Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Raad 23 mei 2017 (19:30)

Datum: 23-05-2017Tijd: 19:30 - 21:00Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: A.C. HoflandGriffier: R.A. HabingNotulist: G.B. Aanstoot - StamGenodigden: AanwezigNaamVoorzitterA.C....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Raad 23 mei 2017 (19:30)

Datum: 23-05-2017
Tijd: 19:30 - 21:00
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.C. Hofland
Griffier: R.A. Habing
Notulist: G.B. Aanstoot - Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
VoorzitterA.C. Hofland
SGPA.J. Scheppink, dr. E.G. Bosma, dr. J. Noeverman, G. Kreijkes, J.W. Reterink en R. Jansen
CDAdrs. I. Kahraman, F.J. Wessels, G.D. ten Berge, H. Kreijkes RA CISA en H.J. Nijkamp
ChristenUnieJ. Berkhoff, J. van Veldhuizen, mr. W.L. Riezebos-Tessemaker en N.J. Otten
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Beunk en J. Kuiper-Ruitenberg
PvdAR.W. Meijerink en S. Kök
VVD LokaalF.W. Noordam, E.J.W. Deijk en R.A. de Koe
D66ir. H. Klein Velderman
GriffierR.A. Habing
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, R.J. Cornelissen, B.D. Tijhof
Pers3
Publiek26

De voorzitter spreekt het ambtsgebed uit.


1 Opening
De VOORZITTER opent de vergadering en heet de aanwezigen van harte welkom.
Er is een bericht van verhindering ontvangen van de heer Haase.
Hij vraagt de aanwezigen te gaan staan en spreekt een In Memoriam uit, in verband met het overlijden van raadscommissielid Han van Veen.

“Op 7 mei jongstleden is raadcommissielid Han van Veen overleden. Nu de raad weer voor het eerst sinds zijn overlijden in vergadering bijeen is, sta ik met u en met zijn echtgenote Riet en familie stil bij zijn leven. Ook denken wij aan de kinderen en de kleinkinderen.
Zijn werkzame leven bij de gemeente Rijssen-Holten begon in 1972 en heeft 41 jaar geduurd. Bij zijn afscheid in 2013 is daar uitgebreid bij stilgestaan en dat hoeven we nu hier niet over te doen. Wat wel herhaling verdient is dat toen al is opgemerkt dat Rijssen-Holten en Rijssen in het bijzonder, er zeker anders uit gezien zou hebben wanneer Han hier niet werkzaam was geweest. Daarvoor zijn wij hem nog steeds dankbaar.
Nog maar kort geleden, in december 2014 werd Han van Veen schaduwfractielid en commissielid voor de fractie van D66. Dat was na zijn ambtelijke loopbaan bij onze gemeente. Bij zijn aantreden werd menigeen gewaar wat zijn politieke overtuiging was. Hij was er best trots op dat dit voor velen als een volkomen verrassing kwam.
Net als in zijn ambtelijke werkzaamheden, hadden de aspecten van het ruimtelijke domein zijn bijzondere belangstelling. Zijn kennis en ervaring die hij als ambtenaar had, kon hij in dienst stellen van de fractie van D66. Vanuit die ervaring kon hij binnen die fractie ook met gezag spreken over onderwerpen die hem na aan het hart lagen. Zo kon hij als raadscommissielid zich, na zijn pensionering, blijven inzetten voor de gemeenschap van Rijssen en Holten. Het is jammer dat dit niet langer heeft mogen duren.
Eind 2016 werd geconstateerd dat Han ernstig ziek was en werd ook duidelijk dat genezing niet meer mogelijk was. Toch gaf hij aan van de maanden die hem nog restten, het beste te willen maken. Hij was het type niet om bij de pakken neer te gaan zitten. En zo bezocht hij nog een enkele keer de vergadering van de commissie, van zijn commissie. Hij was er de man niet naar om met zichzelf te koop te lopen. Maar als je hem dan vroeg, hoe het ging, dan deed die belangstelling hem zichtbaar goed. Ook een hand op de schouder en de mededeling: “Fijn Han dat ik je zie” was voor hem voldoende.
Wij kennen Han allen als een humorvolle man, rustig en beheerst. Maar ook creatief en met liefde voor zijn vak. 

Ook kennen wij hem als een familieman. Zijn gezin kwam altijd op de eerste plaats.
Han van Veen is 68 jaar geworden. Laten we hem gedenken met respect en met dankbaarheid voor alles wat hij voor onze gemeenschap heeft gedaan door een moment van stilte in acht te nemen.”

(De raad neemt enkele ogenblikken stilte in acht.)

De VOORZITTER zegt dat als gevraagd wordt om hoofdelijke stemming deze begint bij nr. 25, de heer Wessels.

2 Spreekrecht burgers
Er zijn geen aanmeldingen ontvangen.

3 Vaststellen agenda
De VOORZITTER meldt dat er drie moties vreemd aan de orde van de dag zijn aangekondigd:

  • Van de CDA fractie een motie over het Politiebureau Rijssen.
  • Van de VVD-Lokaal een motie over verkeersveiligheid kruispunt Dijkerhoek.
  • Van de D66-fractie een motie over steun aan kleinere veehouders.

Spreker stelt voor deze moties toe te voegen als agendapunt 22 en de agenda als zodanig gewijzigd vast te stellen.

De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld.

4 Vragenuur
Er zijn geen vragen ingediend.

5 Notulen en besluitenlijst van 20 april 2017
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stemt de raad in met de notulen en de besluitenlijst van 20 april 2017.

6. Ingekomen stukken – mededelingen
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad over de ingekomen stukken overeenkomstig de voorgestelde afdoeningen.

7 Raadsvoorstel benoeming mevrouw Schreurs tot lid raad van toezicht Stichting Waerdenborch (Tijhof)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

8 Raadsvoorstel tijdelijke formatie Sociaal Domein (Beens)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

9 Raadsvoorstel Plan van nieuwe basisscholen 2018-2021(Tijhof)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

10 Raadsvoorstel bestuursopdracht "Organiseren huishoudelijke ondersteuning als algemene voorziening" (Beens)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig hetvoorstel.

11 Raadsvoorstel locatie voor de Schaats- en Skeelervereniging Rijssen (Cornelissen)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

12 Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Wonen Holten, Larenseweg 60-62 (Cornelissen)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

13 Raadsvoorstel toestemming verlenen tot het aangaan van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Twente (Aanstoot)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

14 Raadsvoorstel actualisatie kosten update LTVV (Aanstoot)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.


15 Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied Holten, Oude Deventerweg” (Cornelissen)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

16 Raadsvoorstel vaststellen grenzen bebouwde kommen Wet natuurbescherming (Aanstoot)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

17 Raadsvoorstel vaststellen Kapverordening 2017 (Aanstoot)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

18 Raadsvoorstel voorbereidingsbesluit houtopstanden buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming (Cornelissen)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

19 Raadsvoorstel ongewijzigd vaststellen ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Rijssen, herontwikkeling Lichtenbergerweg 6a en 8 (Cornelissen)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

20 Raadsvoorstel subsidieregeling gevelverfraaiing centrum Rijssen (Tijhof/Cornelissen)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

21 Raadsvoorstel vaststellen wijziging re-integratieverordening Participatiewet en verordening studietoeslag (Tijhof)
Eerste termijn
De heer MULLER zegt dat het raadsvoorstel als bespreekstuk is geagendeerd omdat Gemeentebelang graag de reactie van de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) wilde kennen en bij deze vergadering wilde betrekken. Deze reactie is inmiddels ontvangen. In deze reactie en in de commissie wordt vooral aandacht gegeven aan de taakstelling beschut werk en aan de mogelijke wachtlijsten.
De ASD vraagt om een financieel vangnet. In de commissie zijn daarover echter geen toezeggingen gedaan. Hoewel dit thema al in de commissie is besproken, vraagt spreker de wethouder kort samen te vatten waarom hij het verzoek om het creëren van een vangnet niet honoreert. Er is wel gesproken over het budget etc.

De heer MEIJERINK geeft aan dat de PvdA dezelfde vraag had en in de tweede termijn nog een opmerking wil maken.

Wethouder TIJHOF zegt dat het college zoveel mogelijk wil beperken dat er een wachtlijst ontstaat. De financiële polsstok laat dit echter niet toe, de middelen vanuit Den Haag zijn beperkt en hiermee wordt eerst aan de slag gegaan. Hier zal het uiterste mee worden gedaan. Komt het college in de knel en ontstaan er wachtlijsten, dan komt het college bij de raad terug voor het beschikbaar stellen van extra budget. Het budgetrecht ligt immers bij de raad.

Tweede termijn
De heer MEIJERINK refereert aan de woorden van mevrouw Janssen in de commissievergadering. Hij is blij met de toezegging van de wethouder om de vinger goed aan de pols te houden en dat als het nodig is, extra budget wordt gevraagd.
Hij heeft vertrouwen in de aanpak van de wethouder. 

De heer MULLER herhaalt de woorden van wethouder Tijhof dat het college naar de raad terugkomt als ze in de knel komt. Hij vraagt of hij dit moet interpreteren dat dit gebeurt als het budget verbruikt is. De verordening gaat ervan uit dat eens per jaar gerapporteerd wordt over wachtlijsten. Hij neemt aan dat een keer per jaar alleen geldt, zolang er geen knelpunt ontstaat.

Wethouder TIJHOF geeft aan dat er gerapporteerd wordt wanneer dat nodig is. Als er knelpunten ontstaan dan zal dit eerder in de raad wordt besproken.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

De heer NOORDAM stelt alsnog een vraag over agendapunt 6, de ingekomen stukken. Hij verzoekt bij de ingekomen stukken 12 en 13, voordat het college de antwoordbrieven verstuurt, de raad hierover te informeren. Ingekomen stuk nr. 12 betreft een zienswijze gericht tegen ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Holten, Brandgangen De Borkeld’. Ingekomen stuk nr. 13 betreft een oproep inzake vergroten van de betrokkenheid van bewoners, ondernemers en organisaties in Twente bij de Agenda voor Twente.
Wethouder AANSTOOT zegt dat ingekomen stuk nr. 12 via de zienswijzennota wordt beantwoord. Daarna wordt de raad geïnformeerd.

De heer NOORDAM zegt dat hij juist het verzoek doet eerst de raad te informeren. De betreffende brief is ook gericht aan de raad.
De VOORZITTER zegt dat het college adequaat zal handelen op het verzoek van de fractie van VVD Lokaal.

22a Motie vreemd aan de orde van de dag over het Politiebureau Rijssen

De fracties van CDA, SGP, CU, VVD Lokaal dienen een motie in. De heer KAHRAMAN refereert aan de commissiebehandeling en zegt dat de fractie naar aanleiding daarvan een motie vreemd aan de orde van de dag wil indienen.

De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen d.d. 23 mei 2017;
overwegende dat:

  • de politieorganisatie voornemens is om in cluster Twente West een politiebureau te sluiten;
  • de keuze voor een cluster bureau moet vallen tussen Rijssen of Nijverdal;
  • het belangrijk is dat zowel in Nijverdal als in Rijssen een politiebureau aanwezig is;
  • Rijssen-Holten de 4e gemeente van Twente is en binnen haar grenzen de A1 heeft liggen die veel aandacht vergt van de politie;
  • aanrijtijden bij prio1 meldingen al een aantal jaren onder de eigen opgelegde norm liggen;
  • de gemeenteraad van Rijssen-Holten zich altijd heeft uitgesproken tegen het sluiten van het bureau in Rijssen;
  • korpschef Akerboom in de Volkskrant van 12 februari 2017 het volgende heeft geuit “De politie is te ver doorgeslagen in centralisatie en efficiëntie. Dat zegt korpschef Erik Akerboom. 'We moeten die balans herstellen. Ik ga daar zelf werk van maken. Het heilig vuur moet terug, dat is mijn missie.' …. De politietopman erkent nu dat de kleine wijkbureaus, waarvan er inmiddels vele zijn gesloten, 'toch heel belangrijk blijken te zijn'. Ook daar wil hij opnieuw naar kijken: 'Dat is toch onderschat.'”;
  • de politievakbond ACP in de Stentor van 15 februari 2017 het volgende heeft geuit: “De politie loopt cruciale informatie mis door de sluiting van veel bureaus in wijken en dorpen. De positie van de politie in de samenleving wordt daardoor ernstig verzwakt. Dat stelt politievakbond ACP. De bond wil daarom dat politiebureaus in dorpen en wijken open blijven. ,,De burger moet ons snel en laagdrempelig kunnen bereiken. Daar hoort ook een politiebureau bij”, zegt Erwin Koenen, vicevoorzitter van de ACP.”
  • de politietaak een van de belangrijkste taken is van de overheid voor het garanderen van de openbare orde en veiligheid;
  • gezien de uitingen van de Korpschef en Politievakbond het nu niet verstandig is om een besluit te nemen over het sluiten van een politiebureau;

spreekt zijn zorg (zoals ook geuit door korpschef en politievakbond) uit over de mogelijke consequenties van sluiten van het politiebureau voor de dienstverlening van de politie aan de inwoners van Rijssen-Holten en vraagt het college:

  • de zorgen van de raad zoals verwoord in deze motie per brief kenbaar te maken aan de heer Akerboom, Korpschef Landelijke politie;
  • een afschrift van deze brief te sturen naar de 2e kamer commissie Veiligheid en Justitie.


En gaat over tot de orde van de dag.

De heer KAHRAMAN laat weten dat het CDA  contact heeft gezocht met haar fractie in de Tweede Kamer. Deze heeft al schriftelijke vragen gesteld aan de minister van Veiligheid en Justitie. Hij roept de overige fracties op in contact te treden met de landelijke collega’s in de Tweede kamer, zodat zij dit ook onder de aandacht kunnen brengen.

Vragenronde
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de heer Kahraman politiechef Akerboom citeert, die het heeft over politiebureaus in wijken en dorpen. Hier gaat het om een politiebureau in de stad. Hij vraagt zich af of hierbij discussies door elkaar lopen. Aan de ene kant is er sprake van het centrale politiebureau, waar de administratie van de politie wordt gedaan en van wijkbureaus op strategische plekken, hierover moet nog overlegd worden met de politie voor Rijssen.

De VOORZITTER zegt dat het in deze ronde moet gaan over technische vragen. Inhoudelijke vragen kunnen gesteld worden in de eerste termijn.

De heer NOORDAM interrumpeert en vraagt of, als het sluiten van politiebureaus in dorpen en wijken als ernstig wordt betiteld, de sluiting van een politiebureau in de stad veel ernstiger is.
De heer KAHRAMAN zegt dat voor Den Haag Rijssen een dorp is qua omvang. Hij sluit zich daarbij aan bij de woorden van de heer Noordam.

Eerste termijn
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 het deels eens is met de motie. Hij proeft uit de reacties van andere raadsleden, dat als het politiebureau in Rijssen wordt gesloten er daarna niets meer is. Dit is volgens spreker niet zo. Het politiebureau verhuist, maar er komen één of twee steunpunten voor terug op strategische plaatsen, zodat de politie wel aanwezig blijft. Of het clusterbureau in Hellendoorn of in Rijssen staat, maakt niet uit als het gaat om de bijdrage aan veiligheid.
D66 steunt de motie niet, maar onderschrijft wel dat er op een strategische plaats in onze gemeente ondersteuning moet zijn.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang met de indieners van deze motie de zorgen deelt over het sluiten van het politiebureau. De fractie is ook teleurgesteld dat de keuze niet op Rijssen-Holten is gevallen en  stemt in met het verzoek aan het college. Wel plaatst spreker kanttekeningen bij de overwegingen. De politiewet die in Den Haag unaniem is aangenomen, leidt tot clusters met meerdere gemeenten. Dan is één clusterkantoor een logisch gevolg. Dat ene kantoor moet niet gedeeld worden door twee; dat is niet efficiënt voor veel kantoortaken.
Daarbij kunnen aanvullende wijkbureaus zeer functioneel, zelfs wenselijk, zijn, zoals ook de politie zelf concludeert en dat ook gedeeld wordt door hogere en oud-topfunctionarissen.
Voor dat ene clusterkantoor is Rijssen de eerste keus, ook volgens de politieorganisatie zelf. De wijkbureaus horen dan in elk geval in de gemeenten Hellendoorn en Wierden en misschien zelfs in de kleine kernen te worden gerealiseerd.
Het invoeren van wijkbureaus heeft ook gevolgen voor het clusterbureau op het gebied van grootte en het plan van eisen. Het kan dan een maatje kleiner en misschien op een andere locatie worden gerealiseerd.
Daarom deelt Gemeentebelang de overweging dat het niet verstandig is om nu een besluit te nemen; laat eerst de discussie over wijkbureaus afgerond zijn. Ondertussen moet de raad zich blijven richten op een clusterbureau in Rijssen. Spreker weet dat de gemeente weinig kans maakt, maar als de politietop de discussie over de ambitie voor wijkbureaus serieus aangaat met de politiek, is zijn advies de besluitvorming uit te stellen.
Het blijft jammer dat bij de behandeling van de politiewet destijds een amendement van de SP is verworpen. Het amendement stelde de clusters samen te laten vallen met een gemeentegrens; de grote gemeenten meer clusters, de gemeentegrens als basis en alleen bij kleine gemeenten eventueel op vrijwillige basis een koppeling van twee gemeenten.
Spreker heeft van de heer Kahraman begrepen dat het CDA mogelijk de fout van haar tegenstem eerder gaat herstellen. Deze oproep wil de fractie aan de indieners en hun collega’s in Den Haag meegeven.

De heer NOORDAM zegt dat VVD Lokaal de motie mede heeft ondertekend, vanwege het feit dat de politie het beeld moet hebben integer en betrouwbaar te zijn. Als de hoogste man uit de politietop zaken roept en citeert en de organisatie zich daar niet aan houdt dan klinkt dat onbetrouwbaar. Dit hoort niet.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt bij interruptie of de heer Noordam vindt dat de heer Akerboom onbetrouwbaar is, omdat hij spreekt over het teveel aan gesloten kleine locaties. Hij heeft niet gesproken over het feit dat veiligheid in het geding is. Hij heeft alleen gezegd dat de politie qua efficiency is doorgeschoten. Dat betekent niet dat onze gemeente daarmee een probleem heeft.
De heer NOORDAM zegt dat Rijssen geen wijk is. De aanwezigheid van een politiebureau is aantoonbaar een goede zaak voor de burgers, die zich veilig willen voelen.  Het blijkt dat er minder vaak aangifte wordt gedaan per internet, dan wanneer burgers naar het politiebureau kunnen om aangifte te doen. Spreker vindt dat de politie zich weer bezig moet gaan houden met de basistaken. Dat is ook de mening van de politievakbond en van politiechef Akerboom. Daar wil VVD Lokaal in meegaan.  
De heer SCHEPPINK zegt dat de SGP ook teleurgesteld is dat het politiekantoor dat nu in Nijverdal is gevestigd, daar blijft en niet naar Rijssen komt, ook vanwege de werkgelegenheid.
De fractie steunt de motie, omdat er een link blijft te zijn tussen de fysieke aanwezigheid van een gebouw in een gemeente of wijk en de veiligheid die geboden wordt.
Door de uitspraak van de korpschef en de vakbonden is het niet onverstandig om deze motie ook onder de aandacht te brengen in Den Haag.
De fractie van de SGP pleit ervoor dat de basis politiezorg op orde blijft en het afgesproken aantal wijkagenten ook in de gemeente actief is. Wellicht dat de inzet van wijkagenten ook nog eens onder de aandacht van Den Haag kan worden gebracht.
Het clusterbureau in Nijverdal blijft dus aanwezig, terwijl het wijkbureau in de kern Rijssen wordt gesloten. Dit wordt echter niet aanbevolen. Prioriteit 1 is de basis politiezorg, dus als een motie richting Den Haag daarbij kan helpen is de fractie altijd voor.

De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie breder kijkt dan alleen naar het politiebureau en de locatie daarvan. Het is jammer dat dit niet in Rijssen is, maar de fractie heeft er alle vertrouwen in dat dit goed komt. Ook is zij van mening dat het gaat om basis politiezorg. Spreker merkt daarbij op dat de uitlating van korpschef Akerboom enige twijfel zaait of de besluiten die destijds genomen zijn wel goed waren. Hij denkt dat deze motie een goede ondersteuning is om de zaken nog eens goed te bekijken. De ChristenUnie heeft de motie van harte medeondertekend.

De heer KAHRAMAN gaat in op de aanrijdtijden en hoe ervoor kan worden gezorgd dat de basispolitietaken op de juiste manier worden uitgevoerd.
Het bureau in Nijverdal fungeert als een clusterbureau. Het probleem daarbij is wel dat de agenten de dienst altijd in Nijverdal moeten beginnen. Hij gaat daarbij in op de reistijd en pleit daarom voor een basisbureau in de gemeente Rijssen-Holten, ook gelet op de aanrijdtijden van prio1 meldingen.

De BURGEMEESTER zegt dat het college bereid is, als de meerderheid van de raad dit wenst, de motie per brief door te sturen aan de heer Akerboom. Het college is ook benieuwd naar de beantwoording. Hij gaat in op het woordje  “nu” in de eerste overweging en het lijkt hem verstandig dit te schrappen, omdat het lijkt of het in een later stadium wel aan de orde is.

Tweede termijn
De heer MEIJERINK zegt dat de PvdA de motie niet medeondertekend heeft, maar dat zij deze wel steunt.

De heer KAHRAMAN zegt dat hij de motie aanpast en “nu” schrapt.

De heer MULLER zegt dat de voorkeur van Gemeentebelang is het clusterkantoor in Rijssen te vestigen, met wijkkantoren. Het is spreker echter duidelijk dat de motie, inclusief de overwegingen, tot een unaniem standpunt kan komen. Dat is ook wat waard, zeker als hiermee richting De Haag wordt gegaan.

De VOORZITTER brengt de motie in stemming. De motie wordt aangenomen met 23 stemmen voor (SGP, CDA, GB, VVD Lokaal, PvdA, CU) en 1 stem tegen (D66).

22b  Motie vreemd aan de orde van de dag over verkeersveiligheid kruispunt Dijkerhoek (Deventerweg/Dijkerhoekseweg)
De fractie van VVD Lokaal dient een motie in. De heer Noordam licht de motie toe. Voor buurtbewoners, inwoners van Dijkerhoek en directe omgeving is dit kruispunt een zorgenkindje. Volgens VVD Lokaal gebeuren er meer ongelukken dan wenselijk is, los van het feit dat elk ongeluk er een te veel is.

De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen d.d. 23-5-2017;
overwegende dat:

- er regelmatig ongelukken gebeuren op het kruispunt Deventerweg / Dijkerhoekseweg, zoals ook deze maand;
- uit gesprekken met buurtbewoners kun je opmaken dat het bijzonder is dat bijna alle ongelukken worden veroorzaakt door verkeer dat vanuit Deventer komt en dan linksaf Dijkerhoek in wil slaan;
- het vermoeden bestaat dat de overzichtelijkheid mogelijk belemmerd wordt door de hoogte en plaats van de daar aanwezige verkeersborden;

verzoekt het college:
1. op korte termijn onderzoek te doen naar de mogelijkheden de veiligheid voor de verkeersdeelnemers op dit kruispunt te verbeteren waardoor het aantal ongelukken zal afnemen;
2. de raad te informeren naar de uitkomsten van dit onderzoek.

En gaat over tot de orde van de dag.

Vragenronde
De heer KLEIN VELDERMAN vraagt of de weg door de gemeente Rijssen-Holten wordt beheerd. 

De heer NOORDAM antwoordt dat het gaat om een provinciale weg. Deze weg heeft een aantal jaren geleden een facelift ondergaan.

Eerste termijn
De heer KLEIN VELDERMAN zegt te begrijpen dat de motie is ingediend naar aanleiding van een tragisch ongeval van ongeveer een week geleden, waarbij een motorrijder is aangereden. Hij vraagt hoe het college hiermee omgaat, omdat er na een ongeval een onderzoek plaatsvindt en wordt bekeken of dergelijke ongevallen voorkomen kunnen worden.
Voorts refereert spreker aan een preventief programma, waarbij kruispunten regelmatig worden beoordeeld op veiligheid. Hij vraagt naar de stand van zaken hiervan.

De heer NIJKAMP zegt dat de raad eerder heeft gesproken over verkeersveiligheid van kruispunten in het buitengebied. Hij vraagt of de betreffende kruising bij het onderzoek hiernaar wordt betrokken.
 
De heer BERKHOFF zegt dat er een algeheel onderzoek komt naar verkeersveiligheid in het buitengebied. Hij vraagt of deze situatie daarbij meegenomen wordt. Verder stelt spreker dat het niet de bedoeling kan zijn dat er telkens opnieuw een motie ingediend wordt over een kruispunt.

De heer MULLER zegt dat het rapport Veilig Buitengebied op 9 januari 2017 aan de commissie is aangeboden. Daarin valt op dat het betreffende kruispunt niet wordt genoemd als zijnde een kritisch kruispunt. Ook komt het kruispunt komt niet voor op de bijgevoegde ongevallenkaart.
Naar aanleiding van het ongeval heeft de Verkeersongevallendienst onderzoek gedaan. Spreker vraagt of de wethouder hierover iets kan meedelen.

Wethouder AANSTOOT zegt dat er op 11 mei 2017 een ongeval is gebeurd op deze kruising. Een automobilist uit de richting Deventer botste tegen een motorrijder uit de richting Holten. Het ongeval is in behandeling bij de Verkeersongevallenanalyse. Het rapport is nog niet bij de politie beschikbaar. Bekend is dat er na de laatste reconstructie van het kruispunt negen ongevallen zijn gebeurd in de periode van 2010 – 2017, waarbij vier slachtoffers zijn gevallen.
De stukken naar aanleiding van het onderzoek zijn in de commissievergadering van januari aangeleverd. Dit onderzoek betrof de inrichting met het 60km-regime in het kader van “Duurzaam Veilig” in het buitengebied. Naar aanleiding van het onderzoeksrapport is een analyse gemaakt en zijn er maatregelen uitgevoerd.
De provincie kan eigenstandig op basis van ongevallenanalyses met plannen komen om de verkeersveiligheid te verhogen, bijvoorbeeld door kruispunten aan te pakken. De kruising Deventerweg/Dijkerhoekseweg/Oude Stationsweg heeft bij de provincie nog niet een zodanige urgentie om direct maatregelen te treffen.
Op 12 mei 2017 heeft spreker contact gehad met een afvaardiging van de buurtvereniging Dijkerhoek. Vandaag, 23 mei 2017, is afgesproken dat de gemeente en de buurtvereniging gezamenlijk contact opnemen met de provincie om te spreken over de analyses van de afgelopen jaren, de inrichting van het kruispunt en hoe het verkeersveiliger gemaakt kan worden. Spreker heeft de gedeputeerde hiervan inmiddels in kennis gesteld.

Tweede termijn
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het college al een gesprek met de buurt heeft gehad en ook bij de provincie al een gesprek heeft aangekondigd. Hij waardeert deze initiatieven van de wethouder. Het lijkt er echter enigszins op dat er eerst iets moet gebeuren voordat er iets aan gedaan wordt. Om zaken gestructureerder te laten lopen, stelt hij voor provinciale wegen met gevaarlijke kruispunten in het preventieve onderzoek mee te nemen. Verder vraagt hij de heer Noordam of de motie gehandhaafd wordt.

De heer G. KREIJKES beluistert uit de beantwoording van de wethouder dat er al uitvoering aan de motie is gegeven. Hij vraagt de indiener van de motie of de beantwoording van de wethouder voldoende is, ook omdat de wethouder al contact heeft opgenomen met de buurt en de provincie om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Het is duidelijk dat het daarbij niet alleen gaat om het laatste ongeval; er zijn vaker ongevallen geweest.

De heer NIJKAMP zegt dat de wethouder al voortvarend aan de slag is geweest en concrete afspraken heeft gemaakt. Hij vraagt de heer Noordam of er hiermee invulling wordt gegeven aan deze motie. Wellicht is het goed de reactie van de provincie af te wachten.

De heer MULLER zegt dat hij zich aansluit bij de vorige sprekers. Het is voor spreker zowel triest als verrassend, dat op de ongevallenkaart en in de rapportage de provinciale wegen buiten zicht zijn gebleven. Op deze kaart, die is aangeboden aan de raad, blijken heel essentiële plekken niet vermeld te worden. Spreker deelt de oproep van de heer Klein Velderman, dat in de toekomst bij dergelijke informatie aan de raad, de kaart volledig is, dus inclusief zaken die op provinciale wegen gebeuren.

De heer G. KREIJKES merkt bij interruptie op dat het vanavond gaat om de motie en niet over de positie van provinciale wegen en dergelijke met betrekking tot het onderzoek.

De heer MEIJERINK zegt dat hij zelf ook ervaart dat het gaat om een heel vervelend kruispunt. De PvdA staat sympathiek tegenover de motie en wil deze steunen. Gezien de beantwoording van de wethouder zou de motie ingetrokken kunnen worden.

De heer NOORDAM zegt dat de reden voor het schrijven van de motie niet alleen betrekking had op genoemd incident, maar ook op de incidenten van de laatste jaren. Het is hem bekend dat de wethouder regelmatig overleg heeft met de buurt. De informatie die de wethouder vanavond deelde met de raad, was hem echter niet bekend en hij roept de wethouder op deze snelheid erin te houden.

De VOORZITTER concludeert dat de motie is ingetrokken en niet in stemming gebracht hoeft te worden.

22c  Motie vreemd aan de orde van de dag over steun kleinere veehouders
De fractie van D66 dient een motie in. De heer Klein Velderman licht de motie toe.
De motie is van de hand van de heer Vic van Dijk van de fractie van D66 in Enschede en is aangepast op de raad van Rijssen-Holten. De motie vraagt de steun van alle gemeenteraden in Twente dan wel in Nederland en vraagt aandacht bij de Tweede Kamer voor duurzame, kleinere veehouders, die met de nieuwe regelgeving mogelijk genoodzaakt zijn te stoppen met het houden van zeldzame runderrassen. De motie is unaniem aangenomen door de raad van de gemeente Enschede.
De laatste jaren zijn er enorm veel stallen gebouwd, vaak voor de intensieve veehouderij. Dat heeft ertoe geleid dat er in Nederland te veel mest wordt geproduceerd en ook dat er fosfaatrechten worden uitgegeven. Wie voor een bepaalde datum een aantal koeien heeft, heeft recht op fosfaatrechten. Na die datum wordt dat allemaal erg moeilijk en vooral kleinere veehouders zijn daarvan de dupe. Spreker vraagt de raad de motie te steunen en vraagt het college contact te zoeken met het college van Enschede en andere gemeenten om gezamenlijk richting Den Haag een vuist te maken en op te komen voor de kleinere veehouders.

De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen d.d. 23 mei 2017;

constaterende dat:

  • door de explosieve schaalvergroting van de intensieve veehouderij de kleinere veehouders in de knel dreigen te komen door nieuwe regelgeving m.b.t. fosfaatuitstoot en mestwetgeving;
  • het voor (de meeste) gemeentebesturen juist ook de ontwikkeling van kleinschalige extensieve veehouderij bijdraagt aan het leefbaar houden van het platteland;
  • de veelal kleinschalige extensieve veehouders niet uitbreiden en binnen alle milieunormen werken, dus zonder uitzondering (derogatie) in dezen “duurzaam” kunnen worden genoemd;
  • als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving omtrent fosfaatproductie de nieuwe mestwetgeving de dupe dreigen te worden van de schaalvergroting van de grotere veehouderijen;
  • het (erbij) houden van juist enkele en soms juist zeldzame runderrassen door bepaalde veehouders bijdraagt aan biodiversiteit van het platteland en deze ontwikkeling mede om die reden lokaal wordt toegejuicht;
  • de rechter onlangs (4 mei jl.) een uitspraak heeft gedaan, die deze bezorgde duurzame veehouders — op zijn zachtst gezegd — geen ongelijk geeft, en wijst op inconsistent beleid;

 overwegende dat:

  • lokale gemeenschappen bijzonder gebaat zijn bij duurzame initiatieven op het terrein van veehouderij en stad en platteland zo makkelijker met elkaar in verbinding blijven;
  • kleinere veehouders recht hebben op een heldere, consistente en consequente houding van de overheid, zeker ook op terrein van milieubeleid;
  • het niet acceptabel is dat onze kleinere veehouders die binnen alle milieunormen werken door de expansiedrift van collega-veehouders onevenredig hard getroffen gaan worden door aanvullende regelgeving vanuit Den Haag;
  • tot op heden heeft Den Haag geen heldere besluiten genomen die deze onwenselijke inconsistentie voor deze doelgroep voldoende wegneemt;
  • de staatssecretaris in zijn reactie van 12 mei jl. op de uitspraak van de rechter ook aan de urgentie van de problematiek voor deze doelgroep voorbij lijkt te gaan en vooral inzet op tijd kopen voor juridisch getouwtrek;
  • het dus noodzakelijk is om vanuit de gemeenten de staatssecretaris op te roepen te stoppen met deze onevenwichtige uitwerking van het mestbeleid die leidt tot een verarming van onze landbouwgebieden en ze hierdoor toeristisch minder aantrekkelijk maken;

verzoekt het college:

  • dit standpunt actief onder de aandacht te brengen bij beslissers in Den Haag zoals Eerste Kamer, Tweede Kamer en regering, dagelijks bestuur en volksvertegenwoordiging van lokale overheden zoals de andere Twentse gemeenten en de provincie Overijssel en samen met deze lokale overheden op te trekken;
  • terug te rapporteren aan de raad over de reacties en uitkomsten op belangrijke momenten zoals bijvoorbeeld de behandeling van de wet in de Kamers en de raad te adviseren over verdere benodigde acties.

En gaat over tot de orde van de dag.


Vragenronde
De heer SCHEPPINK vraagt wat de urgentie is om deze motie vandaag in te dienen. Verder vraagt hij wat de uitspraak van de rechter van 4 mei jl. behelst.

De heer NIJKAMP vraagt wat precies de argumentatie is van de heer Klein Velderman om voor deze relatief beperkte doelgroep deze motie aan de orde te stellen in deze raad.

De heer BERKHOFF wijst op de vierde bullet, waar staat: “als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving omtrent fosfaatproductie de nieuwe mestwetgeving de dupe dreigen te worden van de schaalvergroting van de grotere veehouderijen”. Hij vraagt hoe de mestwetgeving ergens de dupe van kan worden.
Voorts vraagt spreker welke zeldzame runderrassen zich bevinden in Rijssen-Holten.
In het verzoek staat dat het college de raad rapporteert over de reacties en uitkomsten op belangrijke momenten in de Kamers. Hij vraagt op welke wijze het college dat moet doen. 

De heer MULLER vraagt waarom de heer Klein Velderman pas gisteren de motie heeft aangekondigd over deze zeer complexe fosfaat- en mestregels.
De motie gaat over de doelgroep kleine veehouders in Rijssen-Holten. Spreker vraagt een toelichting op zaken als: bedrijfsgrootte, bedrijfseconomische activiteiten, aantal bedrijven en soorten vee. Dat is van belang als gesproken wordt over mest- en fosfaatregelgeving.
De rechter heeft onlangs zes groepen bezwaarmakers in het gelijkgesteld. PvdA-staatssecretaris Van Dam heeft in een spoedprocedure hoger beroep ingesteld. Spreker vraagt waarom de heer Klein Velderman dat ‘een tijdkoop-truc’ noemt.
Spreker vraagt welk effect de heer Klein Velderman verwacht van een raadsstandpunt in een zaak die door de Hoge Raad behandeld gaat worden.
Er is een commissie “knelgevallen fosfaatrechten” ingesteld, die groepen bedrijven adviseert die disproportioneel geraakt worden door de nieuwe regelgeving en voorstellen doet op het gebied van compensatie en aanpassingen op individueel bedrijfsniveau. Spreker vraagt of de heer Klein Velderman bekend is met het bestaan van deze commissie en haar taken en waarom deze commissie niet wordt ingeschakeld.
Reducties voor de ene doelgroep leiden tot meer belasting voor andere groepen, omdat de totale doelstelling ongewijzigd blijft. Spreker vraagt of de heer Klein Velderman weet wat dat gaat betekenen voor de andere veehouders in de gemeente. 

De heer NOORDAM vraagt wat de definitie is van een “kleinere veehouder” en om hoeveel veehouders het gaat in de gemeente Rijssen-Holten. Daarnaast vraagt hij zich af wat er mis is met de intensieve veehouderij.
Het gaat om een sympathieke motie, die zorgen uitspreekt richting Den Haag. De vraag is echter of de raad van Rijssen-Holten dat moet doen. Een terminologie als “het lokaal toejuichen van zeldzame runderrassen” past niet bij de VVD.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het niet zijn insteek is alle inhoudelijke vragen te beantwoorden vanavond.

De heer MULLER vraagt bij interruptie of het dan de bedoeling is dat de raad een motie aanneemt, terwijl niet duidelijk is waar deze precies over gaat om deze vervolgens naar Den Haag te sturen.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat duidelijk moet zijn wat de raad hier behandelt. Het is een technisch onderwerp, waarover veel technische vragen gesteld kunnen worden, maar het is de vraag of er een toelichting gegeven moet worden op alle runderrassen.

De heer MULLER interrumpeert en zegt dat de vraag over de rassen functioneel is in de discussie. Als het gaat om koeien die geen melk produceren, wil spreker weten of deze helemaal buiten de fosfaatregeling vallen.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat dit onderwerp mogelijk inhoudelijk in de commissie kan worden behandeld.
Kleinere veehouders bedrijven extensieve veehouderij, zij laten hun koeien in de wei lopen, waardoor de belasting voor het milieu binnen de norm blijft. Bij intensieve veehouderij staan de koeien op stal en produceren zoveel mest dat zij ver buiten die norm komen. De kleinere veehouders moeten echter in de nieuwe regeling boeten voor de intensieve veehouderij. De oproep in de motie is de kleinere veehouders te ontzien, omdat zij op deze manier hun bedrijf niet kunnen voortzetten.

De heer BERKHOFF stelt als voorstel van orde voor het onderwerp te agenderen voor de commissie.
De heer NIJKAMP stelt dat hij het niet eens is met het verzoek van de heer Berkhoff.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt op de vraag wat er mis is met de intensieve veehouderij, dat er veel te veel mest wordt geproduceerd en dat daaraan iets gedaan moet worden.
Op de vraag over hoeveel kleinere veehouders het gaat, zegt spreker dat het niet sec gaat om veehouders in de gemeente Rijssen-Holten. In de procedure bij de rechter hebben 52 bedrijven bezwaar aangetekend tegen de nieuwe regeling en van de rechter te horen gekregen dat het inconsistent beleid betreft. De staatssecretaris heeft daartegen hoger beroep aangetekend, wat volgens D66 is gedaan om tijd te rekken.

De heer MULLER zegt bij interruptie dat de zes groepen veehouders – biologische boeren en een aantal boeren dat voldeed aan bepaalde eisen ‑ hun zaak hebben gewonnen. Dat geldt ook voor de groep waarover de heer Klein Velderman spreekt: als die groep aan de normen voldoen, is het geregeld.
Spreker vraagt een reactie op zijn woorden over de knelpuntencommissie. Deze commissie is in het leven geroepen om zowel incidentele gevallen als groepen ondernemers, die disproportioneel getroffen worden, bij te staan
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de rechter uitspraak heeft gedaan. De staatssecretaris is in Hoger Beroep gegaan, waardoor er niets is geregeld en de zaak nog onder de rechter ligt. Er zijn commissies, waarmee deze veehouders hebben gesproken. Zij worden echter niet gehoord en met hun bezwaren wordt niets gedaan.
Spreker weet niet om hoeveel bedrijven het gaat.

De heer NOORDAM zegt dat een zelfde motie mogelijk wordt ingediend in alle Nederlandse gemeenten met een D66-fractie. Hij vindt dat de raad van Rijssen-Holten zelf moet kunnen beoordelen al dan niet mee te werken aan de motie. Er ontstaat nu echter een discussie die spreker eigenlijk niet wil voeren. Hij wijst hierbij op de woorden van de heer Klein Velderman, die in het geheel niet weet om hoeveel bedrijven het gaat in Rijssen-Holten.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het gaat om een Nederlandse regeling, waarvan deze veehouders de dupe worden. D66 wil voor hen opkomen en over de grenzen van Rijssen-Holten heenkijken.

De heer NOORDAM concludeert dat het voor D66 gaat om Nederlandse bedrijven en niet om bedrijven in Rijssen-Holten. Als dat de insteek is van de motie, dan is dat duidelijk.
De heer KLEIN VELDERMAN beaamt de woorden van de heer Noordam.
Het is aan het college hoe hierover aan de raad gerapporteerd wordt. Mogelijk kan dat gezamenlijk gedaan worden met colleges van andere gemeenten

De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat de heer Klein Velderman een oproep moet doen naar het college van Rijssen-Holten over de wijze van rapporteren.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat hij vertrouwt op het functioneren van dit college. Als het college dat noodzakelijk acht, wordt gerapporteerd aan de raad. Het college wordt niet opgedragen zaken te regelen. Dat is aan de regering. Het enige wat de motie vraagt, is aandacht voor de kleinere veehouders, zodat zij kunnen blijven bestaan.

Eerste termijn
De heer SCHEPPNK zegt dat de motie een serieus probleem aanroert, maar het betreft landelijke politiek en besluitvorming. Als de raad hierover toch een standpunt inneemt, dan moet zij goed geïnformeerd zijn over de problematiek en de oplossingsrichtingen, bijvoorbeeld door LTO. Volgens spreker is er niet een directe noodzaak dit met een motie vreemd aan de orde van de dag te behandelen.
Uit de motie en de reactie van de heer Klein Velderman op de technische vragen, kwam naar voren dat de fractie van D66 met name een probleem heeft met de intensieve veehouderij. De SGP ondersteunt de motie niet, omdat zij de landbouw ziet als een serieuze marktsector. De fosfaatproblematiek is niet het probleem van de kleine veehouder, maar van de gehele landbouwsector. Oplossingen moeten gezocht worden in bijvoorbeeld meer fosfaatruimte en ruimere regelgeving bij verkoop van fosfaten buiten de familie en het mogelijk maken van een verschuiving tussen bijvoorbeeld de varkenssector en de pluimveesector.
Het gaat om landelijke en Europese problematiek, waarbij de staatssecretaris vooral op zijn handen zit. Deze problematiek terug-redeneren naar de hobbyboer en tegelijkertijd de intensieve veehouderij met nog grotere problemen opzadelen, is volgens de SGP niet de oplossing.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA zich heeft verdiept in deze zeer brede fosfatenproblematiek en hierover contacten heeft met LTO. Spreker refereert aan een verkiezingsavond die georganiseerd was door LTO en waar een aantal raadsleden aanwezig was alsmede een aantal adspirant-Kamerleden. Op die avond kwam de motie ter sprake over de weidegang die mede op initiatief van D66 is ingediend en is vastgesteld in de Tweede Kamer. Op die verkiezingsavond, toen er veel kritiek kwam van boeren, trokken D66-vertegenwoordigers zich ter plekke terug op dit punt. Spreker vindt dat ervoor gewaakt moet worden dat zoiets opnieuw gebeurt. Men moet over dit soort zaken spreken als met er verstand van heeft. Spreker adviseert de motie in te trekken. De motie is te beperkt, zeker voor het raadsniveau.

De heer BERKHOFF zegt dat het een moeilijk onderwerp betreft met veel verschillende aspecten, waarbij Europese en landelijke regelgeving door elkaar heenlopen. Dat kan niet met een dergelijke motie, vooral voor kleinere veehouders, opgelost worden. Het is een heel serieus onderwerp, waardoor de hele agrarische sector getroffen wordt en waarbij duidelijk is dat de nood hoog is. Het is echter niet aan de raad om een oplossing te zoeken. De raad stuurt in sommige gevallen, zoals bij het politiebureau, een brief of een motie aan de regering in Den Haag met het verzoek daarnaar te kijken. Het is niet zo dat de raad bij allerlei zaken aan Den Haag laat weten hoe het precies moet. Spreker adviseert de heer Klein Velderman de motie in te trekken. Het onderwerp is te serieus om dat even in de raad van Rijssen-Holten te behandelen.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang veel waarde hecht aan goed agrarisch beleid. Dat er problemen zijn in de sector, wordt bekend verondersteld. Mede naar aanleiding van vragen door Gemeentebelang heeft het college bericht dat in de conceptbegroting 2018 een gebiedsmakelaar wordt ingezet voor ondersteuning van agrarische bedrijven met problemen.
De problematiek in de doelgroep kleine veehouders en de juridische ontwikkelingen daarin zijn Gemeentebelang onvoldoende bekend. Ook de belangenorganisaties hebben daarover geen duidelijke signalen afgegeven. Dat is geheel anders dan het geval is bij de varkenssector.
Binnen de doelgroep moet goed in zicht zijn welke bedrijven problemen hebben, want de niet-melkleverende bedrijven en veel biologische bedrijven zijn vrijgesteld van allerlei plichten en lasten. Belangrijk is daarnaast de groei van het aantal koeien vanaf 2015. De vraag is of dat een relevant aspect is bij deze doelgroep.
Als er problemen zijn waar de gemeente oplossend kan meewerken, dan staat Gemeentebelang, even als de andere fracties, daarvoor open. Waarschijnlijk kan de gebiedsmakelaar daarbij betrokken worden. Er moet echter opgepast worden voor het verschuiven van de problematiek tussen de bedrijven. Doelstellingen zijn namelijk landelijk en totaal bepaald. Het gaat om landelijke politieke keuzes. Blijkbaar ligt er wel een rol voor de commissie “knelgevallen fosfaatrechten”. Gemeentebelang hecht aan een duidelijke agenda omtrent dit onderwerp met als startpunt een notitie over de problematiek met objectieve informatie over de situatie in Rijssen-Holten. Spreker adviseert de heer Klein Velderman daarvoor te zorgen met feiten, niet-suggestief en met kennis van zaken. Dan kunnen belanghebbenden en fracties zich op dit serieuze onderwerp voorbereiden, wordt de raad serieus behandeld en wordt er niet een motie ‘over de schutting’ gegooid, waar de raad niet mee uit de voeten kan. Gemeentebelang steunt de motie niet. Mogelijk kan de heer Klein Velderman het onderwerp te zijner tijd als professional agenderen.

De heer NOORDAM zegt dat de raad de motie niet kan overzien, al is anderzijds de vraag waarom de raad tegen de motie zou stemmen, omdat Rijssen-Holten als plattelandsgemeente een signaalfunctie heeft. Het is echter niet bekend om hoeveel bedrijven het gaat. Spreker adviseert de heer Klein Velderman het onderwerp op een andere manier aan de orde te stellen in de gemeente. Als de heer Klein Velderman de raad, die zijn motie best serieus wil nemen als daarover op een andere wijze gepraat kan worden, serieus neemt, is het advies van spreker de motie in te trekken.

De heer MEIJERINK zegt dat de problematiek vorige week in de Tweede Kamer aan de orde is geweest in een Kamerdebat. Het betreft een onderwerp waar de raad van Rijssen-Holten niet over gaat. Anderzijds voelt spreker mee met de zorgen die in de motie tot uiting wordt gebracht vanwege het grote mestprobleem. Het wordt als wrang ervaren, dat kleinschalige, grondgebonden boerenbedrijven moeten bijdragen aan een oplossing, terwijl zij niet hebben bijgedragen aan het probleem.

De heer NIJKAMP zegt bij interruptie dat in Rijssen-Holten de agrarische sector een belangrijke pijler is, waarvan bekend is dat de totale problematiek erg groot is. Daar kan niet een heel klein onderdeel uitgelicht worden.
De heer MEIJERINK zegt dat de problematiek inderdaad groot is. De dreiging die boven de markt hangt, is dat Europa de derogatie intrekt: de toestemming om meer mest te mogen uitrijden dan is toegestaan. Kamerbreed is gedeeld dat als die derogatie verdwijnt, dat het einde betekent van de veehouderij in Nederland. Een feit is dat kleine, grondgebonden bedrijven evenveel mest uitrijden als zij op basis van hun hoeveelheid grond kunnen en mogen doen. Zij hebben in feite niet bijgedragen aan het huidige mestprobleem. De PvdA vindt de motie sympathiek en zou deze kunnen ondersteun. Het onderwerp hoort echter niet thuis in de raad.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat fosfaatreductie een serieus probleem is voor de hele sector. Spreker voert hier liever niet de discussie over de constateringen en de overwegingen in de motie. Het is waarschijnlijk effectiever en verstandiger als de heer Klein Velderman samen met zijn collega Vic van Dijk contact opneemt met de Kamerfractie om daar een oproep te doen. Wellicht kunnen ook andere fracties rechtstreeks hun lijnen te benutten.
In voorliggende motie wordt het college opgeroepen met allerlei partijen in contact te treden. Spreker steekt zijn energie en tijd echter liever in die zaken, waarvoor de gemeente zelf aan zet is, waaronder het nieuwe omgevingsplan, waarbij ook gekeken wordt naar de problematiek in deze sector.

Tweede termijn
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de wethouder zegt dat dit geen onderwerp voor de gemeente is, hoewel het college wel gehoor geeft aan de motie over het politiebureau, wat ook een landelijke zaak is.
Spreker vindt het goed dat over dit onderwerp een discussie wordt gevoerd. Hij wil opkomen voor de kleinere veehouders, maar het gaat er niet om de hele mestproblematiek of de intensieve veehouderij te bespreken. Het gaat slechts om een kleine groep, die niet wordt vertegenwoordigd door belangenorganisaties. Deze groep heeft lokale partijen en bestuurders benaderd.

De heer NOORDAM zegt dat het volgens de heer Klein Velderman niet gaat over de intensieve veehouderij. De motie begint hier echter wel mee in de eerste overweging: “door de explosieve schaalvergroting van de intensieve veehouderij de kleinere veehouders in de knel dreigen te komen door nieuwe regelgeving m.b.t. fosfaatuitstoot en mestwetgeving”.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de insteek van de motie is: dat sommige bedrijven te hard rijden en bekeurd worden en dat bedrijven die zich houden aan de norm ook bekeurd worden. Daar gaat Europa niet over, maar het is een invulling van de regering. De regering houdt te weinig rekening met kleinere veehouderijen. Dat is waar de oproep in de motie op doelt.

De heer BERKHOFF zegt dat de reacties vanuit de raad duidelijk maken dat de problematiek wordt onderkend door alle partijen en dat zij zich hierover allen zorgen maken. Voorts zeggen zij dat deze problematiek thuishoort in Den Haag en niet in deze gemeenteraad. Spreker vraagt of de heer Klein Velderman wil overwegen de motie in te trekken.
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de wethouder aangaf dat hij veel tijd in het onderwerp moest stoppen. Spreker roept hem echter op samen te werken met andere gemeenteraden om gezamenlijk richting Den Haag te kunnen spreken.
Spreker proeft dat diverse fracties de motie sympathiek vinden. Rijssen-Holten kan niet voorschrijven wat er in Den Haag moet gebeuren. In de motie wordt aandacht gevraagd voor de kleinere veehouder. Het is aan de regering met een oplossing te komen. Spreker trekt de motie niet in.

De heer SCHEPPINK zegt dat de SGP niet alleen opkomt voor de kleinere veehouders die met deze fosfaatproblematiek te maken hebben, maar voor de gehele sector. In Den Haag is men goed op de hoogte van de problematiek. Spreker heeft het volste vertrouwen in de SGP-landbouwwoordvoerder in de Eerste en de Tweede Kamer. Daar heeft hij geen motie voor nodig.

De heer BERKHOFF zegt dat de problematiek alle aandacht heeft van de ChristenUnie, ook van de fractieleden in de Eerste en Tweede Kamer. Daar is deze motie niet voor nodig. De motie gaat veel verder dan alleen de kleine hobbyboeren, waar D66 zich het lot van aantrekt. Deze zaak is veel gecompliceerder dan in de motie staat. De ChristenUnie steunt de motie niet.

De heer NIJKAMP zegt dat het CDA de motie niet ondersteunt. Het gaat om een onderdeel van een totaalprobleem dat op rijksniveau ligt en dat vanuit die optiek benaderd moet worden. De weg die partijen moeten bewandelen, is gebruik te maken van de ingangen bij de politieke partijen in Den Haag.

De heer NOORDAM zegt dat de zaak veel complexer is dan in de motie staat. Het is onduidelijk waar de raad ja of nee tegen zegt. De gedachte achter de motie is echter sympathiek.

De heer MEIJERINK zegt dat de gedachte achter de motie sympathiek is. De raad gaat echter niet over deze zaak. Het onderwerp is hier nu ter sprake gebracht en er is aandacht voor. Spreker kan zich voorstellen dat de heer Klein Velderman zijn motie intrekt.

De heer MULLER zegt dat hij zich aansluit bij de vorige sprekers.

Wethouder CORNELSSEN zegt dat de heer Klein Velderman de motie heeft ingediend uit sympathie voor de kleine veehouder. Spreker sluit zich echter aan bij de woorden van de heer Scheppink. Het college gaat het liefst in gesprek met de sector en zal niet nalaten de sector waar nodig te ondersteunen. De problematiek die in de motie wordt geschetst, is een zaak voor de Europese Unie en voor Den Haag. Spreker wil graag aan de slag met LTO om te kijken wat er op gemeentelijk niveau gedaan kan worden als ondersteuning van de sector.

De VOORZITTER brengt de motie in stemming. De motie wordt verworpen met 23 stemmen tegen (SGP, CDA, GB, VVD Lokaal, PvdA, CU) en 1 stem voor (D66).

23 Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.05 uur.

De voorzitter spreekt het ambtsgebed uit.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van Rijssen-Holten op 13 juli 2017

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous