moet in een later stadium nog een keer goed gediscussieerd worden. De commissie moet het college een richting meegeven.

    De heer NOEVERMAN zegt dat er bijna geen gezondheidsrisico’s zijn. De raad kiest het zekere voor het onzekere en gezien de haast bij V.V. Holten ligt er nu een voorstel voor. Met de beantwoording van de wethouder ziet de SGP dit als een technische begrotingswijziging. Zij stemt hiermee in. Op een later moment wordt er een discussie gevoerd over infill en wordt er een bredere afweging gemaakt, waarbij duurzaamheid zeker een rol speelt.

    De heer TEN BERGE zegt dat het CDA de keuze van producten aan de Europese Unie laat. Op dit moment kan de raad het voorliggende voorstel accorderen en in de toekomst verder praten.

    Wethouder CORNELISSEN zegt dat er niet alsmaar meer geld komt van het Rijk voor de combinatiefunctionaris. Wel moet een keer de discussie gevoerd worden over de vraag of deze reserve breder ingezet moet worden. Op dit moment wil het college het geld inzetten zoals voorgesteld gezien de haast die er is.

    De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadvoorstel Infill kunstgrasveld V.V. Holten als hamerstuk te behandelen in de raad.

    10 Raadsvoorstel vaststellen beleidsplan Jeugdhulp en Wmo 2017 Rijssen-Holten (Beens/Tijhof)
    Mevrouw RIEZEBOS stelt de volgende vragen over het beleidsplan:

    -       Op pagina 13 wordt gesteld dat er veel psychische problemen voorkomen in Rijssen-Holten. Hoe verhoudt zich dat tot bijvoorbeeld de Regio Twente en provinciaal/landelijk?
    -       Is er voldoende aandacht voor de groep jongeren met problemen? Als deze jongeren meerderjarig worden, kunnen zij tussen wal en schip vallen.
    -       Wat opvalt is de term ‘laagopgeleiden’. Deze term wordt veel gebruikt, maar het is de vraag of deze in de gemeente Rijssen-Holten terecht is. Er zijn hier veel ambachtslieden, die uitstekend in staat zijn in hun eigen onderhoud te voorzien,  
            zelfredzaam zijn en ‘gouden handjes’ hebben.
    -       Wat is een ‘voorliggende voorziening’ waarover wordt gesproken als een recht? Wat is in dit beleidsplan het verschil tussen een algemene voorziening en een voorliggende voorziening?In het verleden werd een voorliggende voorziening
            beschreven als iets wat gewoon voorhanden is. Een voorbeeld is een persoon met een mobiliteitsprobleem, die een elektrische fiets koopt als voorliggende voorziening. Een algemene voorziening is bijvoorbeeld een scootmobiel. Wellicht is de
            definiëring in de loop der tijden niet aangepast.
    -       Wil het college een reactie geven op de reactie van de Adviesraad Sociaal Domein?

(De heer Klein Velderman heeft de vergadering verlaten.)

De heer WESSELS zegt dat er een mooi vormgegeven beleidsplan voorligt, dat ook inhoudelijk richtinggevend is. Spreker stelt de volgende vragen:
-       Het gaat over Jeugdhulp en Wmo. Hoe zit het de link naar de Participatiewet? Daarover staat niets beschreven, maar het heeft wel raakvlakken.
-       In het beleidsplan wordt gesproken over uitvoeringsprogramma’s die aan de hand hiervan jaarlijks terugkomen. Het beleidsplan is dan ook niet heel concreet, maar behelst een visie. Wat zijn de resultaten en de doelstellingen op de langere
        termijn? Een voorbeeld is het versterken van de opgroei- en opvoedomgeving, versterken van preventie en signalering. Daarmee kan iedereen instemmen, maar een beleidsplan mag wel iets concreter zijn.
-       Hoe worden die resultaten, als die wat concreter gemaakt zijn, in kaart gebracht?

Mevrouw JANSSEN zegt dat zaken uit het beleidsplan terugkomen in het uitvoeringsplan. De vraag aan de wethouder is of het beleidsplan niet te algemeen is, zodat de waarde ervan vrij beperkt is.
Ook de PvdA heeft vraagtekens bij de groep die 18 jaar wordt. Overigens is dat punt goed uitgewerkt: er word gezorgd voor een vloeiende overgang en voor ondersteuning rondom het 18e levensjaar, de gemeente gaat vroegtijdig anticiperen, heeft een integrale aanpak en een toekomstplan met knelpunten en wil werken aan een oplossing met maatschappelijke partners. Dat klinkt mooi, maar landelijk zijn er op dit gebied vaak problemen. Spreekster vraagt of Rijssen-Holten alle genoemde punten al doet of dat zij ook bij deze groep tegen problemen aanloopt. In het verlengde daarvan vraagt zij of de gemeente iedereen, niet alleen de jongeren, op de juiste manier ondersteuning kan bieden die nodig is, ook in heel complexe situaties.
Onder punt 3.2, maatschappelijke vraagstukken, valt op dat op bijna alle indicatoren Rijssen-Holten relatief slecht scoort. Vervolgens blijkt dat er in 8,8% een vorm van jeugdhulp is. Dat is lager dan het gemiddelde van Twente. Zij vraagt wat de visie van de wethouder is.

(De heer Beunk heeft de vergadering verlaten.)

De heer VAN DEN BERG zegt dat er in de basis een goed document voorligt, waarvoor hij zijn complimenten uitspreekt, evenals voor de thema-avonden die hiervoor georganiseerd zijn.
Het stuk dat voorligt is een beleidsdocument, maar VVD Lokaal mist toch een aantal concrete punten en ziet graag wat meer omschreven over de uitvoering. Het gaat in het stuk bijvoorbeeld over vermindering van eenzaamheid, opkomen voor demente ouderen. Die zaken zijn niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) genoeg. Spreker vraagt wanneer het uitvoeringsplan gereed is. Wat hem betreft zou een beleidsplan tegelijk met een uitvoeringsprogramma gepresenteerd mogen worden.

De heer MULLER zegt dat het onderzoek een sterk inventariserend aspect heeft. Dat is prima, maar in een bijeenkomst met de GGD werd gesteld dat de beste oplossing voor alle problemen werk is. De link tussen het zoeken en vinden van werk en deze problematiek heeft een plek nodig in het beleidsplan.
Met de ambities en de visie in het plan ligt er een goed stuk voor, dat behoorlijk is uitgewerkt. Het abstractieniveau is echter hoog. De vraag is wat er straks gebeurt bij de uitvoering en welke meetbare resultaten voorgelegd worden.
Bij jeugdhulp en jeugdzorg komt “wachtlijsten” maar een keer voor in het stuk, terwijl dit een erg groot probleem is. Spreker vraagt of dat probleem in Rijssen-Holten niet relevant is. Jeugdzorg, wachtlijsten en psychiatrische zorg zijn namelijk hot items.
De ChristenUnie zegt dat er weinig aandacht is voor de overgangsgroep 18-plus. De PvdA zegt hierover echter dat het heel goed beschreven is. Dit moet uiteraard herkenbaar worden in het uitvoeringsplan.

De heer RETERINK zegt dat er een mooi en goed leesbaar stuk voorligt. Het is een beleidsdocument dat lang mee kan gaan. Er staan veel ambities in het stuk. Voor de SGP is preventie een van de belangrijke pijlers. Als in dit document allerlei meet- of ijkpunten zouden staan, moet het document elk jaar opnieuw aangepast worden. Die punten kunnen wat de SGP betreft heel goed in het uitvoeringsprogramma staan.

Wethouder TIJHOF zegt over de GGZ-problematiek, dat de gemiddelden van regio, provincie en landelijk redelijk verdeeld zijn. Rijssen-Holten springt daar wat negatief uit. Daarover zijn gegevens beschikbaar, bijvoorbeeld over het gebruik van antidepressiva. Rijssen-Holten heeft ook meer jeugdigen in de Jeugd-GGZ; het aandeel van de Jeugd-GGZ in het totale aantal jeugdhulptrajecten is in Rijssen-Holten hoger dan in Twente. In 2016 was Jeugd-GGZ 58% van het aantal trajecten in Rijssen-Holten. In Twente was het 48% van het totaal aantal trajecten. Dat is opvallend, omdat het percentage jeugdigen in de jeugdhulp in Rijssen-Holten iets lager is. De gemeente kan niet om dit feit heen en moet daaraan werken.
Er wordt gestreefd naar een soepele overgang naar 18-plus. De gemeente ziet hierin nog wel verbetermogelijkheden. De jeugdige mag in principe niks merken van de overgang van Jeugdwet naar Wmo. In de gemeentelijke organisatie is dit een nadrukkelijk aandachtspunt. In de huidige processen krijgen de ouders en de jeugdigen voor de 18e verjaardag informatie van de gemeente, met ook de mogelijkheid een aanvraag in te dienen voor ondersteuning vanuit de Wmo of de Wlz (Wet langdurige zorg). Als er geen hulp mogelijk uit een van deze wettelijke kaders, kan verlengde jeugdhulp worden ingezet. Als een jeugdige wel een aanvraag wil doen voor Wmo, zorgt het Sociaal Plein dat er een afspraak gepland wordt. Dat gebeurt momenteel alleen als er een consulent van de gemeente bij betrokken is. Dat geldt niet voor cliënten die via een externe verwijzing in de jeugdhulp van de gemeente terecht zijn gekomen. Dat is een situatie waaraan het college nog wat wil verbeteren. Er kunnen bijvoorbeeld stappen gezet worden in het eerder informeren en het eerder onder de aandacht brengen om breder te kunnen kijken naar de ondersteuningsbehoefte, niet alleen op het gebied van gezondheid, maar ook op het gebied van wonen, school, werk enzovoort.
Over de term laagopgeleiden kan veel gediscussieerd worden. De term wordt in het hele land gebruikt. Om zaken met elkaar te vergelijken, is dit de term waarop dat inderdaad mogelijk is. In Rijssen-Holten zijn er gelukkig weinig laagopgeleiden met problemen. Het is echter een risicogroep.
Op de vraag over de omschrijving van voorliggende voorzieningen zegt spreker dat dit is bekeken vanuit wettelijk voorliggende voorzieningen. Als er op grond van andere wettelijke regelingen hulp mogelijk is, waardoor iemand geen of minder hulp nodig heeft vanuit de Wmo of de jeugdhulp, dan is dat een voorliggende voorziening. Andere vormen om zaken zelf op te lossen, worden vaak oplossingen vanuit eigen kracht genoemd.
De ASD heeft een advies gegeven, waarin diverse zaken zijn genoemd die meegenomen worden in het uitwerkingsplan. De ASD is in grote lijnen positief over dit stuk.
Momenteel is er een beleidsplan rondom de Participatiewet. Dat stuk is nog actueel. Als de looptijd daarvan is afgelopen, wordt het toegevoegd aan voorliggend stuk en worden zaken nog integraler gemaakt.

De heer WESSELS vraagt bij interruptie of afgewacht wordt totdat het beleidsplan Participatiewet is afgelopen, voordat nu in de praktijk daarmee een koppeling wordt gezocht. Spreker gaat er zelf van uit dat in de praktijk die koppeling wordt gemaakt, maar dat het beleidsplan op een later moment toegevoegd wordt aan de hand van de dan geldende praktijk.
Wethouder TIJHOF zegt dat de conclusie van de heer Wessels terecht is, ook gezien de beantwoording over de problematiek bij 18-plus en 18-min. Als de gemeente hier vroegtijdig bij is, kunnen meerdere vraagstukken meegenomen worden. Die link is er dus wel, maar het beleidsplan zelf nog niet.
In principe is Wmo-Jeugdhulp voor iedereen beschikbaar. Er is de laatste tijd veel media-aandacht over allerlei problematieken. Het is niet zo dat die problematieken in Rijssen-Holten niet spelen. Samen met de Twentse gemeenten wordt ervoor gezorgd dat zorgaanbieders leveren wat is ingekocht, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de cliënten.
In het beleidsplan staan de uitvoeringspunten niet duidelijk opgenomen. De concrete acties worden benoemd in de uitvoeringsplannen. Het is de planning rond de zomervakantie het uitvoeringsprogramma in het college te behandelen. Daarna wordt het ter kennisgeving aan de raad voorgelegd. Een groot aantal zaken wordt meegenomen in de uitvoeringsplannen. Deze zaken kunnen vervolgens gemonitord worden.

Wethouder BEENS zegt dat de adviezen van de ASD worden meegenomen in het uitvoeringsprogramma. Spreker is het niet eens met een punt van de ASD: “We zijn het eens met de lijn, maar het had ook van gemeente Rosendaal kunnen zijn.” Spreker wijst op de vier pijlers in het document: keuzevrijheid, ondernemerschap, samenwerking en integraliteit. De eerste twee punten zijn volgens spreker zeker geen pijlers bij alle gemeenten. Wat betreft het ondernemerschap wijst spreker op het leerlingenvervoer, dat door Rijssen-Holten zelf is opgezet. Dat is ook het geval bij de Huishoudelijke Ondersteuning. Spreker zal bij de ASD duidelijk maken dat het jammer is dat deze passage is opgenomen in het advies.
De manier van monitoring wordt meegenomen in het uitvoeringsprogramma, waarin zaken concreet en SMART gemaakt worden.

Tweede termijn
De heer MULLER herhaalt zijn vraag over de wachtlijstproblematiek. Het is schijnbaar een groot probleem. Hij vraagt, als dat probleem landelijk speelt, of er dan niet al in dit stuk aandacht aan gegeven moet worden en straks uiteraard ook in het uitvoeringsprogramma.
Gemeentebelang vindt dat er een goed, breed stuk voorligt, waarin alle problemen nadrukkelijk aan de orde zijn gesteld. De wethouder heeft met betrekking tot de 18-jarigen nog een aanvulling gegeven, die in het uitvoeringsprogramma terugkomt. Gemeentebelang ondersteunt het voorliggende stuk van harte.

Mevrouw RIEZBOS zegt dat zij graag ziet dat er samen met de ketenpartnes een onderzoek komt naar het grote aantal mensen met psychische problemen.
De term laagopgeleiden is inderdaad een term die te monitoren is. Gelukkig zijn in Rijssen-Holten veel laagopgeleiden zelfredzaam.
Zij is blij met de duidelijke definiëring van de termen, die in het verleden nogal eens verschillend gebruikt zijn.
Er ligt een prima beleidsplan voor, dat voor langere tijd kan gelden. In de uitvoeringsplannen moeten er goede, strakke doelen opgenomen worden.
Spreekster sluit zich aan bij de woorden van wethouder Beens, dat Rijssen-Holten een ondernemende gemeente is. Dit college is een ondernemend college, zeker gezien de maatwerkvoorziening voor het vervoer. Het ondernemerschap verdient complimenten.
De ChristenUnie ziet uit naar de uitvoeringsplannen. Zij wenst het college daarbij veel succes.

De heer WESSELS zegt dat het beleidsplan een horizon heeft die verder weg ligt dan de horizon van het uitvoeringsprogramma. Het college geeft aan dat de doelstellingen met name in de uitvoeringsprogramma’s liggen. Wat het CDA betreft, had het beleidsplan concreter kunnen zijn met een richting waar het college naartoe wil. Ook het preventief werken had concreter opgenomen mogen zijn. Het CDA kan echter wel met dit stuk uit de voeten. Er spreekt een ondernemend karakter uit het stuk. De voorbeelden die de wethouder noemde, zijn initiatieven waar het college zeker mee door moet gaan.

De heer RETERINK is blij met de goede vragen van de commissie en de goede antwoorden van het college. De SGP stemt in met het voorstel. Het is een prima stuk.

Wethouder TIJHOF zegt dat de wachtlijsten een probleem vormen. Rijssen-Holten werkt in gezamenlijkheid hard aan het voorkomen van wachtlijsten. In een aantal regio’s ontstaan wachtlijsten, omdat er een budgetplafond is ingesteld. Dat speelt echter niet in Rijssen-Holten.
Naar aanleiding van de GGZ-problematiek deelt spreker mee dat er al enige tijd een pilot loopt voor een praktijkondersteuner GGZ-Jeugd. Afgelopen week heeft het college contact gehad met de huisartsen. In het verleden werd 100% van de cliënten in dit kader doorverwezen naar de GGZ. In 80% van de gevallen kunnen zij dat nu in hun eigen praktijk oplossen. Dat is een cijfer waarmee Rijssen-Holten hoopgevend de toekomst in kan gaan.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie adviseert het raadvoorstel vaststellen beleidsplan Jeugdhulp en Wmo 2017 Rijssen-Holten als hamerstuk te behandelen in de raad.

11. Uitvoering Nieuw Beschut Werken (opiniërend; Tijhof)
Eerste termijn
De heer DE KOE zegt dat Nieuw Beschut Werken zo dicht mogelijk bij de mensen wordt georganiseerd en dat geprobeerd wordt de mensen aan een reguliere baan te helpen. Het is prima daarbij gebruik te maken van de kennis en kunde van Soweco. De mensen worden echter ondergebracht bij de MO, die er nog niet is.
Spreker vraagt of deze mensen inderdaad richting het wettelijk minimum loon gewaardeerd zullen worden of dat er nog een verplichting is richting een SW-CAO.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat de uitwerking van Nieuw Beschut Werken door de ChristenUnie wordt ondersteund. Het werkgeverschap komt aan de orde, de rechtspositie van de deelnemers alsmede het beheer van de wachtlijst met de financiering.

De heer WESSELS zegt dat in het derde punt onder ‘beoog effect’ staat: “Geadviseerd wordt om, indien geen plaatsing bij een reguliere werkgever mogelijk is, gebruik te maken van de bestaande infrastructuur van Soweco en het werkgeverschap bij de nieuwe Maatschappelijke Onderneming”. Bij ambtelijke navraag werd gezegd dat eerst geprobeerd wordt gebruik te maken van de werkgevers en dat daarna bij Soweco gevraagd wordt het werkgeverschap op zich te nemen. Het CDA wil graag weten, als reguliere werkgevers geen werkgeverschap kunnen bieden, of er alternatieven zijn. Als deze alternatieven in kaart gebracht worden – marktconforme, goede bedrijven ‑ zou Soweco een van de inschrijvers kunnen zijn. Hij vraagt daarom of er een automatische stap richting Soweco is ingebouwd of dat er meerdere opties bekeken kunnen worden om de kosten in de hand te houden.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang zich aansluit bij de woorden van de heer Wessels. Aanvullend vraagt spreker hoe het voorstel zich verhoudt met het Participatiepact van Rijssen-Holten.
Volgens de meicirculaire valt de uitkering vanuit het Gemeentefonds erg mee. Spreker vraagt of dat effect heeft op dit voorstel en de verdere uitwerking.
Voorts vraagt spreker, indien de mensen niet direct geplaatst kunnen worden, of zij op een andere manier aan het werk gezet worden of actief bezig gehouden worden.

De heer MEIJERINK zegt dat de praktijk heeft uitgewezen dat beschut werk nodig is voor een bepaalde groep mensen die niet in het reguliere circuit kunnen meedraaien. Volgens de PvdA moet iedereen die een indicatie voor beschut werken heeft, ook daadwerkelijk aan het werk kunnen gaan in een beschutte werkomgeving. Als dat bij een reguliere werkgever mogelijk is, is dat prima. Het is heel belangrijk dat de mensen gewoon kunnen werken voor hun inkomen. Ook het sociale aspect is hierin heel belangrijk.
Op pagina 5 van het collegevoorstel staat: “Gelet op het bovenstaande adviseren wij u voor onze gemeente het volgende”. Vervolgens worden hier o.a. de Baalderborggroep en de Sterkerij genoemd als reguliere werkgevers. Spreker vraagt of hier, indien nodig, extra werkplekken gecreëerd worden en of de gemeente hierin een rol speelt.

Wethouder TIJHOF zegt dat er een aantal commerciële bedrijven in Rijssen-Holten is met beschutte werkplekken, die hun bedrijf ook als zodanig hebben ingericht. Baalderborg en de Sterkerij maken daarvan onderdeel uit. Deze partijen staan bovenaan de lijst om mensen voor beschut werken onder te brengen. Een tweede voorziening met beschutte werkplekken in de gemeente is Multipack in Rijssen, onderdeel van NV Soweco.
De MO Soweco is er inderdaad nog niet, al is de koers hiervoor wel bepaald. Er moet nog een aantal stappen gezet worden om daar met een normale inkooprelatie werk neer te leggen en er  beschut werken ingekocht kan worden. Zodra het mogelijk is, wil de gemeente daarvan gebruik maken.
De CAO-verplichtingen zijn erop gericht het wettelijk minimumloon aan te houden en niet om aan te haken bij de bestaande SW-CAO. Voor Nieuw Beschut geldt niet de huidige SW-CAO. Er is een vraag vanuit sociale partners of er een bepaalde CAO-vorm gemaakt kan worden, maar gemeenten hebben stevige tegenzin daarmee akkoord te gaan. De oude SW-CAO bleek namelijk geen werkbare situatie te zijn.
De prioriteit ligt bij het onderbrengen van mensen bij reguliere werkgevers. Er kan gebruik gemaakt worden van Multipack Rijssen indien dat in een MO-vorm gebeurt. Dat moet gedaan worden op een marktconforme manier, zoals is opgenomen in het koersdocument. Eventueel kunnen er referenties opgevraagd worden bij andere organisaties die beschutte werkplekken bieden. Ook dat moet op een marktconforme manier gebeuren.
Het Participatiepact is een verzameling van bedrijven, die met elkaar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt helpen richting werk. Niet elk bedrijf is geschikt of geschikt te maken voor het leveren van beschut werk. Geprobeerd wordt dit aantal bedrijven uit te breiden. Ook Multipack Rijssen en de Sterkerij zijn onderdeel van het Participatiepact, waardoor er direct een link is te leggen met bedrijven.
Het is mogelijk dat er een wachtlijstproblematiek ontstaat. In de beantwoording aan de ASD staat de mening van het college hierover verwoord.

Tweede termijn
De heer WESSELS merkt op dat de wethouder heeft gezegd dat bekeken kán worden of Soweco een marktconform aanbod heeft gedaan voor werkgeverschap. Spreker vraagt of dat vooraf wordt gedaan of dat ervan uitgegaan wordt dat Soweco een marktconform aanbod dóet. De opinie van het CDA daarin is, dat zij zeker wil weten dat de MO Soweco een marktconform aanbod doet, omdat de gemeente kwaliteit verlangt, maar ook omdat zij goed op haar geld let.

De heer DE KOE sluit zich aan bij de vragen van de heer Wessels.

De heer MULLER vraagt of het klopt dat de uitkeringen van Gemeentefonds voor dit doel verhoogd zijn en of het effect heeft op de bedragen die worden ingezet voor bonussen et cetera.

De heer NOEVERMAN zegt dat de SGP instemt met het stuk, al heeft zij dezelfde zorgen die in de eerste termijn zijn geuit over de relatie met Soweco. Multipack heeft een bijzondere positie, met name als het gaat om beschut werken. Toch moet de ontvlechting van Soweco plaatsvinden. Er is al veel gediscussieerd over dit onderwerp, waarbij steeds duidelijk is gesteld dat het gaat over de GR Soweco en niet over de MO Soweco. Spreker sluit zich aan bij vragen hierover van het CDA. De SGP vindt dat niet alles opgehangen moet worden aan de MO Soweco, maar dat ook gekeken moet worden naar andere partners, waarmee de gemeente een marktconforme relatie kan aangaan.

Wethouder TIJHOF zegt dat er geen directe positieve effecten vanuit het Gemeentefonds zijn. De basis blijft wat dat betreft hetzelfde.
Met Soweco is er een overgangssituatie. De afspraak is gemaakt, dat een nieuwe opdracht van de gemeente om Nieuw Beschut aan te bieden, niet landt in de GR, maar op een marktconforme manier aangeboden wordt. De gemeente oefent daarop controle uit. Als Soweco niet voldoet aan een marktconform tarief, is de gemeente vrij te kijken naar andere partijen. Multipack is in dit verband inderdaad een bijzondere voorziening, die gekoesterd moet worden.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie in principe positief staat ten opzichte van het stuk, maar dat er zorgen zijn met betrekking tot de MO Soweco en dat het vooral geen automatisme moet zijn.

12 Vormgeving algemene voorziening Huishoudelijke Ondersteuning en aanpalend beleid (opiniërend; Beens)
Eerste termijn
Mevrouw JANSSEN zegt dat de PvdA in het eerste overleg over Huishoudelijke Ondersteuning als belangrijk punt heeft meegegeven dat het systeem voor de burger geen financieel nadeel mag opleveren, zeker niet voor de lagere inkomens. De PvdA is daarom voorstander van een staffel. Om te voorkomen dat mensen bij de Voedselbank terecht komen, is dit een punt om mee te nemen.
Het argument om voorstander te zijn van een vast bedrag, zijn de uitvoeringskosten en de kans op fouten. Anderzijds kan de vraag gesteld worden of dat niet eveneens geldt voor de optie om niets te vragen voor eigen bekostiging. Dat kan zorgen voor minder uitvoeringskosten en er komen geen extra kosten voor de Bijzondere Bijstand. Spreekster vraagt daar serieus naar te kijken, eventueel als tijdelijke oplossing.
Voor de PvdA is het niet duidelijk hoe de huidige kosten voor de burger, uitgaande van het vaste bedrag, zich verhouden ten opzichte van Twentse gemeenten die een andere keuze maken. Zij vraagt of de burgers in Rjissen-Holten er slechter vanaf komen.
Personeel in loondienst is de voorkeur van de PvdA. Alpha en ZZP is vaak een negatieve keuze, die afgedwongen is. Het moet gaan om echte banen en niet afhankelijk zijn van wie men als hulp krijgt.
De stuurgroep kiest voor een harde landing. Spreekster vraagt of dat eveneens het standpunt is van het college.
Het is voor de PvdA niet direct duidelijk wat het effect is van deze nieuwe vormgeving. Zij vraagt waarom hierover in het stuk staat, dat de mensen gemonitord worden die nu van de regeling gebruik maken en die straks geen gebruik maken van Huishoudelijke Ondersteuning: is er een financiële reden of is het de bedoeling na te gaan of de regeling al dan niet aansluit bij de behoefte? Diezelfde vragen gelden voor mensen die wel een aanvraag doen, maar vervolgens besluiten er geen gebruik van te maken.

Mevrouw RIEZEBOS zegt dat de ChristenUnie instemt met het voorstel. Zij is geen voorstander van een staffel met betrekking tot de eigen bijdrage. Als vangnet is er de Bijzondere Bijstand. Mochten er schrijnende gevallen zijn, dan moet er een oplossing gezocht worden.
De ChristenUnie complimenteert het college met de ondernemende opzet voor deze vorm van Huishoudelijke Ondersteuning. Zij wenst het college daarbij veel succes.

De heer MULLER refereert aan de bijeenkomsten over de ontwikkeling van dit plan, waarin al werkendeweg een aantal wijzigingen is doorgevoerd. Gemeentebelang heeft geworsteld met het plan, omdat een flinke groep mensen op twee manier inlevert:
- de gevraagde eigen bijdrage moet men declareren bij de zorgverzekering;
- de 1 uur hulp voor € 5 komt te vervallen.
Gemeentebelang heeft goed gekeken naar de zorgvuldigheid van het traject en de te maken keuzes. In het voorstel staat als vangnet de Bijzondere Bijstand genoemd. Mensen vallen daardoor hard naar beneden qua inkomen. In de memo zijn de afwegingen nog een keer op een rij gezet en blijkt dat alles toch wat genuanceerder ligt. Hier staat: “Bij negatieve effecten voor bepaalde inkomensgroepen willen wij samen met de zorgaanbieders en de ASD tot een oplossing komen”. Dat reikt verder dan individuele personen. Verder staat hier: “Wij passen maatwerk toe via Bijzondere Bijstand of een hardheidsclausule om te voorkomen dat in individuele situaties een nijpend probleem ontstaat. Wij willen vasthouden aan eenvoud voor de klant en organisatie en hebben daarnaast oog voor zorgmijding en betalingsproblemen.” Dit betekent wat Gemeentebelang dat er actie ondernomen wordt in een bepaalde situatie. Met deze toevoeging als brede invulling naar een terugval naar de Bijzondere Bijstand, steunt Gemeentebelang het voorstel.
Het uurtarief kan € 20 of € 25 bedragen. Het is belangrijk te weten over welke bedrag het precies gaat. Spreker vraagt waarom niet vastgehouden wordt aan de norm die via de CAK-regeling wordt toegepast. Dat is momenteel € 17,35 als de wettelijke maximum bijdrage per uur als er geen algemene voorziening is.

(De VOORZITTER constateert dat het 22.30 uur is en concludeert vervolgens dat de commissie instemt met het verder afhandelen van de agenda.)

De heer BAAN zegt dat de SGP positief is over de vier punten in het collegevoorstel. De presentatie voor de commissieleden heeft die punten verduidelijkt. De SGP vertrouwt erop dat het plan op deze manier uitgevoerd wordt.

De heer VAN DEN BERG zegt dat VVD Lokaal positief staat tegenover het voorstel en haar complimenten wil geven over het proces. De standpunten van de stuurgroep steunt VVD Lokaal volledig: zij is voorstander van een vaste eigen bekostiging, een staffel heeft te veel nadelen en te weinig financiële voordelen. Daarnaast wordt er gestuurd op resultaat.

De heer WESSELS sluit zich aan bij de woorden van de heer Van den Berg. Door de informatie die tijdens de presentaties is gegeven, zegt het CDA dat hiermee verder gegaan kan worden.

Wethouder BEENS zegt dat het gaat om mensen, maar dat er ook altijd een financieel kader aan vast zit. Zonder eigen bekostiging, dat de PvdA als optie geeft, moet het college bij de raad terug komen, omdat er een aanzienlijk hoger bedrag bespaard moet worden. Het college zoekt echter altijd naar een juiste mix, zodat mensen de eigen bijdrage wel kunnen betalen. Het college stelt een vast bedrag voor. 80% van de mensen zit in de lagere inkomensgroep, zodat een staffel niet veel zin heeft. Het college zorgt daarnaast voor een goed vangnet. Kijkend naar de huidige situatie, zal een vangnet maar voor een klein aantal mensen nodig zijn.
De stuurgroep stelt een harde landing voor. Het college deelt deze mening, evenals de andere standpunten van de stuurgroep.
De vraag of inwoners van Rijssen-Holten met deze regeling slechter af zijn dan inwoners in de rest van de Twentse gemeenten, kan spreker niet beantwoorden. Hij stelt voor hierop terug te komen op de langere termijn. Na 1 januari 2018 wordt gemonitord hoe deze methode uitpakt. Rijssen-Holten kiest voor een plan dat niet voor langere tijd geldt. In januari wordt gestart. Als in februari al een probleem wordt geconstateerd, dan zit zij direct met zorgaanbieders om tafel. De zorgaanbieders hebben ook zelf aangeboden met innovatieve zaken te komen, ook na 1 januari. Wat spreker betreft, is dat exact wat de bedoeling is.
Er is een opmerking gemaakt over het uurtarief. Er wordt hierin een goede afweging gemaakt van wat reëel is. De combinatie met HHT, de toelage Huishoudelijke Hulp, vervalt. De HHT was een tijdelijke maatregel. Sommige zaken kunnen nu hard aankomen, maar anderzijds wordt er in een keer duidelijkheid gegeven. Doorgaan met HHT betekende dat er structureel geld ingepompt moest worden. 

Tweede termijn 
De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang, na enige worsteling, instemt met het voorstel.
Wat betreft de eigen bijdrage, meende spreker dat het ministerie jaarlijks een maximum eigen bijdrage per periode van vier weken vaststelt. Dat is op dit moment € 17,50. Wellicht is dat een handvat voor de nieuwe maatregel.

Mevrouw JANSSEN zegt dat de PvdA graag inzicht krijgt in de uitvoeringskosten van het systeem van de eigen bijdragen: wat is het verschil tussen de systemen?
De PvdA houdt de wethouder aan de toezegging in een later stadium duidelijkheid te geven over het financiële verschil met andere Twentse gemeenten.

De heer MULLER geeft bij interruptie de suggestie mee de door hem ontvangen ambtelijke memo over stapelingskosten en monitoring aan de commissie te verstrekken.

Wethouder BEENS merkt nog op dat de uitvoeringskosten van de eigen bijdrage via de organisaties gaat. Dat betekent dat de gemeente weinig uitvoeringskosten heeft. Als er een staffel ingevoerd wordt, moeten er inkomensgegevens opgevraagd worden en dergelijke, waarvoor meer dan 0,5 fte ingezet moet worden.
De opmerking van de heer Muller over het voorgestelde bedrag neemt hij mee. Het college houdt voorlopig vast aan een bedrag van € 20 à € 25.

De VOORZITTER concludeert dat de commissie positief staat ten opzichte van het stuk.

13 Actiepuntenlijst
Er zijn geen actiepunten.

14 Rondvraag
De heer VAN DEN BERG wijst in het kader van Rijssen-Holten, wandelgemeente 2012, op een wandelapp “Wandelen in Overijssel” en op een app van Natuurmonumenten met mooie wandelroutes. Rijssen-Holten wil fietsgemeente van Nederland worden. In dat kader wijst spreker op de fiets-app “Fietsen in de provincie Overijssel”. Hij vraagt waarom het gebied van Rijssen-Holten niet voorkomt in genoemde apps.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat Rijssen-Holten is aangesloten bij de routestructuur in Overijssel. Rijssen-Holten werkt aan een toeristische kaart, waarop de routestructuur vanuit het bestaande routenetwerk, gemaakt in Twents verband, vermeld wordt. Als de apps de toeristische kaart kunnen versterken en aanvullen, dan kan de heer Van den Berg dat doorgeven aan wethouder Aanstoot. Wat belangrijk hierin is, gezien het grote aanbod op dit gebied, is zorgvuldigheid in het beheer en aansluiting te zoeken bij het Twents en het Sallands netwerk.

15 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.42 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie MDV van Rijssen-Holten op 4 september 2017

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous