Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Raad 18 december 2014

Datum: 18-12-2014Tijd: 19:30 - 22:30Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: A.C. HoflandGriffier: H.A.J. van de Vliert AanwezigNaamSGPA.J. Scheppink, drs. E.G. Bosma, G....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Raad 18 december 2014

Datum: 18-12-2014
Tijd: 19:30 - 22:30
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.C. Hofland
Griffier: H.A.J. van de Vliert
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, drs. E.G. Bosma, G. Kreijkes, ir. A.S. Haase, R. Jansen, dr. J. Noeverman en J.W. Reterink
CDAdrs. I. Kahraman, G.D. ten Berge, H. Kreijkes RA CISA, H.J. Nijkamp en F.J. Wessels
ChristenUnieB.D. Tijhof, J. Berkhoff, mr. W.L. Riezebos-Tessemaker en J. van Veldhuizen
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Beunk en J. Kuiper-Ruitenberg
PvdAJ.J.A. ter Keurst en S. Kök
VVDF.W. Noordam en E.J.W. Deijk
Lokaal LiberaalR.A. de Koe
D66ir. H. Klein Velderman
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, R.J. Cornelissen, A.C. Hofland, mr. B. Wolterink, A van Eck
Pers3
Publiek29

1. Opening
De VOORZITTER opent de vergadering met het ambtsgebed.
Als beginnummer voor hoofdelijke stemming wordt getrokken nummer 15, mevrouw J. Kuiper-Ruitenberg.

2. Spreekrecht in de raad 
De heer DE LA HAYE spreekt in op agendapunt 19: verbindingsroute Kalfstermansweide-Dorpsstraat.

Hij zegt dat hij inspreekt omdat hij op 4 december 2014 in de vergadering van de commissie Grondgebied, heeft verzuimd aan te geven dat hij als privépersoon insprak. Daarbij maakt hij gebruik van de gelegenheid om zijn zienswijze en de rol van de raad in het geheel kort aan te stippen.

Raadsleden vervullen naar zijn mening drie rollen:

  1. Een volksvertegenwoordigende rol. Spreker vraagt of er draagvlak is voor de verbindingsroute via de Dorpsstraat, of de raad weet wat de bevolking wil en of het belang van een idee van een klein aantal mensen doorslaggevend is.
  2. Een controlerende rol. Hij refereert aan de eis van de raad dat de gemeentelijke bijdrage in het gehele project niet meer mag zijn dan € 629.000 en vraagt of verkapte dreigementen en/of gedane toezeggingen leiden tot morele verplichtingen. Na gunning wordt de raad geconfronteerd met de werkelijke kosten en hij vraagt of er een weg terug is.
  3. Een kaderstellende rol. De raad heeft volgens spreker op 9 november 2012 ingestemd met de kredietaanvraag VSP 1e fase. In die kredietaanvraag is de verbindingsweg Industriestraat-Kalfstermansweide opgenomen. Het college heeft op 19 november 2013 besloten de weg niet aan te leggen, maar wel de fysieke ruimte en de financiële middelen te blijven reserveren. Beide besluiten getuigen van een visie en terecht wordt deze ruimtelijk en financieel begrensd, maar gelukkig niet in tijd. Hij vraagt waarom deze visie nu wordt ingeruild voor een kortetermijnoplossing en waarom de raad niet meer tijd neemt om de visie uiteindelijk te realiseren.

Spreker refereert aan de Holtense raadsvergadering van 18 december 2000, waarin het VSP 1e fase in zijn geheel is aangenomen. De uitvoering van dat plan is voortvarend door Rijssen-Holten opgepakt en uitgevoerd. De visie die daaraan ten grondslag lag, was een verkeersluw en toeristisch aantrekkelijk centrum. Het uiteindelijke doel is bijna bereikt. Volgens spreker zal door het instemmen met het voorliggend voorstel een onomkeerbare ontwikkeling plaatsvinden; het gemotoriseerd verkeer wordt weer naar het centrum gehaald, hetgeen haaks staat op het aangenomen VSP Holten. De raad staat voor de keus: een structurele verslechtering voor de komende 40 tot 60 jaar om een kortetermijnprobleem op te lossen, of blijft ze bij de oorspronkelijke visie, die uiteindelijk het gewenste en beste eindbeeld geeft.

De heer KLEIN VELDERMAN bedankt de heer De la Haye voor zijn inspraak en geeft aan het met hem eens te zijn. De heer De la Haye heeft gezegd dat er geen draagvlak is voor het voorliggende plan. Spreker wijst op de positieve mening van de HHV en vraagt waarop de heer De la Haye zijn conclusie baseert dat er geen maatschappelijke draagvlak is.

De heer DE LA HAYE zegt dat hij de HHV als onderdeel ziet van het “maatschappelijk draagvlak”. Ook de bevolking vraagt zich af wat er gebeurt; het verkeer van buiten het dorp wordt hiermee namelijk weer naar binnen gehaald.

De heer MEIJER spreekt in op agendapunt 21: raadsvoorstel gedeeltelijk vaststellen van het bestemmingsplan Beumersteeg 1 en Maneschijnsweg ongenummerd. Spreker woont op het adres Maneschijnsweg 1, op minder dan 200 meter van wat in het plan de Maneschijnsweg ongenummerd heet. Vanavond wordt onder agendapunt 21 voorgesteld het deelplan Beumersteeg 1 vast te stellen. Dit vindt spreker als zodanig prima en hij gunt de familie Noteboom dat er schot in de zaak komt. Wat hij niet kan accepteren is het feit dat die vaststelling tegelijk als opmaat dient voor de vaststelling van het tweede deel van het plan, de Maneschijnsweg ongenummerd. Over dit deel van het plan bestaan bij hem ernstige twijfels over de handelwijze van de gemeente en wel om de volgende redenen:

  1. Uit een, plotseling uit het digitale archief verdwenen, intern memo van de gemeente blijkt dat de gehanteerde win-win argumenten, die de basis zijn voor dit hele bestemmingsplan, niet juist zijn;
  2. Het juridisch kader en de bijhorende regelgeving waarmee de verplaatsing wordt gerechtvaardigd, worden onrechtmatig gehanteerd. Aan kaderstellende voorwaarden wordt in dit plan in het geheel niet voldaan. Hier is door spreker meerdere keren op gewezen;
  3. Het potentiële gezondheidsrisico dat spreker, zijn familie en omwonenden lopen, wordt gebagatelliseerd ten faveure van een gemanipuleerd planologisch belang voor de kern Dijkerhoek.

Deze harde feiten getuigen in zijn ogen van een onfrisse manipulatie en van een volkomen valse voorstelling van zaken. 
Inwoners en kiezers van deze gemeente en de raad als hoogste bestuursorgaan moeten ervan uit kunnen gaan dat informatie en procedures onafhankelijk en zuiver worden gevoerd. Het bestemmingsplan Beumersteeg 1/ Maneschijnsweg ongenummerd, wellicht een erfenis van vorige colleges, munt daarin niet uit.
Als de raad besluit het deelbestemmingsplan vast te stellen, dan zou dat moeten met de absolute toezegging dat hieruit geen precedentwerking ontstaat en dat dit geen toezegging richting de aanvrager inhoudt met betrekking tot het deel Maneschijnsweg ongenummerd. Het kan en mag niet zo zijn dat de gemeente door deze eerste stap te zetten –Beumersteeg 1 met verwijdering van de IV-aanduiding - contractueel verplicht is om dit te “compenseren” door aan de Maneschijnsweg ongenummerd een IV-inrichting toe te staan, aldus spreker. Spreker vraagt of een afspraak dienaangaande tussen de aanvrager en de gemeente bestaat.
De toezegging van de wethouder over een absolute knip van het plan waardeert spreker, maar hij is sceptisch geworden door en put weinig positiefs uit de “kanttekeningen en aanpak”, zoals verwoord in het “voorstel van het college aan de raad” van 21 oktober jl.
Als daarnaast de behandelend ambtenaar tegen de raadsman van spreker zegt, dat spreker door zijn opstelling alle krediet bij de gemeente verspeelt, dan zij dat zo. Dat spijt hem, maar hij vindt dat ook in een LOG-gebied de belangen van de burgers gewaarborgd moeten worden en dat zij mogen opkomen voor hun rechten.
Mede namens zijn buren dankt hij de raad voor de aandacht en hoopt hij dat de raad begrip heeft voor zijn situatie en dat het bestemmingsplan Beumersteeg 1 volkomen losgekoppeld van de Maneschijnsweg ongenummerd vastgesteld wordt. Spreker hoopt verder dat de raad kritisch is en blijft ten aanzien van een eventuele vervolgstap.

De heer KLEIN VELDERMAN bedankt de heer Meijer voor zijn inbreng. Wat spreker betreft verspeelt de heer Meijer niet zijn krediet. Voor de helderheid wil spreker weten of de enige vraag is of er door de vaststelling van het plan een directe precedentwerking van toepassing is ten aan zien van de ontwikkeling van Maneschijnsweg ongenummerd. 
De heer MEIJER beaamt dat.

De heer G. KREIJKES wijst op de woorden van de heer Meijer dat de wethouder al een toezegging heeft gedaan en vraagt wat de heer Meijer nog meer verwacht. 


De heer MEIJER zegt dat de toezegging van de wethouder niet op schrift staat. In het bestemmingsplan staan argumenten en in de toelichting van het college aan de raad wordt regelmatig weer verwezen naar de Maneschijnsweg ongenummerd. Spreker is van mening dat de indruk wordt gewekt dat er nog steeds sprake is van een koppeling.

De VOORZITTER zegt dat de inspraakreacties worden behandeld bij het betreffende agendapunt later in de vergadering.

3. Vaststellen agenda
De VOORZITTER meldt dat er twee moties vreemd aan de orde van de dag worden behandeld aan het eind van de agenda. Wellicht dat de agendapunten waarop zojuist inspraak heeft plaatsgevonden nog enigszins naar voren gehaald kunnen worden.

De agenda wordt aldus vastgesteld.

4. Vragenuur
De heer BERKHOFF stelt vragen over geluidsschermen in Rijssen. Op 25 november 2014 heeft het college het ontwerpsaneringsprogramma geluidschermen Roelf Bosmastraat - station Rijssen vastgesteld. In deze procedure was er een flink aantal belanghebbenden die bezwaar maakten tegen de plaatsing van geluidschermen op het betreffende tracé. In het presidium van 8 december 2014 is gesproken over dit proces en over de vragen die aan de verschillende fracties zijn gesteld door de betrokkenen. Daarom stelt spreker uit naam van alle fracties in de gemeenteraad de volgende vragen:

  1. De betrokken inwoners hadden het gevoel na een gesprek met wethouder Aanstoot dat het college met hen wilde meedenken om samen tot een goede oplossing te komen. Deelt u deze mening?
  2. Op 25 november 2014 heeft uw college het bovengenoemde besluit genomen, daarna is eind november 2014 een artikel in de krant verschenen over De Kol in Holten, waar wethouder Aanstoot vol trots aangeeft dat er geen ontsierende geluidschermen nodig zijn op deze plek.
  3. Bent u met ons van mening dat deze publicatie op z'n minst ongelukkig is en dat deze niet meehelpt om de verstandhouding met de betrokken burgers van het tracé Roelf Bosmastraat -station Rijssen op een goed peil te houden?
  4. Begrijpt u dat er weinig meer over is van het goede gevoel dat de betrokken burgers hadden na deze publicatie? Wat gaat u er aan doen om weer on speaking terms te komen met deze burgers?
  5. Bent u bereid om het geluidsniveau, stapsgewijs, naar het vereiste niveau te brengen? De betrokken burgers bij deze stappen te betrekken?
  6. Wilt u de raad informeren over de stappen die u hierin neemt?

Wethouder AANSTOOT zegt dat hij twee gesprekken heeft gevoerd met de betreffende inwoners en daarbij telkens gewezen heeft op de genomen besluiten en ook aangegeven heeft dat het de bedoeling is samen tot een oplossing te komen. In het verleden is er gekeken naar een andere oplossing. Uiteindelijk is daaruit het geluidsscherm in combinatie met raildempers naar voren gekomen.
Gelet op de discussie over de voorgenomen plaatsing van de geluidsschermen in Rijssen vond spreker de timing van het artikel in Tubantia over de nieuwbouw op De Kol ongelukkig.
Er is bezwaar aangetekend tegen de omgevingsvergunning en volgens spreker worden de bezwaren op 19 januari 2015 behandeld. Spreker lijkt het niet verstandig tussentijds weer in overleg te treden.
De Wet geluidhinder biedt geen mogelijkheden om stapsgewijs te kijken naar de effectmaatregelen.
Het saneringsprogramma is vastgesteld en opgestuurd, waarmee de financiële middelen zijn veiliggesteld. De bezwarenbehandeling van de omgevingsvergunning, die plaatsvindt op 19 januari 2015, bepaalt het vervolgtraject aldus spreker.

De heer BERKHOFF zegt dat de inwoners het gevoel hebben dat zij niet goed meegenomen zijn in de communicatie. Hij vraagt of er na de behandeling van de bezwaren nog een moment is waarop de buurtbewoners geïnformeerd worden of dat dit alleen gebeurt via de formele weg van publicatie.

De heer DE KOE zegt dat in Rijssen langs de spoorlijn voor het overgrote deel in 2012 geluidsschermen zijn aangebracht. Het deel waar het nu over gaat is met opzet destijds verdaagd tot nader orde. De raad heeft verzocht goed te kijken naar de wensen van de bewoners en te kijken naar mogelijke andere oplossingen dan geluidsschermen. 
Spreker vraagt of er inderdaad is gekeken naar andere oplossingen en of het verstandig zou zijn geweest op de juiste wijze te communiceren, zodat het voor iedereen duidelijk was dat geluidsschermen de enige oplossing is. 

De heer SCHEPPINK sluit zich aan bij de vragen van de heer De Koe. Daarnaast vraagt de SGP zich af wat er is gebeurd in de periode 2012-2014. In 2012 heeft het college een besluit genomen tot plaatsing van de schermen. Vervolgens is er gewacht tot juni 2014, dan verschijnt er een artikel in de krant en moeten plotseling de schermen geplaatst worden. Spreker vraagt waarom er ineens zoveel haast gemaakt wordt. 

De heer TER KEURST zegt dat de wethouder heeft gezegd ongelukkig te zijn met de timing. Hij heeft niet gezegd ongelukkig te zijn met de inhoud, wat betekent dat hij achter de inhoud staat, zijnde dat de geluidsschermen ontsierend zijn. Volgens spreker hebben de bewoners van de Hagslagen als bezwaarmakers een punt als zij zeggen dat het ontsierende elementen zijn.

De heer NOORDAM zegt dat de wethouder heeft gewezen op genomen besluiten en met de inwoners heeft besproken ‘daar komen wij samen wel uit’. Spreker vraagt wat de wethouder daarmee heeft bedoeld.

Wethouder AANSTOOT zegt dat de bezwaarmakers formeel bericht krijgen en zelfstandig kunnen besluiten of zij verder de procedure ingaan. Als er behoefte is aan meer communicatie dan wil spreker dat toezeggen.
Er is gekeken naar alternatieven. Zo zijn er later raildempers en verschillende schermhoogtes als alternatieven meegenomen. Een fundamenteel punt is dat voor Rijssen is gekozen voor diverse tunnels en niet voor tunnelbakken waarbij het spoor naar beneden wordt gebracht. Het college is gehouden aan de Wet geluidhinder, wat maximaal 50dBa op de gevels betekent en dat houdt in dat er niet veel andere mogelijkheden zijn.
In 2012 is er een besluit genomen. De fatale datum 1 december 2014 kwam steeds dichterbij. Voor die datum moest er een saneringsprogramma ingediend worden als voorwaarde voor het veilig stellen van de financiële middelen.
Bij nieuwbouw, zoals nu gebeurt in Holten, kunnen maatregelen geïntegreerd worden in de bouw. Dat is wat spreker betreft een goede oplossing.
Spreker heeft in de gesprekken met de bewoners gekeken hoe zij betrokken zijn bij het project en of er naar hen is geluisterd. Spreker heeft diverse vragen van de bewoners schriftelijk beantwoord. In de tweede bijeenkomst zijn die vragen toegelicht. Spreker heeft niet de suggestie gewekt er ‘samen uit te kunnen komen’ via andere maatregelen. Wel heeft hij duidelijk gemaakt dat de gemeente in het kader van haar zorgplicht en de Wet geluidhinder verplicht is een veilige en goede leefomgeving te bieden. Dat is duidelijk gesteld in de gesprekken.

De heer SCHEPPINK zegt dat zijn vragen niet zijn beantwoord over wat er in de tussenliggende periode is gedaan.

De VOORZITTER zegt dat het vragenuurtje niet is bedoeld dieper op vragen in te gaan. Indien gewenst kunnen onderwerpen geagendeerd worden voor een commissievergadering. 

De heer DE KOE stelt vragen over de Lichtjesavond. Afgelopen jaar is door de heer Nijkamp een verzoek gedaan voor het organiseren van een Lichtjesavond op woensdag 17 december 2014 op begraafplaats ‘t Lentfert. Op deze Lichtjesavond worden nabestaanden van overledenen in de gelegenheid gesteld hun dierbaren te herdenken. Op veel plaatsen in Nederland worden deze herdenkingen momenteel georganiseerd, omdat daar veel behoefte aan bestaat. Op de RK-begraafplaats in Rijssen wordt sinds enkele jaren ook zo'n avond georganiseerd en ook daar zijn veel mensen aanwezig, die dit ook graag op ‘t Lenfert zouden willen.
Ondanks dat de heer Nijkamp reeds in december 2013 dit verzoek heeft gedaan, heeft spreker vernomen dat dit verzoek pas op 2 december 2014 door het college is afgewezen. Spreker stelt de volgende vragen aan het college:

  1. Is het u bekend dat op veel plaatsen in het land er behoefte is aan een dergelijke herdenking?
  2. Is het bekend dat de organisatie reeds in december 2013 dit verzoek heeft gedaan en waarom is hier niet eerder op geantwoord?
  3. In veel plaatsen heeft men hiervoor geen evenementenvergunning nodig, maar volstaat alleen een melding. Waarom kan dit in Rijssen niet?
  4. Waarom is op 28 november 2014 ‘s morgens eerst een goedkeuring afgegeven, maar is deze ‘s middags weer ingetrokken?
  5. Wat is de reden geweest voor het college geen medewerking te verlenen aan dit verzoek?
  6. Is het college, mits aan alle eisen wordt voldaan, genegen om hieraan in 2015 wel zijn medewerking te verlenen?

Wethouder AANSTOOT beantwoordt de vragen als volgt:

  1. Het is bekend dat op veel plaatsen in het land behoefte is aan een dergelijke herdenking.
  2. Het is bij het college bekend dat het verzoek in december 2013 is gedaan. Dit verzoek is via een persoonlijke e-mail binnengekomen in december 2013. De medewerker aan wie de mail was gericht, is vanwege ziekte lang afwezig geweest. Persoonlijke mails kunnen niet door anderen benaderd worden. De afhandeling van de betreffende mail is daardoor uit het zicht geraakt. Spreker betreurt het ten zeerste dat dit is gebeurd.
  3. In Rijssen-Holten is geen evenementenvergunning op grond van de APV noodzakelijk voor het houden van een Lichtjesavond. Wel is een ontheffing nodig op grond van de beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen. Het college kan de ontheffing wel of niet verlenen.
  4. De gemeentelijke woordvoerder heeft de heer Nijkamp aangegeven dat een ontheffing van de openingstijden moet worden besproken in een collegevergadering. Op 28 november 2014 is dat met deze bewoordingen ingesproken op de voicemail van de heer Nijkamp. Vervolgens heeft het college daarover een besluit genomen. Dat besluit heeft de gemeentelijke woordvoerder in de middag van 2 december na de collegevergadering mondeling meegedeeld aan de heer Nijkamp.
  5. Het college heeft twijfel over de vraag of er voldoende draagvlak is voor zo’n herdenking. Een ontheffing voor een herdenking heeft invloed op de rust en orde op de begraafplaats.
  6. Het college is bereid in 2015 het besluit te heroverwegen. Dat is initiatiefnemer meegedeeld. Het college wil wel graag weten, ook vanuit de fracties, of er behoefte en draagvlak voor is.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt wat de wethouder precies wil horen als hij spreekt over voldoende draagvlak.

De heer TER KEURST vraagt of de portefeuillehouder kan uitleggen waarom de e-mail van een medewerker niet kan worden ontsloten.

Wethouder AANSTOOT zegt dat e-mails technisch wel ontsloten kunnen worden, maar dat het niet is toegestaan in het kader van privacywetgeving.
Aan de heer Nijkamp is verzocht aan te tonen dat er voldoende draagvlak is in de vorm van verzoeken. Het college wil ook graag weten of er draagvlak is onder de fracties. 

De voorzitter draagt het voorzitterschap over aan de heer G. Kreijkes. 

De heer NOORDAM stelt vragen over zwemlessen op zondag, naar aanleiding van een ingekomen brief gericht aan de raad. Een inwoner uit onze gemeente heeft op 1 december 2014 een brief geschreven aan het college, de Sportraad en de gemeenteraad en daarin om duidelijkheid gevraagd over het besluit van het afschaffen van zwemlessen op zondag. Spreker citeert uit de brief: “Graag verneem ik derhalve welke blijkbaar zwaarwegende politieke overwegingen er zijn om de zwemlessen niet meer aan te bieden op zondag. Ik verzoek u de genomen beslissing om deze zwemlessen niet meer aan te bieden te herzien. Bovendien verneem ik graag zo spoedig mogelijk op welke manier ik officieel bezwaar kan maken tegen het afschaffen van de zwemlessen op de zondagmorgen.”
Deze inwoonster had op 17 oktober 2014 een e-mail ontvangen van het team van zwembad De Koerbelt, waarin is aangegeven dat vanwege politieke overwegingen de zwemlessen op zondag stoppen. In TC Tubantia wordt gesproken over een rel. Spreker citeert: “Gemeentesecretaris Arie van Eck zegt de beslissing om de zwemlessen tegen te houden in zijn eentje te hebben genomen waarbij het gesteld heeft daarmee Ik voer daarmee het beleidsakkoord uit. Van Eck geeft toe dat er een wachtlijst is voor zwemlessen, maar dat het geven van zwemlessen op zondag te veel lijkt op zondag-openstelling van winkels. Dat willen wij hier ook niet hebben.“ 
Spreker vraagt zich met verwondering af wie hier “we” is? In datzelfde artikel geeft nota bene de Sportraad aan deze beslissing te betreuren.
Een beleidsakkoord is een stuk van de coalitiepartijen. Het college stelt op basis van het beleids-akkoord en de strategische visie een collegeprogramma op. De ambtelijke organisatie vaart op het kompas van het collegeprogramma. Het is bijzonder dat zonder ruggespraak met het college iemand uit de organisatie zelfstandig en op grond van het beleidsakkoord beleidswijzigingen doorvoert in de organisatie. Tevens is het een erg vrije interpretatie om zwemlessen gelijk te stellen aan winkelopen-stelling. Binnen het beleidsakkoord zijn volgens spreker voldoende aanknopingspunten om juist wel zwemlessen op zondag te geven. De VVD kan daarnaast in praktische zin heel goed uit de voeten met zwemlessen op zondagochtend. Het zwembad De Koerbelt is open, het water wordt extra verwarmd in verband met babyzwemmen, er is bevoegd personeel, er is zeker vraag naar zwemlessen op zondag, de wachtlijsten kunnen worden verkleind en daardoor de veiligheid vergroot, Holtense kinderen wijken minder uit naar Markelo, dus een meer dan uitstekende motivatie. 

De fractie van de VVD wil graag antwoorden op de volgende vragen:

  1. Is de weergave in TC Tubantia juist dat de directeur zelfstandig en op grond van een beleids-akkoord het besluit heeft genomen om zwemlessen op zondagochtend in zwembad De Koerbelt te verbieden?
  2. Bent U het met ons eens dat in het recent vastgestelde beleidsakkoord met geen woord wordt gerept over
    (zwem-)lessen op de zondagochtend?
  3. Kunt U aangeven welke zinsneden of onderdelen van het beleidsakkoord voor de directeur dan wel aanleiding zijn geweest om zwemlessen op de zondagochtend te verbieden?
  4. De directeur geeft aan dat hij verantwoordelijk is voor deze besluiten, maar bent u het met ons eens dat uw college de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt?
  5. Bent u bereid om het door de directeur genomen besluit t.a.v. zwemlessen op zondagochtend te herroepen dan wel te heroverwegen?
  6. Bent u van mening dat het invoeren en stopzetten van de zwemlessen op zondag een besluit is dat in het college geagendeerd had moeten worden?
  7. Is het college van mening dat gezien de aard van de beslissing en de bekende gevoeligheid omtrent dit soort beslissingen, het wenselijk was geweest om de commissie actief te informeren over de invoering en het stopzetten van de zwemlessen?

Een antwoord op deze vragen verschaft duidelijkheid over deze door de pers genoemde rel en aan de burgers over de gevolgde procedure. De beantwoording zal de basis vormen voor het standpunt dat de fractie van de VVD Rijssen-Holten inneemt in dit dossier.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het college zich kan voorstellen dat er vragen zijn. Het college wil die vragen graag beantwoorden.
Het college heeft meerdere malen gesproken over het coalitieakkoord, waarvan een vertaling te vinden is in het collegeprogramma. In het coalitieakkoord staat o.a. de zin “koopzondagen zijn niet aan de orde”. Het college heeft daarbij tevens gezegd dat invulling geven aan commerciële activiteiten vanuit het gemeentebestuur niet passend is in de geest van het coalitieakkoord. Dat laat onverlet dat openstelling van het zwembad voor het college niet ter discussie staat.
De gemeentesecretaris heeft op grond hiervan zijn conclusie getrokken en aangegeven dat het geven van zwemlessen, wat al in gang gezet was, teruggedraaid moest worden, waarbij de lopende zwemlessen gewoon nog afgemaakt konden worden.
Spreker legt uit hoe de invoering van de zwemlessen tot stand is gekomen. Het college heeft een grote verantwoordelijkheid laag in de organisatie neergelegd en destijds is met het geven van zwemlessen gestart door de medewerkers zelf, gelet op hun zorg over de wachtlijsten. Spreker zou het verkeerd vinden als die verantwoordelijkheid, die laag in de organisatie ligt, wordt teruggedraaid. Nu er in deze situatie door de medewerkers van het zwembad een andere inschatting wordt gemaakt dan het college wenst, vindt het college dat er bijgestuurd moet worden.

Spreker beantwoordt de vragen van de fractie van de VVD als volgt:

  1. De weergave in TC Tubantia, dat de directeur zelfstandig en op grond van het beleidsakkoord een besluit heeft genomen, wil spreker enigszins nuanceren. De beslissing is niet genomen op grond van het beleidsakkoord, maar geïnspireerd door het beleidsakkoord.
  2. Het recent vastgestelde beleidsakkoord rept met geen woord over de zwemlessen op de zondagochtend.
  3. Er hebben gesprekken plaatsgevonden binnen het college over de koopzondag en hoe uitleg gegeven moest worden aan onderdelen en passages uit het coalitieakkoord.
  4. Spreker is het van harte eens met de vragensteller dat het college de bestuurlijke verantwoordelijk-heid draagt.
  5. Het college vindt niet dat de genomen maatregel teruggenomen of heroverwogen moet worden.
  6. Met de wetenschap van nu hadden de dingen anders gedaan kunnen worden. Spreker zegt dat de invoering van zwemlessen op zondag in elk geval door het college besproken had moeten worden, omdat het een wijziging van het beleid is.
  7. Spreker heeft geschetst onder welke omstandigheden de invoering van zwemlessen op zondag tot stand is gekomen. Vanwege de bekende gevoeligheid had de invoering van zwemlessen op zondag volgens spreker voorgelegd moeten worden aan de commissie.

De heer NOORDAM zegt dat de burgemeester aangeeft dat het geven van zwemlessen een commerciële activiteit is. Spreker vraagt of de burgemeester vasthoudt aan dit argument en of dit betekent dat het zwembad voortaan op zondag gesloten wordt.

De heer TER KEURST vraagt aan de coalitiepartijen, die aan de basis hebben gestaan van de interpretatie van dit besluit, of zij het eens zijn met de beantwoording van het college en achter het genomen besluit staan.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de vaststelling van het beleidsakkoord zeer uitvoerig is besproken, waarbij D66 heeft geprobeerd het betreffende tussenzinnetje uit het beleidsakkoord te halen. De portefeuillehouder legt de koopzondag uit als ‘wij willen geen commerciële activiteiten op zondag’. Dat strookt niet met de uitleg die spreker destijds van de coalitiepartijen heeft gehoord. Toen is gesteld dat het te maken had met het respecteren van de zondagsrust en met het feit dat de kleine ondernemers beschermd worden. Kennelijk heerst er in het zwembad zondagsrust en mogen daar geen zwemlessen gegeven worden. Het is een link die spreker op dit moment niet kan leggen.
De VOORZITTER interrumpeert de heer Klein Velderman. Er kunnen tijdens het vragenuur vragen gesteld worden aan het college of aan de vragensteller, maar het is niet de bedoeling het debat te voeren.
De heer KLEIN VELDERMAN vraagt of het college nog andere commerciële activiteiten binnen de gemeente in het vizier heeft, die op zondag verboden zullen worden.

De heer MULLER vraagt of het college zich kan voorstellen dat het geven van zwemlessen niet door alle partijen wordt beleefd als een commerciële activiteit, maar vooral als een vorm van dienst-verlening.

De heer KAHRAMAN vraagt de heer Noordam of hij weet of er door commerciële partijen in buurgemeenten zwemlessen worden gegeven of zelfs door die gemeenten zelf.

De BURGEMEESTER zegt dat het college het geven van zwemlessen beschouwt als een commerciële activiteit. Op de interpretatie dat het geven van zwemlessen een vorm van dienstverlening is, zegt spreker dat ook dat een commerciële activiteit kan zijn. Het college begrijpt dat er andere gevoelens in de samenleving en in de raad zijn en dat men zich afvraagt waarom het geven van zwemlessen op zondag niet zou kunnen. Het coalitieakkoord is echter uitgelegd zoals spreker zojuist al heeft aangegeven en wordt uitgevoerd door de ambtelijke organisatie. Spreker heeft de vragen van de VVD beantwoord vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het personeelsbeleid van de gemeente. Het beleid is dat er in beginsel op zondag geen activiteiten plaatsvinden, tenzij die noodzakelijk zijn. Sluiting van de zwembaden staat niet ter discussie. De extra toevoeging vindt het college echter een commerciële activiteit die niet gewenst is.

De heer NOORDAM zegt dat de vraag van de heer Kahraman geen hout snijdt. De heer Kahraman spreekt over andere gemeenten, waar men ook koopzondagen heeft. Het gaat spreker om de gemeente Rijssen-Holten en haar inwoners.

De VOORZITTER zegt dat hiermee de vragen zijn beantwoord.

De heer G. Kreijkes draagt het voorzitterschap over aan de burgemeester. 

5. Vaststellen notulen en besluitenlijst van 30 oktober 2014 en 7 november 2014
Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de notulen en de besluitenlijst van 30 oktober 2014 en van 7 november 2014 vast.

6. Actiepuntenlijst raad 18 december 2014
Zonder bespreking neemt de raad kennis van de actiepuntenlijst. 

7. Ingekomen stukken - mededelingen
Er zijn geen mededelingen.

Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de afdoening van de ingekomen stukken overeenkomstig het voorstel vast.

8. Raadsvoorstel Integraal Veiligheidsprogramma 2014-2016 (Hofland)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

9. Aanpassen reglement commissie bezwaarschriften Rijssen-Holten 2010 (Hofland)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

10. Raadsvoorstel Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2015 (Hofland)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

11. Raadsvoorstel vaststellen najaarsnota 2014 (Beens)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

12. Raadsvoorstel herbenoeming leden raad van toezicht Stichting ROOS (Wolterink)\
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

13. Raadsvoorstel wijziging verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs (Wolterink)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

14. Raadsvoorstel vaststellen beleidsplan Participatiewet (Wolterink)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

15. Raadsvoorstel benoeming en beëdiging van de heer J. van Veen tot commissielid (presidium)
De VOORZITTER zegt dat na een korte periode al mevrouw Emmens heeft aangegeven te stoppen als commissielid voor D66. Spreker bedankt haar voor haar inzet.
Hij stelt voor over te gaan tot de benoeming van de heer Van Veen tot commissielid voor D66 en constateert dat de raad dit besluit neemt bij acclamatie.
Spreker nodigt de heer Van Veen uit naar voren te komen voor de beëdiging. De belofte luidt als volgt:
”Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik verklaar en beloof dat ik om iets in het ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raadscommissie naar eer en geweten zal vervullen.”

De heer VAN VEEN: “Dat verklaar en beloof ik”.

De VOORZITTER feliciteert de heer Van Veen met zijn commissielidmaatschap. Het is een mooie ervaring die men kan opdoen. De heer Van Veen heeft een rijke ervaring opgedaan in gemeenteland. Om aan de andere kant van de tafel te zitten, is een ander perspectief. Spreker zegt uit te kijken naar de bijdrage van de heer Van Veen.

16. Benoeming plaatsvervangend griffier
De VOORZITTER zegt dat het voorstel vanuit de werkgeverscommissie wordt voorgelegd. De huidige plaatsvervangende griffiers hebben te kampen met hun gezondheid en het lijkt verstandig een extra plaatsvervangend griffier te benoemen. Dat is de heer R.A. Habing.

Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

De VOORZITTER feliciteert de heer Habing hierna met zijn benoeming.

17. Raadsvoorstel benoeming commissieleden grondbeleid (presidium)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

19. Raadsvoorstel verbindingsroute Kalfstermansweide-Dorpsstraat (Aanstoot)
De VOORZITTER zegt dat de raad bij de vergaderstukken een financiële onderbouwing heeft kunnen raadplegen. Het college heeft daarop geheimhouding gelegd, omdat het belang van openbaarheid in dit stadium niet opweegt tegen de financiële belangen van de gemeente. Op grond van artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet vervalt deze geheimhouding als de raad deze niet bekrachtigt. Voorgesteld wordt de geheimhouding van de financiële bijlage te bekrachtigen, waarbij de matrix wel openbaar is, behoudens de bedragen die daarop vermeld staan. Die bijdragen worden verwijderd, waarna het stuk alsnog toegevoegd wordt aan het raadsstuk.
Op deze manier wordt voldaan aan alle wettelijke voorschriften.
Spreker constateert dat de raad besluit de geheimhouding te bekrachtigen.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het college optie 3, de verbinding tussen Oranjestraat en Kalfstermansweide, voorstelt als de beste optie en de raad vraagt daarmee in te stemmen. 
Spreker is van mening dat het hele verhaal is geschreven naar optie 3. In alle afwegingen wordt geredeneerd richting optie 3. Als bijvoorbeeld gekeken wordt naar de verkeersveiligheid, dan is optie 3 de beste optie, omdat dat voor het stationsgebied de beste oplossing is. 
De heer De la Haye heeft in zijn inspraak al uitgelegd dat de verkeersveiligheid in het dorp juist weer afneemt door voor optie 3 te kiezen.
Voor optie 2 blijkt er volgens de matrix veel meer maatschappelijk draagvlak te zijn dan voor optie 3. Wat betreft de financiën is optie 3 de slechtste optie. De kosten zijn € 629.000, wat € 629.000 meer is dan bij optie 2.
D66 is van mening dat optie 3 niet de beste optie is en dat er naartoe wordt geredeneerd. 
Spreker stelt voor te kiezen voor optie 2. Eventueel dient D66 daarop een amendement in.

De heer TER KEURST zegt dat aan de optie die het college voorstelt een aantal nadelen kleeft. De kosten zijn € 629.000. Als deze optie niet wordt uitgevoerd, houdt het college dat bedrag beschikbaar. Daarnaast slaat het college stedenbouwkundig een gat in de huidige lintbebouwing.
Verkeerskundig gezien nodigt het college het verkeer, inclusief zwaar vrachtverkeer, uit massaal gebruik te gaan maken van de inmiddels verkeersluw gemaakte Dorpsstraat. Fietsers die nu relatief vrije doorgang hebben, zadelt het college op met vrachtverkeer dat afslaat, waarbij het risico bestaat dat zij in de dode hoek van deze combinaties komen aldus spreker.
Er is een alternatief, het MAC-pad/Kerkhofsweg. Dat kost niets, levert in feite € 629.000 op, fietsers en voetgangers worden niet gehinderd, de Dorpsstraat blijft verkeersluw en de lintbebouwing blijft in stand.
De PvdA stemt tegen het voorstel. Als D66 een alternatief indient, zal de PvdA dat van harte ondersteunen.
Tijdens de commissie is door de SGP gezegd dat schoorvoetend ingestemd kon worden met het voorstel. Spreker verzoekt de wethouder zijn woorden te herhalen dat hij binnen het budget van € 629.000 blijft als het voorstel vandaag wordt aangenomen. Dat budget is bestemd voor de aanleg van de route, aankoop van benodigde gronden en aanpassing van het kruispunt bij Vosman.

De heer NOORDAM zegt dat de VVD in dezelfde strekking naar de situatie kijkt als de heer Ter Keurst. Spreker vindt het een heel ‘kromme’ oplossing in het centrum van Holten, waar juist zaken verkeersluw afgerond worden. Nu komt er als een duvel uit een doos een heel ander plan. Dat plan wordt gesteund door de coalitie en wordt door de oppositie in zijn geheel afgewezen.
De coalitie heeft blijkbaar wel enige moeite gehad met het besluit. De heer Scheppink van de SGP heeft inderdaad opgemerkt dat de kosten absoluut niet hoger mogen zijn dan € 629.000, waarin hij door de ChristenUnie is bijgestaan. 
Wat spreker betreft maakt de coalitie daarmee duidelijk dat er nu wel een plan ligt, maar dat het de vraag is of men er erg gelukkig mee is. Spreker vraagt zich af waarom het plan wordt doorgezet, terwijl de burger met verbazing reageert en er betere alternatieven zijn op het gebied van verkeersveiligheid. 
Spreker vraagt of de coalitie bereid is € 50.000 tot € 100.000 meer op tafel te leggen. Het kruispunt bij Vosman is niet geschikt voor vrachtverkeer en moet aangepast worden. Spreker vindt dat er nu geen faire discussie gevoerd kan worden.

De heer DE KOE zegt dat hij nog geen conclusie wil trekken, maar het college verzoekt een verklaring te geven. Mogelijk dient ook D66 nog een amendement in.
Spreker wil ook graag nog van het college horen waarom het MAC-pad geen optie is.

De heer HAASE zegt dat de SGP in de commissie Grondgebied haar argumenten naar voren heeft gebracht en instemt met het plan. De SGP heeft daarbij het voorbehoud gemaakt dat het voorstel niets meer mag kosten. Daaraan wil de SGP nu de voorwaarde verbinden dat mochten de kosten hoger lijken te gaan uitvallen, de wethouder de commissie daarover vroegtijdig, dus voor de uitvoering, informeert.
De heer TER KEURST vraagt of dit een nieuwe draai is van de SGP. Eerst gaat de SGP schoorvoetend mee met het plan. Nu zegt de SGP aanvullend dat als de kosten hoger uitvallen, de wethouder eerst bij de commissie terug moet komen.
De heer HAASE zegt dat het geen draai is, maar het hard maken van de voorwaarde die de SGP al heeft genoemd in de commissie.

De heer MULLER zegt dat in 2012 unaniem is besloten tot de aanleg van de toenmalige verbindingsweg. De wens van een volledige ontsluiting van de Kalfstermansweide werd breed gedragen. Nu die uitvoering niet mogelijk is, zijn er diverse varianten aan de orde geweest. Er zijn presentaties gegeven en de MAC-variant is nog toegevoegd, die uitgaat van een eerste fase via de Kerkhofsweg met als eindbeeld de ontsluiting van de Industriestraat als verbindingsweg. Elke variant heeft zijn eigen voor- en nadelen, zoals vermeld in het raadsvoorstel en tijdens de presentaties te zien waren en die ook in het overzicht van de particuliere inspreker naar voren kwamen. Alle varianten zijn besproken in de commissies. 
Alles afwegend blijft Gemeentebelang bij haar standpunt dat het voorliggende raadsvoorstel het beste alternatief is, uiteraard binnen de budgettaire mogelijkheden.

Wethouder AANSTOOT zegt dat D66 aangeeft dat er sprake is van een soort doelredenatie richting optie 3 en laat weten dat uit de matrix valt op te maken dat alle opties op verschillende aspecten zijn beoordeeld en dat uiteindelijk optie 3 er bovenuit steekt.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt bij interruptie dat, kijkend naar de verkeersveiligheid, alleen het stationsgebied meegenomen wordt en niet het gebied rondom de Oranjestraat. Spreker vindt dat geen volledige afweging.
Wethouder AANSTOOT zegt dat het college van mening is dat de afweging volledig is gemaakt. Wat betreft de verkeers-veiligheid in de Dorpsstraat zegt spreker dat ook met deze maatregelen de Dorpsstraat, ook rond de Smidsbelt, verkeersluw blijft, met uitzondering van het stukje Kolweg tot aan Dorpsstraat 3a, dat onderdeel gaat uitmaken van de nieuwe ontsluitingsweg.
Opgemerkt is dat de situatie voor de fietsers gevaarlijk wordt. Spreker zegt dat de constructies zodanig worden dat deze ook voor fietsers zo veilig mogelijk zijn. Er ligt een goede kostenraming onder het plan. Het college zal zich daaraan houden. Inderdaad wordt de lintbebouwing onderbroken. In optie 3 zal dat blijvend zijn. De bocht bij Vosman is niet geschikt voor vrachtverkeer en moet aangepast worden. Het college denkt dat optie 3 voldoende verkeersveilig is. Het is altijd de wens geweest dat Kalfstermansweide wordt voorzien van twee volwaardige ontsluitingen. Verkeerstechnisch is het niet handig, bijvoorbeeld bij evenementen of bij calamiteiten, om twee ontsluitingen bijna naast elkaar, aan de noordzijde, aan te leggen. Met optie 3 komt er een ontsluiting aan de Stationsstraat, de noordwest zijde, en een ontsluiting aan de zuidoost kant. 
Er zijn destijds afspraken gemaakt met aanwonenden, waar het college niet aan wil tornen. Spreker zegt toe dat zodra duidelijk wordt dat het college qua kosten uit de pas gaat lopen, de commissie geïnformeerd wordt.

De heer TER KEURST zegt dat de wethouder eerst zegt dat er een goede raming aan het plan ten grondslag ligt. Aan het eind zegt de wethouder dat hij terugkomt bij de commissie als de kosten hoger uitvallen. Duidelijk moet zijn dat de raming goed of dat de raming discutabel is. Een raming over aanpassing van de kruising bij Vosman/H.J. Wansinkstraat heeft spreker nog niet gezien.
Wethouder AANSTOOT zegt dat er een goede raming aan ten grondslag ligt, zoals bij alle infrastructurele werken. Voorliggend plan vormt daarop geen uitzondering. Mochten er tegenvallers zijn, van welke aard dan ook, dan komt het college daarmee terug.
De heer TER KEURST zegt dat de wethouder in dat geval terugkomt nadát er grond is aangekocht en nadát er voor € 629.000 is aangelegd. Het kruispunt moet dan nog aangepast worden.
Wethouder AANSTOOT zegt dat hij in dat geval bij de commissie terug zal komen voordat er een schop in de grond gaat

Tweede termijn
De heer NOORDAM zegt dat in de commissie Grondgebied door de wethouder is gezegd dat deze ontsluiting een aantrekking had op het toerisme en dat de auto’s op die wijze ook naar het centrum gelokt konden worden. De wethouder zegt vanavond dat ‘verkeersluw’ gehandhaafd blijft. Hij spreekt daarmee zijn opmerking in de commissie tegen.

De heer DE KOE zegt dat Lokaal Liberaal de gekozen optie een dure en niet een erg duurzame oplossing vindt. Het is op dit moment echter de beste oplossing. Andere oplossingen zijn duurder of druisen in tegen eerdere toezeggingen aan mensen in de omgeving.
Het dorp Holten krijgt steeds meer een stedelijke uitstraling. Lokaal Liberaal vindt dat een spijtige constatering. De ontwikkelingen in de dorpskern ziet Lokaal Liberaal echter wel als positief.
Het voorstel biedt een goede ontsluiting voor laden en lossen van Albert Heijn. Het is geen mooie oplossing, maar wel de best-haalbare oplossing in deze situatie.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de duurste en niet de beste oplossing voorligt. Deze oplossing is op een heel onzorgvuldige manier tot stand gekomen, zo stelt D66 nu vast. De verkeersveiligheid is niet goed beoordeeld en meegenomen en de wethouder spreekt zichzelf tegen na de commissie-vergadering. De heer Ter Keurst van de PvdA gaf aan dat er in de onderbouwing geen rekening is gehouden met de reconstructie van het kruispunt Wansinktracé naar de Oranjestraat. De wethouder heeft dat toegegeven, maar denkt dat dit wel in te passen is. Spreker wil echter wijzen op de verwervingskosten, waar geen onderbouwing achter zit. Het is de inschatting van D66 dat dit niet correct is. Het is een winkelpand, waar de eigenaar huur voor ontvangt. Die huur moet gecompenseerd worden en de winkel moet verplaatst worden. Er zijn dus veel diverse kosten buiten de verwervingskosten, die voor rekening van de gemeente komen. Het is dus een dure oplossing waarbij niet ingeschat kan worden wat de werkelijke kosten zullen zijn. D66 is tegen deze optie.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA gaat voor een toekomstbestendige oplossing, zoals in het voorstel is verwoord. De oplossing kan niet uitgevoerd worden zonder geld. Dat geld is er binnen het VSP. Het is voor het CDA belangrijk dat er een volwaardige, tweede ontsluiting van Kalfstermans-weide komt.
In dit voorstel worden de verkeersstromen gescheiden en wordt er een verkeersluw centrum gemaakt. De Smidsbelt zal beter functioneren als centraal plein. Een bijkomend aspect zijn de veel betere laad- en losmogelijkheden voor Albert Heijn en een betere invulling aan de Dorpsstraatzijde.
Een ander aspect zijn de behoorlijk complexe eigendomssituaties die opgelost kunnen worden en er kunnen extra parkeerplaatsen gerealiseerd worden.
Het CDA kan goed leven met de financiële toezegging van de wethouder. Er moet een aantal panden worden verworven. Het CDA gaat ervan uit dat dat op een correcte en zorgvuldige manier aangepakt wordt, zoals de raad in dit huis gewend is.

De heer BERKHOFF zegt dat er een eind komt aan een jarenlange discussie in de raad. De ChristenUnie hecht aan een goede oplossing voor Holten en denkt dat die oplossing met dit voorstel is gevonden. In de commissie is door de ChristenUnie opgemerkt dat ze het van bijzonder groot belang acht dat er een afhechting is van de financiën. De wethouder heeft in de commissie een toezegging gedaan en heeft vanavond herhaald dat er geen overschrijding plaatsvindt. De ChristenUnie is daar blij mee en stemt in met het voorstel.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang erg blij is met een aantal extra aspecten: de extra parkeerplaatsen en een echt goede oplossing van het probleem Smidsbelt versus Zwartepad. Verder is er een groot draagvlak onder de ondernemers. Het plan heeft een aantal voordelen voor het toerisme naar het centrum toe. Gemeentebelang gaat ervan uit dat het plan uitgevoerd wordt voor het genoemde budget en stemt in met deze oplossing.

De heer HAASE zegt dat de SGP instemt met het voorstel met de toezegging van de wethouder dat de raad en commissie worden geïnformeerd bij dreigende meerkosten, voordat de schop de grond in gaat.

De heer TER KEURST zegt dat de wethouder nog niets heeft gezegd over een mogelijk aantrekken van het verkeer naar aanleiding van de woorden van de heer Noordam over wat er is gezegd door de wethouder tijdens de commissievergadering. Ook de heer Muller zegt daarover iets in soortgelijke bewoordingen.

De heer MULLER zegt dat hij heeft gezegd dat het de aantrekkelijkheid van het toerisme richting het centrum inderdaad verbetert. Dat is iets anders dan dat het een aanzuigende werking op het verkeer heeft.

Wethouder AANSTOOT zegt dat deze variant beter scoort dan andere varianten. Het is niet zo dat men via de noordzijde de Kalfstermansweide oprijdt, even een paar winkels bezoekt ter plaatse en weer vertrekt. De nieuwe route biedt het voordeel dat men kennis neemt van het centrum en eerder het centrum inloopt.
De heer NOORDAM zegt dat de wethouder in de eerste termijn heeft aangegeven dat hij vindt dat de verkeersluwheid gehandhaafd blijft. Dat is volgens spreker in tegenspraak tot wat de wethouder nu zegt.
Wethouder AANSTOOT zegt dat de heer Noordam ook heeft kunnen horen dat hij heeft gezegd dat de Dorpsstraat en met name ook de Smidsbelt verkeersluw worden ingericht. Dat blijft zo.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat hij een vraag heeft gesteld of de kosten voor aanpassing van het Wansinktracé in de € 629.000 zijn opgenomen, alsmede de verwervingskosten en alle andere aspecten.
Wethouder AANSTOOT zegt dat er een raming onder het project ligt, zoals dat ook altijd het geval is bij andere projecten.

De VOORZITTER zegt dat er aan de raad wordt gevraagd een krediet beschikbaar te stellen voor de verwerving en de aanleg van het geheel.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel met de aantekening dat de fracties van de VVD, de PvdA en D66 geacht worden tegengestemd te hebben.

21. Raadsvoorstel gedeeltelijk vaststellen van het bestemmingsplan Beumersteeg 1 en Maneschijnsweg ongenummerd (Cornelissen)
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de heer Meijer heeft ingesproken, waarbij hij van de wethouder een toezegging heeft gevraagd dat het bestemmingsplan geen precedentwerking heeft op het bestemmingsplan dat misschien nog wordt ingediend voor Maneschijnsweg ongenummerd.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat het voorstel geen verplichtingen schept en dat het plan rondom de Maneschijnsweg te zijner tijd op zijn merites behandeld wordt..

Tweede termijn
De heer NIJKAMP zegt dat het CDA, met name op basis van het tweede deel van de toezegging van de wethouder, instemt met het voorstel.

De heer NOORDAM vraagt de wethouder of het correct is wat de heer Meijer heeft ingebracht. De heer Meijer heeft van de organisatie te horen gekregen: “U heeft alle krediet verspeeld”. Dat klinkt erg zwaar. Spreker vraagt hierop een toelichting. 

De heer G. KREIJKES zegt dat de SGP, met de toezegging van de wethouder, instemt met het voorstel. De SGP ziet dat helemaal losgekoppeld van elkaar.

De heer BEUNK zegt dat er een addendum aan het voorstel ten grondslag komt te liggen. Spreker vraagt of dat nog kenbaar gemaakt wordt aan de inspreker.

Wethouder CORNELISSEN beantwoordt de vraag van de heer Beunk met ‘ja’.
Op de vraag van de heer Noordam zegt spreker dat de heer Meijer in deze procedure gewoon gebruik maakt van zijn rechten. Van het verspelen van krediet is daarbij volgens spreker geen sprake.
De heer NOORDAM vraagt of iemand uit de organisatie dat heeft gezegd namens de gemeente.
Wethouder CORNELISSEN zegt dat spreker daarvan niet op de hoogte is. Mocht iemand die uitspraak gedaan hebben, dan verwoordt dit niet hoe spreker zelf in dit dossier staat. De heer Meijer heeft het volste recht, ook in een volgende situatie hier te komen inspreken. Het is jammer dat er bewoordingen over tafel gaan, waar spreker zich niet in kan vinden. Spreker heeft geprobeerd in dit proces zo goed mogelijk te werk te gaan.

De VOORZITTER zegt dat het uitgangspunt is dat de gemeente graag de communicatie met haar burgers, zowel van ambtelijke zijde als van bestuurlijke zijde, open en transparant wil houden. Iedereen kan onder alle omstandigheden gebruikmaken van zijn of haar recht. In procedures kan men wel eens tegenover elkaar komen te staan. Eventueel zal een ombudsman, een rechtbank of de Raad van State een uitspraak doen. De rechten van de burger mogen in elk geval geen effect hebben op de verhoudingen tussen burger en gemeentebestuur. Als dat anders gezegd of beleefd is, dan is dat niet de insteek van het bestuur of van de raad aldus spreker.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad hierna overeenkomstig het voorstel.

18. Raadsvoorstel wijzigingen n.a.v. Participatiewet en Wet maatregelen WWB (Wolterink)
De VOORZITTER wijst erop dat het college naar aanleiding van de commissiebehandeling een nieuwe verordening Tegenprestatie heeft aangeleverd. Dat betreft artikel 5. Daarnaast is in de verordening Bijdrageregeling bijzondere bijstand artikel 3 aangepast.

De heer MULLER zegt dat de aangebrachte wijzigingen voldoen aan de wens van Gemeentebelang. Spreker had nog verwacht dat er naast twee uur minimaal verplichte inzet een maximum aantal uren verwoord zou worden. Tegelijkertijd zijn de termijnen wel heel duidelijk vermeld. Al met al geen reden om een amendement in te dienen. Zijn fractie is blij met de correcties. 

De VVD, PvdA en D66 dienen een amendement in: Verordening bijdrageregelingen bijzondere bijstand gemeente Rijssen-Holten 2015
Mevrouw DEIJK licht het amendement toe.
Overwegende dat:

  • belanghebbende door zijn/haar situatie weinig tot geen eigen vermogen heeft;
  • de lijst met mogelijkheden voor bijdrage op de duurzame gebruiksgoederen een zeer beperkte lijst is;
  • belanghebbende zelf het aankoop- en betalingsbewijs moet overhandigen, de gemeente hiermee alle directe informatie tot haar beschikking heeft;

besluit:
In de verordening Bijdrageregelingen bijzondere bijstand gemeente Rijssen-Holten 2015 Artikel 11: “Een bijdrage op grond van de artikelen 5, 6, 7 en 8 wordt uiterlijk 8 weken na het indienen van de aanvraag uitbetaald“
te wijzigen in:
“Een bijdrage op grond van de artikelen 5, 6, 7 en 8 wordt uiterlijk 4 weken na het indienen van de aanvraag uitbetaald.”

De VVD, PvdA en D66 dienen een motie in: Verordening bijdrageregelingen bijzondere bijstand gemeente Rijssen-Holten 2015
Mevrouw DEIJK licht de motie toe.
Overwegende dat:

  • ondanks de maximale vergoeding, voor de duurzame gebruiksgoederen Bankstel, Computer en Fiets er nog steeds een grote bijdrage van belanghebbenden wordt gevraagd;
  • belanghebbende door zijn/haar situatie weinig tot geen eigen vermogen heeft;
  • belanghebbende een extra mogelijkheid wordt geboden om toch toegang te krijgen tot de duurdere duurzame gebruiksgoederen;
  • de huidige vergoeding al 4 jaar ongewijzigd is;


verzoekt het college:
in overleg te gaan met de commissie MDV, teneinde zowel de hoogte van het bedrag in relatie tot nut en noodzaak van de duurzame gebruiksgoederen nader te toetsen en hiertoe de commissie te informeren hoe de andere WT4 gemeenten omgaan met deze vergoedingen.

De heer MULLER merkt op dat de nota Armoedebeleid in ontwikkeling is en vraagt of het wellicht handiger is de ingediende motie met deze nota te combineren.

Wethouder WOLTERINK zegt dat de overwegingen onder de derde bullet van het amendement kloppen. In het overgrote deel van de aanvragen wordt al binnen vier weken uitbetaald. In enkele gevallen lukt dat niet door bijzondere omstandigheden, zoals ziekte of drukte. Als niet binnen de gestelde acht weken wordt uitbetaald, dan kan de Wet dwangsom in beeld komen. Als deze termijn wordt vervroegd naar vier weken, dan zal de gemeente vier weken eerder met de Wet dwangsom in aanraking komen. Spreker aarzelt om het amendement te ontraden. Misschien is een alternatief dat vanavond afgesproken wordt dat de vier weken gezien kunnen worden als een prestatienorm voor het college.
Bij de eerste bullet in de overwegingen van de motie staat dat voor bankstel, computer en fiets nog steeds een grote bijdrage van belanghebbenden wordt gevraagd. In de praktijk valt dat volgens spreker mee. Het is geen karige regeling. De indieners van de motie verzoeken het college in overleg met de commissie te gaan om de hoogte van het bedrag nog eens tegen het licht te houden. Spreker heeft geen probleem met dat verzoek. 

Tweede termijn
De heer MULLER zegt dat op de informatiepagina van de gemeente staat: “Ons streven is uw aanvraag binnen vier weken te beoordelen”. Spreker vraagt of er indicaties zijn dat die vier weken veelvuldig worden overschreden.
De heer NOORDAM vraagt bij interruptie of de heer Muller moeite heeft met wat de wethouder heeft aangegeven, namelijk het te willen zien als een prestatienorm van het college.
De heer MULLER zegt dat hij alleen wil bevestigen dat het geen noodzaak is om de acht weken naar vier weken bij te stellen. Voor de meeste gebruiksgoederen is er een gebruiksperiode van vijf jaar. In noodsituaties is er een mogelijkheid, zoals in de beleidsregels staat, tot een voorschot en er kan ook achteraf betaald worden. Het is gebruikelijk dat nood opgelost wordt. Spreker ziet niet de noodzaak om de periode aan te passen.

Mevrouw RIEZEBOS zegt dat de gemeente met de toezeggingen van de wethouder de verordeningen goed kan uitvoeren. Wat betreft het amendement zegt spreekster dat soms vier weken nog te lang kan zijn. De betaling moet zo snel mogelijk gebeuren. De gemeente moet anderzijds geen risico lopen vanwege de Wet dwangsom. Het opnemen van vier weken als prestatienorm voor het college vindt de ChristenUnie een prima idee. Het argument dat vertraging in uitbetaling kan ontstaan door ziekte of drukte, is iets wat niet zou mogen voorkomen en zou voorkómen moet worden.
De lijst van duurzame gebruiksgoederen kan wat spreekster betreft in combinatie met de nota Armoedebeleid besproken worden in de commissie.

De heer TEN BERGE zegt dat het CDA de motie en het amendement sympathiek vindt, maar dat de toezegging van de wethouder op dit moment voldoende is. Wat betreft de lijst met gebruiksgoederen vindt spreker dat deze integraal meegenomen moet worden in het armoedebeleidsplan en dat er niet sec naar de regeling gekeken moet worden. Die oproep doet het CDA aan het college.

De heer NOEVERMAN zegt dat de SGP instemt met de motie en het amendement onder de toezegging van de wethouder. De wethouder zegt toe een prestatienorm te hanteren, maar spreker vraagt zich af op welke wijze dit procedureel uitgevoerd wordt.

Mevrouw DEIJK verzoekt om een schorsing. 

Schorsing van 21.12 tot 21.19 uur.

Mevrouw DEIJK verzoekt de motie in stemming te brengen. Het lijkt de indieners een goed plan om het armoedebeleid mee te nemen bij de bespreking in de commissie.

Het amendement wordt ingetrokken. De indieners zijn blij met de toezegging van de wethouder, maar verzoeken om een rapportage bij de jaarrekening waarin dit onderwerp terugkomt en waarvan de prestatienorm onderdeel is. 

Wethouder WOLTERINK zegt dat hij niet weet of dat bij de jaarrekening terug moet komen, maar het is zo dat een prestatienorm die het college zelf voorstelt wel een keer terug moet komen op tafel.

De VOORZITTER concludeert dat het amendement is ingetrokken.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad hierna overeenkomst het voorstel. 

De VOORZITTER brengt de motie in stemming. De motie wordt unaniem aangenomen.

Spreker feliciteert mevrouw Deijk dat haar eerste motie de eindstreep heeft gehaald en complimenteert de wethouder met zijn laatste toezegging. 

20. Raadsvoorstel belastingvoorstellen 2015 (Beens)
De heer TER KEURST zegt dat de raad gevraagd wordt een integraal besluit te nemen. De hondenbelasting en de reinigingsheffingen maken daarvan onderdeel uit. Bij de begrotingsbehandeling heeft de PvdA aangegeven daartegen te zijn en kan om die reden niet anders dan tegen het integrale voorstel te stemmen.

De heer NOORDAM zegt dat de VVD zich aansluit bij de woorden van de heer Ter Keurst.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat ook D66 zich aansluit bij de woorden van de heer Ter Keurst.

De heer SCHEPPINK zegt dat de raad de begroting heeft aangenomen. Wat nu voorligt is de uitvoering van de begroting. Dan is het vreemd dat er partijen zijn die tegenstemmen.
De heer TER KEURST merkt op dat de PvdA tegen de begroting heeft gestemd ten aanzien van o.a. de twee door hem genoemde onderdelen.
De heer SCHEPPINK wil, ook richting de oppositie, opgemerkt hebben dat de begroting door de raad is aangenomen en dat de voorstellen voortvloeien uit die begroting.

De VOORZITTER zegt dat hij de opmerkingen van de VVD, de PvdA en D66 ziet als stemverklaringen.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad hierna overeenkomst het voorstel met de aantekening dat de fracties van de VVD, de PvdA en D66 geacht worden tegengestemd te hebben.

22. Raadsvoorstel vaststellen rekenkamerrapport 2014 Samenwerken in Twente (presidium)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

23. Begrotingswijzigingen raad 18 december 2014 (Beens)
De heer TIJHOF geeft naar aanleiding van het gevraagde krediet fietskruispunten zijn complimenten voor de snelle uitvoering van het besluit. Alle aanpassingen zijn al in gebruik genomen. Toch geldt ook hier ‘haastige spoed is zelden goed’. Na de aanpassing van het kruispunt Nijverdalseweg is ook een stuk van de Nijverdalseweg zelf aangepast. Hier is een aantal putten verzakt, dat tot schade heeft geleid bij particulieren. Spreker gaat ervan uit dat het college dit alsnog herstelt.
In de Veeneslagen, waar ter hoogte van de Julianaschool een aanpassing is gedaan, kon spreker pas bovenop het bruggetje zien dat er iets veranderd was. Het ging echter juist om het eerder signaleren van het naderen van een gevaarlijke kruising met langzaam verkeer. Spreker verzoekt dat alsnog in de uitvoering mee te nemen.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomst het voorstel.

De voorzitter draagt het voorzitterschap over aan de heer G. Kreijkes.

23a. Moties vreemd aan de orde van de dag
De SGP dient mede namens PvdA, VVD, GB, CU en D66, een motie vreemd aan de orde van de dag in: Handhaving vuurwerkvrije zones.

De heer BOSMA licht de motie toe en zegt dat in de commissie is gesproken over het gevaar van vuurwerk en over de taak van de gemeente om de overlast van vuurwerk terug te dringen. De raad en het college zijn daarover eensgezind. Het college heeft zich zeer ingespannen om vuurwerk onder de aandacht te brengen, o.a. met  folders en voorlichting op scholen. In de commissie is ook besproken dat als je vuurwerk wilt terugdringen, het nogal wonderlijk is dat een vuurwerkvrije zone wordt afgeschaft. Om die reden dient spreker de volgende motie in:
overwegende dat:

  • het college voornemens is de vuurwerkvrije zone in het winkelgebied af te schaffen;
  • de landelijk wet- en regelgeving omtrent het afsteken van vuurwerk niet geheel duidelijk is;
  • de vuurwerkvrije zones tot op heden altijd goed hebben gefunctioneerd;
  • de gemeente Rijssen-Holten vuurwerkoverlast wil terugdringen;
  • de veiligheid van het winkelend publiek gewaarborgd dient te zijn;
  • op dit moment juist ook andere gemeenten het belang van vuurwerkvrije zones inzien;

is van mening dat:
het onwenselijk is op dit moment de vuurwerkvrije zone in het winkelgebied af te schaffen;

roept het college op:

  • tot de instandhouding van de vuurwerkvrije zone in het winkelgebied;
  • zorg te dragen voor een effectieve handhaving van de vuurwerkvrije zone;
  • de effecten van het nieuwe landelijke beleid met betrekking tot het afsteken van vuurwerk te evalueren in het voorjaar van 2015.

De heer WESSELS zegt dat het CDA met stijgende verbazing kennis heeft genomen van de onder-tekening van de motie door de VVD. In de notulen van de laatste commissievergadering staat: “De heer NOORDAM zegt dat er veel wordt gepraat over het afsteken van vuurwerk, maar het is niet te handhaven. Het idee van de heer Bosma vindt spreker prima, maar het betreft een papieren tijger.”

De heer NOORDAM zegt dat het hier gaat om de gemeente Rijssen-Holten. In de commissie heeft spreker gezegd dat de handhaving van de regels een enorm probleem is. De portefeuillehouder heeft daarop echter als antwoord gegeven dat dat inderdaad lastig is en dat niet op alle plekken in de gemeente gehandhaafd kan worden. 
Spreker verzoekt het CDA de discussie zuiver te houden en geen zaken uit zijn verband te trekken.

De BURGEMEESTER zegt dat de inzet van eenieder is om vuurwerkoverlast terug te dringen. In de commissie zijn diverse voorstellen en varianten besproken. Het college heeft naar aanleiding daarvan stilgestaan bij de volgende punten:

  • Tot zes uur ’s avonds geen vuurwerk afsteken, behoudens categorie I vuurwerk, en in tunnels mag er in het geheel geen vuurwerk afgestoken worden.
  • Rondom kerken die diensten houden een vuurwerkvrije zone van 100 meter tot half acht ’s avonds.
  • Moet er een vuurwerkvrij zone worden vastgesteld in het centrum.

In de motie staat dat landelijke wet- en regelgeving over het afsteken van vuurwerk niet geheel duidelijk is. Het college onderschrijft dat niet en vindt dat de regelgeving voor iedereen helder is, al is deze laat tot stand gekomen.
De motie roept het college op tot instandhouding van de vuurwerkvrije zone in het winkelgebied. Spreker zegt dat het bij wet al verboden is vuurwerk van categorie II en III af te steken tot zes uur ’s avonds. In voorgaande jaren gold de vuurwerkvrije zone tot zes uur ’s avonds. Spreker vraagt of het de bedoeling is een vuurwerkvrije zone in het centrum in te stellen, zodat ook de bewoners van het centrum geen vuurwerk mogen afsteken van zes uur ’s avonds tot twee uur ’s nachts.
Het college wordt opgeroepen zorg te dragen voor de effectieve handhaving van de vuurwerkvrije zones. Spreker zegt dat er een prioriteit is gegeven aan handhaving van vuurwerk op 31 december voor categorie II en voor illegaal vuurwerk en niet op categorie I. Als de motie wordt aangenomen en als deze uitgevoerd moet worden, dan moet daarop onnodige capaciteit worden ingezet. In de wijken kan alles daardoor doorgaan, veel meer dan de bedoeling is.
Het college ontraadt dan ook de motie, omdat de capaciteit ongewenst elders ingezet moet worden dan beoogd wordt. Het doel is en blijft de overlast terug te dringen. Categorie I vuurwerk wordt voor het centrum uitgesloten, maar dat levert niet een grote overlast op. Als er echt overlast ontstaat door categorie I vuurwerk, dan kan op grond van de APV gewoon ingegrepen worden. Daarvoor is het instellen van een vuurwerkvrije zone niet nodig.
Er is contact geweest met de voorzitters van de Habi en de HHV. Zij hebben laten weten geen behoefte te hebben aan vuurwerkvrije zones in het centrum gedurende de winkeltijden.

Tweede termijn
De heer BOSMA zegt dat er een groot verschil is tussen de bijdrage van de burgemeester in de commissie en zijn bijdrage van zojuist. De burgemeester heeft nu nieuwe informatie naar voren gebracht. Spreker verzoekt om een schorsing om te overleggen met de indieners van de motie.

Schorsing van 21.37 tot 21.40 uur.

De heer BOSMA deelt mee dat de motie wordt ingetrokken. Met de nieuwe informatie is duidelijk dat het minder opportuun is om een vuurwerkvrije zone in te stellen in het winkelgebied. De veiligheid is gewaarborgd met de landelijke wet- en regelgeving. Hij dankt het college namens de mede-indieners voor het instellen van vuurwerkvrije zones in tunnels en rond kerken.

De heer G. Kreijkes draagt het voorzitterschap over aan de burgemeester

De SGP dient namens alle raadsfracties een motie vreemd aan de orde van de dag in: uitvoering project Snippergroen.
De heer SCHEPPINK licht de motie toe en zegt dat deze enerzijds om de uitvoering van het project gaat en of dat in strijd is met de uitgangspunten die de raad heeft vastgesteld. Anderzijds gaat het om de wijze van uitvoering.
Overwegende dat:

  • de raad in april 2011 in de strategische visie heeft opgenomen dat burgers meer mogelijkheden krijgen om stukken openbaar groen te kopen en als particulier groen toe te voegen aan hun eigen tuin';
  • de raad tijdens de kadernota 2011 een bezuinigingstaakstelling van € 5.000, - op middellange termijn (2-5 jaar) heeft ingeboekt op “snippergroen”;
  • (De verkoopkosten en -baten zijn neutraal geraamd, de bezuiniging zit in de vermindering van het areaal door de gemeente te onderhouden groen);
  • het college op 3 september 2013 een besluit heeft genomen over de verkoop van stukjes grond om invulling te geven aan het uitgangspunt van de strategische visie;
  • de uitvoering in handen is gegeven van een bureau dat zich presenteert met de slogan “Wij verdienen onszelf terug”;
  • bestaande huurcontracten worden opgezegd en opnieuw worden aangeboden tegen veel hogere tarieven;
  • er verschillende verkooptarieven circuleren;

is van mening dat:

  •  niet de verkoop en hogere tarieven centraal moeten staan, maar juist het doel uit de strategische visie: het bezuinigen op onderhoud;
  • aanbiedingen redelijk en billijk moeten zijn;
  • brieven en aanbiedingen eenduidig, duidelijk en in gelijke situaties gelijk moeten zijn;

roept het college op om:

  • ten behoeve van de commissie Grondgebied van 22 januari 2015 in een notitie toe te lichten op welke wijze het college uitvoering geeft aan de uitgangspunten van de strategische visie op het gebied van openbaar groen, op welke wijze ze uitvoering geeft aan de bezuinigingstaakstelling en welke trajecten ten aanzien van verkoop, verhuur en gebruik van openbaar groen op dit moment lopen.
  • in afwachting van de commissiebehandeling de lopende procedures voorlopig op te schorten.

Wethouder AANSTOOT zegt dat er grote behoefte is aan duidelijkheid over de manier waarop momenteel gewerkt wordt en of dat binnen de kaders gebeurt die de raad heeft aangegeven. Het college wil graag opening van zaken geven in de eerstvolgende commissie Grondgebied, maar wil dat graag doen in de vorm van een presentatie. Daarover kan vervolgens de discussie worden gevoerd.
Het college wordt opgeroepen in afwachting van de commissiebehandeling de lopende procedures voorlopig op te schorten. Spreker heeft er moeite mee alle procedures op te schorten. Zo zijn er onlangs zo’n twintig verjarigszaken goedgekeurd, die wel afgehandeld konden worden, en ook vindt overleg plaats met woningcorporaties, dat gewoon door kan gaan.
Het gaat om ongeveer 80 huurders. Het college heeft geproefd dat er wrevel bestaat ten aanzien van langdurige huurcontracten die omgezet worden naar nieuwe huurcontracten dan wel verkoop. Die zaken kunnen ‘on hold’ gezet worden. Zaken waar overeenstemming over is op basis van verkoop-prijzen die de raad destijds heeft vastgesteld, € 50 per meter, kunnen in deze periode gewoon afgehandeld worden.

Tweede termijn
De heer SCHEPPINK zegt dat het logisch klinkt om zaken af te handelen waarover overeenstemming is. Spreker zegt dat er echter burgers zijn die brieven schrijven, waarin zij aangeven dat de een € 50 per meter betaalt en de ander € 35 moet betalen. Spreker vindt dat alles ‘on hold’ gezet moet worden en dat er eerst duidelijkheid moet zijn over wat er precies aan de hand is.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het houden van een presentatie sympathiek voorstel van de wethouder is. Spreker is het eens met de heer Scheppink dat alle zaken waar huurprijzen en grondprijzen en dergelijke aan de orde zijn ‘on hold’ gezet moeten worden. Er moet door de raad nu eerst een besluit genomen worden, waar de wethouder vervolgens mee aan de slag kan. Spreker verzoekt de wethouder in de presentatie aan te geven in hoeveel zaken hij aan het procederen is naar aanleiding van de klachten.

De heer DE KOE zegt dat iedereen een gelijk speelveld heeft en dat voor iedereen dezelfde regels moeten gelden. Als er overeenkomsten zijn gesloten die niet passen in het kader en dat de een meer betaalt dan de ander, dan klopt er iets niet. Lokaal Liberaal acht het verstandig om alle zaken ‘on hold’ te zetten. Lokaal Liberaal heeft signalen ontvangen dat er vrij fors wordt ingegrepen met juridische brieven en dat mensen zich onder druk gezet voelen.

De heer BERKHOFF zegt dat de suggestie van de wethouder sympathiek is om zaken die al afgehandeld zijn door te laten gaan. Anderzijds moet er een gelijk speelveld zijn. Spreker voelt ervoor voorlopig de zaken ‘on hold’ te zetten.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het college binnen het mandaat van de raad handelt met betrekking tot grondprijzen. Er is maar één prijs die momenteel aangeboden wordt, namelijk € 50 per meter.
De heer SCHEPPINK zegt dat hij beschikt over brieven waarin andere bedragen staan.
|Wethouder AANSTOOT zegt dat er discussie is over diegenen met een langdurig huurcontract. Binnen die groep circuleert tot verbazing van spreker een alternatief bedrag van € 35, terwijl het college daarover nog geen besluit heeft genomen. Dat geldt niet voor de overige verkoopdossiers, waarbij geen sprake is van huur. In die dossiers is € 50 gehanteerd. Dat is notarieel vastgelegd.
Spreker proeft dat er een raadsmeerderheid is voor het ‘on hold' zetten van alle zaken. Het bureau dat dit uitvoert, moet daarvan op de hoogte gebracht worden. Volgens spreker kunnen de 20 verjaringszaken echter gewoon afgehandeld worden. Daarover is consensus.

De VOORZITTER zegt dat een verjaringszaak betekent dat iemand kan aantonen dat hij de grond een bepaald aantal jaren in gebruik heeft. Dat moet alleen nog gepasseerd worden bij een notaris. Die zaken kunnen worden afgehandeld. De overige zaken kunnen ‘on hold’ worden gezet.

De heer NIJKAMP zegt dat er veel spanning is bij betrokkenen in de verjaringszaken. Die spanning moet het college wegnemen door die zaken inderdaad gewoon af te handelen.

Wethouder AANSTOOT zegt dat dat zaken zijn waarover consensus bestaat. Het college heeft die verjaring toegekend. Die zaken kunnen wat spreker betreft afgehandeld zijn. Zaken waarover discussie bestaat, houdt het college vast.

De VOORZITTER stelt voor de motie in stemming te brengen, waarbij “de notitie” gelezen moet worden als “de notitie of een presentatie”.

De heer SCHEPPINK zegt dat het erom gaat dat na de presentatie de discussie gevoerd moet kunnen worden.

De VOORZITTER brengt de motie in stemming, waarbij “notitie” gelezen moet worden als “notitie of een presentatie” en met de toezegging van de wethouder dat zaken ‘on hold’ gezet worden behoudens de zaken waarvan het dossier is afgesloten.

De motie wordt hierna unaniem aangenomen.

24. Sluiting
De VOORZITTER: “Wij zijn bijna aangekomen bij de sluiting van de laatste raadsvergadering van het jaar. Bij de ingekomen stukken onder punt 17 heeft u kennisgenomen van de beëindiging van het wethouderschap van de heer Wolterink. Ik wil daar in die zin toch even bij stilstaan. Er zal op 4 februari zoals het er nu naar uitziet een afscheidsreceptie zijn van wethouder Wolterink. Die kunt u alvast noteren. Op de afscheidsreceptie zal hij natuurlijk goed uitgezwaaid worden en lovende woorden krijgen. Daar kunt u alvast op rekenen. Het is misschien toch ook wel goed om in raadsverband, omdat dit naar alle waarschijnlijkheid de laatste raadsvergadering is waarin hij actief, daarbij even stil te staan.
Na aanvankelijk een periode van raadslid bent u in 2008 wethouder geworden en heeft u door uw activiteiten heel veel gedaan voor de gemeenschap. U heeft diverse portefeuilles gehad, waarbij opvallend was dat u grotendeels een andere portefeuille kreeg na de laatste raadsverkiezingen, waar u zich vol enthousiasme op gestort heeft.
Ik heb u leren kennen als een vrolijk en ongecompliceerd iemand met gevoel voor juridische vraagstukken, waar wij als college en als ambtelijke organisatie graag gebruik van maakten.
U bent bedachtzaam, goed nadenkend over vraagstukken die in commissieverband en ook in collegeverband op tafel komen. Weloverwogen komt u dan tot een keuze. U heeft de stap gemaakt van één na jongste wethouder naar oudste wethouder. Vol trots vertelde u dat overal bij alle kennismakingsbezoeken die er de laatste maanden geweest zijn. En dan gaan wij nu toch afscheid van u nemen. Ik wil u bedanken, ook hier in de raad, voor alle ondersteunende activiteiten die u de raad in de loop der jaren gegeven heeft en voor de belangrijke bijdrage die u geleverd heeft aan het openbaar bestuur. Wij zullen op 4 februari graag nog een keer echt afscheid van u nemen. Tot die tijd: blijf gewoon doorgaan, Ben.”

Wethouder WOLTERINK: “Wij hadden afgesproken dat ik niks zou zeggen. Tot vanmorgen. Vanmiddag zegt de burgemeester: ja, je moet toch wel een paar dingen zeggen. Nu, ik heb een lange speech en een korte speech. Gelet op de tijd pak ik de lange speech. De korte speech duurt één minuut. De lange speech duurt drie minuten.
Geachte leden van de raad. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. De tijd van gaan is gekomen. Zo had ik het ook in mijn brief gezet. Vanavond was waarschijnlijk mijn laatste raadsvergadering. Je weet maar nooit. Han van Veen komt ook zomaar terug, dus je weet maar nooit hoe het allemaal loopt.
Op 1 september 2008 benoemd tot wethouder. Dat gaf toen in de raad nogal wat beroering. Maar dat was, heb ik begrepen, niet van persoonlijke aard. Onder andere Jan Kevelam, ik zag hem net lopen, trok nogal van leer. Mijn kinderen waren inmiddels de 25 jaar gepasseerd en vroegen zich af hoe ik toch een redelijk betaalde baan kon verruilen voor het wethouderschap. Na de installatie kwam Jan als eerste met een fles wijn. Daar snapten mijn kinderen toen ook al helemaal niks van. Eerst van leer trekken en dan komt Jan met een fles wijn. Die andere flessen moeten trouwens nog steeds komen, maar ik vermoed dat wij daarmee wachten tot 4 februari.
Ik wil er maar mee zeggen dat de politieke of zakelijke verschillen, zoals die ook vanavond aanwezig waren, tot op de dag van vandaag nooit ten koste zijn gegaan van persoonlijke verhoudingen. Als wij hier de raadszaal uitgaan dan zijn de persoonlijke verhoudingen voor zover ik heb waargenomen altijd goed en altijd goed geweest. Mijn oproep aan u: houden zo.
In mijn eerste college: Bort Koelewijn als burgervader, collega’s Willem ter Schure, Hans ter Keurst, Thea van Dalen en na haar overlijden schoof Ab Stegeman aan. En wat betreft Thea van Dalen: ik zag haar nog zo komen, rood haar, sigaren rokend. Ik dacht: ach, hoe komt het CDA toch met zo’n wethouder? Maar het was een vooroordeel, want het was een geweldige collega. Recht door zee. Je wist precies wat je eraan had.
In het tweede college maakte Willem ter Schure plaats voor Jan Ligtenberg en het derde college onderging een verregaande verjongingskuur. Ikzelf hield de gemiddelde leeftijd nog enigszins op peil.
Ik heb met heel veel plezier als wethouder ruim zes jaar gewerkt voor deze prachtige gemeente Rijssen-Holten tot op de dag van vandaag. Eén kanttekening: de vergadereffectiviteit van de commissies kan volgens mij wel iets beter. Als gewoon alle technische vragen vooraf worden gesteld, dan worden de vergaderingen met de helft bekort.
Hoe het ook zij, wij hebben samen de afgelopen jaren, raad en college met de ambtelijke organisatie, heel veel tot stand gebracht.
Ik houd het kort. Het feest van het licht en van de vrede komt eraan. In de wereld om ons heen zou je dat niet zeggen. Wij mogen ook geloven dat de Vredevorst onderweg is.
Ik sluit af met wat Paulus doorgaf aan de Thessalonicenzen. Dat is dezelfde tekst die ik 1 september 2008 bij mijn installatie heb uitgesproken: “Houd vrede onder elkaar, kijk uit dat niemand kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, ten opzichte van elkaar” – in dit geval bedoel ik raad en college – “en ten opzichte van allen”. Met dat laatste bedoel ik dan de inwoners van Rijssen-Holten. “En”, dat staat er ook bij, “verblijd u altijd”, ofwel: doe uw werk met plezier.
Als u als raad en college zo met elkaar omgaat, dan hebben en houden wij een constructief en goed samenwerkend bestuur. Dat is in het belang van Rijssen-Holten.
Voor het in mij gestelde vertrouwen nogmaals hartelijk dank en hartelijk dank voor de fijne samenwerking.”

De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.02 uur met het ambtsgebed.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van Rijssen-Holten op 5 februari 2015

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous