Gemeente Rijssen-Holten
Laden...

Gemeente Rijssen-Holten
Postbus 244
7460 AE
T: (0548) 85 48 54
E: gemeente@rijssen-holten.nl

Raad 7 november 2014

Datum: 07-11-2014Tijd: 10:00 - 17:00Zaal: RaadzaalOpenbaarheid: OpenbaarVoorzitter: A.C. HoflandGriffier: H.A.J. van de VliertNotulist: G.B. Aanstoot - Stam, E.J.H. Linssen - Nijland...

Zoekresultaten

Wordt geladen...

Raad 7 november 2014

Datum: 07-11-2014
Tijd: 10:00 - 17:00
Zaal: Raadzaal
Openbaarheid: Openbaar
Voorzitter: A.C. Hofland
Griffier: H.A.J. van de Vliert
Notulist: G.B. Aanstoot - Stam, E.J.H. Linssen - Nijland
AanwezigNaam
SGPA.J. Scheppink, G. Kreijkes, J.W. Reterink, R. Jansen, dr. J. Noeverman, ir. A.S. Haase en drs. E.G. Bosma
CDAdrs. I. Kahraman, F.J. Wessels, G.D. ten Berge, H. Kreijkes RA CISA en H.J. Nijkamp
ChristenUnieB.D. Tijhof, J. Berkhoff, J. van Veldhuizen en mr. W.L. Riezebos-Tessemaker
GemeentebelangW.J.M. Muller, J. Beunk en J. Kuiper-Ruitenberg
PvdAJ.J.A. ter Keurst en S. Kök
VVDF.W. Noordam en E.J.W. Deijk
Lokaal LiberaalR.A. de Koe
D66ir. H. Klein Velderman
Het collegeA.J. Aanstoot, B. Beens, R.J. Cornelissen, A.C. Hofland
Pers2
Publiek21

1. Opening
De VOORZITTER opent de vergadering met het ambtsgebed.
Als beginnummer voor hoofdelijke stemming wordt nummer 4 getrokken; de heer E.G. Bosma. Spreker laat weten dat wethouder Wolterink ziek is.

2.Spreekrecht in de raad
Er hebben zich geen insprekers gemeld.

3. Vaststellen agenda
De VOORZITTER wijst op agendapunt 6, voorbespreking Regioraad, dat aan de agenda is toegevoegd. De motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ van de ChristenUnie wordt na agendapunt 6 behandeld.

De heer TER KEURST laat weten dat de PvdA wellicht een extra amendement indient, afhankelijk van de behandeling van programma 2: Jongeren en onderwijs.

De agenda wordt aldus vastgesteld.

4. Raadsvoorstel vaststellen programmabegroting 2015 (Beens)
De VOORZITTER zegt dat is afgesproken dat er een eerste termijn is van ongeveer vijf minuten per fractievoorzitter. Vervolgens beantwoordt het college de eventuele vragen, is er gelegenheid voor het geven van reacties en worden daarna de wijzigingsvoorstellen op de begroting behandeld.

De heer SCHEPPINK van de fractie van de SGP krijgt het woord.

“Voorzitter, de tijd vliegt. Nog geen jaar geleden zaten hier een andere raad en een ander college. Het lijkt nog maar zo kort geleden dat er verkiezingen waren, maar we zijn al weer heel wat maanden verder en bespreken nu al weer de begroting voor het jaar 2015. De Bijbelhoudt ons echter voor dat niet de tijd, maar wij daarheen vliegen, op reis naar onze eeuwige bestemming. Mozes bad in Psalm 90 dat wij onze jaren zouden leren tellen, opdat we een wijs hart mogen krijgen. Dit sluit nauw aan bij wat er in het ambtsgebed staat; namelijk dat we als gemeenteraad God bidden om wijsheid bij onze beraadslagingen, opdat die mogen strekken tot Gods eer en tot welzijn van de inwoners van Rijssen‑Holten.
Voorzitter, de Heere Jezus sprak eens dat er niemand is die, als hij een toren wil bouwen, niet eerst de kosten calculeert. In het Evangelie van Lucas staat het zo: “Want wie van u, willende een toren bouwen, zit niet eerst neder, en overrekent de kosten, of hij ook heeft, hetgeen tot volmaking nodig is? Opdat niet misschien, als hij het fundament gelegd heeft, en niet kan voleindigen, allen, die het zien, hem beginnen te bespotten, zeggende: Deze mens heeft begonnen te bouwen, en heeft niet kunnen voleindigen.”
Deze woorden getuigen van een grote realiteitszin. Vanzelfsprekend is het onverstandig om grote uitgaven te doen als men er niet zeker van is dat het project ook voltooid kan worden. Financiële realiteitszin is nodig om het mislukken van projecten te voorkomen. De tering zal naar de nering gezet moeten worden en ook het aanleggen van buffers is verstandig. In de protestants-christelijke politieke traditie spreken we dan over rentmeesterschap. Dit rentmeesterschap is echter breder dan verantwoord omgaan met geld en goed. Het rentmeesterschap betreft eveneens een verstandige omgang met de natuur en met sociaal kapitaal. Ook op zedelijk terrein is rentmeesterschap nodig en verstandig. Met betrekking tot het immateriële moeten de kosten evenzeer overrekend worden. En wat blijken de kosten hoog te zijn als Gods goede geboden overtreden worden. Het verlaten van christelijke waarden en normen heeft namelijk geleid tot een samenleving die verruwt en uiteen dreigt te vallen. De samenleving is dus gebaat bij christelijke waarden en normen. Het toepassen van de tweede tafel van de tien geboden, waarin centraal staat onze naaste lief te hebben als onszelf, zou een zegen zijn voor de samenhang in onze samenleving.
Voorzitter, voor ons ligt ter besluitvorming een sluitende begroting voor 2015 en een sluitend meerjarenperspectief. Een compliment waard. Een goede vertaling van het beleidsakkoord en de Strategische Visie. Echter op een aantal onderwerpen willen we wat meer vaart maken, zoals op Economie en Werk.
In het programma Inwoners, organisatie en bestuur is er structureel een bedrag van €100.000 begroot voor een onderzoek naar burgerparticipatie. Volgens ons kan dit met minder middelen. Het moet niet zozeer gaan om meer participatie, maar om heldere, duidelijke en tijdige communicatie met de burger. Een amendement om de structurele kosten van dit onderzoeksgeld te verminderen zullen we dan ook steunen.
Veiligheid en je veilig voelen is belangrijk voor het woon- en leefklimaat van onze burgers en bedrijven. Een politiebureau in onze gemeente hoort daar volgens ons bij. Graag vernemen wij van het college of er ontwikkelingen op dit moment zijn.
Jongeren en Onderwijs vormt een belangrijk thema voor de SGP-fractie en is op onderdelen niet los te koppelen van het programma Economie en werk. De afgelopen jaren zijn er in onze gemeente, in samenwerking met het bedrijfsleven, diverse opleidingen gestart zoals Remo en Bouwgilde. Ook de ontwikkelingen rondom een opleiding transport volgen we aandachtig en willen we graag ondersteunen. Een al lang gekoesterde wens is een opleiding op het gebied van zorg. Wij denken dat een combinatie van werkgever en onderwijsinstelling de meeste kans van slagen heeft. We hopen dat dit deze collegeperiode nog gerealiseerd gaat worden.
De laatste jaren zijn er diverse bezuinigingen gerealiseerd op het leerlingenvervoer. Wij willen weten wat het effect is van het passend onderwijs op het leerlingenaantal ten aanzien van het leerlingenvervoer. Wij denken dat de resterende groep, die nog gebruik moet maken van dit vervoer, nog kwetsbaarder is.
Goede onderwijshuisvesting is erg belangrijk voor het welzijn van scholieren en personeel. De afgelopen jaren is hierin dan ook volop geïnvesteerd. Helaas zijn de middelen op dit moment te beperkt om de scholen die aan vervanging of renovatie toe zijn nu direct aan te pakken. Wij steunen echter wel een motie, waarin het college opgeroepen wordt om tijdens de kadernota met een plan van aanpak te komen.
De zorg voor mensen die niet mee kunnen komen, staat hoog in het vaandel bij onze gemeente. Samen Zorgen! Dat merken we vooral aan de voortvarende aanpak bij de decentralisaties die op ons afkomen. Als SGP-fractie hebben we er vertrouwen in dat ondanks de korte tijd van implementatie de organisatie klaar is om in 2015 voortvarend van start te gaan. Wel willen we aandacht blijven vragen voor de toenemende druk op mantelzorgers en vrijwilligers.
Het komende jaar staat het gebied van sport in het teken van de nieuwe sportvisie. Bewegen is gezond voor lichaam en geest. Het is ook ieders eigen verantwoordelijkheid. We zijn blij met de toezegging van de wethouder dat in de visie rekening wordt gehouden met de niet-vereniging gebonden sporter. Sporten bij verenigingen is in vergelijking tot andere sporten erg goedkoop. Wat is het maatschappelijk rendement van sportverenigingen? Zou meer bewustwording van de kosten geen onderdeel van de sportvisie moeten zijn? Sporten is nu eenmaal niet gratis. Zou ook hier geen sprake moeten zijn van een kanteling? Wij kijken uit naar deze discussie in dit begrotingsjaar.
Vanuit het oogpunt van rentmeesterschap wil de SGP-fractie dat de gemeentelijke overheid duur-zaamheid nastreeft door een actieve bijdrage te leveren aan energiebesparingen en het toepassen van rendabele duurzame energiebronnen. Het college stelt voor om in 2015 een omvangrijk onderzoek te doen naar het energieneutraal maken van het gemeentelijk vastgoed. De vraag is echter of de tijd al rijp is voor een dergelijk diepgaand onderzoek. Zo wordt momenteel nog aan een nieuwe duurzaamheidsnota gewerkt. Bovendien is het in kaart brengen van het energieverbruik ook cruciaal, te meer daar dan op basis van harde cijfers maatregelen kunnen worden doorgevoerd om het gemeentelijk vastgoed te willen verduurzamen. Daarnaast werkt monitoring mee aan het creëren van de zo noodzakelijke bewustwording. Als SGP-fractie denken wij daarom dat het beter is het gereserveerde bedrag van € 25.000 in te zetten voor een quickscan en monitoring van het energieverbruik en concrete maatregelen door te voeren voor verduurzaming.

Rijssen-Holten moet aantrekkelijk zijn als vestigingsgemeente, niet alleen voor bouw-gerelateerde bedrijven. We zijn als Rijssen-Holten de vierde gemeente en de vierde economie van Twente, en de meest MKB-vriendelijke gemeente van regio Oost. Dat schept verplichtingen. We hebben de ambitie om door de provincie erkend te worden als kern met een bovenlokale functie. Deze status geeft meer mogelijkheden om bedrijven van buiten aan te trekken, waardoor de verbreding van werkgelegenheid een impuls kan krijgen. Om een sub-regionale kern te kunnen worden moet er veel gebeuren. Daarvoor zijn goede en stevige plannen en ook uitvoering nodig. Werkgelegenheid heeft topprioriteit. Daadkracht en tempo maken is essentieel. Juist nu het economisch tij wat lijkt te keren, is het in positieve zin tonen van initiatief extra belangrijk. Rijssen-Holten moet koploper blijven en willen zijn en geen volger. Daarom is er voor de komende kaderstelling een eigen strategische economische visie nodig, inclusief een analyse van het vestigingsklimaat en een adequaat promotie- en acquisitiebeleid, zeker als we na Deltaplan I nog een Deltaplan II ambiëren. Deze noodzakelijke visie laat al wat langer op zich wachten. In 2012 zijn we er al mee begonnen, maar toen kwam Deltaplan I en daarbij hebben we eigenlijk een valse start gemaakt doordat de ambitie van de raad en het college op dat moment wat uit elkaar lag. Dat moeten we nu voorkomen en een goed Deltaplan II neer gaan zetten.
Wat de SGP-fractie betreft kan de presentatie van deze visie gelijk oplopen met de herijking van de huidige strategische visie. De centra van Rijssen-Holten hebben eveneens onze aandacht nodig. Ook wij hebben helaas te maken met leegstand. We moeten er alles aan doen om die leegstand terug te dringen en te beperken. Daarom vragen we het college om de mogelijkheden die er zijn om leegstaande panden te herontwikkelen of te herbestemmen, actief onder de aandacht te brengen van burgers en bedrijven.
Voorzitter, aan het eind gekomen van deze bijdrage wil ik, namens de SGP-fractie, alle ambtenaren, brandweer, politie en het college dankzeggen voor de begroting die voorligt en voor al het werk dat het achterliggende jaar is verzet. Ik wil eveneens de raad danken voor de goede samenwerking die er mag zijn. Wij bidden u en onszelf wijsheid toe om alle kosten materieel en immaterieel op de juiste wijze te overrekenen. Ik dank u voor uw aandacht.”

De heer KAHRAMAN van de fractie van het CDA krijgt het woord

”Voorzitter, de economische situatie in Nederland en in de wereld blijft de politieke agenda bepalen. Door de slechte economische situatie blijft de werkloosheid in Nederland en ook in onze gemeente zorgwekkend. Al zijn er her en der gelukkig wel een aantal lichtpuntjes. Het CDA heeft de afgelopen jaren het op orde krijgen en behouden van de werkgelegenheid in onze gemeente als het belangrijkste aandachtspunt bestempeld. Daarom roepen wij het college nogmaals op om de werkgelegenheid als eerste prioriteit te behouden en hieraan te blijven werken.

Wij mogen ons als burgers van Rijssen-Holten gelukkig prijzen, omdat wij een stabiel en gedegen bestuur kennen. Hierdoor hebben wij de gemeentelijke lasten laag kunnen houden en zelfs de afgelopen twee jaar naar beneden gekregen. Het CDA is ook verheugd dat we komend jaar de gemeentelijke lasten voor een gezin naar beneden hebben kunnen krijgen. Doelstelling van de huidige coalitie, waarvan het CDA deel uitmaakt, is ook om de komende vier jaar de gemeentelijke lasten maximaal met de inflatiecorrectie te laten groeien.

Het CDA kan zich prima vinden in de begroting die voor ons ligt. Deze begroting geeft een prima eerste beeld van het beleidsakkoord, dat is opgesteld door de coalitiepartijen. Natuurlijk heeft het CDA ook wensen die nog niet in de begroting zijn verwerkt, maar die zullen wij volgend jaar bij de kader-stelling indienen. Het CDA wil nieuwe wensen afwegen tegen alle andere nieuwe wensen en daar is de kaderstelling voor. Daarom zal het CDA nieuwe wensen niet steunen en ze doorverwijzen naar de kaderstelling van volgend jaar.

Als CDA willen wij nog wel bij een aantal punten stilstaan.

Het centrumplan Holten nadert z’n voltooiing, maar het is nog niet af. Het CDA vindt het van groot belang dat haast wordt gemaakt om een tweede volwaardige ontsluiting te realiseren van het parkeerterrein Kalfstermansweide. Dit is een onderdeel van het Verkeer Structuur Plan Holten en essentieel om het plan te doen slagen. Hierdoor kan een oplossing worden gevonden om het centrum verkeersluw te maken en er kan een acceptabele situatie worden gecreëerd voor de bevoorrading van de Albert Heijn. Wij roepen het college op om op korte termijn met nadere voorstellen te komen om dit aan te pakken.

Digitale bereikbaarheid is één van de belangrijkste ontwikkelingen in de nabije toekomst. Wij hechten er grote waarde aan dat de uitrol van breedband in het hele buitengebied van onze gemeente plaatsvindt. Mede met behulp van een provinciale bijdrage wordt al in een deel van het buitengebied glasvezel aangelegd. Nu het andere deel nog. Wij ondersteunen dan ook graag het voorstel om een gemeentelijke bijdrage in de begroting op te nemen om ook het resterende deel aan te sluiten. Zowel voor burgers, agrariërs en ondernemers is dit een zeer goede zaak en op deze wijze werken we mee aan een vitaal platteland. Een leuke bijkomstigheid is dat we dan landelijk waarschijnlijk de eerste gemeente zijn die dan helemaal verglaasd is, en dat wij ons op deze wijze ook weer op de kaart zetten.

Onderwijs. Ook in het onderwijs gaat veel veranderen in de zorg voor leerlingen. Hoewel de gemeente wat passend onderwijs betreft wat meer op afstand staat, blijft de zorg voor de leerlingen, die onze toekomst vormen, een speerpunt voor het CDA.

De sluiting van de Bosschool houdt de gemoederen bezig. Wij snappen dat sluiting van de school in Espelo pijn doet. Deze school heeft zo lang een belangrijke functie vervult in de buurtschap. Wij worden graag geïnformeerd over de mogelijkheden dan wel onmogelijkheden om de school te behouden. We beseffen hierbij echter wel dat er grenzen en richtlijnen zijn.

De nieuwbouw van de Haarschool in Holten heeft onze aandacht. Wij onderkennen de onderhouds-situatie, maar willen een totaal afweging kunnen maken bij het totale huisvestingsplaatje van de onderwijsgebouwen. Naar onze mening kan dit bij de Kaderstelling 2015. Wel willen wij ervoor gaan dat binnen deze raadsperiode een start wordt gemaakt met de nieuwbouw van de Haarschool.

Daarnaast komen er nieuwe verzoeken op ons pad, onder andere vanuit Reggesteyn en vanuit de zorg, waarvoor een MBO-opleiding nieuwe mogelijkheden biedt. Voor het CDA is een gezamenlijk optreden van politiek, bedrijfsleven en onderwijs essentieel om het onderwijs in de gemeente Rijssen‑Holten waar mogelijk te verbreden en verdiepen.

Zorg.
De 3D’s worden ze vaak liefkozend genoemd, de drie decentralisaties. Een groot proces, waarin we ons als gemeente bevinden. Niet alleen een omslag van taken van het Rijk naar de gemeente, niet alleen een omslag van een rijksloket naar een gemeentebalie, maar ook een omslag in denken. Niet het recht op zorg, maar een aanpak op maat komt centraal te staan.

Hoewel de informatievoorziening, mede vanwege uitblijvend rijksbeleid, laat op gang kwam, hebben we vertrouwen in de aanpak die o.a. binnen Samen14 is gekozen. Van belang is het om in 2015 niemand tussen wal en schip te laten vallen en om vervolgens de omslag te maken naar de nieuwe aanpak.

Als CDA zullen we het proces ook het komend jaar nauwlettend volgen. Sturend op kwaliteit, met de financiële kaders in het achterhoofd, maar met speciale aandacht voor mantelzorgers. Deze vrijwillige krachten verdienen onze ondersteuning en waardering. Mantelzorgers zijn onmisbaar in de samen-leving. Ondersteuning is nodig om de last te verminderen; waardering is nodig om de dank als samenleving aan deze groep te laten merken.

Voorzitter, bij mijn volgende stukje kom ik op rentmeesterschap. Ik vind het leuk dat mijn voorganger dat ook heeft aangehaald.
Duurzaamheid. Een van de grondbeginselen van het CDA is rentmeesterschap. Misschien een woord dat niet meteen tot de verbeelding spreekt, maar tegenwoordig kun je geen beleidsdocument vinden waar duurzaamheid in ontbreekt. Het CDA was haar tijd ver vooruit om bij haar oprichting in 1980 duurzaamheid als een van de grondbeginselen te kiezen. Als CDA zijn wij dan ook verheugd te constateren dat het college in samenwerking met bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties als Duurzaam Rijssen en Holten een visie voor de jaren 2015-2020 gaat ontwikkelen om de bijgestelde CO2-doelen voor 2020 te realiseren.

Wij vinden het belangrijk dat de reeds naar beneden bijgestelde doelen voor onze gemeente Rijssen-Holten worden gehaald. Dat betekent naast het halen van de doelen voor de gemeentelijke gebouwen ook dat bedrijven en bewoners nog fors dienen te besparen op CO2-uitstoot. Om dat te realiseren zal het nodig zijn bewoners en bedrijven te faciliteren en te stimuleren. Het neveneffect hiervan is dat dit ten gunste komt van de bouwsector, die nog steeds fors te lijden heeft onder de crisis. Wij roepen het college op hiervoor de ruimte binnen het Deltaplan te gebruiken.

Ook bij mobiliteit valt veel CO2 te besparen door elektrische auto's. Wij moeten constateren dat er nagenoeg geen mogelijkheden zijn om de auto bij te laden. Wij vragen het college te onderzoeken hoe hier uitbreiding op te realiseren is. Bij ons weten is er op dit moment ook subsidiemogelijkheid bij de provincie voor dergelijke duurzame projecten. Duurzaamheid is meer dan CO2 besparen. Het Repaircafé is hiervan een voorbeeld. Maar ook het delen van de auto, gereedschap, et cetera. Wij vragen van het college de landelijk ontwikkelingen te volgen en te faciliteren, dat soortgelijke ontwikkelingen ook in Rijssen-Holten gestart worden.

Sport. Voorzitter, zoals u weet draagt het CDA de sport een warm hart toe. Sport heeft een belangrijk sociaal aspect binnen een gemeenschap en daarnaast draagt de sport eraan bij dat mensen vitaal en gezond blijven. Wij mogen ons als gemeente gelukkig prijzen met de verenigingen in onze gemeente. Honderden personen die zich elke week vrijwillig inzetten om al deze activiteiten mogelijk te maken. Het CDA is van mening dat wij als gemeente ervoor zorgdragen dat de basisvoorzieningen aanwezig zijn voor de vereniging om hun activiteiten te kunnen ontplooien. Het CDA onderkent een tweetal knelpunten die volgend jaar in de kaderstelling door het CDA benoemd zullen worden:

1. De voetbalverenigingen in Holten: BlauwWit ‘66 en VV Holten hebben behoefte aan een kunstgrasveld. In de winterperiode zijn de huidige velden niet bespeelbaar en kunnen er ook niet veel wedstrijden op gespeeld worden op één dag. Met een kunstgrasveld los je beide problemen meteen op. Deze verenigingen zijn ook bereid om mee te investeren in het realiseren van een kunstgrasveld.
2. Het tweede probleem in de basisvoorziening van onze verenigingen is het tekort aan capaciteit in de overdekte sportaccommodaties. Zoals aangegeven zullen wij hierop terugkomen bij de kaderstelling.

Voorzitter, wij zullen vandaag wel met een amendement komen, namelijk het verlagen van het budget voor burgerparticipatie. Wij zijn van mening dat in deze tijd van bezuinigingen € 100.000 structureel hiervoor aan de hoge kant is. Wij hechten veel waarde aan het duidelijk communiceren naar onze burgers en bedrijfsleven over zaken die hen rechtstreeks raken. In ons amendement zullen we hier verder op terugkomen.

Voorzitter, ik wil afsluiten met het college en ons ambtelijk apparaat te bedanken voor al het werk wat zij hebben verzet en wensen u veel succes met de uitvoering van uw werkzaamheden en het realiseren van deze plannen.”

De heer TIJHOF van de fractie van de ChristenUnie krijgt het woord.

“Voorzitter, ik mag u ook dit keer weer namens de ChristenUnie meegeven hoe wij aankijken tegen de begroting voor 2015 en het perspectief voor de komende jaren.
Om goed vooruit te kunnen kijken is het altijd goed om stil te staan bij wat er de afgelopen tijd gebeurd is en dat is nogal wat. Om enkele zaken te benoemen: MH17, Oekraïne, Syrië, Irak, Israël, Gaza, Ebola. Voorzitter, de wereld staat in brand en heel veel mensen zijn hier direct slachtoffer van.
Midden in deze wereld die in brand staat hebben wij onze plek en onze taak. Voorzitter, vergeleken met heel veel mensen hebben wij het goed en mogen wij dankbaar zijn voor de vrede en veiligheid die wij hier mogen ervaren. Laten we hen die zich in de brandhaarden van deze wereld bevinden niet vergeten.

Als fractie van de ChristenUnie hebben we dit jaar ervaren hoe het is om iemand die je lief is te verliezen. Het verlies van Gerrit Roosink heeft ons diep geraakt. Toch zijn we dankbaar voor alles wat hij voor ons heeft mogen betekenen en ook dankbaar voor het medeleven dat we ontvingen vanuit de andere fracties, het college en de ambtelijke organisatie.

Voorzitter, als we kijken naar onze eigen gemeente, dan zien we een nieuw college dat rust op een stabiele meerderheid in de raad. Net als de vorige periode is er ook nu de wil om als coalitie met de andere fracties constructief samen te werken aan onze mooie gemeente. Niet voor niets is het motto van het coalitieprogramma Samen Werken -#voor elkaar. Dit benadrukt dat er gewerkt moet worden en dat we dit samen moeten doen.
En voorzitter, er ís werk aan de winkel. De decentralisaties hebben in de voorbereiding al heel veel gevergd van de organisatie. Dat zal het komend jaar niet minder worden. Wel anders, de focus verandert. Nog meer gericht op onze burgers. Is het beleid goed voorbereid? Welke signalen komen er van onze burgers en van de vele instellingen waar we mee samenwerken? Voorzitter, voor komend jaar geldt: alle hens aan dek om de nieuwe taken goed te implementeren.

Voorzitter, in het coalitieprogramma staat dat we als gemeente met inwoners, bedrijfsleven, verenigingen, scholen en kerken samenwerken om de samenleving gezond en vitaal te houden. Deze samenwerking is hard nodig. We hebben oren en ogen in de samenleving nodig. We moeten onze samenleving ombouwen naar een coöperatiemaatschappij.
De ChristenUnie heeft het initiatief genomen om in gesprek te gaan met de kerken. De kerken zijn in Rijssen-Holten een factor van betekenis; voor heel veel mensen is de kerk de spil in het raderwerk. Veel vormen van mantelzorg en ander vrijwilligerswerk wordt met of door de kerken gedaan. Het netwerk van de kerken is in onze gemeente groter dan in heel veel ons omringende gemeentes. Met de kerken willen we bekijken op welke manier zij betrokken kunnen worden bij de taken die op ons af komen.

Voorzitter, op economisch vlak lijkt het er op dat we het dieptepunt van de crisis achter ons hebben gelaten. Er zijn lichtpuntjes zichtbaar, bedrijven durven weer te investeren en de bedrijvigheid neemt langzamerhand weer toe. Het herstel is echter broos. De situatie in de wereld is nog steeds instabiel en dat helpt niet om de economie te stabiliseren. Nog geen tijd om achterover te leunen dus, maar tijd om juist nu volgas door te gaan met het stimuleren van werkgelegenheid en met het verleiden van bedrijven om zich hier, juist hier, te vestigen.

Voorzitter, ook de werkgelegenheid van de mensen met een beperking gaat ons aan het hart. Door de rijksbezuinigingen op de WSW komt er nog meer druk te liggen op het samenwerkingsverband Soweco. Gaat het lukken om Soweco weer gezond te krijgen, of moeten we een andere weg inslaan? Op deze vraag zullen we komende tijd een antwoord moeten geven. Voor de ChristenUnie staat de kwetsbare doelgroep voorop.
Voorzitter, iedereen kent de ChristenUnie als partij voor de duurzaamheid. Jarenlang hebben we het initiatief genomen om duurzaamheid op de kaart te zetten in onze gemeente. We zijn blij dat we dit niet meer alleen hoeven te doen; de verhalen van mijn voorgangers zijn duidelijk. Andere partijen trekken nu met ons mee om werk te maken van duurzaamheid.

Voorzitter, het onderwijs is een belangrijke bouwsteen in onze samenleving. Goed onderwijs is een garantie voor de toekomst. Er is in de vorige periode veel geïnvesteerd in nieuwe schoolgebouwen. Voor ons is het nog niet duidelijk welke investeringen er de komende jaren op ons afkomen. Hoeveel geld krijgen we van het Rijk? Kunnen we met deze gelden alle investeringen doen, of moeten we extra eigen geld investeren? Hiervoor hebben we als ChristenUnie een motie opgesteld.
Voorzitter, het voortgezet onderwijs vormt de brug tussen onderwijs en bedrijfsleven. Met Remo, Bouwgilde en de nieuwe opleiding Transport en Logistiek wordt het onderwijsaanbod in onze gemeente steeds breder, een prima ontwikkeling die we graag verder willen uitbouwen, bijvoorbeeld met een opleiding op het gebied van Zorg.
Voorzitter, uit onderzoeken die onlangs in de krant verschenen kwam Rijssen-Holten er niet goed af op het gebied van de gezondheid. Dit baart ons zorgen. We zien graag dat bet college werk maakt van de maatregelen om de gezondheid te verbeteren, bijvoorbeeld door het alcoholgebruik in onze gemeente omlaag te brengen. Ook sport en bewegen voor jong en oud zijn belangrijk om de gezondheid te bevorderen. Ruimte om te zwemmen, hard te lopen en te fietsen, maar ook voor zaalvoetbal, volleybal en voetballen op kunstgras. Veel ambitie, veel vragen, die veel kosten met zich meebrengen. Dit alles natuurlijk gebaseerd op een goede nieuwe sportvisie. Ook hiervoor geldt, net als bij onderwijshuisvesting, graag inzicht in de wensen en de kosten, zodat we bij de kaderstellende vergadering komend voorjaar de juiste financiële keuzes kunnen maken, om werk te maken van onze ambities. Voor de duidelijkheid, ook hiervoor hebben we een motie voorbereid.

Voorzitter, in deze tijd waarin het samenwerken in onze gemeente zo belangrijk is, zijn symbolen om de goede samenwerking te benadrukken van groot belang. Die symbolen stop je niet in een depot. Daarom komen wij met een motie, vreemd aan de orde van de dag, om het beeld dat we jaren geleden ontvingen van de Rijssense kerken weer een plaats te geven, waar het tot z'n recht komt.

Voorzitter, ik ga afronden. Voor ons ligt de begroting voor 2015. Als ChristenUnie zijn we blij met dit resultaat en het financiële perspectief stemt ons tevreden. Wij zien mogelijkheden om het financieel gedegen beleid vast te houden, terwijl investeringen in onze samenleving mogelijk zijn. Hoe en waarin we gaan investeren zullen we bij de kadernota komend voorjaar afwegen. Wij zullen deze begroting dan ook niet amenderen.
We willen iedereen die meegewerkt heeft aan het opstellen van deze begroting hartelijk danken en wensen uw college en het gehele ambtelijk apparaat Gods zegen bij de uitvoering van uw taak, ook voor het begrotingsjaar 2015. Dank u wel.”

De heer MULLER van de fractie van Gemeentebelang krijgt het woord.

“Voorzitter, de begroting 2015: sober maar niet somber, dat is het beeld van deze begroting 2015. De begroting is gefundeerd op de vorige jaren, avontuurlijke wegen worden niet ingeslagen. Er is een stabiele financiële basis en de nu sluitende begroting krijgt op termijn ruimte volgens de septembercirculaire, die erg belangrijk wordt bij de kadervaststelling volgend jaar.
Wij beseffen dat er onzekerheden zijn door de overdracht van de zorgtaken en de werk- en participatiedoelen. Onzekerheden, die niet of nauwelijks in een concreet getal uit te drukken zijn, ook al wordt er een bedrag genoemd. Of de buffer van € 150.000 genoeg is voor een zachte landing, blijft de vraag.
Ook zullen de eerdere bezuinigingsbesluiten tot extra weerstand gaan oproepen. De latere loodjes wegen nu eenmaal zwaarder. Op papier zijn de besparingen allemaal al ingeboekt, maar de praktijk lijkt weerbarstiger, met als voorbeeld de bezuiniging op Het Kulturhus. Er mogen, en daar moeten wij nadrukkelijk voor oppassen, geen organisaties kopje onder gaan.

Met betrekking tot communicatie en burgerparticipatie: de extra € 100.000 lijkt ons veel. Niet te veel geld besteden aan onderzoeken, maar aan de slag met concrete plannen. Er zijn in gemeenteland veel goede praktijkvoorbeelden.
Voor de communicatie over de decentralisaties is al een apart budget ingezet. Die methodiek kan ook aanvullend toegepast worden bij andere specifieke projecten.

Met betrekking tot de samenwerking in WT-4, de samenwerking met de naburige gemeenten: wij hadden er meer van verwacht als herkenbaar resultaat voor 2015 en 2016. Na het afboeken van de veronderstelde opbrengsten overheerst het zicht op de kosten en de voortdurende onderzoeken. Waarom wel de voorafgaande extra kosten opvoeren en de veronderstelde baten schrappen? Is er geen vertrouwen in de eigen aanpak?

Ook tegenover de kosten van de subsidiecoördinator kan een toekomstige opbrengst begroot worden. Het wel herkenbaar maken van opbrengsten geven wij mee als aandachtspunt voor de kaderbegroting.

Met betrekking tot Regio Twente: voor ons geen twijfel, dat er een bestaansrecht is voor en met Rijssen-Holten. De heroriëntatie op de rol van Regio-Twente biedt deze raad de mogelijkheid om de wenselijke verhouding te accentueren. Het nut van de Regio Twente heeft zich o.a. bewezen bij de voorbereidingen op de drie decentralisaties.

Met betrekking tot Jongeren en Onderwijs: M.i.v. 2015 start de wijziging van onderhoudskosten voor scholen. Het lijkt ons vanzelfsprekend dat bij de besteding van de reserves rekening wordt gehouden met achterstallig onderhoud. Mede daarom is het verstandig om een inventarisatie te hebben en te maken van de onderhouds- en vervangingsbehoefte van de onderwijsgebouwen. Dit is ook een onderdeel van de motie, die daaromtrent wordt ingediend.
Met betrekking tot een gezonde leeromgeving: betreffende de problematiek van de Haarschool is het standpunt van Gemeentebelang “liever vandaag dan morgen”, maar als dat niet haalbaar is, dan geldt “liever morgen dan volgende week”. Nu de feitelijke start van nieuwbouw in 2015 niet haalbaar lijkt, zal dit onderwerp geagendeerd worden voor de kaderbegroting 2016.
Omdat vandaag gepubliceerd werd over twee scholen op dezelfde pagina in de krant, wil ik accentueren dat er geen afwegingsrelatie bestaat tussen die twee projecten. De ambities tot uitbreiding van de Frisoschool waren ons en de hele raad bekend. Daarover is raadsbreed al besloten in 2013. Het betreft de begroting van 2014. De middelen zijn al beschikbaar en kunnen nu besteed worden, omdat er een goed plan is voorgelegd. Wij zijn blij om opnieuw te constateren dat in Rijssen-Holten veel belang wordt gehecht aan een goede en frisse leeromgeving.

Met betrekking tot voor- en vroegschoolse educatie: de kwaliteit is nu professioneel. Er is veel geϊnvesteerd. De ambitie en actie tot 100% deelname van de doelgroep steunen wij dan ook van harte.
Met betrekking tot Passend Onderwijs: de raad staat op afstand, maar draagt wel verantwoordelijkheid en moet nadrukkelijk geïnformeerd worden en blijven door het college over de ontwikkelingen op dit gebied.
De verbreding van de MBO-opleidingen staat niet in begroting 2015 vermeld. Wij gaan ervan uit dat het college daar proactief en alert naar blijft streven.

Met betrekking tot Samen Zorgen: Over de decentralisaties hebben wij in de vorige raadsvergadering al uitgebreid en voldoende toegelicht. Nogmaals wil Gemeentebelang veel waardering uitspreken voor de mantelzorgers en de vele vrijwilligers.

Met betrekking tot Sport: het rondje naar de sportverenigingen bevestigt het belang van de gemeente om vooral de jeugd in beweging te krijgen en te houden. Het duidelijke succes van de combinatiefunctionarissen om de jeugd te betrekken is stimulerend.
Het onderzoek naar bezuinigingen bij de sportaccommodaties en zwembaden heeft geen eenduidige oplossing of richting aangegeven. Hopelijk resulteert de komende sportvisie wel tot duidelijke aanbevelingen en prioriteiten, maar uiteraard gaat dan de politiek daaruit keuzes maken. De verenigingen staan heel duidelijk te popelen om aan de slag te gaan.

Met betrekking tot Ondernemen en Werk: het wordt een hele uitdaging: Voor een ieder werk, betaald, gedeeltelijk betaald of onbetaald als tegenprestatie en het beslissen over de rol voor Soweco. Een uitdaging. Betrokkenheid van het lokale bedrijfsleven en organisaties bepalen het succes en het stelt hoge eisen aan de relatie van gemeente met de andere partijen, de bedrijven en de organisaties. De extra personele inzet hierbij ondersteunen wij van harte.

Ook Gemeentebelang is bezorgd over de ontwikkelingen in het winkelgebied Rijssen en Holten. Eerst leek de negatieve trend, die landelijk nadrukkelijk herkenbaar was, onze gemeente minder te raken, maar het blijkt toch een uitgesteld effect. De actualisatie van de Detailhandel Structuurvisie en een actief beleid betreffende leegstand zijn nodig.
Betreffende de industrieterreinen Elsmoat en Vletgaarsmaten hopen we binnenkort geïnformeerd te worden over de extra mogelijkheden tot invulling.

Om het project Holten Dorpsstraat en Smidsbelt echt succesvol af te ronden is volgens Gemeentebelang een tweede volledige toegang tot de Kalfstermansweide absoluut noodzakelijk. Wij roepen op tot spoedige besluitvorming en uitvoering.

Wonen, Recreëren en Veiligheid. De bouwactiviteiten op de Kol van de huurwoningen en de vraag naar grond op het Opbroek voelt goed. Als de uitgifte van bouwkavels oude Holterenkschool voor PCO-kavels‑ kavels die particulieren kunnen kopen om samen een bouwproject te doen ‑ succesvol is, dan ook echt zoeken naar meer mogelijkheden.

De ambitie om het fietsen te stimuleren en veiliger te maken door infrastructurele maatregelen en door promotie, ondersteunen wij graag. De succesvolle voorzieningen in het Reggedal zijn daarbij inspirerend.

Wij missen in het programma de aandacht voor brandveiligheid op de Borkeld en het goederenvervoer op het spoor.

De wensen voor een herkenbare en bereikbare politie en het bureau zijn u allen bekend.

Met betrekking tot gemeentelijke heffingen: Gemeentebelang constateert tevreden dat de gemiddelde lokale lasten niet stijgen boven de inflatiefactor. Dat de hondenbelasting nu als algemeen dekkingsmiddel wordt ingezet in plaats van kostendekkend is een groot pijnpunt. Wij komen daar uiteraard later nog een keer op terug.

Het beleidsakkoord is geschreven op hoofdlijnen. De uitwerkingen vragen nog veel overleg in dit gebouw en in deze zaal. Gemeentebelang wenst het college veel succes bij de uitvoering en dankt de ambtelijke organisatie voor hun uitstekende bijdrage en voorbereiding naar deze begroting.”

De heer TER KEURST van de fractie van de PvdA krijgt het woord.

“Voorzitter, ik kijk naar de klok en tel het aantal sprekers voor mij en constateer dat de vijf minuten spreektijd rekkelijk is in plaats van precies. Ik hoop dat in de verdere verhandeling de geachte raadsleden ook wat rekkelijk willen zijn in plaats van precies.

Voorzitter, de primaire begroting lezend valt ons op dat de bezuinigingsoperatie op schema ligt. Waarvoor onze complimenten.
Ook valt op dat het college al weer voorzichtig begint te denken aan investeren. Een goed voorbeeld daarvan is hoe dit college wil zorgdragen voor een zachte landing van de decentralisaties. Waarvoor onze complimenten.
Daarnaast denkt het college al vast na hoe zij onderdelen van het Deltaplan kan omzetten naar structureel beleid. Ook hiervoor onze complimenten.
Echter, dat het college nu al structureel € 100.000 wil uittrekken voor communicatie, terwijl alle bezuinigingen nog niet zijn afgerond en de meicirculaire onvoldoende ruimte bood, bevreemd ons de move van het college, te meer nu we kunnen lezen dat de burger daarvoor de rekening betaalt. Immers, in plaats van de burger het dividend van Twence, €104.000, terug te geven, wil het college dit inzetten voor “nieuw beleid”. In onze optiek had het college er verstandig aan gedaan om de lasten voor de burger te verlagen door het teruggeven van het dividend van Twence, waardoor onze burgers meer geld in de knip hebben, dat men kan uitgeven, waardoor het broze herstel, ook lokaal, van onze economie een impuls krijgt. Immers, diezelfde burger wordt nog steeds, na jaren van bezuinigen en, afhankelijk van de persoonlijke situatie, financiële achteruitgang of de nullijn, gebruikt als melkkoe, door alle overheden. Om dat voor het voetlicht te brengen wil ik allereerst verwijzen naar wat ik heb genoemd: het dividend van Twence. De PvdA, de VVD en D66 zullen hieromtrent een amendement indienen.

Daarnaast wordt de burger nogmaals gemangeld door de nieuwe heffingssystematiek betreffende de rioolheffing. Ofschoon er ooit een Romeinse keizer was, die het invoerde, zei “Pecunia non olet” – wat zoveel betekent als ‘geld stinkt niet’ ‑ zit hier wel degelijk een luchtje aan. Immers, de burger gaat per aansluiting ruim € 3 extra betalen ten faveure van vakantieparken die een douceurtje van tienduizenden euro’s tegemoet kunnen zien. Omdat de raad hierover al een besluit heeft genomen, heeft het geen zin dit te amenderen, maar we willen het wel even genoemd hebben.

De volgende die een poot wordt uitgedraaid is de inwoner die tevens hondenbezitter is, waaronder ondergetekende. Was de hondenbelasting sinds de invoering in onze gemeente altijd een doelbelasting – dat wil zeggen: de burger betaalt de werkelijke kosten ‑ nu wordt het een algemene belasting, een algemeen dekkingsmiddel, die door de lokale overheid te pas en te onpas kan worden aangegrepen om de begroting sluitend te maken.
De burger heeft recht op een betrouwbare overheid, vandaar een amendement met betrekking tot de hondenbelasting van de PvdA, de VVD en D66.

Dan zijn er nog enkele zaken die wij node missen in deze primaire begroting, maar ze allemaal benoemen gaat ons te ver. Twee wil ik er uitlichten.
Wij missen – ik heb daar nog niemand over gehoord ‑ een brede, uitvoerige paragraaf met betrekking tot het nieuwe armoede beleid. Nu u van de staatssecretaris daarvoor structureel ruim € 60.000 ontvangt, was het ons inziens wenselijk geweest de veranderingen die reeds zijn doorgevoerd, te benoemen en de voorgenomen uitbreiding breder uit te dragen, in deze primaire begroting als in de pers. Immers, een verhoging van de regeling schoolgaande kinderen voortgezet onderwijs met € 50, die daarmee op € 175 per schoolgaand kind komt, vinden wij een enorme verbetering, evenals het opzetten van een bijdrageregeling voor een PC of laptop, het voortzetten van Humanitas Thuisadministratie en de Impuls Ketenpartners.

Wat wij ook missen, is de zo gewenste vervangende nieuwbouw voor de Haarschool in Holten. Al een aantal keren genoemd. Is in de primaire begroting het argument nog dat er geen geld voor is, dan is dit met de septembercirculaire in de hand niet meer vol te houden. Immers, de septembercirculaire geeft een meerjarig perspectief te zien van ruim twee € 2 miljoen incidenteel en ruim € 400.000 structureel.
Ervan uitgaande dat incidenteel € 85.000 afgeboekt moet worden en de structurele lasten zullen uitkomen – in het ambtelijk rapport van 2013 staat: € 52.000 - volgens recente informatie ergens tussen de € 70.000 en € 90.000, dan is er dus structureel geld voldoende. Zou je nu besluiten tot vervangende nieuwbouw voor de Haarschool in Holten, dan kun je de Holterenkschool gebruiken en kan er € 360.000 – dat komt uit hetzelfde ambtelijke stuk van 2013 ‑ bespaard worden op tijdelijke huisvesting. Waarom benoem ik de tijdelijke huisvesting? Omdat bij sommigen kennelijk de idee heeft postgevat dat tijdelijke huisvesting niet nodig is. Deze personen leven in de veronderstelling dat onderwijs en bouwactiviteiten binnen hetzelfde bouwblok samen kunnen gaan en dat bouwverkeer en fietsende leerlingen voor een langere periode ook geen problemen zullen opleveren. Wij zijn van mening dat vermenging van bouw- en leeractiviteiten niet aan de orde kan en mag zijn, dat langdurige vermenging van bouwverkeer en fietsende leerlingen vermeden moet worden en dat nu, in tijden van verduurzaming en gezond binnenklimaat, bij het huidige financiële perspectief, met gebruikmaking van de oude Holterenkschool, overgegaan moet worden tot realisatie van vervangende nieuwbouw voor de Haarschool in Holten.
De PvdA, de VVD en D66 zullen dan ook omtrent dit item een amendement indienen.

Voorzitter, een vraag die snel en nieuw opkwam, buiten de voorbereiding hiervan. De heer Tijhof heeft het al genoemd tijdens de behandeling van de situatie in de wereld. Giro 555 is geopend. Het is een nationale actie. Mijn vraag aan raad en college is: nu Giro 555 is geopend om de strijd aan te geven tegen Ebola, hoe gaan wij hiermee om? Het was een goed gebruik als gemeente Rijssen-Holten om dan ook de knip te trekken.

Tot slot, voorzitter, nog even de rest van de primaire begroting, om het op z’n Twents te zeggen: “Het kon slechter”.”

De heer NOORDAM van de fractie van de VVD krijgt het woord.

“Dank u wel voorzitter. Ik sta hier voor de eerste keer en ik heb vannacht om een uur of één eens teruggelezen wat er vorig jaar zo allemaal gezegd is. Want ik denk: hoe zit het nu in elkaar, wat doen wij hier, maken wij onze beloftes waar die wij de kiezers hebben beloofd, voeren wij de gestelde kaders uit in een financiële onderbouwing? Dus ik heb vannacht heel veel zitten lezen.

Ben Beens zei vorig jaar: wij staan er financieel gezond voor. Fantastisch. Als wethouder zegt Ben Beens inmiddels: wij staan er financieel gezond voor.
Wat zei de heer Kahraman vorig jaar tot u allen: solide, prachtig, een mooie erfenis voor het nieuwe college.
Dus ik dacht vannacht: kijk, dat zijn de woorden waar het hier om draait. Solide, krachtig, beloftes. En slechts een paar maanden na de verkiezing staan wij hier met onze beloftes. Wat hebben wij beloofd? En ik ging nog meer lezen: “want uitstel is niet verantwoord”. Dat betreft de Haarschool. Die school is heel veel genoemd vanmorgen. Het is het meest genoemde woord. Nu al. “Uitstel niet verantwoord”. Ik heb heel goed geluisterd naar de coalitie, wat de coalitiepartijen hebben uitgesproken: Ja, dat is wél verantwoord, uitstel kan wel. Maar je hebt voor de verkiezingen gezegd dat het niet kan en nu kan het wel. Dus, wat sta ik hier nou te doen? Dat is lastig, zo’n eerste keer, want je moet begrijpen waar het om gaat. Beloftes.

Wat doen wij met de burgers? Waarom kloppen wij de burgers gewoon extra geld uit hun zak? Er zijn geen hogere kosten, maar wij vragen de burgers wel om meer geld. Het is reeds genoemd. De hondenbelasting, Twence-dividend, de afvalstoffenheffing, extra. Maar waarom dan? Want wij hebben niet meer kosten. Ja, maar dat is wel handig. Nou, dat is helemaal niet handig eigenlijk, want wij hebben een Deltaplan en wij investeren in onze economie om uiteindelijk de burger in de werkgelegenheid meer geld te kunnen laten genereren, zodat hij meer uitgeeft, want zo werkt onze economische motor. Dus consumptieve bestedingen. Maar waarom halen wij nu eerst meer …. ? Ja, dat hebben wij eigenlijk helemaal niet nodig, want wij hebben niet meer kosten, maar wij halen het wel op. Onbegrijpelijk een klein beetje voor ons, maar misschien ook voor u allen onbegrijpelijk. Want als burger zegt u: waarom heb je meer geld nodig, terwijl je niet meer kosten hebt. Dat doen wij hier gewoon met z’n allen.

Dat zijn allemaal knoppen, want wij kunnen overal aan draaien. Nou is de heer Wolterink ziek. Ik neem aan dat hij ziek is van de griepprik. Hij zal toch niet ziek zijn van het zoeken naar die knop waar hij aan kan draaien? Want dat heeft hij gezegd. Ik denk: het college wil bij de belasting aan de knop draaien. De burgemeester heeft het ook gezegd: het ontbreekt ons soms aan knoppen. Dus ik dacht vannacht: ik ga een knop voor ze maken, ik ga ze helpen. Dat heb ik niet helemaal alleen vannacht gedaan. Ik had het wel voorbereid. Ik heb een bureaustandaard voor ze gemaakt. Dan hebben ze een knop. Dan kunnen ze altijd denken: ik héb wel een knop, ik hoef die toeristenbelasting niet te … , ik hoef het niet te doen, ik heb nu een knóp. Dus ik heb voor alle collegeleden een knop gemaakt, zodat zij steeds weten: ik kán wel draaien aan knoppen, het is geen sprookje hier. Ik heb vijf prachtige knoppen gemaakt.”

(De heer Noordam overhandigt draaiknoppen aan de collegeleden.)

Wethouder BEENS: Mijn knop kan alleen maar naar rechts draaien.

De heer NOORDAM: “Ja, dat klopt, want ik dacht dat uw partij een rechtse partij was. Dat gaat dan heel snel, tenzij ik het nu mis heb en u heel erg naar links begint uit te wijken.

Dames en heren, wij hebben vandaag nog heel veel discussie met elkaar. De Haarschool is het meest genoemd, dus daar zal het straks wel om gaan. Wij zijn financieel gezond. Dat is goed. Er is hard gewerkt door de organisatie en door het college om een sluitende begroting op tafel te krijgen. Dat verdient natuurlijk wel alle complimenten, alleen zitten er wel haken en ogen aan. Daar moeten wij onze ogen niet voor sluiten. Wij zijn blij met het resultaat. Ik dank u voor uw aandacht en wens u een constructieve dag en, vooral tegen de coalitie zeg ik: Er zíjn wel knoppen, dúrf er aan te draaien.”

De VOORZITTER: Het moet mij van het hart dat de knop er prachtig uitziet. “Draaiknop college” staat er op, en “Programmabegroting €”.

De heer DE KOE van de fractie van Lokaal Liberaal krijgt het woord

“Dank u voorzitter, ik hoop dat ik ook zo’n knop krijg waar geld uitkomt, want dan zijn mijn problemen ook opgelost.

Voorzitter, voor ons ligt een begroting, een degelijke begroting, wel met de nodige uitdagingen en risico’s voor de komende jaren. Een begroting, die door goede samenwerking tot stand is gekomen. Een goede basis die is gelegd door het voormalige college, en de oude raad en die toekomst bestendig is gemaakt door het nieuwe college en de huidige raad, maar zeker ook door de goede samenwerking met de ambtenaren in dit huis. Met andere woorden: iedereen dank voor de goede samenwerking en de totstandkoming van deze begroting. Samenwerking, zoals wij kennen in Rijssen-Holten, onder het motto van: niet lullen maar poetsen. Daar ligt dan ook een deel van de kansen en risico’s van de toekomst. Daarmee doelen we op intergemeentelijk samenwerking. De kansen hebben we tot op heden voor een groot deel laten liggen. De intergemeentelijke samenwerking komt maar mondjesmaat tot stand, zeker als het gaat om kostenreductie met behoud van kwaliteit van de dienstverlening. Het is dan ook verbazingwekkend dat niet inzichtelijk kan worden gemaakt welke kosten er worden bespaard, als er al besparingen zijn. Kostenreductie met behoud van kwaliteit van de dienstverlening is voor ons van essentieel belang. Als er op korte termijn geen zichtbare verbeteringen komen in deze samenwerking, zullen wij deze samenwerking moeten heroverwegen.
Er ligt voor ons een begroting, een programma waar op enkele punten de inbreng van Lokaal Liberaal is meegenomen. Wij zijn blij dat voor de komende jaren Noaberschap een prominente positie heeft gekregen en dat er wordt gekeken naar de verruiming van nieuwe woonvormen en dat er desgewenst beleid hierop zal worden aangepast. nieuw beleid worden gevormd.

Wij zijn blij dat er vooralsnog geen extra bezuinigingen zijn opgenomen voor het sport- en verenigingsleven. Wel blijft het centraliseren en concentreren van verenigingsactiviteiten voor Lokaal Liberaal een belangrijk punt. Wij zijn dan ook voorstanden van het inventariseren van de behoefte aan faciliteiten van sport en scholen.

Maar de grootste uitdaging, voorzitter, ligt nu direct voor ons. Dat is de werkgelegenheid voor de inwoners van Rijssen – Holten. Wij staan bekend als ondernemende gemeente, met name door het lef van onze ondernemers en het arbeidsethos van onze inwoners, maar zeker mede mogelijk gemaakt door de randvoorwaardelijke steun van de gemeente. Daarom willen wij ook dat er in de toekomst voor middenstand aantrekkelijke centra in Rijssen en Holten blijven. Daarnaast willen wij dat de gemeente een strategisch plan maakt om onze koppositie als het gaat om werkgelegenheid te behouden en eventueel verder uit te bouwen. Wij vragen het college met historisch besef voor economische kantelingen in deze gemeente deze handschoen op te pakken en met een plan van aanpak te komen.

Dat historisch besef vragen wij als Lokaal Liberaal ook als het gaat om iets geheel anders, iets veel kleiners: de kleiduivenschietvereniging. Een vereniging die min of meer gedwongen moest verhuizen en na jaren zoeken eindelijk een locatie heeft gevonden. Met deze historie in het achterhoofd is het goed als wij hen een beetje zekerheid kunnen bieden.

Voorzitter, kort samengevat: gezamenlijk, met de kennis en respect voor het verleden, de blik vooruit naar de toekomst.”

De heer KLEIN VELDERMAN van de fractie van D66 krijgt het woord.

“Dank u voorzitter, tot slot, maar ook voor het eerst staat D66 hier in deze arena om iets te vertellen over de begroting, in ieder geval een mening te geven. Het is voor mij en voor D66 Rijssen-Holten dan ook een uniek moment. Voor het eerst mag ik dus in deze gemeente opmerkingen maken en plaatsen bij de programmabegroting.
Ik ga geen dingen herhalen. Dit wordt een korte bijdrage. Dus die vijf minuten haal ik wel.

Laat ik beginnen met een compliment te geven aan het college en de ambtenaren, die hebben meegewerkt aan deze begroting.D66 is blij met het voornemen van de gemeente om te investeren in burgerparticipatie. Burgerparticipatie heb je nodig om mensen te kunnen betrekken bij het maken en het voorbereiden van plannen en beleid. Goed dat er extra geld structureel wordt vrijgemaakt om burgerparticipatie vorm te geven. Wij vinden het investeren in communicatie met mensen belangrijk. Het voorkomt dat je als gemeente maatregelen neemt of plannen uitvoert, waar geen draagvlak voor is. Want ook al is een besluit politiek gedragen, dat betekent nog niet automatisch dat er ook draagvlak bestaat bij de betrokkenen die het aangaat. Dat vindt D66 een belangrijk punt. Daar moet in worden geϊnvesteerd. Dat is van belang, als ik zo eens beluister welke plannen hier over de tafel zijn gegaan. Als wij die plannen willen realiseren, hebben wij draagvlak nodig. Dus: ga vooral als er plannen worden bedacht, met mensen praten die het aangaat. Voer gesprekken als plannen worden ontwikkeld. En waarom? Dit jaar al zijn er ongeveer al zes procedures gevoerd bij de Raad van State, waarbij de helft de gemeente in het ongelijk is gesteld. Wij vinden dat eigenlijk een heel triest resultaat, met als laatste punt het afstempelen van het bestemmingsplan Groentransferium Holten. Het houdt belangrijke ontwikkelingen binnen deze gemeente tegen en het kost onnodig veel geld.

Hetzelfde geldt voor de afgelopen vijf jaren. In die jaren zijn er in totaal 36 procedures gevoerd, waarbij de gemeente ongeveer in de helft in het ongelijk is gesteld. Dat mag wat D66 betreft veranderen. Daarom is het belangrijk dat wij op een efficiënte manier met burgers in gesprek gaan en dit soort procedures voorkomen. Er moet meer worden gedimd en meer worden gedipt. U zult zich afvragen: wat is dat nou? Dippen betekent: “denken in posities”, “hoe lossen we problemen op”, “we hebben gelijk, ik heb gelijk”, “het klopt wat ik zeg”, “is dit de enige manier”. Als je dipt praat je langs elkaar heen en kom je niet tot oplossingen. Dimmen betekent: “denken in mogelijkheden”, “hoe lossen we problemen op en wat hebben we daarvoor nodig”. Op die manier zoek je naar een oplossing die voor beide partijen geldig is en waardoor er dure procedures worden bespaard.
Een mediationtraining binnen de gemeente is wat ons betreft een mooi voorstel om te werken aan betere communicatie met de burgers.

In deze raadsvergadering zal D66, met andere partijen, een aantal amendementen indienen, die om een structurele investering vragen. Belangrijke amendementen, waarmee oud beleid wordt afgerond en bestaande afspraken worden gehandhaafd. Betrouwbare overheid.
Bestaand beleid is onder andere het vervangen van de HBC-scholen binnen de gemeente. Deze scholen zijn niet meer van deze tijd en zijn een gevaar voor de gezondheid van de leerlingen en de leraren. D66 is dus voorstander om het bestaande beleid af te ronden en deze HBC-school te vervangen. Wij hebben hier uiteraard over de Haarschool.

Als we het hebben over bestaande afspraken, dan zijn dat bijvoorbeeld ook het in standhouden van de koppeling tussen de kosten van de afvoer van afvalstoffen en de kosten van verwerking. Logisch, want waarom zou je hier in deze gemeente meer moeten betalen dan het kost? Dat het scheiden van afval steeds lucratiever wordt, mag wat D66 betreft terug naar de mensen die zich hiervoor inzetten, de inwoners van Rijssen en Holten.

Ook ten aanzien van de hondenbelasting is D66 van mening dat hondenbezitters moeten betalen voor de werkelijke kosten. Waarom moeten hondenbezitters meer betalen dan de gemeente uitgeeft voor het handhaven en het onderhoud ervan? Deze amendementen kosten geld en hiervoor biedt de septembercirculaire, zoals mijn voorganger de heer Ter Keurst al heeft verteld, voldoende perspectief. Kort gezegd: er is structureel genoeg geld om dat te doen. Bovendien is het aanstaande vertrek van een van de vier wethouders, dat heb ik vernomen, ook een manier om een forse structurele besparing door te voeren. Zo kan naar onze mening zo’n € 200.000 per jaar structureel worden bespaard als de ontstane vacature niet meer wordt ingevuld en de portefeuilles worden herverdeeld. Dan zou de gemeente kunnen meedoen aan een experiment, zoals dat door het Tweede-Kamerlid de VVD-er Van Oosten is voorgesteld en door minister Plasterk wordt ondersteund: een wethouder voor meerdere gemeenten. Een kans die het college wat D66 betreft niet mag laten liggen.

Voorzitter, D66 zal het komende jaar de ontwikkelingen in deze gemeente nauwgezet volgen. Keuzevrijheid staat hierbij voorop en de eigen kracht is van belang. D66 wil, net zoals de afgelopen periode, een brug vormen tussen de mensen in deze gemeente en de politiek.

Dank u voor de aandacht.”

De VOORZITTER: Daarmee heeft u inderdaad voor het eerst namens D66 een bijdrage geleverd aan de algemene beschouwingen. U kondigde aan dat u niet over de vijf minuten zou gaan. U bent er als een volleerd politicus overheen gegaan.

Ik schors de vergadering.

Schorsing 11.08 uur – 11.23 uur.

De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft aan dat de bundel moties en amendementen te raadplegen is op de website.

Het college gaat nog niet in op vragen die betrekking hebben op moties en amendementen. Wel wordt ingegaan op enkele opmerkingen en suggesties.

Het college dankt de raad voor de constructieve manier waarop de algemene beschouwingen zijn gehouden en voor de complimenten die zijn uitgesproken naar de ambtelijke organisatie voor het vele werk dat is verricht om het perspectief op deze manier voor te leggen. De complimenten worden overgebracht aan de ambtelijke organisatie. De complimenten die zijn geuit naar het college voor de goede en nette manier waarop de begroting is neergelegd, worden in dank aanvaard.

Spreker verzoekt de wethouders in te gaan op de punten die zijn gemaakt ten aanzien van de desbetreffende portefeuilles.

Wethouder BEENS zegt dat de SGP aandacht vraagt voor vrijwilligers en mantelzorgers. In een eerdere discussie in de raad heeft het college al aangegeven daar oog voor te hebben. Spreker zegt toe dat dat ook in de toekomst het geval zal zijn.

De heer Ter Keurst van de PvdA verzocht oog te hebben voor het armoedebeleid. Spreker zegt dat er geld voor is gereserveerd, maar dat de meeste aandacht is uitgegaan naar de drie decentralisaties, de D’s. Het college komt echter op een nader tijdstip terug op dit onderwerp.
Op de vraag van de heer Ter Keurst over Giro 555, zegt spreker dat het college hierover voor de toekomst het volgende standpunt heeft ingenomen: het verlenen van een bijdrage aan VNG-International voor hulp gericht op de wederopbouw van de lokale politiek.

De VOORZITTER merkt op dat een voorstel over het beleid m.b.t. giro 555 wordt behandeld in de commissie ABZM op 1 december 2014.

Wethouder BEENS geeft aan dat de heer Noordam enkele kritische vragen stelde over een financieel gezonde gemeente. Spreker zegt dat hij bezig is de beloftes die daarover zijn gedaan, waar te maken. De gemeente staat er heel gezond voor. Spreker gaat hier verder op in bij de behandeling van de moties en amendementen.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij de algemene opmerkingen met betrekking tot gezondheid en sport zal meenemen. Naar aanleiding van wat door D66 is gezegd over communicatie, zegt spreker dat over de nieuwe structuurvisie voor het centrum van Rijssen op een nieuwe en innovatieve manier gecommuniceerd gaat worden. De raad ziet daarvan binnenkort meer.

Wethouder AANSTOOT zegt dat de tweede ontsluiting van Kalfstermansweide, waarover o.a. het CDA sprak, in het college wordt besproken. Het voorstel wordt aan de commissie Grondgebied van 4 december voorgelegd.

Wat betreft de Bosschool zegt spreker dat de communicatie tussen het schoolbestuur en Stichting ROOS broos is. De gemeente heeft gemeend hiervoor een intermediair in te moeten schakelen. Dat voorstel wordt voorgelegd aan Stichting ROOS en de MR van de Bosschool. Een brief hierover is naar de raad gestuurd.

De verbreding van het MBO-onderwijs, waarover Gemeentebelang heeft gesproken, wordt door het college breed opgepakt. Aan de opleiding Transport en Logistiek hebben zich inmiddels twaalf bedrijven geconformeerd. Waarschijnlijk wordt met de opleiding gestart met ingang van het nieuwe schooljaar. Daarnaast wordt bekeken of de opleiding Zorg binnengehaald kan worden.

Het plan van aanpak voor de brandveiligheid De Borkeld wordt uitgevoerd. Over twee weken worden de stand van zaken en de vervolgmaatregelen besproken in het college. Het onderwerp komt terug in de commissie.

Het college heeft een reactie verstuurd naar de staatssecretaris over de keuze voor de Twentelijn met betrekking tot het goederenvervoer en het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor tot 2022. Toegezegd is dat de echt gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk via de Betuwelijn worden vervoerd. Er volgt informatie over het vervoer van gevaarlijke stoffen dat wel langs Rijssen-Holten komt.

Burgemeester HOFLAND gaat in op opmerkingen over intergemeentelijke samenwerking, zoals WT4 en Regio Twente. Er blijkt wel degelijk verdiend te zijn aan samenwerkingen, maar het is lastig dat inzichtelijk te maken. Het ‘laaghangend fruit’ is inmiddels geplukt en het gaat nu om de vraag hoe verder te gaan. De kaders waarbinnen dat gedaan moet worden en die raadsbreed onderschreven worden, hebben betrekking op de eigenheid en de zelfstandigheid van Rijssen-Holten. Keuzevrijheid prevaleert. Samenwerking moet wel echt iets opleveren. Spreker is van mening dat de gemeente op dit moment op een tweesprong staat. Daarover wordt binnenkort met de raad verder gesproken.

Binnen de Regio Twente vindt een heroriëntatie plaats. Spreker wijst in dit verband op het rapport van de Commissie van Wijzen, waaruit blijkt dat men in Twente als regio dacht zichzelf te kunnen bedruipen en dingen goed op elkaar af te stemmen om daarmee ‘de wereld te kunnen veroveren’. Deze commissie zegt hierover echter dat als men echt op wereldschaal allerlei potten bereikbaar wil houden, er gewerkt moet gaan worden op de schaal van Oost-Nederland. Twente is te klein om ‘een deuk in een pakje boter te slaan’. De komende maanden moet goed nagedacht worden over de vraag hoe de heroriëntatie opgepakt moet worden, wat er gedaan moet worden in Oost-Nederland, hoe Twente daarin een bijzondere rol kan spelen en, met name de vraag voor het gemeentebestuur van Rijssen-Holten, hoe Rijssen-Holten daarin gepositioneerd kan worden.

Er ligt op dit moment een concept bij de minister over de huisvesting van de Nationale Politie, waarin staat dat er ten aanzien van de huisvesting in Twente nog geen duidelijkheid is voor Wierden, Rijssen-Holten en Hellendoorn. Er komt een onafhankelijk onderzoek om te bepalen waar de definitieve opkomstlocatie gevestigd wordt. In de andere twee gemeenten moet een goed uitgerust steunpunt komen. Die keuze, waarin elementen meespelen, zoals aanrijtijden en criminaliteit in de gemeenten, is de bevoegdheid van de minister en de korpsleiding. Spreker is blij met deze tussenstap om objectief een keuze te kunnen maken.

Spreker refereert aan de algemene beschouwingen, waarbij sommige termen vaker worden genoemd, zoals rentmeesterschap en duurzaamheid. Spreker zegt dat in de politiek vaak wordt gekeken naar de scheiding tussen coalitie en oppositie. Vandaag waren er echter mooie dingen te horen. De heer Ter Keurst van de PvdA zegt: het kan slechter. De heer Noordam van de VVD kwam met een draaiknop voor het college. Dat is volgens spreker ook de draaiknop van de raad, die zelf duidelijk kan maken welke keuzes er gemaakt moeten worden. De heer Klein Velderman van D66 sprak over denken in mogelijkheden. Volgens spreker wordt er inderdaad gezamenlijk gewerkt in Rijssen-Holten om het beste naar boven te halen. Rijssen-Holten is zelfbewust en hier en daar een beetje eigenzinnig, maar staat vol in het leven. Spreker denkt dat als de raad deze periode op deze manier verdergaat, daarmee het beste gedaan wordt voor de inwoners.

Spreker geeft gelegenheid tot reacties op de algemene beschouwingen vanuit de diverse fracties.

De heer SCHEPPINK merkt op dat CDA en ChristenUnie spraken over duurzaamheid en groen, maar dat zij daarentegen wel vragen om kunstgras.
De VVD heeft draaiknoppen aan het college gegeven. Spreker is blij dat uiteindelijk de raad bepaalt hoe ver die knop naar links of naar rechts gedraaid wordt. Hij is benieuwd of de VVD vandaag de knop naar links draait, naar rechts of in het midden blijft. Zelf geeft hij de voorkeur aan het midden, zodat er een goede, solide begroting is en er buffers overblijven.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang de constatering van D66 ondersteunt over de procedures en de relatief veel verloren zaken in de afgelopen jaren. Dat versterkt spreker in het feit dat hiermee leergeld is betaald en dat dat aantal zaken de komende jaren zal dalen.
De heer Ter Keurst heeft gelijk als hij zegt dat hij het armoedebeleid heeft gemist. Volgens spreker horen daar nog bij: financiële bijstand van zzp-ers en ouderenbeleid. Dat zijn aandachtspunten die volgens de burgemeester het komende jaar op de agenda komen. Het is ook nadrukkelijk de intentie van Gemeentebelang deze onderwerpen op de agenda te houden.

De heer TIJHOF zegt dat de woorden van de heer Ter Keurst waar zijn. Het armoedebeleid is inderdaad niet genoemd. Het is dan ook goed dat wethouder Beens daarop heeft gereageerd en dat dit opgepakt en uitgewerkt wordt. Spreker waardeert de woorden van de PvdA, waarmee de raad wat dat betreft scherp gehouden wordt. Dat geldt eveneens voor Giro 555. Het college geeft aan dat er is gesproken over een wijziging in dit beleid. Dat is nog niet vastgelegd en biedt daarom wellicht mogelijkheden het bestaande beleid nu nog toe te passen. Spreker verzoekt wethouder Beens te reageren op wat hij heeft opgemerkt over alcoholmatigingsbeleid in het kader van de volksgezondheid.

Wethouder BEENS zegt dat er hierover momenteel een onderzoek onder jongeren wordt gedaan. Zodra de uitslag van het onderzoek bekend is, wordt het gepresenteerd aan de raad.

De VOORZITTER sluit de algemene behandeling af en gaat over tot de behandeling van de amendementen.

Behandeling van de amendementen met betrekking tot de begroting 2015

(De voorzitter draagt het voorzitterschap over aan de heer G. Kreijkes.)

CDA, SGP, ChristenUnie, Gemeentebelang, VVD en Lokaal Liberaal dienen een amendement in:
Burgerparticipatie

De heer WESSELS licht het amendement toe en gaat in op het model van politicoloog Easton, waarbij burgers input leveren, waarna in de ‘politieke black-box’ besluitvorming plaatsvindt. Dat leidt vervolgens tot feedback, wat weer kan dienen voor input. Daarmee is het een gesloten systeem.
Het is van belang goed te communiceren met de inwoners en voorafgaand aan, tijdens en na afloop van besluitvorming de lijnen met de inwoners te gebruiken, informatie te delen en meningen te horen. Deze raad werkt daar goed aan mee via Twitter. Te weinig communicatie is niet goed, maar te veel communicatie kan het politieke systeem ook niet aan, volgens Easton. De indieners van het amendement sluiten zich daarbij en willen de inwoners behoeden voor een overschot aan communicatie. In de paragraaf Burgerparticipatie wordt voorgesteld € 100.000 in te zetten voor onderzoek naar de mening van de burger, om deze mening vervolgens mee te nemen in nieuwe plannen en hierover te communiceren. Het structureel opnemen van een dergelijk bedrag gaat echter te ver. In het amendement wordt voorgesteld de structurele inzet te verlagen en de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de burgerparticipatie. Spreker dient het volgende amendement in:

Overwegende dat:

  • het proactief informeren van burgers bij besluitvorming belangrijk is voor draagvlak;
  • het budget voor burgerparticipatie hier ook maximaal voor moet worden ingezet;
  • wij in een representatieve democratie leven;
  • de gekozen volksvertegenwoordigers de burgers vertegenwoordigen in het bestuur;
  • de politieke partijen verantwoordelijk zijn om gevoelens en wensen van de samenleving om te zetten in beleid;
  • het budget van € 100.000 aan de hoge kant is;
  • het college bij grote projecten altijd de burgerparticipatie kan mee-begroten;

besluit:
de extra middelen voor burgerparticipatie (p.12 en p.20) in de programmabegroting te verlagen van € 100.000 naar € 50.000 structureel.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat in het amendement wordt gesteld dat € 100.000 aan de hoge kant is. Spreker vraagt waarop de € 50.000 is gebaseerd en ook of de indieners het college hebben gevraagd waarop de € 100.000 is gebaseerd.

De heer WESSELS zegt dat goed over de bedragen is nagedacht. In de commissievergadering is hierover gesproken. Voor € 100.000 kunnen bijna twee personen worden aangenomen om te communiceren met de burger. Dat is veel, al is werkgelegenheid belangrijk. De indieners van het amendement hebben om die reden de overweging opgenomen dat bij grote projecten er alsnog vanuit het college een voorstel gedaan kan worden om de bijdrage daarvoor mee te begroten. Dat is gedaan bij de decentralisaties. Dat was een goede aanpak, maar dat moet niet structureel worden gedaan. € 100.000 vinden de indieners een te groot bedrag.

Burgemeester HOFLAND gaat in op de overwegingen in het amendement, dat de gekozen volksvertegenwoordigers de burgers vertegenwoordigen in het bestuur en dat de politieke partijen verantwoordelijk zijn om gevoelens en wensen van de samenleving om te zetten in beleid. Staatsrechtelijk is dat juist. In deze tijd gebeurt er echter veel en mensen willen soms bij het een horen en soms bij het ander. Die netwerksamenleving krijgt consequenties. Ook maatschappelijk gebeurt er momenteel heel veel op het gebied van takenverschuivingen en bezuinigingen. Dat dwingt de overheid op zoek te gaan naar andere verhoudingen, waarbij de sleutel voor oplossingen voornamelijk gevonden wordt ín die samenleving. Spreker heeft het gevoel dat daarbij het proces van een soort transitie aan de gang is, waarin de eerste stappen worden gezet. Dat is nu al volop te zien bij de decentralisaties. Om dat proces in gang te zetten en om daarover na te denken, stelt het college voor € 100.000 beschikbaar te stellen. De hoogte van dat bedrag kan spreker niet onderbouwen en ontraadt de motie, omdat daarin uitgegaan wordt van € 50.000. Spreker hoopt dat de raad ruimte geeft aan het college om met een goed en gedegen plan te komen en dat het college ruimte krijgt om aan te geven hoe invulling wordt gegeven aan de verhouding tot de samenleving.

Eerste termijn
De heer WESSELS zegt dat er volgens de burgemeester nog geen concreet plan ligt. Dan is het opvallend dat er al € 100.000 structureel voor vrijgemaakt wordt. De indieners vinden dat communicatie belangrijk is en dat daarin geïnvesteerd moet worden. Daarvoor is budget beschikbaar. Mocht blijken dat € 50.000 te weinig is, dan kan gekeken worden naar de optie in het amendement dat er geld vrijgemaakt kan worden als er grote projecten aan de orde zijn. Op dat moment kan de raad daarover oordelen.

De heer TER KEURST vraagt zich af, na het betoog van de burgemeester, of dit voor het college een halszaak is of dat de burgemeester van mening is dat dit een ‘moetje’ is en het al een gelopen race is.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de heer Wessels € 50.000 gelijk stelt aan 1 fte. Het onderzoek is daarin echter niet meegenomen. Spreker wil geen koehandel over de hoogte van het bedrag en vindt dat de raad vertrouwen moet hebben in het college. Het college zal goed nagedacht hebben over de hoogte van het bedrag. De € 100.000 moet daarom ter beschikking gesteld worden. Later kan bekeken worden of dat bedrag goed gekozen is of dat bijstelling nodig is.

De heer TIJHOF zegt dat burgerparticipatie een proces in ontwikkeling is, waarvoor soms extra middelen nodig zijn. Het college kan momenteel echter nog niet zeggen hoeveel geld daarvoor nodig is en welke kant het op gaat. Er moet echter niet gedaan worden alsof de gemeente geen afdeling Communicatie heeft. Er zíjn mensen die de communicatie verzorgen. Spreker kan meegaan met het college dat er behoefte is aan uitbreiding, maar vindt dat er voorzichtig begonnen moet worden en als er meer geld nodig is, verwacht hij dat het college daarvoor bij de raad terugkomt. De ChristenUnie steunt het amendement van harte.

De heer KLEIN VELDERMAN interrumpeert de heer Tijhof, die spreekt over de afdeling Communicatie. Het gaat nu echter over burgerparticipatie. Er moet op zoek gegaan worden naar wat er leeft in de maatschappij en of er draagvlak is voor plannen van de gemeente. Dat moet vooraf afgestemd worden, zodat er gedegen plannen komen met voldoende draagkracht. Spreker gaat niet mee als gesteld wordt dat het college de € 100.000 niet kan onderbouwen. Hij vindt het vreemd dat er om die reden dan maar € 50.000 van gemaakt wordt.

De heer TIJHOF zegt dat de heer Klein Velderman heeft opgemerkt dat er geen geld zou zijn voor onderzoek bij een bedrag van € 50.000 en dat dat ten koste zou gaan van de communicatie. Dat is volgens spreker niet het geval.

De heer SCHEPPINK zegt dat D66 veel vertrouwen stelt in het college, zodanig zelfs dat klakkeloos het voorstel voor € 100.000 wordt overgenomen. Spreker is van mening dat bij goed rentmeesterschap ook de kosten goed berekend moeten worden. Dat is in dit geval niet goed gebeurd. Spreker vindt dat het de juiste weg als er € 50.000 beschikbaar wordt gesteld. Is er meer geld nodig, dat kan het college bij de raad terugkomen.

De heer NOORDAM zegt dat het jammer is dat het debat niet diepgaander is gevoerd in de commissie. De VVD heeft in de commissie gezegd dat € 100.000 bespreekbaar is, maar dat de raad er grip op wil hebben. Spreker vindt dat het amendement precies waarmaakt waar het college naar op zoek is, namelijk het beschikbaar stellen van € 50.000 en bij grote projecten geld vrijmaken. Dat zal misschien uitkomen op € 100.000 of zelfs nog meer.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het college zeker de suggestie van de heer Scheppink oppakt om bij de raad terug te komen bij bepaalde projecten. Het college is echter van mening dat in het algemeen op een heel andere manier met de samenleving omgegaan moet worden. Dat valt niet altijd te herleiden naar een bepaald project.

De VOORZITTER brengt het amendement in stemming. Het amendement wordt aangenomen met 23 stemmen voor (SGP, CDA, CU, GB, VVD, LL, PvdA) en 1 stem tegen (D66).

(De heer G. Kreijkes draagt het voorzitterschap over aan de burgemeester.)

PvdA, VVD en D66 dienen een amendement in:
Nieuwbouw Haarschool Holten

De heer TER KEURST licht het amendement toe. Elk kind moet kennis kunnen opdoen in een adequate en vooral gezonde leeromgeving. Het schoolbestuur heeft de problematiek van de Haarschool Holten geschetst voor de raadsleden. De raadsleden hebben ook zelf kennis kunnen nemen van deze problematiek door het bezoek aan de school. Uit de algemene beschouwingen blijkt dat de Haarschool Holten kan rekenen op brede sympathie. Echter, sympathie alleen is niet voldoende. Doorschuiven naar de kaderstelling in 2015 betekent dat de Haarschool moet concurreren met zaken als kunstgrasvelden, sporthallen en overige politieke stokpaardjes. Dat is niet wenselijk. Spreker verzoekt om hoofdelijke stemming over het volgende amendement.

Overwegende dat:

  • de Haarschool in Holten de laatste als school in gebruik zijnde HBC-school in onze gemeente is;
  • deze school al veel langer in gebruik is dan destijds bij de bouw was voorzien;
  • deze school een onacceptabel slecht en voor leerlingen en personeel ongezond binnenklimaat heeft;
  • het energieverbruik van deze school in deze tijd van verduurzaming niet langer acceptabel is;
  • de oude Holterenkschool nú nog als tijdelijke huisvesting kan dienen;
  • vermenging van bouw- en onderwijsactiviteiten op één locatie géén optie is;
  • het gebruik maken van de Holterenkschool € 360.000,- aan tijdelijke huisvestingslasten bespaart;
  • de septembercirculaire voldoende perspectief biedt, zowel incidenteel als structureel, om tot nieuwbouw over te gaan;

besluit:
dat er in het onderwijshuisvestingsprogramma voor 2015 voldoende geld moet worden opgenomen voor nieuwbouw van de Haarschool (een 8-groepsschool) en de dekking hiervoor te halen uit het incidenteel en structureel perspectief.

Eerste termijn
De heer KAHRAMAN is verheugd dat een aantal partijen aandacht geeft aan de Haarschool. Ook in het beleidsakkoord staat deze school genoemd. De heer Ter Keurst zegt dat er voldoende ruimte is in de begroting, maar is er inderdaad voldoende geld als alle moties en amendementen vandaag aangenomen worden?

De heer TIJHOF zegt dat in het besluit van het amendement “een 8-groepsschool” staat. Spreker herinnert zich dat een “7-groepsschool” voldoende was voor de Haarschool.

De heer DE KOE zegt dat in enkele moties die vandaag nog volgen, het college verzocht wordt enkele zaken uit te zoeken voor de kaderstelling. Spreker is van mening dat dat ook zou moeten gelden voor de Haarschool Holten, waarbij hij ervan uitgaat dat deze school hoog op de lijst komt te staan. De vele wensen, waarvan een aantal noodzakelijk is, moeten integraal afgewogen worden. Spreker verzoekt de indieners van het amendement aan te geven waarom zij niet wachten tot de kaderstelling.

De heer RETERINK zegt dat in de overwegingen het ongezonde binnenklimaat als argument wordt opgevoerd. Het binnenklimaat is echter een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur en hij vraagt zich af of deze overweging terecht is opgenomen.
De bouw- en onderwijsactiviteiten op één locatie is geen optie, volgens het amendement. Spreker constateert dat dit eerder wel is gebeurd bij andere scholen.

De heer NOORDAM gaat in op de Arbeidsomstandighedenwet, waarin staat dat medewerkers recht hebben op een goede omgeving. Als die omgeving niet voldoet, dan moeten er maatregelen getroffen worden via een plan van aanpak.

De heer RETERINK interrumpeert de heer Noordam. Het is terecht dat de heer Noordam de wet aanhaalt, maar dat neemt niet weg dat de verantwoordelijkheid bij het bestuur ligt.

De heer NOORDAM zegt dat dat klopt, maar dat het gaat om de toekomst van de Haarschool op korte termijn. Het is niet de bedoeling van spreker aan ‘struisvogelpolitiek’ te doen.
Gemeentebelang heeft voor de verkiezingen nadrukkelijk gesteld dat uitstel onverantwoord is en dat het belang van een verantwoorde kwaliteit van de leeromgeving doorslaggevend moet zijn. Nu Gemeentebelang onderdeel is van de coalitie wil spreker daarop graag een reactie.

De heer TER KEURST zegt dat het binnenklimaat inderdaad de verantwoordelijkheid is van het schoolbestuur, maar van een schoolbestuur kan niet verwacht worden dat er veel geld geϊnvesteerd wordt in een aftands gebouw. Ventileren door middel van het openzetten van de ramen, is voor de PvdA geen optie.
In het verleden is inderdaad wel eens gebouwd op dezelfde locatie. De PvdA vindt dat niet wenselijk omdat het een verstorend effect geeft op de lessen en er ontstaan levensgevaarlijke en onwenselijke situaties bij zwaar transport ten behoeve van de bouw. Spreker vindt dat het niet zo kan zijn dat nieuwbouw van een school bij de kaderstelling moet concurreren met sporthallen, kleiduivenschietbanen of kunstgras. De PvdA wil daarom nu prioriteiten stellen.

De heer DE KOE interrumpeert de heer Ter Keurst. Iedereen onderkent het belang van goed onderwijs. De integrale afweging kan bij de kaderstelling gemaakt worden.

De heer TER KEURST zegt nogmaals dat hij voor de Haarschool geen concurrentie wenst met een kleiduivenschietbaan of een kunstgrasveld en daarom nu al deze prioriteit stelt.
De Haarschool is nu een 11-groepsschool. De prognose geeft aan dat het een 7- of 8-groepsschool zal worden. Wanneer een school echter helemaal vernieuwd is, krijgt deze meestal een aanzuigende werking. Daarom staat in het amendement een 8-groepsschool genoemd.

De heer SCHEPPINK zegt dat ook de heer Ter Keurst al een afweging maakt door nu geld ter beschikking te stellen uit de algemene middelen en niet uit de onderwijsbegroting.

De heer TER KEURST zegt dat dat klopt, maar dat de PvdA niet wil dat de Haarschool straks moet concurreren met politieke stokpaardjes.
Na het verschijnen van de septembercirculaire bleek de begroting structureel te sluiten op ruim € 400.000 en incidenteel op ruim € 2 miljoen. Dan kan niet beweerd worden dat er geen geld is. Spreker heeft wel respect voor partijen die zeggen dat zij de brede afweging willen maken bij de kaderstelling.
Voor een 8-groepsschool is ongeveer € 70.000 nodig, inclusief kosten voor herinrichting. Verder komen er vandaag voorstellen over € 100.000 dividend Twence en € 20.000 hondenbelasting. Samen is dat nog geen € 200.000. Er blijft nog ruim € 200.000 over om mee te nemen naar de kaderstelling.

Wethouder AANSTOOT zegt dat ook het college onderschrijft dat kinderen les moeten krijgen in een gezonde en veilige leeromgeving. Wat betreft de onderwijskundige noodzaak hoeft deze school niet vervangen te worden. Het binnenklimaat van de school is de verantwoordelijkheid van Stichting ROOS. Het college is eveneens van mening dat er niet enorm veel geϊnvesteerd moet worden op klimatologisch gebied in dit pand.
Het college is van mening, of er nu wel of geen budget is op dit moment, dat de brede afweging bij de kaderstelling behoort te worden gemaakt. In de tussentijd kan bekeken worden hoe de school verbouwd kan worden en welke andere wensen ingevuld kunnen worden op het gebied van onderwijs. Het college wil daarbij goed kijken naar wat er op de gemeente afkomt, mede door de veranderende wetgeving op het gebied van onderwijs per 1 januari 2015. Het college ziet er daarom op dit moment van af nieuwbouw van de Haarschool in de begroting 2015 op te nemen. Spreker vraagt zich hiernaast af of het bestuur van de school er wel klaar voor is als vandaag toch positief besloten wordt over de Haarschool.
Er zijn mogelijkheden voor vervanging en nieuwbouw op dezelfde locatie. Het college wil de periode tot de kaderstelling gebruiken om dat inzichtelijk te maken. Op basis daarvan zullen er keuzes aan de raad worden voorgelegd.

Tweede termijn
De heer TER KEURST zegt dat op pagina 23 van de primaire begroting als enig argument staat, dat nieuwbouw van de Haarschool Holten is aangevraagd voor het onderwijshuisvestingsprogramma 2015, maar dat er op dit moment geen geld voor nieuwbouw is. Dat betekent voor spreker dat alle andere argumenten die nu naar voren worden gebracht ‘overbodige verplaatsingen van lucht’ zijn. Bij de septembercirculaire bleek dat er wel geld was. De wethouder noemde als argument de vraag of het bestuur van de school wel klaar zou zijn voor nieuwbouw. Spreker zegt hierop dat er scholen binnen één jaar gebouwd zijn zodra er geld beschikbaar was gesteld. Als de wil er wil, is er een weg.
Spreker stelt de retorische vraag aan de wethouder of hij met dit binnenklimaat zijn kinderen naar de Haarschool zou sturen en of hij zijn kinderen naar deze school zou sturen terwijl er op het schoolplein bouwactiviteiten van grote omvang plaatsvinden.

De heer KAHRAMAN dankt de PvdA, dat zij respect heeft voor partijen die hun afweging maken bij de kaderstelling. Spreker roept de PvdA op het CDA op dat moment te beoordelen op die afweging. Er leven inderdaad meer wensen bij het CDA.

De heer TER KEURST zegt dat de heer Kahraman kan rekenen op die beoordeling.

De heer KAHRAMAN zegt dat partijen elkaar op die manier scherp houden.

De heer NOORDAM interrumpeert de heer Kahraman en vraagt hem waarom het CDA het vastgestelde beleid omtrent deze scholen niet wil afmaken.

De heer KAHRAMAN zegt dat er partijen zijn die hun afweging maken bij de kaderstelling, omdat er geen onbeperkt budget voor scholen is.

De heer NOORDAM zegt dat hij het beleid bedoelt over vervanging van de HBC-scholen. De Haarschool Holten is de laatste HBC-school. Waarom maakt het CDA dat beleid niet af?

De heer KAHRAMAN zegt dat dat de interpretatie is van de heer Noordam.

De heer NOORDAM zegt dat het CDA eerst een nieuwe integrale afweging wil maken om te kijken wat er nog meer nodig is.

De heer KAHRAMAN zegt dat dat niets met het beleid te maken heeft. Het CDA vraagt niet aan het college volledig nieuw beleid te ontwikkelen op onderwijshuisvesting.

De heer NOORDAM vraagt waarom het bestaande beleid niet afgemaakt wordt. Er is nu geld beschikbaar.

De heer KAHRAMAN zegt dat er in de begroting geld beschikbaar is gekomen in verband met een aantal meevallers. Het CDA wil echter niet alleen kijken naar de begroting 2015, maar ook naar de meerjarenbegroting.

De heer NOORDAM zegt dat de heer Kahraman ook gelezen zal hebben dat uitstel  de nieuwbouw duurder maakt.

De heer KAHRAMAN zegt dat de PvdA dankbaar moet zijn dat de Haarschool in het coalitieakkoord is opgenomen. Als de PvdA dat als hoogste prioriteit stelt, dan moet zij ervan uitgaan dat er volgend jaar een unaniem besluit genomen wordt.

De heer NOORDAM vraagt of de heer Kahraman de Haarschool op dit moment ook als hoogste prioriteit stelt met de kennis die er nu is.

De heer KAHRAMAN zegt dat dergelijke prioriteringen gedaan worden bij de kaderstelling. Op dat moment kan men het CDA daarop aanspreken. Er zijn incidentele meevallers, maar als alle moties en amendementen vandaag aangenomen worden, ontstaat er een gat in het meerjarenperspectief.

De heer TER KEURST zegt dat hij dat onzin vindt. Het meerjarenperspectief bedraagt ruim € 400.000. Als er voor de Haarschool € 70.000 afgehaald wordt, ontstaat er absoluut geen gat in de begroting.

De heer KAHRAMAN zegt dat in het voorjaar alles tegen elkaar afgewogen moet worden. Op dat moment mag men het CDA daarop aanspreken, als het gaat om de Haarschool en om alle andere wensen die er zijn.

De heer DE KOE zegt dat er een sympathiek amendement voorligt. Goed onderwijs is en blijft belangrijk. Dat kan niet gebeuren zonder dat er een goede financiële afweging wordt gemaakt. Nu blijkt er onverwachts geld te zijn, maar dat kan volgend jaar weer heel anders liggen. Onderwijs is een van de grootste prioriteiten voor Lokaal Liberaal en waarschijnlijk voor alle partijen, maar toch vindt spreker dat er een integrale afweging gemaakt moet kunnen worden.

De heer MULLER zegt dat ook voor Gemeentebelang een 8-groepsschool in de toekomst het meest gewenst is.
De Haarschool is benoemd in het collegebeleid en in het collegeakkoord. De indruk die gewekt wordt, dat de Haarschool niet relevant of niet belangrijk gevonden wordt, is niet juist.
Wat betreft de opmerking over HBC-scholen zegt spreker dat het beleid is, dat scholen vervangen moeten worden die niet voldoen aan de eisen van een sobere maar goede leeromgeving. Daar hoort de Haarschool absoluut bij. Het is een HBC-school, maar het gaat om de feitelijke leeromgeving. Een voorbeeld is de Julianaschool, die niet een HBC-school was, maar wel is vervangen.
Nadat de heer Wevers heeft ingesproken tijdens de commissievergadering en nadat de raadsleden de Haarschool hebben bezocht, is, ook door de Stichting ROOS, nadrukkelijk nagedacht over nieuwbouw voor de Haarschool en over eventuele noodlocaties. De heer Wevers heeft al eerder gezegd dat een feitelijke eerste spade in de grond niet in 2015 aan de orde was. Wel vindt Stichting ROOS het zeer wenselijk dat er in 2015 zekerheid moet zijn over de bouw begin 2016. Het is niet een kwestie van ‘copy-paste’ naar de Holterenk, maar er zal veel meer voorbereiding nodig zijn.
Voor Gemeentebelang is het meest gunstige scenario dat er in 2016 wordt gestart met de bouw. Gemeentebelang snapt dat alle prioriteiten en alle belangen van de scholen meewegen. Dat zal in uitkomst niets uitmaken.

De heer TIJHOF zegt dat het budget voor onderwijshuisvesting is bestemd voor het uitvoeren van het programma. In de afgelopen jaren is het onderwijshuisvestingsbudget uitgegeven, zelfs meer dan honderd procent. Nu die pot leeg is, moet eerst weer de integrale afweging gemaakt worden: welke investeringen moet gedaan worden, hoeveel extra geld van de eigen middelen is nodig om de ambities waar te kunnen maken?

De heer RETERINK sluit zich aan bij woorden van de heer Tijhof. Een goede integrale afweging heeft zeker meerwaarde. Er zijn meer scholen waar het een en ander aan de hand is. Er moet goed bekeken worden hoe het geld verdeeld wordt. De Haarschool zal zeker niet onderaan de lijst staan.

De heer TER KEURST vraagt de portefeuillehouder of er met dit amendement een gat in de begroting wordt geschoten of dat er voldoende geld overblijft.

De heer KAHRAMAN interrumpeert de heer Ter Keurst en zegt dat hij zich heeft afgevraagd of er, als alle amendementen en moties die door de PvdA worden ondersteund, vandaag worden aangenomen, nog een positief saldo overblijft.

De heer TER KEURST zegt dat hij al heeft voorgerekend dat als alle voorstellen worden aangenomen, dat nog geen € 200.000 kost. Spreker wil van de wethouder weten of met het voorliggende amendement een gat in de begroting wordt geschoten, zoals de heer Kahraman heeft beweerd.

Wethouder AANSTOOT zegt dat hij blij is dat goed en veilig onderwijs breed gedragen wordt door de raad. Het college wil daaraan, waar mogelijk, meewerken binnen de kaders. Een van die kaders is de integrale afweging. Het bouwen van nieuwe scholen wordt op dat moment afgewogen ten opzichte van andere wensen en verlangens. De tijd tot de kaderstelling wordt gebruikt om het totale plaatje, waaronder de meerjarenraming, inzichtelijk te maken.

Wethouder BEENS zegt dat het antwoord op de vraag van de heer Ter Keurst of elk afzonderlijk voorstel een gat in de begroting schiet, nee is. Regeren is echter vooruitzien en er kan heel veel op de gemeente afkomen. Als dat allemaal opgeteld wordt, is de hele begroting verdwenen. De raad moet daarom keuzes maken. Spreker stelt voor dat te doen bij de kaderstelling.

De heer TER KEURST zegt dat de wethouder een aantal aannames voor de toekomst noemt. De nu voorgelegde cijfers naar aanleiding van de septembercirculaire, zijn echter ook van de hand van deze wethouder. Die cijfers wil spreker gebruiken als handleiding, inclusief de reeds genomen voorzorgsmaatregelen die geen effect hebben op deze begroting. Als de raad nu zou besluiten tot bijvoorbeeld adequate huisvesting van de Haarschool of tot het ongedaan maken van een aantal maatregelen, worden er geen gaten in de begroting geschoten.

De VOORZITTER brengt het amendement in hoofdelijke stemming. Het amendement wordt verworpen met 5 stemmen voor en 20 stemmen tegen:

Voor het amendement zijn: mevrouw Deijk, de heer Ter Keurst, de heer Klein Velderman, de heer Kök, de heer Noordam.
Tegen het amendement zijn: de heer Bosma, de heer Haase, de heer Jansen, de heer Kahraman, de heer De Koe, de heer G Kreijkes, de heer H. Kreijkes, mevrouw Kuiper, de heer Muller, de heer Nijkamp, de heer Noeverman, de heer Reterink, mevrouw Riezebos, de heer Scheppink, de heer Tijhof, de heer Van Veldhuizen, de heer Wessels, de heer Ten Berge, de heer Berkhoff, de heer Beunk.

Schorsing van 12.30 uur tot 13.30 uur.

De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft de heer Ter Keurst het woord.

PvdA en VVD dienen een amendement in:
Haarschool 2

De heer Ter Keurst licht het amendement toe. De PvdA heeft respect en waardering voor de mening van de meerderheid van de raadsleden, die aangeven de afweging over nieuwbouw van de Haarschool te maken bij de kaderstelling in 2015. Om duidelijk te maken dat de Haarschool hoog op de prioriteitenlijst staat, wil de PvdA een incidenteel bedrag van € 306.000 opnemen voor tijdelijke huisvesting. Dat geld zou overigens ook voor andere doeleinden voor de Haarschool gebruikt kunnen worden. Spreker verzoekt om hoofdelijke stemming over het amendement.

Overwegende dat:

  • nieuwbouw van de Haarschool in Holten op dit moment niet haalbaar is;
  • nieuwbouw van de Haarschool in Holten wel wenselijk is,
  • vermenging van bouw- en onderwijsactiviteiten op één locatie géén optie is;

besluit:
dat er in het onderwijshuisvestingsprogramma voor 2015 € 360.000 wordt opgenomen voor tijdelijke huisvesting van de Haarschool in Holten.

De heer SCHEPPINK zegt dat de PvdA voor stichting ROOS bepaalt dat nieuwbouw en tijdelijke huisvesting op de locatie van de Haarschool niet mogelijk is. Wat de SGP betreft zou het wel een optie kunnen zijn. Waarom daaraan nu € 360.000 gekoppeld moet worden en waarom dat niet bij de kaderstelling kan, vindt spreker vreemd.

De heer KAHRAMAN zegt dat de heer Ter Keurst begon met het uitspreken van zijn waardering voor de partijen die hun afweging maken bij de kaderstelling, terwijl hij een amendement indient om nu al een uitspraak te doen over die kaderstelling. Volgens spreker is het óf het een óf het ander.

De heer MULLER zegt dat hij van Stichting ROOS heeft begrepen dat men mogelijkheden ziet om nieuwbouw en sloop te combineren, al zal dat niet makkelijk zijn. Spreker refereert aan de recente bouw en verbouw van Eltheto, waar dat wel gelukt is.

De heer TER KEURST zegt dat de raad middels het amendement kan aangeven dat men sympathie heeft voor de Haarschool en werk wil maken van nieuwbouw. Eventueel kan de laatste bullet in het amendement verwijderd worden, maar het gaat de indieners erom dat de € 360.000 wordt vrijgemaakt. Mocht dat niet nodig zijn het geld daarvoor te gebruiken, dan kan het geld toegevoegd worden aan het budget voor onderwijs. Het amendement is ingediend om vervanging van de school hoog op de prioriteitlijst te zetten, zonder te komen aan het structurele budget van € 406.000.

De heer SCHEPPINK vraagt of de heer Ter Keurst de uitspraak van de andere partijen niet vertrouwt, die zeggen dat zij belang hechten aan goed onderwijs. Als die partijen goed onderwijs belangrijk vinden, dan wordt het geld beschikbaar gesteld bij de kaderstelling.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het niet verstandig is nu al een greep te doen uit de financiële middelen. Het is beter de lijn te volgen van een integrale afweging na een goede voorbereiding. Vervolgens wordt bekeken hoe snel er gebouwd kan worden.

De heer TIJHOF zegt dat de ChristenUnie heeft aangegeven de Haarschool mee te willen nemen bij de integrale afweging. Spreker kan zich voorstellen dat de PvdA geen genoegen neemt met wat daarover in het coalitieprogramma staat. De raad heeft vandaag onderschreven dat er wat moet gebeuren met de Haarschool. De PvdA moet het daarmee doen tot het voorjaar van 2015 en niet nu al een bedrag noemen.

De VOORZITTER vraagt de indiener van het amendement of de laatste bullet bij de overwegingen uit het amendement gehaald wordt.

De heer TER KEURST zegt dat het amendement wordt gehandhaafd zonder de derde bullet.

De VOORZITTER brengt het amendement in hoofdelijke stemming. Het amendement wordt verworpen:

Voor het amendement zijn 5 raadsleden: mevrouw Deijk, de heer Ter Keurst, de heer Klein Velderman, de heer Kök, de heer Noordam.
Tegen het amendement zijn 20 raadsleden: de heer Bosma, de heer Haase, de heer Jansen, de heer Kahraman, de heer G. Kreijkes, de heer H. Kreijkes, mevrouw Kuiper, de heer Muller, de heer Nijkamp, de heer Noeverman, de heer Noordam, de heer Reterink, mevrouw Riezebos, de heer Scheppink, de heer Tijhof, de heer Van Veldhuizen, de heer Wessels, de heer Ten Berge, de heer Berkhoff, de heer Beunk.

SGP, CDA, ChristenUnie en Gemeentebelang dienen een amendement in:
Onderzoek naar het energieneutraal maken van het gemeentelijke vastgoed

De heer HAASE licht het amendement toe. In de algemene beschouwingen heeft de SGP aangegeven dat goed rentmeesterschap een belangrijke christelijke waarde is. Vanuit dit oogpunt wil de SGP duurzaamheid stimuleren en waardeert zijn fractie dat het college de ambitie uitspreekt om het gemeentelijke vastgoed, als voorbeeldfunctie richting burgers en bedrijven, energie-efficiënter te maken en voorstelt € 25.000 te reserveren voor het uitvoeren van een onderzoek naar het energieneutraal maken van het gemeentelijke vastgoed. Deze ambitie sluit aan bij het coalitieakkoord.
Bij goed rentmeesterschap moet ook rekening worden gehouden met de financiële en immateriële aspecten van een plan. Wat betreft het eerste vraagt de SGP zich af of er op dit moment een dergelijk omvangrijk onderzoek uitgevoerd moet worden, om dat er nog gewerkt wordt aan een nieuwe duurzaamheidsnota. Daarnaast is er binnen de ambtelijke organisatie voldoende kennis aanwezig om ook zonder een diepgaand onderzoek stappen te maken in het verder verduurzamen van het vastgoed. Er is nog voldoende ‘laaghangend fruit’ beschikbaar voor de komende jaren dat eerst moet worden geplukt voordat verrotting toeslaat. Bovendien is het goed eerst in kaart te brengen wat het energieverbruik van de gemeenteorganisatie is. Dit levert harde cijfers op, op basis waarvan beter besluiten genomen kunnen worden om het vastgoed op een duurzame wijze te verduurzamen. Als bijkomend voordeel creëert dit bewustwording binnen de organisatie, wat een positief effect kan hebben op het energieverbruik.
De ambitie om het gemeentelijke vastgoed energieneutraal te maken is geen project van een jaar, maar vergt langere tijd. Daarom wil de SGP ruimte laten om middels een kort onderzoek of een quickscan, gebruikmakend van de kennis die binnen dit huis aanwezig is, een beeld te vormen van de stappen die de komende jaren nog genomen moeten worden. Een kort onderzoek in combinatie met een goed monitoringssysteem helpt om in de toekomst daadwerkelijk de vertaalslag te maken naar energieneutraal vastgoed.

Overwegende dat:

  • in de Programmabegroting 2015 van de gemeente Rijssen-Holten een bedrag van maximaal
    € 25.000 gereserveerd wordt voor het uitvoeren van een onderzoek naar het energieneutraal maken van het gemeentelijke vastgoed;
  • de gemeente de ambitie heeft om over een af te spreken aantal jaren zelfvoorzienend te zijn voor wat betreft de energievoorziening van de gemeentelijke gebouwen en in die zin ook een voorbeeld voor anderen te zijn;
  • er momenteel wordt gewerkt aan het opstellen van een duurzaamheidsnota;
  • derhalve het uitvoeren van een diepgaand onderzoek van maximaal € 25.000 naar het
    energieneutraal maken van het gemeentelijke vastgoed wat voorbarig lijkt;
  • een kort onderzoek naar het energieneutraal maken van het gemeentelijke vastgoed op dit
    moment gepaster is;
  • dientengevolge een deel van het gereserveerde bedrag direct aangewend kan worden om het
    energieverbruik en de besparingen daarin in kaart te brengen, op basis waarvan maatregelen
    genomen kunnen worden om het gemeentelijke vastgoed energieneutraal te maken;

besluit:
in de Programmabegroting 2015 op p. 66 de zin
“In 2015 zal een onderzoek worden uitgevoerd naar het energieneutraal maken van het gemeentelijke vastgoed. De kosten van dit onderzoek zullen maximaal € 25.000,00 gaan bedragen.”,

te vervangen door:
“In 2015 wordt een kort onderzoek oftewel een quickscan uitgevoerd naar het energieneutraal maken van het gemeentelijke vastgoed. Tevens worden maatregelen getroffen om het energieverbruik van het gemeentelijke vastgoed op een structurele wijze in kaart te brengen, op basis waarvan stappen genomen kunnen worden om het gemeentelijke vastgoed energieneutraal te maken. Voor deze quickscan, het verder opzetten van monitoring en het doorvoeren van energiebesparende maatregelen is in 2015 € 25.000,- beschikbaar.”

Eerste termijn
De heer TER KEURST vraagt de heer Haase op welke grond hij zijn woorden ‘dat duurzaamheid een christelijke waarde is’ durf te claimen.

De heer DE KOE vraagt waarop het argument, dat een quickscan een goede optie zou kunnen zijn, is gebaseerd. Het college heeft de begroting opgesteld en verzoekt niet zomaar om € 25.000.

De heer NOORDAM zegt dat in het amendement wordt verzocht om een goed en kort onderzoek. Spreker vraagt de heer Haase of er op dit moment geen informatie beschikbaar is binnen de organisatie.

De heer HAASE zegt dat duurzaamheid niet alleen een christelijke waarde is, maar óók een christelijke waarde.
Uit gesprekken die de indieners van het amendement met de ambtelijke organisatie hebben gehad, blijkt dat er op dit moment voldoende kennis aanwezig is. Bevestigd is dat niet een heel groot onderzoek uitgevoerd hoeft te worden om in kaart te brengen welke stappen in de toekomst gezet moeten worden om tot een visie te komen op het verder verduurzamen van het vastgoed.

De heer NOORDAM zegt dat de heer Haase in zijn inleiding sprak over een monitoring naar het huidige verbruik. Spreker vraagt nogmaals waarom de heer Haase meent dat die informatie niet op dit moment al voorhanden is.

De heer HAASE zegt dat de aanwezige informatie verder uitgebouwd moet worden. Dat proberen de indieners van het amendement te bereiken door het verder uitwerken van een monitoringssysteem. Mede daardoor kunnen beter gefundeerde besluiten worden genomen over punten die nog verder verduurzaamd moeten worden.

Wethouder AANSTOOT zegt dat het college van plan is de gemeentelijke gebouwen over enkele jaren energieneutraal te maken. Dat is een zware doelstelling, maar het college denkt dat dit mogelijk is.
De getroffen maatregelen aan gemeentelijke gebouwen worden nauwlettend gevolgd. Het effect is te zien aan de kant van energiebesparing en aan de kant van bewustwording van medewerkers.

De heer NOORDAM zegt dat ‘nauwlettend volgen’ een vorm van monitoren is.

Wethouder AANSTOOT zegt dat er een vorm van monitoring is, die te volgen is op het scherm in de hal van het gemeentehuis. Daaronder vallen gemeentelijke panden en bedrijfspanden van derden, waarvoor maatregelen getroffen zijn waar overheidsgeld bij betrokken is.
Het monitoren leidt tot bewustwording en enthousiasme om nog minder energie te verbruiken. Het college wil daarnaast graag inzicht hebben in een aantal panden en in een aantal technieken, zoals bediening van installaties op afstand. Om dat inzicht te krijgen is een goede quickscan nodig, zodat die panden mogelijk versneld energieneutraal worden gemaakt.
Spreker wijst op de laatste regel van het amendement: “Voor deze quickscan, het verder opzetten van monitoring en het doorvoeren van energiebesparende maatregelen is in 2015 € 25.000 beschikbaar.” € 25.000 voor zowel een quickscan, een stuk monitoring als het doorvoeren van energiebesparende maatregelen zal volgens spreker niet mogelijk zijn.

De heer DE KOE zegt dat de Haase vanuit de ambtelijke organisatie te horen heeft gekregen dat het voor minder geld zou kunnen. De wethouder zegt nu het tegenovergestelde.

Wethouder AANSTOOT zegt dat voor € 25.000 een quickscan uitgevoerd kan worden en dat er een stukje extra monitoring gedaan kan worden. Op basis van die bevindingen worden energiebesparende maatregelen getroffen. Die maatregelen zitten niet in dit budget.

Tweede termijn
De heer HAASE zegt dat hij blij is dat het college positief tegenover het amendement staat.
De portefeuillehouder merkte op dat er in het budget geen ruimte is voor het doorvoeren van maatregelen. Spreker zegt dat in het amendement staat: “Op basis waarvan stappen kúnnen worden genomen”. Het amendement beoogt het uitvoeren van een quickscan en het opzetten van een verdere monitoring. Mocht blijken dat er meer geld nodig is voor het doorvoeren van die maatregelen, dan kan het college daarvoor bij de raad terugkomen.

De heer BERKHOFF zegt dat er slechts een minimaal verschil zit tussen de woorden van de portefeuillehouder en wat het amendement bedoelt. Spreker vraagt of het college het amendement overneemt.

De heer TER KEURST zegt dat de fractie van de PvdA naar aanleiding van de beantwoording van de portefeuillehouder het amendement ondersteunt.

De VOORZITTER zegt dat de portefeuillehouder een tekstuitleg heeft gevraagd op de laatste zin in het amendement. De heer Haase heeft dat toegelicht. De woorden van de heer Haase en van de portefeuillehouder liggen dicht bij elkaar. Als het amendement in stemming wordt gebracht en wordt aangenomen, dan wordt het verwerkt in de begroting en kan dat worden gezien als een versterking van het beleid.

De VOORZITTER brengt het amendement in stemming en constateert dat het unaniem is aangenomen.

PvdA, VVD en D66 dienen een amendement in:
Afvalstoffenheffing

De heer TER KEURST licht het amendement toe. De burger kan volgend jaar € 17 of € 23 tegemoet zien in het kader van de afvalstoffenheffing. Toch had dit bedrag structureel hoger kunnen zijn, ofwel de heffing had structureel lager kunnen zijn in verband met het structureel dividend van Twence van € 104.000. Daarom wordt het volgende amendement ingediend:

Overwegende dat:

  • het sinds jaar en dag in Rijssen-Holten gebruikelijk is dat onze burgers in het kader van o.a. de afvalstoffenheffing de werkelijke kosten betalen;
  • het in onze gemeente een goed gebruik is dat wanneer in enig jaar de baten de lasten overstijgen, met inachtneming van de hoogte van het “schommelfonds”, onze inwoners het teveel in rekening gebrachte het jaar daarop volgende terugontvangen;
  • het op de door het college voorgestelde wijze van sluitend maken van de begroting op déze wijze niet gewenst is, niet nu en niet in de toekomst;
  • het op de door het college voorgestelde wijze van sluitend maken van de begroting op deze wijze na de septembercirculaire niet langer noodzakelijk is;
  • de septembercirculaire voldoende perspectief biedt om de begroting sluitend te krijgen;

besluit:
het dividend van Twence (€ 104.000) niet op te nemen in de algemene middelen, maar ten gunste te laten komen van de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Deze wijziging ten laste te brengen van het structureel perspectief.

Eerste termijn
Wethouder BEENS verwijst naar bladzijde 8 van de begroting, waar staat dat er een sluitende begroting is aangeleverd met de informatie van dat moment. Ook is er een structurele doorrekening gemaakt tot 2018, waaruit een overschot blijkt van € 17.000.
De maatregelen die het college voorstelt, moeten daadwerkelijk genomen worden. Het college heeft deze maatregelen kunnen vinden in financieel-technische oplossingen, zoals de afvalstoffenheffing.
Als een begroting eenmaal aan de raad is voorgelegd, volgen er geen wijzigingen van de kant van het college meer. Spreker wijst op enkele grote thema’s die op de gemeente afkomen richting de eerstvolgende kaderstelling en raadt om die reden het amendement af.

Tweede termijn
De heer JANSEN zegt dat er een sympathiek amendement voorligt. Toch vindt de SGP het niet verstandig het amendement te steunen, omdat de impact van de veranderingen die op de gemeente afkomen nog niet bekend is en omdat het weerstandsvermogen op dit moment net boven 1 zit. Als de € 104.000 van Twence naar de algemene reserve gaat, komt het uiteindelijk toch wel ten goede aan de burgers.

De heer DE KOE vraagt of het college de € 104.000 wil betrekken bij de kaderstelling voor 2016.

Wethouder BEENS zegt dat er ruimte is ontstaan in verband met een aantal positieve meevallers, nádat de begroting is opgesteld door het college. Die ruimte wil spreker meenemen naar de kaderstelling.

De heer BERKHOFF zegt dat er een sympathiek amendement voorligt. Ook de ChristenUnie vindt dat geld dat terug kan naar de burgers inderdaad terug moet naar de burgers. Anderzijds heeft de raad de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een evenwichtige begroting. In september bleek er meer ruimte in de begroting te zitten dan eerst was verwacht. Omdat er waarschijnlijk een aantal tegenvallers op de gemeente afkomt, steunt spreker de woorden van de wethouder om bij de kadernota de afweging in de volle breedte te maken. Dan is duidelijk of er ruimte is en waaraan het geld kan worden besteed.

De heer NOORDAM citeert uit de memo van de wethouder van 6 november 2014: “De raad heeft in november 2010 weloverwogen gekozen het beleid te wijzigen en het maximum van de reserve afvalverwerking te verhogen van 5 naar 10% van de omzet en in geval van teruggave, een bedrag terug te geven tot 7,5% van de omzet. In de raad van december 2010 is de Nota Kostprijzen en tarieven 2011 vastgesteld. Daar is per abuis nog het oude percentage van 5 blijven staan. Dat is onopgemerkt gebleven. Strikt formeel is dat het laatste besluit. In de Programmabegroting 2015 en in de (herstelde) Nota Kostprijzen en tarieven is gehandeld naar het weloverwogen besluit van de raad van november 2010.”
Volgens spreker is er de laatste jaren gewerkt met een besluit dat niet door de raad is genomen. Dat is een rare situatie en formeel onjuist. Uitgaande van de 5%, is hard te maken dat het dividend van Twence gewoon terug kan naar de burger.

De heer TER KEURST zegt dat de genoemde komende tegenvallers niet worden gekwantificeerd of nader geduid. Door vorige sprekers is gezegd dat hierover de afweging gemaakt moet worden bij de kadernota.

De heer JANSEN interrumpeert de heer Ter Keurst en wijst op de decentralisaties die ingaan op 1 januari 2015. Er komt heel veel op de gemeente af.

De heer TER KEURST zegt dat het college daarvoor maatregelen heeft getroffen, naast de maatregelen van het Rijk voor de zachte landing in 2015. De overige negatieve zaken die nog op de gemeente afkomen, moet het college ook duiden. Dat gebeurt niet. Er wordt gesproken in vage termen en verwezen naar de kadernota. Dan is echter het kwaad al geschied, want als de raad vandaag het voorstel van het college volgt, zit het geld structureel in de begroting. Het zal niet gemakkelijk zijn dat geld bij de kadernota weer terug te krijgen ten bate van de burger. Spreker vindt dat het geld nu teruggegeven moet worden aan de burger.

De VOORZITTER brengt het amendement in stemming. Het amendement wordt verworpen met 5 stemmen voor (PvdA, VVD, D66) en 20 stemmen tegen (SGP, CDA, CU, GB, LL).

PvdA, VVD en D66 dienen een amendement in:
Hondenbelasting

De heer NOORDAM licht het amendement toe en merkt op dat de hondenbelasting ooit is ontstaan in verband met het gebruik van trekhonden op de openbare weg.

Overwegende dat:

  • het sinds jaar en dag in Rijssen-Holten gebruikelijk is dat onze burgers in het kader van de hondenbelasting de werkelijke kosten betalen;
  • de hondenbelasting in onze gemeente sinds jaar en dag een doelbelasting is;
  • het op de door het college voorgestelde wijze van sluitend maken van de begroting op déze wijze niet gewenst is, niet nu en niet in de toekomst;
  • het op de door het college voorgestelde wijze van sluitend maken van de begroting op deze wijze na de septembercirculaire niet langer noodzakelijk is;
  • de burger van de overheid mag verwachten dat zij de spelregels niet verandert wanneer daar geen aanleiding toe is;
  • de septembercirculaire voldoende perspectief biedt om de begroting sluitend te krijgen;

besluit:

  1. De tarieven hondenbelasting te blijven baseren op de kosten van hondentoiletten en controle;
  2. De tarieven hondenbelasting te verlagen van € 38 naar € 31 voor een 1e hond en van € 57 naar € 47 voor een 2e en volgende hond;
  3. Het structurele nadeel van € 22.000 ten laste te brengen van het structurele perspectief.

Eerste termijn
De heer BERKHOFF vraagt of het amendement is ingediend vanuit het principe de hondenbelasting een doelbelasting te laten blijven of dat het gaat om het teruggeven van geld aan de burger met het oog op de septembercirculaire, waaruit een beter perspectief blijkt.

De heer DE KOE gaat in op de eerste twee overwegingen en verwijst naar een eerder ingediende motie van Lokaal Liberaal om de hondenbelasting af te schaffen. Daarover is toen gezegd dat de hondenbelasting geen doelbelasting was en niet alleen diende voor dekking van de hondentoiletten en de controle. Spreker vraagt om een toelichting van de indiener van het amendement.

De heer MULLER zegt dat Gemeentebelang vanuit haar hart wil meegaan met het amendement. Met haar verstand zegt Gemeentebelang echter dat zij deel uitmaakt van de coalitie, waarbinnen anders over dit thema wordt gedacht. Gemeentebelang zit daardoor in een pijnlijke spagaat. Spreker zal de discussie met veel interesse volgen, daar zelf niet aan deelnemen en bij de besluitvorming weer aanhaken.

De VOORZITTER zegt dat het aan de fracties zelf is hoe zij invulling geven aan deelname aan een debat. Spreker interpreteert de woorden van de heer Muller zo, dat hij het debat zal beluisteren en daarop zijn oordeel baseert.

De heer MULLER zegt dat hij de vergadering niet verlaat, maar dat hij zich niet mengt in het debat.

De heer NOORDAM spreekt zijn bewondering uit voor de wijze waarop de heer Muller de spagaatpositie van Gemeentebelang heeft toegelicht.
Spreker gaat in op de vraag van de heer Berkhoff en vindt dat het terecht is wat hij heeft gesteld. Het gaat echter om én-én.

De heer BERKHOFF vraagt of het gaat om het principe dat de hondenbelasting een doelbelasting is en dat jaarlijks de werkelijke kosten in rekening gebracht worden, of dat het een soort smoes is om geld terug te geven in verband met het positieve beeld van de septembercirculaire. Het moet een van die twee mogelijkheden zijn.

De heer DE KOE herhaalt zijn vraag: is het een baatbelasting, een doelbelasting of een belasting ter dekking van de algemene middelen?

De heer NOORDAM zegt dat de hondenbelasting een doelbelasting is.

De heer TER KEURST verwijst naar bladzijde 73, waar staat dat de hondenbelasting altijd werd gezien als een belasting die honderd procent kostendekkend moest zijn, maar dat de kosten verlaagd kunnen worden. Het college heeft daar niet voor gekozen en heeft het oude tarief verhoogd met de inflatiecorrectie. Daarmee is het een algemeen belastingmiddel geworden.
Tegen de heer Berkhoff zegt spreker dat het én-én is. Dat kan wel degelijk. De hondenbelasting was altijd bedoeld als een kostendekkende heffing, maar nooit als een algemeen dekkingsmiddel. Dat wordt het nu wel. De wethouder gaf terecht aan dat het perspectief bij de meicirculaire nog heel anders was. De septembercirculaire geeft nu een heel ander perspectief, waardoor het geld dat het college zich had toegeëigend, terug kan naar de burger.

Wethouder BEENS zegt dat voor de hondenbelasting dezelfde argumenten gelden als voor afvalstoffenheffing wat betreft het sluitend maken van de begroting. De hondenbezitter betaalt in 2015, uitgezonderd prijscorrectie, hetzelfde tarief als in 2014. De hondenbelasting is volgens de wet een algemeen dekkingsmiddel. Het is in Rijssen-Holten altijd gezien als een bestemmingsheffing. De maatregel is opgenomen in het licht van een sluitende begroting.

Tweede termijn
De heer BERKHOFF zegt dat in het amendement staat dat de hondenbelasting voor nu en in de toekomst een doelbelasting moet zijn. Betekent ‘in de toekomst’ ook dat de raad in de toekomst niet meer geconfronteerd wordt met een voorstel tot afschaffing van de hondenbelasting?

De heer BOSMA zegt dat de SGP begrijpt dat de nieuwe raad de kans aangrijpt om dit onderwerp opnieuw te agenderen. Het is officieel een algemeen dekkingsmiddel, al is daarmee in dit huis wel eens anders omgegaan. De SGP kan heel goed leven met het voorstel dat nu voorligt en steunt het amendement niet.

De heer TER KEURST zegt dat er een verschil zit tussen wat de Gemeentewet hierover zegt en de manier waarop het in de gemeente altijd is behandeld. Het college komt nu zelf met een voorstel om de hondenbelasting te veranderen in een algemene heffing. Dat vinden de indieners van het amendement een stap te ver.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de vraag voorligt of de raad bij de hondenbelasting wil stoppen met het principe van een doelbelasting of dat deze belasting ingezet wordt voor de algemene middelen.

De heer DE KOE zegt dat het probleem voor Lokaal Liberaal in het eerste aandachtspunt zit. De principiële uitspraak die daarop volgt, is dat de kosten gebaseerd worden op de werkelijke kosten van het realiseren en reinigen van hondentoiletten en de controle. Spreker merkt op dat ooit door het college is gezegd dat de werkelijke kosten feitelijk hoger zijn, maar omdat men het mee kan nemen en kan organiseren in een cyclus, liggen de perceptiekosten en onderhoudskosten betrekkelijk laag. Als het amendement wordt aangenomen, kan er een discussie volgen over welke kosten aan de hondenbelasting toegerekend worden. Vervolgens ontstaat over enkele jaren de discussie over perceptiekosten en controlekosten van € 300.000. Dan wordt de hondenbelasting nog veel hoger. Spreker vindt dat het om een klein bedrag gaat. De wijzigingsvoorstellen zijn zo groot dat het beter is een paar euro extra te betalen om zeker te weten dat men over een aantal jaren niet met het drievoudige wordt geconfronteerd.

De heer MULLER geeft de volgende stemverklaring. Het doel van Gemeentebelang is om binnen de coalitie resultaten te bereiken, misschien niet nu maar dan later. Bij de kadernotavergadering in 2015 brengt Gemeentebelang nogmaals haar standpunt hierover in, namelijk dat het gaat om een doelbelasting. Dat is wat Gemeentebelang ambieert. Wat dat betreft wordt voor dit punt 2015 het jaar van de waarheid.

De VOORZITTER brengt het amendement in stemming. Het amendement wordt verworpen met 5 stemmen voor (PvdA, VVD, D66) en 20 stemmen tegen (SGP, CDA, CU, GB, LL).

VVD, PvdA en D66 dienen een amendement in:
Toeristenbelasting

De heer NOORDAM licht het amendement toe. Werkgelegenheid heeft topprioriteit in deze gemeente. Daadkracht en tempo maken is essentieel. De toeristische sector heeft het moeilijk in deze gemeente. De gemiddelde verblijfsduur daalt en de toerist bezoekt minder de detailhandel. De detailhandel heeft rechtstreeks baat bij de komst van toeristen. Het is helder dat er aandacht moet zijn voor leegstand en voor middenstanders. Dat heeft een directe reflectie met het toerisme.

Overwegende dat:

  • de toeristische sector bijzonder veel last heeft van de crisis;
  • de gemiddelde verblijfsduur in onze gemeente is gezakt van 19 naar 12 nachten;
  • het aantal overnachtingen op jaarbasis niet stijgt;
  • er extra geld middels het Delta plan in de toeristische sector wordt gepompt;
  • het aantrekkelijk zijn en blijven als toeristische gemeente een voorwaarde is voor succes;

besluit:
het tarief voor de toeristenbelasting in 2015 niet te verhogen met € 0,05 en deze wijziging te dekken uit het structurele perspectief.

Eerste termijn
De heer BEUNK zegt dat de heer Noordam opmerkte dat de toerist die verblijft in onze gemeente alleen naar de gemeentelijke detailhandel gaat. Spreker vraagt of dat is onderzocht. Ook toeristen die verblijven in buurgemeenten kunnen de detailhandel in Rijssen-Holten bezoeken.

De heer NOORDAM zegt dat het een winwin-situatie is. Als het gemiddeld aantal overnachtingen in de gemeente daalt, dan bezoekt die toerist minder de middenstand. Die toerist zal ook de middenstand in omliggende gemeenten opzoeken, maar besteedt zijn geld ook in onze gemeente. Een goed toeristisch klimaat met voldoende toeristen betekent omzet voor de detailhandel in de gemeente. Het gaat maar om vijf cent, maar een gezin met kinderen kijkt daar naar. Spreker pleit ervoor af te blijven van de toeristenbelasting.

Wethouder BEENS zegt dat het gebruikelijk is dat tarieven en ramingen jaarlijks worden aangepast aan de prijsontwikkeling. Voor de toeristenbelasting is afgesproken, als tegemoetkoming aan toeristische ondernemers, niet jaarlijks, maar om de twee jaar te bekijken of het tarief moet worden aangepast aan de inflatie van die twee jaar. In de begroting worden ook de budgetten voor toeristische uitgaven aangepast aan de prijsontwikkeling. Het college ziet daarom geen aanleiding af te wijken van de bestendige gedragslijn. Spreker ontraadt voorliggend amendement.

Tweede termijn
De heer KAHRAMAN zegt dat voor het CDA toerisme een belangrijk speerpunt is. In de begroting staat dat veel geld wordt geïnvesteerd om toeristen aan te trekken. Het CDA is van mening dat de toeristenbelasting naar een goed doel gaat. Er wordt veel geld gestoken in toerisme om er voor te zorgen dat er meer toeristen komen.

De heer MULLER zegt dat de raad in het verleden aanvallen op de toeristenbelasting altijd succesvol heeft kunnen pareren. Verhogingen die werden voorgesteld, anders dan de inflatiecorrectie, hebben het nooit gehaald. Gemeentebelang heeft geen moeite met de inflatiecorrectie als het daartoe beperkt blijft.

De heer JANSEN zegt dat de SGP het pleidooi van de heer Kahraman ondersteunt. Er gaat veel geld naar de toeristische sector; in 2016 incidenteel zelfs € 500.000. Daarnaast is het vroeg genoeg om in de communicatie de verhoging van vijf cent aan te kondigen.
Een van de overwegingen is dat de gemiddelde verblijfsduur is gedaald. Dat geldt in het hele land; er zijn meer korte vakanties. Er is geen enkel bewezen effect tussen de verhoging van de toeristenbelasting en het dalen van de gemiddelde verblijfsduur. De SGP gaat niet mee met het amendement.

De VOORZITTER brengt het amendement in stemming. Het amendement wordt verworpen met 5 stemmen voor (VVD, PvdA, D66) en 20 stemmen tegen (SGP, CDA, CU, GB, LL).

Behandeling moties met betrekking tot de begroting 2015

SGP, CDA, ChristenUnie en Gemeenbelang dienen een motie in:
Leerlingenvervoer

De heer RETERINK licht de motie toe. Er gaat redelijk wat geld om in het leerlingenvervoer. Het betreft een groep kwetsbare kinderen, waarvoor aandacht mag zijn.
Het leerlingenvervoer heeft direct te maken met Passend Onderwijs dat landelijk is ingevoerd. Als Passend Onderwijs een succes wordt, dan kan de groep leerlingen die gebruik maakt van leerlingenvervoer een nog kwetsbaardere groep kinderen worden. Leerlingen die wat beter mee kunnen komen, zullen in het regulier onderwijs een plaats vinden. Juist daarom willen de indieners van de motie de vinger leggen bij de veranderende groep door middel van de motie.

Overwegende dat:

  • er reeds meerdere wijzigingen in het leerlingenvervoer hebben plaats gevonden;
  • de doelgroep vaak een kwetsbare doelgroep is;
  • doel van Passend Onderwijs is om leerlingen zoveel mogelijk in het regulier onderwijs onder te brengen;
  • hierdoor de restende groep waarschijnlijk nog meer kwetsbaar wordt;

roept het college op:

  1. te onderzoeken wat de effecten van Passend Onderwijs zijn op het leerlingaantal ten aanzien van het leerlingenvervoer;
  2. meer nadruk te leggen op maatwerk waarbij per geval een zorgvuldige afweging wordt gemaakt tussen kwetsbaarheid en kosten;
  3. de raad over de effecten te informeren voorafgaand aan de kaderstelling voor het begrotingsjaar 2016.

Eerste termijn
De heer TER KEURST stelt de volgende vragen:

  • Hoe is het vervoer zeker ten aanzien van de meest kwetsbare kinderen nu geregeld?
  • Is maatwerk per leerling niet veel duurder dan collectief vervoer, ook voor kwetsbare leerlingen?
  • Wat wordt bedoeld met ‘de afweging kwetsbaarheid en kosten’? Wat moet prevaleren: kosten of kwetsbaarheid?

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt wat wordt bedoeld met maatwerk en vraagt uitleg over wat is gezegd over de groep die kwetsbaarder wordt.

De heer RETERINK zegt dat er nu verschillende regelingen zijn. Er zijn diverse acties geweest om het vervoer anders en kostenefficiënter te organiseren en er is een aantal zaken geregeld, waar de ouders achteraf tevreden over zijn. De SGP wil echter kijken naar de toekomst en naar de doelgroep, want als Passend Onderwijs een succes wordt, verandert de doelgroep. Als er nu bijvoorbeeld 200 leerlingen zijn voor leerlingenvervoer, die gebracht moeten worden naar een school buiten de gemeente, dan zou door Passend Onderwijs de doelgroep kleiner kunnen worden, bijvoorbeeld zo’n 150 leerlingen, omdat 50 leerlingen een plek vinden in het regulier basisonderwijs. De resterende groep van 150 kinderen is een kwetsbaardere doelgroep. Als de kosten worden afgewogen per leerling, zou het vervoer duurder kunnen worden voor een kleinere groep. Maatwerk moet mogelijk zijn in een zorgvuldige afweging van het belang van het kind. Het wil niet zeggen dat voor ieder kind maatwerk wordt gevraagd. Dat is niet de strekking van de motie.
Voor de kinderen die gebruik moeten maken van leerlingenvervoer moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt. Daarop moet extra aandacht gevestigd worden als de doelgroep verandert en kwetsbaarder wordt. Daarvoor moet oog zijn en daartoe roept de motie op. De raad moet zich niet alleen laten leiden door het kostenaspect, al is dat belangrijk, maar het welbevinden van het kind is veel belangrijker. Op bladzijde 24 van de begroting is de tekst over het leerlingenvervoer erg geënt op de kosten. Kwaliteit, zorgvuldigheid en kwetsbaarheid hadden in dit onderdeel vaker naar voren mogen komen. Deze doelgroep ís kwetsbaar.

Wethouder AANSTOOT zegt dat Passend Onderwijs medio dit jaar in werking is getreden. De effecten daarvan zullen pas over een paar jaar zichtbaar zijn. Voor huidige leerlingen die al aangewezen zijn op speciaal onderwijs verandert er niets.
Naar aanleiding van het tweede verzoek in de motie zegt spreker dat vanuit het leerlingenvervoer niet meer de nadruk op maatwerk gelegd kan worden. Passend Onderwijs is leidend en het leerlingenvervoer is hierin volgend. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de samenwerkingsverbanden van scholen. Als kinderen niet op een bepaalde school passen, kunnen zij naar een andere school binnen het samenwerkingsverband.
Het college wil de raad informeren voorafgaand aan de kaderstelling voor 2016, maar met de kanttekening dat er na één jaar naar alle waarschijnlijkheid geen significantie effecten zijn aan te geven.

De heer TER KEURST verzoekt om een schorsing.

Schorsing van 14.40 tot 14.45 uur.

Tweede termijn
De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Ter Keurst.

De heer TER KEURST zegt dat de PvdA nog met een aantal vragen zit. In de motie wordt voorgesteld een onderzoek te doen, maar onderzoek kost geld. Spreker is benieuwd hoe de indieners van de motie de uitvoering van de motie zullen financieren, aangezien er geen budgettaire ruimte lijkt te zijn.
Spreker vraagt of het nadruk leggen op maatwerk voor leerlingenvervoer nog meer een openeindregeling zal zijn dan het nu al is en als dat het geval is, gaat maatwerk mogelijk meer geld kosten. Een onderbouwing over de financiering is niet gegeven.

De heer RETERINK zegt dat Passend Onderwijs wel van start is gegaan, maar dat de effecten pas te zien zijn op de langere termijn. Wel kan het huidige aantal aanmeldingen tegenover het aantal leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer worden gezet.
Samenwerkingsverbanden zijn er wel, maar uiteindelijk is de gemeente verantwoordelijk voor het leerlingenvervoer en de manier waarop zij dat inkleedt. Daarvoor is de motie bedoeld.
De heer Ter Keurst zette vraagtekens bij de financiering. Spreker zegt dat er niet een groot onderzoek hoeft te komen, omdat bekend is hoeveel leerlingen zijn aangemeld bij de basisscholen en hoeveel leerlingen naar elders gaan. Uit die cijfers kan waarschijnlijk relevante informatie worden gehaald. Spreker betwijfelt of daaraan een budget gehangen moet worden
Gezegd werd dat leerlingenvervoer een openeindregeling zou zijn. Het aantal leerlingen dat gebruik gaat maken van het leerlingenvervoer zal afnemen, omdat er meer leerlingen naar het reguliere basisonderwijs gaan. Spreker heeft zojuist aangegeven dat er een grote kans is dat het vervoer per leerling duurder wordt. Het totaalbedrag kan echter lager worden. Het zal inderdaad een openeindregeling zijn, maar dat is het nu ook al.

De heer DE KOE vindt het wenselijk de effecten van Passend Onderwijs te monitoren voor een langere periode.

De heer RETERINK zegt dat hij het eens is met de heer De Koe. In de motie staat “de raad over de effecten te informeren voorafgaand aan de kaderstelling voor het begrotingsjaar 2016”. Dat zou inderdaad langer mogen doorlopen. Spreker wil de monitoring direct starten en er langer mee doorgaan, zodat de effecten duidelijk in beeld komen.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat er over het leerlingenvervoer afspraken zijn gemaakt en dat het niet de bedoeling is extra regels of extra maatwerk toe te voegen, omdat de groep kwetsbaarder wordt. De kwetsbare leerlingen die nu al vervoerd worden, worden op een kwalitatieve en acceptabele manier vervoerd. Daarover hebben de indieners van de motie niet gesproken. Volgens spreker verandert er niets als dat aantal leerlingen afneemt. Spreker begrijpt niet waarom de motie wordt ingediend en zal deze niet steunen.

De heer MULLER zegt dat de motie misschien overbodig is, maar dat spreker uitgaat van: baat het niet, dan schaadt het zeker niet. Er wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor een groep leerlingen die extra aandacht nodig heeft en waarvoor goed gezorgd moet worden. Op de vraag of het vervoer per leerling duurder wordt, zegt spreker dat het kost wat het kosten moet. Niet meer en niet minder. De norm is kwaliteit.

De heer TER KEURST zegt dat de heer Reterink opmerkte dat het onderzoek niet veel hoeft te kosten. Onderzoeken zijn volgens spreker echter nooit gratis en onderzoeken die weinig kosten, zijn niet altijd de beste onderzoeken. Ook zei de heer Reterink dat gebruik gemaakt kan worden van aanwezige gegevens. Om daaruit relevantie informatie te halen, kost ambtelijke inzet. Een urenraming daarvoor ontbreekt. In de begroting staat dat er voor extra onderzoeken geen uren, capaciteit en middelen vrij te maken zijn. Als de indiener dat toch wil, dan hoort deze motie thuis bij de kaderstelling.

De VOORZITTER brengt de motie in stemming. De motie wordt aangenomen met 20 stemmen voor (SGP, CDA, CU, GB, LL) en 5 stemmen tegen (VVD, PvdA, D66).

SGP, CDA, ChristenUnie en Gemeenbelang dienen een motie in:
Onderwijshuisvesting

De heer TIJHOF licht de motie toe.

Overwegende dat:

  •  er in de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in onderwijshuisvesting;
  •  het onderhoud vanaf 2015 niet meer door de gemeente gefinancierd wordt;
  •  er voor de komende jaren nog een aantal investeringen op de rol staan;
  •  de Haarschool in Holten met name genoemd wordt in het coalitieprogramma;
  •  er structureel geld binnenkomt voor onderwijshuisvesting;

is van mening dat:

  • er duidelijkheid nodig is welke investeringen de komende jaren te verwachten zijn;
  • er duidelijkheid moet zijn hoe dit gefinancierd kan worden;
  • er duidelijke prioriteiten gesteld moeten kunnen worden gesteld door de raad;
  • en roept het college op om voor het vaststellen van de kadernota 2016 duidelijkheid te verschaffen in:
  • het aantal investeringen dat de komende jaren te verwachten is;
  • de mogelijkheden om dit te financieren.

Eerste termijn

Wethouder AANSTOOT zegt naar aanleiding van de discussie over de Haarschool, waarbij uitvoerig over onderwijshuisvesting is gesproken, dat deze motie in lijn ligt met de manier waarop het college dit wenst uit te voeren. Veel zaken moeten voor de kaderstelling 2016 inzichtelijk gemaakt worden, zoals wensen, kosten, planningen, meerjarenramingen. Het college neemt de motie over.

Tweede termijn
De heer TER KEURST zegt dat het college de motie overneemt en dat spreker niet anders verwacht, gezien de inhoud en de toezegging van de coalitie, dan dat de Haarschool bovenaan zal komen te staan. De PvdA steunt de motie.

De heer NOEVERMAN vraagt of de heer Ter Keurst beseft dat dit mogelijk onderzoek vergt.

De heer TER KEURST zegt dat hij zich daarvan bewust is, maar ervan uitgaat dat dat wel goed komt.

De VOORZITTER brengt de motie in stemming. De motie wordt unaniem aangenomen.

Lokaal Liberaal dient een motie in:
Kleiduivenschietvereniging De Brekeld

De heer DE KOE heeft overleg gehad met de indieners van de hierna volgende motie over investeringen in sport. Hij gaat ervan uit dat het onderzoek dat in die motie genoemd wordt, zo breed is dat de kleiduivenschietvereniging daarbij betrokken kan worden. Hij had de volgende motie voorbereid, maar trekt deze in:

Overwegende dat:

  • in 2005 op verzoek van de gemeente de schietbaan aan de Brekeldlaan verlaten zonder bezwaar te maken om de gemeente de mogelijkheid te bieden het veldenprobleem voor Excelsior ’31 op te lossen;
  • vanaf 2005 niet meer in clubverband kunnen schieten op een eigen locatie binnen en in overleg met de gemeente constant aan het zoeken geweest naar een nieuwe geschikte locatie voor de schietbaan;
  • na de jarenlange zoektocht is het gelukt om, met de volledige medewerking van de gemeente, om ruim een jaar geleden de nieuwe schietbaan aan de Leiding- hoek Kedingen te openen;
  • om de toekomst van de schietbaan op de huidige locatie veilig te stellen, is de vereniging voornemens om de grond waarop de schietbaan is gevestigd in eigendom te verwerven inclusief alle erfdienstbaarheden, kwalitatieve verplichtingen en veilige zone. Met de eigenaar van de grond is hierover mondelinge overeenstemming bereikt;
  • de Kleiduivenschietvereniging De Brekeld in de afgelopen jaren als forse investeringen heeft gedaan welke behoren tot de basale voorzieningen en hiervoor geen bijdrage is gevraagd aan de gemeente. De vereniging in de afgelopen 40 jaar nog nooit een geldelijke bijdrage van de gemeente heeft ontvangen;
  • door deze kosten is de bodem van de clubkas in zicht gekomen;
  • de Kleiduivenschietvereniging verwacht middels het uitgeven van obligaties en het werven van andere fondsen ongeveer 50% van de investeringen op eigen kracht te kunnen financieren;

verzoekt het college:

  1. de locatie van de Kleiduivenschietvereniging voor de toekomst te borgen;
  2. een incidenteel bedrag ad. € 25.000,-- (circa 50%) te betrekken bij de kadernota 2016-2019 voor de locatieproblematiek en/of de realisatie van basale voorzieningen van Kleiduivenschietvereniging De Brekeld.

De VOORZITTER constateert dat de motie ingetrokken wordt.

ChristenUnie, CDA en Gemeentebelang, Lokaal Liberaal dienen een motie in:
Investeringen in de sport

De heer VAN VELDHUIZEN licht de motie toe en voegt daaraan enkele woorden toe.

Overwegende dat:

  • de gemeente Rijssen-Holten op gebied van gezondheid niet hoog scoort in recent onderzoek;
  • bewegen en sport belangrijk is voor iedereen;
  • er voor de uitvoering van sporten goede faciliteiten nodig zijn, heel breed, ook voor kleiduivenschietverenigingen;
  • ook van de sportverenigingen een bijdrage mag verwacht worden, zoals verwoord in het coalitieprogramma;
  • er structureel geld beschikbaar is voor het faciliteren van de sport;
  • er gewerkt wordt aan een nieuwe sportvisie;

is van mening dat:

  • in de nieuwe sportvisie duidelijk moet worden welke wensen en ambities er zijn voorde komende jaren;
  • er bij de sportvisie ook een uitvoeringsplan nodig is;
  • er duidelijkheid moet zijn hoe dit gefinancierd kan worden;
  • er duidelijke prioriteiten gesteld moeten kunnen worden door de raad;

en roept het college op om:
de sportvisie en het bijbehorende uitvoeringsplan in het eerste kwartaal van 2015 voor te leggen aan de gemeenteraad, zodat de gegevens hieruit meegenomen kunnen worden bij de kadernota 2016.

Eerste termijn
De heer TER KEURST merkt op dat de kleiduivenschietvereniging al een goede voorziening heeft. Dat hoeft niet verder onderzocht te worden.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt zich af of de raad eerst de sportvisie moet vaststellen en vervolgens het uitvoeringsplan.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat beide documenten voor de kadernota inzichtelijk moeten zijn voor de raad. De overwegingen moeten heel breed worden gezien. Alle mogelijkheden voor welke sport dan ook moeten er gewoon zijn, voor kleiduivenschietverenigingen en andere verenigingen.

De heer TER KEURST zegt dat de kleiduivenschietvereniging beschikt over een nieuwe accommodatie en niet meegenomen hoeft te worden in de overwegingen.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat deze zinsnede komt vanuit de ingetrokken motie van Lokaal Liberaal. De indieners van de voorliggende motie willen dit breed zien.

Wethouder CORNELISSEN zegt, kijkend naar de strekking van de motie, dat hij begrijpt dat de afweging gemaakt wordt bij de kadernota voor 2016. In de motie wordt gesproken over het voorleggen van een uitvoeringsplan in het eerste kwartaal van 2015. Spreker merkt op dat dit haalbaar is voor de kaderstelling, maar dat ten behoeve van het uitvoeringsprogramma er een inventarisatie aan de raad voorgelegd wordt. De kaderstelling bepaalt uiteindelijk het uitvoeringsprogramma.
Er is een link gelegd naar de kleiduivenschietvereniging. Spreker wil geen verwachtingen wekken door het opnemen van de woorden over de kleiduivenschietvereniging. Het is uit sympathie aan de motie toegevoegd, maar het levert daardoor wat moeite op voor spreker.

Tweede termijn
De heer DE KOE zegt dat het niet de bedoeling is vooraf verwachtingen te wekken of zaken expliciet te maken. De betreffende woorden kunnen uit de motie gehaald worden.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat eerst de sportvisie wordt vastgesteld en na een inventarisatie het uitvoeringsplan. Dat is een logische keuze. Spreker vraagt wat het advies van het college is ten aanzien van de motie.

De heer NOORDAM heeft uit de woorden van de portefeuillehouder opgemaakt dat de motie overbodig is. De VVD is niet content met de toevoeging aan de motie.

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat hij de derde overweging beperkt tot ‘er voor de uitvoering van sporten goede faciliteiten nodig zijn’.
Het eerste kwartaal 2015 is misschien krap, maar het gaat er uiteindelijk om dat de stukken worden voorgelegd voor de kadernota.

De VOORZITTER zegt dat de aanvulling in de motie over de kleiduivenschietvereniging is vervallen. Verder wordt het college opgeroepen de sportvisie en het bijbehorende uitvoeringsplan voor te leggen aan de gemeenteraad, zodat de gegevens hieruit meegenomen kunnen worden bij de kadernota 2016

Wethouder CORNELISSEN zegt dat voor een uitvoeringsprogramma eerst de kaderstelling behandeld moet zijn. Voorafgaand aan de kaderstelling kan spreker wel een inventarisatie toezeggen. Hij adviseert de motie ook daarop aan te passen.

De heer NOEVERMAN zegt dat de SGP het niet eens is met alle overwegingen in de motie. De SGP wil in de sportvisie ook aandacht voor de niet-verenigingsgebonden sporter. De SGP vindt het ook belangrijk te kijken naar de kostenkant. De SGP is het nadrukkelijk eens met het beslispunt dat de sportvisie tijdig voorgelegd wordt, waarna het inhoudelijke debat gevoerd wordt.

De VOORZITTER zegt dat er enkele wijzigingen worden voorgesteld. Er moet helderheid zijn over de sportvisie, het uitvoeringsplan en de inventarisatie

De heer VAN VELDHUIZEN zegt dat onder “Is van mening dat” gelezen moet worden: “er bij de sportvisie ook een inventarisatieplan komt, dat nodig is om tot een uitvoeringsplan te komen”.

De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele ogenblikken. Spreker zegt hierna dat de motie als volgt is gewijzigd onder “Is van mening dat”:

  • in de nieuwe sportvisie duidelijk moet worden welke wensen en ambities er zijn voor de komende
    jaren;
  • er bij de sportvisie ook een inventarisatieplan nodig is om te komen tot een uitvoeringsplan;
  • er duidelijkheid moet zijn hoe dit gefinancierd kan worden;
  • er duidelijke prioriteiten gesteld moeten kunnen worden door de raad;

en roept het college op om:
de sportvisie en het bijbehorende uitvoeringsplan voor te leggen aan de gemeenteraad, zodat de gegevens hieruit meegenomen kunnen worden bij de kadernota 2016.

De heer TER KEURST zegt dat de motie sympathiek maar overbodig is gezien de beantwoording door de portefeuillehouder.

De VOORZITTER zegt dat het college de motie uitvoert. De motie wordt unaniem aangenomen.

(De burgemeester draagt het voorzitterschap over aan de heer G. Kreijkes.)

SGP, CDA, ChristenUnie, Gemeentebelang en Lokaal Liberaal dienen de volgende motie in:
Economie en werk

De heer SCHEPPINK licht de motie toe. Werkgelegenheid heeft topprioriteit, zoals vandaag meerdere fracties hebben aangegeven, en daadkracht en tempo-maken is essentieel. Juist nu het economisch tij wat lijkt te keren is het in positieve zin tonen van initiatief extra belangrijk. Rijssen-Holten moet koploper willen zijn in plaats van volger.

Overwegende dat:

  • Rijssen-Holten bekend staat en een ondernemende gemeente is;
  • Rijssen-Holten in 2013 de meest MKB-vriendelijke gemeente van Oost Nederland was;
  • Rijssen-Holten een actief bedrijfsleven kent, en naast een inspirerende middenstand ook een belangrijke toeristische sector heeft;
  • Rijssen-Holten een aantrekkelijke vestigingsgemeente wil zijn;
  • Rijssen-Holten streeft naar een provinciale erkenning als kern met een bovenregionale functie;
  • Rijssen-Holten de krachten wil bundelen met relevante partijen als ondernemers en maatschappelijk betrokken partijen;

roept het college op:
zo spoedig mogelijk maar uiterlijk voor de komende kaderstelling een eigen strategische economische visie op te stellen, inclusief een analyse van het vestigingsklimaat en een adequaat promotie- en acquisitiebeleid.

Eerste termijn
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat in de voorliggende begroting al over een visie op ondernemen en werk tot 2030 wordt gesproken. Spreker vraagt waartoe de motie in feite nog oproept.

De heer TER KEURST spreker vraagt de indieners van de motie of zij geen vertrouwen hebben in de portefeuillehouder Economische zaken en of zij niet op Twentse schaal de krachten willen bundelen.

De heer SCHEPPINK zegt dat het een feit is dat de Regio Twente belangrijk is en dat Rijssen-Holten daarin moet samenwerken. Rijssen-Holten moet echter haar eigen weg zien te vinden, ook op economisch gebied. Daarvoor moet Rijssen-Holten haar eigen programma hebben. In de vorige periode was werkgelegenheid prioriteit. Dat moet in deze periode een vervolg krijgen. Het Deltaplan was een stuk van het college. Spreker wil graag een soort Deltaplan-2 om de werkloosheid te bestrijden, waarbij de raad vanaf het begin wordt meegenomen.
In de begroting staat al een visie genoemd. Bij het programma Economie en Werk staat hierover dat er in 2015 gekeken wordt naar een visie. Dat vindt spreker niet genoeg. Dit onderwerp moet bovenaan op de agenda staan in relatie met bedrijven, ondernemers en burgers. De gemeente moet voorop lopen, ook naar de provincie toe. In het beleidsakkoord staat dat Rijssen-Holten een subregionale kern wil worden, puur om als gemeente meer mogelijkheden te krijgen.

De BURGEMEESTER zegt dat in de inleiding van de motie staat dat Rijssen-Holten koploper moet zijn in plaats van volger. Dat heeft iets van de suggestie in zich dat Rijssen-Holten nu volger is en niet tot de koplopers behoort. Dat beeld herkent het college niet. Bij het aantal huishoudens met een laag inkomen in Twente, behoort Rijssen-Holten tot de laagste gemeente, de werkloosheid is nog relatief laag en bij het aantal Wwb-uitkeringen per 1000 inwoners scoort Rijssen-Holten ver onder de middenmoot. Ook door de wijze waarop er door het bedrijfsleven en buiten de gemeente wordt gesproken over Rijssen-Holten, mag men hier met meer zelfvertrouwen naar zichzelf kijken en aan de hand daarvan inschattingen maken.
Economie en Werk is een belangrijk onderdeel van de huidige strategische visie. Daarin staat o.a. de visie op economie tot 2030 beschreven. Het college wil die visie volgend jaar herijken om te zien of de gemeente nog steeds op de goede weg zit of dat er aanpassingen moet plaatsvinden. In die zin is er dus al een strategische, economische visie.
Wat betreft economie ademt het beleidsakkoord de sfeer uit van ‘handen uit de mouwen steken’. In het beleidsakkoord staat verder dat er met het Deltaplan voortvarend aan de slag is gegaan, dat dit plan afgemaakt moet worden en dat in de loop van deze raadsperiode aan de hand van de evaluatie wordt bekeken of een verdere stimulans van de werkgelegenheid noodzakelijk is en dat de gemeente snel wil kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen, breder dan alleen werkgelegenheid. Bij het college rijzen er vragen met het oog op de ingediende motie. Het college wordt opgeroepen met een eigen strategisch-economische visie te komen. De heer Scheppink antwoordde op de vraag van de heer Ter Keurst dat hij graag een Deltaplan-2 wil hebben. Als dat het geval is, dan gaat het college daarin mee. Dat kan voor de kaderstelling voor een groot deel in de steigers staan.
Het college en de raad zitten vaak in de doe-modus. Als echter wordt gevraagd om een strategisch-economische visie op een hoger abstractieniveau, dan schakelt de gemeente in feite terug. Het is spreker niet duidelijk wat de indieners van de motie aan het college vragen. Wat vaststaat, is dat er snel een avond in een informele setting komt om de raad bij te praten over economie, dat er een herijking van de strategische visie komt, dat het college voorbereidingen treft voor een Deltaplan-2 en daarover van tevoren met de raad in discussie zal gaan. Als dat de bedoeling is van de motie, dan kan het college zich daarin vinden. Als de indieners van de motie meer verwachten, dan hoort spreker dat graag.

Tweede termijn
De heer SCHEPPINK zegt dat de indieners van de motie kunnen leven met wat de burgemeester zegt over de komst van Deltaplan-2. Aan het begin van het betoog somde de burgemeester enkele punten op over lage werkloosheid en dergelijke. Spreker heeft in zijn algemene beschouwingen gezegd dat Rijssen-Holten koploper is, maar dat ook moet blíjven. Als er een Deltaplan-2 komt, moet daar een gedegen stuk onder liggen met de visie van de raad en de visie van het college. Volgens spreker zit daar nu soms nog wat licht tussen. Voordat beschreven wordt waar men met deze gemeente naar toe wil, moet er een plan zijn. In 2012 is er een begin gemaakt met het schrijven van de visie. Die visie is er nog niet. Het hoeft geen lijvig document te zijn, maar de raad moet wel dezelfde ambitie hebben als het college. Als de burgemeester met zijn woorden probeert te zeggen dat de gemeente het goed doet, dan komt het niet verder. De ambitie moet net een stapje verder gaan. Dat mist spreker in het betoog.
In het beleidsakkoord staat dat Rijssen-Holten een subregionale kern wil zijn om meer mogelijkheden te hebben. De reikwijdte van de ambitie ligt verder dan de ambitie die er nu is.

Burgemeester HOFLAND zegt dat er belangrijke zaken staan in de strategische visie over o.a. infrastructuur, revitalisering en duurzaamheid. Ook is er in de begroting extra geld opgenomen voor acquisitie. Het college heeft eerder al uitgesproken een Deltaplan-2 te willen. Volgens spreker is er geen mismatch tussen het ambitieniveau van het college en het ambitieniveau van de raad. Spreker zegt dat daarvoor een aantal zaken afgestemd en vastgelegd moet worden om tot een bepaalde koers te komen.
In het collegeprogramma staat de ambitie te komen tot een subregionale status. Het is helder dat het college die koers wil volgen.
In 2012 en daarvoor is er al gesproken met werkgevers over een strategische visie op economie. Dat is hier en daar in de voorbereidingen gestrand. De werkgeversverenigingen in de gemeente zijn echter heel belangrijk en zitten ook vaak op een wat hoger abstractieniveau te zoeken naar een manier om dat te verwoorden.
Raad en college kunnen volgens spreker goed samen optrekken richting de kadernota. Daarbij zullen er een of twee sessies georganiseerd worden om de raad bij te praten en van de raad te vernemen wat er leeft. Onder het bedrijfsleven wordt eind 2014 een enquête uitgezet over hoe het Deltaplan is ervaren en of men suggesties en ideeën heeft.

De heer NOORDAM zegt dat de heer Scheppink woorden noemt als daadkracht tonen. Alle fracties hebben daarover gesproken in het kader van de decentralisaties. Nu het gaat om economie en werkgelegenheid kijkt de heer Scheppink heel kritisch, maar zegt niets over de kosten. Wat wordt gevraagd zal beslist niet gratis zijn.

De heer SCHEPPINK zegt dat er zo snel mogelijk iets op papier moet komen, in elk geval voor de kaderstelling, om middelen vrij te kunnen maken voor de komende jaren.

De heer NOORDAM zegt dat er nog veel uit Deltaplan-1 niet gereed is, zeker binnen Economie en Werk. Spreker stelt dat de motie voor de muziek uit loopt.

De heer TER KEURST zegt dat de portefeuillehouder een aantal spijkers op de kop heeft geslagen door te stellen dat hij zich niet kan vinden in het beeld dat in de inleiding werd geschetst. De portefeuillehouder heeft aangegeven dat de raad volgend jaar sowieso spreekt over de herijking van de strategische visie. Veel zaken in het beleidsakkoord, hoewel niet door de PvdA onderschreven, op het gebied van economie zullen worden onderzocht dan wel doorgaan. De portefeuillehouder gaf tevens aan te werken aan een Deltaplan-2. Spreker vraagt de heer Scheppink of hij wel vertrouwen heeft in de portefeuillehouder ondanks de toezegging die is gedaan dat dit voortvarend wordt opgepakt.

De heer DE KOE zegt dat in de commissie al werd aangegeven dat Rijssen-Holten het goed doet in vergelijking met andere gemeenten, dat Rijssen-Holten gewend is het te allen tíjde beter te doen dan gemeenten in de directe omgeving en dat Rijssen-Holten het bijna aan haar stand verplicht is het uiterste te doen om de werkgelegenheid aan te jagen. Spreker heeft in de commissie gezegd dat Rijssen-Holten een specifieke bevolkingsgroep heeft met specifieke vragen en hij hoopt dat het college dat oppakt om met de motie in de hand meer handvaten te hebben voor het aanjagen van de werkgelegenheid.

De heer SCHEPPINK zegt dat hij voldoende vertrouwen heeft in de portefeuillehouder. Het gaat er niet om of hetgeen het college nu doet wel voldoende is. Waarschijnlijk is het meer dan voldoende. Het college gaat daar volop voor, zoals te horen was in het antwoord van de portefeuillehouder, en moet dat blijven doen. Spreker vindt dat er echter een gedegen plan moet komen als de raad en het college een Deltaplan-2 willen. Dat plan moet gezamenlijk vastgesteld worden en raad en college moet er samen vol voor gaan. Op dit moment is de gemeente met name in de doe-modus, maar op een gegeven moment heeft de gemeente een visie nodig. De portefeuillehouder gaf aan dat er inderdaad wat op papier gezet moet worden. Dat is wat spreker bedoelt. De doe-modus moet af en toe omgezet worden in een denk-modus om erachter te komen waar college en raad met Rijssen-Holten naartoe willen. De strategische visie kan wat spreker betreft het komend voorjaar herijkt worden om bij de kadernota volop verder te kunnen, zodat er geen jaren verloren gaan op het gebied van economie. Spreker krijgt uit de beantwoording van de portefeuillehouder het gevoel dat ook het college die ambitie heeft, maar vindt dat college en raad even ‘de klokken weer gelijk moeten zetten’, waarbij de raad al aan de voorkant een rol moet spelen.

De heer MULLER zegt dat de portefeuillehouder goed heeft benadrukt dat de ambities parallel lopen. De raad kan erop vertrouwen goed betrokken te worden als Deltaplan-2 in de steigers wordt gezet. De portefeuillehouder heeft toegezegd dat hierover een overleg komt. De raad kan erop vertrouwen dat er een en ander op papier komt. Spreker vindt dat de ambities van de portefeuillehouder, van de raad en van het college zo dicht bij elkaar liggen, dat de motie niet ingediend had hoeven worden.

De BURGEMEESTER zegt dat hij niet weet of het de wens van de raad is om voor de kaderstelling de herijking van de strategische visie te behandelen. Dat zou een opdracht zijn, waarvoor tijd vrijgemaakt moet worden. Het college zal de koers varen om de raad zo snel mogelijk bij te praten over de economische visie, een enquête uitzetten onder ondernemers en nog een aantal zaken verder uit te zoeken. Daarmee wil het college in informele sfeer bij de raad terugkomen om vervolgens bij de kadernota een onderbouwd, op hoofdlijnen Deltaplan-2 aan te bieden en daarmee aan de slag te gaan.

De heer SCHEPPINK verzoekt om een schorsing.

Schorsing van 15.43 tot 15.48 uur.

De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Scheppink.

De heer SCHEPPINK zegt dat de indieners van de motie kunnen leven met de beantwoording van de portefeuillehouder, maar nog duidelijkheid willen hebben over een punt. Nu zit de gemeente nog volop in de doe-modus. Voor het Deltaplan-2 er komt moet bekend zijn wat de visie, de uitgangspunten of de kaders zijn waaraan het plan wordt opgehangen. Dan kan de discussie gevoerd worden over de doe-dingen waar al volop aan gewerkt wordt. De raad kan dan terugvallen op die kaders of uitgangspunten. Duidelijk moet zijn wat de doelen zijn op het gebied van economie en werk in een eventueel Deltaplan-2.

Burgemeester HOFLAND zegt dat het college gaat nadenken en een enquête wil uitzetten onder het bedrijfsleven over de ervaringen. Het college wil daarbij ook duidelijk maken dat gewerkt wordt aan de voorbereidingen van de evaluatie van het Deltaplan. Spreker meent dat het goed is bij die evaluatie de vertrekpositie voor een nieuw Deltaplan-2 te markeren. Met de raad kan bediscussieerd worden of die vertrekpositie, kaders of uitgangspunten voor het Deltaplan-2 goed uitgekozen zijn. In die zin neemt spreker de handreiking aan.

De VOORZITTER vraagt of de motie gehandhaafd wordt of dat de indieners de motie intrekken na de toezegging van de burgemeester

De heer SCHEPPINK zegt dat hij nog een punt wil verhelderen. De motie kan ingetrokken worden, maar duidelijk moet zijn dat een vertrekpositie iets anders is dan het vaststellen van een einddoel. In de uitgangspuntennotitie moet ook een einddoel worden opgenomen. Spreker gaat ervan uit dat hieraan de komende tijd wordt gewerkt. Eventueel komt spreker hierop terug bij de kaderstelling. Op dit moment kan spreker leven met de beantwoording van de portefeuillehouder en trekt de motie in.

SGP, CDA, ChristenUnie, Gemeentebelang en Lokaal Liberaal dienen de volgende motie in:
Tegengaan van leegstand in centra van Rijssen en Holten

De heer HAASE licht de motie toe. Het centrum van Holten nadert de eindfase van een langdurige transitieperiode, waarmee het dorpscentrum een belangrijke kwaliteitsimpuls gekregen heeft. Het stadshart van Rijssen is aantrekkelijk voor de eigen burgers; maar trekt ook publiek uit de hele regio. Deze centra doen er dus toe. Spreker veronderstelt dat iedereen deze situatie wil behouden en zo mogelijk wil verbeteren. Het doet pijn te constateren dat ook Rijssen-Holten te maken heeft met een terugloop van het aantal winkels, resulterend in een groeiende leegstand in de centra. Dat is een kwalijke zaak, hoewel de gemeente dit niet in eigen hand heeft. Leegstand doet afbreuk aan de gewenste sfeer in de centra van Rijssen en Holten. De SGP is dan ook blij dat er een nieuwe centrumvisie wordt opgesteld, afgestemd op de huidige tijd. Toch biedt ook het bestaande beleid ruimte om leegstand en verloedering van het centrum tegen te gaan. Vanzelfsprekend is de aanwezigheid van initiatief van cruciaal belang, maar dat laat niet onverlet dat gezien de langdurige leegstand op sommige plekken de gemeente nu reeds haar verantwoordelijkheid kan nemen door actief de mogelijkheden die er zijn voor herbestemming en/of herontwikkeling onder de aandacht te brengen van burgers en bedrijven. Spreker vraagt of burgers en bedrijven op de hoogte zijn van mogelijkheden die het huidige beleid biedt, want door deze actief te communiceren draagt de gemeente bij aan het aantrekkelijk en kwalitatief hoogstaand houden van de centra van Rijssen en Holten.

Overwegende dat:

  • Rijssen-Holten aantrekkelijke centra heeft;
  • de raad wil voorkomen dat leegstand afbreuk doet aan de gewenste sfeer in deze centra;
  • desalniettemin de leegstand in de centra en aangrenzende gebieden aanzienlijk is en dat dit in de nabije toekomst significant lijkt toe te nemen;
  • dit niet bijdraagt aan de ambitie van de gemeente en andere organisaties om de centra aantrekkelijk en kwalitatief hoogstaand te houden;
  • er binnen het geldende beleid ruimte is voor herontwikkeling en/of herbestemming van leegstaande panden gegeven het navolgende in de Nota Woningbouw 2014 – 2020 Rijssen-Holten;
    “Vooral in het centrum of aangrenzende gebieden worden appartementen ook gebruikt om (ruimtelijke/planologische) knelpunten op te lossen. Hiervoor zijn circa 25 appartementen beschikbaar. Een knelpunt is een locatie waar een milieuknelpunt of milieuhinderlijk bedrijf aanwezig is of langdurige leegstand (>3 jaar) dreigt of een functie aanwezig is die planologisch niet meer op de locatie past en waar omzetting naar woningbouw in de vorm van appartementen stedenbouwkundig en planologisch een goede oplossing is. Daarnaast moet de locatie door de woningbouw een betere ruimtelijke uitstraling krijgen.”;

is van mening dat:

  • het versterken van de centra van Rijssen en Holten goed is voor de gemeente Rijssen-Holten als geheel;
  • dit past bij de ambitie van de gemeente om de centrumfuncties in en van Rijssen en Holten te versterken;
  • de gemeente er derhalve alles aan dient te doen om leegstand in de centra terug te dringen;
  • dit geen uitstel kan lijden;

en roept het college op om:
alle mogelijkheden die er zijn om leegstaande panden te herontwikkelen en/of te herbestemmen, actief onder de aandacht te brengen van burgers en bedrijven.

Eerste termijn
De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat er middels de Leegstandwet voor gemeenten een mogelijkheid is om een leegstandsverordening op te stellen. Door handhavend op te treden kan leegstand worden teruggedrongen. Spreker vraagt of de heer Haase daarmee bekend is en of hij denkt dat ook het college daarmee bekend is.

De heer NOORDAM vraagt wat volgens de heer Haase de definitie is van een centrumfunctie.

De heer HAASE zegt dat hij niet op de hoogte is van de Leegstandwet en niet weet of het college dat meeneemt.
Met “centrum” doelt spreker op het winkelcentrum. Een centrumfunctie is de functie die winkels hebben in een plaats als Rijssen of als Holten.
Burgemeester HOFLAND zegt dat het college de in de motie weergegeven zorg deelt, alsmede de ambitie die daaruit spreekt. Het is verontrustend te zien dat in een betrekkelijk korte periode het aantal winkel- en kantorensluitingen in en rondom de centra behoorlijk is toegenomen. Het is noodzakelijk om actie te ondernemen om de leegstand aan te pakken.
Momenteel wordt er beleidsmatig gewerkt aan een structuurvisie voor Rijssen. De oproep in de motie vertaalt het college als volgt: communicatie van de mogelijkheden van herontwikkeling en herbestemming van leegstaande panden naar burgers en bedrijven toe. De motie kan nog breder uitgelegd worden. Bij “is van mening dat” staat dat de gemeente er alles aan dient te doen om leegstand in de centra terug te dringen. Met “alles” kan men bedoelen dat de gemeente dan maar geld op tafel moet leggen enzovoort. Dat is niet waar het college aan denkt. Het college vindt wel dat het goed is om actief de mogelijkheden onder de aandacht te brengen over het herontwikkelen van leegstaande panden en met betrokken partijen te kijken welke andere mogelijkheden gewenst zijn. Verder is acquisitie en promotie samen met betrokken partijen nodig. Spreker vindt niet dat de overheid hier alleen voor staat, maar dat het gezamenlijk aangepakt moet worden, wat parallel kan lopen met acquisitie en promotie van bedrijventerreinen, waarvoor in de begroting middelen vrijgemaakt zijn.
Verder is het van belang starters te werven. Dat kan parallel lopen met het aanbieden van opleidingen en startersregelingen via de Kamer van Koophandel en het Centrum voor Jonge Ondernemers.
Verder denkt het college aan herontwikkeling tot woningbouw op de begane grond. Dat kan al op meerdere plekken, met uitzondering van de hoofdwinkelstraten, en moet plaatsvinden binnen de kaders van de recent vastgestelde nota Woningbouw. Voor appartementen is de ruimte beperkt. Wanneer er meer woningen nodig zijn dan nu, dan moet dat beleidsmatig afgewogen worden.
Het college denkt aan een soort taskforce aanpak leegstand, samen met ondernemers, vastgoedeigenaren, woningcorporaties en winkeliersverenigingen. Dit wil het college zowel integraal als op locatieniveau bekijken.
Het college is het eens met de insteek van de motie, om in samenspraak met de betrokken partijen op korte termijn met een concreet plan van aanpak te komen.

De heer HAASE zegt dat hij blij is met de uitleg van de burgemeester, die volledig aansluit bij de ambities in de motie. De burgemeester vroeg zich af of de gemeente er álles aan zou moeten doen. Spreker zegt dat hieraan toegevoegd kan worden: datgene wat binnen haar mogelijkheden ligt.
De burgemeester zei dat er nu al mogelijkheden zijn om met panden die langdurig leegstaan iets te doen op het gebied van herbestemming. Dat is in feite de aanleiding voor de motie. Het gaat vooral om de signaalfunctie die van de motie uitgaat.

De heer NOORDAM zegt dat hij heeft gevraagd naar de centrumfunctie. De motie roept namelijk wellicht ook op leegstand in te ruilen voor bewoning. Dat is op termijn een discussiepunt dat spreker onder de aandacht wil brengen.
Wat betreft de starters is gezegd dat met elkaar naar de mogelijkheden gekeken moet worden. Spreker heeft van ondernemers begrepen dat met name in Holten de startersplaatsen die nu in het Rabo-gebouw zitten, ook mogelijk waren geweest in lege panden in de centra. Dat vindt spreker een gemiste kans.
Er wordt een ambitie uitgesproken richting het college, maar volgens spreker is het college daarin altijd al actief geweest. Met de motie lopen de indieners voor de muziek uit en spreker vraagt zich af of de motie ingetrokken kan worden.

De heer KLEIN VELDERMAN stelt voor dat de heer Haase eens goed kijkt naar de Leegstandswet. De gemeente heeft wettelijk gezien een heleboel mogelijkheden, zoals het vaststellen van een leegstandsverordening. Dat kan volgens spreker heel goed aansluiten bij de motie. Spreker zegt toe de tekst van de Leegstandswet te mailen aan de heer Haase.

De heer HAASE zegt dat de motie niet voor de muziek uitloopt. Het duurt nog wel enige tijd voordat de nieuwe centrumvisie verschijnt. Het is jammer om tot die tijd niet de mogelijkheden nu al actief onder de aandacht te brengen. De motie ondersteunt en bekrachtigt de ambitie van de gemeente en het college.

De heer NOORDAM vraagt of de heer Haase evenals spreker zelf, vertrouwen heeft in college wat dat betreft.

De heer HAASE zegt dat dat niet aan de orde is. Het gaat erom dat de neuzen dezelfde kant op wijzen. Spreker ziet daarin geen conflict. Spreker heeft te weinig kennis van de Leegstandswet. Wellicht kan het college het meenemen in zijn overwegingen.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat de Leegstandswet niet in het leven is geroepen om leegstand te beheren, maar om leegstand tegen te gaan. In centra waar winkels leegstaan heeft de gemeente wettelijk het recht om eigenaren aan te spreken en samen naar een oplossing te zoeken. De gemeente kan van die wet gebruik maken, mogelijk omkleed met de maatregelen die de portefeuillehouder schetste.

Burgemeester HOFLAND zegt dat die wet een mogelijkheid is, maar gezien moet worden als een soort sluitstuk van mogelijkheden en maatregelen. Het is niet een vertrekpunt. Eerst moet in goed overleg een aantrekkelijk klimaat gecreëerd worden. De gemeente investeert al volop in het centrum. ‘Betaald parkeren blijft gratis’ in Rijssen-Holten. Dat zijn goede uitgangspunten. Daarover moet de gemeente in overleg, op basis van gelijkwaardigheid, met marktpartijen en middenstandsverenigingen. Het marktmechanisme moet volgens spreker eerst zijn werk doen en pas als er echt onwillende partijen blijken te zijn, is als sluitstuk de Leegstandswet of de leegstandsverordening aan de orde.

De VOORZITTER vraagt of de motie gehandhaafd wordt.

De heer HAASE zegt dat hij de motie handhaaft.

De VOORZITTER brengt de motie in stemming.

De heer NOORDAM geeft de volgende stemverklaring. De portefeuillehouder heeft een volledige toezegging gegeven. Spreker stemt om die reden tegen de motie. In feite is de motie volledig overgenomen.

De heer MULLER vraagt of de burgemeester bevestigt dat hij de motie overneemt.

De VOORZITTER zegt dat nu de besluitvorming aan de orde is. De heer Noordam heeft een stemverklaring afgegeven en gezegd dat hij tegen de motie is.

Spreker brengt de motie in stemming. De motie wordt aangenomen met 24 stemmen voor (SGP, CDA, CU, GB, LL, PvdA, D66 en mevrouw Deijk van de VVD) en 1 stem tegen (de heer Noordam van de VVD).

(De heer G. Kreijkes draagt het voorzitterschap over aan de burgemeester.)

PvdA, SGP en ChristenUnie dienen een motie in:
Overleg behoud voorlichting en educatie Sallandse Heuvelrug

De heer TER KEURST licht de motie toe. In de motie wordt niet gerept over kosten, al is het wel de verwachting van spreker dat het genoemde overleg kosten meebrengt ter grootte van een lunchoverleg. De Sallandse Heuvelrug kan bekeken worden als een grote houtopstand en een grote berg scherp zand óf een waardevol natuurgebied. De indieners gaan uit van het laatste en willen dit met voorlichting en educatie onder de aandacht blijven brengen.

Overwegende dat:

  • de functie voor voorlichting en educatie in het nationaal park “de Sallandse Heuvelrug” is wegbezuinigd;
  • dat voorlichting en educatie een belangrijk instrument is om de kennis over het nationaal park uit te dragen en te vergroten bij het publiek;
  • dit leidt tot een groter draagvlak voor het beheer en de instandhouding van het nationaal park;

draagt het college op:

  • in overleg te treden met het college van B en W van de gemeente Hellendoorn om de functie voor voorlichting en educatie in het nationaal park “de Sallandse Heuvelrug” te kunnen behouden;
  • de gemeenteraad en de raadscommissie te informeren over de uitkomsten van dit overleg.

Eerste termijn
Wethouder CORNELISSEN zegt dat de discussie niet alleen gevoerd wordt in de gemeenteraad, maar ook provinciaal en landelijk. Dat heeft ertoe geleid dat er dit jaar incidenteel middelen beschikbaar zijn gesteld. In die context vindt spreker het niet verstandig een signaal te geven via de motie. Er wordt momenteel een discussie gevoerd over de verantwoordelijkheid voor de financiële middelen. De raad kan beter niet in dat vaarwater gaan zitten. Spreker adviseert de motie niet op deze manier in te brengen.

De heer TER KEURST heeft begrepen dat het Nationaal Park voor rekening van de gemeente komt, omdat de landelijke overheid hierin terugtreedt en de provincie de middelen hiervoor al heeft geschrapt. De weg is vrij met de buurgemeenten te onderzoeken of voorlichting en educatie mogelijk een vervolg kan krijgen, onder het motto: stel niet uit tot morgen wat vandaag al gedaan kan worden.

De VOORZITTER zegt dat het Nationaal Park wordt overgedragen. Spreker vraagt de wethouder of daarmee ook de functie van voorlichting en educatie wordt overdragen.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat die verantwoordelijkheid inderdaad is overgedragen, al is er nog de landelijke discussie over de vraag wie waarvoor welke verantwoordelijkheid moet krijgen. In de motie wordt specifiek gesproken over educatie. Met name in de Staten is gesproken over de vraag of dat iets is wat de verantwoordelijkheid wordt van de gemeenten of dat het bij de provincie moet blijven. De Staten hebben incidentele middelen beschikbaar gesteld om een plan van aanpak te maken. Die handschoen wordt samen met Hellendoorn opgepakt. Rijssen-Holten is in gesprek met Hellendoorn over de Sallandse Heuvelrug en de beide gemeenten trekken daarin samen op en onderhouden gezamenlijk contact met de provincie en Den Haag. De discussie over de financiën moeten de gemeenten echter niet op voorhand al naar zich toe trekken. Spreker ontraadt de motie.

De VOORZITTER vraagt wanneer de besluitvorming in de Staten plaatsvindt.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat de besluitvorming over de middelen voor volgend jaar al heeft plaatsgevonden en dat de middelen al zijn toegezegd. De twee gemeenten zullen dat volgend jaar meenemen zodra er meer duidelijkheid is over de status van het Nationaal Park. In het plan van aanpak zal daaraan aandacht worden besteed.

De heer TER KEURST zegt dat in de motie wordt verzocht om een overleg met de buurgemeente en niet dat er middelen beschikbaar worden gesteld. In dat overleg kunnen de overwegingen van de Staten meegenomen worden om daarover vervolgens te rapporteren aan de raad. Meer wordt er niet gevraagd in de motie. Spreker handhaaft de motie.

De heer G. KREIJKES zegt dat hij de woorden van de heer Ter Keurst volledig onderschrijft. De wethouder blijkt al volop in gesprek te zijn met Hellendoorn. Als de wethouder dat continueert en de raad daarvan op de hoogte stelt, wordt de motie op voorhand al uitgevoerd. De SGP is voorstander van de motie.

De heer KAHRAMAN zegt dat het CDA meegaat met de argumenten van de wethouder. De wethouder is al in gesprek met de buurgemeente, maar er moet nog afgewacht worden waar de financiële verantwoordelijkheid voor de educatie komt te liggen. Educatie is een belangrijk punt voor het park. Het CDA stemt tegen de motie.

De heer KLEIN VELDERMAN zegt dat D66 eerder schriftelijke vragen heeft gesteld over de decentralisatie van de Sallandse Heuvelrug. Op de vraag aan het college waar de taken terecht komen en wie ervoor verantwoordelijk wordt, is geantwoord dat samengewerkt wordt met Hellendoorn, dat er geld is vrijgemaakt en dat er een evaluatiemoment komt in Provinciale Staten in 2016 of zoveel eerder. Spreker begrijpt daarom niet de angst van de wethouder om met Hellendoorn in gesprek te gaan over de educatie. Dat onderwerp moet niet tussen de wal en het schip terechtkomen.

De heer NOORDAM zegt dat educatie belangrijk is en bewaakt moet worden. Spreker sluit zich aan bij de woorden van de heer G. Kreijkes. Het proces loopt en de terugkoppeling zal plaatsvinden. Dat is de uitvoering van de motie.

De heer TIJHOF zegt dat de eerste overweging in de motie weggehaald kan worden, omdat niet duidelijk is dat die functie wel of niet is wegbezuinigd. De rest van de motie kan overeind blijven. Het is niet de bedoeling dat men elkaar in de wielen gaat rijden, maar er samen voor te zorgen dat de educatie geborgd wordt.

De heer MULLER zegt dat iedereen groot belang hecht aan de educatie met betrekking tot de Sallandse Heuvelrug. Aan de wethouder wordt gevraagd de raad daarover te informeren, zodat de raad zeker weet dat het goed geregeld wordt in de toekomst. Spreker gaat ervan uit dat de wethouder dat gaat doen.

De VOORZITTER stelt de volgende wijziging voor van het eerste verzoek in de motie: “in overleg te treden met het college van B en W van de gemeente Hellendoorn en met Gedeputeerde Staten van Overijssel om de functie voor voorlichting en educatie in het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug te kunnen behouden”.

De heer TER KEURST zegt dat de indieners van de motie kunnen leven met de toevoeging van de voorzitter.

Wethouder CORNELISSEN zegt dat hij geen moeite heeft met de uitvoering van de motie na de toevoeging van de voorzitter. Spreker benadrukt dat hij geen angst heeft om in overleg te treden met Hellendoorn Die gesprekken worden al volop gevoerd. De gemeenten zullen met een plan van aanpak komen naar de raad.

De VOORZITTER brengt de aangepaste motie in stemming. De aangepaste motie wordt unaniem aanvaard.

Nu alle amendementen zijn behandeld concludeert de VOORZITTER dat er € 50.000 aan uitgaven uit de begroting is gehaald. Doorgerekend betekent dit dat er uiteindelijk € 456.000 structureel wordt toegevoegd.

De heer TER KEURST geeft de volgende stemverklaring. De PvdA kan niet leven met de € 100.000 die de burger misloopt en met aanpassing van het programma Onderwijshuisvesting en stemt tegen die onderdelen van de begroting. Dat betekent dat de PvdA tegen hele begroting moet stemmen.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het (geamendeerde) voorstel, met de aantekening dat de fracties van de PvdA, VVD en D66 tegengestemd hebben.

4. Raadsvoorstel vaststellen nota kostprijzen en tarieven 2015 (Beens)
De VOORZITTER wijst erop dat de nota na de commissievergadering is aangepast.

Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het aangepaste voorstel.

5. Voorbereiding Regioraad 12 november 2014
De heer BEENS zegt naar aanleiding van agendapunt 6 van de Regioraad, het programma Innovatiesprong 2015, dat de vertegenwoordigers vragen zullen stellen over het Twents Bureau voor Toerisme (TBT) en de Stichting Twente Branding (STB). Zij willen weten of er versneld een evaluatie kan komen over de situatie van deze organisaties wat betreft de subsidiemogelijkheden. Als daarop geen bevredigend antwoord wordt gegeven, dan is het voorstel een motie in te dienen, luidend:

Overwegende:

  • dat door het DB van de Regio Twente wordt voorgesteld zowel voor het Twents Bureau voor Toerisme als voor de Stichting Twente Branding, behalve voor 2015 ook voor 2016 en 2017 subsidie beschikbaar te stellen;
  • dat het van groot belang is begin 2015 te evalueren wat de aan TBT en de STB ter beschikking gestelde subsidie bewerkstelligd heeft;
  • dat de Algemene Wet Bestuursrecht in deze geen belemmerende factor mag zijn bij de mogelijke afbouw van de subsidie;

is van mening:
dat het de Regioraad vrij moet staan op basis van de genoemde evaluatie in 2015 geen subsidie meer beschikbaar te stellen aan deze twee organisaties per 1 januari 2016, maar de hierbij betrokken budgetten elders in te zetten.

Spreker zegt dat bij agendapunt 13 van de Regioraad, de positie van het Dagelijks Bestuur per 1 januari 2015, de vraag gesteld zal worden wat de stand van zaken is. Het duurt allemaal erg lang, wat de vertegenwoordigers betreft.

De heer MULLER zegt dat het advies van de portefeuillehouders over het rapport KplusV is dat zij daarmee zullen instemmen. Spreker wijst op een eerdere gang van zaken met betrekking tot de portefeuillehoudersvergadering, waarin niet alle portefeuillehouders aanwezig waren en naderhand bleek dat de mening over een punt eigenlijk andersom was. Het rapport KplusV gaat over de toekomst van alle recreatieparken. Spreker vraagt of de portefeuillehouder van Rijssen-Holten de mening deelt op dit onderdeel.

De heer WESSELS zegt dat het CDA achter de vraag van wethouder Beens staat.
Bij agendapunt 9 van de Regioraad staat in de ambtelijke notitie dat de Regio Twente als gastheer gaat optreden voor het Kennispunt Twente. Spreker neemt aan dat er voor de gemeenten een voordeel uitgehaald wordt, omdat de overheadkosten over een grotere organisatie worden uitgesmeerd. Spreker geeft dat mee aan de vertegenwoordigers met de vraag wanneer dat voordeel terugverwacht kan worden.
Bij agendapunt 11 van de Regioraad wordt gesproken over een gedragslijn, waarbij voorstellen voor nieuw beleid en intensivering van bestaand beleid worden afgesproken. Dat is een heldere procedureafspraak, waar het CDA zich in kan vinden. In het tweede beslispunt wordt daarop een uitzondering gemaakt, waar het CDA zich eveneens in kan vinden.

De heer SCHEPPINK zegt dat bij agendapunt 9 nog is toegezegd dat erop teruggekomen wordt door de heer Rödel. Spreker vraagt of dat al is gebeurd en of duidelijk is wat het voordeel voor de gemeenten zal worden.
Bij het onderwerp positie van het Dagelijks Bestuur mag wat de SGP meegegeven worden dat er een einddatum aan zit, bijvoorbeeld dat voor 1 april 2015 duidelijk moet zijn wat de positie is van de Regioraad is.

Wethouder CORNELISSEN zegt op de woorden van de heer Muller dat hij niet met zekerheid weet of alle portefeuillehouders aanwezig waren bij het overleg. Toen het betreffende punt is besproken, is met name door de gemeente Almelo opgemerkt dat zij vaker aandacht heeft gevraagd voor de recreatieparken en dat dat in regioverband gedragen zou worden. Spreker heeft namens Rijssen-Holten de vinger gelegd bij het feit dat hij de constructie rondom de recreatieparken begrijpt, ook in regioverband, maar dat het hem bevreemdt dat Rijk en provincie de Sallandse Heuvelrug teruggeven aan de gemeente en dat de recreatieparken onderdeel vormen van de Regio Twente. Spreker heeft aangegeven dat daar in de toekomst naar gekeken moet worden, met name als de plannen verder uitgewerkt worden rondom de Sallandse Heuvelrug.

De VOORZITTER zegt dat er enkele extra accenten zijn gelegd door de raad, die de vertegenwoordigers van Rijssen-Holten kunnen meenemen. De woorden van wethouder Beens zijn niet weersproken, dus lijkt het spreker goed die insteek te kiezen.

6a. Behandeling motie vreemd aan de orde van de dag

ChristenUnie, SGP, VVD en Lokaal Liberaal dienen een motie in:
Beeld ‘Vissers van mensen’

Mevrouw RIEZEBOS licht de motie toe. De heer Gerrit Roosink heeft in 2009 in het contactblad van de ChristenUnie een artikel geschreven over het beeld ‘Vissers van Mensen’ en voorgeteld dat weer uit het stof te halen. De tekening die is toegevoegd aan de motie is van zijn hand. Gerrit Roosink was zeer betrokken bij het wel en wee van de gemeente Rijssen-Holten en haar burgers. Hij was ook een groot liefhebber en kenner van de historie van de stad Rijssen Hij heeft in het betreffende artikel de herkomst van het beeld beschreven. Het was een geschenk van de gezamenlijke Rijssense kerken bij de opening van het voormalige stadhuis van de gemeente Rijssen in 1972. De huidige tijd kenmerkt zich als een tijd, waarin participatie van de burgers wordt gevraagd. Iedereen persoonlijk, maar ook alle organisatie in deze gemeente, wordt gevraagd mee te doen. In het coalitieakkoord is opgenomen dat ook de kerken worden betrokken bij de samenleving. De kerken zijn nog steeds een heel grote vijver, waaruit vrijwilligers gevist worden. Daarom spelen zij nog steeds een belangrijke rol in het handen en voeten geven aan de participatiemaatschappij, zeker bij de decentralisaties, waarbij een beroep wordt gedaan op ieders netwerk. Met de motie willen de indieners de oproep doen het beeld ‘Vissers van Mensen’, geschonken door de kerken, uit het stof te halen en weer een plek te geven in het gemeentehuis, als teken van de netwerksamenleving, als andere benaming van ‘sociaal noaberschap’.

Overwegende dat:

  • bij de opening van het vorige gemeentehuis in 1972 door de gezamenlijke Rijssense kerken een beeld is aangeboden dat een plek kreeg in de hal van het gemeentehuis;
  • dat beeld in 2008 in het nieuwe gemeentehuis geen plek gekregen heeft en ook niet op een andere plek is gekomen waar het tot zijn recht komt;
  • onze samenleving is veranderd in een netwerksamenleving;
  • het opnemen van medeburgers in onze netwerken is een vorm van ‘sociaal naoberschap’;
  • met die symboliek het beeld ook in het huidige gemeentehuis van de gemeente Rijssen – Holten een plek verdient;

roept het college op:

  • het beeld ‘Vissers van mensen’ uit het stof te halen en een plek te geven in het gemeentehuis;
  • daarbij de oproep uit te laten gaan om te ’netwerken’, als vorm van ‘sociaal naoberschap’ voor en door alle burgers van onze gemeente.

 Spreekster merkt op dat in de oorspronkelijke motie werd verzocht het beeld een plek te geven “in de hal van het gemeentehuis”. Dat is door de indieners gewijzigd in “in het gemeentehuis”.

Eerste termijn
De heer TER KEURST zegt dat hij blij is met de aanpassing in de motie. Spreker vraagt of de plek waar nu het orgel staat, een optie is voor het beeld. Spreker vraagt wat de staat van onderhoud van het beeld is en of eventuele kosten van reparatie bekend zijn.

De heer KLEIN VELDERMAN vraagt waarom het beeld bij de nieuwbouw van het gemeentehuis niet is teruggeplaatst.

Mevrouw RIEZEBOS zegt dat het zeker niet de bedoeling is dat het beeld een obstakel wordt. Wellicht kan het beeld op een verrijdbaar plateau gezet worden. Een beeld dat zes jaar in depot ligt, moet in elk geval opgepoetst worden en wellicht enigszins gerepareerd. Dat geldt voor het hele gemeentehuis: als er iets stuk gaat wordt het gerepareerd. Spreekster gaat ervan uit dat eventuele reparatie meegenomen kan worden in regulier onderhoud.

De heer TER KEURST merkt op dat die kosten moeten komen uit het kunstbudget.

Mevrouw RIEZEBOS zegt dat dat nog nader bekeken kan worden. Waarom het beeld niet in het nieuwe gemeentehuis is geplaatst, weet spreekster niet.

De VOORZITTER zegt dat het college instemt met de wijziging van de motie.
In 1972 is het beeld door de gezamenlijke kerken aangeboden en heeft lang in het gemeentehuis van Rijssen gestaan, waarbij wel eens opgemerkt is dat het beeld af en toe in de weg stond. Spreker spreekt met respect over de heer Roosink, en beziet nu het voorstel zoals het op tafel ligt. Het beeld is niet in het nieuwe gemeentehuis gekomen, omdat het niet paste bij de uitstraling van het gebouw. Spreker heeft gezien de afmeting van het beeld twijfel bij het verrijdbaar maken ervan. Het college wil bekijken wat de kosten zijn om het beeld ergens te plaatsen en stelt daarbij voor het zoekgebied te vergroten, zodat het beeld een passende functie krijgt.

Tweede termijn
Mevrouw RIEZEBOS zegt dat het beeld op een behoorlijk grote sokkel staat. Of het beeld op die 
manier moet terugkomen, is de vraag.

De VOORZITTER vraagt of de indieners instemmen met het schrappen van de woorden “in het gemeentehuis”. Het college krijgt dan de opdracht het beeld uit het stof te halen en een plek te geven, nadat de kosten in beeld zijn gebracht. Als het substantiële kosten zijn, komt het college eerst terug bij de raad.

Mevrouw RIEZEBOS zegt dat zij met de woorden van de voorzitter kan leven. Wat betreft de locatie geeft spreekster het college de ruimte het zoekgebied te vergroten, maar zij geeft de voorkeur aan het gemeentehuis.

De heer SCHEPPINK zegt dat de SGP wel kan leven met de aanpassing die de voorzitter voorstelt, maar dat zij graag ziet dat het beeld binnen de kern Rijssen blijft.

De heer NOORDAM zegt dat het beeld een geschenk is van de kerken van Rijssen en daarom binnen de kern Rijssen een plek moet krijgen. Wat de VVD betreft mag het zoekgebied vergroot worden en mag het beeld geplaatst worden op een andere plek waar veel mensen komen.

De VOORZITTER brengt de aangepaste motie in stemming. De motie wordt unaniem aangenomen.

Spreker geeft het woord aan de heer Ter Keurst.

De heer TER KEURST gaat in op de openstelling van Giro 555. Er is bestendig beleid, dat wanneer Giro 555 wordt opengesteld Rijssen-Holten per inwoner een bijdrage doet. Spreker vraagt of het college wil toezeggen te komen met een voorstel op basis van bestendig beleid, om op dit moment een storting te doen op Giro 555 ter bestrijding van de uitbraak van Ebola in Afrika. Als het college die toezegging doet, neemt spreker daarmee genoegen. Als dat niet gebeurt, zal spreker verzoeken om een schorsing om daarna alsnog een motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ in te dienen.

VOORZITTER zegt dat in de commissievergadering een voorstel wordt behandeld om het beleid te wijzigen. Het bestendig beleid heeft op dit moment nog kracht. Spreker zegt dat het college zich de eerstvolgende collegevergadering buigt over de vraag hoe in deze fase omgegaan wordt met Giro 555 en daarna de raad informeert. In de commissievergadering of in de raadsvergadering van december kan de raad daarover een standpunt innemen.

De heer TER KEURST wijst erop dat het nog steeds bestaand beleid is, dat wanneer Giro 555 wordt opengesteld, er automatisch een bedrag van de gemeente gestort wordt. Spreker vraagt het college toe te zeggen dat op basis van het huidige beleid overgegaan wordt tot een storting op Giro 555. Dan is het voor spreker voldoende.

De VOORZITTER zegt de heer Ter Keurst uitgaat van bestendig beleid, zodat er in december een voorstel komt voor een begrotingswijziging, zoals eerder ook altijd op deze manier is gedaan. Op dat moment besluiten de fracties daarover. Het college heeft er op dit moment nog niet over gesproken, zodat spreker daarover op dit moment geen uitspraak kan doen.

Spreker schorst de vergadering.

Schorsing van 16.53 tot 16.54 uur.

De VOORZITTER zegt namens het college dat gezien de bestendige lijn, die nog niet veranderd is, en omdat nu Giro 555 is opengesteld, het college met een voorstel komt, dat in december door de raad kan worden behandeld. De raad besluit op dat moment zelf hoe daarmee omgegaan wordt.

7. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering om 16.55 uur met het ambtsgebed.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van Rijssen-Holten op 18 december 2014

raadsvergadering-raad Anonymous vergadering-raad Anonymous