Verslag raad 25 januari 2024
- Datum:
- 25-01-2024
- Tijd:
- 19:30 - 22:15
- Zaal:
- Raadzaal
- Openbaarheid:
- Openbaar
- Voorzitter:
- J.C.R. van Houdt
- Griffier:
- drs. G.H. Veerman
- Notulist:
- G.B. Aanstoot - Stam
| Aanwezig | Naam |
|---|---|
| Voorzitter | J.C.R. van Houdt |
| SGP | A.J. Scheppink, A.J. Voortman, dr. ir. A.S. Haase, E.G. Bosma, J. Noeverman, J.E. Rietman en J.W. Reterink |
| CDA | drs. R. Ekhart, G. Basmaci en H.J. Nijkamp |
| ChristenUnie | F. Hulshof - Boeve, A.G. Rozenkamp, A.M. Ligtenberg-ten Hove en J. Berkhoff |
| Gemeentebelang | E.T. Alberda, A.P. Tuijnder, B.J.G. Bronsvoort-Scholman en J.S. ter Harmsel |
| GroenLinks-PvdA | R.W. Meijerink en C.L. ter Harmsel-van Lingen |
| VVD | B. van den Berg en E.J.W. Deijk |
| Griffier | drs. G.H. Veerman |
| Wethouders | B. Beens, B.D. Tijhof, F.J. Wessels, R. de Koff |
| Pers | 1 |
| Publiek | 17 |
De VOORZITTER spreekt het ambtsgebed uit.
1. Opening
De VOORZITTER opent de eerste raadsvergadering van 2024 en heet de raadsleden, de kijkers die de raadsvergadering live via internet volgen en ook de luisteraars via Radio350 van harte welkom, evenals alle mensen op de tribune en de vertegenwoordiger van de pers.
Het zal iedereen zijn opgevallen, dat de raad aan het begin van dit jaar in een ietwat andere setting zit. In het presidium is aandacht gevraagd voor de wijze waarop de raad hier vergadert. Daarbij zijn er twee aandachtspunten meegegeven:
- het zou mooi zijn als de raad in zijn vergadervorm laat zien dat hier vergaderd wordt als het hoogste orgaan binnen deze gemeente en dat de raad met elkaar – en niet meer met het college – in debat gaat;
- de wens een meer open houding richting het publiek te hebben in de raadzaal.
Hiermee wordt het komende halfjaar geëxperimenteerd en wordt bekeken of dit beter bevalt dan de setting die er eerder was. Dat wordt geëvalueerd en dan kijkt het presidium daar opnieuw naar.
Er is bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Haverslag en van de heren Jansen en Beunk.
Als er hoofdelijk gestemd moet worden, dan stemt als eerste nr. 10, de heer Haase.
2. Spreekrecht burgers
Er hebben zich geen insprekers gemeld.
3. Vaststellen agenda
De VOORZITTER meldt dat de fracties van SGP en Gemeentebelang een motie vreemd aan de orde van de dag hebben aangekondigd over het fietspad Schapendijk.
Conform het reglement zou deze motie als laatste punt toegevoegd moeten worden aan de agenda. Spreker kan zich echter voorstellen, omdat er publiek is gekomen juist voor deze motie, in afwijking van het eigen reglement deze motie direct te behandelen. De mensen op de publieke tribune zouden daarna, als zij dat willen, naar huis kunnen gaan.
Aldus wordt besloten, waarbij de motie vreemd als agendapunt 8 aan de agenda wordt toegevoegd en de overige agendapunten worden opgeschoven.
4. Vragenuur
De VOORZITTER deelt mee dat de heer Noeverman van de fractie van de SGP zich heeft gemeld voor het stellen van vragen over het zwembad.
De heer NOEVERMAN zegt dat Rijssen-Holten sinds ruim een halfjaar beschikt over een prachtig nieuw zwembad: modern, duurzaam en toegankelijk. Het is iets om trots op te kunnen en mogen zijn. Aan de andere kant is het zo, dat het een zwembad blijft dat als zodanig gebruikt moet worden. De fractie van de SGP heeft van verschillende mensen klachten gekregen over het zwembad. Er zijn nog wel wat dingen die opgelost moeten worden. Voor zover spreker van deze mensen heeft begrepen, zijn hun klachten doorgegeven aan de gemeente, maar horen zij er vervolgens niets meer over en hebben zij het gevoel dat er niets met hun klachten gedaan wordt. De klachten variëren nogal en spreker vraagt het college of deze vragen bekend zijn en hoe deze verder opgepakt worden. Als deze vragen niet bekend zijn bij de gemeente, is het natuurlijk van belang de klachten helder te krijgen.
De klachten gaan o.a. over de akoestiek, een ongezellige ruimte, het feit dat het wat koud is bij de douches en het ontbreken van een klok bij het instructiebad. Ook zijn er klachten en wensen geuit bij de gemeente met betrekking tot de openingstijden. Van de zwemvereniging heeft spreker signalen ontvangen over een aanvraag bij de gemeente van o.a. een kantine, maar ook deze vereniging wacht nog op antwoord.
Kortom, er is een mooi zwembad, maar er spelen nog veel dingen, waarvan spreker zich afvraagt wat daarmee gebeurt. De vragen zijn dan ook:
- in hoeverre zijn de klachten bij de gemeente bekend en als de klachten niet bekend zijn: hoe is dat mogelijk terwijl mensen aangeven dat zij allerlei klachten en wensen hebben doorgegeven?
- welke acties op de klachten en wensen worden er ondernomen en op welke termijn?
- hoe gaat de gemeente de indieners van de klachten en wensen op de hoogte houden van de afhandeling?
Wethouder DE KOFF zegt dat het zwembad nog steeds ‘under construction’ is. Met andere woorden: de winkel is open, maar er wordt nog steeds gebouwd. Het zwembad is geopend en dat is feestelijk gevierd, maar buiten moet er nog veel gebeuren en het oude zwembad moest nog weg. De gemeente zit daarom nog steeds in een verbouwingsperiode.
Er zijn klachten, maar ook tips, bij de gemeente binnengekomen. De gemeente probeert daar recht aan te doen. Spreker weet dat iedereen die eerder een formulier heeft ingevuld van de gemeente een reactie heeft gekregen of iets wel of niet kon.
Er zijn nog wat aandachtspunten. Spreker hoopt dat het allemaal wat sneller gaat dan verwacht. Waar nog iets aan gedaan moet worden, is bijvoorbeeld de akoestiek. Daar is inmiddels een gordijn voor besteld. Het is voorts te merken dat de douches wat kouder aanvoelen; het college erkent dat zelf ook. Ook het afbouwen van een luifel moet nog gebeuren. Zo is er een aantal zaken, maar alle klachten worden meegenomen.
Er loopt een aanvraag voor horeca/een kantine.
Uit de gestelde vragen door de heer Noeverman, blijkt dat gezocht wordt naar communicatie. De gemeente heeft een ‘vraagbaak’ voor allerlei vragen, maar duidelijk moet zijn dat het zwembad is gebouwd als TCO-verhaal (Total Cost of Ownership). Daarbij kijkt het college o.a. heel sec naar hoe het is ingericht, wanneer het is geopend. Een van de vele vragen is of de twee baden tegelijk open kunnen zijn. Dat zou kunnen als er twee personen zijn die toezicht houden. Dat zit niet in de berekening, maar het heeft allemaal met elkaar te maken. Dat lijkt niet goed bij de mensen over te komen, dus wat dat betreft ligt op dit moment de focus om daar duidelijker en frequenter over te communiceren en mensen weten waar zij aan toe zijn.
Spreker geeft toe dat helaas niet alles mogelijk is. Wat binnen het bereik van de gemeente ligt, wil het college graag zo snel mogelijk oplossen, maar bepaalde zaken gaan niet zo snel als was verwacht.
De VOORZITTER geeft de heer Noeverman gelegenheid aanvullende vragen te stellen.
De heer NOEVERMAN zegt dat hij blij is dat communicatie inderdaad de sleutel is. Hij is verrast door de woorden van de wethouder, dat er een terugkoppeling heeft plaatsgevonden op de ingevulde formulieren. Spreker heeft echter van mensen gehoord dat zij op hun ingevulde formulieren niets teruggehoord hebben, dus gaat er ergens iets niet helemaal goed.
Het is goed te horen dat er punten zijn die opgepakt zullen worden. Dat er een aantal punten niet opgepakt kan worden, begrijpt spreker. Er is een keuze gemaakt voor een zwembad op basis van Total Cost of Ownership. Dat was een goede keuze, maar daar hoort bij dat bepaalde dingen niet mogelijk zijn. Mensen zullen dat begrijpen, maar de belangrijkste klacht is dat zij iets indienen, maar er niets op terug horen. Het is goed dat de wethouder heeft gezegd dat dat wel degelijk gebeurd is. Spreker zal bij deze mensen navragen wat er precies is misgegaan en waarom zij het gevoel hebben dat dat niet is gebeurd.
Het zwembad is nog onder constructie en een aantal dingen wordt nog opgepakt. Spreker vraagt of de wethouder daaraan een termijn kan koppelen.
Wethouder DE KOFF zegt dat, voordat ook het buitenbad opengaat, de bouw afgerond moet zijn. Dat is mei/juni. De heer Noeverman heeft klachten ontvangen van mensen die aangeven dat zij niet gehoord zijn. Spreker wil heel graag met deze mensen in contact komen. Hij vraagt de heer Noeverman, als mensen hem benaderen, dat bij de gemeente te melden. Er is bij de gemeente iemand die klachten en tips afhandelt. Er zijn gelukkig ook tips ontvangen en ook zijn er heel veel mensen tevreden over het nieuwe bad.
De VOORZITTER stelt de overige fracties in de gelegenheid aanvullende vragen te stellen.
De heer SCHEPPINK zegt dat het zwembad volgens de wethouder nog onder constructie is. Hij vraagt of er rekening mee gehouden moet worden dat het allemaal iets langer duurt of dat alles op tijd klaar zal zijn.
Wethouder DE KOFF zegt dat, voor zover hij weet, alles volgens de tijdsplanning verloopt. Als dat anders is, dan informeert hij de raad tijdig daarover.
5. Notulen en besluitenlijst van de raad van raad van 21 december 2023
Zonder bespreking en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de notulen en de besluitenlijst van 21 december 2023 vast.
6. Actiepuntenlijst
De VOORZITTER zegt dat er drie onderwerpen op de actiepuntenlijst staan:
Actiepunt 2023-11: Raadsvoorstel Nota Kostprijzen en tarieven 2024
Toegezegd is om evaluatie en herijking (uitgangspunten) Nota Kostprijzen en Tarieven in het eerste kwartaal van 2024 te houden.
Voorstel: Het actiepunt blijft staan.
Actiepunt 2023-12: Beleid rood-voor-rood & inwoning
Toegezegd is om voorstellen voor te bereiden m.b.t. herziening rood-voor-rood beleid en situatie rond inwoning De afdoeningstermijn staat voor 1 maart 2024.
Wethouder WESSELS zegt dat hij in november 2023 heeft aangegeven dat dit beleid in januari 2024 naar het college gaat. Daarna komt het zo spoedig mogelijk naar de commissie en de raad. Het is niet helemaal zeker of agendering in februari al kan plaatsvinden.
Voorstel: met de mededeling van de wethouder is het voorstel het actiepunt te laten staan.
Actiepunt 2023-07: Aanwijzing panden Kop Enterstraat als gemeentelijk monument
Toegezegd is om een terugkoppeling te geven van het proces met de Erfgoedadviesraad en Het Oversticht of de panden Kop Enterstraat karakteristiek dan wel monumentaal verklaard worden.
Stand van zaken: De raad heeft afgelopen maandag een raadsbrief ontvangen over de afdoening van dit actiepunt.
Voorstel: het actiepunt als afgedaan te beschouwen.
7. Ingekomen stukken – mededelingen
Ingekomen stukken
Zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de afdoening van de ingekomen stukken overeenkomstig het voorstel vast.
Mededelingen
Er zijn geen mededelingen.
8. Motie vreemd aan de orde van de dag
De fracties van SGP en Gemeentebelang dienen een motie vreemd in. De heer RIETMAN licht de motie toe. De motie betreft het aanleggen van een van de laatst ontbrekende gedeelten van de fietsring om Rijssen. Over het aanleggen van deze fietsring an sich bestaat in deze raad geen twijfel. In het verleden is in de fietsvisie 2013-2020 het traject benoemd en ook het huidige coalitieakkoord is hierover duidelijk: het moet voltooid worden en, ook niet onbelangrijk, de financiële kant van het verhaal is gedekt. De motie die de fracties van SGP en Gemeentebelang indienen, verdient dan ook enige toelichting:
In de afgelopen commissievergadering heeft de SGP de vraag gesteld over wat te lezen was in de media, dat het college eventueel voornemens is wegens bezwaren in de buurt het gedeelte dat de Markelosweg en de Casparus B.J. Landweerlaan met elkaar verbindt, niet zoals oorspronkelijk gedacht door het bos áchter de Dennenlaan te laten lopen, maar over de Dennenlaan zélf. Dat is wat de fractie van de SGP betreft onwenselijk. De keuze om de Dennenlaan om te vormen tot een volwaardige fietsstraat lijkt de SGP vrijwel onmogelijk. De Dennenlaan is een ontsluitingsstraat van een complete woonwijk met allerlei soorten verkeer, van de welbekende bezorgbusjes tot en met vrachtauto’s. Het geheel is onoverzichtelijk door de vele inritten en parkeerhavens. Er zal met dit voorstel geen veiligheid ontstaan, maar schijnveiligheid voor de fietser. Zoals men weet, heeft een fietsstraat verder geen juridische status.
Het begin en het einde van dit gedeelte is hoogst ongelukkig te noemen met smalle en steile toegangen over inritten van de huizen. Ook past het niet aan de kant van de jeu de boules vereniging. De vraag is daarom: waarom deze keuze? Het antwoord is: weerstand uit de buurt. Het zogenoemde en zelfbenoemde bosrandcomité is al bijna twee jaar bezig de wethouder en de ambtelijke organisatie ervan te overtuigen dat dit gedeelte niet door het bos kan. Burgerparticipatie in optima forma, zou men kunnen zeggen. Het is onveilig, er gaat natuur verloren en, bijna het belangrijkste bezwaar, het pad komt bijna in de achtertuin van de mensen. Er zijn al veel tracés voorgesteld en alle wegen tussen de Poort van Twente en de Lindenlaan zijn in keurige opties aangeboden.
Via allerlei constructies loopt een aan te leggen fietspad over wegen, kruispunten en door bosjes. Daar is echt serieus over- en nagedacht. Toch dient spreker deze motie in. Wat de fractie van de SGP betreft, weegt hier het algemeen belang heel zwaar van een afronding van een fietsring, een veilige verbinding tussen wijken, met name de wijk Opbroek, en bijvoorbeeld het zwembad en het sportpark. De vele voorgestelde opties doen geen recht aan het zo veel mogelijk voorkomen van kruisend verkeer. De kortste route en ook, vanuit verkeerstechnisch oogpunt, de meest veilige route is door het bos. Samen met de nog te optimaliseren kruising bij de Enterstraat en de Markelosweg maakt dat de fietsring zijn voltooiing heeft bereikt: vanaf ‘Bats van Moaneschien’ bij Maranatha het bos in, achter het hertenkamp langs, langs de Watertoren, Turfweg en Kruisweg en zo het traject volgend tot aan de Wierdensestraat: dat is zo veilig mogelijk. Het tracé loopt inderdaad in zijn geheel langs of door het bos.
De fracties van SGP en Gemeentebelang dienen de volgende motie in.
Motie vreemd aan de orde van de dag: Realisatie fietspad tussen Markeloseweg en Casparus B.J. Landweerlaan / Afronding buitenste fietsring Rijssen
De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen op 25 januari 2024;
Constaterende dat:
- berichtgeving in de plaatselijk media (Hart van Rijssen-Holten d.d. 30 december 2023) suggereert dat het college, onder meer vanwege weerstand uit de buurt, voornemens is het oorspronkelijke traject door het bos achter de Dennenlaan te verleggen naar de Dennenlaan zelf, en deze straat te veranderen in een fietsstraat;
- er in de buitenste fietsring van Rijssen een schakel ontbreekt tussen de Markeloseweg en de Casparus B.J. Landweerlaan zoals ook beschreven in het: “hoofdlijnen ontwerp verkeerstructuren Opbroek en omgeving 2017” en in de Fietsvisie Rijssen-Holten 2013-2020;
- de aanleg van deze schakel de buitenste (secundaire) fietsring compleet maakt en zorgt voor een goede onderlinge verbinding van wijken en sportpark;
- de noodzaak van realisatie van deze schakel alleen maar groter is geworden, nu de wijk Opbroek al deels gerealiseerd is, en de wijk snel verder groeit;
overwegende dat:
- het traject door het bos achter de Dennenlaan de meest logische routering is;
- de benodigde gronden eigendom van de gemeente zijn;
draagt het college op:
de ontbrekende schakel in de buitenste fietsring van Rijssen tussen de Markeloseweg en de Casparus B.J. Landweerlaan te realiseren middels de aanleg van een fietspad door het bos achter de Dennenlaan.
En gaat over tot de orde van de dag.
Technische vragenrondeEr worden geen vragen gesteld.
Eerste termijn
De heer TER HARMSEL zegt dat de buurtbewoners, toen zij er met de wethouder niet uitkwamen of de fietsverbinding tussen de Schapendijk en de Markeloseweg over de Dennenlaan of verderop in de wijk komt te liggen, de pers hebben gezocht. Gemeentebelang is hier dankbaar voor, want hierdoor stelde de heer Rietman, die altijd scherp is op fietsveiligheid, in de afgelopen commissievergadering een vraag aan de wethouder, die het balletje aan het rollen bracht.
De fracties van Gemeentebelang en SGP proberen de verdere uitvoering van de fietsvisie 2013-2020 te bereiken. In de paragraaf betreffende de Casparus B.J. Landweerlaan en de Markeloseweg ontbreekt echter een schakel in de fietsring. Hier is wel een onverhard voetpad aanwezig. In de uitvoering van de langetermijnvisie Verkeer en Vervoer is voorzien om in 2015-2016 het fietspad aan te leggen, zodat deze fietsring aan de buitenzijde van Rijssen compleet is en de wijken onderling goed met elkaar zijn verbonden. Het is hoog tijd hieraan invulling te geven. De vraag is echter of deze paragraaf uit de al wat oudere fietsvisie nog wel actueel is. Deze verbinding wordt steeds meer gemist. Naast het feit dat het Opbroek groeit en er daardoor steeds meer fietsers naar het zwembad en naar de Koerbelt willen, komt er een uitbreiding van de Braakmanslanden met een nieuwe wijk in de Banis, wat weer tot meer fietsers richting Reggesteyn zal leiden.
De vraag is waarom dit gedeelte achter de huizen van de Dennenlaan moet komen. De bewoners van de Dennenlaan hebben zich goed in het debat gemengd en trokken met veel vragen en argumenten het voorstel in twijfel. Voor Gemeentebelang beklijfd vooral de sociale veiligheid, doordat er vanuit de openbare ruimte weinig zicht is op het fietspad in dit bosrijke gebied. Zij vraagt de wethouder dan ook het fietspad goed en bij voorkeur dynamisch te verlichten. Verder merkt Gemeentebelang op, dat dit fietspad geen bestaande route vervangt. Mocht men er een onveilig gevoel bij hebben, dan kan altijd de route worden gereden die men altijd gewend was.
De SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) heeft in een onderzoek uit 2022 zeven kenmerken gedefinieerd, die een veilige fietsroute markeren: “Een veilige fietsroute zorgt voor zo weinig mogelijk blootstelling aan verkeersonveiligheid en vermijdt conflicten met gemotoriseerd verkeer. Dit is het geval voor fietsroutes met de volgende zeven kenmerken:
- routelengte zo kort mogelijk;
- reistijd zo kort mogelijk;
- zo min mogelijk kruispunten, voor met gebiedsontsluitingswegen;
- zo veel mogelijk over solitaire fietspaden;
- zo min mogelijk over gebiedsontsluitingswegen zonder vrijliggend fietspad;
- zo min mogelijk links afslaan;
- zo min mogelijk overgangen en onderbrekingen.”
Hier kan zeven keer een vinkje achter gezet worden. Spreker adviseert Rijssen-Holten in te schrijven voor “Fietsgemeente van het jaar”.
De heer MEIJERINK zegt dat er geen twijfel bestaat over het afronden van de fietsring. GroenLinks/PvdA kwam drie weken voor het eerst op het spoor van deze casus toen zij hierover een stukje in de krant las en de heer Rietman daarna vragen stelde in de commissie. Nu wordt voorgesteld de buitenste fietsring te sluiten middels een tracé door het bos. Dat kan een heel goede oplossing zijn, maar wellicht zijn er betere oplossingen. GroenLinks/PvdA kan er op dit moment geen zinnig woord over zeggen en vindt dat dit voorstel voor haar te vroeg komt om zich vast te leggen op het voorgestelde tracé.
De heer NIJKAMP zegt dat het belangrijk is dat er een goede en veilige fietsverbinding komt tussen de Enterstraat en de Markeloseweg, zodat ook de buitenste fietsring wordt gesloten, en dat deze bij voorkeur zo snel mogelijk wordt aangelegd. Het mooiste zou zijn, dat dit met instemming van de buurt gebeurt en dat er draagvlak voor is. Daar lijkt het vooralsnog nog niet op, maar misschien komt dat nog.
Wat het lastig maakt, is dat er in de commissie Grondgebied inhoudelijk nog niet is gesproken over dit onderwerp. De motie van SGP en Gemeentebelang gaat wel op dit onderwerp in, zonder dat de raad verdere achtergrondinformatie heeft. Het CDA is wel van mening dat een patstelling moet worden voorkomen c.q. moet worden doorbroken.
Spreker vraagt de indieners van de motie hoe zwart-wit de raad de tracékeuze moet zien. In het verlengde hiervan vraagt hij, veronderstel dat de buurt toch met een breed gedragen voorstel komt voor een ander tracé linksom of rechtsom, hoe zij daartegen aankijken en of zij bereid zijn daarin mee te gaan. Het CDA vindt dat de raad burgerparticipatie hoog in het vaandel moet hebben staan.
De heer BERKHOFF zegt dat Gemeentebelang de partij is als voorvechter van communicatie en participatie en van het zoveel mogelijk betrekken van burgers bij ieder onderwerp. Volgens de ChristenUnie zitten de bewoners van de Dennenlaan en de wethouder op dit moment midden in een participatieproces. Dat wordt doorbroken door de ingediende motie. Spreker vraagt of de urgentie om dat proces te doorbreken alleen een artikel in Tubantia was.
Aan de wethouder vraagt hij hoe deze ertegen aankijkt dat partijen hem de beslissing eigenlijk uit handen nemen en het proces een eigen sturing geven. Er liggen namelijk geen stukken, er is nog niets in de commissie besproken en waarschijnlijk hoeft de commissie er zelfs geen oordeel over te geven als het de uitvoering van een fietsvisie betreft.
De heer VAN DEN BERG zegt dat er in de motie een aantal nog actueel zijnde zaken staat als het gaat om dit onderwerp. Er is inderdaad een ontbrekende schakel in de buitenste fietsring. Er wordt al lang over gesproken hoe dit opgelost kan worden. Bewoners van de Dennenlaan hebben zich daarom geroerd, ook afgelopen maandag in een informele bijeenkomst, waar zij hun opinie hebben gedeeld over het plan dat het college op de plank heeft liggen.
Bij een fietsring is het altijd van belang dat de fietser gescheiden wordt van het gemotoriseerd verkeer. Bij elk aan te leggen veilig fietspad is het credo te zorgen voor een veilige route, waar fietsers zo min mogelijk worden gehinderd door gemotoriseerd verkeer en daarbij ook rekening te houden met zo min mogelijk kruisingen met wegen. Dat maakt dat er een fietsring komt, die voor de fietser zo veilig mogelijk is.
Er zijn meerdere opties aangedragen door het comité: een A-variant, een B-variant en een C-variant. Spreker vraagt of het college daarvan op de hoogte is en zo ja, wat de visie van het college daarop is. De VVD krijgt graag eerst antwoord op deze vraag alvorens in te gaan op de verdere inhoud van de motie.
De heer RIETMAN zegt dat de teneur uit de raad een beetje is van ‘het overvalt ons’. Dat kan hij zich eigenlijk niet voorstellen. De raad heeft zelf de fietsvisie vastgesteld in 2013. Ook heeft de raad in het coalitieakkoord dit onderwerp vastgelegd en het geld hiervoor geregeld. Het is dan ook duidelijk dat dit traject moet worden afgerond, zoals het ingetekend staat.
De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat ‘het overvalt ons’ door de heer Rietman zo geïnterpreteerd moet worden dat het de raad overvalt de rol van de wethouder over te moeten nemen en dat de raad een besluit moet nemen over de trajectkeuze. Het komt nu een beetje uit de lucht vallen, omdat de visie al in 2013 is goedgekeurd. Ook spreker zelf had de visie niet helemaal meer helder op het netvlies staan. De ChristenUnie voelde zich met name daardoor een beetje overvallen.
De heer RIETMAN zegt dat het voor de SGP duidelijk was dat dit het tracé zou zijn: Schapendijk, rechtdoor, Markeloseweg. Die twee kruisingen zijn ook meegenomen in de begroting.
De vraag van het CDA was of dit zwart-wit is. Spreker wijst erop dat er heel veel keuzes zijn voorgelegd door het comité. De wethouder heeft daaruit een keuze gemaakt en die keuze vinden de indieners van de motie onwenselijk. Het oorspronkelijke tracé komt volgens hen dan weer naar voren. Of dat tien meter naar links of naar rechts ligt, maakt niet uit, maar het moet niet over de Knottenbeltlaan en niet over de Dennenlaan gaan.
Wethouder DE KOFF zegt dat het gaat om een complex dossier en dat hij het op prijs stelt dat hij in deze periode goed in gesprek is geweest met de buurtbewoners. Van de gesprekken heeft de raad een afschrift ontvangen. Uit de gesprekken is een aantal varianten voortgekomen.
Het betreffende krantenartikel stond niet in dagblad Tubantia, maar in Hart van Rijssen, en is niet een initiatief geweest van het comité, waarmee spreker de participatiegesprekken heeft gevoerd.
Het gaat hier om uitvoering van beleid dat de raad heeft vastgesteld. Op de vraag wat het meest logische, het meeste praktische en het meest veilige is qua fietsverbinding, antwoordt spreker: rechtdoor, achterlangs. Daarover wordt het gesprek gevoerd met de buurtbewoners. Er zijn daarbij varianten aangedragen en ook mogelijke oplossingen, die echter niet in het college zijn besproken. Die zaken zijn besproken met spreker samen met de betreffende ambtenaar voor wat betreft de uitvoering en ook voor wat betreft de logica. Op een aantal fronten moest telkens worden vastgesteld dat een bepaalde oplossing niet logisch was: het sloot niet aan, er waren te veel kruispunten die aangepast moesten worden of het ging door het bos met hobbels en omslachtige bochten of met dubbel verkeer. Uiteindelijk is tot de variant gekomen die nu op tafel ligt. Ook wat dat betreft moet het proces nog doorlopen worden. Dat is nog niet helemaal afgestemd met directe buurtbewoners. Ook moet nog met meerdere buurtbewoners het participatieproces doorlopen worden. Denk bijvoorbeeld aan een informatieavond.
Op de vraag van de ChristenUnie zegt spreker dat hij het complex en lastig vindt, maar dat er eigenlijk twee varianten liggen. Als hij een keuze zou moeten maken tussen variant A en variant B, dan is zijn voorkeur variant A. Daarin heeft hij echter te maken met weerstand vanuit de bewoners. Daar moet het college recht aan doen.
De heer BERKHOFF zegt bij interruptie, dat de wethouder zei dat het eigenlijk gaat om uitvoering en dat er een variant, achterlangs, ligt die het college wil uitvoeren. Eigenlijk is de motie daarmee overbodig.
Wethouder DE KOFF zegt dat de raad daar zelf over gaat. De heer Rietman van de SGP zegt dat de keuze die de wethouder maakt – wat hij ‘variant B’ noemt, waarbij de straat een fietsstraat wordt – geen logische keuze is en dat de SGP daar niet achter kan staan. Spreker merkt op dat dat op dit moment voorligt. Dat heeft hij met het buurtcomité besproken. Het is niet zo dat A uitgevoerd wordt, terwijl B met elkaar is afgesproken. Het is verder wel degelijk aan de raad.
Tweede termijn
De heer TER HARMSEL zegt dat Gemeentebelang burgerparticipatie altijd enorm toejuicht en dat zij het fijn vindt dat er op deze manier is geparticipeerd en dat er inspraak is. Dat is een fijne manier om standpunten en argumenten te kunnen uitwisselen. Gemeentebelang heeft de brief gelezen en de inspraak gehoord en de argumenten gewogen. Zoals hij hiervoor heeft gezegd, zijn er zeven kenmerken voor een veilig fietspad. Daaraan voldoet optie A volledig. Optie B heeft een heleboel tekortkomingen. Wat Gemeentebelang betreft, is het een weging van argumenten.
De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat de heer Ter Harmsel dus eigenlijk zegt dat er een punt gezet kan worden achter de participatie en dat Gemeentebelang haar mening heeft bepaald en gaat voor de optie die is genoemd in de fietsvisie.
De heer TER HARMSEL zegt dat de optie die in de fietsvisie staat wat Gemeentebelang betreft nog steeds overeind staat ten opzichte van de argumenten die zij nu gehoord heeft. Als er andere, nieuwe argumenten of goede redenen zijn voor andere opties, dan staat Gemeentebelang daarvoor open.
De heer BERKHOFF merkt op dat in de motie staat, dat het college wordt opgedragen om die keuze te maken. Nu zegt de heer Ter Harmsel, mochten er nieuwe dingen naar voren komen, dat Gemeentebelang die opnieuw zal overwegen. Spreker wijst erop dat hetgeen voorligt een raadsbesluit betreft. Dan kan Gemeentebelang niet zomaar zeggen, drie maand later, het hele traject te veranderen. Hij vraagt of Gemeentebelang zich realiseert dat er een raadsbesluit ligt.
De heer TER HARMSEL zegt dat Gemeentebelang zich dat zeker realiseert. Als er echter nieuwe informatie komt en de wethouder neemt die informatie ter harte en die informatie opnieuw voorlegt, dan staat Gemeentebelang daarvoor open. Voorlopig is echter duidelijk dat Gemeentebelang gaat voor optie A.
De heer MEIJERINK zegt dat GroenLinks/PvdA op dit moment door het gebrek aan allerlei informatie weinig zinnigs kan zeggen over dit voorstel. Bij de beantwoording van de wethouder vroeg spreker zich af wie hier eigenlijk de wethouder is: is dat de heer De Koff of is dat de raad? Hij vindt dat de wethouder zijn rol moet oppakken. GroenLinks/PvdA legt de bal dan ook nadrukkelijk bij de wethouder neer. De wethouder zit midden in een participatietraject en moet dat traject netjes afhandelen. Daarna kan hij met een voorstel komen, dat GroenLinks/PvdA te zijner tijd op zijn merites beoordeelt. Het is voor GroenLinks/PvdA veel te vroeg zich nu al vast te leggen op een bepaald tracé.
De heer NIJKAMP zegt dat hij uit de beantwoording van de wethouder begrijpt dat de gemeente nog midden in het proces zit. Er komt nog een informatieavond met de buurt et cetera. Hij vraagt zich daarom af of deze motie niet te vroeg komt. Anderzijds, zoals hij al heeft aangegeven, is het goed de impasse die er klaarblijkelijk is, te doorbreken.
Als er op dit moment een voorkeur uitgesproken wordt, dan kan het CDA daarmee instemmen. Het CDA vindt namelijk dat dit tracé een logische keuze. Zoals spreker in eerste termijn al heeft gezegd, is participatie echter ook heel belangrijk. Als er dan vanuit de gehele buurt – en niet een deel van de buurt – een alternatief naar voren wordt gebracht door bijvoorbeeld het opschuiven van het tracé, dan kan het CDA daarmee heel goed leven. Spreker heeft daarom gevraagd hoe zwart-wit de indieners van de motie dit zien. Uit de beantwoording wordt volgens hem heel strak neergezet dat dit voor hen de keuze is; er kan misschien nog een heel klein beetje geschoven worden, maar ‘that’s it’. Dat is voor spreker te kort door de bocht. Het CDA heeft daarom moeite om met de nu voorliggende motie in te stemmen.
De heer BERKHOFF zegt dat uit fractieoverleg, voorafgaand aan de vergadering, bleek dat in zijn fractie de stemmen staakten. Dat kan en in een goede politieke partij moet daar ruimte voor zijn. Gelukkig heeft de ChristenUnie geen fractievoorzitter die dan met de vuist op tafel slaat en zegt: discipline, zo gaat het gebeuren. Er waren dus twee fractieleden voor en twee fractieleden tegen. De twee voorstanders hebben het debat in de raad gehoord en ook de wethouder, die zegt dat hij, ook al is hij de wethouder, toch graag luistert naar de raad.
De argumentatie en de urgentie was de ChristenUnie niet duidelijk en is nog minder duidelijk geworden. Het participatieproces wordt afgesneden. Uiteindelijk moet er een keer een beslissing worden genomen: wij doen het wel of wij doen het niet. Die beslissing behoort wat spreker betreft in eerste instantie bij het college te liggen. Als het college er niet uitkomt, moet het college terugkomen bij de raad. De raad moet echter niet op voorhand zeggen hoe het college het moet doen. Waar de raad nu mee bezig is, verdient absoluut niet de schoonheidsprijs wat de ChristenUnie betreft. Ook het “draagt het college op” gaat de ChristenUnie te ver. De optie wordt daardoor beperkt tot sec dat tracé. In de beantwoording, waaronder van de heer Ter Harmsel, was iets te horen van ‘ja, misschien kunnen wij dan nog wat doen’, maar dan ligt er wel een raadsbesluit “dat tracé moet uitgevoerd worden”. Dat gaat de ChristenUnie op dit moment te ver.
De heer VAN DEN BERG zegt dat er bepaalde voordelen zijn aan een vrijliggend fietspad. Kijkend naar de opties, ook de optie B die door het comité is aangedragen, dan is optie A van het college de meest voor de hand liggende keuze.
Er zijn zorgen vanuit de buurt. Die zorgen neemt de VVD serieus. Als men de tekst van de motie bekijkt, dan is er maar één optie: de ontbrekende schakel in de fietsring zou direct achter de tuinen van de bewoners aan de Dennenlaan komen te liggen. Spreker vraagt de indieners van de motie nog even in een schorsing te kijken naar de zinssnede onder “draagt het college op”. Wellicht kan met een aanpassing enige ruimte geboden kunnen worden voor een mogelijke inbreng van de buurt van wat daar nog mogelijk is. Als de motie wordt aangenomen, heeft de raad een kader gesteld. Als er hier kaders worden gesteld, is de inbreng van omwonenden nog steeds heel belangrijk. Een zin daarover mist spreker eveneens in de motie. Met deze motie zou hij absoluut niet de deur willen dichtgooien voor een eventuele participatie. De kaders zijn dan duidelijk, maar naar de mening van de VVD moet de inbreng van de omwonenden dan nog steeds plaatsvinden.
Spreker verzoekt om een schorsing om met de indieners van de motie te overleggen over een mogelijke aanpassing.
De VOORZITTER schorst de vergadering.
Schorsing van 20.16 tot 20.30 uur.
De VOORZITTER heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Rietman.
De heer RIETMAN zegt dat de indieners van de motie hebben geluisterd naar de opmerkingen door diverse fracties in de tweede termijn. Het verzoek in de motie aan het college in de motie is aangepast als volgt: “de ontbrekende schakel in de buitenste fietsring van Rijssen tussen de Markeloseweg en de Casparus B.J. Landweerlaan te realiseren middels de aanleg van een fietspad door het bos achter de Dennenlaan en dat daarbij samen met de buurt wordt gezocht naar een zo goed mogelijke inpassing van dat fietspad.”
(aangepaste) Motie vreemd aan de orde van de dag: Realisatie fietspad tussen Markeloseweg en Casparus B.J. Landweerlaan / Afronding buitenste fietsring Rijssen
De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen op 25 januari 2024;
constaterende dat:
- berichtgeving in de plaatselijk media (Hart van Rijssen-Holten d.d. 30 december 2023) suggereert dat het college, onder meer vanwege weerstand uit de buurt, voornemens is het oorspronkelijke traject door het bos achter de Dennenlaan te verleggen naar de Dennenlaan zelf, en deze straat te veranderen in een fietsstraat;
- er in de buitenste fietsring van Rijssen een schakel ontbreekt tussen de Markeloseweg en de Casparus B.J. Landweerlaan zoals ook beschreven in het: “hoofdlijnen ontwerp verkeerstructuren Opbroek en omgeving 2017” en in de Fietsvisie Rijssen-Holten 2013-2020;
- de aanleg van deze schakel de buitenste (secundaire) fietsring compleet maakt en zorgt voor een goede onderlinge verbinding van wijken en sportpark;
- de noodzaak van realisatie van deze schakel alleen maar groter is geworden, nu de wijk Opbroek al deels gerealiseerd is, en de wijk snel verder groeit;
Overwegende dat:
- het traject door het bos achter de Dennenlaan de meest logische routering is;
- de benodigde gronden eigendom van de gemeente zijn;
draagt het college op:
de ontbrekende schakel in de buitenste fietsring van Rijssen tussen de Markeloseweg en de Casparus B.J. Landweerlaan te realiseren middels de aanleg van een fietspad door het bos achter de Dennenlaan, waarbij samen met de buurt wordt gezocht naar een zo goed mogelijke inpassing van het fietspad.
En gaat over tot de orde van de dag.
De VOORZITTER zegt dat hij, als dat nodig is, gelegenheid geeft voor een derde termijn, omdat er nu iets anders voorligt.
Derde termijn
De heer TER HARMSEL zegt dat er een goede verbetering van de motie voorligt, waarbij er meer ruimte is voor participatie. Gemeentebelang steunt ook deze motie van harte.
De heer MEIJERINK zegt dat er voor GroenLinks/PvdA met deze aanpassing niet veel verandert. De buurt mag meepraten over de mogelijke inpassing van het fietspad, maar het tracé blijft eigenlijk hetzelfde. De participatie loopt kennelijk al een poosje, maar als het college tot de conclusie komt dat men er niet uitkomt, dan moet het college zelf de regie naar zich toetrekken en óf een besluit nemen óf met een voorstel naar de raad komen. Als het college er niet uitkomt, moet het zich niet verschuilen achter de raad en zeggen dat de raad het dan maar moet zeggen. Dat is wat GroenLinks/PvdA betreft niet erg sterk.
GroenLinks/PvdA blijft het prematuur vinden dat de raad zich vastlegt op dit tracé voor zover de raad daarvan überhaupt iets heeft te vinden.
De heer NIJKAMP zegt dat het CDA de aanpassing van de motie wel een verbetering vindt ten opzichte van de oorspronkelijke tekst. Hierin zit nu in elk geval de tracékeuze gekoppeld aan het overleg met de buurt. Spreker heeft in de eerste en in de tweede termijn erop gehamerd dat het CDA participatie vanuit de buurt ontzettend belangrijk vindt. Dat zit nu in de motie en het CDA gaat ervan uit dat het college dat op een goede manier oppakt. Wellicht is er wat schuifruimte. Het CDA kan nu instemmen met het voorstel.
De heer BERKHOFF zegt dat de ChristenUnie niet kan instemmen met de motie. De participatie van de buurt wordt beperkt tot het fietspad twee meter verderop te leggen. In een normaal traject is er al overleg met de buurt over een fietspad en over de beste trajectkeuze. De ChristenUnie blijft bij haar mening dat dit een besluit moet zijn van het college. In het verleden heeft de raad een beslissing genomen over de visie en over de trajectkeuze. Het college moet tot uitvoering komen. Als het college er helemaal niet uitkomt, verwacht de ChristenUnie dat het college bij de raad terugkomt. Het moet niet zo zijn dat de raad halverwege het traject zegt de regie van het college over te nemen. Dat gaat de ChristenUnie een stap te ver. De ChristenUnie is unaniem, met vier fractieleden, tegen de motie.
De heer VAN DEN BERG zegt dat de heer Nijkamp sprak van een patstelling; iets wat de VVD ‘fietspat(d)stelling’ noemt. Met de toevoeging in de motie vindt de VVD dat bereikt wordt wat de raad wil bereiken. De kaders zijn nu duidelijk. Het fietspad komt, grofweg, ergens tussen de Dennenlaan en de Burgemeester Knottenbeltlaan. De buurt blijft betrokken. Het is goed dat er geluisterd wordt naar de zorgen die de buurt heeft uitgesproken. In de oorspronkelijke motie was dat niet het geval; daar werd het gewoon afgekapt.
De VVD kan instemmen met de motie.
Wethouder DE KOFF zegt dat hij het heel belangrijk vindt dat de juiste stappen zijn gezet in het proces. Hij merkt daarbij nog op dat noch het comité waarmee hij de gesprekken heeft gevoerd noch het college de pers heeft opgezocht. Als het gaat om het houden van de regie, dan heeft het college hier zeker de regie. Het college heeft daarin zeker niet de pers gezocht middels een krantenartikel.
Vanuit het college is er voor wat betreft deze casus gekeken naar alternatieven. Dat betreft mogelijkheden van een fietspad voor- of achterlangs. Spreker is blij met de toevoeging in de motie om in gesprek te blijven met de buurt, zodat daarin geparticipeerd kan worden. Het is goed dat hij niet in een lastige situatie wordt gebracht richting de buurt. Hij wil graag in gesprek blijven met de buurt en kijken naar een goede oplossing. Volgens hem komen het college en de buurt er wel met elkaar uit.
De VOORZITTER brengt de motie in stemming. De motie wordt aangenomen. Voor de motie hebben gestemd de fracties van SGP, Gemeentebelang, CDA en VVD (16 stemmen voor) en tegen de motie hebben gestemd de fracties van ChristenUnie en GroenLinks/PvdA (6 stemmen tegen).
(De voorzitter draagt het voorzitterschap over aan de vicevoorzitter, de heer Bosma.)
8. Raadsvoorstel Ontwerp Meerjarenbeleidsplan politie-eenheid Oost-Nederland 2024-2027 (portefeuille burgemeester Van Houdt)
De VOORZITTER meldt dat de fractie van de SGP een motie heeft aangekondigd bij dit raadsvoorstel. Hij stelt voor deze motie in de eerste termijn in te dienen, zodat deze direct deel kan uitmaken van de beraadslaging. De fracties kunnen de eerste termijn ook gebruiken om technische vragen te stellen Na de besluitvorming over het voorstel wordt dan gestemd over de motie.
Eerste termijn
De fractie van de SGP dient een motie in. De heer VOORTMAN licht de motie toe en zegt dat een politieagent maar op één plaats tegelijk kan zijn. Bij de behandeling in de commissie heeft de SGP al aangegeven, ondanks de extra inzet die is voorzien in het meerjarenbeleidsplan, dat zij zich zorgen maakt over de politiecapaciteit de komende jaren. De SGP staat niet alleen in deze zorgen en deelt enkele citaten uit artikelen die recent zijn verschenen in verschillende kranten – tegen de heer Berkhoff van de ChristenUnie zegt hij dat ook Tubantia daarbij zit ‑ en vakbladen:
- RTV Oost 12 januari: “Er komt een grotere uitstroom van politiekrachten dan was verwacht. Het geld is er wel, de mensen niet."
- Tubantia 13 januari: “Voor de politie in Oost-Nederland is de grens bereikt. Te veel capaciteit gaat naar taken die niet haar werk is, terwijl het aantal vacatures komende jaren stijgt naar ruim 400.”
- Binnenlands Bestuur: 19 januari: In dit artikel wordt de voorzitter van het College van procureurs-generaal geciteerd. Hij zegt: “De politie is een duizenddingendoekje geworden. Ze moeten bij demonstraties en voetbalwedstrijden aanwezig zijn. Daardoor ontstaan er achterstanden in het strafrecht en staan burgers in de kou met hun aangifte.”
- Tubantia 24 januari: “Wijkagent in de knel door ME-inzet: Norm in wijken niet altijd gehaald”.
Dit zijn zeer serieuze zorgen, die in de pers werden gedeeld door de regioburgemeester, door de politiechef en door genoemde voorzitter van het College van procureurs-generaal bij het Openbaar Ministerie, de heer Otte. Het zal niemand verrassen dat de SGP deze zorgen deelt. Daarnaast vraagt de SGP zich af in hoeverre deze problematiek speelt voor wat betreft de capaciteit in Rijssen-Holten. Daarom dient spreker graag de volgende motie in:
Motie: Inzet politiecapaciteit Rijssen-Holten
De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen op 25 januari 2024;
Constaterende dat:
- fors beslag gelegd wordt op de schaarse politiecapaciteit in de wijk door grootschalige verstoringen van de openbare orde in de regio;
- de politie in Oost-Nederland in 2026 op een tekort van wel vierhonderd mensen kan uitkomen;
- de problemen onder andere veroorzaakt worden door rellen rondom voetbalwedstrijden, maar ook bij illegale demonstraties en evenementen;
Overwegende dat:
- de politiecapaciteit in Rijssen-Holten niet mag lijden onder verstoringen in de openbare orde rondom evenementen in de regio waar structureel escalatie van maatschappelijke onrust uit voortkomt, zoals bij betaald voetbalwedstrijden, maar ook bij illegale demonstraties;
Verzoekt het college:
- er alles aan te doen om kosten van verstoringen, zoals hiervoor genoemd, van de openbare orde te verhalen op de veroorzakers;
- de mogelijkheden daarvan in kaart te brengen;
- in kaart te brengen in hoeverre de extra regionale politie-inzet bij illegale demonstraties, evenementen en voetbalwedstrijden in 2023 ten laste is gegaan van de inzet van wijkagenten;
- in alle relevante regionale gremia (bijvoorbeeld DVO/Oost NL) een dialoog te starten ten einde onze politiecapaciteit voor Rijssen-Holten te borgen;
- de uitkomsten van de voorgaande punten aan de raad te rapporteren.
En gaat over tot de orde van de dag.
Eerste termijn
De heer ROZENKAMP zegt dat hij dit een vreemde motie vindt. Daarover heeft hij de volgende, ook technische, vragen.
Bij wat in de motie wordt gevraagd in de eerste bullet, gaat spreker ervan uit dat de gemeente er nu al alles aan doet om de schade te verhalen, die veroorzaakt wordt door vernieling aan openbare eigendommen. Hij vraagt of de indiener van de motie, de heer Voortman, ook de kosten van de politie-inzet wil verhalen op de veroorzaker, zoals de uren en de inzet van middelen, en tegen welke berekening dat dan zou moeten gebeuren.
Bij de tweede bullet verwijst spreker naar een informerende brief in 2021 van de toenmalig minister van Justitie en Veiligheid, de heer Grapperhaus. Hij informeerde de Tweede Kamer aangaande de ongeregeldheden rondom voetbalwedstrijden in het betaald voetbal. Dit, uiteraard, naar aanleiding van de toenemende ongeregeldheden in het voetbal. Er is toen een actieplan met zes actielijnen uitgezet. De vierde actielijn behelst het verhalen van kosten op de daders. De meest snelle en effectieve route, zo werd gemeld, is via het civiel recht, maar de gemaakte kosten door politie en Openbaar Ministerie voor openbare handhaving rondom voetbalwedstrijden worden niet doorberekend aan de clubs of aan de daders. Het werk dat zij doen rondom voetbalwedstrijden hoort bij hun overheidstaak en is onderdeel van de maatschappelijke kosten. Schade aan straatmeubilair en politiebusjes et cetera kan uiteraard verhaald worden. Dat geeft uiteraard al het antwoord op de tweede bullet.
Dan de vraag welke evenementen en voetbalwedstrijden dit dan betreft en wat er in kaart gebracht moet worden: welke wijkagenten van Rijssen-Holten konden niet regulier ingezet worden naar aanleiding van een evenement ergens in de regio, is dit lokaal of regionaal, is dit alleen voor onze eigen deel van de politie of voor de hele regio?
Wat betreft het ambtenarenapparaat is de vraag: hoeveel tijd mogen onze ambtenaren hieraan besteden, wat levert dan de gevraagde informatie op, wat kunnen wij ermee, wat denken wij ermee te kunnen doen behalve slechts dat de raad het weet?
De heer VAN DEN BERG zegt dat bij de VVD veiligheid altijd hoog op de agenda staat en dat zij zich kan voorstellen dat de SGP met een dergelijke motie komt. Het is natuurlijk van de zotte dat als er een bepaalde voetbalwedstrijd is, dat ten koste zou gaan van het blauw dat Rijssen-Holten op straat nodig heeft. Dat wil zeggen dat een ordeverstoorder bij een voetbalwedstrijd eigenlijk voorrang krijgt ten opzichte van wellicht een hulpbehoevende in de gemeente. De VVD snapt de strekking van de motie van de SGP en kan het verhaal van harte steunen.
Wat echter vanavond voorligt, is een meerjarenplan van de politie. Naast de vragen die al zijn gesteld door de ChristenUnie en die belangrijk zijn om wel of niet met deze motie mee te gaan, wordt er in de motie iets verzocht aan het college. Spreker twijfelt of het college van Rijssen-Holten de partij is om hierin aan te schrijven. Hij vraagt of de raad eigenlijk niet een zienswijze zou moeten indienen ten aanzien van dit voorstel, zodat het echt op de agenda komt te staan, en of het echt onder ogen komt van diegenen die hierover iets kunnen zeggen. Deze vragen stelt spreker zowel aan de indiener van de motie als aan het college. De raad kan het college hiermee opzadelen, maar de uitkomsten zullen onzeker zijn en daarnaast is het de vraag of diegene aangesproken wordt om dit probleem daadwerkelijk op de agenda te krijgen. Dat moet eerst goed duidelijk zijn, voordat de VVD inhoudelijk hierop verder ingaat.
De heer EKHART zegt dat vanavond het meerjarenprogramma van de politie voorligt. Dat gaat over heel relevante onderwerpen, zoals ondermijning, digitale veiligheid, zorg en veiligheid, maar ook over de politiesterkte. In de commissievergadering heeft het CDA aan het college gevraagd hoe het zit met die capaciteit. In het voorliggende voorstel komt er een uitbreiding van de capaciteit. Vorig jaar heeft de raad gesproken met de brandweer en de politie en bij het CDA is daar niet bekend geworden dat er een probleem ligt met betrekking tot de capaciteit en het eventueel inzetten van agenten die verbonden zijn aan Rijssen-Holten op andere locaties. Wat het CDA betreft is de meest relevante vraag hoe de portefeuillehouder de huidige inzet van de politie ziet in Rijssen-Holten en of die voldoende is om de taken uit te voeren. Er kunnen namelijk allerlei dingen onderzocht worden, maar de vraag is of er wel een probleem is dat opgelost moet worden.
Er wordt gesproken over het in kaart brengen van de extra regionale politie-inzet bij illegale demonstraties, evenementen en voetbalwedstrijden en of dat ten laste is gegaan van de inzet van agenten. Spreker vraagt waarom deze keuze is gemaakt. Hij hoopt, als er in Rijssen-Holten iets plaatsvindt, waarvoor capaciteit en inzet vanuit andere gemeenten nodig is, dat dat ook gebeurt. Nog niet lang geleden is die uitgebreide inzet er geweest toen er een drugsvangst was bij een transportbedrijf in Rijssen-Holten. Hij is van mening dat die inzet, dus vanuit andere gemeenten, ook in beeld gebracht moeten worden, omdat er anders een heel eenzijdig onderzoek wordt gedaan.
De heer ALBERDA zegt dat Gemeentebelang het eens is met het niet-indienen van een zienswijze op het Ontwerp Meerjarenbeleidsplan politie-eenheid Oost-Nederland en dat het voorstel in deze vorm gewoon kan worden gehandhaafd.
In de motie worden verschillende dingen geroepen. Niet alles is even evident. Dat Oost-Nederland 400 fte te kort komt, is een zaak die opgelost moet worden. Wat spreker betreft moet dat zo snel mogelijk gebeuren.
In de motie staat: “Bij verstoring van de openbare orde en illegale demonstraties”. Volgens spreker is er ook verstoring van de openbare orde mogelijk bij legale demonstraties en zijn er genoeg voetbalwedstrijden waar geen directe ordeverstoringen zijn. Het is lastig om alles op één hoop te gooien. Zoals het CDA terecht opmerkte, heeft Rijssen-Holten ook evenementen en activiteiten, waarbij er extra politie-inzet wordt gevraagd. De gemeente zit er niet direct op te wachten dat zij dan extra moet betalen als er een paar agenten extra op straat zijn. Het is daarom lastig deze motie in deze vorm te volgen en te steunen. Er worden veel dingen bijgehaald, die niet direct een correlatie hebben. Gemeentebelang is benieuwd hoe de portefeuillehouder hiertegen aankijkt en wacht zijn reactie even af.
Burgemeester VAN HOUDT zegt dat het college de raad voorstelt geen zienswijze in te dienen. De zienswijze, zoals deze door spreker is ingebracht op het meerjarenbeleidsplan is overgenomen. Dat gaat, naast datgene wat er al in stond, om twee belangrijke zaken: aandacht voor het tegengaan van jonge aanwas en jeugdcriminaliteit en daarnaast ruimte om zelf capaciteit in te zetten waar lokaal behoefte aan is. Hij heeft juist gepleit vanuit Rijssen-Holten, omdat hij dat merkt en omdat hij dat hoort vanuit de raad en omdat het te zien is in de samenleving, dat er behoefte is aan blauw op straat. Dat is geen politieke-kleuropmerking, het is gewoon: blauw op straat. Daarom worstelt spreker een beetje met deze motie. De motie is sympathiek en zou hem kunnen helpen, maar er zitten wel een paar worstelingen in, die hij graag deelt met de raad.
“Er alles aan te doen om kosten van verstoringen, zoals hiervoor genoemd, van de openbare orde te verhalen op de veroorzakers.” Op dit verzoek zegt spreker: ja, graag. Dan is het wel nodig dat de dader geïdentificeerd kan worden. Daarvoor heeft hij drie instrumenten: bestuursrechtelijk, privaatrechtelijk en strafrechtelijk. Dat wil hij met alle liefde voor de raad in kaart brengen, zoals de tweede bullet vraagt.
Vervolgens wordt gevraagd: “in kaart te brengen in hoeverre de extra regionale politie-inzet bij illegale demonstraties, evenementen en voetbalwedstrijden in 2023 ten laste is gegaan van de inzet van wijkagenten”. Spreker heeft, zoals gezegd, juist aandacht gevraagd voor de inzet van wijkagenten. Daarnaast denkt hij dat het heel belangrijk is – en daar past deze motie wel bij – dat de fracties, daar waar zij hun lijnen hebben, een signaal geven richting Den Haag. Wel moet daarbij worden gedacht aan de eigen gemeentelijke capaciteit. Dit is belangrijk, maar er liggen ook nog andere belangrijke zaken. Spreker vraagt welke ruimte er is om dat niet zodanig te hoeven uitvoeren dat er bij wijze van spreken een medewerker van de afdeling Veiligheid dedicated mee bezig is binnen de gemeente Rijssen-Holten.
Daarnaast is door een aantal mensen ‘het ten laste gaan van de inzet van wijkagenten’ genoemd. Wat er nu is, is eigenlijk een heel Rijssen-Holtens principe, namelijk 'Mats ie mie? Mats ik oe!'. Als hier gezegd wordt dat die capaciteit voor Rijssen-Holten beschikbaar is ‑natuurlijk trekt het soms capaciteit naar verschillende voetbalverenigingen in dit landsdeel – moet men niet vergeten dat Rijssen-Holten er ook iets voor terugkrijgt. Hij zou het als burgemeester heel lastig vinden, als hij capaciteit in Rijssen-Holten nodig heeft, dat men zegt: ja, maar jullie staan niet toe dat jullie mensen naar ons komen, dus helpen wij jullie ook niet. In Rijssen-Holten zijn er ook evenementen, zelfs demonstraties, die ook capaciteit vragen die de gemeente graag van buitenaf krijgt.
In de motie staat voorts: “in alle relevante regionale gremia (bijvoorbeeld DVO/Oost NL) een dialoog te starten ten einde onze politiecapaciteit voor Rijssen-Holten te borgen”. Wat spreker betreft is dat overbodig; dat doet het college. Wel kan het een steuntje in de rug zijn voor datgene wat hij, waar hij ook is, laat landen en wat hij zal blijven zeggen. Dat is ook de inbreng geweest op het voorliggende meerjarenbeleidsplan.
In reactie op o.a. vragen van het CDA, zegt spreker dat Twente West op sterkte is. Daar komt er nog 2.8 fte bij. Rijssen-Holten is 50 procent van Twente West. 1.4 fte is dan voor Rijssen-Holten als men sec toerekent naar deze gemeente. Dat ziet er op zich goed uit. Aan de andere kant, als Rijssen-Holten groeit naar 40.000 inwoners, dan komt er bij de 5000e inwoner een agent bij.
De heer EKHART interrumpeert en zegt dat hij fte’s belangrijk vindt. Belangrijker is de vraag hoe de portefeuillehouder aankijkt tegen de capaciteit en of de politie in Rijssen-Holten haar taak wel aankan
Burgemeester VAN HOUDT zegt dat de capaciteit sowieso een uitdaging is. Dat is niet alleen het geval is bij de politie, maar over de gehele linie en ook voor de gemeente zelf. Deze week heeft hij een vacature voor een beleidsmedewerker veiligheid moeten openstellen, omdat er iemand vertrokken is. Ook daarover heeft het college zijn zorgen. Die zorgen zijn er binnen gemeenten en die zijn er ook binnen het totale apparaat van de politie. Spreker is enorm blij dat er juist extra middelen zijn gekomen om genoemde capaciteit toe te voegen. Natuurlijk moet ervoor gezorgd worden dat deze capaciteit zo goed mogelijk wordt ingevuld en dat deze binnen het team van Twente West wordt ingezet. Daar heeft iedereen baat bij. Spreker zegt nogmaals dat dat zijn aandacht heeft en dat het zijn aandacht zal blijven houden.
Mocht de motie worden aangenomen, dan verzoekt hij deze uit te mogen voeren binnen datgene waar de gemeente over gaat, binnen datgene wat zij kan en binnen de invloed die zij heeft in dat heel grote verband Oost-Nederland, ook qua capaciteit die spreker daarvoor ambtelijk beschikbaar heeft. Daarnaast moet het niet ten koste gaan van de inzet van anderen in de gemeente.
De heer ROZENKAMP zegt bij interruptie dat datgene wat de portefeuillehouder net noemde, immers allemaal al gedaan wordt. De motie is dan alleen een steuntje in de rug.
Burgemeester VAN HOUDT zegt dat hij zijn worsteling met de motie al heeft aangegeven. Hij heeft niet scherp of de motie door de raad wordt aangenomen. Dat laat hij graag aan de raad over. Hij heeft aangegeven hoe hij hiertegen aankijkt als portefeuillehouder en hoe hij, als de motie wordt aangenomen, de motie zou willen uitvoeren. Hij zegt, de SGP inschattende, dat hij een verstandige reactie verwacht op de inbreng die vanuit het college is gegeven. Die reactie wacht hij met veel belangstelling af.
De heer VAN DEN BERG vraagt bij interruptie wat meer hout snijdt: de motie of de zienswijze.
Burgemeester VAN HOUDT zegt dat het college van harte heeft voorgesteld geen zienswijze in te dienen. Het college heeft namelijk het gevoel dat de al geleverde inbreng is overgenomen.
Er is gevraagd wat het college graag zou willen. In zoverre maakt het voor hem persoonlijk niet veel uit of het een motie is of een zienswijze. Eigenlijk, als hij eerlijk is, heeft hij deze motie niet per se nodig om datgene te kunnen doen wat de motie vraagt, namelijk aandacht blijven vragen voor de politiecapaciteit en aandacht blijven vragen voor de wijkagenten van Rijssen-Holten. Dat zal hij van harte en met liefde voor de gemeenschap van Rijssen-Holten doen of de motie wel of niet wordt aangenomen.
Tweede termijn
De heer VOORTMAN zegt op de vraag van de ChristenUnie, dat het inderdaad de bedoeling is alle kosten te verhalen, ook uren en materialen.
Ook werd aangegeven dat het eigenlijk maatschappelijke kosten zijn en dat de politie er daarvoor daadwerkelijk is. Spreker is zijn woorden begonnen met signalen die in de pers zijn gedeeld door de regioburgemeester, de politiechef de voorzitter van het Openbaar Ministerie. Zij geven heel duidelijk een ander signaal en zeggen dat het nu tijd is om terug te keren naar die kerntaken. De SGP is het daarmee roerend eens. De SGP is het oneens met wat gezegd is, dat het maatschappelijke kosten voor iedereen zijn. Zij vindt dat die kosten verhaald moeten worden op de daders of veroorzakers.
Gevraagd is hoeveel werk het is om uit te zoeken wat die extra regionale politie-inzet inhoudt. Wat de SGP betreft mag dat gewoon een inventarisatie zijn. De politie houdt bij waar zij haar uren draait. Zo’n inventarisatie mag niet ten koste gaan van het blauw op straat; dan zou de gemeente achteruitboeren en dat is niet de bedoeling.
De heer ROZENKAMP interrumpeert en zegt dat hij de beantwoording mist op de vraag wat er met die korte, globale data gedaan zal worden, wat de raad daarmee kan doen en wat er daarmee zal veranderen.
De heer VOORTMAN zegt dat de reden van indiening van deze motie de schaarse politiecapaciteit betreft. Zoals de burgemeester zojuist aangaf is die politiecapaciteit inderdaad schaars. Daarmee heeft de gemeente nu eenmaal te maken. Ook in Rijssen-Holten is er sprake van criminaliteit. De indiener van de motie wil die schaarse politiecapaciteit inzetten juist voor haar eigen burgers. Als uit die inventarisatie blijkt, zoals de politiechef en de regioburgemeester aangeven, dat de politie veel te veel tijd kwijt is met die voetbalwedstrijden en illegale demonstraties, dan kan de burgemeester daarmee in de overleggen aantonen dat het op deze manier veel te ver gaat en dat de gemeente dat niet meer wil, omdat zij die politiecapaciteit nodig heeft op andere plekken in de gemeente. Dat kan consequenties hebben voor bijvoorbeeld voetbalwedstrijden, waar structureel rellen plaatsvinden.
Gemeentebelang merkte op dat er meer voetbalwedstrijden zijn, waar wel alles goed verloopt. Spreker zegt dat het fijn is dat het ook wel eens goed gaat, maar er zijn ook hoogrisicowedstrijden. Daarover zou men kunnen zeggen dat die wedstrijden niet meer gespeeld worden met uit-publiek of zelfs helemaal niet meer met publiek. Daarin moeten dan keuzes gemaakt worden.
De heer VAN DEN BERG zegt bij interruptie dat het twee kanten kan opgaan als de uitkomsten bekend zijn: die uitkomsten kunnen bevestigen wat de korpsleiding – en iedereen die de heer Voortman aanhaalt in de kwaliteitskranten die hij noemt – heeft geconcludeerd óf het valt eigenlijk wel mee. Als die uitkomsten er zijn, is de vraag wat de raad daarmee kan. Volgens spreker is dat niet heel veel.
De heer VOORTMAN zegt dat de raad dat dan weet. Nu weet de raad het niet. Het zou heel fijn zijn als er niks aan de hand is. Ook de SGP zou daarmee heel blij zijn en voor haar zou dat de gewenste uitkomst zijn. De raad weet dat op dit moment niet en daarom is dit opgenomen in de motie. De burgemeester zou de uitkomst als munitie kunnen gebruiken in die overleggen.
Er is gevraagd waarom er een motie is ingediend en niet een verzoek voor een zienswijze. Spreker zegt hierop dat de SGP direct actie wil van het college. Een zienswijze zou niet overgenomen kunnen worden. Tot het meerjarenbeleidsplan behoren 76 gemeenten, waarvan Rijssen-Holten er maar één is. Dat is de reden van het indienen van deze motie. Spreker heeft het voorbeeld aangehaald in de pers van regioburgemeester Bruls, die het eigenlijk eens is met de indieners van de motie. Als er toch een zienswijze moet komen, dan is dat voor de SGP geen probleem en dan maakt zij een zienswijze van de motie. Als de rest van de raad dat ook zou willen, dan hoort de SGP dat graag.
Door het CDA is gevraagd waarom illegale demonstraties, evenementen en voetbalwedstrijden specifiek zijn genoemd. Volgens spreker komen die items voort uit het meerjarenbeleidsplan en uit de krantenartikelen. Deze items worden genoemd door de politiechef, de regioburgemeester en de voorzitter van het College van Procureurs-generaal.
De heer EKHART vraagt bij interruptie of de heer Voortman gelooft wat er in de krant staat.
De heer VOORTMAN zegt dat hij daar kritisch op is, maar dat hij gekeken heeft naar verschillende bronnen. Hij heeft er daarvan vier aangevoerd in aanvulling op het meerjarenbeleidsplan. Een tegenvraag is of de heer Ekhart de krant en het meerjarenbeleidsplan dan niet gelooft.
De portefeuillehouder heeft gevraagd of de motie uitgevoerd mag worden binnen de huidige capaciteit. Spreker antwoordt dat dat inderdaad de bedoeling is.
De heer ROZENKAMP zegt dat de ChristenUnie de motie niet noodzakelijk vindt. Er zouden onnodig ambtelijke uren worden verbrand. Die uren kunnen veel beter – niet alleen vanwege de schaarste, maar sowieso ‑ op andere gebieden worden ingezet. Het lijkt de ChristenUnie een verspilling van uren.
De ChristenUnie stemt ermee in geen zienswijze in te dienen over het Ontwerp meerjarenbeleidsplan Politie Oost-Nederland. Zij vertrouwt erop dat de regionale politieleiding zeer goed in staat zal zijn de ter beschikking gestelde mensen en middelen effectief in te zetten op die gebieden waar het nodig is in goed overleg met alle betreffende burgemeesters.
De ChristenUnie is blij dat het onderdeel aanpak van huiselijk geweld en alle vormen van seksueel misbruik en kindermishandeling onder de aandacht zijn in voorliggend plan.
De heer VAN DEN BERG zegt dat de VVD in eerste termijn al haar twijfels had over deze motie. Hoe langer de beantwoording van de heer Voortman duurde, hoe meer die twijfels werden omgezet in de mening dat de motie overbodig aan het worden is. De portefeuillehouder heeft in zijn eerste termijn duidelijk gemaakt dat er al aandacht is voor wat er staat bij de meeste bullets in de motie en dat er eigenlijk een ‘going concern’ is; als er echt problemen ontstaan, dan wordt die dialoog weer opgepakt en er wordt voor gewaakt dat de politiecapaciteit op orde is. Mocht blijken dat die capaciteit helemaal niet op orde is, dan gaat spreker ervan uit dat er snel genoeg aan de bel wordt getrokken en dat de raad er dan echt iets mee kan. Mocht de fractie van de SGP erover denkt alsnog een zienswijze in te dienen, als dat nog mogelijk is, dan ziet de VVD graag de inhoud ervan tegemoet en zal zij deze beoordelen.
De heer MEIJERINK zegt dat GroenLinks/PvdA het eens is met het raadsvoorstel om geen zienswijze in te dienen.
De burgemeester maakte in zijn beantwoording duidelijk dat hij eigenlijk al een beetje bezig is met de uitvoering van de motie. Spreker deelt de conclusie dat de motie eigenlijk overbodig is.
De motie spreekt de zorg uit over de politiecapaciteit. Die zorg deelt GroenLinks/PvdA, maar het opschalen van de politiecapaciteit lijkt haar typisch een taak voor Den Haag. Het toeval wil dat daar een formatie gaande is, waar partijen aan tafel zitten die het heel goed voor hebben met de regio’s van Nederland. Spreker zou zich goed kunnen voorstellen dat er ook daar voorstellen op tafel liggen voor uitbreiding van de politiecapaciteit en anders kan de raad natuurlijk nog een brief schrijven aan de formateur om dat te regelen, om daartoe te verzoeken of om dat te bespreken. Wat GroenLinks/PvdA betreft liggen er daartoe op die manier wel mogelijkheden en moet het op die manier geregeld worden. Als de partijen die nu aan het formeren zijn, het inderdaad goed voor hebben met de gemeenten, dan mag er eigenlijk geen enkele twijfel zijn dat dat in orde komt.
De heer EKHART refereert aan het debat met de indiener van de motie over de vraag waar deze typen evenementen, illegale demonstraties en voetbalwedstrijden vandaan komen. Voor het CDA geldt dat er solidariteit is binnen de regio. Er gebeurt wel eens iets in je eigen gemeente en er gebeurt wel eens iets in een andere gemeente: dan zorg je ervoor dat de veiligheid in de regio op orde is.
Het CDA neigt ernaar te zeggen dat de motie overbodig is, gezien het antwoord van de portefeuillehouder. Het CDA laat haar mening echter ietwat afhangen van wat de portefeuillehouder in zijn tweede termijn zegt over enerzijds de uitbreiding van het aantal fte’s, terwijl het anderzijds heel moeilijk is eigen personeel alsmede politiemensen te werven. Spreker vraagt zich hierbij af of de raad zich hierover zorgen moet maken als het niet lukt aan die uitbreiding te voldoen. Als daarover nu al zorgen zijn, dan zou dat aanvullende maatregelen vergen ‑ hoewel spreker het niet direct eens is met de maatregelen van de indieners van de motie – en zouden er afwegingen moeten worden gemaakt waarop wel en niet wordt ingezet. Op dat moment kan gekeken worden waarop al wordt ingezet in de regio en of dat de juiste prioriteiten zijn.
Het CDA heeft op dit moment zorgen of de politieaanwezigheid in Rijssen-Holten wel of niet voldoende is. Als de portefeuillehouder daarover twijfels heeft, dan hoort het CDA dat graag, alsmede op welk vlak dat dan is.
De heer VOORTMAN zegt bij interruptie dat de heer Ekhart refereert aan de maatregelen in de motie. Die maatregelen heeft de indiener niet zelf bedacht, maar het zijn maatregelen die worden voorgesteld door zwaarwegende instanties, namelijk de regioburgemeester, de voorzitter van het Comité Procureurs-generaal en de politiechef. Hij vraagt zich af waar de heer Ekhart dan aan zit te denken en of hij het oneens is met deze instanties.
De heer EKHART zegt dat CDA mogelijk andere prioriteiten zou leggen. De SGP maakt mogelijk andere keuzes dan het CDA, bijvoorbeeld als het gaat om evenementen.
De heer ALBERDA bedankt de portefeuillehouder voor zijn beantwoording, waarin hij de vinger op de zere plek legt.
Rotzooischoppers komen overal voor en, helaas, geregeld bij het voetbal. Voetbal biedt daarnaast echter heel veel vermaak voor veel mensen, niet alleen in stadions, maar ook voor mensen thuis die voetbal volgen via de televisie.
Als er kosten gemaakt worden, dan moeten die natuurlijk verhaald worden. Dat staat los van deze motie. Daarnaast wil Gemeentebelang voor evenementen in Rijssen-Holten graag extra inzet hebben als het nodig is. Denk aan de Triatlon, de Ronde van Overijssel, de Holterbergloop of aan wat voor evenement dan ook. Zij zullen heel blij zijn als zij van omliggende gemeenten wat politiemensen kunnen lenen of extra inzet kunnen vragen.
De heer VOORTMAN vraagt bij interruptie of de heer Alberda vindt dat dat dan ten koste mag gaan van politie in de wijk.
De heer ALBERDA zegt dat dat volgens hem niet ten koste gaat van politie in de wijk, althans niet in die mate die de heer Voortman suggereert. Mensen worden ingezet waar zij nodig zijn. Dat is nu het geval en dat zal in de toekomst ook zo zijn, wat spreker betreft. Hij zou graag zien dat er 400 fte bij komt voor de politie in Oost-Nederland; dat zou het een stuk gemakkelijker maken. De motie is voor Gemeentebelang in elk geval een brug te ver en zij steunt het voorliggende raadsvoorstel.
Burgemeester VAN HOUDT zegt dat hij begrijpt dat er af en toe dingen in de krant komen die niet kloppen. Vanaf de plek van de pers in de raadzaal verstaat men slechts weinig. Dat is een verschoonbare reden voor de pers.
De dingen die spreker heeft gehoord, klonken volgens hem redelijk verstandig. Twee punten zijn er daarbij nog aan de orde gekomen, waaronder de vraag of de portefeuillehouder bereid is signalen naar de raad te sturen als de capaciteit onder druk komt te staan. Het antwoord daarop is dat hij het als zijn plicht ervaart de raad op de hoogte te houden als hij merkt dat het gaat knellen en hij de hulp van de raad daarin nodig heeft. Spreker was juist erg blij met het feit dat de gemeente uitbreiding krijgt. Natuurlijk kost het tijd als er in een keer veel vacatures komen om die allemaal in te vullen met goed personeel. Het college moet er goed op letten dat die functies worden ingevuld. Als dat lukt, dan heeft spreker zelf op dit moment geen zorgen over de capaciteit binnen Rijssen-Holten. Binnen Twente West ziet het er dan gewoon goed uit.
Misschien zou men moeten zeggen geen uit-publiek meer toe te staan bij voetbalwedstrijden. Ook de politiechef heeft daarmee in het nieuws gestaan. Dat zou dan een maatregel zijn om te zeggen dat dat politiecapaciteit scheelt. Andersom is spreker heel blij met de inzet van buiten Rijssen-Holten, die ook hier plaatsvindt. De mensen van de politie dankt hij daar hartelijk voor.
De VOORZITTER gaat over tot stemming.
Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel.
De VOORZITTER brengt de motie in stemming. De motie wordt verworpen. Voor de motie heeft gestemd de fractie van de SGP. Tegen de motie hebben gestemd de fracties van Gemeentebelang, ChristenUnie, CDA, VVD en GroenLinks/PvdA.
(De vicevoorzitter, de heer Bosma, draagt het voorzitterschap over aan de burgemeester.)
10. Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen tijdelijk wijzigen gebruik recreatiepark Borkeldsweg 57 / Pannenweg 18-20 in Holten (portefeuille wethouder Wessels)
De heer ALBERDA benadrukt dat Gemeentebelang instemt met dit ruimtelijke vraagstuk, maar dat dat op geen enkele manier inhoudt dat Gemeentebelang instemt met de vestiging van het asielzoekerscentrum, zoals nu door het college wordt voorgesteld en procedureel wordt gevolgd.
Mevrouw HULSHOF zegt bij interruptie dat het haar niet helemaal duidelijk is wat de heer Alberda precies zegt. Zij ziet meer verbaasde blikken. Zij vraagt of de heer Alberda zijn woorden wil toelichten.
De heer ALBERDA zegt dat Gemeentebelang in de commissievergadering al duidelijk heeft gemaakt dat instemming met dit voorstel niet automatisch inhoudt dat Gemeentebelang met de gang van zaken rondom het vestigen van het asielzoekerscentrum, de invulling daarvan en de procedure daaromtrent instemt. Spreker wil duidelijk gescheiden trajecten houden.
Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad hierna overeenkomstig het voorstel.
11. Raadsvoorstel optie- en uitgiftebeleid (portefeuille wethouder Tijhof)
De VOORZITTER meldt dat de fractie van GroenLinks/PvdA vijf amendementen heeft aangekondigd bij dit raadsvoorstel. Hij stelt voor deze amendementen in de eerste termijn in te dienen, zodat deze direct deel kunnen uitmaken van de beraadslaging. De fracties kunnen in de eerste termijn tevens hun technische vragen stellen. Bij de besluitvorming wordt eerst gestemd over de amendementen en dan over het-al dan niet geamendeerde voorstel.
De fractie van GroenLinks/PvdA dient vijf amendementen in. De heer MEIJERINK licht de amendementen toe. De amendementen maken het voor ondernemers, die een kavel willen kopen op Vletgaarsmaten 2C, aantrekkelijker om duurzame maatregelen aangaande hun nieuwe bedrijfsgebouw te realiseren. De amendementen zullen hen hopelijk verleiden om deze duurzame maatregelen te gaan treffen. De fractie van GroenLinks/PvdA wil dit doen door hen de gelegenheid te geven op de maatregelen die op bladzijde 6 onder kopje D., Duurzaamheid, van het uitgiftebeleid staan genoemd, meer punten te scoren. Hierop zien de eerste vier amendementen.
Het college wil in het uitgiftebeleid voor Vletgaarsmaten 2C lokale ondernemers een voorkeurspositie geven. De fractie van GroenLinks/PvdA is het daarmee eens en wil dat in stand laten. In de volgende stap wil zij graag dat het ook voor lokale ondernemers aantrekkelijk is duurzame maatregelen aangaande hun nieuwe bedrijfsgebouw te realiseren teneinde een kavel te kunnen verwerven. Daarom wordt het vijfde amendement ingediend.
Amendement 1: Sedumdak
De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen op 25 januari 2024;
- gelezen het voorstel voor Uitgiftebeleid Vletgaarsmaten 2C;
- gehoord hebbende de opinie in de commissie Grondgebied op 11 januari 2024;
Overwegende dat:
- dakbegroeiing een belangrijk bijdrage levert aan het tegengaan van hittestress en bijdraagt aan de waterbuffering bij hevige regenval;
- sedum kan gecombineerd worden met zonnepanelen, de sedum ligt dan onder de panelen die op een rek geplaatst zijn. Door de verkoeling van sedum vergroot het rendement van de zonnepanelen;
- het wenselijk is dat er een stimulans is voor het maximaliseren van dakbegroeiing;
- een progressieve puntentoekenning daaraan kan bijdragen;
Besluit:
A. Op pagina 6 onder D. Duurzaamheid te schrappen, punt 1. Sedumdak (minimaal 30% dakvlak en tenminste 20% kaveloppervlakte),
het aantal punten: “2” te vervangen door: 1 punt per 20% dakvlak” .
B. De bijlage “Overzichtstabel puntenscore per selectiecriterium” (pagina 9) dienovereenkomstig aan te passen.
Amendement 2: Zonnepanelen
De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen op 25 januari 2024;
- gelezen het voorstel voor Uitgiftebeleid Vletgaarsmaten 2C;
- gehoord hebbende de opinie in de commissie Grondgebied op 11 januari 2024;
Overwegende dat:
- elektriciteit opwekken met zonnepanelen op daken lokaal de preferente vorm is van energieopwekking;
- het wenselijk is dat de systematiek voor puntentoekenning stimuleert tot het maximaliseren van energieopwekking op daken;
- zonnepanelen kunnen gecombineerd worden met sedum, die ligt dan onder de panelen die op een rek geplaatst zijn. Door de verkoeling van sedum vergroot het rendement van de zonnepanelen;
- met de beleidsterminologie ‘zon op dak’ zonnepanelen worden bedoeld;
- een progressieve puntentoekenning daaraan kan bijdragen;
Besluit:
A. Op pagina 6 onder D. Duurzaamheid te schrappen, punt 2. Zon op dak (minimaal 70% dakvlak en tenminste 40% kaveloppervlakte), het aantal punten: “2” te vervangen door: 1 punt per 20% dakvlak zonnepanelen".
B. De bijlage “Overzichtstabel puntenscore per selectiecriterium” (pagina 9) dienovereenkomstig aan te passen.
Amendement 3: Beplanting
De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen op 25 januari 2024;
- gelezen het voorstel voor Uitgiftebeleid Vletgaarsmaten 2C;
- gehoord hebbende de opinie in de commissie Grondgebied op 11 januari 2024;
Overwegende dat:
- beplanting met struiken en bomen: 1) zijn van grote waarde voor de grondwaterhuishouding door waterinfiltratie en waterbuffering, 2) zijn van groot belang voor de biodiversiteit, inheemse beplanting in het bijzonder omdat het aansluit op groei en voedingspatronen van insecten en daarvan levende fauna, 3) gaan hittestress tegen, 4) zorgen voor een aantrekkelijk straatbeeld;
- het wenselijk is dat de systematiek voor puntentoekenning stimuleert tot een redelijke mate van vergroening van de kavel;
- een progressieve puntentoekenning daaraan kan bijdragen;
Besluit:
A. Op pagina 6 onder D. Duurzaamheid te schrappen punt 3. Aanleg onverharde tuin met opgaande beplanting (minimaal 5% kaveloppervlakte, aan representatieve zijde), het aantal punten: “2” te vervangen door: 1 punt per 5% kaveloppervlakte, maximaal 4 punten”.
B. De bijlage “Overzichtstabel puntenscore per selectiecriterium” (pagina 9) dienovereenkomstig aan te passen.
Amendement 4: Groene gevel
De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen op 25 januari 2024;
- gelezen het voorstel voor Uitgiftebeleid Vletgaarsmaten 2C;
- gehoord hebbende de opinie in de commissie Grondgebied op 11 januari 2024;
Overwegende dat:
- gevelbeplanting een belangrijk bijdrage levert aan de afvang van fijnstof en een aantrekkelijk straatbeeld creëert;
- het wenselijk is dat de systematiek voor puntentoekenning stimuleert tot de vergroening van alle gevels in plaats van één (kleinste) gevel;
- een progressieve puntentoekenning daaraan kan bijdragen;
Besluit:
A. Op pagina 6 onder D. Duurzaamheid punt 4. Groene gevel (minimaal één gevel die voor tenminste 50% is voorzien van gevelbeplanting), het aantal punten: “2” te vervangen door: “1 punt per 15% totale geveloppervlakte, maximaal 4 punten”.
B. De bijlage “Overzichtstabel puntenscore per selectiecriterium” (pagina 9) dienovereenkomstig aan te passen.
Amendement 5: Selectie ‘de meeste punten heeft eerste keuze’
De raad van de gemeente Rijssen-Holten in vergadering bijeen op 25 januari 2024;
- gelezen het voorstel voor Uitgiftebeleid Vletgaarsmaten 2C;
- gehoord hebbende de opinie in de commissie Grondgebied op 11 januari 2024;
Overwegende dat:
- het wenselijk is dat lokale ondernemers een preferente positie hebben;
- het tegelijk wenselijk is om in alle gevallen de te verkrijgen punten van alle aanvullende criteria onder 1B en 1C van belang te laten zijn bij selectie in het uitgiftebeleid;
- daartoe de te verkrijgen punten onder 1C voor werkgelegenheid, duurzaamheid en bouwproces bepalend te laten zijn voor de volgorde van uitgifte;
- de bepalingen voor selectie onderaan pagina 7 daar invulling aan geven;
Besluit:
A. Op pagina 7-8 de volgende tekst te schrappen:
“Selectie
Wanneer een ondernemer de enigste inschrijver is voor een kavel of wanneer 4 weken na het openen van de inschrijving blijkt dat Vletgaarsmaten 2C fase 1 genoeg ruimte biedt voor alle inschrijvingen dan wordt slechts getoetst op de standaards selectiecriteria. Zodra er meer interesse is dan vierkante meters uitgeefbaar bedrijventerrein dan wordt de ondernemer/de investeerder die binnen de categorieën A, B, C, D, en E opgeteld, de meeste punten krijgen toegekend, in gelegenheid gesteld een in samenwerking met gemeente een conceptverkaveling op te stellen en een kavel uit te nemen.”
en te vervangen door:
“Selectie
Zodra er meer interesse is dan vierkante meters uitgeefbaar bedrijventerrein en/of er meer inschrijvers voor dezelfde kavel zijn, dan beslist het college van Burgemeester en Wethouders als volgt over de toekenning van de bedrijfskavel: de ondernemer/de investeerder die binnen de categorieën A, B, C, D, en E opgeteld, de meeste punten krijgen toegekend, worden als eerste in gelegenheid gesteld een in samenwerking met gemeente een conceptverkaveling op te stellen en een kavel uit te nemen.”
De heer BERKHOFF zegt dat er een mooi uitgiftebeleid voorligt. Er wordt recht gedaan aan een heel aantal criteria. De amendementen zorgen hier en daar voor aanscherping, met name voor wat betreft duurzaamheid. De ChristenUnie heeft duurzaamheid hoog in haar vaandel staan. Zij ondersteunt het beleid alsmede de amendementen.
De heer BASMACI zegt dat het CDA de amendementen sympathiek vindt. Het CDA heeft in het verleden zelf een motie “‘Zon op dak” ingediend, waarbij bedrijven worden verplicht zonnepanelen op daken te plaatsen. Die motie heeft het toen helaas niet gered. In de commissie Grondgebied heeft het CDA gevraagd of zonnepanelen op daken verplicht gemaakt kunnen worden. De gemeente heeft namelijk een grote duurzaamheidsopgave te realiseren. Het CDA was dan ook blij toen zij deze amendementen onder ogen kreeg. Wel had zij haar bedenkingen bij het toekennen van punten op dit gebied. Dit is inmiddels iets aangepast. Ervan uitgaande dat dit in orde is, kan het CDA positief zijn over de amendementen.
Mevrouw DEIJK zegt dat er volgens de VVD in de basis een prima uitgiftebeleid wordt voorgesteld. De amendementen van GroenLinks/PvdA vindt de VVD eigenlijk wat ver gaan. Duurzaamheid is goed, maar het moet niet zo zijn dat de ondernemer met de dikste portemonnee en de meeste kracht alle punten binnenharkt en extra voorrang krijgt.
De VVD vraagt de indiener van de amendementen, als een ondernemer zonnepanelen legt, of dan niet gekeken moet worden naar wat men werkelijk nodig heeft aan energie, zodat het niet alleen gaat om de punten.
De VVD heeft nog wat moeite met de handhaving. Iemand kan prima zeggen alles groen en beplant te maken, terwijl men het na een jaar niet meer mooi vindt en overgaat naar tegels. Dan heeft iemand wel de punten toegekend gekregen, maar schiet het zijn doel voorbij.
De heer BERKHOFF vraagt bij interruptie aan mevrouw Deijk of dat niet bij allerlei punten geldt. Dat kan immers ook gezegd worden bijvoorbeeld bij werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daar zijn er ook allerlei criteria bij het toekennen van punten. Die handhaving gaat volgens spreker op voor al die punten. Hij vraagt of zij het daarin met hem eens is.
Mevrouw DEIJK zegt dat zij het daarmee eigenlijk eens is, maar dat er in het proces voor gezorgd moet worden dat zaken goed in de vergunningen staan. Dan kan er gehandhaafd worden.
De VVD staat enigszins kritisch ten opzichte van de amendementen. Zij vindt het jammer dat bij de zonnepanelen er niet een koppeling wordt gemaakt met perceeloppervlakte in relatie met het gebouw. Dat zou betekenen bij een positief advies dat men alleen mag kijken naar het dakvlak en wat men daarop kan leggen en niet naar het hele perceel. Dat betekent, als mensen een groot parkeerterrein nodig hebben, dat men niet wordt afgestraft als men wat minder zonnepanelen kan leggen.
De heer ALBERDA stelt in de eerste plaats een technische vraag aan de indiener van de amendementen met betrekking tot de puntentelling. Gemeentebelang is benieuwd hoe GroenLinks/PvdA de afweging heeft gemaakt ten opzichte van de andere afwegingen waarop men punten kan scoren en wat dat dan uitmaakt voor het geheel. Voorop staat dat Gemeentebelang voor verduurzaming is. Zij ziet dat graag in relatie tot werkgelegenheid. Als het te scoren puntentotaal op duurzaamheid wordt verhoogd, dan wordt het puntenaantal dat men kan scoren op fte’s of werkgelegenheid relatief minder.
In de basis is Gemeentebelang het eens met de amendementen, maar het is voor haar bijna niet in te schatten wat voor effect deze zullen hebben op de uiteindelijke afweging. Zij is benieuwd naar de afweging die de wethouder hierbij denkt te gaan hanteren.
Gemeentebelang vindt dat regionale werkgevers, regionale industrie en regionale bedrijven de voorkeur moeten hebben, uiteraard in relatie met werkgelegenheid. Wat betreft werkgelegenheid en de puntentelling, zegt spreker dat meer dan 21 fte’s het maximaal aantal punten kan zijn. Daarboven komt nog de inzet voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. Daaraan is echter geen aantal gekoppeld. Stel dat iemand een conciërge en drie werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst heeft, dan krijgt hij de maximale punten. Dat staat in geen relatie tot een bedrijf dat 21 fte’s wil aannemen. Spreker hoort graag wat de wethouder daarvan vindt.
De heer VOORTMAN zegt dat de SGP in de basis positief is over het raadsvoorstel. Het beleid dat het college voorstelt, vindt de SGP redelijk en passend voor het nieuwe industrieterrein Vletgaarsmaten 2C.
In de commissie heeft de SGP aandacht gevraagd voor diversiteit op industrieterreinen in de gemeente. Dat heeft te maken met de vorige economische crisis. Met name in Rijssen is er veel bouw- en aanverwante industrie. Dat heeft de gemeente hard geraakt en is de reden dat de SGP daarvoor aandacht heeft gevraagd. De wethouder heeft hierover gezegd dat dit in Holten eigenlijk niet speelt, omdat de samenstelling van bedrijven in Holten al behoorlijk divers van aard is. De wethouder stond er echter wel voor open dit selectiecriterium mee te nemen voor een eventueel nieuw bedrijventerrein in Rijssen. De SGP wil hem nogmaals op het hart drukken dat te doen. Dat kan in de toekomst wellicht een amendement van de kant van de SGP schelen.
Er liggen vijf sympathieke amendementen voor van GroenLinks/PvdA. Toch kan de SGP zich er eigenlijk niet in vinden, omdat zij vindt dat er geen onnodige regeldruk opgelegd moet worden aan ondernemers, zeker niet aan scaleups en startups. Wat betreft het vijfde amendement, zou het voor een grote ondernemer met diepe zakken mogelijk kunnen maken om allerlei maatregelen te nemen die worden toegevoegd en die allemaal geld kosten. Een grote ondernemer met diepe zakken kan die maatregelen nemen. Een scaleup of een startup heeft niet van die diepe zakken. Dan zou dit amendement ertoe kunnen leiden dat er alleen ruimte wordt geboden aan heel grote bedrijven. Dat vindt de SGP niet wenselijk.
De eerste vier amendementen gaan over duurzaamheid. De SGP kan daarmee niet instemmen. Er staan namelijk nog twee andere items in het voorstel over duurzaamheid, namelijk biobased bouwen en circulariteit. Die zijn vanuit hun aard verdergaand dan de vier amendementen van GroenLinks/PvdA. Met de nieuwe puntenverdeling zouden die items kunnen worden gedevalueerd. De SGP is daar geen voorstander van. Spreker is benieuwd naar de mening van de wethouder over de relatie tussen de vier items die GroenLinks/PvdA naar voren brengt en de twee items circulariteit en biobased bouwen.
De heer MEIJERINK zegt dat hij steun proeft bij een aantal fracties voor de amendementen. De VVD had een aantal opmerkingen en zei dat de amendementen wat ver gaan. Wat betreft zonnepanelen was de vraag of niet gekeken moet worden naar wat ondernemers nodig hebben en niet alleen naar de punten. Spreker gaat ervan uit dat een ondernemer sowieso kijkt naar wat hij nodig heeft. GroenLinks/PvdA wil het geheel graag iets vergroenen. Als men zonnepanelen legt en er misschien wat meer kwijt kan, dan wil GroenLinks/PvdA dat graag stimuleren. Om die reden wil zij daarvoor iets meer punten geven. Een ondernemer moet daarin echter eigen keuzes maken.
De heer VAN DEN BERG vraagt wat men eraan heeft als men gaat voor het maximale aantal punten voor zon op dak, terwijl men die stroom niet nodig heeft en het net het nu al niet aankan. Spreker vraagt waar men het dan voor doet.
De heer MEIJERINK zegt dat hij weet dat dat een algemeen probleem is. Daarvoor zal een oplossing gevonden moeten worden, maar dat is aan de stroomleveranciers. Het gaat GroenLinks/PvdA om de wat langere termijn en de omslag van reguliere energie naar meer duurzame vormen van energie. Daarvan zijn zonnepanelen een onderdeel. GroenLinks/PvdA wil dat graag door middel van haar voorstellen verder stimuleren.
Handhaving, waarover mevrouw Deijk sprak, geldt volgens spreker bij alles, waarvoor punten toegekend worden. Het is een vast onderdeel om te handhaven; als men punten krijgt, moet bij de bouw toegezien worden dat ook dit soort zaken goed geregeld worden door de bouwer. Spreker gaat ervan uit dat dit een logisch onderdeel is dat gewoon gaat gebeuren. Hij vraagt de wethouder dat te bevestigen.
Door de fractie van Gemeentebelang is gevraagd: waarom deze puntentelling, want als je meer punten toekent aan duurzaamheid en je laat andere punten gelijk, dan worden die misschien iets minder waard in gewicht, bijvoorbeeld bij werkgelegenheid. Mathematisch klopt dat inderdaad, volgens spreker, maar op dit moment, met de huidige overspannen markt voor wat betreft werkgelegenheid, is dat niet het grootste probleem, want er is eerder een tekort dan een overschot aan werkgelegenheid. Duurzaamheid heeft in dat opzicht een grotere prioriteit op dit moment. Daarom heeft zijn fractie er bewust voor gekozen vergroening meer punten toe te kennen en de rest even te laten zoals het is. Als bijvoorbeeld aan werkgelegenheid meer punten worden toegekend, dan moeten er ook weer aan andere zaken punten worden toegekend en komt die vergroening in de knel. Deze keuze heeft GroenLinks/PvdA daarom bewust gemaakt.
De SGP spreekt van sympathieke amendementen, maar vraagt of het niet een onnodige regeldruk oplevert voor bedrijven en of grote ondernemers niet een voordeel hebben op scaleups of startups als het gaat om de uitgifte van terreinen. GroenLinks/PvdA wil er nadrukkelijk op wijzen dat aan lokale ondernemingen in elk geval voorrang wordt gegeven. Ook het college stelt dat voor. Dat blijft in tact. Dan is de vraag, binnen lokale ondernemingen, welk bedrijf groot is en welk bedrijf behoort tot de startups. GroenLinks/PvdA heeft de keuze gemaakt in dit geval te gaan voor vergroening. Dat is een bewuste keuze en die heeft GroenLinks/PvdA in stand gelaten. Spreker denkt dat het wel zal meevallen, maar dat zal moeten blijken.
Wethouder TIJHOF zegt dat hij het punt wil markeren, dat het college het mogelijk maakt dat ondernemers zich weer kunnen vestigen op een van de bedrijventerreinen in de gemeente. Na een aantal jaren wordt er weer bedrijventerrein uitgegeven. Spreker is blij dat hij brede steun hiervoor hoort.
In het proces om te komen tot Vletgaarsmaten 2C als uitgeefbaar terrein heeft de raad een bestemmingsplan vastgesteld. Daarin staan duurzaamheidsmaatregelen en kaders die worden meegegeven voor gebruik. Diezelfde kaders of maatregelen heeft het college vertaald in de selectiecriteria. Het is daarom goed met de amendementen te blijven aansluiten op de maatregelen die in het bestemmingsplan zijn genoemd. De duurzaamheidsambities die in het bestemmingsplan al worden genoemd, geldt als ondergrens. Die ondergrens ligt hoger dan het bouwbesluit. Daarmee gaat het college al verder dan de huidige regelgeving en creëert al een verdergaande verduurzaming dan op dit moment noodzakelijk is. Daarnaast gaat ook de wetgeving verder richting energieneutraal bouwen en dergelijke.
Voor het college geldt dat er een goede manier van selectie kan worden toegepast. Op basis daarvan heeft het college selectiecriteria opgesteld in een zo logisch mogelijke volgorde met een logische puntenverdeling. Dat die keuzes daarin arbitrair zijn, begrijpt spreker. Als de raad daarbij het gevoel heeft dat er meer aandacht moet zijn voor de duurzaamheidsmaatregelen dan bijvoorbeeld voor lokaal bouwen, dan is het logisch dat de raad daarop amendeert. Spreker wil daarom niet direct zelf een afweging maken ten opzichte van de amendementen. De raad mag amenderen wat de raad zelf wil. Het college denkt echter dat er een gebalanceerd voorstel aan de raad is voorgelegd.
De heer MEIJERINK interrumpeert en zegt dat de wethouder sprak over lokaal bouwen. Volgens spreker laat GroenLinks/PvdA dat in stand in dit geheel. De preferente positie voor lokale bedrijven blijft in stand.
Wethouder TIJHOF beaamt dat. Dat zit zeker in het vijfde amendement. In het geheel van het voorstel dat het college aan de raad heeft gedaan, zit ook een logica, waarbij het college de balans wil behouden. Als een aantal onderdelen daarvan wordt geamendeerd, kan de balans wat verschuiven en ontstaat weer de discussie over de vraag wat gedaan wordt met biobased bouwen; als je bij A begint te draaien namelijk, wat doet dat dan in zijn totaliteit? Spreker blijft erbij dat er een goed voorstel voorligt. Dat wil niet zeggen dat de amendementen, als de raad deze aanneemt, niet uitvoerbaar zouden zijn. Spreker vindt het een politieke afweging, waarin nog wat extra accenten kunnen worden gelegd. Als de raad tot de conclusie komt dat vooral te doen op het gebied van duurzaamheid, dan is er op dit moment gelegenheid dat aan te passen. Als wethouder wil hij daar niet tussen gaan staan. Het is echt een keuze van de raad.
De fractie van Gemeentebelang sprak over mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de commissie heeft deze fractie die vraag ook gesteld. De beantwoording van spreker was misschien niet helemaal bevredigend, maar dat zij zo. Er zijn ondernemingen die in hun bedrijfsvoering op een heel goede manier mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen inpassen en er zijn bedrijven waar dat op een heel lastige manier gebeurt. Het feit dat er aandacht is voor mensen uit deze doelgroep, vindt het college zodanig van belang, dat zij daarop wil selecteren.
De heer ALBERDA zegt bij interruptie dat hij het belang van de inzet niet bestrijdt als het gaat om werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hij vindt het alleen raar dat zij meer punten toegekend krijgen ten opzichte van het aantal fte’s dat in het bedrijf überhaupt opgevoerd wordt. Daarover ging zijn vraag. Men krijgt het maximale punten bij 21 fte’s, maar men krijgt nog meer punten op het moment dat men 5 fte’s heeft waaronder 2 fte’s met afstand tot de arbeidsmarkt.
Wethouder TIJHOF zegt dat dat te maken heeft met de situatie op de arbeidsmarkt. Er zijn veel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die moeilijk tot die arbeidsmarkt te leiden zijn. Dat vraagt extra inzet, terwijl voor de rest de arbeidsmarkt erg krap is en het daardoor ingewikkeld is met veel mensen aan de slag te gaan. Veel ondernemers kiezen voor een maximale vorm van bijvoorbeeld automatisering of mechanisatie.
Tweede termijn
De heer MEIJERINK gaat in op de woorden van de wethouder, die aangeeft dat de amendementen zeker niet onuitvoerbaar zijn. Ook zegt de wethouder dat de bal bij de raad ligt en als de raad besluit deze amendementen aan te nemen, dat het college deze gewoon uitvoert, want ‘het is uitvoerbaar’. Het is voor spreker belangrijk daarbij de vinger te leggen. Verder kijkt GroenLinks/PvdA wat de stemming zal brengen.
De heer VOORTMAN dankt de heer Meijerink voor de beantwoording van vragen over amendement 5. Het is duidelijk dat GroenLinks/PvdA daarin een andere keuze maakt dan de SGP.
Over de amendementen 1 tot en met 4 heeft spreker aan de wethouder gevraagd wat de relatie daarvan is ten opzichte van biobased bouwen en circulariteit. De wethouder nam echter niet duidelijk stelling voor het een of voor het ander. De positie van de SGP daarin is wel duidelijk: circulariteit en biobased bouwen zijn verdergaande items dan het item die GroenLinks/PvdA voorstelt om op te plussen qua puntenwaardering. De wereldwijd bebouwde omgeving is verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent CO2-uitstoot. Dat zit in operationele energie en in energie die nodig is voor de materialen daarin. Daarin zit een heel grote uitdaging voor allen. Daarvoor is er in Parijs een klimaatakkoord gesloten. Dat is doorvertaald op landelijk en lokaal niveau. In het voorstel dat het college hier doet, is daarin een heel goede afweging gemaakt. De items circulariteit en biobased bouwen doen juist wat aan de problematiek rondom die CO2-reductie. De items die GroenLinks/PvdA opplust, zoals sedum, beplanting, groene gevel, zijn allemaal zaken voor symptoombestrijding ‑ zoals hittestress, dat een symptoom is van die verandering in CO2 – of het zijn keuzes in ‘wat vind je mooi’. De fractie van de SGP wil daar juist niet voor kiezen. Zij wil kiezen voor daadwerkelijke CO2-reductie door in te zetten op circulariteit en op biobased bouwen. Die andere punten moeten dat niet kunnen devalueren. Daarom zal de SGP tegen de amendementen 1 tot en met 4 stemmen.
De heer ALBERDA verzoekt om een korte schorsing.
De VOORZITTER schorst de vergadering.
Schorsing van 21.52 tot 21.56 uur.
De VOORZITTER heropent de vergadering.
De heer ALBERDA zegt dat er een moeilijke afweging moet worden gemaakt. Hij vindt dat de raad best een ambitie mag hebben om het bedrijventerrein te starten met een groene uitgangspositie. Gemeentebelang gaat daarom de amendementen van GroenLinks/PvdA steunen. Daarnaast roept Gemeentebelang het college op een oplossing te bedenken voor startups en scaleups, zodat zij een bijzondere positie krijgen in de eventuele toewijzing van bedrijventerreinen. Het een mag wat dat betreft niet ten koste gaan van het ander. Startups hebben moeite genoeg om de financiën bij elkaar te krijgen om te starten. Dan mag vergroening niet ten koste gaan van het vestigen van een startup of een scaleup. GroenLinks/PvdA vraagt het college hier extra aandacht aan te geven.
De heer EKHART interrumpeert en vraagt of het de heer Alberda bekend is dat een scale- of startup vooral investeert in product en in dienst. Zij zullen vooral gaan huren en zijn niet de partijen die de raad hier voor ogen heeft. Die zorgen kan spreker wel wegnemen, maar hij is benieuwd of de heer Alberda het met hem eens is.
De heer ALBERDA zegt dat hij niet zal ontkennen dat de heer Ekhart beter in die materie zit dan Gemeentebelang. Hij kan zich echter toch voorstellen dat er startups zijn die graag van zoiets gebruik willen maken en dat zich omstandigheden voordoen dat zij willen bouwen en grond willen kopen. Als het niet nodig is, is dat prima, maar er moet wel aandacht voor zijn.
De heer VOORTMAN vraagt bij interruptie of de heer Alberda het met hem eens is, dat hetzelfde wat geldt voor scaleups en startups, ook kan gelden voor het kleine MKB (Midden- en Kleinbedrijf) Ook een kleine MKB’er kan getroffen worden door een heel grote MKB’er of een heel groot bedrijf. Het zijn dus niet alleen scaleups en startups die geraakt kunnen worden door het amendement, maar ook de kleinere MKB’ers. Ook voor hen is het belangrijk.
De heer ALBERDA zegt dat het kleinere MKB hierin een aparte positie heeft, maar dan nog vindt Gemeentebelang dat het groene argument van GroenLinks/PvdA hierop prevaleert.
Wethouder TIJHOF vraagt zich af of een set selectiecriteria bij het uitgeven van terreinen het instrument is bij de vraag of startups en scaleups meer ruimte geboden moet worden dan anderen. Hij heeft daarbij zo zijn vraagtekens.
De heer TUIJNDER interrumpeert en zegt dat het idee niet was om hen meer ruimte te geven, maar om hen eventueel te compenseren voor een achterstand die zij zouden hebben ten opzichte van grote bedrijven.
Wethouder TIJHOF zegt dat dat een lastig punt is. Het college heeft een voorbeeldverkaveling voor ogen, waarbij een deel van het terrein wordt ingezet voor wat grotere kavels en een flink deel van het terrein voor wat kleinere kavels. Het is net als bij woningbouw: als nieuwbouw wordt toegevoegd, ontstaat er op andere terreinen ruimte doordat er een domino-effect optreedt. Op het moment dat er bedrijven doorstromen naar deze nieuwe locatie, komen er op andere plekken locaties vrij, ook in bijvoorbeeld bedrijfsverzamelgebouwen, waar ook startups ruimte krijgen om nieuw te starten. Deze criteria zijn opgesteld in overleg met een afvaardiging vanuit het bedrijfsleven en waarmee deze punten zijn afgestemd.
De heer VOORTMAN zegt bij interruptie dat de wethouder dit heeft afgestemd met de ondernemers. De wethouder zegt ook dat hij wel blij is met het amendement en dat hij zich daarin kan vinden. Spreker vraagt hoe het zit met het participatietraject en of de gemeente niet de wensen van de ondernemers ondergraaft.
Wethouder TIJHOF zegt dat het college ook met de amendementen bij dezelfde criteria blijft, maar wel wordt het aantal punten veranderd.
De heer VOORTMAN interrumpeert en zegt dat als de punten veranderen, dat dan ook de inhoud of de weging verandert. Hij vraagt of de wethouder dat met hem eens is.
Wethouder TIJHOF zegt dat het klopt dat er dan een iets andere balans komt. Daarom heeft hij al aangegeven dat zijn voorkeur uitgaat naar het voorstel van het college. Als de raad een andere afweging maakt, dan is dat nog steeds uitvoerbaar en werkt dat nog steeds uit naar dezelfde doelstellingen. Er zit dan echter een andere balans in en de gemeente moet ervaren hoe dat uitpakt.
Spreker is blij dat er in de raad aandacht is voor startups en scaleups. Deze wil hij faciliteren voor zover dat in de mogelijkheden van het college ligt. Alleen het uitgeven van een stuk bedrijventerrein wil niet zeggen dat …
De heer VOORTMAN interrumpeert en vraagt of de wethouder het amendement wel of niet ontraadt.
Wethouder TIJHOF verwijst naar debatten in de Tweede Kamer, waar iets wordt ontraden, wordt overgenomen of het ‘oordeel Kamer’ wordt gegeven. Wat dat laatste betreft, geeft hij hier het oordeel aan de raad. Hij staat er neutraal in.
De heer BERKHOFF zegt bij interruptie dat hij dacht dat de wethouder in de eerste termijn zei dat hij wel kon leven met de amendementen die voorlagen.
Wethouder TIJHOF zegt dat hij in deze tweede termijn exact hetzelfde heeft gezegd als in de vorige termijn. De keuze is echt aan de raad en daar wil hij die ook echt laten.
De VOORZITTER brengt amendement 1 (sedumdak) in stemming. Het amendement wordt aangenomen. Voor het amendement hebben gestemd de fracties van ChristenUnie, CDA, Gemeentebelang, GroenLinks/PvdA (13 stemmen). Tegen het amendement hebben gestemd de fracties van SGP en VVD (9 stemmen).
De VOORZITTER brengt amendement 2 (zonnepanelen) in stemming. Het amendement wordt aangenomen. Voor het amendement hebben gestemd de fracties van ChristenUnie, VVD, GroenLinks/PvdA, CDA en Gemeentebelang (15 stemmen). Tegen het amendement heeft gestemd de fractie van de SGP (7 stemmen).
De VOORZITTER brengt amendement 3 (beplanting) in stemming. Het amendement wordt aangenomen. Voor het amendement hebben gestemd de fracties van ChristenUnie, GroenLinks/PvdA, CDA en Gemeentebelang (13 stemmen). Tegen het amendement hebben gestemd de fracties van SGP en VVD (9 stemmen).
De VOORZITTER brengt amendement 4 (groene gevel) in stemming. Het amendement wordt aangenomen. Voor het amendement hebben gestemd de fracties van ChristenUnie, GroenLinks/PvdA en CDA en Gemeentebelang (13 stemmen). Tegen het amendement hebben gestemd de fracties van SGP en VVD (9 stemmen).
De VOORZITTER brengt amendement 5 (selectie ‘de meeste punten heeft eerste keuze’)in stemming. Het amendement wordt aangenomen. Voor het amendement hebben gestemd de fracties van ChristenUnie, GroenLinks/PvdA, CDA en Gemeentebelang (13 stemmen). Tegen het amendement hebben gestemd de fracties van SGP en VVD (9 stemmen).
De heer SCHEPPINK verzoekt om een schorsing om te overleggen met zijn fractie nu de amendementen zijn aangenomen. Wat hem betreft is de balans in het voorstel nu een beetje zoek.
De VOORZITTER schorst de vergadering.
Schorsing van 22.07 tot 22.11 uur.
De VOORZITTER heropent de vergadering.
De heer ALBERDA zegt dat de schorsing dusdanig nuttig was dat hij er wel uit is.
De VOORZITTER vraagt of er behoefte is aan een stemverklaring.
De heer SCHEPPINK zegt dat de SGP in de commissie heeft aangegeven dat zij voor het raadsvoorstel was. Het raadsvoorstel is opgesteld in samenwerking met het bedrijfsleven. Het college heeft het raadsvoorstel met volle overtuiging proberen te verdedigen in de commissie. Nu de amendementen zijn aangenomen, vindt de SGP dat de balans helemaal zoek is in het voorstel. De SGP stemt daarom tegen.
Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad hierna overeenkomstig het geamendeerde voorstel, waarbij de fracties van SGP en VVD geacht worden tegengestemd te hebben.
12. Raadsbesluit wijziging subsidieverordening Asbestdakensanering Rijssen-Holten Vierkantemeterbijdrageregeling (portefeuille wethouder De Koff)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel
13. Raadsvoorstel vaststellen grondexploitaties Opbroek Oost (portefeuille wethouder Wessels)
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming besluit de raad overeenkomstig het voorstel
14. Sluiting
De VOORZITTER sluit de vergadering.
(Sluiting van de vergadering om 22.13 uur.)
De voorzitter spreekt het ambtsgebed uit.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van Rijssen-Holten op 29 februari 2024.