Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Raad 4 juni 2015 (19:30 uur)

Datum: 04-06-2015Tijd: 19:30 - 20:15Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: A.C. HoflandGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: G.B. Aanstoot-StamGenodigden: AanwezigNaamSGPA.J....

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Raad 4 juni 2015 (19:30 uur)

Datum: 04-06-2015
Tijd: 19:30 - 20:15
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.C. Hofland
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist: G.B. Aanstoot-Stam
Genodigden:
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, dr. E.G. Bosma, dr. J. Noeverman, G. Kreijkes, ir. A.S. Haase, J.W. Reterink en R. Jansen
CDAdrs. I. Kahraman, F.J. Wessels, G.D. ten Berge, H. Kreijkes RA CISA en H.J. Nijkamp
ChristenUnieJ. Berkhoff, J. van Veldhuizen, mr. W.L. Riezebos-Tessemaker en N.J. Otten
GemeentebelangW.J.M. Muller en J. Kuiper-Ruitenberg
PvdAR.W. Meijerink en S. Kök
VVDF.W. Noordam en E.J.W. Deijk
Lokaal LiberaalR.A. de Koe
D66ir. H. Klein Velderman
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, R.J. Cornelissen, B.D. Tijhof
Pers1
Publiek27

1. Opening
De VOORZITTER opent de vergadering met het ambtsgebed en heet daarna allen welkom bij de raadsvergadering.
Als beginnummer voor hoofdelijke stemming wordt getrokken nr. 23, de heer Scheppink.
Bericht van verhindering is ontvangen van de heer Beunk. Spreker feliciteert de heer Muller, die vandaag jarig is.
Hij memoreert de onlangs gehouden herdenking en viering van de 70-jarige bevrijding en bedankt de organiserende comités en alle vrijwilligers voor het vele werk dat daarvoor is verricht.

2. Spreekrecht burgers 
Er hebben zich geen insprekers gemeld.

3. Vaststellen agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

4. Vragenuur
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat het college op 26 januari 2015 heeft besloten een 165 jaar oude eik aan de Houtweg in Holten te kappen. Hij heeft geconstateerd dat de omwonenden niet bij dit besluit zijn betrokken. De boom is gezichtsbepalend. Huizen en infrastructuur zijn zo gesitueerd dat de boom in het ontwerp van de wijk paste en nog steeds past. Na 45 jaar echter is de toegang tot twee woningen aan de Houtweg door worteldruk beperkt. Hiervoor zijn twee oplossingen zonder de boom de hoeven kappen. Hierover is omstreeks 2006 al een besluit genomen, dat echter niet is uitgevoerd.

De bewoners hebben bezwaar gemaakt en zijn gehoord door de bezwarencommissie. Deze commissie heeft in de ogen van D66 fouten gemaakt en een onjuiste conclusie getrokken. D66 vraagt het college:



  • het besluit tot kap op te schorten, met de bewoners in gesprek te gaan en de alternatieven, zoals een tweede toegang of een verbrede weg, te onderzoeken en hiervan verslag te doen aan de bewoners en de raad;
  • de conclusie van de bezwarencommissie te negeren en onder de loep te nemen, en daarbij vooral aandacht te besteden aan termen als boomwaarderingssysteem en boombeoordelingssysteem; deze termen worden in het verslag door elkaar gehaald;
  • een bomenbeleidsplan uit te werken, waarin aandacht wordt besteed aan bestaande bomen, kapbeleid, onderhoud en soortkeuze, en dit voor te leggen aan de raad. 

Wethouder AANSTOOT zegt dat het college zeer zorgvuldig omgaat met aanvragen voor het kappen van bomen. Er is een bomenplan, dat inzicht geeft in waardevolle bomen binnen de bebouwde kom. Als er een kapvergunning wordt aangevraagd voor deze bomen, waaronder ook de boom valt die de heer Klein Velderman noemt, dan wordt het boombeoordelingssysteem gehanteerd. Na het afwegen van de belangen, wordt uiteindelijk een conclusie getrokken. Het college heeft wat dat betreft voldoende instrumenten om een goede afweging te maken.
De betreffende kapvergunning is onder mandaat verleend, waarna er bezwaren zijn ontvangen van zowel voor- als tegenstanders van de kap van de boom. De bezwarencommissie heeft deze bezwaren zorgvuldig afgewogen. Dinsdag 9 juni 2015 wordt hierover in het college een voorstel behandeld, waarna er een definitief besluit wordt genomen.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat een bomenbeleidsplan iets anders is dan een bomenbeoordelingsplan of bomenwaarderingsplan. D66 wil graag zaken kapbeleid, onderhoud en soortkeuze goed geregeld hebben. Het college neemt dinsdag een besluit. Spreker vraagt of er daaraan voorafgaand nog een gesprek wordt gevoerd met omwonenden.

Wethouder AANSTOOT zegt dat 8 juni 2015 een gesprek is gepland met bewoners om de procedure en de mogelijkheden en onmogelijkheden te bespreken.

5. Notulen en besluitenlijst van de raad van 30 april 2015
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de notulen en de besluitenlijst vast.

6. Actiepuntenlijst
De BURGEMEESTER stelt voor de punten 4 en 9 af te voeren van de lijst. Beide punten staan geagendeerd voor de raadsvergadering c.q. de commissievergadering.

Zonder verdere bespreking neemt de raad kennis van de actiepuntenlijst. 

7. Ingekomen stukken – mededelingen
Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de afdoening van de ingekomen stukken overeenkomstig het voorstel vast

8. Raadsvoorstel vaststelling re-integratieverordening Participatiewet (Tijhof)
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

9. Raadsvoorstel Visienota jeugd- en jongerenwerk (Tijhof)
SGP, CDA, ChristenUnie, Gemeentebelang en Lokaal Liberaal dienen een motie in: Raadsvoorstel Visienota jeugd- en jongerenwerk. De heer TEN BERGE licht de motie toe.

 Overwegende dat:

  • in de commissie MDV insprekers hun visie op de Visienota hebben gegeven;
  • tijdens deze commissievergadering diverse kritische aandachtspunten zijn benoemd;

spreekt uit:

1. de aangeboden visie Jeugd- en Jongerenwerk terug te verwijzen naar het college; en

2. het college te verzoeken de visie te wijzigen, rekening houdende houden met de volgende kaders:

  • het jeugd- en jongerenwerk is een laagdrempelige voorziening voor alle jongeren;
  • het jeugd- en jongerenwerk (h)erkent tijdig problemen die spelen in de leefomgeving van een jongere. Waar mogelijk speelt het jeugd- en jongerenwerk in op deze (potentiële) problemen en probeert ze dit te ondervangen. Daar waar nodig, verwijst het jeugd- en jongerenwerk door naar de juiste instantie;
  • het jeugd- en jongerenwerk bevordert participatie, is er voor vorming en ontwikkeling, biedt educatie en voorlichting en versterkt de sociale binding met de omgeving. Ontmoeting is hiervoor onmisbaar;
  • er is beleidsmatig geen scheiding tussen vrijwillig en professioneel jeugd- en jongerenwerk. Vrijwilligers en professionals versterken elkaar, ze werken complementair;
  • professionals worden primair ingezet ten behoeve van kwetsbare jongeren, die extra aandacht nodig hebben of met zware problematiek kampen;
  • professionals in het veld van jeugd- en jongerenwerk werken samen vanuit hun eigen organisaties. Samen hanteren ze één taal/methodiek en registratie;
  • de inzet door professionals in het jeugd- en jongerenwerk wordt gepleegd daar waar behoefte is. Deze inzet beweegt mee met de dynamiek en problematiek onder jeugdigen. Organisaties met professionals maken hierover onderling afspraken en betrekken hierin ook de organisaties die zonder professionals werken. Zo ontstaat een effectief samenwerkingsverband. De gemeente en organisaties maken hierover prestatieafspraken;
  • er is ruimte voor eigenheid en eigen identiteit binnen het jeugd- en jongerenwerk. Pluriformiteit waar behoefte aan is onder jongeren, gaat boven uniformiteit van organisaties;
  • een organisatie kan zijn identiteit ontlenen aan een bepaalde stroming, maar activiteiten gericht op religieuze vorming en het versterken van de culturele of ideologische identiteit worden niet gesubsidieerd binnen het programma voor jeugd- en jongerenwerk;
  • de gemeente en de organisaties in het jeugd- en jongerenwerk leggen afspraken over in ieder geval doelstellingen, kwaliteitseisen en financiën vast in budgetovereenkomsten. Een vorm van jeugdledensubsidie ten behoeve van de algemene basisvoorziening wordt verkend;
  • de gemeente is niet verantwoordelijk is voor de continuïteit van organisaties in het jeugd- en jongerenwerk en streeft naar draagvlak voor beleid onder organisaties.

De BURGEMEESTER zegt de motie te beschouwen als een voorstel van orde, gezien het eerste beslispunt om de aangeboden visie terug te verwijzen naar het college. Als de motie wordt aangenomen, wordt de visienota nu niet verder behandeld.

De heer TER KEURST zegt dat hij graag wil weten of de indieners van de motie alles bij het oude willen laten. Volgens spreker beoogt de Jeugdwet iets anders.

De heer NOORDAM zegt dat volgens de VVD de basis voor het indienen van de motie een aantal onduidelijkheden in de visienota is, maar dat het vreemd is dat eerdere nota’s of visies die ook onduidelijkheden bevatten en ook uitvoerig bediscussieerd zijn, geen reden waren voor de huidige indieners om voorstellen te blokkeren. Spreker vraagt zich af waarom in dit geval de coalitie weigert de wethouder de ruimte te geven om te kunnen starten.
Wat de VVD betreft is de motie overbodig en belerend. De visienota laat in de uitwerking veel zaken open, maar bevat, zoals ook door de SGP in de commissie is gezegd, veel positieve punten. Gemeentebelang heeft in de commissievergadering gezegd dat zij ontzettend veel waardering heeft voor de visienota en dat zij deze van harte onderstreept.
De VVD vindt het positief dat alle partijen bij het opstellen van de visienota zijn betrokken. Zij stelt zich op het standpunt dat de visienota, gezien de woelige tijd van decentralisaties, over twee jaar een revisie moet ondergaan, die met de kennis van dat moment een meer convergerende richting geeft.
De VVD hecht eraan uit te spreken de beantwoording van de wethouder in de commissievergadering zeer serieus te nemen. Zij heeft voldoende vertrouwen dat de wethouder zorgvuldig te werk gaat bij de implementatie van de visienota. Wat de VVD betreft ademt de motie dat vertrouwen niet uit. De VVD spreekt dat vertrouwen in de wethouder wél uit.

 

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang in de commissie een positief oordeel gaf over de visienota en duidelijk maakte dat het belangrijk is dat professionele krachten optimaal worden ingezet, dat professionele jongerenwerkers niet solistisch werken, dat jeugd- en jongerenwerk voor alle jongeren aanwezig is, gelijkwaardig toegankelijk is, enzovoort. Bij de commissiebehandeling bleek er ruis te zijn over “één organisatie” en over de relatie tussen recreatief en specifiek. Die ruis beïnvloedt het einddoel: preventie, vroegsignalering en eventuele verwijzing. De insprekers in de commissie spraken vanuit verschillende invalshoeken, maar deelden het aspect: echte samenwerking is wél mogelijk. In de gestructureerde samenwerking van professionals kan het antwoord op “één organisatie” gevonden worden; niet vrijblijvend, want over de resultaten worden vooraf afspraken gemaakt. Om de ruis uit het voorstel weg te nemen en te blijven focussen op het te bereiken doel, heeft Gemeentebelang meegewerkt aan de motie. Het gaat niet om de route, maar om het te bereiken doel. De ambitie is een verbeteringsslag en een aanpassing aan nieuwe tijden met behoud van het goede dat al aanwezig is. Gemeentebelang steunt de motie.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 het jammer vindt dat de discussie over de visienota nu in twee delen uiteen wordt getrokken. D66 is nog steeds van mening dat de wethouder op de goede weg is en een eerste stap zet in de goede richting. Het oordeel van D66 over de motie is dat er een stap teruggezet wordt. Zij is van mening dat met de wethouder gesproken moet worden over de manier waarop de visienota verder aangepast kan worden. De visienota hoeft wat D66 betreft niet teruggestuurd te worden naar het college. D66 steunt de wethouder.

De heer TEN BERGE gaat in op de vraag van de heer Ter Keurst en zegt dat de Jeugdwet niet verplicht dat jeugd- en jongerenwerk op een andere wijze lokaal georganiseerd moet worden. Wel moet gekeken worden wat de Jeugdwet betekent voor de lokale infrastructuur en hoe lokale zorg, preventie en dergelijke georganiseerd worden. De kaders die de motie aan het college meegeeft en verder uitgewerkt moeten worden in de visienota, geven voldoende ruimte om het jeugd- en jongerenwerk in Rijssen-Holten met behoud van het goede op een moderne manier te organiseren, passend bij de kaders van de Jeugdwet. Spreker spreekt zijn vertrouwen uit dat de wethouder dat op een heel goede manier zal doen.

Wethouder TIJHOF zegt dat in de commissie is geluisterd naar de woorden van de insprekers en de reacties, de kritische kanttekeningen en zorgpunten vanuit de fracties. In de beantwoording in de commissie heeft het college duidelijk gemaakt hoe de uitwerking van de visienota vormgegeven wordt. Het college staat een effectiever en efficiënter jeugd- en jongerenwerk voor, rekening houdend met preventie en vroegsignalering, waar de Jeugdwet om vraagt. De regierol van de gemeente is daarbij heel belangrijk. De gemeente wil sturen op efficiency en doelmatigheid, ook in de samenwerking en bij het vaststellen van de prioriteiten. Deze aspecten komen niet duidelijk naar voren in de motie. Spreker vraagt de indieners daarmee rekening te houden, voordat hij een positief advies uitspreekt over de motie.

Tweede termijn
De heer TER KEURST zegt dat hij had verwacht dat de wethouder met verve en vuur zijn visienota had verdedigd en had geadviseerd de motie in te trekken.
De PvdA is het niet eens met de indieners van de motie en is van mening dat er een goede nota voorligt. De visienota sluit goed aan bij de verantwoordelijkheden die de gemeente heeft gekregen met de nieuwe Jeugdwet. De beleidsscheiding tussen specifiek en recreatief jeugd- en jongerenwerk past uitstekend bij de nieuwe werkelijkheid. De PvdA vindt het logisch dat één goed uitgeruste organisatie specifiek jeugd- en jongerenwerk uitvoert, gezien de complexiteit binnen deze gemeente. Dat deze ene organisatie het recreatief jeugd- en jongerenwerk ondersteunt is wat de PvdA betreft vanzelfsprekend. Dat meerdere organisaties subsidie voor jeugd- en jongerenwerk kunnen krijgen, is gezien de situatie in deze gemeente en gezien de historie, eveneens vanzelfsprekend. De PvdA staat van harte achter de visienota en steunt op basis daarvan het college. Zij is het totaal niet eens met de door de coalitiepartijen ingediende motie, die in feite alles bij het oude wil laten en geen oog lijkt te hebben voor de nieuwe werkelijkheid. De PvdA verzoekt het college alsnog met verve duidelijk te maken dat er een goed plan voorligt.


De heer NOORDAM zegt naar aanleiding van de woorden van de heer Muller dat in de commissie inderdaad de ruis is besproken, waarop de wethouder heeft gezegd dat het soms een zoektocht was naar de juiste bewoordingen en interpretaties van zaken. Spreker ervaart de eerste woorden van de heer Muller als een soort excuus voor de ondertekening van de motie. De VVD heeft er vertrouwen in dat de wethouder met de visienota met verve aan de slag gaat en deze tot een succes maakt. Het is onbegrijpelijk dat deze coalitie de wethouder niet die ruimte geeft, maar in een belerend stuk zegt welke voorwaarden opgenomen moeten worden. Dat past wat spreker betreft niet in de cultuur van dit huis. Hij vindt het een gênante vertoning.

De heer MULLER zegt dat hij met zijn woorden heeft toegelicht wat voor Gemeentebelang van belang is als einddoel en wat de meest haalbare weg daarnaar toe is. Spreker is in deze situatie liever betrokken bij die zoektocht naar het einddoel dan dat er een verstoring ontstaat en er beren op de weg geconstateerd worden. Het is geen excuus, maar een bewuste keuze van de fractie in de discussie over het te bereiken einddoel voor het jeugd- en jongerenwerk.

De heer TEN BERGE zegt in reactie op de woorden van de wethouder dat ook voor het CDA efficiency en doelmatigheid een vanzelfsprekendheid is, zoals dat altijd het geval is bij besteding van publieke middelen. Dat wil niet zeggen dat organisaties et cetera opgeschaald moeten worden en dat alles zomaar bij elkaar gebracht moet worden. In deze situatie is met name de doelmatigheid van belang, om alle jongeren die kampen met problemen te kunnen bereiken op een plek waar zij zich thuis voelen. Efficiency en doelmatigheid kunnen wat spreker betreft heel goed meegenomen worden in de verdere uitwerking of bij het opnieuw opstellen van de visienota.
In het duale systeem kan de raad zijn eigen afwegingen maken en afwijken van wat het college wil.

Wethouder TIJHOF zegt dat hij blij is met de steun die uitgesproken is door de VVD, PvdA en D66 voor de visienota.
Bij het lezen van het raadsvoorstel en de visienota blijken er veel overlappingen te zijn, al zijn deze soms iets anders omschreven. De heer Muller sprak over een aantal aspecten, waarover veel discussie was in de commissie.
De gemeente wil graag voldoende regie hebben om te sturen op het jeugd- en jongerenwerk, met name door de inzet van professionals. De budgetsubsidies zijn hierin een goed sturingsmechanisme, waarbij aan het begin goede afspraken vastgelegd worden over de doelstellingen. Het jeugd- en jongerenwerk is echter een erg belangrijk aspect, waarbij er veel kan gebeuren in een jaar en waarin de gemeente wil kunnen bijsturen. De gemeente kan het zich niet veroorloven dat als er ergens iets misgaat, zij dan moet reageren met de woorden dat er nu eenmaal budgetcontracten zijn afgesloten en dat pas na een periode van een jaar wordt bekeken hoe het functioneert. Spreker hoopt dat de indieners van de motie het college die ruimte geven.

De heer NOEVERMAN zegt bij interruptie dat de wethouder lijkt te suggereren dat de gemeente, door het naar zich toetrekken van de regierol, beter in staat is het jeugd- en jongerenwerk te organiseren dan de organisaties zelf. Spreker vraagt daarom of de wethouder voldoende vertrouwen heeft in de jongerenorganisaties bij het maken van budget- en prestatieafspraken.

Wethouder TIJHOF zegt dat het belangrijk is samen met de organisaties voor jeugd- en jongerenwerk op te trekken en samen afspraken te maken. Het college vindt dat de gemeente niet mag ontbreken in die samenwerking.

De heer TEN BERGE zegt bij interruptie dat de indieners van de motie stellen dat de gemeente en de organisaties rondom de samenwerking prestatieafspraken moeten maken. Dat is ‘een stok om mee te slaan’ als het misgaat. Voorts kunnen er in de budgetovereenkomsten afspraken gemaakt worden over bijsturing als er tussentijds iets niet goed gaat.

De heer TER KEURST vraagt bij interruptie of het college de motie overneemt of afraadt.

Wethouder TIJHOF zegt dat in de budgetafspraken zaken goed afgesproken kunnen worden. Dat behoort deels tot de uitwerking. In de motie zitten veel aspecten die de visienota onderschrijven en die worden onderkend door het college.

Deze aspecten stonden grotendeels al in de oude nota, maar zullen waar mogelijk nadrukkelijker opgenomen worden in de hernieuwde versie. Het college neemt de motie over.

De BURGEMEESTER zegt dat er met de motie een voorstel van orde voorligt. Het is aan de raad te besluiten of het voorstel teruggaat naar het college. Voordat spreker de motie in stemming brengt, geeft hij gelegenheid tot het geven van stemverklaringen.

De heer TER KEURST zegt dat hij van de wethouder een vlammender betoog had verwacht bij het verdedigen van het voorstel. De PvdA blijft het voorliggende voorstel steunen en stemt tegen de motie.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 blij is met de voorliggende visienota en tegen de motie stemt. Zij had eveneens verwacht dat de wethouder de visienota vlammender zou verdedigen en niet de motie had overgenomen.

De heer MULLER zegt Gemeentebelang blij is met de belangrijke doelen die genoemd zijn in de motie. Als het college hard meewerkt aan het bereiken van de resultaten in een uitwerkingsprogramma, dan is Gemeentebelang daarover zeer content.

De BURGEMEESTER brengt de motie in stemming.
Voor de motie zijn de fracties van SGP, CDA, ChristenUnie, Gemeentebelang en Lokaal Liberaal. Tegen de motie zijn de fracties van VVD, PvdA en D66.
De motie is aanvaard. Daarmee is de visienota terugverwezen naar het college.

10. Raadsvoorstel Regionaal Risicoprofiel Twente, Beleidsplan 2016-2019 en Programmabegroting 2016 Veiligheidsregio Twente (Hofland)
De heer WESSELS zegt dat het CDA op 18 mei 2015 in de commissie haar zorgen heeft geuit over de manier waarop in het stuk wordt gesproken over vrijwilligers. Op diezelfde avond heeft burgemeester Schouten van Oldenzaal de volgende uitspraak gedaan tegenover Tubantia: ”Schouten beticht het bestuur van de Veiligheidsregio van onbehoorlijk bestuur”. Dat is opmerkelijk, want burgemeester Schouten zit zelf in dat bestuur en geeft aan dat er “wanbestuur en broddelwerk is geleverd”. Later nuanceerde hij zijn woorden en zei dat de Veiligheidsregio op zich goed functioneert, maar dat hij niet te spreken is over de beslissing van het bestuur over tot de grondslag voor de evaluatie van de nieuwe financiering; het nieuwe verdeelmodel valt voor Oldenzaal erg onvoordelig uit. In een interview met RTV Oost zegt burgemeester Schouten hierover: “Er is nog steeds geen ordentelijke grondslag”. In diverse artikelen wordt gesproken van het nemen van stappen door burgemeester Schouten en het starten van een procedure bij de provincie. Spreker vraagt de portefeuillehouder wat momenteel de stand van zaken is en hoe hij de samenwerking ervaart.

De heer JANSEN zegt dat de SGP het eens is met de punten die in de zienswijze van het college zijn opgenomen, al is deze wat spreker betreft erg summier opgesteld.

(De heer G. Kreijkes neemt het voorzitterschap over.)

De BURGEMEESTER zegt dat bij de start van de Veiligheidsregio is gekozen voor een bepaalde verdeelsystematiek: bedragen die de gemeenten op dat moment in hun begrotingen hadden opgenomen, werden overgemaakt naar de Veiligheidsregio. Daarbij is afgesproken na een paar jaar te bekijken of die systematiek nog rechtvaardig is en tegemoetkomt aan de gemaakte kosten in de Veiligheidsregio en of men wellicht tot een andere systematiek zou moeten komen. Die evaluatie heeft plaatsgevonden en er zijn diverse modellen de revue gepasseerd. Daarbij is bedacht dat bedragen in het Gemeentefonds te relateren zijn aan de openbare orde en veiligheid en niet langer uit te gaan van cijfers van jaren geleden. Bij doorrekening hiervan, blijkt dat voor sommige gemeenten forse verschuivingen op te leveren.
Deze gemeenten vragen daarom of dit nieuwe systeem, op basis van cijfers uit het Gemeentefonds, een fair systeem is. Voor Rijssen-Holten betekent het nieuwe systeem een verhoging van € 30.00 à € 35.000 per jaar.
Het bestuur van de Veiligheidsregio meent bij meerderheid dat de nieuwe verdeling een eerlijke verdeling is.

Het Gemeentefonds wordt nu en dan herijkt. Als er veranderingen zijn in het Gemeentefonds ten aanzien van de bijdrage aan de openbare orde en veiligheid, dan bewegen gemeenten mee in hun bijdrage aan de Veiligheidsregio.
Vier gemeenten hebben te maken met een vrij fors effect van het herverdelingssysteem. Het bestuur heeft daarom voorgesteld dit tot stand te laten komen in tranches van drie jaar. Die gemeenten kunnen zich daarmee niet verenigen en beroepen zich voor een deel op procedurele aspecten. Het bestuur vindt echter dat er zeer zorgvuldig met het systeem is omgegaan en dat er een ordentelijke en deugdelijke rapportage onder ligt.
Alle gemeenteraden kunnen nu hun zienswijzen indienen. De vier betrokken gemeenten zullen dat doen en laten weten dat zij het hiermee niet eens zijn. Op 29 juni 2015 komt het bestuur bijeen om hierover een besluit te nemen. Vervolgens staat het voor gemeentebesturen open een procedure aan te spannen bij Gedeputeerde Staten.
De sfeer en de setting in de Veiligheidsregio is goed. Alle veertien burgemeester zitten op één lijn en vinden dat zij een goede, herkenbare Veiligheidsregio hebben, waar adequaat hulp wordt geboden waarop men kan vertrouwen. Dat staat niet ter discussie. Over de financiële kan van het verhaal, de hoogte van de bijdragen van de individuele gemeenten, kan men zakelijk best eens van mening verschillen.

Tweede termijn
De heer MULLER zegt dat de bijdragen van de gemeenten gerelateerd zijn aan de gelden in het Gemeentefonds. Spreker vraagt of de € 40 miljoen als totaalbedrag vergelijkbaar is met het totaalbedrag dat beschikbaar komt uit het Gemeentefonds. 

De BURGEMEESTER zegt dat het een andere eenheid is. Bij de herijking van het Gemeentefonds krijgt Rijssen-Holten door de doorrekening voor openbare orde en veiligheid een belangrijke som meer, terwijl zij maar een relatief klein deel daarvan extra moet inleggen bij de Veiligheidsregio.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

(De burgemeester neemt het voorzitterschap over.)

11. Raadsvoorstel Aanvulling kadernota mbt Rood-voor-rood, VAB en KGO (Cornelissen)
Mevrouw DEIJK zegt dat de raad wordt gevraagd de aanvulling op de kadernota Landelijk Gebied vast te stellen. Deze aanvulling moet de kaders aangeven waarop verzoeken met betrekking tot de rood-voor-roodregeling en de invulling van de vrijkomende agrarische bedrijven kunnen worden beoordeeld en afgewogen. Voor de VVD is het belangrijk dat die kaders helder en eenduidig zijn. Vanuit die optiek heeft de VVD deze aanvulling gelezen en beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat er in de aanvulling een aantal tekstdelen staan die op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd of aan duidelijkheid te wensen overlaten. Het is dan een goed gebruik dat in de commissievergadering geprobeerd wordt overeenstemming te bereiken over de mogelijke interpretatieverschillen dan wel dat onduidelijkheden worden weggenomen.
Na de commissievergadering is door de VVD contact opgenomen met de verantwoordelijk wethouder. Zowel mondeling als schriftelijk zijn de punten die voor de VVD van belang waren van commentaar voorzien. Zij gaat ervan uit dat bij het vaststellen van de aanvulling op de kadernota de interpretaties zoals in het document dat de VVD heeft ontvangen leidend zijn en blijven.
Er is nog één punt waarover vanavond duidelijkheid moet worden verschaft. Dat betreft het tekstdeel op pagina 5 van de aanvulling op de kadernota Landelijk Gebied: “De volgende panden komen niet in aanmerking voor rood-voor-rood:

  • waardevolle karakteristieke of monumentale panden;
  • (bedrijfs)bebouwing welke minder dan 3 jaar in (agrarisch) gebruik is geweest;
  • (bedrijfs)bebouwing welke niet legaal is opgericht;
  • te slopen bebouwing welke niet gelegen is binnen de gemeente Rijssen-Holten.

 

 

Deze oppervlaktes mogen dus ook niet meegerekend worden bij de 850 m² te slopen bebouwing om in aanmerking te komen voor rood-voor-rood.” Spreekster vraagt of de wethouder wil toelichten hoe dit moet worden geïnterpreteerd.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de vraag van de VVD met name voortkomt uit de term “waardevol” bij het woord “karakteristiek”. Bij panden die niet voor rood-voor-rood in aanmerking komen, gaat het puur om de lijst van door de gemeente aangewezen karakteristieke panden. Er is geen onderscheid tussen wel of niet waardevol. Waardevol onderstreept panden die het college de moeite waard vond om op die lijst te zetten. Men kan het zo lezen dat niet voor rood-voor-rood in aanmerking komen: de karakteristieke en monumentale panden.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.

12. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering met het ambtsgebed.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van Rijssen-Holten op 2 juli 2015

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous