Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Raad 21 maart 2016

Datum: 21-03-2016Tijd: 19:30 - 21:15Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: A.C. HoflandGriffier: W.J.C. KnopperNotulist: E.J.H. Linssen-NijlandGenodigden: AanwezigNaamSGPA.J....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Raad 21 maart 2016

Datum: 21-03-2016
Tijd: 19:30 - 21:15
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.C. Hofland
Griffier: W.J.C. Knopper
Notulist: E.J.H. Linssen-Nijland
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, dr. E.G. Bosma, dr. J. Noeverman, G. Kreijkes, ir. A.S. Haase, J.W. Reterink en R. Jansen
CDAdrs. I. Kahraman, F.J. Wessels, G.D. ten Berge, H. Kreijkes RA CISA en H.J. Nijkamp
ChristenUnieJ. Berkhoff, mr. W.L. Riezebos-Tessemaker en N.J. Otten
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Beunk en J. Kuiper-Ruitenberg
PvdAR.W. Meijerink en S. Kök
VVDF.W. Noordam en E.J.W. Deijk
Lokaal LiberaalR.A. de Koe
D66ir. H. Klein Velderman
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, R.J. Cornelissen, A.C. Hofland, A.C. van Eck
Pers2
Publiek29

1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering met het ambtsgebed. Als beginnummer voor hoofdelijke stemming wordt nummer 23 getrokken; de heer Scheppink.
De heer Van Veldhuizen is met kennisgeving afwezig.

2 Spreekrecht burgers
Er hebben zich geen sprekers gemeld.

3 Vaststellen agenda
De VOORZITTER geeft aan dat de heer Klein Velderman een motie vreemd aan de orde van de dag heeft aangekondigd. Deze wordt behandeld voor agendapunt 11.
Tevens heeft de heer Klein Velderman vanmiddag gezegd over een drietal onderwerpen vragen te zullen stellen voor het vragenuur. Spreker refereert aan artikel 35 van het Reglement van Orde waarin staat dat raadsleden, die tijdens het vragenuur vragen willen stellen dit melden, onder aanduiding van het onderwerp, tenminste 48 uur voor de aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. Hij stelt vast dat dit niet gebeurd is, is nagegaan of er sprake is van een spoedeisende zaak en heeft geconstateerd dat dit niet aan de orde is. In het Reglement van Orde staat niet beschreven hoe er omgegaan moet worden met vragen die niet tijdig zijn ingediend. Spreker refereert daarbij aan artikel 36, waarin staat dat in gevallen waarin het reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, de raad beslist op voorstel van de voorzitter.
Spreker stelt voor strikt de hand te houden aan het reglement van orde dat vorige maand is vastgesteld en vraagt welke raadsleden voor het voorstel zijn het vragenuur niet toe te laten.

De heer SCHEPPINK zegt zich de woorden van de voorzitter goed te kunnen voorstellen. De onderwerpen waarover de vragen gaan komen de komende periode nl. allemaal terug in de commissies. De SGP is het met de voorzitter eens het vragenuur nu niet toe te staan.

De heer KAHRAMAN kan zich voorstellen dat er milder gehandeld wordt op het moment dat er een spoedeisende vraag tussen zit. Hij kan uit de onderwerpen die voorliggen niet afleiden of er sprake is van een spoedeisende reden, tenzij de heer Klein Velderman een goede reden heeft de vragen nu te moeten stellen. Het CDA staat achter het voorstel van de voorzitter.

De heer BERKHOFF is ook van mening dat er geen sprake is van spoedeisende vragen. De ChristenUnie vindt dat de raad zich moet houden aan het Reglement van orde dat vorige maand is vastgesteld.

De heer DE KOE vindt dat als er sprake is van pregnante vragen het Reglement van Orde gehanteerd moet worden. Als de vragen nu wel beantwoord kunnen worden dan vindt Lokaal Liberaal dat dit moet kunnen.  

De heer KLEIN VELDERMAN zegt het niet eens te zijn met de gang van zaken en geeft aan dat als de vragen niet behandeld worden in het vragenuur hij zich het recht voorbehoudt 3 aanvullende moties in te dienen.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang het voorstel van de voorzitter volgt. De fractie kende de vragen niet en heeft zich er ook niet op kunnen voorbereiden.

De heer MEIJERINK kent de regels, maar de PvdA had er geen bezwaar tegen gehad dat de vragen toch waren behandeld. De fractie sluit zich echter aan bij de meerderheid van de raad.

De heer NOORDAM sluit zich aan bij de woorden van de heer Meijerink en vraagt zich af of de heer Klein Velderman de procedure heeft doorlopen die de voorzitter heeft geschetst, aangaande de termijn van 48 uur.

De VOORZITTER concludeert dat de meerderheid van de raad het vragenuur niet toestaat. Hij geeft aan telefonisch contact te hebben gehad met de heer Klein Velderman, waarbij hij het dilemma heeft geschetst en hem erop heeft gewezen dat hij zich moet houden aan het Reglement van orde.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt 3 moties vreemd aan de orde van de dag en een motie van treurnis te willen indienen. De moties vreemd aan de orde van de dag gaan over zondag openstelling, Stokmansveld en opening stemlokalen.  

De VOORZITTER zegt hier in het presidium op terug te komen, omdat er een omissie lijkt te staan in de toelichting van het Reglement van orde dat afwijkt van het Reglement van orde zelf. Hij vindt dat de raad zich moet houden aan het Reglement van orde en niet aan de toelichting.
Hij stelt voor dat de heer Klein Velderman de 4 moties vreemd aan de orde van de dag aan het einde van de vergadering indient.

De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld.

4 Vragenuur
Er zijn vragen aangekondigd, maar deze worden volgens het Reglement van Orde niet behandeld.

5 Notulen en besluitenlijst van de raad van 28 januari 2016
De VOORZITTER geeft aan dat mevrouw Riezebos de passage onder agendapunt 12, het derde aandachtstreepje, als volgt wil verduidelijken: de raad zelf gaat op een behoedzame manier om met de gemeentebegroting en de algemene reserve. Volgens het rekenvoorbeeld dat in de aanvullende vragen ná de commissievergadering is gegeven, kan in theorie een organisatie met een jaar-rekening van € 500.0000 € 10.000 subsidie krijgen.
De beantwoording maakt dit ook duidelijk. Een dergelijke organisatie mag maar € 3000 algemene reserve hebben. Als er een organisatie is die dat werkelijk zou hebben, dan is er sprake van onbehoorlijk bestuur. De vraag is daarom hoe theoretisch het voorbeeld is.

Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de gewijzigde notulen en besluitenlijst van 28 januari 2016 vast.

6 Actiepuntenlijst
De VOORZITTER stelt voor dat actiepunt 2015-02: Toelichting Dr. Stokkersfonds wordt afgevoerd, omdat dit agendapunt is doorgezet naar de commissie ABZM.

7 Lijst ingekomen stukken – mededelingen
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de afdoening van de ingekomen stukken overeenkomstig het voorstel vast.

8 Raadsvoorstel vaststellen verordening leerlingenvervoer 2016 (Tijhof)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

9 Raadsvoorstel ontwerpbestemmingsplan 'Opbroek, geluidscontour Cattelaar'ongewijzigd vaststellen (Cornelissen)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

10 Raadsvoorstel vaststellen wijziging grens bebouwde kom Rijssen (Aanstoot)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

De heer KLEIN VELDERMAN krijgt het woord om de motie van treurnis in te dienen. Hij overhandigt deze op diens verzoek aan de voorzitter.
Hij geeft aan dat er 735 stemgerechtigden uit Rijssen-Holten voor de raad staan, die op D66 hebben gestemd om zaken aan de orde te stellen. De vragen die hij wilde indienen gingen over normale onderwerpen, waar geen diepgaande kennis voor nodig is en die het college zo had kunnen beantwoorden aldus spreker. Op 16 maart op 12.06 uur heeft spreker een e-mail gestuurd aan de griffie, waarin hij de vragen voor het vragenuur heeft aangekondigd. Dit heeft de voorzitter vergeten te melden en de raad is derhalve niet volledig voorgelicht.
Omdat hij geen reactie op deze e-mail kreeg heeft hij de griffie nogmaals gemaild, ruim 48 uur voor deze vergadering, met beschrijving van het onderwerp. De voorzitter wil echter op zijn strepen gaan staan en zegt dat hij ze als voorzitter dient te krijgen. Dat is niet gebruikelijk binnen deze raad, althans het was spreker niet bekend. De voorzitter heeft gelijk als hij zegt dat het zo in de verordening staat en spreker concludeert daarmee dat zo met elkaar wordt omgegaan in Rijssen-Holten. Hij leest de motie van treurnis voor:

Overwegende dat:

  • De vragen van het vragenuurtje op tijd en op de gebruikelijke wijze zijn ingediend bij de griffie van Rijssen-Holten.
  • De burgemeester aangeeft dat de vragen niet tijdig en niet bij de voorzitter van de raad zijn ingediend.
  • De voorzitter van de raad voorstelt de vragen voor het vragenuurtje niet toe te staan.

Besluit:

  1. betreurt de gang van zaken;
  2. verzoekt de voorzitter van de raad de gebruikelijke werkwijze tussen raad en griffie betreffende het vragenuur nader te onderzoeken en te toetsen of de gehanteerde werkwijze voldoet;

En gaat over tot de orde van de dag.


De heer NOORDAM vindt het een bijzonder moment en herkent de door de heer Klein Velderman geschetste werkwijze: 48 uur voor de raadsvergadering indienen bij de griffie. Dat heeft bij hem altijd zo gewerkt. Hij heeft ze in het verleden ook nooit aan de voorzitter gericht. De heer Klein Velderman heeft de normale werkwijze, via de griffie naar de voorzitter, gehanteerd en spreker begrijpt daarom de eenzijdige afwijzing door de voorzitter niet.

De heer BOSMA zegt dat er een Reglement van orde is opgesteld voor momenten zoals dit, waarin onder andere regels staan opgenomen voor het indienen van vragen voor het vragenuur. Het lijkt hem goed, met name omdat het Reglement zo kort geleden is aangenomen, dat de raad zich aan de regels houdt. Er is niemand die de heer Klein Velderman het recht ontzegt om de onderwerpen te agenderen, daar is alle gelegenheid toe in de diverse commissievergaderingen of in een eventuele volgende raadsvergadering volgens spreker. Wat de 735 stemgerechtigde burgers betreft zegt spreker dat dit niet betekent dat de heer Klein Velderman zich niet aan de regels hoeft te houden.
Hij begrijpt daarom heel goed dat de voorzitter zich wil houden aan de verordening, maar hij begrijpt niet waarom de heer Noordam aangeeft dat de voorzitter dit beslist. Dit is nl. niet het geval, omdat de voor-zitter een voorstel heeft gedaan waarover zojuist gesproken is en waar de meerderheid van de raadsleden voor was. Hij vindt het onjuist dat hierop de voorzitter van de raad wordt aangevallen, in feite zou dit de totale raad aangaan.
Spreker vraagt zich af aan wie de heer Klein Velderman zijn motie van treurnis richt.

De heer NOORDAM interrumpeert en zegt te hebben aangegeven dat de voorzitter eenzijdig heeft beslist het de raad voor te leggen.

De heer BOSMA vervolgt zijn betoog met te vragen aan wie de motie van treurnis wordt gericht. Moeten de raadsleden zichzelf betreuren en afkeuren?

De heer MEIJERINK zegt  dat de heer Klein Velderman aangaf dat hij de vragen 16 maart jl. aan de griffie heeft gestuurd. Hij begrijpt niet wat er precies fout is gegaan en vraagt om opheldering.

De heer MULLER is van mening dat nu niet gecontroleerd kan worden of er sprake is van een misverstand. Als dat zo zou zijn is dat vervelend, maar dit moet wel worden opgelost volgens de regels die daarvoor gelden aldus spreker. Gemeentebelang heeft geen bezwaar tegen het bespreken van de onderwerpen, maar ziet er de noodzaak niet van in dit nu te doen, zonder dat de gelegenheid is geweest de thema’s voor te bereiden. Het zou respectvol zijn om deze mogelijkheid wel te krijgen en erover met elkaar in discussie te gaan. Hij vindt treurnis een te zwaar woord.

De heer KLEIN VELDERMAN interrumpeert en zegt dat het niet gaat om het feit of raadsleden zich kunnen voorbereiden maar om het te laat indienen. Hij zegt dat de vragen op tijd zijn ingediend en denkt niet dat veel raadsleden de vragen voor het vragenuurtje rechtstreeks bij de voorzitter hebben ingediend. Hij denkt dat het heel gebruikelijk is in deze raad dat de griffier ervan in kennis wordt gesteld en dat die ervoor zorgt dat het wordt doorgestuurd. Dat is niet gebeurd en de burgemeester heeft daar ook geen onderzoek naar gedaan. Hij heeft de raad onvolledig voorgelicht, op basis waarvan een besluit is genomen. Vandaar de motie van treurnis.

De heer BERKHOFF zegt dat de heer Klein Velderman in zijn toelichting aangeeft dat de fout bij de voorzitter ligt en dat hij heeft besloten het niet te behandelen, maar spreker zegt dat een ruime meerderheid van de raad dit heeft besloten.

De VOORZITTER bevestigt dat de heer Klein Velderman op16 maart een e-mail heeft gestuurd naar de griffie met de mededeling dat D66 vragen heeft voor het vragenuurtje. Hij wijst erop dat in artikel 35 van het Reglement van orde wordt voorgeschreven dat raadsleden vragen moeten melden, onder aanduiding van het onderwerp en tenminste 48 uur voor de aanvang van de vergadering.
Vanochtend heeft de heer Klein Velderman een 2e e-mail gestuurd, buiten de 48 uur, waarin hij zegt op 16 maart te hebben aangegeven vragen voor het vragenuur te hebben en over 3 onderwerpen vragen aan het college te willen stellen, zonder daarbij het onderwerp aan te geven aldus spreker.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt om een schorsing.

De VOORZITTER schorst de vergadering om 19.50 uur tot 19.52 uur.

Tweede termijn
De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Klein Velderman.

De heer KLEIN VELDERMAN betreurt de gang van zaken en geeft aan het wel vaker meegemaakt te hebben dat zaken niet conform de orde worden behandeld. Hier wordt dan later in het presidium over gesproken. Zoals het nu gaat heeft hij nog nooit meegemaakt en het gevolg is dat de vragen, door middel van de moties, alleen maar uitgebreider worden behandeld dan in het vragenuurtje.

De heer DE KOE interrumpeert en vraagt of de heer Klein Velderman toegeeft dat de voorzitter de vragen niet binnen 48 uur voor aanvang van de vergadering heeft gehad.

De heer KLEIN VELDERMAN antwoordt dat hij niet de onderwerpen had aangegeven.

De heer KAHRAMAN zegt met verwondering de eerste ronde te hebben aangehoord. D66 staat voor democratie maar in de heer Klein Velderman ziet hij nu iemand die zijn gelijk niet krijgt, maar dit toch wil halen, terwijl het Reglement van Orde hier heel duidelijk in is. De heer Klein Velderman erkent ook dat hij niet conform het Reglement van orde heeft gehandeld, waarmee hij zelf ingestemd heeft en waarin spelregels met elkaar zijn bepaald, waar de raadsleden elkaar aan houden. De heer Klein Velderman wil nu via moties zijn gelijk krijgen, waarmee hij de democratie wil ombuigen.
Spreker vindt het netter dat de heer Klein Velderman zich ook houdt aan de afgesproken spelregels.

De heer MULLER refereert aan de woorden van de heer Klein Velderman over het feit dat er wel vaker zaken niet volgens de regels worden behandeld en naderhand worden besproken in het presidium. Spreker vindt dat, nu vooraf bekend is dat er niet volgens de regels wordt gehandeld, dit nu ook moet worden onderkend en niet achteraf. 

De heer MEIJERINK stelt voor hier in de eerstvolgende presidiumvergadering op terug te komen. Het verhaal, zoals dat gelopen is, is hem helder.

De heer KAHRAMAN interrumpeert en zegt dat nu bepaald moet worden of de raad zich wil houden aan het vastgestelde Reglement van orde en wil handelen naar de daarin afgesproken spelregels.

De heer MEIJERINK zegt dat de zaak op dit moment helder is voor hem, het voldoet niet aan de regels. Hij wil er echter in het presidium nog wel over praten.

De heer BERKHOFF bevestigt dat er in de afgelopen periode zaken niet goed zijn gegaan tijdens de commissiebehandeling. Hier heeft de raad van geleerd en geprobeerd moet worden dit te voorkomen. Daarom is het Reglement van orde opnieuw goedgekeurd. Hij vindt dat de raad zich hier zoveel mogelijk aan moet houden.

De heer KLEIN VELDERMAN onderkent dat zaken niet gegaan zijn zoals dat had gemoeten en spreker vraagt of hij de motie van treurnis hiermee wil intrekken.

De heer DE KOE zegt nog nooit te hebben meegemaakt dat een motie van treurnis is ingediend en alles gehoord hebbende en met de vaststelling dat de procedure niet goed is doorlopen door de fractie van D66, vindt hij dit ook een te sterk aangezet middel. Hij vraagt de motie van treurnis in te trekken, omdat het college niets fout heeft gedaan.

De heer BOSMA merkt op dat de heer Klein Velderman aangeeft dat er vaker dingen niet helemaal volgens het reglement zijn gelopen, maar spreker kan zich deze niet herinneren. Als dit wel zo zou zijn geweest dan vindt hij dat een moment om van te leren. Om nu het Reglement van orde ter zijde te schuiven, daar heeft de SGP grote moeite mee. Spreker vindt het jammer dat de heer Klein Velderman dergelijke woorden in de openbaarheid uitspreekt over de gang van zaken. Dat komt de geloofwaardig-heid van de politiek als geheel immers niet ten goede. Dergelijke bezwaren kunnen beter binnens-kamers besproken worden. Bespreken in het presidium vindt hij niet nodig, omdat de zaken helder zijn. Hij sluit zich aan bij de woorden van de heer De Koe over het intrekken van de motie van treurnis. Het is spreker ook niet duidelijk tegen wie deze motie wordt ingediend.

De heer NOORDAM sluit zich hierbij aan, maar vindt wel dat de heer Klein Velderman een punt heeft. Er is sprake van een nieuwe situatie, maar in het verleden was hij wellicht getipt dat hij op enig moment de onderwerpen moet aangeven. Hij is het eens met de woorden dat regels regels zijn, maar zijn ‘buikgevoel’ zegt ook iets, dat de heer Klein Velderman heeft aangestipt.

De heer BOSMA interrumpeert en zegt dat het Reglement van orde er juist voor is om buikgevoelens buiten te sluiten, waardoor de ratio meer naar de voorgrond komt en de emotie naar de achtergrond verdwijnt.

De heer KLEIN VELDERMAN bedankt de raadsleden voor de bemoedigende woorden en de fijne adviezen. Hij zegt dat de voorzitter aangeeft dat de onderwerpen niet aan hem zijn doorgegeven en dat ze direct aan hem gemeld hadden moeten worden. In het verleden deed spreker zaken met de griffier, waarbij hij onderkent dat in de verordening staat dat de voorzitter op de hoogte gebracht moet worden. Hij heeft ook niet van andere raadsleden gehoord dat zij direct een e-mail aan Arco Hofland sturen, waarin ze aangeven dat ze voor het vragenuurtje bepaalde onderwerpen willen bespreken. Bij deze de waarschuwing dat als je dit niet doet en de interim-griffier is ook nog eens op vrijdag vrij, dan sta je als raadslid een motie van treurnis in te dienen. Hij blijft bij de motie en vraagt om hoofdelijke stemming.

De VOORZITTER herhaalt dat de onderwerpen niet genoemd waren en dat wel in het Reglement van orde staat dat deze bekend moeten zijn. Er is om hoofdelijke stemming gevraagd.

De heer MEIJERINK zegt de motie van treurnis niet te steunen, maar denkt wel dat er een aantal zaken fout zijn gelopen die bespreking in het presidium rechtvaardigen. De zaken zijn hem nog niet helder genoeg.

De VOORZITTER vraagt naar ieders stem en concludeert dat de motie van treurnis is verworpen met 23 stemmen tegen en 1 stem voor.
Hij stelt de volgende motie vreemd aan de orde van de dag: zondags openstelling aan de orde.

De heer KAHRAMAN doet een voorstel van orde. Hij weet dat de emoties van de heer Klein Velderman een rol spelen om de 3 onderwerpen tot moties te promoveren. Het lijkt hem echter beter dat de heer Klein Velderman recht doet aan zichzelf en vraagt de moties aan te houden, om de discussie over deze onderwerpen met elkaar te kunnen voeren.

De heer KLEIN VELDERMAN stelt voor dat de fracties 5 minuten de tijd nemen om de moties met elkaar door te nemen en een standpunt met elkaar te bepalen.
Hij licht de motie vreemd aan de orde van de dag: zondags openstelling toe: In Holten komen er steeds sterkere signalen op D66 af om winkeliers de keuze te laten op zondag winkels te openen. Hij verwijst daarbij naar Tubantia. Tijdens de behandeling, bij de vaststelling van het coalitieakkoord, heeft D66 ook om versoepeling gevraagd door keuzevrijheid voor de winkeliers in Holten toe te staan, bijv. tijdens de zomermaanden. Hij vindt dat de winkeliers zelf moeten kunnen bepalen of ze op zondag de winkel openen of niet. 27 van de 29 winkeliers zijn hier voorstander van aldusTubantia. Dit wordt onderstreept door een uitspraak van Joop Heusinkveld, die de zondag als een rustdag ziet, waarbij hij nooit iemand zal verplichten hetzelfde te denken. Ook de heer Meenks van de HABI is van mening dat zondag openstelling tot de mogelijkheden behoort, aldus spreker.
Spreker was aanwezig bij de 99e Algemene ledenvergadering van de VNG, afdeling Overijssel en daarin werd gesteld dat inwonersorganisaties en bedrijven steeds vaker het initiatief nemen om zelf zaken op te pakken en te regelen. Dit vereist een wendbare, flexibele, stevige en meedenkende overheid, aldus de VNG. Van een overheid die alles regelt naar een overheid die ruimte biedt voor initiatieven van buiten. D66 vraagt het college over haar schaduw heen te stappen, het goede voorbeeld te geven en te laten zien dat de gemeente Rijssen-Holten meegaat met de ontwikkeling van de maatschappij. ‘Wees flexibel, denk mee  en biedt ruimte voor initiatieven van buiten’. Mocht de motie op een meerderheid van de raad kunnen rekenen, dan is Rijssen-Holten een van de eerste gemeenten die Arco Hofland gelukkig gaat maken, want tijdens het VNG-congres zei hij: “Ook durven besluiten te nemen en durven te experimenteren, het zou mij echt gelukkig maken als je links en rechts wat experimenten in Overijssel gaat zien en dat de samenleving en de overheid op een manier met elkaar omgaan”. Einde citaat.
Hij leest de motie voor en stelt voor dat de fracties hierna 5 minuten met elkaar in gesprek gaan.

De heer KLEIN VELDERMAN dient de motie vreemd aan de orde van de dag: zondags openstelling in.

Overwegende dat:

  • er marktomstandigheden zijn die ondernemers noodzaakt ook op zondag omzet te genereren;
  • het draagvlak onder de ondernemers zeer groot is, met name in de dorpskern Holten;
  • de gemeente er is om bedrijven en inwoners te faciliteren;

Verzoekt het college:

  1. haar standpunt te heroverwegen en met de initiatiefnemers in gesprek te gaan over de behoefte op zondag in Holten winkels open te stellen.

Eerste termijn
De heer MEIJERINK denkt niet dat de ondernemers in Holten blij zijn met deze gang van zaken. Hij zegt het niet oneens te zijn met de inhoud van de motie, maar wel met de gang van zaken. De fracties hebben de informatie van te voren niet ontvangen en hebben het ook niet kunnen bespreken. Het lijkt hem nou juist een onderwerp om eerst in de commissie te bespreken, dan kunnen ondernemers ook komen inspreken en daarna kan het dan evt. ook nog via een motie in de raad aan de orde worden gesteld. Op die manier vindt er een ordelijke besluitvorming plaats. Op deze manier kan de PvdA er niets mee en dat vindt spreker jammer, omdat hij er inhoudelijk wel iets mee kan.

De heer MULLER zegt dat het beleidsakkoord vooralsnog van kracht blijft en dat deze, na de verkiezingen in 2018,  weer ter discussie komt.

De heer DE KOE sluit zich deels aan bij de woorden van de heer Meijerink. Hij vindt het een gevoelig onderwerp en als er over gesproken moet worden dan moet dit wel gefundeerd en goed voorbereid zijn. Plompverloren in een raadsvergadering neerleggen, zonder overleg te kunnen hebben met de fractie, vindt spreker geen goede zaak en hij zal er nu geen standpunt over innemen.

De heer BERKHOFF deelt de mening van de heer Meijerink over de te voeren behandeling. Ook hij vindt dat dit onderwerp eerst moet worden behandeld in de commissie.

De heer NOORDAM vindt de woorden van de heer Muller over afspraak is afspraak te kort door de bocht. Het is het goed recht van de heer Klein Velderman om dit punt op deze manier aan de orde te stellen. Hij zegt dat er 2 documenten zijn die elkaar enigszins bijten, nl. het coalitieakkoord en de strategische visie. Spreker citeert uit de strategische visie: “De kernen van Rijssen-Holten hebben een eigen identiteit. Door die te erkennen, te koesteren en te versterken krijgt onze gemeente meer uitstraling. De kernen hebben eigen sterke punten, die ondersteunen we en stimuleren we”. Hij vindt dat de heer Klein Velderman, vanuit de strategische visie, een gerechtvaardigde oproep doet die daar volgens de VVD naadloos bij aansluit. De VVD steunt de oproep aan het college om in gesprek te gaan met de ondernemers over de koopzondag.

De heer SCHEPPINK vindt dat het onderwerp te belangrijk is om af te doen met een motie vreemd aan de orde van de dag. De keuzevrijheid van de een is de onvrijheid van de ander. Hij vindt het de treurigheid ten top dit onderwerp zo af te doen, terwijl bekend is dat het geagendeerd wordt in de commissievergadering door middel van een wijziging van de verordening. Hij vraagt zich af of de heer Klein Velderman de stukken wel goed heeft gelezen en met de orde van de dag bezig is.

Wethouder TIJHOF zegt dat op 4 april de winkeltijdenverordening wordt geagendeerd in de commissie ABZM. Het college heeft een standpunt ingenomen, onderbouwd vanuit het coalitieakkoord, dat dan ter bespreking wordt voorgelegd.

Tweede termijn
De heer MULLER reageert op de heer Noordam m.b.t. de strategische visie en zegt dat voor Gemeentebelang verkopen op zondag geen enkel probleem is.  Zij staan ook achter de strategische visie en de doelen die daarin naar de toekomst toe beschreven zijn. Uiteraard gaat de fractie graag in de commissie in gesprek over de winkelopenstelling en het beleid daarover.

De heer KAHRAMAN zegt bewust stil te zijn gebleven tijdens de eerste termijn. Ook het CDA vindt dit onderwerp te belangrijk om met een motie af te doen. Daarom zal de fractie niet inhoudelijk reageren en spreker hoopt dat de heer Klein Velderman tijdens de commissievergadering het debat wil voeren.

De heer NOORDAM vindt het kinderachtig van Gemeentebelang dat ze aangeeft dat ze de discussie de komende jaren wel wil voeren. De uitkomst van de discussie in de commissie staat wat spreker betreft nu al wel vast. De VVD steunt de oproep van D66, omdat 2018 veel te ver weg is als 90% van de ondernemers zondag openstelling wil.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt met stijgende verbazing te hebben geluisterd. Spreker refereert aan de woorden van de heer Scheppink, die in het dialect werden gesproken en die hij vrij vertaald heeft.

De heer SCHEPPINK interrumpeert en zegt dat de heer Klein Velderman de taal van de burger niet verstaat.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de heer Scheppink een mening geeft, maar dat hier geen sprake is van een interruptie in de zin van de orde.
De heer Scheppink heeft volgens spreker in het presidium gezegd dat het debat niet via de media moet worden gevoerd, maar in de raad. Dat heeft spreker gedaan en nu wordt gezegd dat het in de commissie moet. Spreker hoopt op een vurig debat in de commissie en ziet daar ook op toe. Hij trekt de motie in, omdat hij wel verwacht dat er geen meerderheid voor komt, refereert aan de woorden van wethouder Tijhof en vindt dat zijn doel bereikt is omdat hij zei dat het collegestandpunt tijdens de commissievergadering ter discussie komt te staan.

De VOORZITTER concludeert dat de motie is ingetrokken.

Motie vreemd aan de orde van de dag over Stokmansveld
De heer KLEIN VELDERMAN leidt de motie in en zegt duidelijkheid te willen scheppen over het Stokmansveld. Spreker refereert aan de brief van de bewoners van Stokmansveld en aan de commissievergadering van 10 maart jl. De genoemde brief staat ook op de lijst van ingekomen stukken van deze raad. Tijdens de laatste commissievergadering viel D66 een aantal dingen op: vanuit de bewoners kwamen er grote bezwaren, er was sprake van onbegrip en er was sprake van een grote verdeeldheid binnen de commissie en de coalitie. Voor D66 was de stemverhouding zeer onduidelijk. Vandaar dat D66 de volgende motie vreemd aan de orde van de dag indient:

Overwegende dat:

  • vanuit de bewoners rond Stokmansveld er grote bezwaren kwamen en er onbegrip was over het principeverzoek;
  • er een grote verdeeldheid binnen de commissie en de coalitie over dit onderwerp is;
  • de wethouder heeft aangegeven dat er een stedenbouwkundige onderbouwing noodzakelijk is;
  • de wethouder niet duidelijk heeft uitgesproken wanneer de toetsing plaatsvindt.

Verzoekt het college:

  1. rekening te houden met de bezwaren van bewoners en verdeeldheid in de raad bij de verdere behandeling van het voorstel;
  2. het plan voor de verdere uitwerking te toetsen aan de criteria van het inbreidingsbeleid;
  3. het plan voor de uitwerking te toetsen aan het uitbreidingsbeleid en een stedenbouwkundig onderzoek uit te voeren.


Eerste termijn
De heer DE KOE merkt op dat dit dossier in de vorige commissievergadering Grondgebied uitgebreid is besproken en hij neemt aan dat het college daarvan aantekeningen heeft gemaakt en met een voorstel richting de raad komt. Hij vraagt zich af waarom er nu weer over hetzelfde onderwerp moet worden gediscussieerd.

De heer MULLER zegt dat dit punt opiniërend voorlag in de commissievergadering Grondgebied en spreker gaat ervan uit dat op het moment dat er een raadsvoorstel naar de raad komt erin vermeld staat hoe wordt voldaan aan het inbreidingsbeleid. Zo ja, dan is deze motie overbodig.

De heer SCHEPPINK vraagt of deze motie gezien moet worden als een motie van wantrouwen richting het college.

De heer BERKHOFF zegt dat de commissieleden hun mening aan het college hebben meegeven tijdens de commissiebehandeling. Hij wacht de verdere reactie van het college nu af.
Spreker zegt niets te kunnen met voorliggende motie.

De heer MEIJERINK wacht de reactie van het college af.

De heer NIJKAMP is het eens met de woorden van de heer Meijerink. Spreker vindt dat tijdens de commissiebehandeling wel duidelijk was hoe de fracties erover dachten. Daar kan het college zeker mee aan het werk. Op een later tijdstip komt het bestemmingsplan terug in de raad en dan kan erover gestemd worden.

De heer KREIJKES merkt op dat de heer Klein Velderman nog niet zo lang in de raad meedraait. Spreker had gehoopt dat hij zich ervan had vergewist hoe zaken gaan in de raad.

De heer KLEIN VELDERMAN interrumpeert en zegt dat dit niet over Stokmansveld gaat.

De heer KREIJKES zegt dat het wel zijn bedoeling is om over Stokmansveld te spreken.

De heer NOORDAM vraagt om een schorsing.

De vergadering wordt geschorst van 20.22 uur tot 20.35 uur.

De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Noordam.

De heer NOORDAM adviseert de heer Klein Velderman, gehoord hebbende de beraadslagingen, zijn motie in te trekken.

De heer KLEIN VELDERMAN stelt voor dit onderwerp verder te laten rusten.

De heer SCHEPPINK refereert aan zijn vraag of het ging om een motie van wantrouwen.

De VOORZITTER stelt vast dat de motie is ingetrokken en geen onderdeel meer uitmaakt van de beraadslagingen.

De VOORZITTER draagt het voorzitterschap over aan de heer G. Kreijkes en geeft het woord aan de heer Klein Velderman.

Motie D66 vreemd aan de orde van de dag: opening stemlokalen
De heer KLEIN VELDERMAN dient een motie in: opening stemlokalen en licht de motie toe. Hij zegt dat in Nederland per 1-7-2015 de mogelijkheid bestaat een raadgevend referendum te houden, op basis van de wet ‘Raadgevend referendum’. Als de opkomst boven de 30% is en de meerderheid stemt tegen, dan wordt de betreffende wet niet van kracht. Een raadgevend referendum is een initiatief vanuit de bevolking en de maatschappij. Voor de geldigheid van het referendum is de opkomst van belang, waarmee bepaald wordt of een raadgevend referendum geldig wordt verklaard. D66 is van mening dat een stem de gehele dag, op de bekende locaties, uitgebracht moet kunnen worden. Hiervoor moet niet het aantal stemlokalen maar de beschikbaarheid worden vergeleken. Een stembureau dat beperkt open is telt ook beperkt mee.
Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2014 opende de gemeente 16 stemlokalen. Het mobiele stemlokaal was van 07.30-21.00 uur beschikbaar. De opkomst was ruim 20.000; ongeveer 73% van de kiezers, waarvan 1% door het mobiele stemlokaal werd gerealiseerd. Effectief waren er 16,56 stemlokalen open. Het college verwacht een opkomst van minder dan 50% en de reactie daarop is dat er 7 stemlokalen worden gesloten en in Dijkerhoek wordt de opening van een stemlokaal beperkt. Daarbij wordt wel het mobiele stemlokaal ingezet. Effectief betekent dit dat er nog 8,91 stemlokalen open zijn. Een verschil van 46% t.o.v. de gemeenteraadsverkiezingen, oftewel 120 uur i.p.v. 223 uur. Wat D66 betreft komt het uitgangspunt dat het referendum voor alle inwoners van de gemeente bereikbaar moet zijn onder druk te staan. D66 vindt, net als het college, dat een lagere opkomst gecompenseerd moet worden. Alleen wordt verschillend gedacht over de wijze van aanpak: of meer stemlokalen openen of meer mobiele stembureaus inzetten. Dat maakt nl. het verschil in positieve zin volgens spreker.

Overwegende dat:

  • De gemeente Rijssen-Holten in vergelijking tot andere gemeenten bij verkiezingen een zeer hoog opkomst percentage heeft;
  • Het referendum op 6 april is gebaat bij een hoge opkomst;
  • Het college onderschrijft dat het referendum een belangrijk democratisch middel is dat voor alle inwoners toegankelijk moet zijn;
  • Het college verwacht dat de opkomst nog geen 50% bedraagt;
  • Het college heeft besloten 46,2% minder openingsuren ter beschikking te stellen;
  • Het sluiten van stemlokalen geen financiële achtergrond heeft;
  • Het openen van meer stemlokalen geen financiële consequenties heeft;
  • Door het sluiten van stemlokalen de kans op een lagere opkomst aannemelijk is;
  • Een lagere opkomst juist voor meer openingsuren pleit;

Verzoekt het college:

  1. Alle stemlokalen in de gemeente Rijssen-Holten tijdens het referendum op 6 april gedurende de hele dag open te stellen en het mobiele stembureau op de gebruikelijke plaatsen in te zetten.
  2. De opkomst te evalueren zodat bij een volgend referendum aanvullende maatregelen kunnen worden genomen.


De heer BEUNK zegt dat D66 in de motie stelt dat bij minder stemgelegenheden de kans op minder aanloop bestaat. Daarbij geeft de heer Klein Velderman aan dat de afstand waar men woont van invloed is. In Rijssen neemt de maximale afstand tot een stembureau toe met 550 m. Dit komt overeen met 7 min. looptijd. In Holten gaat het om 750 m. en dat betekent ca. 9 min extra looptijd. Daarbij wordt het mobiele stembureau op meerdere plaatsen ingezet.
Hij vraagt wat D66 een reële afstand vindt en refereert aan de stelling dat bij een lagere opkomst stembureaus langer open moeten. Hij vraagt hoe hiermee moet worden omgegaan wanneer er veel stemgerechtigden zijn. Moet een stembureau dan minder uren geopend zijn?
Gemeentebelang stelt dat het aannemelijk is dat de opkomst lager zal zijn dan anders. De gemeente heeft hier ook rekening mee gehouden en dat vindt de fractie redelijk bestuur.
Gemeentebelang raadt de motie af.

De heer SCHEPPINK begrijpt dat D66 vragen heeft gesteld over de stemlokalen, maar vraagt zich af waarom de beantwoording door het college niet voldoende is geweest en wat de norm voor D66 is. De kiezer hoeft weinig tot geen extra inspanning te leveren om bij een stembureau te komen en spreker vraagt zich af waarom het college deze wijzigingen niet mag doorvoeren, of voldoen ze hiermee niet aan de wet? Hij vraagt zich ook af of de motie wel uitvoerbaar is, want wanneer een motie 2 weken voor de verkiezingen wordt ingediend dan is er volgens spreker sprake van symboolpolitiek. De stembiljetten moeten immers worden aangepast, die 2 weken voor de verkiezingen bij de kiezer moeten zijn. Hij vraagt of D66 dit heeft uitgezocht.
Spreker refereert aan beslispunt 2 en vraagt welke maatregelen D66 wil nemen.

De heer KAHRAMAN zegt dat het CDA er ook veel waarde aan hecht dat een burger kan stemmen. Hoewel het college heeft besloten het aantal stemlokalen terug te brengen, zal het mobiele stembureau nog wel alle locaties aandoen. Mensen kunnen dus stemmen en er zijn voldoende stembureaus.

De heer BERKHOFF snapt het nut van de motie niet, gelet op de beantwoording door het college op de vragen van D66.  Spreker refereert aan de overwegingen en zegt dat hij zich er niet helemaal in kan vinden. Wat beslispunt 2 betreft kan hij zich voorstellen dat evaluatie plaatsvindt, maar hij vraagt zich wel af wat er met aanvullende maatregelen wordt bedoeld.

De heer DE KOE voelt met de heer Klein Velderman mee en snapt dat hij de discussie had willen voeren. Het moment waarop is echter te laat, de stemkaarten zijn immers al bezorgd.  Dit had een paar maanden eerdere moeten gebeuren.

De heer MEIJERINK zegt dat het college minder stemlokalen inzet omdat er een lagere opkomst wordt verwacht. Deze redenatie snapt spreker niet. Vergeleken bij de opkomst voor de gemeenteraadsverkie-zingen en de Tweede Kamerverkiezingen is er ook sprake van een lagere opkomst, wanneer het gaat om de Provinciale Staten verkiezingen en een nog lagere opkomst voor het Europees Parlement. Dan wordt er echter niet gesproken over minder stemlokalen.
Wat betreft beslispunt 1 merkt spreker op dat het onmogelijk is deze nog uit te voeren, omdat de stemkaarten inmiddels zijn verzonden.
Inhoudelijk is spreker het wel eens met de kritiek van de heer Klein Velderman.

De heer NOORDAM heeft niets toe te voegen aan de woorden van de heer Meijerink.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het gaat om een collegebevoegdheid die in de Kieswet is voorgeschreven. Daarin staat echter niet beschreven hoeveel stemlokalen er in een gemeente aanwezig moeten zijn. Op basis van eerdere ervaringen heeft het college gemeend ervoor te kiezen om naar een ander verdeelsysteem te gaan. Er zijn schriftelijke vragen over gesteld die door het college zijn beantwoord.
Spreker refereert aan de inhoud van de motie en bevestigt dat het sluiten van stemlokalen geen financiële achtergrond heeft. Maar het openen van meer stemlokalen heeft wel degelijk financiële consequenties. Spreker zegt dat er, ook in de Kieswet, geen causaal verband te vinden is tussen het sluiten van kieslokalen en een lagere opkomst. Ook de redenatie dat een lagere opkomst pleit voor meer openingsuren kan spreker niet volgen. De Kieswet schrijft voor wanneer een stembureau geopend moet zijn en verlenging is dus niet mogelijk. Spreker refereert aan de beslispunten en zegt dat ‘alle stemlokalen’ niet voorkomt in de Kieswet. Een stemlokaal kan per verkiezing worden veranderd, je kunt ze toevoegen, etc. Ook het begrijp ‘hele dag’ is niet gedefinieerd in de Kieswet.  
Wat beslispunt 2 betreft is het lastig voor het college om de opkomst te evalueren, omdat niets kan worden nagevraagd bij de kiezers. Ook heeft het college geen beeld bij aanvullende maatregelen.
Het college ontraadt de motie en merkt op dat de stemkaarten 2 weken voor de verkiezingen bij de inwoners moeten zijn bezorgd. Het toevoegen van stemlokalen zou niet meer helder met de bevolking gecommuniceerd kunnen worden, aldus spreker. De motie zou als signaal kunnen dienen voor de volgende verkiezingen, omdat het een bevoegdheid van het college blijft.

De heer KLEIN VELDERMAN refereert aan de reacties van de commissieleden en verheldert dat hij met openingsuren de uren geteld over de dag bedoelt. De Kieswet schrijft voor dat een stembureau van 7.30 uur tot 21.00 uur geopend moet zijn. Dit is 13,5 uur. De openingsuren moet worden uitgerekend naar het aantal stemlokalen.
Wat de beantwoording van de schriftelijke vragen door het college betreft zegt spreker dat deze onduidelijk was en dat deze raad de eerste mogelijkheid was om het college op te roepen.
In de beantwoording stond dat het klopte dat 41% minder stemlokalen geopend was, maar dat door de inzet van het mobiele stembureau…

De heer SCHEPPINK interrumpeert en zegt dat de heer Klein Velderman ook een interpellatiedebat had kunnen aanvragen als het serieus was geweest.

De heer KLEIN VELDERMAN gaat in op de 19% en zegt dat dit qua het aantal openingsuren niet klopt. De beredenering dat er een lagere opkomst wordt verwacht en dat daarom stemlokalen gesloten kunnen worden snapt hij niet.

De heer KAHRAMAN interrumpeert en zegt dat het CDA het ermee eens is dat er zoveel mogelijk mensen naar het stembureau moeten gaan. Hij vraagt of D66 van mening is dat er sprake is van een causaal verband tussen het aantal stembureaus en de opkomst.

De heer KLEIN VELDERMAN ontkent dit, maar de kans dat mensen gaan stemmen op het moment dat er een stemlokaal in de buurt zit is wel groter.
Wat de stempassen betreft refereert spreker aan het begeleidende briefje dat opnieuw kan worden gestuurd en waarop extra stembureaus aangegeven kunnen worden.
Hij zegt dat de openingstijden op de stempas staan, maar dit geldt niet voor Dijkerhoek, want daar kan men pas laat in de middag stemmen. De mobiele stembureaus komen op gezette tijden en het kan maar zo zijn dat je die misloopt.
Spreker refereert aan de tweet van de heer Scheppink waarin hij stelde het belachelijk te vinden dat er minder stemlokalen in Rijssen-Holten werden geopend. Dit vond hij geen democratische gedachte.
Hij is blij dat de PvdA het met hem eens is en hij denkt dat het nog goed kan worden gecorrigeerd, maar dat is aan de raad en het college.
Wat de aanvullende maatregelen betreft kan het zijn dat wanneer uit de evaluatie blijkt dat de opkomst minder hoog is dat er maatregelen getroffen worden om mensen te trekken.  In elk geval is een reactie daarop niet minder stembureaus openen.

Tweede termijn
De heer KAHRAMAN zegt dat het CDA het van belang vindt dat de democratie recht wordt gedaan en de fractie kan dit positief beantwoorden, ook gelet op de inzet van het mobiele stembureau. Spreker vindt het ook veel te laat om nu nog een wijziging aan te brengen.

De heer BEUNK refereert aan zijn vraag wat de heer Klein Velderman een redelijke afstand vindt naar een stembureau. Het gaat volgens hem niet om het aantal stembureaus maar om de verwerkings-capaciteit in relatie tot de opkomst. Het bestuur heeft er alles aan gedaan om dit te waarborgen.

De heer MEIJERINK roept het college op om de suggestie van de evaluatie van het referendum over te nemen en als het college hiertoe bereid is vraagt hij de heer Klein Velderman de motie in te trekken.  

De heer NOORDAM refereert aan de woorden van burgemeester Hofland over het aantal stembureaus in de Kieswet. Volgens hem staat in de Kieswet tenminste 1. Hij gaat in op 2 juridische uitspraken, onder andere in Oldenzaal en sluit zich aan bij de woorden van de heer Meijerink over hoe het college aankijkt tegen andere kiesmomenten.

De heer SCHEPPINK refereert aan de gestelde vragen door D66 en de beantwoording door het college en concludeert dat het college hier wel goed mee omgaat, omdat het een collegebevoegdheid is, waarop de raad weer controle moet uitoefenen. Daarbij kan wel eens bekeken worden of er anders met de stembureaus kan worden omgegaan. Wanneer is het bijvoorbeeld druk en wanneer minder druk en wellicht kan dan het mobiele stembureau efficiënter worden ingezet. De Kieswet biedt ook ruime mogelijkheden qua uitvoering. Het argument, omdat er een lagere opkomst wordt verwacht wordt 41% van de stembureaus gesloten, vond spreker ook een stap te ver gaan. Spreker vindt ook dat D66 met deze motie een stap te ver gaat. Het college moet de mogelijkheid krijgen te experimenteren met het aantal stembureaus. Spreker hoopt dat D66 de motie intrekt

Burgemeester HOFLAND zegt al te hebben aangegeven dat er na de verkiezing wordt geëvalueerd.
Er is een mobiel stembureau en er worden extra stembussen geplaatst bij de stembureaus om de extra capaciteit te verwerken.
Spreker weet niet wat bedoeld wordt met aanvullende maatregelen. Hij zegt  dat er wel steeds bij stilgestaan wordt wat er gebeurt in stemlokalen. Als er bijv. lange wachtrijen ontstaan zal worden bekeken hoe dit veroorzaakt wordt en welke maatregelen er volgend jaar moeten worden getroffen.

De heer KLEIN VELDERMAN concludeert dat er geen meerderheid is, maar vraagt het college wel te evalueren. Dit is ook al toegezegd.
Het percentage dat wordt genoemd om te minderen is niet aangetoond. Hij probeert het zo objectief mogelijk uit te rekenen dan schrik je van de cijfers.

De VOORZITTER draagt het voorzitterschap over aan burgemeester Hofland.

11 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.13 uur met het ambtsgebed.

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van Rijssen-Holten op 21 april 2016

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous